Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-2480

van Joris Van Hauthem (Vlaams Belang) d.d. 12 januari 2009

aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen

Nationale Arbeidsraad - Taalkaders - Afwezigheid - Maatregelen

Nationale Arbeidsraad
taalgebruik
Vaste Commissie voor Taaltoezicht

Chronologie

12/1/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 12/2/2009 )
2/10/2009 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 4-1922

Vraag nr. 4-2480 d.d. 12 januari 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In haar Jaarverslag voor het jaar 2007 dringt de Vaste Commissie voor Taaltoezicht aan op het indienen van een taalkaderdossier voor de Nationale Arbeidsraad. Door een herstructurering kon deze geen verdeling van de betrekkingen meedelen.

Welke maatregelen heeft de geachte minister reeds genomen om het bedoelde taalkaderdossier zo snel mogelijk te laten opstellen ?

Op basis van de welke statistische gegevens worden de verdeelsleutels opgesteld ?

Antwoord ontvangen op 2 oktober 2009 :

In antwoord op uw vraag, heb ik de eer u het volgende antwoord mede te delen:

In de loop van mei 2008 werd het dossier over de taalkaders van de Nationale Arbeidsraad (NAR) bij de Vaste Commissie voor taaltoezicht (VCT) ingediend.

De VCT heeft advies gegeven op 3 april 2009 en het koninklijk besluit van 19 mei 2009 tot vaststelling van de taalkaders van het secretariaat van de NAR werd in het Staatsblad van 2 juli 2009 gepubliceerd.

De verhouding 50/50 die werd voorgesteld voor het toewijzen van de betrekkingen aan het Franse en Nederlandse kader werd met de volgende argumentatie verantwoord:

" De verhouding 50/50 die gehanteerd werd, wordt verklaard door de taak van de Nationale Arbeidsraad en van zijn secretariaat, zoals die blijkt uit de wettelijke bepalingen.

Artikel 1 van de organieke wet van 29 mei 1952 van de Nationale Arbeidsraad bepaalt het volgende: " Er wordt een publiekrechterlijk lichaam ingesteld, " Nationale Arbeidsraad " genaamd, waarvan de opdracht erin bestaat, aan een minister of aan de Wetgevende Kamers, hetzij uit eigen beweging (meer bepaald op initiatief van de meest representatieve organisaties van werkgevers en van werknemers), hetzij op aanvraag van deze overheden en in de vorm van verslagen die de verschillende in zijn midden uiteengezette standpunten weergeven, alle adviezen of voorstellen omtrent de algemene vraagstukken van sociale aard welke de werkgevers en de werknemers aanbelangen, te laten geworden, alsook advies uit te brengen over de geschillen van bevoegdheid welke tussen de (nationale) Paritaire Comités zouden kunnen rijzen ".

De wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités verruimde de bevoegdheid van de Raad en gaf hem de bevoegdheid om collectieve arbeidsovereenkomsten te sluiten die zich over meerdere activiteitstakken kunnen uitstrekken of over het geheel van economische activiteiten. Bovendien kan een overeenkomst gesloten worden voor een bedrijfstak die niet onder een opgericht paritair comité ressorteert of wanneer een opgericht paritair comité niet werkt.

Naast de algemene taken die door deze twee wetten aan de Raad toegekend werden, komen hem meer gespecialiseerde raadgevende taken toe conform de sociale wetten die, voor het geheel van de uitvoeringsmaatregelen van deze wetten of voor sommige ervan, het voorafgaande advies van de Raad vereisen.

De taak waarmee de Raad belast is, betreft tevens internationale aspecten. De Raad is namelijk het raadgevend orgaan geworden dat bevoegd is om te antwoorden op de voorschriften van het verdrag en de aanbeveling van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) betreffende de tripartiete raadplegingen ter bevordering van de tenuitvoerlegging van de internationale arbeidsnormen.

Hij spreekt zich tevens uit over de omzetting van de Europese richtlijnen op nationaal gebied en is er in sommige gevallen rechtstreeks bij betrokken. Hij is eveneens betrokken bij de vaststelling en de uitvoering van de strategieën op sociaal vlak en op het vlak van de werkgelegenheid in het kader van de Strategie van Lissabon.

Al deze taken worden uitgevoerd op federaal niveau.

Artikel 7 van de bovengenoemde wet van 29 mei 1952 kent de Raad de nodige logistieke steun toe ter uitvoering van zijn taken en stelt dat " bij de Raad een secretariaat [wordt] opgericht dat tot opdracht heeft:

1. te voorzien in de dienst van griffie en huishouding;

2. de documentatie in verband met de werkzaamheden van de Raad te verzamelen.

[…] De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, de paritaire comités, het Nationaal Instituut voor de statistiek, de Rijksdienst voor maatschappelijke zekerheid en de instellingen die deelnemen aan het beheer van de maatschappelijke zekerheid zijn gehouden, de secretaris, op diens verzoek, alle inlichtingen waarover zij beschikken, en die op het voorwerp van de werkzaamheden van de Raad zouden betrekking hebben, te verstrekken. De Koning kan deze verplichting op andere instellingen toepasselijk maken. "

Het secretariaat verzekert dus de praktische werking van de instelling en levert de nodige documentaire ondersteuning; het houdt zich bezig met de voorbereiding van, met name, de ontwerpen van advies, van collectieve arbeidsovereenkomsten, van verslagen, …, die ter goedkeuring aan de Raad voorgelegd dienen te worden; het stelt de notulen van de vergaderingen van de Raad, het Bureau en de commissies op; het werkt informatieve nota's uit aangaande de door diezelfde instanties onderzochte problemen.

Er dient aangestipt te worden dat het secretariaat van de Nationale Arbeidsraad in het kader van zijn opdrachten geen rechtstreeks contact heeft met het publiek en dat geen enkele zaak rechtstreeks door een particulier wordt ingediend.

De door de Raad behandelde zaken zijn studie- en conceptiezaken die noch gelokaliseerd, noch lokaliseerbaar zijn en die zowel door een ambtenaar van de Nederlandse als door een ambtenaar van de Franse taalrol behandeld kunnen worden.

Naast de taakomschrijving zoals die hierboven beschreven werd, rechtvaardigen de volgende parameters en criteria de verhoudingen van de taalkaders van het secretariaat van de Nationale Arbeidsraad.

Volume vergaderingen en behandelde dossiers voor het jaar 2007:

- aantal vergaderingen (Bureau, Raad, commissies, werkgroepen, enz.) waaraan zowel Nederlandstalige als Franstalige vertegenwoordigers van de sociale gesprekspartners deelnemen: 168;

- aantal nieuwe open dossiers, meer bepaald nieuwe vragen om advies die door de bevoegde overheid voorgelegd worden of onderzochte vragen uit eigen initiatief: 82.

Iedere vergadering vereist de aanwezigheid en de deelname van personeelsleden van de Nederlandse en Franse taalrol. In de praktijk worden de dossiers (juridische studies) door teams van evenveel Franstalige als Nederlandstalige personeelsleden voorbereid.

Het koninklijk besluit van 21 april 1953 tot vaststelling van het huishoudelijk reglement van de Nationale Arbeidsraad, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 2 augustus 1966 en 12 oktober 1970, bepaalt immers het volgende: " Een exemplaar van de adviezen of voorstellen, bedoeld in artikel 1 van de wet van 29 mei 1952, van de agenda's, van de voorbereidende nota's evenals van de notulen van de vergaderingen van de Raad wordt in beide landstalen aan de werkende en plaatsvervangende leden alsmede aan de in de artikel 9 van dezelfde wet bedoelde minister overgemaakt. "

Verder bepaalt artikel 13 van datzelfde koninklijk besluit het volgende : "De administratieve werkzaamheden van de Raad en de inrichting van zijn administratieve diensten worden beheerst door de bepalingen van de wet van 28 juni 1932 op het gebruik der talen in bestuurszaken.

Alle documenten die bestemd zijn voor de leden van de Raad, van het Uitvoerend Dagelijks Bestuur en van de verschillende commissies, opgericht in uitvoering van onderhavig artikel 15, worden in beide landstalen opgemaakt. "

Deze studie- en conceptietaken, waaronder de opstelling van de begroting, de informatisering en de algemene organisatie, impliceren eveneens voor het geheel van uitvoeringsdiensten (administratieve en technische ondersteuning, meer bepaald bibliotheek, human resources, secretariaat, logistieke dienst, …) dat dezelfde verhouding 50/50 in aanmerking genomen wordt. Alle dienstnota's, onderrichtingen, nota's, …, voor het gehele personeel zijn in beide landstalen gesteld en de dossiers met betrekking tot de personeelsleden worden zoals het hoort, in de taal van de betrokkene behandeld. "