BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2010-2011
________
4 maart 2011
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-1644

de Sabine de Bethune (CD&V)

aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking, belast met Europese Zaken
________
De instructies aan de attachés die als leidraad dienen voor de Indicatieve Samenwerkingsprogramma's in de ontwikkelingssamenwerking
________
gendermainstreaming
sociale economie
rechten van het kind
ontwikkelingshulp
Commissie voor ontwikkelingsbijstand
aids
gelijke behandeling van man en vrouw
governance
________
4/3/2011 Verzending vraag
20/4/2011 Antwoord
________
Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-484
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-1644 d.d. 4 maart 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In 1999 werden de prioriteiten en basisprincipes van de Belgische ontwikkelings-samenwerking in een wet vastgelegd, waarmee België zijn internationaal samenwerkings-beleid een duidelijk wettelijk kader verleende.

In die wet worden 4 transversale thema's benoemd waarmee doorheen alle sectoren van de Belgische ontwikkelingssamenwerking rekening gehouden moet worden: gelijke kansen en rechten voor mannen en vrouwen (gender), zorg voor het leefmilieu, de promotie van sociale economie en kinderrechten. Naast de Wet vormen ook de beleidsnota's een toonaangevend kader voor de Belgische ontwikkelingssamenwerking.

De actualiteit heeft er voor gezorgd dat ook aids prominent op de agenda van de Belgische ontwikkelingssamenwerking terecht kwam. De minister heeft zelf meermaals aangegeven, onder andere in antwoorden op parlementaire vragen, dat aids een transversaal thema is. In de aidsbeleidnota, die het kader vormt van het aidsbeleid van de Belgische ontwikkelingssamenwerking, wordt aids expliciet als transversaal thema naar voren geschoven. Verder is aids een thematisch aandachtspunt bij de beoordeling van NGO-programma's en schuift ook de BTC, die recent een aidsexpert aanstelde, aids naar voor als thema.

In de instructies voor de attachés die als leidraad dienen voor de Indicatieve Samenwerkingsprogramma's (ISP) met de partnerlanden wordt evenwel enkel 'gender' en 'klimaat' naar voor geschoven als prioriteit. Ook 'governance' wordt naar voor geschoven als prioritair thema. Deze keuze wordt verdedigd door te verwijzen naar de Wet op de Internationale Samenwerking en de peer review van de OESO-DAC.

Die argumenten houden mijns inziens maar beperkt steek aangezien:

- er algemene consensus bestaat om de wet op de Internationale samenwerking te actualiseren;

- 'governance' naar voor geschoven wordt als prioriteit hoewel dit geen wettelijk verankerd transversaal thema is;

- naast de wet ook de beleidsnota's een toonaangevend kader vormen voor de Belgische ontwikkelingssamenwerking, o.m. de beleidsnota HIV/Aids, de nota Kinderrechten, …

Aangezien de Indicatieve Samenwerkingsprogramma's de intentie hebben om te fungeren als referentiekader voor de directe en indirecte bilaterale samenwerking is het belangrijk dat alle transversale thema's - dus ook HIV/aids, kinderrechten en sociale economie - opgenomen worden als prioritair. Zeker ook gelet op de enorme expertise op het vlak van HIV/Aids en kinderrechten in België bij de indirecte actoren kan de Belgische ontwikkelingssamenwerking wel degelijk een meerwaarde bieden op deze thema's.

Graag kreeg ik daarom van de Minister een antwoord op de volgende vragen:

- Waarom werden niet alle transversale thema's als prioritair naar voren geschoven in de nota 'Instructies voor de attachés' die als leidraad dient voor de onderhandelingen die leiden naar de indicatieve samenwerkingprogramma's?

- Is de Minister bereid dit te wijzigen en alle transversale thema's, met inbegrip van hiv/aids, kinderrechten en sociale economie, als prioriteit te hanteren binnen het proces dat naar de indicatieve samenwerkingsprogramma's leidt?

Antwoord ontvangen op 20 april 2011 :

Ik kan het geachte lid, in antwoord op zijn vraag, volgende elementen meedelen.

De instructie voor het voorbereiden van gemengde commissies heeft in de eerste plaats als bedoeling de processen te verduidelijken en te standaardiseren: welke opeenvolgende fasen, welke documenten moeten opgemaakt worden, inhoudsopgaven van deze documenten, overlegmomenten met andere actoren, enz.

Deze instructies zijn geen beleidsnota, en vervangen dus niet de beleidsnota's over sectoren en thema's die door Ontwikkelingssamenwerking zijn opgesteld.

Het is overigens niet correct dat de transversale thema's van de wet niet vermeld worden in de instructie. Paragraaf 6 van bladzijde 3 vermeldt de vier transversale thema's van de wet Internationale samenwerking. Human Immunodeficiency Virus (HIV)-Acquired immune deficiency syndrome (AIDS) is niet als transversaal thema opgenomen in de wet van 1999. Maar het is duidelijk dat de ambassades er bij het opstellen van de basisnota in de eerste fase van de voorbereiding van de gemengde commissie er aandacht voor moeten hebben. Ze moeten immers de mate van verwezenlijking van de MDG's in het partnerland bestuderen, en zoals u wellicht weet, hebben meerdere van deze doelstellingen betrekking op de AIDS-problematiek. Bovendien lijkt het me onmogelijk om de gender-problematiek in een land te analyseren, en daarbij het onderwerp HIV-AIDS niet aan te raken.

Het is inderdaad correct dat de DAC Peer Review een aanbeveling heeft opgenomen dat de Belgische bilaterale samenwerking in de eerstvolgende jaren een bijkomende inspanning moet doen op twee thema's: gender en gouvernance. Deze aanbeveling is verwerkt in de instructie voor het voorbereiden van de gemengde commissies.

Wat betreft gender, stelde de DAC vast dat het thema inderdaad systematisch wordt behandeld in basisnota's, in formuleringsdossiers, etc., maar dat de kwaliteit van de analyses zeer variabel is. Vandaar de aanbeveling van de DAC dat er een bijkomende inspanning nodig is.

Wat betreft gouvernance, heeft de aanbeveling van de DAC te maken met het feit dat nogal wat partnerlanden van de Belgische bilaterale samenwerking behoren tot de groep van fragiele staten, en tot post-conflict landen. In deze landen is een business as usual-aanpak niet mogelijk. DAC geeft dan ook als aanbeveling dat ter voorbereiding van projecten en programma's systematisch een politieke en institutionele analyse moet gebeuren.

Gezien deze vaststelling van de DAC, was het logisch om daar in de instructie voor de gemengde commissies de aandacht op te trekken. Externe evaluaties hebben maar zin als de aanbevelingen ervan in het beleid worden vertaald.