BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2012-2013
________
24 januari 2013
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-7894

de Cťcile Thibaut (Ecolo)

aan de staatssecretaris voor Sociale Zaken, Gezinnen en Personen met een handicap, belast met Beroepsrisico's, en staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
________
Europees Ruimteagentschap (ESA) - Personeel - 'juste retour'-beginsel - Toepassing - Cijfers voor BelgiŽ
________
Europees Ruimteagentschap
________
24/1/2013 Verzending vraag
17/4/2013 Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-7894 d.d. 24 januari 2013 : (Vraag gesteld in het Frans)

Op 31 juli 1973 keurde de Europese Commissie de oprichting goed van het Europees Ruimteagentschap (ESA). BelgiŽ is een van de tien stichtende lidstaten. Dertig jaar later wordt ongeveer 90% van het budget, ongeveer 4 miljard euro, besteed aan contracten met de industrie, hoofdzakelijk op het domein van onderzoek en ontwikkeling. De ruimte-industrie creŽert in Europa niet minder dan 40.000 rechtstreekse en 250.000 onrechtstreekse jobs.

De werking van het ESA is gebaseerd op het 'juste retour'-beginsel. Op basis van dat beginsel wordt de financiŽle bijdrage van de staten aan de programma's van het Ruimteagentschap geacht overeen te stemmen met de investeringen van het ESA in de industrie van die staten .

Het 'juste retour'-beginsel geldt ook voor het personeel van het ESA. Volgens mijn informatie zou minder dan 5% van het ESA-personeel Belg zijn.

1) Kan de staatssecretaris toelichten hoe groot het aandeel is van de Belgische werknemers die werken voor het Europees Ruimteagentschap?

2) Als dat aandeel niet overeenstemt met het 'juste retour'-beginsel, wat zijn daarvan dan de redenen en hoe gaat de staatssecretaris die verhouding verbeteren?

Antwoord ontvangen op 17 april 2013 :

Het geachte lid vindt hierna het antwoord op haar vraag.

1. Met een financiële inbreng van zowat 6 % voor de periode 2010-2013 kan België, op grond van het principe van de billijke return en volgens de eigen berekeningen van de European Space Agency (ESA), aanspraak maken op 137 betrekkingen. Op 27 januari 2013 stelde de ESA 2 261 personen te werk, waarvan slechts 92 Belgen (4 % van het personeelsbestand). Volgens het voornoemde principe zouden er dus 45 Belgen extra bij de ESA mogen werken.

2. Aan die toestand liggen heel wat factoren ten grondslag, waaronder enerzijds de pensionering in de laatste jaren van heel wat Belgen met hoge verantwoordelijke functies binnen de ESA en anderzijds het lage aantal Belgische kandidaten voor de selectieproeven van de ESA, daar nauwelijks 2,1 % van de kandidaten voor het totaal aantal in 2011 toe te wijzen betrekkingen Belg was.

Er moeten op voorhand inspanningen worden geleverd om de zichtbaarheid van de ESA als werkgever te vergroten. De ESA gaat in samenwerking met het Federaal Wetenschapsbeleid (Belspo) een hele reeks initiatieven op het getouw zetten om haar aantrekkelijkheid in België alsook haar aanwezigheid op professionele jobbeurzen in onze universiteiten te versterken.

Belspo van zijn kant gaat er aandachtig op toekijken dat in het personeelsplan van de ESA geleidelijk aan een nieuw evenwicht tot stand komt ten voordele van landgenoten en dat maatregelen worden genomen om de positie van België op ruimtevaartgebied te kunnen versterken. Zo heeft de regel van een billijke return de opgang en de ontwikkeling in ons land mogelijk gemaakt van een industriële en wetenschappelijke sector van wereldklasse.

Wat het topmanagement bij de ESA betreft, blijft Belspo erop toezien dat minstens één Belg een van de (op dit ogenblik elf) directeursposten bekleedt, zoals dat sinds 2011 het geval is.

Bovendien is Belspo zich bewust van het nut om de bij de ESA werkende Belgen te "volgen" en hen zo in hun verdere loopbaan te begeleiden. Om die reden is Belspo van plan op die weg voort te gaan en die ondersteuning in de toekomst nog op te voeren.

In tegenstelling tot wat in een aantal lidstaten ter beschikking staat, beschikt de ESA in België slechts over één centrum van beperkte omvang, te weten dat van Redu. Een loopbaan bij de ESA staat derhalve haast automatisch gelijk met een vertrek uit België, wat inhoudt dat vooral jonge kandidaten met geen of weinig werkervaring en zonder familiale verplichtingen of financiële eisen het meest in aanmerking komen voor een loopbaan bij de ESA.

Tijdens de laatste ESA-ministerraad in Napels in november laatstleden, heeft mijn voorganger, de heer Paul Magnette, besloten jaarlijks een bedrag van 150 000 euro uit te trekken in de komende vijf jaar om in België een “National Trainee Programme” (NTP) op te zetten, naar het voorbeeld van wat al in andere ESA-lidstaten gebeurt. Dat NTP heeft tot doel jonge gediplomeerden een eerste werkervaring te laten opdoen bij de ESA als springplank voor een indiensttreding op langere termijn.

Dat is uiteraard een werk van lange adem waarvan de resultaten slechts geleidelijk aan in de komende jaren meetbaar zijn.