BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2007-2008
________
13 februari 2008
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-347

de Pol Van Den Driessche (CD&V N-VA)

aan de minister van Economie, Zelfstandigen en Landbouw
________
Zelfstandigen - Inkomenscompensatievergoeding ten gevolge van werken - Evaluatie
________
zelfstandig beroep
openbare werken
detailhandel
administratieve formaliteit
kleine en middelgrote onderneming
vergoeding
financieel verlies
Federaal Dienstencentrum
officiėle statistiek
geografische spreiding
________
13/2/2008 Verzending vraag
12/3/2008 Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-347 d.d. 13 februari 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De wet van 3 december 2005 betreffende de uitkering van een inkomenscompensatie-vergoeding aan zelfstandigen die het slachtoffer zijn van hinder ten gevolge van werken op het openbaar domein geeft aan zelfstandigen een inkomenscompensatie bij hinder uit openbare werken.

Vanaf 1 juli 2006 hebben de bouwheren (zowel publiekrechtelijke als privaatrechtelijke rechtspersonen) hiervoor stortingen kunnen of moeten doen in een bij het Participatiefonds ondergebracht compensatiefonds.

Kunt u mij meedelen welke budgettaire impact deze maatregel ondertussen heeft gehad. In dit verband kreeg ik graag zicht op de stortingen verricht door de betalers van bijdragen en tevens op de vergoedingen betaald aan de inkomenstrekkers.

De cijfers voor de bouwheren kreeg ik graag opgesplitst tussen de publiekrechtelijke en de privaatrechtelijke, en dit telkens per gewest.

De cijfers voor de inkomenstrekkers bekom ik graag opgesplitst volgens de Nace-beroepencode en dit eveneens per gewest.

Kan de geachte minister mij tevens antwoorden op de vraag hoe en door wie in de praktijk nagegaan wordt of de aanvrager effectief stopgezet heeft en geen ander inkomen geniet?

In welke mate richten de aanvragers zich ook tot enerzijds de Commissie voor vrijstelling van bijdragen opgericht in de schoot van de FOD Sociale Zekerheid, en anderzijds tot de RSZ voor het bekomen van betaalfaciliteiten?

Antwoord ontvangen op 12 maart 2008 :

Als antwoord op zijn vraag heb ik de eer het geachte raadslid volgende inlichtingen die me met name door het Participatiefonds zijn medegedeeld, te verstrekken.

1. a) 68 019,41 euro;

b) 197 043,60 euro.

2. (Cijfers per 29 februari 2008)

Brussels Hoodstedelijk Gewest : 5 116,56 euro;

Gemeente : 2 787,06 euro;

Andere : 2 329,50 euro.

Vlaams Gewest : 27 434,89 euro;

Gemeente : 20 903,37 euro;

Intercommunale : 2 607,15 euro;

Ministerie : 508,56 euro;

Provincie : 2 807,63 euro;

Andere : 608,18 euro.

Waals Gewest : 35 467,96 euro;

Gemeente : 26 807,99 euro;

Intercommunale : 385,25 euro;

Ministerie : 3 391,41 euro;

Provincie : 616,79 euro;

Andere : 4 266,52 euro.

Rijk : 68 019,41 euro.

3. Brussels Hoofdstedelijk Gewest : 7 955,45 euro;

Vlaams Gewest : 159 737,40 euro;

Waals Gewest : 29 350,75 euro.

Rijk : 197 043,60 euro.

Een uitplitsing per NACE-code is niet rechstreeks beschikbaar.

4. a) In het aanvraagformulier tot het verkrijgen van de erkenning dat de inrichting een gehinderde inrichting is of in het aanvraagformulier tot het verkrijgen van de inkomenscompensatievergoeding (bijlage 2 + 3 van het koninklijk besluit betreffende de inhoud en de modellen van formulieren bedoeld bij de artikelen 6, § 2, derde lid, en § 3, derde lid, en 7, § 1, van de wet van 3 december 2005) moet de verantwoordelijke van de onderneming/de zelfstandige volgende verklaring ondertekenen :

— De verantwoordelijke van de onderneming verklaart dat de hinder als gevolg heeft dat het vanuit operationeel oogpunt niet zinvol is de inrichting gedurende ten minste veertien kalenderdagen open te houden en dat de inrichting dus gesloten zal zijn vanaf een datum die de verantwoordelijke van de onderneming moet bepalen in het formulier;

— De zelfstandige verklaart dat gedurende de periode waarin de inrichting van de onderneming door het Participatiefonds erkend is als een gehinderde inrichting, ten gevolge van hinder gesloten zal zijn, hij noch de inkomsten zal genieten van zijn activiteiten in voormelde inrichting, noch andere beroepsinkomsten.

b) Het dossier wordt daarna door het Participatiefonds onderzocht (nazicht bij de gemeente dat de straat waar de inrichting zich bevindt wel degelijk gehinderd is, verificatie op basis van de straatplannen van de manier waarop de werken ingericht zijn, dat de aanvrager wel degelijk zelfstandige is, of de zelfstandige zijn zelfstandige activiteit als bijberoep uitoefent, enz.). Bovendien controleert het Participatiefonds tevens de juistheid van de door de aanvrager meegedeelde informatie in « Coface/Kruispuntbank Ondernemingen ».

c) Het Participatiefonds controleert daarna of de inrichting wel degelijk gesloten is (eerst door middel van een telefoongesprek, soms gevolgd door een controle ter plaatse). Ter herinnering, deze controles worden door beėdigde inspecteurs uitgevoerd overeenkomstig het koninklijk besluit van 10 juni 2006 tot aanstelling van de ambtenaren. In geval van overtreding wordt een proces-verbaal opgesteld en een commissaris een bedrag voor waardoor de strafvordering vervalt.

5. Deze gegevens zijn niet rechstreeks beschikbaar.