BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2011-2012
________
13 april 2012
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-6061

de Guido De Padt (Open Vld)

aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen
________
Schoolverzuim - Samenwerking tussen scholen en politiediensten - Aanspreekpunten
________
schoolbezoek
onderwijsinstelling
gemeentepolitie
jeugdcriminaliteit
strijd tegen de misdadigheid
________
13/4/2012 Verzending vraag
26/10/2012 Antwoord
________
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-6062
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-6061 d.d. 13 april 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In 2006 vaardigde de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken de omzendbrief PLP 41 uit, tot versterking en/of bijsturing van het lokale veiligheidsbeleid en de specifieke aanpak van de jeugdcriminaliteit, met in het bijzonder een aanspreekpunt voor de scholen. Het doel van deze omzendbrief was een betere samenwerking tussen de scholen en de politie in de aanpak van jeugdcriminaliteit en aanverwante fenomenen zoals spijbelen.

Volgens de omzendbrief moeten scholen en politie samen werken aan een veilige schoolomgeving. Daartoe werd aan de politie gevraagd te voorzien in één vast aanspreekpunt voor de scholen en met de scholen van haar grondgebied een overeenkomst te sluiten waarin de gemaakte afspraken worden vastgelegd.

In de meeste politiezones is er inmiddels een aanspreekpunt aangeduid. In heel wat zones werden tevens samenwerkingsprotocollen gesloten. Een goede invulling van de samenwerking tussen scholen en politiediensten is erg belangrijk. Zij kan effectief een rol vervullen in de preventie van jeugdcriminaliteit en aanverwant gedrag op school, zoals spijbelen.

De omzendbrief bepaalt dat de strijd tegen jeugdcriminaliteit in ons land gestoeld is op twee assen. De eerste as betreft de sociale preventieve maatregelen. Dat moet ervoor zorgen dat jongeren over één of meerdere sociale vangnetten beschikken en dus niet afglijden in de criminaliteit.

De tweede as is gebaseerd op een brede waaier van maatregelen die eerder te situeren zijn op het vlak van de ordehandhaving, zowel de openbare orde als het straf- en jeugdrecht en het administratief recht. Voor wat betreft het wetgevende kader van de aanpak van schoolverzuim, geldt de wet op de leerplicht. Deze wet stelt inbreuken op de verplichtingen strafbaar in hoofde van de personen die de ouderlijke macht uitoefenen of in rechte of in feite de leerplichtige onder hun bewaring hebben.

Ernstig schoolverzuim kan daarenboven wijzen op een situatie waarbij de minderjarige in een problematische opvoedingssituatie verkeert en een toepassing van het jeugdrecht zich opdringt. De politie moet dan het jeugdparket verwittigen.

In dit kader stelde ik graag de volgende vragen aan de minister:

1. Beschikt de bevoegde minister over cijfers voor de periode 2008- 2011 betreffende het aantal meldingen bij de politie van schoolverzuim, uitgesplitst per maand?

2. Hoeveel en welke politiezones beschikken nog niet over een vast aanspreekpunt voor de scholen en/of over een overeenkomst waarin de gemaakte afspraken zijn vastgelegd? Wat zijn volgens de minister de redenen daarvoor?

3. Hoe evalueert de minister de samenwerking tussen de scholen en de politiediensten in het vervullen van de preventie van jeugdcriminaliteit en aanverwant gedrag op school, in het bijzonder voor spijbelen?

4. Beschikt de bevoegde minister over cijfergegevens voor dezelfde periode als in vraag 1, voor wat betreft het aantal doorverwijzingen naar het straf- en jeugdrecht, het aantal vervolgingen en veroordelingen voor inbreuken op de wet op de leerplicht inzake schoolverzuim?

5. Kan de minister, binnen haar bevoegdheidsdomein, aangeven welke concrete maatregelen zij eventueel noodzakelijk acht om de problematiek van het spijbelen aan te pakken? Ziet ze bijvoorbeeld heil in een administratieve aanpak via de gemeentelijke administratieve sancties?

Antwoord ontvangen op 26 oktober 2012 :

1. De geïntegreerde politie beschikt niet over deze cijfers. 

2. Er is niet langer een centralisatie van de gevraagde gegevens. Ik kan u zeggen dat een onbepaald aantal politiezones het aanspreekpunt niet formeel hebben geïmplementeerd. Echter, zoals iedere burger en zeker de bedrijven, hebben scholen een bevoorrechte aanspreekpunt in de persoon van hun wijkinspecteur en/of in sommige zones de “Jeugddienst” of de dienst “Slachtofferbejegening”. Deze contactpunten zijn niet formeel/afzonderlijke maar maken deel uit van het wederkerend pakket van de aangehaalde personen of diensten. 

3. In heel wat gemeenten en politiezones zijn lokale afspraken gemaakt tussen scholen, CLB’s politie en parket omtrent de aanpak van spijbelen.  Deze afspraken werden niet steeds formeel vastgelegd in een protocolovereenkomst.

De initiatieven die lokaal worden genomen zijn zeer uiteenlopend en kunnen zowel preventief als repressief van aard zijn.

Enkele voorbeelden van acties :

- sensibiliseren voor het fenomeen van steaming;

- sensibiliseren voor het gevaar van wapens;

- MEGA (Mijn Eigen Goed Antwoord), project rond assertiviteit voor kinderen in het laatste jaar van basisonderwijs;

- politieacties zoals gerichte patrouilles in buurten gekend door overlast, hangjongeren, enz.;

- gerichte politieacties op de actieve controle op spijbelende jongeren;

- enz. 

4. De vraag behoort tot de bevoegdheid van de minister van Justitie. 

5. Momenteel is spijbelen een strafrechtelijk sanctioneerbare gedraging zodat de Minister van Binnenlandse Zaken hieromtrent op zich geen bevoegdheid heeft.

De regering onderzoekt het nut om dergelijk gedrag administratief te sanctioneren via de gemeentelijke administratieve sancties. Er dient inderdaad enige voorzichtigheid aan de dag worden gelegd in de mate men twee zaken niet met elkaar mag verwarren, met name enerzijds de mogelijke overlast die spijbelaars veroorzaken en anderzijds de aanpak van het spijbelen op zich. De mogelijke overlast van spijbelaars kan via gemeentelijke administratieve sancties aangepakt worden ; de aanpak van spijbelgedrag op zich, is een andere zaak en men zich de vraag stellen of er niet meer aangepaste middelen voorhanden zijn om de problematiek van het spijbelgedrag aan te pakken dan het louter via administratieve weg sanctioneren. Bovendien dient de belangrijke rol die de Gemeenschappen in deze aangelegenheden spelen, met name met betrekking tot de aanpak van het afhaken op school, te worden benadrukt.