BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2008-2009
________
10 november 2008
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-1973

de Pol Van Den Driessche (CD&V)

aan de minister van Buitenlandse Zaken
________
Irak - Christenen - Onderdrukking - Houding van BelgiŽ
________
discriminatie op grond van godsdienst
asielzoeker
Irak
christen
politiek asiel
godsdienstige groep
vrijheid van godsdienst
arrestatie
________
10/11/2008 Verzending vraag
4/1/2009 Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-1973 d.d. 10 november 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Uit verschillende bronnen verneem ik dat de christenen in Irak, meer bepaald in de regio Mosul in Noord-Irak, te lijden hebben onder ernstige vervolgingen door gewapende bendes, gelinkt aan Al-Quaida.

Zo worden hun huizen vernield en worden ze verplicht de steden te verlaten om op het platteland in erbarmelijke omstandigheden te leven.

Meer dan 15 000 christenen zouden hierdoor al op de vlucht zijn geslagen.

1. Heeft de geachte minister informatie over deze gebeurtenissen ontvangen via diplomatieke of ander weg ?

2. Welke stappen zal hij zetten om bij de lokale, nationale en supra-nationale overheden tussenbeide te komen om deze onaanvaardbare toestanden aan te klagen ?

3. Welke andere maatregelen of acties voorziet hij om de onderdrukking van de christenen in Irak tegen te gaan ?

4. Welke houding zal BelgiŽ aannemen tegenover Irakese christenen die in ons land asiel vragen omdat ze vluchten voor deze vervolging ?

Antwoord ontvangen op 4 januari 2009 :

Ik dank u voor uw vraag over een ontwikkeling op politiek en veiligheidsgebied die de jongste maanden alarmerende proporties heeft aangenomen in Irak.

1. Van eind september tot 13 november 2008 werden in de stad Mosul en omgeving ten minste vijfendertig christenen om het leven gebracht. Deze moorden en een hevige intimidatiecampagne deden tweeduizend christelijke families op de vlucht slaan, wat neerkomt op tienduizend à twaalfduizend personen die een veilig onderkomen zochten in de « christelijke » districten Hamdamya en Telkeyf (in de provincie Ninivah) of elders in Kurdistan. De aanslagen en intimidaties tegen christenen mogen evenwel niet doen vergeten dat ook andere minderheden in Kurdistan, zoals de Yazidi’s en de Shabaks het slachtoffer zijn van geweld.

Wie achter deze aanslagen zit is momenteel nog niet helemaal duidelijk. De Al Qaïda-piste is alleszins een mogelijkheid, rekening houdend met de haat die de leden van Al Qaïda koesteren ten aanzien van andere godsdiensten dan de Soennitische Islam. Daarnaast is het ook zo dat Al Qaïda na de verliezen die hen door de Iraakse en Amerikaanse troepen werden toegebracht, Mosul heeft gekozen als plaats van bijeenkomst. Deze terreurcampagne moet evenwel ook worden bekeken tegen een politieke achtergrond die wordt overheerst door:

  • heftige geschillen over het tracé van de « binnengrenzen » (Disputed Internal Boundaries) en met name over de status van Kirkuk. Maar naast Kirkuk zijn nog andere gebieden een punt van geschil tussen de verschillende gemeenschappen;

  • de eis van de minderheden (christenen, Yazidi’s, Shabaks, Turkmenen) dat hen een zetelquotum wordt toegekend dat voorziet in hun daadwerkelijke vertegenwoordiging bij de komende provinciale verkiezingen. Omdat de spanningen hoog opliepen en na de demarche die het Franse voorzitterschap in Bagdad namens de zevenentwintig lidstaten van de Europese Unie ten aanzien van de Iraakse regering deed, kon worden bewerkstelligd dat het toekennen van zetelquota in de laatste versie van de provinciale verkiezingswet is opgenomen.

2. België maakt zich uiteraard zorgen over deze intimidatiecampagne, die in de eerste plaats tegen christenen is gericht. Deze campagne steekt fel af tegen de algehele veiligheidssituatie in Irak, die aanzienlijk verbeterd is. Onze vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties die in de Veiligheidsraad zetelt, vestigde de aandacht op deze kwestie tijdens het debat dat op 14 november 2008 volgde op de voorstelling van het driemaandelijks verslag van de speciaal vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties over de activiteiten van de United Nations Assistance Mission for Iraq (UNAMI/MANUI).

Zoals ik reeds aanstipte was er ook de demarche die het Franse Voorzitterschap van de Europese Unie in Bagdad ten aanzien van de Iraakse regering deed namens de zevenentwintig Lidstaten van de Europese Unie.

In het algemeen kan worden gesteld dat het herstel van de Rechtsstaat in Irak een van de grote punten is van de Belgische actie terzake. Een Rechtsstaat is de beste waarborg tegen schendingen van de rechten van de mens en voor de bescherming van minderheden. Sinds 2005 levert België dan ook een aanzienlijke bijdrage aan het gemeenschappelijk optreden EUJUST LEX. Dat heeft ten doel Iraakse magistraten, politieofficieren en verantwoordelijken van het gevangeniswezen op te leiden.

Een beslissing over de quota voor opvang van Iraakse vluchtelingen in België kan alleen in Europees overleg genomen worden.

Ik verzeker het geachte lid dat mijn diensten en ikzelf deze zaak met de nodige aandacht zullen volgen.