Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-3318

van Jurgen Ceder (Vlaams Belang) d.d. 9 april 2009

aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de Eerste minister

Fonds voor verkeersveiligheid - Auditverslag van het Rekenhof

politie
gemeentepolitie
Rekenhof (BelgiŽ)
begrotingsfonds
verkeersveiligheid
verslag over de werkzaamheden

Chronologie

9/4/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 14/5/2009 )
14/5/2009 Antwoord

Vraag nr. 4-3318 d.d. 9 april 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In 2007 heeft het Rekenhof een auditverslag over het Fonds voor de Verkeersveiligheid opgesteld. Daarin wees het Hof op het innoverende effect hiervan voor de financiering van acties inzake verkeersveiligheid, in die zin dat er een verband wordt gelegd tussen de financiering enerzijds en de acties inzake verkeersveiligheid en de vermindering van het aantal verkeersslachtoffers anderzijds. Het verslag bevat aanbevelingen om dat verband te versterken en om de administratieve aspecten van de jaarlijkse cyclus van de actieplannen drastisch te vereenvoudigen.

Het Rekenhof heeft echter ook gewezen op fouten bij de berekening van de gedeeltes die voor de jaren 2005 tot 2007 aan de politiediensten werden toegekend. Het Hof heeft immers vastgesteld dat de federale politie een te aanzienlijk deel kreeg omdat het aantal kilometer wegen onder haar bevoegdheid, te hoog werd ingeschat. In 2007 bedroeg die overschatting 4,7 miljoen euro ten nadele van de 196 politiezones.

Bovendien was de reglementering onvoldoende precies en werd ze ook niet correct toegepast voor de berekening van het gedeelte dat aan elk van de 196 politiezones moest worden toegekend. Sommige zones kregen te veel, andere te weinig. Een correctie van deze foute berekeningen is hoe dan ook noodzakelijk, aangezien de verdeling van de in 2007 toegekende bedragen bepalend zal worden voor de komende jaren. De programmawet van 8 juni 2008 vervangt immers de voorwaardelijke financiering van de actieplannen inzake verkeersveiligheid door een automatische financiering die steunt op de verdeling van 2007. Elke politiezone zal voortaan hetzelfde (geÔndexeerd) bedrag ontvangen als het bedrag dat voor 2007 was toegekend. Indien de globale ontvangsten verminderen, krijgen ze hetzelfde prorata. Dat heeft als gevolg dat, indien de vereiste correcties niet worden doorgevoerd, de vergissingen die het Rekenhof aan het licht heeft gebracht, zullen meespelen in het toegekende bedrag.

Daardoor zal de evolutie van het aantal verkeersslachtoffers geen invloed meer hebben op het gedeelte dat aan elke politiedienst wordt toegekend. De financiering zal ook niet langer meer afhankelijk zijn van de goedkeuring van de actieplannen inzake verkeersveiligheid. Er zal dan ook niet langer een verband bestaan tussen de bestemming van die ontvangsten en de acties die inzake verkeersveiligheid worden gevoerd.

1. Gaat het "innoverende effect", dat was ontstaan door een verband te leggen tussen de financiering, de acties inzake verkeersveiligheid en het dalend aantal verkeersslachtoffers hierdoor niet verloren ?

2. Heeft de Minister reeds de nodige maatregelen genomen om de vermelde fouten (de overschatting ten nadele van de politiezones, en de foutieve verdeling tussen de zones onderling) recht te zetten ?

Antwoord ontvangen op 14 mei 2009 :

Ik heb de eer het geachte lid het volgende te antwoorden:

1. De programmawet van 8 juni 2008 heeft de financieringswijze van de verkeersactiviteiten van de politiezones en van de federale verkeerspolitie gewijzigd met als doel om hen enerzijds een vast gedeelte te garanderen, gebaseerd op het geïndexeerde bedrag van het jaar 2007, en anderzijds om de meerinkomsten bovenop dit bedrag op gewestelijke basis te verdelen. Deze meerinkomsten worden dan per gewest toegekend aan de politiezones op basis van de vroegere criteria, zoals de categorie waartoe de politiezone behoort, het aantal kilometers wegen en de evolutie van de verkeersveiligheid.

Daartegenover staat dat verkeer voortaan als de zevende basisfunctie van de politie wordt beschouwd. Hierdoor wordt verkeerveiligheid beter verankerd in de politie-activiteiten en gebeurt de opvolging ervan in het kader van de zonale veiligheidsplannen. Bovendien worden bijkomende inspanningen in voorkomend geval gehonoreerd door bijkomende middelen in functie van de gewestelijke herkomst van de vastgestelde overtredingen.

Dankzij deze stabiele financieringswijze zullen de politiezones hun verkeersveiligheidsactiviteiten op een structurele wijze kunnen ontplooien in het kader van de nationale verkeersveiligheidsdoelstellingen.

2. De wet bepaalt dat elke politezone het in 2007 toegekende geïndexeerde bedrag ontvangt, voorzover er uiteraard voldoende middelen in het fonds aanwezig zijn. Bijgevolg is er geen verband meer met de eerder vastgestelde verdelingscriteria die door het Rekenhof werden onderzocht.

Dit zal in voorkomend geval wel het geval zijn voor de eventuele meerinkomsten. Het is uiteindelijk de Federale Overheidsdienst (FOD) Binnenlandse Zaken die de bedragen toegekend aan elke politiezone berekent.