BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2011-2012
________
18 januari 2012
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-5309

de Martine Taelman (Open Vld)

aan de minister van Overheidsbedrijven, Wetenschapsbeleid en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden
________
Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen - Spoorwegnet - Oude spoorlijnen - Infrastructuur in ongebruik - Eigenaar - Fonds voor de Spoorweginfrastructuur - Nieuwe functie - Reactivatie - Beleid
________
Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen
spoorwegnet
transportinfrastructuur
landinrichting
fietspad
________
18/1/2012 Verzending vraag
29/8/2012 Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-5309 d.d. 18 januari 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Tijdens de 19e eeuw bezat België het meest intense spoorwegnetwerk ter wereld. Na de Tweede Wereldoorlog werden verschillende minder rendabele verbindingen stelselmatig afgestoten. Als gevolg daarvan ligt België bij wijze van spreken bezaaid met oude spoorlijnen. Velen daarvan kregen de laatste jaren een nieuwe functie als fiets- en voetgangersverbinding. De Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) bleef veelal echter wel eigenaar van het tracé van de vroegere verbinding. Daarmee is de NMBS één van de grootste grondeigenaars van het land.

Graag kreeg ik dan ook van de geachte minister een antwoord op de volgende vragen:

1) Welke (voormalige) spoorwegverbindingen die niet meer in gebruik zijn voor reizigers) of goederenvervoer zijn op dit moment in eigendom van de NMBS-groep en zijn entiteiten of worden er ter beschikking gesteld door het Fonds voor de Spoorweginfrastructuur? Over welke oppervlakte/ hoeveel lopende kilometers lijninfrastructuur handelt dit?

2) Welke (voormalige) spoorwegverbindingen die niet meer in gebruik zijn, zijn op dit moment omgevormd tot voetgangers- of fietsverbinding? Hoeveel kilometers voetgangers- en fietsverbindingen zijn intussen op gronden van de NMBS aangelegd?

3) Welke (voormalige) spoorwegverbindingen die niet meer in gebruik zijn, beschikken nog over de originele spoorweginfrastructuur? Welke verbindingen hiervan worden ter beschikking gesteld van derde partners, zoals groeperingen van spoorwegliefhebbers?

4) Welke (voormalige) spoorwegverbindingen die niet meer in gebruik zijn, worden aangehouden met het oog op een eventuele reactivatie?

5) Is de geachte minister van oordeel dat het in eigendom houden van voormalige spoorweginfrastructuur, die inmiddels voor andere doelstellingen in gebruik is (zoals fietspaden) en waarvoor noch op korte termijn noch op lange termijn plannen voor reactivatie bestaan, een kerntaak is van de NMBS? Wordt een vervreemding van deze eigendommen in overweging genomen?

Antwoord ontvangen op 29 augustus 2012 :

1. en 2. Alle buitendienstgestelde spoorlijnen behoren in principe in eigendom toe aan de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS)-Holding. Het FSI heeft geen verlaten spoorbeddingen in eigendom. Infrabel heeft enkel lijn 20 in eigendom omdat daar op termijn een reactivatie gepland is. Het aantal lopende kilometers buitendienstgestelde spoorlijnen in eigendom van de NMBS-Holding zijn:

  • Vlaanderen: ± 348 km;

  • Brussel: ± 4,5 km;

  • Wallonië: ± 800 km.

Van deze lijnen zijn of zullen volgend aantal kilometers omgevormd worden tot wandel-, fiets- of ruiterpad (RAVEL):

  • Vlaanderen: ± 257 km;

  • Brussel: ± 3 km;

  • Wallonië: ± 700 km waarvan er voor 500 km spoorlijnen al erfpachten met het Waals Gewest “Réseau autonome de voies lentes”(RAVeL) zijn afgesloten;

3. De vierde opdracht van openbare dienst uit het beheerscontract tussen de Belgische Staat en de NMBS-Holding betreft ‘het behoud van het historisch patrimonium betreffende de spoorwegexploitatie’. In die zin worden de buitendienstgestelde spoorlijnen beheerd door de NMBS-Holding en ter beschikking gesteld aan toeristische verenigingen. Het gaat over:

  • lijn 21 Waterschei –Eisden;

  • lijn 52 Baasrode – Puurs;

  • lijn 58 Eeklo – Maldegem;

  • lijn 128 Brabant – Evrehailles Bauche;

  • lijn 132 Mariembourg – Treignes.

4. Alle voormalige spoorwegverbindingen waarvan de bedding nog continu is, worden in se aangehouden binnen de NMBS-groep (Beslissing Raad van Bestuur van 19 juli 1996). De continue beddingen worden meestal via precaire langdurige contracten ter beschikking gesteld van de overheden (Provincies, steden, gemeenten) die er fiets- en wandelpaden op aanleggen.

Voor Wallonië is er een kaderovereenkomst afgesloten met het Waals Gewest met het oog op het aanleggen van fiets- en wandelpaden (RAVeL). Deze lijnen worden via erfpachtovereenkomsten van negenennegentig jaar ter beschikking gesteld van het Waals Gewest. Percelen die geen deel uitmaken van deze erfpachtovereenkomsten worden door de NMBS-Holding gevaloriseerd in samenwerking met de lokale en regionale besturen.

5. Indien de kans op reactivatie van de spoorlijn nihil is, valt een verkoop van de bedding steeds te overwegen. Zo heeft de NMBS-Holding in 2009, 2010 en 2011 een aantal continue en discontinue spoorbeddingen die ingericht zijn als fietspad verkocht aan de provincie West-Vlaanderen. Voor de continue beddingen werd wel een wederinkoop ten voordele van de NMBS-groep voorzien mocht er toch ooit een reactivatie van de lijn overwogen worden.