Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 1-63

ZITTING 1997-1998

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Landsverdediging

Vraag nr. 528 van de heer Olivier d.d. 23 oktober 1997 (N.) :
Afschaffing legerdienst. ­ Oproeping onder wapens. ­ Tijdelijke ambtsontheffing en duur van de militaire verplichtingen.

Ingevolge de wet van 31 december 1992 (Belgisch Staatsblad van 8 januari 1993) werd aan de gecoördineerde dienstplichtwetten d.d. 30 april 1962 een artikel 1bis toegevoegd. Vermelde dienstplichtwetten werden daardoor vanaf lichting 1994 tijdelijk buiten werking gesteld met als gevolg dat er voorlopig geen dienstplichtigen meer onder de wapens worden geroepen.

In gevolge een regeringsbeslissing d.d. 9 februari 1995 bekwamen sommige dienstplichtigen van de lichting 1993 en voorgaande lichtingen op eigen verzoek een « tijdelijke ambtsontheffing » vanaf 1 maart 1995 [toepassing van artikel 19 en 20 van de wet van 22 december 1989 betreffende het statuut van de dienstplichtigen (Belgisch Staatsblad van 19 januari 1990)]. Deze dienstplichtigen werden niet meer in werkelijke dienst opgeroepen. Zij werden beschouwd als hebbende voldaan aan hun legerdienst. Deze maatregel werd bekrachtigd door de wet van 6 april 1995 tot wijziging van voornoemd statuut (Belgisch Staatsblad van 2 juni 1995). Daarin werd ook bepaald dat de dienstplichtigen die op 1 maart 1995 niet in werkelijke dienst waren niet meer zouden worden opgeroepen.

Inmiddels verscheen in het Belgisch Staatsblad van 1 oktober 1996 een besluit d.d. 13 september 1996 tot uitvoering van artikel 3, § 5, van voornoemde dienstplichtwetten (ingevoegd door artikel 44 van de wet van 20 mei 1994 ­ Belgisch Staatsblad van 21 juni 1994). Daarin wordt bepaald dat de met « onbepaald verlof » gezonden dienstplichtigen van de lichting 1990 en voorgaande lichtingen, vanaf 1 oktober 1996 op definitief verlof werden geplaatst.

Graag had ik van de geachte minister een antwoord op volgende vragen (indien mogelijk per lichtingsjaar) :

1. a) Hoeveel dienstplichtigen genoten op het ogenblik van de regeringsbeslissing d.d. 9 februari 1995 van « tijdelijke ambtsontheffing » en hebben nadien in feite « geen » militaire dienst meer moeten vervullen ?

b) Idem wat betreft de dienstplichtigen die effectief onder de wapens waren en hierdoor niet langer hun legerdienst hebben moeten verder zetten (in feite vroeger met « onbepaald verlof » gestuurd) ?

c) Hoeveel toekomstige dienstplichtigen moesten op dit ogenblik in principe nog gekeurd worden om nadien eventueel nog effectief onder de wapens geroepen te worden, daar deze volgens het koninklijk besluit van 4 oktober 1993 (Belgisch Staatsblad van 7 oktober 1993), het ministerieel besluit van 6 oktober 1993 (Belgisch Staatsblad van 9 oktober 1993), en de omzendbrief van het ministerie van Binnenlandse Zaken d.d. 22 februari 1994 (Ref. III/22/731.8) hiertoe nog tot 31 december 1995 konden opgeroepen worden naar het « Recruterings- en Selectiecentrum » ofwel in het buitenland ?

d) Hoeveel dienstplichtigen van lichting 1993 en voorgaande lichtingen moesten in principe nog vanaf 1 maart 1995 opgeroepen worden (vanzelfsprekend rekening houdend met het feit dat de militierechtscolleges hun aanvraag tot « vrijlating » nog steeds hadden kunnen inwilligen) om hun legerdienst effectief aan te vangen ?

2. Overweegt de geachte minister om ook eerlang de dienstplichtigen van de lichtingen 1991, 1992 en 1993 op « definitief verlof » te plaatsen ?

Antwoord : Het geachte lid gelieve hierna het antwoord te willen vinden op zijn vragen.

1. Er zijn geen gegevens beschikbaar bij het departement van Landsverdediging om op de vraag te kunnen antwoorden. Sedert de opschorting van de legerdienst op 31 december 1992 en naar aanleiding van de herstructurering van de krijgsmacht werd de ondersectie dienstplichtigen herleid tot een tijdelijk bureau om de lopende zaken te regelen. Op 5 februari 1997 werd deze tijdelijke cel definitief ontbonden.

2. In het kader van de studie over het nieuw concept van de toekomstige reserve van de krijgsmacht, is het met definitief verlof plaatsen van de dienstplichtigen van de lichting 1991 tot en met 1993, één van de elementen die momenteel ter studie is op het niveau van de generale staf. Een definitieve beslissing hieromtrent kan slechts genomen worden nadat alle deelaspecten, die deze beslissing kunnen beïnvloeden, in overweging genomen werden. Daarenboven wordt opgemerkt dat het ministerieel besluit van 13 september 1996, waarnaar het geachte lid verwijst, enkel gewag maakt van de niet-gegradueerde dienstplichtigen en derhalve niet van toepassing is op de reserve officieren en de reserve onderofficieren.