BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2012-2013
________
14 december 2012
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-7595

de Cécile Thibaut (Ecolo)

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen
________
Reclame voor alcoholhoudende dranken - Arnoldusconventie - Onderzoeks- en informatiecentrum van de Verbruikers-organisaties (OIVO) - Evolutie en hervorming
________
reclame
alcoholhoudende drank
consumentenorganisatie
bescherming van de consument
verkoopvergunning
minderjarigheid
________
14/12/2012 Verzending vraag
5/3/2013 Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-7595 d.d. 14 december 2012 : (Vraag gesteld in het Frans)

In februari stelde ik u een schriftelijke vraag (nr. 5-5535) over uw intenties met betrekking tot reclame voor alcoholhoudende dranken, na de beslissing van het Onderzoeks- en informatiecentrum van de Verbruikers-organisaties (OIVO) om zich terug te trekken uit het Alcoholconvenant.

In uw antwoord van 14 maart 2012 sprak u de wens uit om het Arnoldusconvenant te herzien met het oog op een verstrenging van de regels. Maar u zei toen ook al dat de wet van 24 januari 1977 bepaalt dat twee representatieve consumentenverenigingen het convenant moeten ondertekenen om het te kunnen institutionaliseren, wat na de terugtrekking van OIVO dus niet langer het geval was.

Na een ontmoeting met OIVO zei u in datzelfde antwoord: “Ik heb mijn diensten dus gevraagd om alle betrokken partijen het geamendeerde convenantontwerp en de goedepraktijkengids voor verder onderzoek te bezorgen. Er is ondertussen een voltallige vergadering in april gepland”. U besloot als volgt: “Indien dit overleg met het oog op het uitvoeren van een efficiëntere en strengere autoregulering mislukt, zullen we uiteraard andere en meer dwingende maatregelen moeten overwegen”.

1) Die overlegvergadering vond acht maanden geleden plaats. Kunt u mij zeggen hoever intussen de eventuele hervorming van de reclame voor alcohol gevorderd is?

2) Valt te verwachten dat OIVO opnieuw een partner wordt van het Arnoldusconvenant?

3) Zo ja, wat zijn de voornaamste wijzigingen die gepland zijn inzake de reglementering van alcoholreclame? Wanneer denkt u dat het nieuwe convenant klaar zal zijn?

3) Zo niet, bent u nog steeds van plan om strengere regels in te voeren? Zo ja, welke en wanneer?

Antwoord ontvangen op 5 maart 2013 :

1) Zoals u vermeldt, werd in het voorjaar van 2012 de procedure opgestart tot herziening en verbetering van het Convenant inzake reclame voor en marketing van alcoholhoudende dranken. Er werd over een nieuwe versie van deze tekst onderhandeld door alle ondertekenende partijen van dit convenant. De nieuwe tekst werd afgewerkt en op 25 januari 2013 ondertekend. 

2) Het Onderzoeks- en informatiecentrum van de verbruikersorganisaties (OIVO) heeft aan de onderhandelingen deelgenomen en de tekst op 25 januari ondertekend. 

3) Het nieuwe convenant blijft gebaseerd op het vorige en op het principe van autoregulering door de sector. Er werden echter substantiële verbeteringen aangebracht aan de inhoud en de duidelijkheid van de geldende regels, alsook aan het controlesysteem met betrekking tot het convenant. Wat de technische aspecten van de tekst betreft, werden onder meer artikel 2 betreffende reclame op de werkplaats, artikel 3 dat onder meer handelt over de inhoud van de reclame en verwijzingen naar sociale of seksuele successen en artikel 5 betreffende het op de markt brengen, uitgebreid. Wat de procedure betreft, werd artikel 13 gewijzigd, onder meer met het oog op het versterken van de maatregelen in geval van recidive vanwege de adverteerder of van niet-naleving door de adverteerder van een beslissing van de Jury voor Ethische Praktijken inzake Reclame (JEP). Daarnaast werd ook een gids voor goede praktijken met betrekking tot de toepassing van het Convenant inzake reclame voor en marketing van alcoholhoudende dranken als bijlage bij het convenant gevoegd. 

4) Gelet op het welslagen van dit herzieningsproces, is het belangrijk om dit nieuwe convenant in te voeren en om de resultaten ervan in de komende maanden en jaren ten volle te evalueren. Twee jaar na de invoering van het nieuwe convenant zal een grondige evaluatie moeten worden uitgevoerd om na te gaan of er, ondanks deze verbeteringen aan het autoregulerend systeem, meer dwingende maatregelen nodig zijn.