Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-3344

van Jurgen Ceder (Vlaams Belang) d.d. 17 april 2009

aan de eerste minister, belast met de CoŲrdinatie van het Migratie- en asielbeleid

Rekenhof - Koninklijke Muntschouwburg - Kredietoverschijdingen - Maatregelen

dramatische kunst
verificatie van de rekeningen
begrotingskrediet
rekening
Rekenhof (BelgiŽ)

Chronologie

17/4/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 21/5/2009 )
14/5/2009 Antwoord

Vraag nr. 4-3344 d.d. 17 april 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De begroting van de Koninklijke Muntschouwburg (KMS) bevat enkel limitatieve uitgavenkredieten. Toch werden in 2005 en 2006 bijna alle kredieten van de vaste uitgaven ruimschoots overschreden. In 2005 werden op een totaal van 25,1 miljoen euro kredieten 28,1 miljoen euro uitgaven aangerekend. Dat is een overschrijding met 12 %. In 2006 werden op 25,7 miljoen euro kredieten 28 miljoen euro uitgaven aangerekend. Dat is een overschrijding met 8,5 %.

Al sinds 2000 wordt vastgesteld dat sommige kredieten elk jaar opnieuw worden overschreden. Op grond van artikel 5 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut zijn een overdracht en overschrijding van limitatieve kredieten slechts mogelijk als die van tevoren worden toegestaan door de toezichthoudend minister, op eensluidend advies van de minister van Begroting of diens gemachtigde. Volgens het Rekenhof beschikt de instelling echter niet over dit voorafgaand akkoord.

1.Heeft de geachte minister zich vooraf akkoord verklaard met deze overschrijdingen?

2.Welke maatregelen heeft hij genomen om een einde te maken aan deze voortdurende kredietoverschrijdingen?

Antwoord ontvangen op 14 mei 2009 :

  1. Uit de teneur van de vaststellingen van het Rekenhof met betrekking tot een aantal kredietoverschrijdingen in 2005 en 2006 kan afgeleid worden dat mijn voorgangers hun akkoord hiermee niet hebben verleend, wat precies één van de elementen is die het Rekenhof laakt.

  2. Ik verwijs naar mijn antwoord op het derde punt van de schriftelijke vraag nr. 4-3292 die op 1 april 2009 gesteld werd door senator Yves Buysse.