Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-1354

van Jurgen Ceder (Vlaams Belang) d.d. 1 augustus 2008

aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen

Sociale verkiezingen 2008 - Definitieve resultaten - Vrijwillige stopzettingen van de kiesprocedure

vakbondsverkiezing
ondernemingsraad
geografische spreiding

Chronologie

1/8/2008 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 5/9/2008 )
26/9/2008 Antwoord

Vraag nr. 4-1354 d.d. 1 augustus 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

1. Hoeveel bedrijven dienden, met toepassing van de wet betreffende de sociale verkiezingen 2008, in 2008 sociale verkiezingen te organiseren voor een ondernemingsraad? En hoeveel voor een Comité? Graag een opdeling per gewest en per arbeidssector.

2. Hoeveel stemgerechtigde werknemers waren er in deze bedrijven in 2008? Graag een opdeling per gewest, per categorie van stemgerechtigden en per arbeidssector.

3. Hoeveel bedrijven met hoeveel stemgerechtigde werknemers hebben conform artikel 10 van deze wet een afschrift gestuurd naar de FOD WASO? Graag een opdeling per gewest en per arbeidssector. Indien het gaat om minder bedrijven dan vermeld bij vraag 1, hoe valt het verschil dan te verklaren? Welke gevolgen worden daaraan verbonden?

4. Hoeveel bedrijven met hoeveel stemgerechtigde werknemers hebben de kiesprocedure stopgezet met toepassing van artikel 78, par 1 bij gebrek aan enige kandidatenlijst? Graag opdeling per gewest en per arbeidssector.

5. Hoeveel bedrijven met hoeveel stemgerechtigde werknemers hebben de kiesprocedure stopgezet met toepassing van artikel 78, par 2 bij gebrek aan kandidatenlijsten voor alle personeelscategorieën? Graag opdeling per gewest en per arbeidssector.

6. Hoeveel bedrijven met hoeveel stemgerechtigde werknemers hebben de kiesprocedure stopgezet met toepassing van artikel 78, par 3 wegens de voordracht van een kandidatenlijst door slechts één representatieve organisatie? Graag opdeling per gewest en per arbeidssector.

7. Hoeveel bedrijven met hoeveel stemgerechtigde werknemers hebben uiteindelijk effectief sociale verkiezingen gehouden, en hoeveel stemgerechtigde werknemers hebben effectief hun stem uitgebracht? Graag een opdeling per gewest en per arbeidssector.

8. Hoeveel bedrijven met hoeveel stemgerechtigde werknemers hadden eerder in 2004 en 2000 effectief sociale verkiezingen gehouden, hoeveel stemgerechtigde werknemers hebben toen in die jaren effectief hun stem uitgebracht, en hoeveel bedrijven met hoeveel stemgerechtigde werknemers hadden in die jaren de kiesprocedure stopgezet? Graag een opdeling per gewest en per arbeidssector.

Antwoord ontvangen op 26 september 2008 :

Uw vragen hebben betrekking op precies cijfermateriaal aangaande het verloop en de resultaten van de sociale verkiezingen, voornamelijk van het jaar 2008.

Het cijfermateriaal is afkomstig uit de gegevensbank die in het kader van de sociale verkiezingen binnen de dienst Inspraakorganen werd opgericht.

Het is aangewezen vooraf de juiste draagwijdte van bedoelde gegevensbank in herinnering te brengen.

Het doel van deze gegevensbank bestaat erin de verkiezingsresultaten te verwerken van alle ondernemingen die sociale verkiezingen hebben georganiseerd (of alleszins de procedure hebben opgestart en mandaten hebben toebedeeld). Het doel bestaat er daarentegen niet in een volledig beeld te geven van alle ondernemingen die wettelijk verplicht zijn sociale verkiezingen te organiseren met het oog op de oprichting van een inspraakorgaan. Dit ligt ook buiten de mogelijkheden van het systeem. De gegevensbank is gebaseerd op informatie die op initiatief van de ondernemingen zélf, aan de FOD Werkgelegenheid werd meegedeeld. Teneinde in theorie te kunnen nagaan welke ondernemingen in principe sociale verkiezingen zouden moeten organiseren, ontbreekt het de bedoelde gegevensbank aan specifieke data (bijvoorbeeld gegevens aangaande de uitzendkrachten, aangaande vervangingsovereenkomsten, ...) die dienen te worden aangewend teneinde de oprichtingsdrempel te kunnen berekenen, op de wettelijk voorziene wijze.

Ondernemingen die de procedure inzake sociale verkiezingen niet opstarten of voortijdig stopzetten zonder toebedeling van mandaten, zijn niet vertegenwoordigd in de gegevensbank : dienaangaande kunnen hieruit dan ook geen cijfergegevens worden geput.

Het is mij bijgevolg niet mogelijk om op basis van de bedoelde gegevensbank te bepalen welke en hoeveel ondernemingen sociale verkiezingen dienen te organiseren met het oog op de oprichting van een inspraakorgaan en dienaangaande het door u gevraagde precieze cijfermateriaal mee te geven (uw vragen 1 tot en met 3). Om hoger vermelde reden kan evenmin een volledig beeld worden gegeven van alle ondernemingen (en hun aantal stemgerechtigde werknemers) die de verkiezingsprocedure om de één of andere reden hebben stopgezet zonder toebedeling van mandaten (uw vragen 4 en 5).

Op basis van de gegevensbank, kan ik u evenwel de volgende inlichtingen meegeven.

Voor de oprichting van een ondernemingsraad (verder : OR), werden er gedurende de sociale verkiezingen van het jaar 2008, 3 376 verkiezingen georganiseerd waarbij 1 356 934 werknemers in dienst waren. 1 305 297 van hen stonden vermeld op de kiezerslijsten als stemgerechtigd en 807 042 van hen namen effectief deel aan de stemming.

Voor de oprichting van een comité voor preventie en bescherming op het werk (verder : CPBW), werden er gedurende de sociale verkiezingen van het jaar 2008, 6 588 verkiezingen georganiseerd waarbij 1 580 816 werknemers in dienst waren. 1 510 956 van hen stonden vermeld op de kiezerslijsten als stemgerechtigd en 904 478 van hen namen effectief deel aan de stemming.

Gedurende de sociale verkiezingen van het jaar 2008, werden in 1 237 ondernemingen mandaten toebedeeld zonder voorafgaande stemming (waarvan 981 CPBW en 256 OR). Het weze herhaald dat de FOD Werkgelegenheid hierbij geen zicht heeft op de precieze reden van stopzetting van de verkiezingsprocedure. Evenmin zijn er gegevens bekend aangaande het aantal stemgerechtigde werknemers binnen deze ondernemingen.

Gedurende de sociale verkiezingen van het jaar 2000 en 2004, werden respectievelijk 3 185 en 3 151 OR opgericht, en 5 653 en 5 814 CPBW. Over het aantal werknemers dat toen effectief zijn stem heeft uitgebracht, noch over het aantal stopzettingen (cf. hoger vermelde reden) zijn geen exacte gegevens bekend.