SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2008-2009 Zitting 2008-2009
________________
8 janvier 2009 8 januari 2009
________________
Question écrite n° 4-2215 Schriftelijke vraag nr. 4-2215

de Pol Van Den Driessche (CD&V)

van Pol Van Den Driessche (CD&V)

au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes institutionnelles

aan de vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen
________________
Famille royale - Droits de succession Koninklijke Familie - Erfenisrechten 
________________
Roi et famille royale
impôt sur la transmission
Koning en Koninklijke familie
overdrachtsbelasting
________ ________
8/1/2009 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 12/2/2009 )
22/1/2009 Antwoord
8/1/2009 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 12/2/2009 )
22/1/2009 Antwoord
________ ________
Question n° 4-2215 du 8 janvier 2009 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 4-2215 d.d. 8 januari 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

L'article 172 de la Constitution est libellé comme suit: “Il ne peut être établi de privilège en matière d'impôts. Nulle exemption ou modération d'impôt ne peut être établie que par une loi.”.

Cet article est, selon moi, également applicable en matière de perception des droits de succession en cas de décès d'un membre de la Famille royale.

Dans le cadre de l'article de la Constitution susmentionné, je souhaite vous poser les questions suivantes :

1. Les membres de la Famille royale versent-ils des droits de succession lors du décès d'un proche ?

2. Des droits de succession ont-ils été versés lors du décès du roi Léopold III en 1983 et lors du décès du roi Baudouin en 1993 ?

 

Artikel 172 van de Grondwet luidt : "Inzake belastingen kunnen geen voorrechten worden ingevoerd. Geen vrijstelling of vermindering van belastingen kan worden ingevoerd dan door een wet.".

Dit artikel is naar mijn mening ook van toepassing op de inning van de erfenisrechten bij het overlijden van een lid de Koninklijke Familie.

In het kader van bovenstaande artikel uit de Grondwet wens ik u volgende vragen stellen :

1. Betalen de leden van de Koninklijk Familie erfenisrechten bij het overlijden van een naaste ?

2. Werden er erfenisrechten betaald bij het overlijden van koning Leopold III in 1983 en bij het overlijden van koning Boudewijn in 1993 ?

 
Réponse reçue le 22 janvier 2009 : Antwoord ontvangen op 22 januari 2009 :

1. L’article premier du Code des droits de succession prévoit qu’il est établi un droit de succession sur la valeur nette de tout ce qui est recueilli dans la succession d’un habitant du royaume. L’article 172 de la Constitution est clair quand il prévoit qu’une exemption ou modération d’impôt ne peut être établie que par une loi. Aucune disposition du Code précité ne contient une exemption ou modération à l’égard des membres de la Famille royale.

2. Il ne peut être répondu à la question posée par un tiers quant au paiement de droits de succession lors du décès de personnes déterminées sans violation du secret professionnel par le fonctionnaire fiscal compétent et sans porter atteinte à la protection de la vie privée. Ceci vaut également pour les décès des membres de la Famille royale.

1. Artikel 1 van het Wetboek der successierechten bepaalt dat een recht van successie wordt gevestigd op de nettowaarde van al wat uit de nalatenschap van een rijksinwoner wordt verkregen. Artikel 172 van de Grondwet is duidelijk waar het voorziet dat een vrijstelling of vermindering van belasting slechts kan worden ingevoerd door een wet. Voormeld Wetboek bevat geen enkele specifieke vrijstellings- of verminderingsbepaling ten aanzien van de leden van de Koninklijke Familie.
2. De vraag van een derde of er bij het overlijden van bepaalde personen erfenisrechten werden betaald kan niet worden beantwoord zonder schending van het beroepsgeheim door de bevoegde fiscale ambtenaar en zonder inbreuk te plegen op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Dit geldt ook voor overlijdens van leden van de Koninklijke Familie.