SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2011-2012 Zitting 2011-2012
________________
16 janvier 2012 16 januari 2012
________________
Question écrite n° 5-5213 Schriftelijke vraag nr. 5-5213

de Sabine de Bethune (CD&V)

van Sabine de Bethune (CD&V)

au vice-premier ministre et ministre des Pensions

aan de vice-eersteminister en minister van Pensioenen
________________
Organes fédéraux de gestion - Composition - Équilibre entre hommes et femmes Federale beheersorganen - Samenstelling - Evenwicht tussen vrouwen en mannen 
________________
intégration des questions d'égalité entre les hommes et les femmes
gestion
égalité homme-femme
gendermainstreaming
beheer
gelijke behandeling van man en vrouw
________ ________
16/1/2012 Verzending vraag
21/2/2012 Antwoord
16/1/2012 Verzending vraag
21/2/2012 Antwoord
________ ________
Herindiening van : schriftelijke vraag 5-3210 Herindiening van : schriftelijke vraag 5-3210
________ ________
Question n° 5-5213 du 16 janvier 2012 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 5-5213 d.d. 16 januari 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

En ce qui concerne la composition des organes consultatifs fédéraux, un quota légal prescrit que ceux-ci ne peuvent compter plus de deux tiers des membres d'un même sexe. La loi du 20 juillet 1990 visant à promouvoir la présence équilibrée d'hommes et de femmes dans les organes possédant une compétence d'avis, modifiée en 1997 et en 2003, impose cette obligation.

En ce qui concerne la composition des organes fédéraux de gestion, aucune obligation légale n'existe, à la différence des niveaux flamand et bruxellois pour lesquels un équilibre entre hommes et femmes a été stipulé légalement tant pour les organes consultatifs que pour les organes de gestion.

J'aimerais néanmoins poser les questions suivantes :

1) Quels organes de gestion relèvent de votre compétence ? Pouvez-vous en donner la liste ?

2) En cette année 2011, quelle est la composition, ventilée par sexe, de chacun de ces organes de gestion? Puis-je vous demander de distinguer les membres effectifs, les membres suppléants et la présidence ?

 

Voor de samenstelling van de federale adviesorganen werd een wettelijk quotum opgelegd waardoor deze adviesorganen in principe uit niet meer dan twee derde leden van hetzelfde geslacht mogen bestaan. De wet van 20 juli 1990 ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid, gewijzigd in 1997 en 2003, legt een dergelijke verplichting op.

Wat de federale beheersorganen betreft, bestaat er geen dergelijke wettelijke verplichting, in tegenstelling tot het Vlaamse en Brusselse niveau waar zowel voor de adviesorganen als voor de beheersorganen een evenwicht tussen mannen en vrouwen wettelijk werd vastgelegd.

Desalniettemin, wil ik graag volgende vragen stellen:

1) Welke beheersorganen ressorteren onder uw bevoegdheid? Kan u er een lijst van geven?

2) Wat is anno 2011 de samenstelling van elk van die beheersorganen, rekening houdende met het evenwicht tussen vrouwen en mannen? Mag ik u verzoeken een onderscheid te maken tussen de effectieve leden, de plaatsvervangende leden en het voorzitterschap?

 
Réponse reçue le 21 février 2012 : Antwoord ontvangen op 21 februari 2012 :

A. Office National des Pensions.

1. En ce qui concerne l’Office national des Pensions, un seul organe de gestion relève de ma compétence. Cet organe est le Comité de gestion de l’Office national des Pensions.

2. La composition du Comité de gestion en 2011 est la suivante :

• présidence : 1 homme ;

• membres effectifs : 6 femmes et 8 hommes ;

• membres suppléants : 1 femme et 5 hommes.

B. Service des pensions du Secteur Public.

En ce qui concerne les pensions du secteur public, aucun organe de gestion ne relève de la compétence du ministre des Pensions.

A. Rijksdienst voor Pensioenen.

1. Wat betreft de Rijksdienst voor Pensioenen, ressorteert één enkel beheersorgaan onder mijn bevoegdheid. Dit orgaan is het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Pensioenen.

2. De samenstelling van het Beheerscomité in 2011 is de volgende :

• voorzitterschap : 1 man;

• effectieve leden : 6 vrouwen en 8 mannen;

• plaatsvervangende leden : 1 vrouw en 5 mannen.

B. Pensioendienst voor de Overheidsdiensten.

Wat de pensioenen van de overheidssector betreft, ressorteert geen enkel beheersorgaan onder de bevoegdheid van de minister van de Pensioenen.