BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2012-2013
________
24 januari 2013
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-7924

de Guido De Padt (Open Vld)

aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen
________
Drugscontroles - Scholen - Cijfergegevens - Begeleiding - Urinetests - Gevolgen
________
verdovend middel
drugverslaving
onderwijsinstelling
officiŽle statistiek
________
24/1/2013 Verzending vraag
14/6/2013 Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-7924 d.d. 24 januari 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Drugscontroles in scholen worden alsmaar frequenter. Een stille drugshond snuffelt langs de leerlingen heen tot hij iets verdacht geroken heeft, maar ook een hond kan zich vergissen. Iemand die de avond voordien met dezelfde kleding bij drugsgebruikers was, maar zelf niet gebruikte, kan de geur van marihuana in zijn kleren hebben. Omgekeerd kan ook: als de drugsgebruiker fris gewassen is en propere kleren aanheeft, zal de hond niets ruiken.

Door de hogere frequentie van de controles, die door de scholen zelf worden aangevraagd, rijst de vraag of dit zomaar kan. Wat doet het psychisch met een kind van twaalf dat door een hond onterecht wordt aangeduid en een urinetest moet afleggen om zijn onschuld te bewijzen? Wordt op die manier de kans om met de jongere in dialoog te gaan de kop ingedrukt?

1) Zijn cijfergegevens beschikbaar over hoeveel leerlingen tijdens deze controles effectief op het bezit van drugs werden betrapt in de schooljaren 2009-2010, 2010-2011 en 2011-2012?

2) Worden de leerlingen die met drugs worden betrapt ook verder begeleid door interne of externe organisaties nadat een pv is opgemaakt? Worden ook de ouders, die misschien niet weten hoe ze dit probleem moeten aanpakken, hierbij betrokken?

3) Kinderen die door de drugshond worden aangewezen, worden onderzocht. Als geen drugs worden gevonden, wordt hen gevraagd een urinetest af te nemen. De jongeren hebben de kans om die te weigeren, maar zijn zij hiervan op de hoogte? Hoeveel urinetests werden in de voormelde schooljaren afgenomen en hoeveel werden er geweigerd? Is er een campagne die de leerlingen wijst op hun rechten en plichten tijdens een razzia?

4) Moet een school bepaalde bewijzen voorleggen of een dossier opstellen om aan te geven dat ze nood heeft aan een drugscontrole of kan de politie een razzia houden enkel en alleen op eenvoudige aanvraag van de school?

5) Is onderzoek verricht naar het psychologische effect van deze razzia's op de leerlingen?

Antwoord ontvangen op 14 juni 2013 :

1. en 3. De navolgende tabel herneemt het op datum van 16 november 2012 in de algemenen nationale gegevensbank aantal geregistreerde misdrijven inzake “Bezit van Drugs” met als bestemming van de pleegplaats “Onderwijsinstelling” op nationaal niveau voor de volledige jaren 2009, 2010 en 2011 alsook voor het eerste semester van 2012.


2009

2010

2011

2012

Bezit van drugs

312

449

370

293

2. Er zijn op centraal niveau geen gegevens beschikbaar. Het vaststellen van een drugsbeleid, behoort tot de bevoegdheden van de schoolinstellingen.Het lijkt mij opportuun dit drugbeleid in te bedden in een meer algemene visie op gezondheid en het niet enkel te richten op illegale drugs en verslavingen, maar evenzeer op producten zoals alcohol, tabak, medicatie enzovoort. In het drugbeleid is ook duidelijk wie wat doet en dat wordt via het schoolreglement duidelijk gemaakt. Zo is iedereen op de hoogte van wat er kan gebeuren. Ik denk te kunnen stellen dat scholen eerder begeleidend dan sanctionerend optreden.

4. In het raam van hun opdrachten inzake de handhaving van de openbare orde en van de veiligheid, hetgeen evenzeer de controle op de naleving van de wetten en reglementen en de preventie van misdrijven inhoudt, controleren de politiediensten de plaatsen waar ze wettelijk toegang tot hebben. Wanneer het om een private plaats gaat, hetgeen het geval is met een school (waarvan de toegang, met uitzondering van buitengewone omstandigheden zoals opendeurdagen en andere feesten en kermissen, gereserveerd is aan de personeelsleden en aan de leerlingen en hun ouders), mag de politie onder meer deze plaatsen betreden met toestemming of op verzoek van de persoon die het werkelijk genot heeft van deze plaatsen, in casu de directeur van de school of zijn gemachtigde.

De politiecontrole moet steeds beantwoorden aan de principes van proportionaliteit, subsidiariteit en opportuniteit, ongeacht of het initiatief tot deze controle van de politiediensten of van de schooldirectie komt. Niettegenstaande de schooldirectie geen dossier met bewijzen dient over te leggen, moeten de politiediensten altijd, op basis van concrete omstandigheden (reeds door de schooldirectie gedane vaststellingen, een doordringende geur, verdachte gedragingen die een indicatie zijn voor het gebruik of het verhandelen van drugs binnen de school of in de onmiddellijke omgeving ervan), redelijke gronden hebben om aan te nemen dat de openbare orde of de veiligheid bedreigd wordt of dat er misdrijven kunnen gepleegd worden.

De drugscontroles in scholen betreffen meestal geplande acties gericht op de hogere studiejaren die in overeenstemming met de richtlijnen van het parket geschieden.

Een hond de leerlingen laten besnuffelen is op zich geen dwangmaatregel die een specifieke wettelijke basis vereist. In de hypothese waarbij de hond reageert en aangeeft dat het de aanwezigheid van drugs heeft geroken, zijn de voorwaarden die het toelaten om de betrokken leerling gerechtelijk te fouilleren, vervuld (aanwijzingen dat de student overtuigingsstukken of bewijsmateriaal van een misdaad of wanbedrijf op zich heeft).

In elke geval waarbij ten aanzien van een minderjarige een dwangmaatregel wordt uitgevoerd, is het aan te raden om de persoon of personen die belast zijn met het toezicht op deze minderjarige (meestal, de ouders) te verwittigen. Wanneer de dwangmaatregel een vrijheidsberoving is, is de verwittiging van de ouders verplicht.

5. De federale politie heeft geen kennis dat er dergelijk onderzoek betreffende de mogelijke psychologische effecten van drugscontroles op minderjarigen bestaat.

Er is geen twijfel dat dergelijke drugscontroles op de minderjarigen, en dan vooral de minderjarige die door de hond aangeduid wordt, een indruk nalaten.

Het is niettemin belangrijk om met de betrokken leerling in dialoog te treden (te begrijpen waarom de hond hem heeft geviseerd) vooraleer over te gaan tot een dwangmaatregel. De aanwezigheid van een maatschappelijk assistent tijdens dergelijke drugscontroles kan nuttig zijn teneinde de dialoog te vergemakkelijken. Principes zoals actief luisteren, respectvol behandelen en empathisch denken, die tijdens de basisopleiding aan de politieambtenaren worden geleerd, dienen daarbij nagestreefd te worden.

Het gebruik van stille drugshonden is te verkiezen bij het zoeken naar drugs op personen (deze honden gaan zitten voor de persoon bij wie zij een verdachte geur waarnemen). De verplichting om opgehouden personen te beschermen tegen de publieke nieuwsgierigheid dient bij elk politieoptreden, dus ook bij de drugscontroles in scholen, te worden nageleefd.