1-264

1-264

Belgische Senaat

Gewone Zitting 1998-1999

Plenaire vergaderingen

Dinsdag 27 april 1999 - Ochtend

Beknopt Verslag

Inhoudsopgave

Herziening van artikel 150 van de Grondwet: Ontwerp van tekst (Gedr. St. 1-1328)

Herziening van artikel 150 van de Grondwet: Voorstellen van tekst (van de heer Bert Anciaux, Gedr. St. 1-451; van de heer Eddy Boutmans c.s., Gedr. St. 1-548; van mevrouw Joëlle Milquet c.s., Gedr. St. 1-837, en van de heer Hugo Vandenberghe c.s.; Gedr. St. 1-1231)

Bespreking (Sprekers: de heren Nothomb, rapporteur, Van Hauthem, Ceder, Desmedt en Vandenberghe)

Bespreking van de amendementen. Aangehouden stemmingen.

Voorzitter: de heer Fred Erdman, oudste lid in jaren

- De vergadering wordt om 10.15 uur geopend.

Herziening van artikel 150 van de Grondwet: Ontwerp van tekst (Gedr. St. 1-1328)

Herziening van artikel 150 van de Grondwet: Voorstellen van tekst (van de heer Bert Anciaux, Gedr. St. 1-451; van de heer Eddy Boutmans c.s., Gedr. St. 1-548; van mevrouw Joëlle Milquet c.s., Gedr. St. 1-837, en van de heer Hugo Vandenberghe c.s.; Gedr. St. 1-1231)

Bespreking

De heer Charles-Ferdinand Nothomb (PSC), rapporteur (in het Frans). – Deze tekst, die door de Kamer is aangenomen, onttrekt alleen de persmisdrijven die zijn ingegeven door racisme en xenofobie aan de bevoegdheid van de assisenjury. Het is de tegenhanger van het voorstel dat in de Senaat is ingediend door de heren Vandenberghe en Lallemand c.s.

De doelstelling van deze tekst is een betere juridische inkadering van de vrijheid van meningsuiting in het licht van de beperkingen die daaraan in een democratische samenleving moeten worden opgelegd. Het gaat er hierbij niet om de vrijheid van meningsuiting in te perken, maar een bijzonder regime in het leven te roepen voor de beteugeling van persmisdrijven die zijn ingegeven door racisme of door xenofobie.

In de commissie hebben drie sprekers van dezelfde fractie zich breedvoerig tegen de voorgestelde wijziging verzet. Ze zeiden dat de wijziging tot doel heeft een politieke oppositie te bestrijden waarvan gezegd wordt dat ze niet democratisch zou zijn. Volgens hen respecteert de voorgestelde tekst de beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie niet die in de Grondwet zijn ingeschreven. Die drie sprekers hebben 71 amendementen ingediend, die alle verworpen zijn. De door de Kamer overgezonden tekst is goedgekeurd.

Mijn fractie is heel gelukkig met de herziening van artikel 150 van de Grondwet. De correctionele rechtbanken zijn voortaan bevoegd om alle persmisdrijven ingegeven door racisme of xenofobie te berechten. Dat is geen inbreuk op de vrijheid van meningsuiting. Die moet niet worden gebruikt om uiting te geven aan houdingen zoals afwijzing en zelfs haat van de andere op grond van zijn ras. Het recht op vrije meningsuiting is niet absoluut en kan worden onderworpen aan beperkingen of aan sancties bepaald bij de wet. Dat blijkt uit artikel 19 van de Grondwet, het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en het Internationaal Verdrag inzake de burgerrechten en politieke rechten.

De actualiteit toont ons overduidelijk dat wij bijzonder waakzaam moeten zijn en onze democratie voor nationalistische ontsporingen moeten behoeden. We moeten voorkomen dat het racisme voortwoekert, vooral aan de vooravond van een kiescampagne. We moeten ervoor zorgen dat de verkiezingspamfletten geen racistische ideologie overbrengen en zo nodig moeten we de auteurs ervan straffen. De democratische verworvenheden moeten dus worden beschermd. Mijn fractie zal de voorgestelde tekst goedkeuren.

De heer Joris Van Hauthem (VLAAMS BLOK). - De wijze waarop de Senaat de wijziging van artikel 150 van de grondwet behandelt heeft veel weg van een kafkaïaanse vaudeville, met een rapporteur die noodgedwongen aanwezig is en een voorzitter die zelf een voorstel tot wijziging indiende. De overige indieners zijn niet aanwezig. De vertoning die tijdens dit plenaire debat wordt opgevoerd, is beschamend.

De voorliggende tekst kreeg geen behoorlijk parlementair debat. Hij werd ineengedraaid op de canapé, in een besloten werkgroep De Clerck-Reynders, waarop het Vlaams Blok uiteraard niet was uitgenodigd. Het gaat nochtans om een fundamenteel debat over een tekst die voor het eerst sinds 1830 wordt aangepast.

In de commissie vond men het blijkbaar vervelend dat het Vlaams Blok dieper op de zaak wilde ingaan. Zo werd overleg met de beroepsjournalisten van België afgewezen omdat in de Senaat drie jaar geleden al een colloquium over pers en gerecht plaatsvond. Het beloofde verslag van de werkzaamheden van de werkgroep-De Clerck-Reynders en van het overleg met de journalistenbond, kregen we evenmin. Die verslagen zouden niet bestaan.

De wijziging van artikel 150 van de grondwet vervolledigt de trilogie waarbij men het een politieke tegenstander zo moeilijk mogelijk wil maken. Er is zelfs sprake van een sluipende politieke moord. Als de juryrechtspraak faalt voor racistische persmisdrijven, moeten alle drukpersmisdrijven gecorrectionaliseerd worden, ook publicaties met kinderporno bijvoorbeeld of publicaties die aanzetten tot moord of brandstichting. Volgens de Liga voor de Mensenrechten deugt de juryrechtspraak niet omdat dit tot vrijspraak zou kunnen leiden. Dat is kras.

Men beseft blijkbaar niet dat door dit soort voorstellen de door de grondwet gegarandeerde vrijheden steeds meer op de helling komen te staan. Ik verwijs onder meer naar de beslissingen van Franstalige burgemeesters uit het Brusselse om bepaalde politieke partijen vergaderruimtes te weigeren.

We glijden af naar een situatie waarvoor collega Vandenberghe heeft gewaarschuwd: de politieke strijd dreigt voor de gerechtshoven te worden beslecht. Het politieke debat moet integendeel op het politieke niveau worden gevoerd. Nu glijden we af naar een gouvernement des juges. Dit is een gevaarlijke evolutie voor onze democratische instellingen.

Dit voorstel heeft geen nobele bedoelingen, integendeel. Het is verkeerd een politieke partij te willen uitschakelen. Als reflectiekamer faalt de Senaat over de hele lijn.

De heer Jurgen Ceder (VLAAMS BLOK). – Het uiten van een mening via de drukpers kan enkel worden bestraft door het hof van assisen. Dit ontwerp voorziet één uitzondering: racistische persdelicten worden behandeld door de correctionele rechtbank. De reden die hiervoor wordt aangegeven is dat de moeilijke procedure voor het hof van assisen zou leiden tot straffeloosheid van de persdelicten. Dat argument kan echter ook voor alle andere persdelicten worden gebruikt. Het aanzetten tot druggebruik, tot geweld tegen mensen met een andere geloofs- of politieke overtuiging of het oproepen tot pedofilie zouden dan ook niet bestraft worden.

Men zou dus beter alle persmisdrijven correctionaliseren, ofwel ze via de grondwet buiten elke vervolging stellen zodat er tenminste rechtszekerheid is, ofwel ze laten behandelen door een assisenjury.

In gevallen waar de lijn tussen het aanzetten tot crimineel gedrag en het uiten van een politieke mening onduidelijk is, laat men beter niet enkel een professionele rechter aan het woord.

Men stelt dat het probleem van racisme zo ernstig is dat een uitzonderingsprocedure verantwoord is. Indien het probleem echter zo ernstig is, verdient het dan niet om behandeld te worden voor de meest gewichtige rechtbank, de rechtbank waar het meeste publieke belangstelling voor bestaat? De reden waarom men racismedelicten niet door het assisenhof wil laten behandelen, is de vrees voor propaganda voor het Vlaams Blok.

In de toelichting bij deze wet wordt gesteld dat de vrije meningsuiting tot de kern van de democratische samenleving behoort.

Het recht op politieke vrije meningsuiting is het belangrijkste onderdeel van het recht op vrije meningsuiting. Hier is immers het gevaar voor het aan banden leggen van dit recht het grootst en zijn ook de maatschappelijke gevolgen het zwaarst, want een inperking van het recht op het uiten van een politieke mening betekent een beperking van de democratie. Dit maatschappelijk meest belangrijke aspect van de vrije meningsuiting zou dus meer bescherming moeten krijgen in plaats van minder.

Racisme is een politiek geladen woord. Het is opmerkelijk dat men bij dit voorstel niet verwijst naar de bestaande wet op racisme. Men spreekt over drukpersmisdrijven ingegeven door racisme, hetgeen nog breder en nog politieker is dan de wet op racisme.

De racismewet is ingevoerd in een regime van "geprivatiseerde vervolging". Dat betekent dat elke VZW die in haar statuten zegt tegen het racisme te zijn, rechtstreeks kan dagvaarden. Deze bepaling werd gemilderd door de onmogelijkheid rechtstreeks te dagvaarden voor het hof van assisen. Nu wordt ook deze rem weggenomen.

Er moet dus met racisme iets bijzonder aan de hand zijn dat het als enige misdrijf met uitzonderingsprocedures moet worden bestreden. Volgens de heer Vandenberghe heeft is deze beperking op de vrije meningsuiting gerechtvaardigd omdat er een "dwingende sociale noodzaak" aanwezig zou zijn. Ik veronderstel dat hij bedoelt dat er erge dingen via de drukpers zouden worden verspreid die vreselijke gevolgen hebben. Het Vlaams Blok, misschien ook wel het Front national, zou de boosdoener zijn.

Via pamfletten zouden wij zo massaal aanzetten tot rassenhaat en discriminatie dat het recht op vrijheid van meningsuiting moet bekort worden. Maar blijkbaar hebben al die pamfletten niet veel resultaat; want wanneer in de voorbije decennia hebben wij nog te maken gehad met zwaar racistisch geweld? Vier mensen uit de Delhaize in Ukkel zullen zich bij de rechtbank moeten verantwoorden voor racistische opmerkingen tegenover collega's. Is daar een grondwetswijziging voor noodzakelijk.

Daarentegen gebruiken jonge vreemdelingen wel racistisch geweld tegenover autochtonen: vrouwen, buschauffeurs, leraars, hulpdiensten en Patrick Mombaerts. Dit is een echt maatschappelijk probleem waar blijkbaar geen grondwetswijziging voor noodzakelijk is.

Ons programma zou nog leiden tot andere vormen van racisme. Werkgevers zouden wel eens discrimineren bij de aanwerving van personeel. Dit is onzin want werkgevers laten zich uiteraard leiden door een kosten-batenanalyse en bovendien hebben ze massaal in het buitenland werkkrachten geronseld in de voorbije decennia. Ook zouden cafébazen en disco-uitbaters weigeren vreemdelingen binnen te laten. Als ze dat doen heeft dat nochtans weinig te maken met racisme. Maar ze weten uit ervaring dat er veel gewelddadige jongeren bij zijn.

Vlamingen zijn doorgaans niet racistisch. Ze eten chinees, luisteren naar zwarte muziek en zoeken de zon op in Tunesië. Toch blijkt uit recent onderzoek dat de helft van de Vlamingen racistisch zou zijn. Wat is er dan aan de hand? Of de meerderheid is zo onwetend of het woord "racisme" is zo gedevalueerd dat er zoveel intelligente mensen onder vallen. De uitleg dat het uit onwetendheid zou zijn klopt niet want het Vlaams Blok scoort vooral in wijken waar veel buitenlanders wonen. De kiezers stemmen dus niet uit onwetendheid maar uit ervaring. Het gaat niet om een racistisch vooroordeel maar om een "naoordeel", een reactie op het misbruik van onze gastvrijheid.

Het Europees Hof van de Rechten van de Mens heeft al herhaaldelijk bevestigd dat de vrijheid van meningsuiting ook moet gelden voor meningen die storend of kwetsend zijn. Bovendien doen de media juist hun best om vreemdelingen positief voor te stellen. Over ons wordt daarentegen vaak in kwetsende bewoordingen geschreven.

Het echte probleem is de zogenaamde consensus over de multiculturele maatschappij. Hoe kan men het woord "consensus" gebruiken in dit verband als je het succes van het Vlaams Blok ziet?

Teveel intellectuelen, politici en journalisten zitten met het schuldcomplex van de blanke man die er stilaan van overtuigd is geraakt dat zijn geschiedenis er een is van uitbuiting van en misdaden tegen andere rassen. Elke verdedigende reactie van het eigen volk wordt hiermee geïdentificeerd.

De Indische schrijver Dinesh De Souza heeft aangetoond dat er in de VS veel meer racisme van zwarten tegenover blanken bestaat dan omgekeerd. Professor Vermeulen wees er onlangs nog op dat de Islam zich steeds vijandiger opstelt tegen het Westen. Bij de moord op Patrick Mombaerts werd niet eens over racisme gesproken, maar wat zou gezegd zijn als een Marokkaanse arbeider was gedood door een groepje jonge Vlamingen?

Met deze grondwetswijziging volstaat het dat één vzw het Vlaams Blok voor een politiek benoemde rechter daagt die oordeelt dat het Vlaams Blok een racistische vereniging is, opdat alle parlementsleden van deze partij samen worden veroordeeld, hun politieke rechten verliezen en uit het parlement worden gezet.

Het recht op vrije meningsuiting wordt op een draconische manier beperkt om een te verwaarlozen maatschappelijk probleem, het mythische spook van het racisme, aan te pakken. Het enig effect is dat een politiek tegenstander kan worden uitgeschakeld.

Van de Waalse partijen kon zoiets nog worden verwacht, want "democratie" betekent er niet meer dan een systeem van "checks and balances" tussen bepaalde politieke holdings. Van socialisten en groenen met hun marxistisch gedachtegoed kon men ook zo iets verwachten. Ik begrijp echter niet dat de VLD en de CVP de eliminatie van een politieke tegenstander belangrijker achter dan het behoud van fundamentele principes van de democratie.

De heer Claude Desmedt (PRL-FDF) (in het Frans). - Men zou zich enigszins teleurgesteld kunnen voelen omdat dit debat zowat in een vertrouwelijke sfeer verloopt. In de verslagen zal het betoog van een enkele partij worden opgenomen. Wij hebben uiteenzettingen gehoord over de begrippen racisme, uitsluiting, vreemdelingenhaat en andere.

Dit ontwerp heeft een ander doel dan datgene wat men eraan toeschrijft. De persmisdrijven betreffende de begrippen waarnaar ik zopas verwees, moeten voor een correctionele rechtbank worden gebracht. De huidige situatie leidt tot rechtsweigering. Behalve in het kader van een assisenproces in de provincie Henegouwen zijn er nooit vervolgingen ingesteld. De wet tegen vreemdelingenhaat en racisme bestaat en moet worden toegepast. Er zijn voorstellen ingediend, maar de Raad van State was van oordeel dat de Grondwet moest worden herzien om de huidige procedure te kunnen wijzigen.

De grond van het probleem is de rol die de jury moet spelen. De volksjury wordt niet meer als een wondermiddel beschouwd. De jury is een concept dat van meer dan twee eeuwen geleden dateert en waarbij men vragen moet stellen. Nederland heeft zijn wetgeving reeds in die zin herzien.

Het Vlaams Blok praat over politieke rechters en over een gouvernement des juges als iets negatiefs. Ik zie niet in waarom. Het ontwerp is tegelijk zeer belangrijk en zeer eenvoudig. Het strekt ertoe persmisdrijven met een racistische inslag effectief te beteugelen. Het is niet de bedoeling de straffen die op andere persmisdrijven staan, te wijzigen. Het Vlaams Blok is in alle staten en ik vraag mij af of die partij het probleem wel correct inschat.

De heer Hugo Vandenberghe (CVP). - Ik heb samen met enkele collega's een voorstel ingediend met dezelfde draagwijdte als de door de Kamer goedgekeurde tekst.

Het is enkel de bedoeling om inzake de bevoegdheid tot vervolging van persdelicten een uitzondering te maken voor misdrijven die ingegeven zijn door racisme of xenofobie.

Het is helemaal niet de bedoeling het vrije politiek debat te beperken. Zonder vrijheid van mening bestaat er geen democratische wilsvorming. De vrije meningsuiting wordt trouwens gegarandeerd door artikel 19 van de Grondwet, door artikel 10 van het EVRM en door de artikelen 18 en 19 van het Internationaal Verdrag inzake de burgerrechten en de politieke rechten.

Het is ook niet de bedoeling om de vrije meningsuiting te koppelen aan het beginsel van de politieke correctheid, zoals dit in de Verenigde Staten wordt beschreven. De vrijheid van meningsuiting bestaat ook voor de opvattingen die zeer kritisch, provocerend, zelfs aanstootgevend zijn. Ook pluralisme, ruimdenkendheid en verdraagzaamheid zijn fundamentele beginselen van een democratie samenleving.

Het recht op vrije meningsuiting kan worden beperkt. Maar deze beperking moet zeer restrictief worden geïnterpreteerd. De doeleinden die worden opgesomd in het tweede lid van artikel 10 EVRM moeten uitdrukkelijk door de wet worden nagestreefd. De beperking moet daarnaast ook worden ingegeven door een dwingende maatschappelijke noodzakelijkheid.

De toepassing van de anti-racismewet van 30 juli 1981 en van de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide tijdens de tweede wereldoorlog, blijken in de praktijk moeilijk afdwingbaar te zijn. Er rijzen vooral problemen in verband met drukpersmisdrijven die onderworpen zijn aan de rechtspraak van het hof van assisen. Daardoor worden ze de facto niet strafrechtelijk gesanctioneerd.

De afwijzing van het asielbeleid is op zichzelf geen daad van racisme of xenofobie. Wel merken we een toename van pamfletten, folders en affiches die tot rassenhaat en xenofobie aansporen. Dit is de reden waarom in het parlement de overtuiging is gegroeid dat de Grondwet moet worden gewijzigd, zonder daarom aan het toepassingsgebied van de wetten van 1981 en 1995 te raken. Er werden verschillende voorstellen tot wijziging ingediend.

De voorliggende tekst heeft niet de bedoeling een specifieke persoon of partij te bestrijden. Maar als eenmaal een strafwet is gestemd, moet die ook worden toegepast. De aanpassing van de Grondwet moet dit mogelijk maken. (Applaus)

- De bespreking is gesloten.

Bespreking van de amendementen

Bij het enig artikel

Artikel 150 van de Grondwet wordt aangevuld als volgt :

« , behoudens voor drukpersmisdrijven die door racisme of xenofobie ingegeven zijn ».

De voorzitter. - De heer Van Hauthem c.s. heeft een amendement nr. 1 ingediend dat ertoe strekt dit artikel te vervangen als volgt :

« De jury, bestaande uit twaalf gezworenen, wordt ingesteld voor alle criminele zaken, alsmede voor politieke misdrijven en drukpersmisdrijven. »

De heer Van Hauthem c.s. heeft een amendement nr. 27 ingediend dat ertoe strekt de woorden « die door racisme of xenofobie ingegeven zijn » te vervangen door de woorden « die ingegeven zijn door de bedoeling om de in artikel 19 bedoelde vrijheid van meningsuiting af te schaffen » .

De heer Van Hauthem c.s. heeft een amendement nr. 52 ingediend dat ertoe strekt dit artikel aan te vullen met een nieuw lid, luidende:

« De begrippen racisme en xenofobie zijn niet van toepassing op de politieke stellingnamen die voortvloeien uit het bestaan in België van de gemeenschappen als bedoeld in artikel 2 en de taalgebieden als bedoeld in artikel 4. »

De heer Van Hauthem c.s. heeft een amendement nr. 53 ingediend dat ertoe strekt dit artikel aan te vullen met een nieuw lid, luidende:

« Onder racisme wordt verstaan de opvatting dat het ene ras superieur is aan het andere en, daaruit voortvloeiend, dat ten aanzien van het ene ras andere maatstaven kunnen worden aangelegd dan ten aanzien van het andere. »

De heer Van Hauthem c.s. heeft een amendement nr. 54 ingediend dat ertoe strekt dit artikel aan te vullen met een nieuw lid, luidende:

« De begrippen racisme en xenofobie zijn niet van toepassing op vormen van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur die in acht worden genomen tussen Belgen en vreemdelingen. »

- De stemming over deze amendementen wordt aangehouden.

- De vergadering wordt om 11.30 uur gesloten.

VERHINDERD

De heren Urbain, Chantraine, met opdracht in het buitenland, Mevr. Leduc, de heren Vautmans, Vergote, wegens ambtsplichten en de heer Coene, in het buitenland.