Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-3425

van Jurgen Ceder (Vlaams Belang) d.d. 6 mei 2009

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Borstkanker - Terugbetaling van het geneesmiddel Arimidex - Mannen

kanker
bestedingen voor gezondheid
remgeld
man
gelijke behandeling
geneesmiddel
ziekteverzekering

Chronologie

6/5/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 4/6/2009 )
25/6/2009 Antwoord

Vraag nr. 4-3425 d.d. 6 mei 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het antwoord op mijn schriftelijke vraag nr. 3-5014 (Vragen en Antwoorden nr. 3-70, blz. 7263) over de terugbetaling van het geneesmiddel Arimidex bevatte een aantal legitieme medische argumenten. Maar de huidige regelgeving betreffende Arimidex vertoont toch nog een ernstige lacune: Arimidex kan alleen terugbetaald worden voor vrouwen met borstkanker. Die terugbetaling is weliswaar niet de regel, maar ze is tenminste mogelijk.

Voor mannen met borstkanker wordt Arimidex nooit terugbetaald, ook niet als er gegronde en zwaarwichtige medische redenen zijn voor een behandeling met dit geneesmiddel. Borstkanker bij mannen komt honderd- tot honderdvijftig keer minder voor dan bij vrouwen, maar toch sterven er in BelgiŽ jaarlijks meer dan veertig mannen aan deze ziekte. Ik wil hier niet suggereren dat mannelijke patiŽnten opzettelijk en doelbewust gediscrimineerd worden op basis van geslacht, maar dat is wel het netto resultaat. Ik veronderstel dat deze de facto discriminerende regeling voortvloeit uit een bureaucratische vergissing.

Welke maatregelen heeft de geachte minister reeds genomen om de terugbetaling van Arimidex ook voor mannen mogelijk te maken?

Antwoord ontvangen op 25 juni 2009 :

Als antwoord op uw vraag wil ik u graag meedelen dat de vergoedingsmodaliteiten van een farmaceutische specialiteit worden bepaald op voorstel van de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen (CTG), die bij het vaststellen van de vergoedingsvoorwaarden uitgaat van de geregistreerde indicaties uit de wetenschappelijke bijsluiter. Aangezien “borstkanker bij mannen” geen geregistreerde indicatie is van de specialiteit Arimidex®, kan deze specialiteit bijgevolg niet vergoed worden in deze indicatie.

Aangezien borstkanker bij mannen weinig voorkomt, en enkel tamoxifen reeds meerdere jaren terugbetaald wordt via hoofdstuk IV (van bijlage I van het koninklijk besluit van 21 december 2001 dat de procedures, termijnen en voorwaarden inzake de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen in de kosten van de farmaceutische specialiteiten vastlegt), kan het College van geneesheren-directeurs in het kader van het Bijzonder Solidariteitsfonds een financiële tegemoetkoming toestaan voor de behandeling van dit type kanker bij de man.

De beslissingen van het Bijzonder Solidariteitsfonds worden geval per geval genomen, gebaseerd op het individueel dossier van de sociaal verzekerde.

Bij elke aanvraag dient het College van geneesheren-directeurs te verifiëren of de individuele aanvraag voldoet aan de voorwaarden en criteria die voortkomen uit de artikels 25 tot en met 25 quinquies van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 met betrekking tot de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen voor de geleverde prestaties in België. Er bestaat dus geen enkele regelmaat.

De genomen beslissingen hangen in de eerste plaats af van de prestatie die het voorwerp is van de aanvraag, maar ook van de medische symptomen eigen aan de patiënt waarover het College beschikt en van eventuele therapeutische alternatieven die worden terugbetaald door de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging (die zeker van toepassing is voor tamoxifen (Nolvadex®)).

Nochtans zou het College van geneesheren-directeurs vooraf de tegemoetkomingen met betrekking tot Arimidex® moeten weigeren, om de twee volgende redenen:

1. Aangezien tamoxifen (Nolvadex®) via hoofdstuk IV terugbetaald wordt voor de indicatie van adjuvante behandeling van een operabel borstcarcinoom, en de palliatieve behandeling van een gemetastaseerd borstcarcinoom of van een inoperabel borstcarcinoom, zonder vermelding van het geslacht van de patiënt, moet het College besluiten dat er een terugbetaald therapeutisch alternatief bestaat in het kader van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging.

Deze kennisname van een alternatief moet nog geval per geval genuanceerd en bestudeerd worden, gebaseerd op het medisch verslag van de patiënt, aangezien tamoxifen misschien reeds werd voorgeschreven zonder resultaat of gecontra-indiceerd zou kunnen zijn. De kennisname van een mogelijk alternatief zou dan niet in overweging worden genomen door het College van geneesheren-directeurs.

2. In de artikels 25 wordt bepaald dat minstens de gezaghebbende medische instanties de verstrekking aanduiden als de specifieke fysiopathologische aanpak van de aandoening (cf. artikel 25ter, zeldzame aandoening). Het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekeringen (RIZIV) en het College van geneesheren-directeurs beschikken momenteel niet over wetenschappelijke argumenten die aantonen dat het experimenteel stadium voorbij is. De fysiologie (verschillend hormonaal stelsel) bij man en vrouw is niet vergelijkbaar, dus kan er geen parallellisme tussen de behandelingen (vrouw/man) bestaan.

Er bestaat geen enkele therapeutische richtlijn die de plaats van Arimidex® in de indicatie ‘borstkanker bij mannen’ vermeldt. Men kan er dus onmogelijk mee instemmen dat de gezaghebbende medische instanties Arimidex® al aanduiden als aanpak voor de behandeling van borstkanker bij mannen. Ter informatie, een prospectieve studie met betrekking tot Arimidex® in de indicatie ‘borstkanker bij mannen’ begon pas einde 2008.

Nog ter informatie: het College van geneesheren-directeurs heeft begin januari 2009 de enige aanvraag geadresseerd aan het Bijzonder Solidariteitsfonds geweigerd op basis van deze twee wettelijke criteria.

Bij wijze van besluit, en ook volkomen gebaseerd op de actuele medische kennis, zou het College de tegemoetkomingen voor Arimidex® moeten weigeren, tenminste op basis van de afwezigheid van erkenning van de plaats van Arimidex® in de behandeling van borstkanker bij mannen door de gezaghebbende medische instanties. Dit verhindert niet dat het College een tegemoetkoming zou kunnen toekennen voor andere moleculen.

Wanneer in de toekomst de aanvragen bij het Bijzonder Solidariteitsfonds toekomen, is het evident dat het College van geneesheren-directeurs de evolutie van de medische kennis hieromtrent eerst zou verifiëren vooraleer er een uitspraak over te doen.