Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-1730

van Jurgen Ceder (Vlaams Belang) d.d. 3 oktober 2008

aan de vice-eersteminister en minister van FinanciŽn en Institutionele Hervormingen

FOD FinanciŽn - Loopbaanbeheer - Rol van e-HR

ministerie
beroepsloopbaan
personeelsbeheer
elektronische overheid

Chronologie

3/10/2008 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 6/11/2008 )
13/11/2008 Antwoord

Vraag nr. 4-1730 d.d. 3 oktober 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Door de informatisering van het loopbaanbeheer in de FOD FinanciŽn kan de controle of personeelsleden bepaalde rechten werkelijk bezitten, problemen opleveren, als daarvoor de door de administratie vastgestelde rechten moeten worden vergeleken met documenten zoals diploma's of originele stukken over het beroepsverleden van het personeelslid of over aanwervings- of bevorderingsproeven. Deze stukken worden momenteel ofwel bijgehouden in de gewestelijke directies, ofwel zitten ze verspreid over de verschillende departementen van de centrale diensten. Ze zijn dus niet systematisch opgenomen in ťťn individueel dossier, zoals bij de meeste, minder gedecentraliseerde ministeriŽle departementen. De administratieve stukken over de loopbaan van het personeelslid worden meestal pas verzameld wanneer de betrokkene zijn recht op een rustpensioen wil laten gelden. Het Rekenhof is van oordeel dat ťťn individueel dossier moet worden bijgehouden.

Als alles volgens plan verloopt zou deze aanbeveling pas opgevolgd worden in het kader van de invoering van het interdepartementale e-HR.

a. Wanneer wordt het interdepartementale e-HR operationeel ?

b. Is er nog een overgangsperiode voorzien waarin per ambtenaar een volledig "papieren" individueel dossier wordt aangelegd ?

c. Het Rekenhof verwijst naar problemen die zich voordoen "door de informatisering van het loopbaanbeheer". Slaat dit op problemen bij het interdepartementale e-HR ? Of op een ander informaticasysteem ? Zo ja, welk ?

Antwoord ontvangen op 13 november 2008 :

a. Het uitvoeren van e-HR zal inverschillende etappes gebeuren volgens een planning die door de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie (FOD P&O) opgesteld wordt. Voor de FOD Financiën wordt de eerste fase, namelijk de basisadministratie, voorzien vanaf 1 oktober 2009. De andere materies — de loonmotor, het tijdsbeheer, het personeelsplan, het competentiebeheer en tot slot de uitwerking van geavanceerde toepassingen inzake Business Intelligence - worden voorzien in de periode 2010-2014.

b. Zoals hierboven vermeld, zal het uitvoeren van e-HR in verschillende fases gebeuren, in de periode 2009 tot 2014.

Gedurende deze periode zullen de personeelsdiensten geleidelijk naar de volledige oplossing evolueren door meer en meer documenten via een gecomputeriseerde procedure te creëren. Dit zal op termijn leiden tot een elektronisch persoonlijk enig dossier waarin het merendeel van de individuele gegevens vervat zullen worden. Die zullen door alle dossierbeheerders raadpleegbaar zijn, zowel binnen de centrale als regionale diensten.

De papieren documenten, zoals de diploma's, zullen behouden worden, zoals dit reeds het geval is op centraal niveau.

Tijdens deze fase zijn geen bijkomende maatregelen voorzien

c. Met e-HR zal een eenvormige toepassing voor alle persoonlijke gegevens worden bereikt. Het merendeel van de gegevensoverdrachten, die momenteel op papierdrager gebeuren, zullen elektronisch beheerd worden, hetgeen het mogelijk zal maken om een grotendeels elektronisch dossier te creëren. De nog resterende papieren documenten zullen in de centrale diensten bewaard worden.

Wat de volgende fases (andere dan de basisadministratie) betreft, moet nog een aanvullende analyse uitgevoerd worden, waarbij aandacht zal besteed worden aan de in de bovenvermelde vraag gestelde problematiek.

Bijkomend zal, na het volledige uitvoeren van e-HR en op basis van de dan beschikbare technologie, nagegaan worden of bijkomende maatregelen genomen moeten worden om te komen tot het enig persoonlijk dossier.