Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-2101

van Sabine de Bethune (CD&V) d.d. 3 december 2008

aan de minister van Buitenlandse Zaken

Conventie op het verbod van clustermunitie - Ondertekening - Hulp aan slachtoffers

antipersoneel(s)mijn
conventioneel wapen
explosieve stof
wapenbeperking
slachtofferhulp
internationale conventie
vernietiging van wapens
ondertekening van een overeenkomst

Chronologie

3/12/2008 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 1/1/2009 )
17/12/2008 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 4-557

Vraag nr. 4-2101 d.d. 3 december 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Met haar verbod op clustermunitie heeft ons land een belangrijke voortrekkersrol gespeeld. Het lag dan ook in het verlengde van deze wetgeving dat ons land zich achter de conventie van Dublin zou scharen met het oog op een internationaal verbod van clustermunitie. Dit past overigens in ons globaal beleid inzake Human Security. De geachte minister heeft onlangs verklaard dat hij namens ons land op 3 december 2008 in Oslo deze conventie zal ondertekenen.

Daarom had ik graag het volgende gevraagd :

1. De conventie inzake het verbod op clustermunitie zal op 2 december 2008 openstaan voor ondertekening. Zal de geachte minister op deze conferentie op actieve wijze een zo breed mogelijke ratificatie bepleiten teneinde tot een universeel verbod te komen ? Heeft hij tot op heden al diplomatieke stappen gezet om andere landen die nog aarzelen over de ondertekening van de conventie, te overhalen ?

2. De conventie bevat een aantal bepalingen inzake hulp aan slachtoffers. Zal hij namens BelgiŽ voorstellen doen inzake bijdragen voor ontmijning en vooral steun aan de slachtoffers ?

3. Er worden in de Dublinconventie ook duidelijke afspraken gemaakt over de vernietiging van de bestaande stocks van clustermunitie. Hoever staat het inmiddels met de vernietiging van onze eigen stocks indien wij daarover beschikken ?

Antwoord ontvangen op 17 december 2008 :

  1. België heeft vanaf het begin een actieve rol gespeeld in het Oslo-proces dat beoogde zoveel mogelijk landen achter een internationaal verbod op clustermunitie te scharen. De Belgische diplomatie heeft zich daartoe bijzonder ingespannen zowel voorafgaandelijk aan als tijdens het proces. Ook aan de vooravond van de ondertekeningsconferentie heeft ons diplomatiek netwerk wereldwijd démarches uitgevoerd om landen aan te sporen de nieuwe conventie te ondertekenen. 94 landen, waaronder natuurlijk België, hebben uiteindelijk het verdrag getekend. In Oslo heb ik in mijn interventie onder meer de nadruk gelegd op een nieuw actieplan om te komen tot snelle ratificatie en inwerkingtreding van de conventie, tot correcte uitvoering van de engagementen en universalisering van de conventie. Hierover werden dadelijk na de conferentie te Oslo reeds consultaties opgestart met een aantal andere geëngageerde landen en organisaties.

  2. De bepalingen inzake slachtofferhulp zijn bijzonder belangrijk en hebben overigens hun inspiratie deels gevonden in de conclusies van de Europese Regionale Conferentie over clustermunitie die in Brussel werd georganiseerd in oktober 2007. Het financiële engagement van ons land voor acties inzake hulp aan slachtoffers van antipersoonsmijnen en van clustermunitie blijft een prioriteit. Op dit vlak is het aangewezen om synergie te betrachten bij de evaluatie van nieuwe projecten. Hierover zal ook met de civiele maatschappij overlegd worden. De uitvoering van de bepalingen inzake slachtofferhulp zal eveneens aan bod komen tijdens de opgestarte consultaties met andere landen en organisaties.

  3. De vernietiging van de Belgische stocks van clustermunitie werd reeds opgestart op basis van de Belgische wet van 2006. Een jaar geleden werd begonnen met het overbrengen van de voorraden naar het daartoe geselecteerde bedrijf in Italië. Het vernietigingsproces schiet goed op en dient overeenkomstig de contractueel bedongen bepalingen afgerond te worden binnen de door de wet gestelde termijn, dus medio 2009. Daarmee geven wij een sterk signaal aan andere landen om snel werk te maken van de uitvoering van ook dit onderdeel van de conventie.