BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2007-2008
________
4 september 2008
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-1408

de Sabine de Bethune (CD&V N-VA)

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
________
Kinderbijslag - Verblijf of onderwijs in het buitenland
________
gezinsuitkering
Belgen in het buitenland
erkenning van de opleiding
onderwijs
school in het buitenland
________
4/9/2008 Verzending vraag
21/10/2008 Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-1408 d.d. 4 september 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In artikel 52 van de wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, gecoördineerd op 19 december 1939, wordt de mogelijkheid geboden om kinderbijslag te behouden ‘ten behoeve van de kinderen die worden opgevoed of lessen volgen buiten het koninkrijk’ en dit in behartenswaardige gevallen.

Ik had van de geachte minister graag een antwoord gekregen op de volgende vragen voor de jaren 2006 en 2007:

- Hoeveel aanvragen gebeurden er door mensen die zich willen beroepen op de uitzondering voorzien in het hierboven vermelde artikel 52?

- Hoeveel aanvragen werden goedgekeurd en hoeveel afgekeurd?

- Bij hoeveel goedgekeurde aanvragen werd het volledige bedrag van de kinderbijslag toegekend en bij hoeveel een verminderd bedrag van de kinderbijslag?

- Om welke redenen werden de aanvragen goedgekeurd?

- Om welke redenen werd een verminderde kinderbijslag toegekend en op basis van wat werd het verminderde bedrag bepaald?

Antwoord ontvangen op 21 oktober 2008 :

In antwoord op uw vraag, heb ik de eer u de volgende inlichtingen mee te delen.

  • Met betrekking tot de eerste drie punten van uw vraag, is de volgende tabel gevoegd. Deze tabel heeft, voor de jaren 2006 en 2007, betrekking op het aantal aanvragen tot individuele afwijking op de beperking bepaald in artikel 52, tweede lid, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders (SW), volgens welke de kinderbijslag niet verschuldigd is voor kinderen die opgevoed worden of lessen volgen buiten het Koninkrijk. Bij het aantal goedgekeurde en afgekeurde aanvragen in 2006 en 2007 zijn er ook aanvragen inbegrepen die op het einde van het vorig jaar zijn ingediend en die in het begin van het erop volgend jaar zijn behandeld.

Jaar/ Individuele afwijkingen artikel 52, tweede lid, SW


Aantal ingediende aanvragen

Aantal goedgekeurde aanvragen

Aantal afgekeurde aanvragen

2006

1 726

1 653

166



Toekenning volledig bedrag van de kinderbijslag

Toekenning verminderd bedrag van de kinderbijslag




1 548

1

105


2007

1 513

1 414

169



Toekenning volledig bedrag van de kinderbijslag

Toekenning verminderd bedrag van de kinderbijslag




1 288/

126




- Wat de twee laatste punten van uw vraag betreft, kan ik u meedelen dat iedere aanvraag om afwijking op basis van artikel 52, tweede lid, SW, individueel wordt onderzocht en het behartigenswaardig karakter ervan wordt nagegaan. Bij het onderzoek van deze aanvragen wordt er rekening gehouden met alle elementen van het dossier. De uiteindelijke beslissing wordt genomen op grond van het discretionair appreciatierecht, waarbij de gedelegeerde ambtenaar rekening houdt met uitgangspunten, die met mij zijn overeengekomen en die als behartigenswaardig kunnen worden beschouwd.

Op basis van deze uitgangspunten werd er beslist om, in het geval een kind verblijft in een land waarmee België een bilateraal verdrag betreffende de sociale zekerheid heeft afgesloten dat voorziet in een verminderd bedrag aan kinderbijslag, evenzeer deze verminderde bedragen toe te passen bij de toekenning van een afwijking, indien de toepassing van dit verdrag niet leidt tot de toekenning van kinderbijslag. Het principe om verminderde kinderbijslagbedragen toe te kennen werd reeds opgenomen in deze bilaterale verdragen betreffende de sociale zekerheid die België heeft afgesloten met andere landen, zoals Turkije, Marokko, Tunesië, Joegoslavië,... In deze verdragen werd er in een uitvoer van kinderbijslag voorzien, tegen lagere bedragen dan de Belgische kinderbijslag, rekening houdend met de levensstandaard in de respectievelijke landen.

Op basis van deze uitgangspunten werd er beslist om, in het geval er een gunstige afwijkingsbeslissing wordt genomen voor een kind dat verblijft in een land met een lagere levensstandaard waarmee België geen bilateraal verdrag betreffende de sociale zekerheid heeft gesloten, de kinderbijslag eveneens toe te kennen aan een lager bedrag dan de Belgische bedragen. Bij het onderzoek van de aanvragen om een individuele afwijking, werd er op basis van verschillende elementen, waaronder de verhouding tussen het gemiddelde maandelijkse inkomen• als werknemer en de Belgische kinderbijslagbedragen, voor bepaalde landen een lagere levensstandaard afgeleid.

De voormelde uitgangspunten betreffende de toekenning van een verminderd bedrag aan kinderbijslag bij individuele afwijking op basis van de SW, zijn bevestigd door de rechtspraak. Zo besliste het arbeidshof van Antwerpen in zijn arrest van 10 februari 2005 dat "de bevoegdheid van de minister van Sociale Zaken of de gedelegeerde ambtenaar niet beperkt is tot het vrijstellen van de wettelijke territorialiteitsvoorwaarde. Hij dient tevens te oordelen over de bedragen die in de particuliere gevallen dienen uitgekeerd te worden. Aangezien hij het meerdere kan toekennen, met name de maxima voorzien in de samengeordende wetten, kan hij ook het mindere toekennen, in casu de bedragen voorzien in een bilateraal verdrag betreffende sociale zekerheid of een forfaitair bedrag”.

Mijn administratie werkt echter momenteel nieuwe voorstellen uit, waarbij de uitgangspunten toegepast bij de beoordeling van de aanvragen tot individuele afwijking volledig zullen worden herzien en geactualiseerd. De toekenning van deze verminderde bedragen zal hierbij ook worden onderzocht en mogelijks herzien.