BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2019-2020
________
23 oktober 2019
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 7-103

de Stephanie D'Hose (Open Vld)

aan de minister van Begroting en van Ambtenarenzaken, belast met de Nationale Loterij en Wetenschapsbeleid
________
Federale musea en federale wetenschappelijke instellingen - Leidraad voor het afstoten van museale objecten - Eventuele verkoop van collectiestukken - Cijfers - Controle
________
museum
officiële statistiek
kunstvoorwerp
veiling
verkoop
federale wetenschappelijke en culturele instellingen
________
23/10/2019 Verzending vraag
20/12/2019 Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 7-103 d.d. 23 oktober 2019 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De Nederlandse musea werken bij het eventueel afstoten van een collectiestuk met een uniforme leidraad, de "Leidraad voor het afstoten van museale objecten" (LAMO) (cf. https://www.museumvereniging.nl/lamo leidraad afstoten museale objecten).

De LAMO omvat de elementen "voorbereiding", "selectie", "herplaatsen" en "afronding". Bij herplaatsen dient volgens de LAMO allereerst aan een ander Nederlands museum gedacht te worden, bij voorkeur om niet of tegen betaling van een "handling fee" (dit is een vergoeding voor de kosten van de afstoting). Pas daarna kan er sprake zijn van vervreemding (de overdracht van bezit in eigendom naar een ander) buiten de museumsector via schenking, ruil of verkoop bijvoorbeeld via een veiling. De afronding betreft onder andere de besteding van de opbrengsten.

De stukken die in de inventaris zijn opgenomen van de publieke collecties van de Belgische federale wetenschappelijke instellingen met een museale opdracht maken deel uit van het publiek domein en zijn dienovereenkomstig niet voor beslag vatbaar, onaantastbaar en onvervreemdbaar. In de huidige stand van de wetgeving kan een museum onmogelijk een stuk uit zijn collecties verkopen, uitwisselen of herbestemmen.

Ik weet dat er sinds verscheidene jaren wordt nagedacht hoe de wetgeving kan worden gewijzigd zodat die specifieke gevallen kunnen worden geregeld. Groot was mijn verbazing toen ik vernam dat er in een Brussels veilinghuis onlangs archiefstukken van het Koninklijk Museum voor Midden Afrika werd aangeboden. Het betrof manuscripten van officier Albert Lapière die in het verleden eigendom waren van het Koninklijk Museum voor Midden Afrika (cf. Het Nieuwsblad, 4 oktober 2019, "Klacht voor heling tegen Afrika Museum", blz. 5).

Transversaal karakter van de vraag: deze vraag betreft een transversale aangelegenheid met de Gemeenschappen (cultuur en media). De bescherming van ons cultuurpatrimonium is een gedeelde bevoegdheid waarbij het federale luik eerder de handhaving betreft. Federale musea en wetenschappelijke instellingen en het daarin opgenomen cultuurpatrimonium zijn ook federale bevoegdheden.

Graag had ik hieromtrent dan ook volgende vragen voorgelegd:

1) Hebben de federale musea en dit respectievelijk per musea voor de jongste vijf jaar objecten verkocht, herplaatst in een ander musea of laten veilen? Zo ja, kan u een gedetailleerde lijst geven van de objecten, wat er mee geschiedde en wat er gebeurlijk met de opbrengst gebeurde?

2) Werden er reeds vorderingen geboekt wat betreft het opstellen van richtlijnen of regelgeving voor de federale musea die eventueel een object zouden willen ruilen, herplaatsen of verkopen? Zo neen waarom niet en vindt u dit geen gebrek?

3) Wat vindt u van de Nederlandse aanpak die gebaseerd is op een uniforme leidraad voor het afstoten van museale objecten? Kan u de voor en de nadelen oplijsten? Bent u dit genegen? Zo neen, waarom niet? Zo ja, kan u toelichten of en hoe u een gelijkaardige richtlijn wenst te implementeren?

4) Kan u meedelen hoe een archiefstuk van het Koninklijk Museum voor Midden Afrika belandde op een verkoopscatalogus van een Brusselse veilingzaal? Was dit ontvreemd of betrof het een verkoop van het Museum zelf? Kan u dit toelichten?

Antwoord ontvangen op 20 december 2019 :

1) De collectiestukken van de federale wetenschappelijke instellingen (FWI’s) zijn publieke domeingoederen en behoren tot het patrimonium van de Staat. De FWI’s beheren deze goederen maar hebben geen bevoegdheid om over deze goederen te beschikken. Ze kunnen bijgevolg niet door hen verkocht worden of de eigendom ervan op enige andere wijze overdragen.

2) Op dit ogenblik is het, zoals in mijn antwoord op uw eerste vraag is gesteld, niet mogelijk om de eigendom van de collectiestukken over te dragen. Richtlijnen voor het ruilen of verkopen zijn nu dus niet aan de orde. Eigendomsoverdracht vereist een wettelijk kader. De opportuniteit hiervan en de uitwerking van eventuele modaliteiten vereisen een grondig onderzoek van de materie.

Het nemen van concrete initiatieven ter zake is tijdens een periode van lopende zaken niet mogelijk.

Het tijdelijk herplaatsen van stukken zonder eigendomsoverdracht is in ad hoc gevallen steeds mogelijk in het kader van door de FWI toegestane bruiklenen.

3) Het ontwikkelen van een algemeen kader voor een ontzamelingsbeleid als onderdeel van een globaal kader voor het beheer van het cultuurpatrimonium is een interessante piste die verdient nader bestudeerd te worden. Hiervoor is echter wetgeving vereist en er dient vooraf onderzocht te worden op welke wijze ontzameling kan worden uitgevoerd, zonder dat de integriteit van de collecties wordt aangetast. Het nemen van wetgevende initiatieven is in deze periode van lopende zaken echter niet mogelijk.

4) Het document waar u naar verwijst, behoort niet tot de collecties van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, maar was eigendom van een privéverzamelaar die op de veiling heeft verkocht aan de Fondation Sindika Bokolo. Het museum bezit wel een kopie van het document.