Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-1353

van Jurgen Ceder (Vlaams Belang) d.d. 1 augustus 2008

aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen

Sociale verkiezingen 2008 - Ondernemingen met handels- en industriële activiteit voor het bouwbedrijf (paritair comité 124) - Definitieve resultaten

vakbondsverkiezing
paritair comité
bouwnijverheid
ondernemingsraad

Chronologie

1/8/2008 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 5/9/2008 )
29/9/2008 Antwoord

Vraag nr. 4-1353 d.d. 1 augustus 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

1. Hoeveel bedrijven die vallen onder de bedrijfstak ‘aanvullende en diverse werklieden’, onder de gewijzigde classificatie van de paritaire comités met nummer 100, in het bijzonder paritair comité 124 (bouwbedrijf), dienden, met toepassing van de wet betreffende de sociale verkiezingen 2008, in 2008 sociale verkiezingen te organiseren voor een ondernemingsraad? En hoeveel voor een Comité?

2. Hoeveel stemgerechtigde werknemers waren er in deze bedrijven in 2008?

3. Hoeveel bedrijven met hoeveel stemgerechtigde werknemers die vallen onder dit PC 124 hebben conform artikel 10 van deze wet een afschrift gestuurd naar de FOD WASO? Indien het gaat om minder bedrijven dan vermeld bij vraag 1, hoe valt het verschil dan te verklaren? Welke gevolgen worden daaraan verbonden?

4. Hoeveel bedrijven onder PC 124 met hoeveel stemgerechtigde werknemers hebben de kiesprocedure stopgezet met toepassing van artikel 78, par 1 bij gebrek aan enige kandidatenlijst? Graag een lijst van deze bedrijven.

5. Hoeveel bedrijven onder PC 124 met hoeveel stemgerechtigde werknemers hebben de kiesprocedure stopgezet met toepassing van artikel 78, par 2 bij gebrek aan kandidatenlijsten voor alle personeelscategorieën?

6. Hoeveel bedrijven onder PC 124 met hoeveel stemgerechtigde werknemers hebben de kiesprocedure stopgezet met toepassing van artikel 78, par 3 wegens de voordracht van een kandidatenlijst door slechts één representatieve organisatie?

7. Hoeveel bedrijven onder PC 124 met hoeveel stemgerechtigde werknemers hebben uiteindelijk effectief sociale verkiezingen gehouden, en hoeveel stemgerechtigde werknemers hebben effectief hun stem uitgebracht?

8. Is de minister van mening dat dit resultaat de bedoeling van de wet respecteert, namelijk dat het de bedoeling is dat zoveel mogelijk werknemers de kans krijgen in vrije en open verkiezingen hun werknemersafgevaardigden te kiezen?

Antwoord ontvangen op 29 september 2008 :

Het cijfermateriaal is afkomstig uit de gegevensbank die in het kader van de sociale verkiezingen binnen de dienst Inspraakorganen werd opgericht.

Deze gegevensbank bevat enkel gegevens over de ingestelde procedures zoals die door de ondernemingen zelf worden doorgegeven. Ze bevat geen overzicht of beeld van alle ondernemingen die eventueel in aanmerking zouden komen om verkiezingen te organiseren. Dit laatste ligt buiten de mogelijkheden van het huidige informaticasysteem.

Het al dan niet organiseren van sociale verkiezingen is afhankelijk van allerlei parameters (bijvoorbeeld uitzendkrachten, vervangingscontracten, ...) en deze zijn niet gekend door de overheid.

Het is mij bijgevolg niet mogelijk om op basis van de bedoelde gegevensbank te bepalen welke en hoeveel ondernemingen binnen de sector van het bouwbedrijf sociale verkiezingen dienen te organiseren met het oog op de oprichting van een inspraakorgaan en dienaangaande het door u gevraagde precieze cijfermateriaal mee te geven (cf. uw vragen 1 tot en met 3). Om hoger vermelde reden kan evenmin een volledig beeld worden gegeven van alle ondernemingen (en hun aantal stemgerechtigde werknemers) van de sector van het bouwbedrijf die de verkiezingsprocedure om de één of andere reden hebben stopgezet zonder toebedeling van mandaten (uw vragen 4 en 5).

De gegevensbank beschikt over cijfermateriaal aangaande mandaten die werden toebedeeld zonder voorafgaande stemming, doch deze gegevens worden niet gespecificeerd naar de bouwsector toe (uw vraag 6).

Gelet op de draagwijdte en bedoeling van de vermelde gegevensbank, is het mij ten slotte ook niet mogelijk om binnen het kader van deze gegevensbank relevante conclusies te trekken of uitspraken te doen aangaande de verhouding tussen het resultaat van de sociale verkiezingen en de bedoeling van de ter zake geldende wetgeving (cf. uw vraag 8).

Op basis van de gegevensbank, kan ik u evenwel meegeven dat er gedurende de sociale verkiezingen van het jaar 2008 binnen het paritair comité nr. 124 voor het bouwbedrijf, honderd vijfendertig ondernemingen sociale verkiezingen hebben georganiseerd.