BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2011-2012
________
2 december 2011
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-3903

de Guido De Padt (Open Vld)

aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven
________
mogelijke efficiŽntiewinsten en herstructureringen bij de NMBS
________
Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen
onderneming in moeilijkheden
financiŽle situatie
spoorwegstation
________
2/12/2011 Verzending vraag
7/12/2011 Dossier gesloten
________
Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-1291
Heringediend als : schriftelijke vraag 5-3969
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-3903 d.d. 2 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Uit een benchmark van het VBO blijkt dat de NMBS-groep, ondanks het feit dat de groep er de laatste jaren in slaagde haar personeelsbestand te doen dalen, qua efficiŽntie een achterstand heeft op de Nederlandse en Zwitserse spoorwegondernemingen. De studie stelt ook dat er in de komende jaren een groot potentieel bestaat om de noodzakelijke transitie door te voeren zonder sociaal bloedbad. Een groot aantal personeelsleden wordt namelijk verondersteld met pensioen te vertrekken.

Volgens de studie mag ervan worden uitgegaan dat de pijnpunten zich voordoen op de volgende domeinen. In de eerste plaats moet de NMBS zich afvragen wat haar kerntaken zijn. De NMBS-groep zal een onderscheid moeten maken tussen dienstverlening die noodzakelijk is en dienstverlening die leuk is om te hebben maar niet noodzakelijk. Ze kunnen zich bijvoorbeeld de vraag stellen of bepaalde stations niet beter worden gesloten en sommige treinen niet beter afgeschaft en vervangen door goedkopere alternatieven.

Uit een enquÍte van reizigersvereniging TreinTramBus blijkt echter dat 66 procent zijn treinticket het liefst aan het loket koopt en dat een automaat nooit evenveel informatie kan geven als een loketbediende. De reizigers vrezen ook dat de automaat hen met het verkeerde ticket zal opschepen. Jaarlijks zouden meer dan 650.000 loketverrichtingen op een andere manier moeten gebeuren: aan de automaat of in andere stations waar wel nog spoorpersoneel achter het loket zit. Daar kunnen de wachtrijen en de afstandelijkheid bijgevolg alleen maar toenemen.

De NMBS-groep zou volgens de VBO-studie, ten tweede, een andere outsourcingspolitiek moeten voeren. Het resultaat van een overdreven insourcingspolitiek is bijna altijd een zeer grote handicap op het gebied van flexibiliteit en overdreven kosten zonder dat daar noodzakelijkerwijs een betere dienstverlening tegenover staat. Meer outsourcing is dus de boodschap. Bovendien zou dit extra zuurstof kunnen geven aan het economisch weefsel in ons land (zie : Geert Vancronenburg, Aanzienlijke efficiŽntiewinsten mogelijk bij de NMBS-Groep, VBO-analyse, 01/10/2011, p 6- 8).

Het is bekend dat de NMBS-groep over een aantal dochterondernemingen beschikt en dat er ook heel wat kleindochters bestaan. Naast de reeds aangehaalde problemen stelt zich evenzeer de vraag of al deze ondernemingen het beleid van de NMBS Groep uiteindelijk niet al te ondoorzichtig maken. Bovendien kunnen we ons ook afvragen of de investeringen wel voldoende toegevoegde waarde creŽren in functie van de core business van de NMBS Groep.

Een vereenvoudiging van de structuur, ten derde, zou volgens het VBO de interne werking van de NMBS-groep ook alleen maar kunnen verbeteren. De minister gaf recent zelf ook aan dat ze ervan is overtuigd dat de huidige structuur niet deugd en dat een hervorming dringend noodzakelijk is (zie Eric Donckier, Spoor moet weer ťťn bedrijf worden, het Belang van Limburg, 3 augustus 2011). De huidige drieledige structuur dient inderdaad te worden hervormd tot een tweeledige structuur met een infrastructuurbeheerder en een operator, onafhankelijk van elkaar, waarbij duidelijke en ambitieuze regels dienen te worden vastgelegd omtrent samenwerking en coŲrdinatie op alle vlakken.

Volgens de minister moet het structuurdebat dan weer vooral gericht zijn op responsabilisering in plaats van op de kosten. Het moet veel meer gaan over wie wat in de hand heeft en wie waar verantwoordelijk voor is zodat, als er zaken mislopen, de verantwoordelijken kunnen worden aangewezen. Volgens haar zijn de verschillende entiteiten vandaag nog te veel afhankelijk van elkaar en dat leidt soms tot een moeilijke besluitvorming. Ze was dan ook van mening dat dit zeker kan worden verbeterd (zie mondelinge vraag nr. 5-201).

Volgens het VBO dient in het volgende regeerakkoord een expliciete passage worden opgenomen die stelt dat de NMBS-groep een efficiŽntieprogramma moet doorvoeren die een besparing van enkele honderden miljoenen euro moeten opleveren. Deze hervormingen zijn immers noodzakelijk om in de toekomst hoogkwalitatief en efficiŽnt spoorverkeer tegen een competitieve prijs te kunnen blijven aanbieden. Maar ook om bij te dragen aan de sanering van de begroting en ter voorbereiding op de liberalisering van het binnenlands reizigersvervoer (zie Geert Vancronenburg, op . cit).

In antwoord op eerdere mondelinge vragen (nr. 5-201 & 5-162) in de plenaire vergadering liet de minister optekenen dat ze heeft gevraagd om prioriteit te geven aan efficiŽntiewinsten die de globale dienstverlening aan de reizigers niet beÔnvloeden. EfficiŽntiewinsten mogen volgens haar ook in de dienstverlening echter geen taboe zijn. Als die efficiŽntiewinsten niet kunnen worden geboekt, is het voor haar duidelijk dat de doelstellingen nooit zullen worden gehaald.

Er kunnen echter nog maatregelen worden getroffen om de NMBS-groep financieel gezonder te maken. Volgens de gedelegeerd bestuurder van de NMBS is de intragroepstarificatie voor de infrastructuurheffing ťťn van de factoren die de productiekosten beÔnvloeden. De tarieven die de NMBS aan Infrabel, de infrastructuurbeheerder, moet betalen zouden veel te hoog zijn, zeker in vergelijking met de ons omliggende landen. Vooral het feit dat de NMBS enkel bij Infrabel kan aankloppen voor de levering van hun diensten zou de tarieven de hoogte in jagen.

In dit kader graag een antwoord op volgende vragen:

1) Erkent de minister dat de NMBS-groep in ons land qua efficiŽntie een achterstand heeft op de Nederlandse en Zwitserse spoorwegondernemingen? Is zij ook van mening dat de NMBS-groep een efficiŽntieprogramma moet doorvoeren die een besparing van enkele honderden miljoenen euro moet opleveren? Acht de minister het aangewezen dit in het volgende regeerakkoord op te nemen? Heeft de minister zelf een visie over hoe het efficiŽntieprogramma er volgens haar zou moeten uitzien? Kan zij haar visie toelichten?

2) Is de minister ook van mening dat er een groot potentieel bestaat om de noodzakelijke transitie door te voeren zonder sociaal bloedbad aangezien er en groot aantal personeelsleden wordt verondersteld met pensioen te vertrekken de komende jaren? Hoe wil zij die transitie dan precies vorm geven vanuit dit gegeven? Kan zij een concreet plan van aanpak voorstellen?

3) Deelt de minister de visie dat de NMBS-groep zich in de eerste plaats moet afvragen wat haar kerntaken zijn en zich daarop moet concentreren? Is zij bijgevolg ook van oordeel dat de groep een andere outsourcingspolitiek moeten voeren? Stelt zich hier inderdaad niet de vraag of al de dochter- en kleindochterondernemingen het beleid van de NMBS Groep niet al te ondoorzichtig maken en of deze wel voldoende toegevoegde waarde creŽren in functie van de core business van de NMBS Groep?

4) Ziet de minister heil in de hervorming van de NMBS-groep tot een tweeledige structuur met een infrastructuurbeheerder en een operator, onafhankelijk van elkaar, waarbij duidelijke en ambitieuze regels worden vastgelegd omtrent samenwerking en coŲrdinatie op alle vlakken? Of blijft de minister bij haar standpunt dat het structuurdebat vooral moet zijn gericht op responsabilisering in plaats van op de kosten? Blijft zij er verder van overtuigd dat de verschillende entiteiten vandaag nog te veel afhankelijk zijn van elkaar en dat dit soms leidt tot een moeilijke besluitvorming? Op welke wijze wil zij deze situatie dan concreet verbeteren?

5) Erkent de minister dat de tarieven die de NMBS aan Infrabel, de infrastructuurbeheerder, moet betalen veel te hoog zijn? Welke maatregelen heeft zij in gedachten om daaraan te verhelpen?