4-71 | Belgische Senaat | 4-71 |
Waarschuwing: de blauwe kleur geeft aan dat het gaat om uit het Frans vertaalde samenvattingen.
Inoverwegingneming van voorstellen
In overweging genomen voorstellen
Grondwettelijk Hof - Prejudiciële vragen
Voorzitter: de heer Armand De Decker
(De vergadering wordt geopend om 15.10 uur.)
De voorzitter. - De lijst van de in overweging te nemen voorstellen werd rondgedeeld.
Leden die opmerkingen mochten hebben, kunnen die vóór het einde van de vergadering mededelen.
Tenzij er afwijkende suggesties zijn, neem ik aan dat die voorstellen in overweging zijn genomen en verzonden naar de commissies die door het Bureau zijn aangewezen. (Instemming)
(De lijst van de in overweging genomen voorstellen wordt in de bijlage opgenomen.)
De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - Hoewel minister Onkelinx bevoegd is voor zowel het RIZIV als de FOD Volksgezondheid, loopt de samenwerking tussen beide departementen allerminst vlot. Ik druk me nog heel zacht uit. De discussie is overigens niet nieuw. Ook in de jaren'90 werd ze gevoerd. Toen was voor elk van die departementen echter een andere minister bevoegd. De gebrekkige communicatie leidt tot absurde situaties, zoals bijvoorbeeld het op enkele weken tijd goedkeuren van twee uiteenlopende koninklijke besluiten.
Op 10 maart namelijk gaf de Hoge Raad van geneesheren-specialisten en van huisartsen bij de FOD Volksgezondheid zijn fiat aan een ontwerp van koninklijk besluit voor de oprichting van een Frans- en een Nederlandstalig coördinatiecentrum voor de administratieve uitbetaling van de huisartsen in opleiding of kortweg de haio's. Twee van de drie leden van de raad van bestuur zouden vertegenwoordigers zijn van de universiteiten en het derde lid de vertegenwoordiger van de stagemeesters huisartsgeneeskunde. Volksgezondheid keurde het ontwerp van koninklijk besluit op de coördinatiecentra echter goed zonder medeweten van de commissie artsen-ziekenfondsen, waarvoor het RIZIV bevoegd is.
Na overleg vorige vrijdag met het kabinet Onkelinx keurde de commissie artsen-ziekenfondsen maandag een eigen ontwerp van koninklijk besluit goed met een paritaire, uit artsensyndicaten en universiteiten samengestelde raad van bestuur voor de coördinatiecentra. Jo De Cock, voorzitter van de commissie artsen-ziekenfondsen en RIZIV-topman, vroeg de minister in een brief om het ontwerp van koninklijk besluit van de FOD Volksgezondheid in overeenstemming te brengen met het ontwerp van koninklijk besluit van de commissie artsen-ziekenfondsen. Zo ligt pijnlijk bloot hoe twee administraties erin slagen naast elkaar in plaats van met elkaar te werken.
Daarmee houdt het echter niet op. Op 23 maart 2009 ontvangt een tandarts een aangetekend schrijven met rode kaart van de FOD Volksgezondheid over zijn deelname aan wachtdiensten voor tandartsen. De brief meldt dat de Provinciale Geneeskundige Commissie van West-Vlaanderen de tandarts op 5 februari 2009 heeft aangeschreven, maar de man weet van niets.
Omdat de Provinciale Geneeskundige Commissie van West-Vlaanderen geen antwoord mocht ontvangen, nodigt ze de tandarts uit om voor haar vergadering te verschijnen wegens het niet deelnemen aan de wachtdienst.
De tandarts werkt al 4 jaar niet meer als tandarts! Uiteraard neemt hij dus niet deel aan de wachten! Hij heeft zelfs geen praktijk! Had de FOD Volksgezondheid zijn licht opgestoken bij het RIZIV dan had het RIZIV kunnen melden dat de tandarts al vier jaar geen prestaties meer verricht. Meer nog, de accreditatie van de tandarts was afgelopen, waardoor de tandarts de facto zijn beroep niet meer kon uitoefenen.
Waarom wordt die tandarts lastiggevallen met problemen tussen het RIZIV en de FOD Volksgezondheid? Opnieuw werken beide departementen naast elkaar in plaats van met elkaar!
Een laatste bedenking houdt verband met het kadaster van medische beroepen in ontwikkeling. Hoe kan men in godsnaam een degelijk kadaster opstellen als de FOD en het RIZIV niet samenwerken? Dat een dergelijk kadaster al jaren op zich laat wachten, is trouwens het gevolg van dat gebrek aan samenwerking. Beide instanties moeten immers gegevens aanbrengen. Zonder communicatie is het kadaster nu al tot mislukken gedoemd. Daarom had ik graag van de minister vernomen wat ze vindt van het gekissebis tussen beide departementen?
Welke initiatieven zal de minister nemen om een einde te maken aan die absurde situaties? Beide administraties staan immers onder haar toezicht. Wat met de haio's? Staat de minister er borg voor dat hun erkenning zonder problemen zal worden toegekend?
Wat met de betrokken tandarts? Wat vindt de minister van die situatie? Moet die tandarts verschijnen? Vindt ze niet dat er excuses moeten komen vanwege de FOD Volksgezondheid en van de Provinciale Geneeskundige Commissie van West-Vlaanderen aan het adres van de tandarts? Gaat ze ermee akkoord dat de tandarts gewoon niet verschijnt daar dit verhaal zonder voorwerp is?
Wat met het kadaster van medische beroepen? Heeft de minister er nu nog vertrouwen in dat er een degelijk kadaster zal worden opgesteld, dat alle activiteiten in rekening neemt? Ik denk bijvoorbeeld aan een huisarts die nog BAG-arts is, een huisarts die expert is, een huisarts die ook nog verzekeringsarts is? Zal men prospecties maken op basis van enquêtes, bijvoorbeeld over de vraag hoe de vrouwelijke huisarts in de toekomst zal werken? Misschien zal ze als jonge moeder in het begin minder werken, maar in de toekomst meer. Zal dit kadaster genoeg verfijnd zijn? Kan dit kadaster genoeg verfijnd zijn aangezien de twee administraties er niet in slagen samen te werken?
Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik kan u verzekeren dat mijn administraties nog nooit zoveel communiceerden als nu. Ze hebben gemeenschappelijke projecten ontwikkeld en proactief initiatieven doorgegeven om de gevolgen ervan te evalueren.
Het dossier van de huisartsen in opleiding (haio's), vereist drie koninklijke besluiten en een ministerieel besluit. Die besluiten werden opgesteld in nauwe samenwerking tussen de verschillende betrokken administraties, namelijk het RIZIV en de FOD's Volksgezondheid en Sociale Zaken.
Het ministerieel besluit, dat voornamelijk betrekking heeft op de opleidingsvoorwaarden van de huisartsen, werd voor advies voorgelegd aan de Hoge Raad van geneesheren-specialisten en van huisartsen, terwijl een van de koninklijke besluiten met betrekking tot de financiering werd voorgelegd aan Medicomut.
Die besluiten hebben wel verschillende doeleinden, maar zijn daarom niet met elkaar in tegenspraak. De inhoud van een besluit kan uiteraard een invloed hebben op de inhoud van een ander. Er werden echter instructies gegeven om de verschillende teksten op elkaar af te stemmen, het beste bewijs van een efficiënte coördinatie tussen de administraties.
Op uw vraag over de provinciale geneeskundige commissies, moet ik antwoorden dat ik in een antwoord op een mondelinge vraag geen uitspraak kan doen over een individueel dossier. De FOD Volksgezondheid heeft, om redenen die te maken hebben met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, geen toegang tot de prestatieprofielen van het RIZIV. Alleen de Planningscommissie Medisch Aanbod heeft toegang tot de gekruiste gegevens en dit nadat ze anoniem werden gemaakt.
Volledigheidshalve voeg ik er nog aan toe dat het niet is omdat een tandarts volgens het RIZIV geen activiteit meer heeft dat hij effectief geen praktijk meer uitoefent. Hij kan bijvoorbeeld nog in privéklinieken werken. In dat geval is hij bij wet verplicht deel te nemen aan de wachtdienst.
U stelt een vraag over de erkenning van de huisartsen in opleiding. Ik veronderstel dat u dit doet in het kader van de vernietiging van het ministerieel besluit van 21 februari 2006 dat de erkenningscriteria voor de huisartsen vastlegde. De vernietiging van dit besluit heeft tot gevolg dat het ministerieel besluit van 3 mei 1999 opnieuw van toepassing is. Ik bevestig u dat de dossiers waarvoor een positief advies werd verleend en die administratief in orde zijn, ook op deze basis een erkenning kregen of zullen krijgen.
Het kadaster van de medische beroepen bestaat al sinds 2003. De betrokken administraties werken permanent aan de verbetering van de kwaliteit. Alle adviezen van de Planningscommissie zijn onder meer gebaseerd op die gegevens, die elk jaar steeds vollediger worden.
Elke aanpassing van het erkenningsstatuut van een gezondheidswerker bij de FOD Volksgezondheid wordt onmiddellijk aan het RIZIV meegedeeld. In nagenoeg geen enkel Europees land is die integratie zo ver gevorderd.
Met betrekking tot de huisartsen zal de FOD mij in de komende dagen een bijzonder volledig werkstuk voorleggen, dat zich baseert op de gegevens van zowel het kadaster en het RIZIV als van de huisartsenkringen. Die gegevens werden uiteraard eerst anoniem gemaakt.
Ik behoud dus mijn vertrouwen in het kwaliteitsniveau dat het kadaster in de toekomst zal halen, dankzij het werk dat wordt verricht en de samenwerking tussen de FOD Volksgezondheid en het RIZIV.
De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - Als er geen tegenspraak is tussen de FOD Volksgezondheid en het RIZIV, kan de minister mij dan meedelen hoe de raad van bestuur van de coördinatiecentra zal zijn samengesteld: paritair of twee derden/één derde?
Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Laat de samenwerking tussen de administraties maar aan mij over. Alles verloopt naar wens!
De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - Dat is geen antwoord op mijn vraag. In De Huisarts van deze week lees ik dat er twee visies zijn ... Is het paritair of twee derden/één derde?
De voorzitter. - Mijnheer Ide, de regering heeft u een antwoord gegeven.
De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - Dat is geen antwoord op mijn vraag. Ik informeerde naar de samenstelling van de raad van bestuur: paritair of twee derden/één derde.
De betrokken tandarts heeft aan de FOD Volksgezondheid meegedeeld dat hij niet meer actief is. Dat bleek overigens ook uit de bijscholingsprofielen. Had de FOD Volksgezondheid geweten ...
De voorzitter. - U stelt een nieuwe vraag.
De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - Geenszins. Ik heb toch recht op een repliek. Anders moet ik geen mondelinge vragen meer stellen en beperk ik mij tot vragen om uitleg, die beantwoord worden door een staatssecretaris.
De voorzitter. - Dat zal u zeker niet doen. U stelt elke week minstens vijf of zes vragen. Ik vind dat u zeer veel antwoorden krijgt.
De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - Het is altijd interessant de minister rechtstreeks te kunnen ondervragen.
Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - De heer Ide is de grootste producent van schriftelijke vragen. Hij weet alles over de zorgverstrekking aan Walen, Brusselaars en Vlamingen, gaande van nagelverzorging tot de zwaarste operaties.
De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - In de Scandinavische landen worden al de gegevens die ik vraag, gepubliceerd. De gewone burger kan er die gegevens opvragen. Hier moet een parlementslid dat doen. Ik was vorig jaar blij te horen dat het RIZIV die gegevens, ook de regionale, zou publiceren. Dan hoef ik ze niet meer vragen.
Mevrouw Lieve Van Ermen (LDD). - In het nieuw koninklijk besluit over het cardiale zorgprogramma zou men B1-diensten - diagnostische coronarografie - en B2-diensten - interventionele coronarografie apart laten voortwerken op voorwaarde dat aan een aantal omkaderingseisen wordt voldaan en dat er een samenwerkingsakkoord is met een B3-dienst - hartchirurgie.
De discussie over het aantal hartcentra heeft ook een communautair tintje. Vooral in het zuiden van het land en in Brussel zijn de centra te dik gezaaid, menen sommige wetenschappers. Zo halen ze niet voldoende activiteit om expertise op te bouwen en de kwaliteitslat hoog genoeg te houden. Een interventiecardioloog moet ongeveer 150 procedures halen. Door het principe van vrijheid, blijheid toe te passen, komt dat minimum in het gedrang.
Critici opperen dat die wildgroei met het nieuwe koninklijke besluit in stand wordt gehouden en daarmee lijkt men in de eerste plaats de Franstalige centra een dienst te bewijzen. Daarnaast bestaat er een zekere spanning tussen perifere centra zonder hartkatheterisatie en de grotere hartcentra. Die eerste centra vrezen dat ze weggedrukt zullen worden als de overheid minimumdrempels oplegt.
De voorganger van minister Onkelinx, de heer Rudy Demotte, wou een grootscheepse hervorming in de cardiologie. Blijkbaar volgt de huidige minister hem niet en worden zijn voorstellen teruggeschroefd. Er wordt geen tabula rasa gemaakt, want het koninklijk besluit werd tot twee maal toe door de Raad van State geschorst.
Volgens het koninklijk besluit zouden op 1 januari 2007 vijftien geïsoleerde B1-centra in Wallonië en vier in Vlaanderen hun deuren hebben moeten sluiten. Komt er nu weer een generaal pardon? Mogen de B1- en B2-hartcentra blijven freewheelen?
Ook suggereerde de medewerkster van minister Onkelinx dat de ideeën in een nieuw koninklijk besluit zouden worden gegoten en dat bij het Kenniscentrum opnieuw een studie zou worden aangevraagd over de programmatie van die hartcentra, wat weerom een jaar in beslag zou nemen.
Heeft de minister een duidelijk standpunt met betrekking tot dit juridisch kluwen? Welke oplossing ziet zij voor de discrepantie inzake de densiteit van hartcentra per aantal inwoners en per gemeenschap? Waarom houdt ze geen rekening met de conclusies van de studie `Variaties in de ziekenhuispraktijk bij acuut myocardinfarct in België' van het Kenniscentrum, waarmee haar voorganger wel rekening hield? Uit die studie bleek dat B1-centra bijna evenveel kosten als B2- en B3-centra, dat ze onnodige onderzoeken uitvoeren en dat ze niet bijdragen tot de outcome benefit van de patiënt.
Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - De eerste vraag gaat over de juridische toestand betreffende het zorgprogramma cardiale pathologie B.
De koninklijke besluiten van 1 augustus 2006 en van 8 maart 2007 tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 juli 2004 over de normen van het zorgprogramma cardiologie zijn door de Raad van State vernietigd. Dat betekent dus dat momenteel de normen die golden voor de wijziging door de beide vernietigde besluiten van toepassing zijn. Dat houdt onder meer in dat de geïsoleerde zorgprogramma's `cardiale pathologie B1' opnieuw mogelijk zijn en dat de uitzondering op de gezamenlijke exploitatie B1, B2 en B3 voor geografisch afgelegen gebieden is vervallen.
Overigens zijn de gemeenschappen en gewesten bevoegd voor de erkenning. Ze kunnen dus ook de federale normen controleren; ze kunnen onder meer het activiteitsniveau nagaan. Indien niet aan de federale normen wordt voldaan, zal dat gevolgen hebben voor de erkenning van de hartcentra.
De federale overheid is wat het gezondheidsbeleid betreft enkel bevoegd om voor het Rijk onder meer erkenningsnormen en programmatiecriteria te bepalen. De federale overheid maakte van deze bevoegdheid gebruik om op basis van de ziekenhuiswet erkenningsnormen en programmatiecriteria voor de hartcentra uit te werken.
Mevrouw Van Ermen verwijst naar het KCE-rapport over variaties in de ziekenhuispraktijk bij acuut myocardinfarct (AMI) in België. Deze studie heeft absoluut niet tot doel een antwoord te geven op de vraag naar de beste behandeling van een myocardinfarct. Bovendien zijn de data waarop deze studie gebaseerd is verouderd.
Het rapport vergelijkt de verschillende cardiale zorgprogramma's op het vlak van hun aanpak van AMI, de patiëntgerelateerde uitkomsten en de gemaakte kosten. Uit de studie blijkt dat het voor de overleving en de verdere prognose van de patiënt niet uitmaakt in welk type ziekenhuis hij of zij met een AMI wordt opgenomen. Er is wel een groot verschil in de gemaakte kosten naargelang van het type ziekenhuis: een initiële opname in een B1 of een B2-B3 is duurder dan een initiële opname in een A-ziekenhuis. Deze meerkost wordt gegenereerd door een hoger aantal onderzoekingen dat uitgevoerd wordt bij patiënten die initieel opgenomen worden in B1 en door een hoger aantal therapeutische interventies bij patiënten in B2-B3.
Sinds de publicatie van deze KCE-studie in 2005 zijn er mijns inziens nieuwe relevante gegevens. Ten eerste is er een evolutie in de richtlijnen voor de behandeling van het AMI met ST-elevatie in het cardiogram (STEMI, ST segment elevation myocardial infarction). De huidige aanbeveling is de onmiddellijke mechanische reperfusie, minder dan twee uur, wat men de PPCI of Primary Percutaneous Coronary Intervention noemt. Ten tweede wijs ik erop dat epidemiologisch onderzoek uitwijst dat de incidentie van het STEMI een dalende trend vertoont, en dit zowel in relatieve als absolute cijfers. Het college cardiologie, geïnstalleerd bij de FOD, houdt ook een database bij over de interventionele cardiologische verstrekkingen.
Een voorafgaande studie van de gegevens van het College van Cardiologie heeft aangetoond dat er een relatie bestaat tussen de activiteitsgraad van de B2-centra voor acute infarcten, gemeten aan het aantal PPCI, en de mortaliteitsgraad tijdens het verblijf.
Sinds de hervormingen die mijn voorganger wou doorvoeren, zijn er nieuwe elementen in dit dossier waar ik rekening mee zal houden bij een aanpassing van het normatief koninklijk besluit betreffende het zorgprogramma cardiologie. Ik heb al eerder aangekondigd dat de geïsoleerde exploitatie van het deelprogramma B2 kan worden overwogen. Verder is het ook mijn bezorgdheid dat de kwaliteit van de cardiologische interventie in ons land gewaarborgd blijft. Dit betekent dat er in de hartcentra een voldoende en wetenschappelijk onderbouwde activiteitsdrempel moet worden gehaald. Het belang van een activiteitsnorm wordt overigens nogmaals onderstreept door de gegevens van het college cardiologie, die wijzen op een hogere mortaliteit bij PPCI in centra met een beperkte activiteit.
Ik heb mijn administratie intussen de opdracht gegeven om de nieuwe elementen in het dossier cardiologie met experts te bestuderen in het vooruitzicht van een aanpassing van de normen voor het zorgprogramma B, die inhoudelijk coherent dient te zijn met het beleid van mijn voorganger.
Mevrouw Lieve Van Ermen (LDD). - Ik ben zelf cardioloog, lid van de board van de VBS, het Verbond der Belgische Beroepsverenigingen van Geneesheren-Specialisten. Ik was ook lid van de raad van bestuur van het Kenniscentrum. Ik weet dus alles wat de minister daarnet heeft gezegd. Zij weet echter niet wat de recente onderzoeken, gepubliceerd in The New England Journal of Medicine, hebben opgeleverd, namelijk dat de B1-accreditatie geen toegevoegde waarde heeft. Met andere woorden, een centrum dat alleen aan diagnostiek doet, was in de jaren tachtig wel goed, maar heeft in het eerste decennium van de 21ste eeuw geen zin meer. Men moet meteen kunnen ingrijpen. Alleen een B2 kan een FFR-meting, een drukmeting in de kransslagader uitvoeren. Voorts is bewezen dat een FFR-meting kostenbesparend is, want niet iedere zogezegde occlusie heeft een PCI nodig. Een B1 alleen heeft zeker geen zin.
De heer Philippe Mahoux (PS). - Het verheugt me dat beide betrokken ministers aanwezig zijn om mijn vraag te beantwoorden.
Op 28 juni 1996 besliste de ministerraad een eenheid van de civiele veiligheid te stationeren in Gembloux met het oog op een snelle interventie bij natuurrampen zoals overstromingen, of bij chemische, nucleaire of andere ongevallen.
De keuze voor Gembloux was gebaseerd op volgende argumenten: de noodzakelijke deconcentratie van de diensten van de civiele veiligheid; de afwezigheid van een eenheid in de provincies Waals-Brabant en Namen; de gunstige ligging van Gembloux inzake communicatie. Ik heb zelden zoveel overtuigende argumenten gezien.
Desondanks is de eenheid dertien jaar later nog steeds niet operationeel. We vernemen nu dat de minister van Binnenlandse Zaken en de voogdijminister van de Regie der Gebouwen die beslissing willen herzien en er administratieve diensten willen vestigen. Dat is incoherent en surrealistisch.
Bij de inrichting van het terrein werd rekening gehouden met de vestiging van gespecialiseerde diensten van de civiele veiligheid: medisch centrum, restaurant, werk- en opslagplaatsen, huisvesting, organisatie en inoefening van operaties, ontsmettingsinstallaties.
Afgezien van het feit dat het onzinnig zou zijn de ambtenaren van Financiën en van het vredegerecht, die nu in het centrum van Gembloux werken, te verhuizen, is het duidelijk dat gebouwen die ingericht werden om een eenheid van de civiele veiligheid te huisvesten, niet geschikt zijn om er een administratie in onder te brengen. Bovendien werden voor de civiele veiligheid bedragen geïnvesteerd die ruimschoots de geraamde 6,5 miljoen overschrijden.
In de Kamer heeft de minister die bevoegd is voor de Regie der Gebouwen de verantwoordelijkheid voor de beslissing gedeeltelijk bij de minister van Binnenlandse Zaken gelegd, op grond van het feit dat het om gedeelde bevoegdheden gaat. Ik vraag nu dat beide betrokken ministers hun standpunt over het stationeren van een eenheid van de civiele veiligheid in Gembloux zouden verduidelijken. Die eenheid moet in Gembloux worden gestationeerd omdat alle burgers in dit land, ook die uit het Franstalige landsgedeelte, gelijk zijn voor de wet.
De heer Guido De Padt, minister van Binnenlandse Zaken. - De beslissing om een kleine operationele eenheid van de civiele veiligheid in Gembloux te stationeren, dateert van 1996. Uit een studie van mijn administratie blijkt dat de goede werking van een dergelijke eenheid 116 personeelsleden vergt. Daartoe moet jaarlijks 3,241 euro miljoen euro in de begroting worden ingeschreven.
Bij de aanvang van de infrastructuurwerken in 2000, werd aan de personeelsleden van de eenheden van Libramont, Ghlin en Crisnée een vrijwillige overplaatsing voorgesteld naar de toekomstige eenheid van Gembloux en werd bijkomend personeel aangetrokken. Sindsdien hebben sommige personeelsleden de dienst verlaten en blijven nog slechts 26 personeelsleden beschikbaar voor de eenheid van Gembloux. Een herverdeling van het bestaande personeel is niet mogelijk zonder de goede werking van de operationele eenheden van Libramont, Ghlin en Crisnée in gevaar te brengen.
Een klein gedeelte van het materieel werd aangekocht in 1999, 2000 en 2001, toen met de infrastructuurwerken werd aangevangen. Dat materieel dat verdeeld en gebruikt werd in de bestaande eenheden, is verouderd. Bij de start is 600 000 euro nodig om de eenheid operationeel te maken. Vervolgens zal in een jaarlijkse budget van 344 000 euro moeten worden voorzien.
Voor de werkingskosten is een startbudget van 991 000 euro vereist. Daarna zou jaarlijks 547 000 euro nodig zijn.
Op het ogenblik neemt de Regie der Gebouwen de onderhoudskosten voor haar rekening.
De kredieten die werden gevraagd naargelang de werkzaamheden vorderden, werden tot nog toe altijd geweigerd.
Rekening houdend met die elementen, heb ik mijn diensten gevraagd een dossier voor te bereiden dat morgen aan de ministerraad zal worden voorgelegd.
De heer Didier Reynders, vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen. - Mijn standpunt is hetzelfde als dat van de minister van Binnenlandse Zaken. Het dossier werd ingediend in 1996. In 1998 volgden de studies en de aanbestedingen. De raming bedroeg 4,5 miljoen euro. De eerste aanbesteding resulteerde in een offerte van meer dan 8 miljoen euro. De toenmalige minister bevoegd voor de Regie, heeft dan beslist de aanbesteding op te splitsen in afzonderlijke loten. Die manier van werken heeft de termijnen uiteraard verlengd.
Met de aanleg van het terrein, moeten de werkzaamheden normaliter eind juni beëindigd zijn. Ze zullen dan in totaal 12 miljoen euro hebben gekost.
De voorganger van de heer De Padt heeft in het parlement verklaard dat het de bedoeling was de diensten van de civiele veiligheid begin 2010 in Gembloux te installeren, afhankelijk van de budgetten die nog ter beschikking moesten worden gesteld voor de personeels- en andere kosten.
Hoever staan we nu? Het gebouw zal sleutelklaar worden opgeleverd aan het ministerie van Binnenlandse Zaken om er de civiele veiligheid te stationeren. Het is niet uitgesloten dat niet het vredegerecht, maar de diensten van Financiën die hun gebouw in Gembloux eind juni moeten verlaten, tijdelijk in een gedeelte van de administratieve gebouwen worden gehuisvest. Het zou absurd zijn daarvan geen gebruik te maken. De 1 500 m² kantoorruimte zal waarschijnlijk niet volledig door de civiele veiligheid worden ingenomen.
De minister van Binnenlandse Zaken en ikzelf willen dat de activiteiten over het gehele grondgebied worden gespreid. Op dit ogenblik zijn er drie centra: een in de provincie Luik, een in de provincie Luxemburg en een in de provincie Henegouwen.
Indertijd werd geopteerd voor een bijkomend centrum, dat zowel de provincie Namen als de provincie Waals-Brabant zou bedienen. We zullen ervoor zorgen dat de middelen daartoe in de begroting 2010 worden opgenomen. Ik hoop dat onze collega's van Begroting die middelen ter beschikking kunnen stellen. De indertijd voorgestelde verdeling maakt een goede dekking mogelijk van het gehele grondgebied en laat toe de bevolking te beschermen rekening houdend met nieuwe risico's, zoals het Sevesorisico.
De Regie der Gebouwen beëindigt dus de werkzaamheden zoals gepland. Het gebouw zal binnenkort beschikbaar zijn en zo zijn ingericht dat het moeilijk door andere dan urgentiediensten kan worden gebruikt. We zullen ervoor zorgen dat de middelen voor de stationering van de civiele veiligheid vanaf begin 2010 beschikbaar zijn. De gebouwen bevinden zich naast een brandweerkazerne, wat wellicht samenwerking mogelijk maakt. We houden daar rekening mee. We nemen ook contact op met de stad Gembloux die een gebouw zoekt voor de dienst Openbare werken. Waarom geen lokalen ter beschikking stellen? De plannen die dateren van het einde van de jaren negentig zouden wat ruim uitvallen rekening houdend met de huidige noden. Wellicht kan een gedeelte van het administratief gebouw een andere bestemming krijgen, zodat de ruimte volledig wordt benut.
Als we andere diensten kunnen huisvesten in de garages en de technische gebouwen die ingericht werden voor de civiele veiligheid, zullen we dat doen. Ons streefdoel is echter dat in de begroting 2010 de middelen voorhanden zijn voor de stationering van de civiele veiligheid. Ik hoop dat de regering het daarover eens kan worden.
Rekening houdend met de talrijke interventies in de Kamer en gelet op de fracties waartoe de sprekers behoorden, denk ik dat dit geen probleem zal zijn.
De heer Philippe Mahoux (PS). - Ook de staatssecretaris van Begroting speelt blijkbaar een rol in dit dossier.
Ik onthoud dat de toewijzing aan de civiele veiligheid behouden blijft. De minister van Binnenlandse Zaken verwijst naar de begroting. De budgettaire toewijzingen worden echter vaak beïnvloed door de manier waarop de belangen van een regio worden verdedigd. In de huidige stand van zaken spelen de gekozenen een belangrijke rol. Mijn standpunt is alleszins duidelijk.
We zullen dit dossier met aandacht blijven volgen en alles doen opdat het wordt geconcretiseerd. De diensten van de civiele veiligheid moeten in Gembloux worden gestationeerd, ook al kunnen de installaties nog voor andere doeleinden worden gebruikt.
Mevrouw Els Schelfhout (CD&V). - Op twaalf december 2008, tijdens een afsluitende persconferentie van de Europese Raad onder het voorzitterschap van Frankrijk, veegde de Franse president Sarkozy de mogelijkheid van een Europese operatie in Oost-Congo resoluut van tafel. Hij stelde dat het Angolese leger, opererend onder VN-mandaat, een interessante optie zou kunnen zijn voor de versterking van de MONUC. Ik herinner me dat de Belgische minister van Buitenlandse Zaken moeite deed om zijn Europese collega's over de streep te trekken. Hij werd evenwel gedwarsboomd door EU-commissaris Michel die - gekant tegen een militaire EU-operatie - vanuit Congo diverse potentiële deelnemers bewerkte.
Vorige week was president Sarkozy in Kinshasa. Hij had superlatieven te kort om president Kabila te loven. Hij prees de zogenaamde opmerkelijke vooruitgang die de voorbije jaren onder zijn gezag werden gerealiseerd. Hij onthield zich van enig voorbehoud bij het vertrek van parlementsvoorzitter Vital Kamerhe, die tot ontslag werd gedwongen omdat hij kritiek had geuit op de samenwerking met het Rwandese leger in Oost-Congo. Hij feliciteerde Kabila met de gezamenlijke Rwandees-Congolese operatie. Hij deelde ontwikkelingsgeld uit, praatte over voetbal en haalde op zijn sloffen enkele schitterende deals binnen. France Télécom is enkele grote projecten rijker. De bouwgigant Vinci zal voor 37 miljoen euro de landingsbaan van de internationale luchthaven van Kinshasa renoveren. Het energiebedrijf Alstom mag de turbines van de Ingastuwdam, de grootste van Afrika, herstellen. Areva, een bedrijf dat gespecialiseerd is in kernenergie, krijgt de unieke kans een partnerovereenkomst met de Congolese mijnreus Gécamines te sluiten voor de exploitatie van uraniummijnen over het hele Congolese grondgebied.
Frankrijk is een van de belangrijkste landen in Europa. De Democratische Republiek Congo is een van de armste landen ter wereld. Het land wordt geteisterd door extreme armoede, als gevolg van corruptie en de niets ontziende houding van binnen- en buitenlandse rovers die het leegplunderen, zonder dat iets van de onmetelijke rijkdom die de Congolese bevolking afhandig wordt gemaakt, hen ten goede komt. In Oost-Congo zijn nog steeds honderdduizenden mensen op de vlucht. Dagelijks worden honderden meisjes en vrouwen het slachtoffer van seksueel geweld. Mensenrechten worden voortdurend en ongestraft geschonden. In Kivu sterven naar schatting dagelijks zeshonderd kinderen jonger dan vijf.
Frankrijk is terug in Congo. Deze Europese hoofdrolspeler lijkt echter zonder scrupules voorrang te geven aan eigen gewin, in plaats van de problematische aspecten van het Kabilaregime aan te kaarten.
Ik zou graag van de minister vernemen hoe hij hierover denkt.
Is hij van plan om deze laakbare houding van de Franse president in de geëigende kringen en ten gepaste tijde ter discussie te stellen?
Vindt overleg plaats, bijvoorbeeld binnen het Europees veiligheids- en defensiebeleid, onder voorzitterschap van de hoge vertegenwoordiger van de EU Solana? Zo niet, acht de minister dat niet raadzaam en zou hij daartoe de nodige stappen willen doen?
De heer Karel De Gucht, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken. - Mijn mening en oordeel over Congo zijn voldoende bekend en nog altijd dezelfde. Ik zie trouwens weinig redenen om daar iets van af te doen. Aan de andere kant is het niet mijn gewoonte om een buitenlands bezoek van een buitenlands staatshoofd aan een derde land te becommentariëren.
Dit gezegd zijnde, kan ik mevrouw Schelfhout verzekeren dat België geregeld met Frankrijk overleg pleegt over Centraal-Afrika en dat ons bilateraal en multilateraal overleg over Congo met alle belangrijke internationale actoren doorlopend plaatsvindt.
Ik heb er nota van genomen dat president Sarkozy tijdens zijn rede voor het Congolese parlement van 26 maart over regionale samenwerking heeft gesproken op een manier die België globaal kan onderschrijven. Hij benadrukte het belang van het ontwikkelen van projecten die ons dichter bij elkaar brengen en verwees naar het bestaande initiatief van de Communauté économique des Pays des Grands Lacs, dat volgens de president een veelbelovend initiatief is tussen Congo, Burundi en Rwanda. De president vroeg zich eveneens af of men niet verder kon gaan. `Niets verbiedt deze drie landen, maar ook andere - Uganda, Tanzania, Kenia - om samen te werken om de landbouw, industrie en handel te structureren, meer transparantie en regels in te voeren, energiebronnen te ontwikkelen, het natuurlijk patrimonium te beschermen, de beweging van personen te organiseren'. Hij pleitte eveneens voor het ontwikkelen van de infrastructuren om de regio uit haar isolement te halen en opperde het idee om een regionaal agentschap voor ontwikkeling en ordening op te richten.
Mevrouw Els Schelfhout (CD&V). - Dat de mensenrechten in Congo en in de oostelijke regio worden geschonden is verschrikkelijk, dat het Westen - Europa en in dit geval een Europees land - doet alsof zijn neus bloedt omdat economische belangen doorwegen, is absoluut onaanvaardbaar en moet veroordeeld worden. Dat zou kunnen middels een dringende oproep tot eerlijk overleg op Europees niveau, zodat de verschillende meningen op elkaar kunnen worden afgestemd, er een duidelijk standpunt kan worden ingenomen en we niet langer tegen elkaar kunnen worden uitgespeeld.
Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - In de pers vernam ik dat de Afghaanse president Hamid Karzai een wet wil afkondigen die tien procent van de bevolking zwaar treft, namelijk de groep van de shiamoslims en vooral dan de shiavrouwen. Er is sprake van dat verkrachting binnen het huwelijk wordt toegestaan en vrouwen zonder toestemming van hun echtgenoot het huis niet mogen verlaten. Ze zouden geen werk mogen zoeken, geen opleiding volgen en niet naar de dokter mogen gaan zonder de toestemming van hun echtgenoot. Het hoederecht over de kinderen zou alleen worden toegewezen aan vaders en grootvaders.
Afghanistan heeft nochtans alle internationale verdragen ondertekend die gelijke rechten voor vrouwen garanderen.
Wat is de houding van België ten aanzien van deze nieuwe omstreden wet?
Is er hieromtrent enig overleg tussen de donoren? Zal er een gemeenschappelijk standpunt ingenomen worden ten aanzien van deze omstreden wet die sjiitische vrouwen treft?
Welke voorwaarden zijn er verbonden aan de zeven miljoen euro die België elk jaar aan ontwikkelingshulp geeft voor de wederopbouw van Afghanistan? Ik verneem trouwens net via Belga dat daar nog vijf miljoen euro bijkomt. Hoeveel van die substantiële steun komt de vrouwen en vrouwenrechten ten goede?
De heer Karel De Gucht, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken. - Ik heb eveneens vernomen dat de wet die de persoonlijke status van de Afghaanse shiagemeenschap regelt, door het Afghaanse parlement is goedgekeurd. De wet is nog niet afgekondigd door de president, maar er zijn geen indicaties dat de president dat niet zal doen. De shiagemeenschap maakt ongeveer tien procent van de bevolking uit. De beperkingen die in die wet zijn opgenomen, zijn inderdaad totaal onaanvaardbaar en gaan in tegen de mensenrechten en de gelijkheid van de vrouwen, zelfs in de Afghaanse context.
Zoals mevrouw de Bethune vermeldt, is deze wet duidelijk in strijd met de internationale verbintenissen van Afghanistan, die voortvloeien uit de bekrachtiging van verschillende mensenrechtenverdragen, in het bijzonder het VN-verdrag inzake de bestrijding van alle vormen van discriminatie tegen vrouwen, dat door Afghanistan in 2003 werd geratificeerd. Bovendien is deze wet ook strijdig met de eigen Afghaanse grondwet.
De Hoge Commissaris voor de mensenrechten, mevrouw Pillay, het VN-agentschap UNIFEM en andere mensenrechtenorganisaties veroordeelden reeds de omstreden wet. Op Europees niveau vindt er in Kabul overleg plaats over de te nemen demarches. Mijn diensten volgen dit van nabij.
Onder de verschillende projecten die in de voorbije jaren in Afghanistan met de budgetten Vredesopbouw ondersteund werden, stonden enkele projecten specifiek in het teken van de empowerment van vrouwen en de bescherming van kinderen. Gender en de mate waarin minderheden op een gelijke wijze kunnen participeren aan het politiek en maatschappelijk proces, worden steeds in aanmerking genomen bij de selectie. Op het adviescomité Vredesopbouw binnen onze federale overheidsdienst waar voorstellen van projecten worden besproken, zijn steeds verschillende diensten vertegenwoordigd, waaronder ook onze dienst Mensenrechten.
Een niet onaanzienlijk deel van de Belgische hulp aan Afghanistan heeft een zuiver humanitair karakter en verloopt via gespecialiseerde internationale organisaties, zoals het Wereldvoedselprogramma voor voedselhulp of het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen voor hulp aan teruggekeerden. Deze organisaties hebben voor de uitvoering van hun programma's specifieke genderstrategieën.
Een ander deel van onze hulp, namelijk twee miljoen per jaar, verloopt via het ARTF (Afghanistan Reconstruction Trust Fund), een trustfonds van de Wereldbank dat de wederopbouw van Afghanistan ondersteunt en de Afghaanse regering helpt bij het realiseren van haar doelstellingen, onder andere op het vlak van onderwijs - namelijk gratis en verplicht lager onderwijs voor iedereen en gratis secundair onderwijs - en watervoorziening. Het ARTF staat ook in voor de realisatie van sociale basisinfrastructuur op gemeenschapsniveau. In haar dialoog met de Afghaanse autoriteiten, houdt de Wereldbank strikt aan respect voor mensenrechten en gendergelijkheid.
Daarenboven heeft België verschillende initiatieven gesteund die rechtstreeks gericht zijn op vrouwen. Ik denk met name aan het programma van UNIFEM ter ondersteuning van het ministerie van Vrouwenzaken of aan het vrouwencentrum van Istalif, gesteund door de Belgische ngo Moeders voor vrede.
De genderdimensie is een vast onderdeel van alle programma's die door de Belgische ontwikkelingssamenwerking worden opgezet.
Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Het verheugt me natuurlijk dat de minister zich bij de veroordeling van de wet door de internationale gemeenschap aansluit.
Toch wil ik de minister vragen dat België niet alleen het VN-standpunt steunt, maar dat ook onze regering zelf die wet uitdrukkelijk veroordeelt en haar veroordeling via de geëigende diplomatieke kanalen aan de Afghaanse autoriteiten meedeelt. Ik dring dus aan op een expliciete stap. Zo zou de Afghaanse ambassadeur kunnen worden ontboden.
Het klopt dat het overgrote deel van onze hulp aan Afghanistan noodhulp is en voedselzekerheid, gezondheidszorg of sociaal recht betreft. We zouden echter moeten kunnen nagaan of geld dat bijvoorbeeld voor onderwijs wordt uitgetrokken, in gelijke mate bij meisjes en jongens uit de shiagemeenschap terechtkomt. Met andere woorden, er is nood aan een controleprocedure voor onze bilaterale donaties.
Tot slot dring ik erop aan dat voor ten minste de helft van het miljoen extra noodhulp de voorwaarde geldt dat de hulp ten goede komt van projecten die de maatschappelijke positie van de vrouw versterken.
De minister verwijst naar een subsidie van jaren geleden aan het Afghaanse ministerie voor Vrouwenrechten. Volgens mijn informatie is van vrouwenrechten de jongste jaren weinig of niets in huis gekomen. Aangezien dat ministerie gewoonweg niet functioneert, worden die middelen vermoedelijk niet meer aan het vooropgestelde doel besteed.
De heer Karel De Gucht, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken. - Dinsdag heb ik in Den Haag deelgenomen aan de vergadering van zogenaamde Big Tent, waar 73 landen en een aantal internationale organisaties het dossier Afghanistan hebben besproken. Ik heb er een belangrijk mensenrechtendossier aangeroerd, namelijk dat van de Afghaanse journalist Sayed Pervez Kambaksh, die wegens godslastering tot de doodstraf werd veroordeeld. Die straf werd uiteindelijk omgezet in twintig jaar cel. De minister van Buitenlandse Zaken van Afghanistan heeft me verzekerd dat voor eind april een positief antwoord mag worden verwacht, namelijk dat de man op korte termijn zal worden vrijgelaten.
Afgesproken is dat zodra de wet is goedgekeurd - en vandaag is dat het geval - de Europese Unie er uitdrukkelijk tegen zou protesteren. België zal dat protest dan ook ondersteunen.
Ik vind de gebeurtenissen aldaar een zeer kwalijke zaak. Ze hangen wellicht samen met de pre-electorale sfeer waarin sommige krachten zich willen verzekeren van de steun van bepaalde groepen in de samenleving. De internationale gemeenschap kan een en ander uiteraard niet aanvaarden.
In onze bilaterale hulp is de aandacht voor de problematiek levendig. Ik zal er nogmaals bijzonder op aandringen dat ons land die inspanning volhoudt. Het probleem ligt mijns inziens niet in België, maar bij de profileringsdrang van bepaalde groepen in Afghanistan en bij de recente heropleving van traditionele structuren, waardoor de internationale gemeenschap zijn greep op het democratiseringsproces en op het regime in Kaboel verliest. Niet onze programma's zijn het echte probleem, wel de toestand in Afghanistan.
De heer Alain Courtois (MR). - Ik begin met een concreet voorbeeld. Iemand wordt bij verstek veroordeeld tot dertien maanden opsluiting wegens familiaal geweld. Hij wordt aangehouden door de politie van Brussel en naar de gevangenis gebracht, waar hij verzet aantekent. De gevangenisdirecteur verklaart dat hij, bij gebrek aan plaats, ervoor zal zorgen dat de veroordeelde zo vlug mogelijk een elektronische enkelband krijgt.
De minister leidt het departement Justitie sinds drie maanden. Bestaat de wil om de huidige situatie te keren en om grondig na te denken over de strafuitvoering?
De rondzendbrieven van het Bestuur der Strafinrichtingen - of moet ik voortaan zeggen van de FOD Justitie - spreken boekdelen. Iemand die tot drie jaar opsluiting is veroordeeld, krijgt te horen dat hij wellicht binnen vier maanden mag terugkomen voor een enkelband. Worden straffen van drie jaar opsluiting in ons land nog wel uitgevoerd?
Vanuit mijn ervaring op het parket van Brussel weet ik dat feiten waarvoor gevangenisstraffen van drie jaar worden uitgesproken, uiterst zware feiten zijn. In het verleden werd beslist om straffen van minder dan een jaar niet meer uit te voeren. Vervolgens werd hetzelfde beslist voor straffen van minder dan twee jaar. Vandaag voert men straffen van minder dan drie jaar niet langer uit. Ik vraag me af waartoe dat zal leiden.
Strafrechters dreigen, mijns inziens terecht, het aantal voorlopige hechtenissen op te voeren om er zeker van te zijn dat wie strafbare feiten heeft gepleegd, toch minstens een korte tijd achter de tralies gaat. Om dezelfde reden zou ook het aantal aanhoudingsmandaten wel eens kunnen stijgen.
Aangezien de geloofwaardigheid van het gerecht hier op het spel staat, verzoek ik de minister om over deze problematiek grondig na te denken. Magistraten hebben de gewraakte praktijk scherp veroordeeld als schijnjustitie; dat mag niet opnieuw voorvallen.
Laten we het voorbeeld onder de loep nemen van iemand die een verwittiging krijgt wegens foutparkeren. Dat kost hem algauw 15 euro en dat wordt er zeer snel 50, als hij niet onmiddellijk betaalt. Dan ontvangt hij een ingebrekestelling, vervolgens klopt de deurwaarder aan, moet hij voor de politierechtbank verschijnen, enzovoorts.
Het is toch absurd dat wie foutparkeert, streng wordt vervolgd, terwijl iemand die wordt veroordeeld voor noodzakelijkerwijze zware feiten als - car-jacking, sac-jacking -, op onbegrijpelijke inschikkelijkheid kan rekenen.
Mogen we op het vlak van de strafuitvoering weldra vooruitgang verwachten?
De heer Stefaan De Clerck, minister van Justitie. - De problemen bij Justitie houden mij continu bezig. Dagelijks dienen zich andere dossiers aan. Vele ervan hebben betrekking op de strafuitvoering, de opsluiting, problemen in de Belgische gevangenissen, meer bepaald in Namen en in Brugge en, niet te vergeten, de overbevolking in de gevangenissen. We staan voor een paradoxale situatie: enerzijds heerst er een gevoel van straffeloosheid en anderzijds is het totaal aantal gedetineerden in België, namelijk 10 331, nog nooit zo hoog opgelopen. Strafuitvoering leidt dus, meer dan ooit tevoren, tot opsluiting.
Wij zoeken oplossingen voor de verschillende problemen. Deze problematiek verdient een breed debat en ik heb beloofd een nota voor te leggen over de strafuitvoering en ook een nieuwe oriëntatienota. In 1997 heb ik overigens al in een nota alle mogelijkheden aangehaald, wat gelukkig niet zonder gevolg is gebleven.
Één van de problemen betreft de alternatieve straffen. Momenteel worden er ongeveer 10 000 uitgesproken. We stoten daarmee op de grenzen van de haalbaarheid van het systeem.
Een ander probleem betreft het elektronische toezicht. Momenteel staan 722 mensen onder elektronisch toezicht, terwijl een totaal aantal van 1000 in het vooruitzicht was gesteld. Morgen stel ik een nieuwe aanbesteding voor het nieuwe grote contract elektronisch toezicht aan de ministerraad voor. Met de nieuwe technologieën kunnen we de mogelijkheden van het systeem uitbreiden.
Ook de verhouding tussen het aantal mensen in voorlopige hechtenis en het aantal veroordeelde gedetineerden stemt tot nadenken. Met een verhouding 40/60 is België de Europese kampioen inzake voorlopige hechtenis. We moeten er iets op vinden dat magistraten minder snel hun toevlucht nemen tot voorlopige hechtenis. Daarover loopt momenteel een studie bij het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie. In voorkomend geval moeten we het huidige systeem aanpassen.
Overigens zitten er momenteel 1000 geïnterneerden in onze gevangenissen. Er moeten dus verschillende problemen simultaan worden opgelost.
Ik ben voornemens om nog voor de vakantie aan het Parlement een ontwerp voor te leggen over boetes, alternatieve straffen en elektronisch toezicht, maar ook over de gevangenissen en de bouw van nieuwe gevangenissen. In december jongstleden heeft de regering beslist om tegen 2012 zeven nieuwe gevangenissen te bouwen, waarvan twee voor geïnterneerden. Het opzet is niet om in extra plaatsen te voorzien, maar om sommige gevangenissen, met name die van Sint-Gillis, Vorst en Antwerpen, te vervangen.
Dat alles staat in de steigers.
Straffen van meer dan drie jaar worden onder toezicht van de strafuitvoeringsrechtbank uitgevoerd. Voor straffen van minder dan drie jaar wordt een beroep gedaan op elektronisch toezicht, maar de beschikbare capaciteit volstaat niet. Daarom rijzen er problemen in die categorie. Zowel de infrastructuur als het personeel van de justitiehuizen is versterkt, zodat we naar een hogere versnelling kunnen schakelen. Binnenkort wordt er een nieuwe aanbesteding voor nieuwe technologie uitgeschreven en we hopen daarmee zo snel mogelijk resultaten te boeken.
We moeten de recent goedgekeurde wet uitvoeren, krachtens welke strafuitvoeringsrechtbanken zich ook kunnen uitspreken over veroordelingen van minder dan drie jaar. Tot nog toe was dat niet realistisch, omdat we niet over de vereiste infrastructuur beschikten. We moeten dus nog wat geduld oefenen voor de uitvoering van dat gedeelte van de wet.
Nog voor de zomervakantie zal ik een omvattende nota over de problematiek van strafuitvoering voorleggen. Dat was niet alleen een prioriteit voor Jo Vandeurzen, maar is dat ook voor mij.
De heer Alain Courtois (MR). - Ik dank de minister voor zijn belofte om in juni een nota neer te leggen. We kijken ernaar uit.
We moeten wel uiterst voorzichtig zijn en niet vervallen in populisme of poujadisme door de indruk te wekken dat er straffeloosheid heerst. Zoals u weet, verspreiden berichten over vermeende straffeloosheid zich als een lopend vuurtje onder wie daarvan hoopt te profiteren!
Momenteel loopt het aantal voorlopige hechtenissen op. De reden is dat veel magistraten de voorlopige hechtenis opleggen omdat ze weten dat de straf uiteindelijk nooit wordt uitgevoerd. Dat is mede de oorzaak van de overbevolking in de gevangenissen. Een en ander houdt ook verband met het aantal strafuitvoeringsrechters. Krachtens de wet op de strafuitvoeringsrechtbanken moet dat aantal worden verhoogd.
Het verheugt me dat voor de elektronische enkelband een nieuwe aanbesteding is uitgeschreven. Aangezien het vorige contract is afgelopen, zijn er momenteel enkelbanden te kort.
Vol ongeduld wacht ik op de juninota van de minister. We zitten op dezelfde golflengte. Straffen moeten echter hoe dan ook worden uitgevoerd. De minister weet immers net als ik, dat wie tot drie jaar opsluiting wordt veroordeeld, uiterst zware feiten heeft gepleegd.
De heer Jurgen Ceder (VB). - Het Executief van de Moslims van België, het representatief orgaan van de islamitische eredienst, heeft al een bijzonder hobbelig brokkenparcours afgelegd: kandidaten met fundamentalistische gedachten, negatieve adviezen van de Staatsveiligheid en van het Comité I, constante spanningen tussen de leden van het Executief, grote rivaliteit tussen het Executief en de Algemene Vergadering, moties van wantrouwen, ononderbroken juridische procedures, nieuwe verkiezingen, dubieuze financiële praktijken, gerechtelijk onderzoek, de vereffening van de vzw `Beheer van Financiën van de Executieve', de schorsing van de subsidies, enzovoort. Het blijft maar duren!
In mei vorig jaar werd dan de zoveelste opvolger van het Executief aangesteld door de Algemene Vergadering, om `in overleg met alle geledingen van de islamitische gemeenschap een beter geschikte vorm te zoeken voor een representatief orgaan van de islamitische eredienst in België'. Op basis van dit overgangsdossier zou dan geoordeeld worden over een mogelijke verlenging van het mandaat van het Executief.
Gisteren, op 1 april - geen grap - verstreek het mandaat van het Executief opnieuw, vermoedelijk omdat de moslimgemeenschap er maar niet in slaagt een consensus te bereiken omtrent een nieuw vertegenwoordigend orgaan.
Wat is de precieze reden waarom het mandaat van het Executief niet opnieuw wordt verlengd?
Welke concrete gevolgen heeft het feit dat het mandaat op dit ogenblik niet meer bestaat, bijvoorbeeld voor de financiering van de georganiseerde islam? Daarvoor is vorige week nog een koninklijk besluit verschenen dat voorziet in een subsidie van 135 000 euro voor het Executief.
Wat is het standpunt van de minister in deze zaak?
Acht de minister het nog wenselijk om geld en energie te stoppen in een orgaan dat er toch nooit zal in slagen om zelfstandig tot een gerespecteerde, representatieve structuur te komen?
De heer Stefaan De Clerck, minister van Justitie. - Vooreerst wens ik te benadrukken dat het mandaat van het Executief van de Moslims van België, waarvan de gewijzigde samenstelling mij op 2 maart 2009 werd meegedeeld, werd verlengd bij koninklijk besluit van 30 maart en wel tot en met 31 december 2009. Die laatste datum werd om zuiver begrotingstechnische redenen gekozen.
Gelet op de verlenging van de erkenning van het Executief tot eind dit jaar, vervalt dat onderdeel van de vraag.
De reflectie over de hervorming van de wijze waarop de islamitische eredienst in België beter kan worden vertegenwoordigd, komt toe aan de moslimgemeenschap zelf. De overheid dient zich daar zo min mogelijk mee in te laten, maar kan desnoods wel dat proces ondersteunen. Dat hebben wij in het verleden gedaan. Ook ik persoonlijk heb dat jaren geleden gedaan bij het organiseren van de eerste verkiezingen van het Executief.
Zo werd recentelijk een vergadering georganiseerd op mijn departement tussen een aantal buitenlandse experts en vertegenwoordigers van het Executief van de Moslims op 16 februari. We pakken de zaak voorzichtig aan. We hebben onderzocht hoe men in de omringende landen omgaat met dezelfde problematiek. Overal onderzoekt men het probleem en er worden heel wat ervaringen uitgewisseld. Dat is nuttig om, in de mate van het mogelijke, dezelfde houding aan te nemen. We stellen vast dat er nogal wat verschillen zijn op dat gebied.
Het Executief van de Moslims heeft mij op 28 januari 2009 het financieel plan voor 2009 en op 23 februari 2009 het actieplan voor dit jaar bezorgd. Dat actieplan omvat onderdelen in verband met de denkoefening rond de vernieuwing van het representatieve orgaan van de islamitische eredienst en in verband met de opdrachten van de verschillende departementen van het Executief (moskeeën, onderwijs, sociale zaken, enz.).
Het is duidelijk dat de wil bij de huidige vertegenwoordigers van het Executief aanwezig is om de overheid de nodige transparantie te geven met betrekking tot hun werking en financieel beheer en dat daartoe ook de vereiste aanzet werd gegeven.
Gelet op het feit dat de verkiezingen voor de beheerscomités van de islamitische gemeenschappen - op het niveau dus van de erkende moskeeën - volop worden georganiseerd, en gelet op het actieplan dat mij werd voorgelegd, ben ik van oordeel dat het wenselijk was het mandaat van het Executief van de Moslims te verlengen tot het einde van dit jaar.
In het kader van het vernieuwingsproces zal het Executief op 24 oktober 2009 een nationale dag organiseren.
Wat de financiering betreft, kan ik slechts herhalen wat in het verleden al werd gezegd. De huidige regeling is een overgangsregeling voor de subsidie die aan het Executief wordt verleend en waarvan het bedrag voor het jaar 2009 reeds aanzienlijk werd verminderd. In de toekomst zal het Executief hoofdzakelijk door de lokale gemeenschappen moeten worden gefinancierd.
Wat de moskeeën betreft, zal de betaling van de imams, zodra de verkiezingen voor de beheerscomités zijn voltooid, ten laste komen van de federale begroting. Mijn diensten werken op dit ogenblik aan de besluiten die het aantal imams per moskee zullen vastleggen.
De heer Jurgen Ceder (VB). - Ik dank de minister voor zijn antwoord. Hij zegt echter niet wat zijn visie is over hoe het nu verder moet. Er zijn wel voorstellen ingediend, maar ik vraag me af of er nog verkiezingen zullen worden georganiseerd. Het laatste Executief genoot nog de steun van ongeveer 19% van de kiezers, wat bijzonder weinig is. Blijft die formule behouden? Er wordt immers ook gespeculeerd dat de minister of de moslimraad zal onderhandelen met vertegenwoordigers van de moskeegemeenschappen en dat die vertegenwoordigers het Executief zullen uitmaken. Kan de minister zeggen wat nu eigenlijk de bedoeling is?
De heer Stefaan De Clerck, minister van Justitie. - Persoonlijk ben ik er voorstander van dat verkiezingen worden georganiseerd, want dat zou een democratische methode moeten zijn. Ik ben er evenzeer van overtuigd dat na de verkiezingen het Executief moet kunnen worden aangevuld via een soort coöptatie van personen die representatief zijn en die enige stabiliteit meebrengen in de organisatie. De verkiezingen zijn echter een essentieel onderdeel van een overheidsinterventie ten behoeve van deze gemeenschap.
De heer Berni Collas (MR). - Ich bin besorgt um den Fortbestand des Gerichtsbezirks Eupen, der vor etwa zehn Jahren geschaffen wurde.
Ik maak mij zorgen over het voorbestaan van het gerechtelijk arrondissement Eupen, dat ongeveer tien jaar geleden werd opgericht.
Ik heb u op 19 februari 2009 al over dit onderwerp ondervraagd.
In uw antwoord kondigde u mij aan wat volgt: `... is het mijn bedoeling een diepgaande hervorming van justitie door te voeren, meer bepaald door een modernisering van de rechterlijke organisatie.' U zei ook: `De voorliggende voorstellen over de magistratuur verwijzen onder meer naar het provinciale en/of gewestelijke niveau in combinatie met het behoud van lokale afdelingen (...). De manier waarop en de mate waarin de taalkarakteristieken van het arrondissement Eupen in aanmerking moeten worden genomen, zal eveneens het onderwerp uitmaken van die studie.'
U voegde er nog het volgende aan toe, hoewel ik daar een beetje sceptisch tegenover sta: `Het resultaat moet echter verenigbaar zijn met de schaalvoordelen die door de algemene modernisering worden beoogd.' Het is absoluut niet mijn bedoeling die ongetwijfeld lofwaardige ambities inzake samenwerking, efficiëntie en mobiliteit te bekritiseren.
Ik heb u ook een vraag gesteld over de mogelijkheid een geïntegreerd arrondissement als proefproject op te richten in de Duitstalige gemeenschap in het gerechtelijk arrondissement Eupen.
Vorige dinsdag las ik in een artikel van De Tijd over uw bedoeling om een uniek loket op te richten:
`Die hervorming komt niet alleen de magistratuur en de overheid ten goede. Met de oprichting van een uniek loket willen we ook het gemak van de rechtzoekende vergroten.'
Er bestaan ook Duitstalige rechtzoekenden, liefst zo weinig mogelijk, maar ze bestaan. De minister baseert zich voor zijn grote hervorming op de blauwdruk waarover alle geledingen van de magistratuur een overeenkomst hebben bereikt. In die blauwdruk staat dat er een uniek loket moet komen in elke provincie, maar over de exacte locaties werd nog niets beslist.
U hebt zowel de zittende als de staande magistratuur geconsulteerd en dat is goed. De voorzitter van de handelsrechtbank van Gent verklaarde:
`We willen de 27 arrondissementen afschaffen en grotere geografische entiteiten creëren. We zouden kunnen evolueren naar één rechtbank per provincie, met vier secties: rechtbank van eerste aanleg, rechtbank van koophandel, arbeidsrechtbank en een sectie vrederechters en politierechters.' Die vier secties zouden dan gemanaged worden door een provinciale voorzitter. Op het einde staat: `Belangrijk is dat er in elke provincie een eenheidsloket zou komen waar alle burgers met vragen terecht kunnen.'
Mijnheer de minister, uw bedoelingen zijn buitengewoon lofwaardig. Ik heb veel begrip voor uw rationele en efficiënte aanpak van de modernisering van de rechtbanken. Toch heb ik vragen bij uw bedoelingen en bij de perspectieven die u opent.
Welk plannen hebt u met de rechtbank van het gerechtelijk arrondissement Eupen waar het Duits de voertaal is voor 95% van de dossiers? Omdat ik het specifiek karakter van het arrondissement Eupen ken, pleit ik uiteraard voor het behoud ervan en voor de invoering van het systeem van een loket in de rechtbank van eerste aanleg.
Ik herinner er bovendien aan dat de handelsrechtbank en de arbeidsrechtbank behoren tot een gerechtelijk arrondissement dat gemeenschappelijk is met Verviers.
Kunt u mij uw plannen voor dit gerechtelijk arrondissement meedelen?
De heer Stefaan De Clerck, minister van Justitie. - De heer Collas heeft het over de totale hervorming van het gerechtelijke landschap, waarover ik nu nog niet veel kan zeggen omdat het overleg met alle mogelijke partners nog aan de gang is. Ik heb veel contacten met de voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg en met de hoven van beroep. Over enkele maanden zou aan het parlement in principe een volledige hervorming moeten worden voorgesteld, waarbij de nabijheid wordt verzekerd, maar ook deskundigheid en flexibiliteit in de korpsen, in de magistratuur en in het openbaar ministerie. De hele magistratuur vraagt dit. Iedereen is ervan overtuigd dat er iets moet gebeuren, dat nieuwe entiteiten moeten worden gecreëerd en dat het management efficiënter moet worden, uiteraard met respect voor de onafhankelijkheid van de magistraten. Efficiëntie moet dus worden gecombineerd met onafhankelijkheid en management met jurisdictionele vrijheid. Er zal dus een plan worden ingediend.
Er wordt aan gewerkt. Wij discussiëren met verschillende mensen, ook met degenen die soms wat problemen veroorzaken.
Het is duidelijk dat er voor Eupen uitzonderingen moeten zijn. Dat betekent echter niet dat er grotere entiteiten zullen zijn voor het beheer. De Duitse taal en het arrondissement Eupen zullen alleszins worden behouden.
Het zal echter nog wat tijd vergen om de definitieve voorstellen aan het Parlement te kunnen voorleggen.
De heer Berni Collas (MR). - Ik dank de minister.
Ik heb geen enkele twijfel bij de doelstellingen die hij door middel van zijn hervorming wil realiseren.
Het was mijn bedoeling om als gemeenschapssenator de aandacht te vestigen op dit arrondissement en zijn specifieke kenmerken en vooral op de bezorgdheden van de vertegenwoordigers van de zittende en staande magistratuur en van de rechtzoekenden.
Ik kan niet vooruitlopen op de periode na de verkiezingen, maar ik vraag u rekening te houden met alle specifieke taalkundige kenmerken die dit arrondissement hebben doen ontstaan.
Mevrouw Myriam Vanlerberghe (sp.a). - Mijn vraag vloeit voort uit de discussie die gisteren in de verenigde commissies voor de Justitie en voor de Sociale aangelegenheden plaatsvond over het draagmoederschap. De voorbije jaren waren er verschillende gevallen van commercieel draagmoederschap, die in de pers bijzonder veel aandacht kregen. De verontwaardiging van de samenleving en van alle politieke partijen was telkens zeer groot en daarom dienden verschillende partijen wetsvoorstellen in om het commerciële draagmoederschap te verbieden.
Eerst was er de stelling dat commercieel draagmoederschap niet apart moest worden verboden, maar dat men meteen ook een oplossing voor medisch draagmoederschap, dus zonder betaling, wilde regelen. Groot was echter mijn verbazing toen ik gisteren drie senatoren-juristen hoorde verklaren dat commercieel draagmoederschap op dit ogenblik al strafbaar is, omdat de strafwet commerciële handel met het menselijk lichaam verbiedt. Erger nog is dat mensen via de media de indruk krijgen dat iets wel kan, terwijl eminente juristen in de Senaat nu zeggen dat dit helemaal niet klopt.
Mijnheer de minister, is commercieel draagmoederschap volgens de huidige Belgische wetgeving al dan niet verboden? Als dat inderdaad zo is, vind ik dat dit aan de bevolking duidelijk moet worden gemaakt. Als dat niet zo is, vind ik dat we hier dringend werk van moeten maken, om een herhaling van het baby D-drama te voorkomen. Ik zou graag begrijpen waar het in deze materie op staat en zou graag hebben dat de minister ja of neen antwoordt op mijn vraag.
De heer Stefaan De Clerck, minister van Justitie. - Mevrouw Vanlerberghe maakt het mij moeilijk. Allereerst maakt ze een onderscheid tussen de senatoren en de senatoren-juristen. Vervolgens vraagt ze of ik ja of neen wil antwoorden op de vraag of commercieel draagmoederschap kan. Uit mijn uiteenzetting zal blijken dat dit niet evident is.
Ik benader die vraag uiteraard vanuit strafrechtelijke hoek.
Het is inderdaad niet uitgesloten dat zou kunnen worden verwezen naar verschillende strafbaarstellingen van het Strafwetboek om het commercieel draagmoederschap te vervolgen en te veroordelen. Jammer genoeg zijn die verwijzingen nooit helder en duidelijk in een ja of een neen om te zetten. Het is dus zeker niet ja in alle gevallen. Het is evenmin neen in alle gevallen.
De wetgeving op de mensenhandel biedt mogelijkheden. Vóór de wet van 10 augustus 2005 waren de handel en smokkel zonder enig onderscheid strafbaar gesteld op grond van het (vroegere) artikel 77bis van de vreemdelingenwet van 1980. De grensoverschrijding en de vreemde, niet Belgische nationaliteit waren in het geval van het slachtoffer vereist.
In de zaak van baby D., die verkocht werd aan een Nederlands echtpaar, en waarvan de feiten dateren van vóór 2005, was het kind Belgisch.
De verkoop van een menselijk wezen is gedeeltelijk strafbaar gesteld in het Belgische recht sinds de goedkeuring van de wet van 10 augustus 2005 tot wijziging van diverse bepaling met het oog op de versterking van de strijd tegen mensenhandel en mensensmokkel en tegen praktijken van huisjesmelkers.
De nieuwe kwalificatie van mensenhandel, bedoeld in art. 433quinquies van het Strafwetboek, vereist niet langer de twee voornoemde voorwaarden. Zij wordt gekenmerkt door een aantal gedragingen waaronder de verkoop van een persoon, diens werving, huisvesting of vervoer. De verkoop wordt strafbaar gesteld in de bewoordingen `de wisseling of de overdracht van de controle over een persoon' overgenomen uit het kaderbesluit inzake mensenhandel van 2002 van de Europese Unie. Het verkopen van een persoon aan een inrichting of aan een ander persoon `met het oog op uitbuiting' is strafbaar op grond van mensenhandel, zelfs als nog geen werving, vervoer, opvang of huisvesting heeft plaatsvonden.
De draagwijdte van het misdrijf mensenhandel is echter beperkt door een limitatieve lijst van uitbuitingsdoeleinden. De nieuwe strafbaarstelling legt de nadruk niet langer op het begrip `misbruik' van het slachtoffer, maar op de `uitbuiting' ervan, overeenkomstig de Europese en internationale instrumenten. Die doeleinden zijn: seksuele uitbuiting, uitbuiting van bedelarij, werk in omstandigheden die in strijd zijn met de menselijke waardigheid, orgaanhandel en dwangarbeid. Aan het algemene principe worden dus heel wat voorwaarden toegevoegd. Om de wet op de mensenhandel te kunnen toepassen, moet er een vorm van uitbuiting zijn.
De nieuwe wet omschrijft mensenhandel als volgt: `(...) de werving, het vervoer, de overbrenging, de huisvesting, de opvang van een persoon, de wisseling of overdracht van de controle over hem, teneinde ten aanzien van deze persoon de misdrijven te laten plegen die bedoeld worden in de artikelen (...)'.
De verkoop van een kind met het oog op een adoptie valt daar niet onder.
De wet van 2005 werd immers aangenomen om de Belgische regelgeving in overeenstemming te brengen met de internationale instrumenten van de VN, de Raad van Europa en de Europese Unie inzake mensenhandel.
Op internationaal vlak was het bij de aanvang van de werkzaamheden van de VN met betrekking tot het Protocol van 2000 inzake de preventie, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder de vrouwenhandel en kinderhandel, aanvullend bij het Verdrag van de Verenigde Naties tegen transnationale georganiseerde misdaad, de bedoeling om die doeleinden in de omschrijving van mensenhandel op te nemen. Men is van dat idee afgestapt en men heeft zich geconcentreerd op de meest verspreide vormen van uitbuiting teneinde de onderhandelingen vlotter te doen verlopen.
De Europese instrumenten hebben bijgevolg de constitutieve elementen van het misdrijf inzake mensenhandel uit het vermelde VN-protocol overgenomen, zonder ze verder te bespreken.
De vraag of het wenselijk is de strafbaarstelling van mensenhandel tot nieuwe doeleinden uit te breiden, zal worden besproken in het kader van de evaluatie van de wet van 2005. Die opdracht zal de Dienst voor het Strafrechtelijk Beleid in samenwerking met de Interdepartementale Coördinatiecel ter bestrijding van mensenhandel en mensensmokkel vervullen. Die cel omvat met name vertegenwoordigers van het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding en het expertisenetwerk mensenhandel van het College van procureurs-generaal. Aangezien mensenhandel een belangrijk probleem is, moeten minstens die twee instellingen worden geraadpleegd.
De regelgeving inzake mensenhandel is met andere woorden niet rechtstreeks van toepassing. We hebben de Europese en internationale regelgeving overgenomen. Onze regelgeving zou kunnen worden gewijzigd. Tot op vandaag is dat niet het geval, tenzij er bijzondere, bijkomende elementen zijn. In de klassieke adoptieproblematiek zijn die elementen niet aanwezig.
Er zijn een aantal andere mogelijkheden, zoals 391quater en 391quinquies van het Strafwetboek. Op grond van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie is in het Strafwetboek een hoofdstuk ingevoegd met de titel `Misdrijven en wanbedrijven inzake adoptie'. In die artikelen staan definities die soms kunnen worden toegepast, maar niet in het dossier van baby D.
Artikelen 361, 362 en 363 gaan over de verwisseling van kinderen. Ook die artikelen konden in dit dossier niet worden toegepast, maar ze zijn wel belangrijk in het debat.
Ik ben tot besluit dus geneigd om eerder negatief te antwoorden. Indien men een heldere en eenvoudige wetgeving wil, moet de bestaande wetgeving worden uitgebreid. De huidige wetgeving biedt volgens mij geen eenduidige oplossing. Ik zeg dat onder voorbehoud, want deze kwestie moet met veel eminente juristen en professoren verder worden overlegd. Uiteraard zullen de senatoren het laatste woord hebben.
Mevrouw Myriam Vanlerberghe (sp.a). - Ik weet niet wie volgens minister De Clerck het laatste woord heeft, de senatoren-juristen of de andere senatoren. Dat zal een wezenlijk verschil zijn.
De minister geeft dus aan dat de meeste senatoren-juristen die gisteren hebben gesproken het bij het verkeerde eind hadden. Het valt me op dat de minister het over mensenhandel en adoptie heeft. Gisteren ging het daar helemaal niet over, maar wel over de verkoop en commercialisering van delen van het menselijke lichaam. Misschien moet de minister maar eens contact opnemen met senatoren-juristen zoals de heer Delpérée.
Het valt mij op dat de minister geen uitsluitsel kan geven. Wel is duidelijk dat er een nieuwe wetgeving moet komen. Verder uitstel en een zoektocht naar een ruime context omdat de commercialisering eigenlijk geen probleem zou zijn, kan volgens de minister niet.
De reclame, het aanbieden en alles wat voorafgaat aan de geboorte van de baby moeten wel wettelijk worden geregeld omdat er ter zake volstrekt geen regelgeving bestaat.
Ik had liever een duidelijk ja of neen gehoord, maar blijkbaar is dat niet mogelijk.
De voorzitter. - U hebt uw spreektijd overschreden.
Mevrouw Myriam Vanlerberghe (sp.a). - De minister heeft een zeer lang antwoord gegeven. Gisteren hebben de senatoren-juristen ook zeer lang gesproken.
Mevrouw Nele Lijnen (Open Vld). - Er bestaan momenteel geen wettelijke voorzieningen voor welke vorm ook van directe democratie in België, niet op het niveau van de gemeenschappen en de gewesten, noch op federaal niveau. In België werd in 1995 wel de mogelijkheid ingevoerd om op lokaal vlak, dus in gemeenten en provincies, niet-bindende volksraadplegingen te houden, maar de invloed daarvan op het politieke leven in België is miniem of niet bestaand. Er werd nog geen enkele provinciale volksraadpleging gehouden.
Elders, bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, is de bevolking wel vertrouwd met het referendumsysteem. Bij de laatste presidentsverkiezingen viel het zelfs op dat steeds meer Amerikaanse burgers de referenda aangrepen om, op zijn minst op lokaal vlak, mee te beslissen. Het bood velen immers de gelegenheid om zich over specifieke wetsvoorstellen uit te spreken.
Die worden hun voorgelegd door de wetgever of op initiatief van de burgers door middel van het verzamelen van handtekeningen. Zo stonden in de staat Californië twaalf voorstellen over een brede waaier van onderwerpen op het stemformulier, gaande van het homohuwelijk en abortus tot dierenrechten en duurzame energiebronnen. Over die voorstellen werd eerst een stevig maatschappelijk debat gevoerd, waardoor de thema's, althans op lokaal niveau, vaak meer aandacht kregen dan de presidentsverkiezingen zelf. Referenda zijn aldus een uitstekende graadmeter van de opvatting van de burgers over bepaalde thema's.
Het organiseren van een referendum dat samenvalt met verkiezingen is dus een kans die moet worden benut, omdat we op die manier kunnen uitmaken of de burgers bijvoorbeeld stemplicht goed vinden of juist niet. Een kiessysteem zonder stemplicht is immers een graadmeter voor de interesse of het vertrouwen van de bevolking in de volksvertegenwoordiging. Die redenering gaat ook op voor het referendumsysteem.
Inzake de organisatie van dat referendum, en uiteraard ook van andere referenda, zou ik graag vernemen of de kiezer zich tijdens de verkiezingen op 7 juni aanstaande ook zou kunnen uitspreken over de keuze tussen stemrecht en stemplicht. Is het niet mogelijk de kiezer dan tegelijkertijd andere vragen voor te leggen waarvan het antwoord ons in een bepaalde richting kan sturen? Ik denk bijvoorbeeld aan uitbreiding van de euthanasiewetgeving.
Het voorbije weekend vernamen we dat de stad Antwerpen eind september of begin oktober een referendum zal organiseren om te polsen naar de voorkeur voor het tracé dat de Antwerpse verkeersknoop moet oplossen. De verkiezingen van 7 juni zouden de uitgelezen kans kunnen zijn om de mening van de burger hierover te vragen. Graag vernam ik het standpunt van de minister ter zake. Is zo'n referendum praktisch realiseerbaar?
Plant de minister hierover overleg met de Vlaamse regering en het Antwerps stadsbestuur?
Is het wettelijk mogelijk om de verkiezingen en het referendum op dezelfde dag te organiseren? Zijn er volgens de minister redenen waarom dit niet zou kunnen gebeuren?
De heer Guido De Padt, minister van Binnenlandse Zaken. - Voor een federale volksraadpleging, ongeacht of die bindend dan wel louter consultatief is, moeten verschillende bepalingen van de Grondwet worden gewijzigd. Artikel 36 bepaalt immers dat de federale wetgevende macht gezamenlijk wordt uitgeoefend door de Koning, de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat. Dientengevolge kan in België uitsluitend een volksraadpleging worden gehouden over aangelegenheden van gemeentelijk of provinciaal belang en dat moet gebeuren onder het toezicht van het Gewest waaronder ze vallen. Met andere woorden, grondwettelijk is het niet mogelijk om op 7 juni een federaal referendum te organiseren over de door de spreker aangehaalde thema's.
Wel ben ik gewonnen voor het aangrijpen van federale, Europese of regionale verkiezingen voor lokaal geënte volksraadplegingen, bijvoorbeeld de aangelegenheid in Antwerpen, maar dat moet gebeuren in overleg met de gewesten.
Mochten de verkiezingen van juni niet zo dichtbij zijn geweest, hadden we er eventueel een referendum aan kunnen koppelen. Het organisatiewerk moet toch gebeuren en dan kan daar meteen gebruik van worden gemaakt om een referendum over een lokale problematiek te organiseren.
Op die manier krijgt de bevolking de gelegenheid zich uit te spreken over plaatselijke dossiers waarrond enige animositeit bestaat. Het staat iedereen vrij al dan niet aan een volksraadpleging deel te nemen.
Ik ben er voorstander van om na te denken over eventuele proefprojecten, uiteraard in overleg met de gewesten en de gemeenten. Misschien zijn de verkiezingen van 2011 een goed moment om daar mee te beginnen.
Mevrouw Nele Lijnen (Open Vld). - Ik ben bijzonder blij met het antwoord van de minister. Ik vind het belangrijk om de kiezer bij verkiezingen, waarvoor trouwens stemplicht geldt, meteen te laten oordelen over bepaalde plaatselijke onderwerpen en standpunten.
Als we bij de verkiezingen van 2011 proefprojecten voor lokale volksraadplegingen kunnen starten, kunnen we interessante informatie verzamelen voor de evaluatie van het systeem. Ik ben er immers oprecht van overtuigd dat we voor veel zaken gewoon de mening van de kiezer kunnen vragen. Dat instrumentarium gebruiken we in ons land niet, ook al gaat het om een ongelooflijk directe vorm van inspraak waarmee we de burger, de kiezer, naar waarde schatten.
Mevrouw Vanessa Matz (cdH). - In het Waalse parlement zijn verschillende voorstellen van resolutie betreffende de harmonisering van het aanplakken op de verkiezingsborden ingediend. Tijdens de verkiezingscampagnes lopen er immers tal van zaken mis: verstoring van de openbare orde door de oorlog tussen de plakkers, het overplakken, het telkens afscheuren van affiches enzovoort. Bovendien heeft dat gedrag een aanzienlijke papierverspilling en een negatieve beeldvorming bij de burgers tot gevolg.
De Waalse regering werd daarom gevraagd de gemeenten te verzoeken regels op te leggen voor het aanplakken op de verkiezingsborden. Er wordt met name overwogen aan elke democratische lijst voldoende advertentieplaats toe te kennen en overplakking te verhinderen.
De Waalse minister van Binnenlandse Zaken heeft in antwoord op een vraag verklaard dat hij niet bevoegd is, aangezien de organisatie van de verkiezingen onder de bevoegdheid van de minister van Binnenlandse Zaken valt.
Hoe staat de minister tegenover dit initiatief en tegenover de voorgestelde harmonisering? Is hij van mening dat het aanplakken op gemeentelijke verkiezingsborden moet worden geregeld, waarbij elke democratische lijst een proportioneel berekende oppervlakte krijgt, zodat een oorlog tussen de plakkers wordt vermeden?
De heer Delpérée zei me daarnet dat sommige Brusselse gemeenten, meer bepaald Sint-Pieters-Woluwe en Sint-Lambrechts-Woluwe, reeds op die manier werken. Een dringende harmonisering van het systeem is noodzakelijk.
De heer Guido De Padt, minister van Binnenlandse Zaken. - Op 4 maart 2009 heb ik aan de provinciegouverneurs een circulaire gestuurd om ordeloze aanplakking op verkiezingsborden te vermijden. In die circulaire wordt aanbevolen de kandidaten voldoende plaatsen voor het aanplakken van affiches ter beschikking te stellen. De gemeenten wordt bovendien verzocht de vastgestelde plaatsen op gelijke wijze tussen de verschillende lijsten te verdelen.
Krachtens de organieke wetten van 19 mei 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de Europese en regionale verkiezingen, bepaalt de gouverneur de nadere regels inzake het aanbrengen van verkiezingsaffiches en het organiseren van gemotoriseerde optochten. Het besluit is van toepassing gedurende de drie maanden die aan de datum van de verkiezingen voorafgaan.
Het model van politieverordening dat aan de gouverneurs ter goedkeuring wordt voorgelegd en als bijlage bij de circulaire is gevoegd, voorziet in een aanplakverbod voor verkiezingsaffiches tussen 22 uur en 7 uur 's morgens tot 6 juni, en vanaf 6 juni van 22 uur tot 7 juni om 15 uur.
De gemeenten moeten toezien op de toepassing van het besluit en eventueel de nadere regels bepalen door middel van een politieverordening.
Mevrouw Vanessa Matz (cdH). - De Waalse minister heeft ons verwezen naar zijn collega van de federale regering. De minister van Binnenlandse Zaken van zijn kant laat de regeling over aan de provinciegouverneurs hoewel de bevoegdheid van laatstgenoemden gebaseerd is op een circulaire van de minister.
Als ik het goed begrepen heb, zijn de gemeenten verplicht verkiezingsborden ter beschikking te stellen van de kandidaten, maar zijn ze niet verplicht aanplakruimte te reserveren. Precies dat laatste levert problemen op! De gemeenten installeren verkiezingsborden bij elke verkiezing en de beperkingen inzake uren zijn bekend. Nu moet de regeling worden verbeterd door te verplichten dat de affiches eenmalig, voor de hele verkiezingsperiode, worden geplakt.
In sommige gemeenten is het overplakken een echt probleem. De gouverneur moet zich baseren op de circulaire van de minister. Hij mag zelf geen initiatief nemen voor een dergelijk reglement.
De circulaire is niet duidelijk en niet dwingend genoeg. De gemeenten moeten niet enkel voor de nodige verkiezingsborden zorgen, maar ook een zekere evenredigheid opleggen en een ordeloze aanplakking verbieden.
De voorzitter. - De heer Vincent Van Quickenborne, minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen, antwoordt.
Mevrouw Sfia Bouarfa (PS). - Ik betreur de afwezigheid van de minister des te meer daar mevrouw Lanjri en mevrouw Piryns haar ook interessante vragen over haar beslissingen inzake de regularisatie van gezinnen met kinderen wilden stellen.
In het kader van een visumaanvraag voor gezinshereniging met een partner, een kind of met het oog op samenwoning - artikel 10 - met een persoon die in België is gevestigd maar die geen onderdaan is van de Europese Unie, wordt een attest van voldoende huisvesting gevraagd, in overeenstemming met bijlage 7 van de circulaire van 21 juni 2007 betreffende de wijzigingen in de reglementering betreffende het verblijf van vreemdelingen.
De gemeenten beschikken over een termijn van zes maanden om dat document uit te reiken. Na die termijn mag de aanvrager van een visum zijn dossier indienen samen met het ontvangstbewijs van zijn aanvraag. Sommige gemeenten geven dat attest binnen een redelijk korte termijn, maar andere wachten tot het einde van de wettelijke termijn om het attest uit te reiken.
De meeste documenten die de visumaanvrager bij de Belgische consulaire of diplomatieke autoriteiten in het buitenland moet indienen, moeten gelegaliseerd worden; de geldigheid bedraagt drie maanden. De termijn waarbinnen de gemeenten het attest van voldoende huisvesting moeten afleveren moet van zes maanden op drie maanden worden teruggebracht. Bovendien moet worden bepaald dat als de gemeente niet binnen de termijn van drie maanden antwoordt, het antwoord als positief wordt beschouwd, met andere woorden dat de huisvesting voldoende is.
Die wijziging is des te meer noodzakelijk daar de behandeling en de uitreiking van een visum ook tijd vergt, zodat de visumaanvrager dikwijls meer dan een jaar moet wachten om zijn verwant in België te vervoegen.
Het is trouwens een lijdensweg om vandaag de dag een degelijke huisvesting te vinden, vooral in de steden, zoals in Brussel.
In het geval van een minderjarige bijvoorbeeld, is het voor zijn psychisch welzijn beter dat hij opgroeit bij zijn ouders, zelfs in een kleine woning, in plaats van onder de voogdij van een verre verwant in een ander land.
Is het niet eenvoudiger dat attest van voldoende huisvesting af te schaffen om discriminatie tussen niet-Europeanen en Europeanen - die niet aan die verplichting zijn onderworpen - tegen te gaan? Als het doel van dat document erin bestaat de burgers in goede omstandigheden te ontvangen, vraag ik me af waarom er een verschillende behandeling is.
Overweegt de minister de termijn voor de afgifte van dat attest in te korten, of om het attest eenvoudigweg af te schaffen?
De heer Vincent Van Quickenborne, minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen. - Ik lees het antwoord van de minister van Migratie- en Asielbeleid.
Zoals tijdens de parlementaire werkzaamheden werd gezegd, werd die voorwaarde in de wet opgenomen om te voorkomen dat de betrokken gezinnen in onzekerheid terechtkomen en om de praktijken van huisjesmelkers te bestrijden. Die redenen zijn vandaag nog altijd gerechtvaardigd. Daarom heb ik niet de bedoeling die vereiste af te schaffen.
Ik besef evenwel dat er voor een niet-Europese vreemdeling moeilijkheden rijzen om de voorwaarde van voldoende huisvesting om zijn familie in België te ontvangen te vervullen. Het attest van voldoende huisvesting kan een te lange scheiding van de gezinsleden tot gevolg hebben. Daarom bestaan er op dat vlak al versoepelingen.
Zo is er een versoepeling als een aanvraag tot gezinshereniging ingediend wordt vanuit de Belgische diplomatieke of consulaire post in het buitenland. In dat geval staat de dienst Vreemdelingenzaken de vreemdeling toe bij de post te vragen dat zijn visumaanvraag voor het nemen van een beslissing wordt overgezonden naar de dienst Vreemdelingenzaken, op basis van het ontvangstbewijs dat wordt afgeleverd door het gemeentebestuur in plaats van het attest van voldoende huisvesting. Als alle andere wettelijke voorwaarden zijn vervuld, verleent de Dienst Vreemdelingenzaken het visum mits een attest van voldoende huisvesting wordt overgelegd. Zodra de visumaanvrager in het bezit is van dat attest, bezorgt hij het aan de post en krijgt dan onmiddellijk zijn visum.
Bovendien wordt die voorwaarde op dit moment grondig door mijn administratie onderzocht om praktische problemen waarmee zowel de vreemdelingen als de gemeentebesturen worden geconfronteerd, op te lossen.
Mevrouw Sfia Bouarfa (PS). - Ik ben blij te horen dat er misschien versoepelingen aan de toepassing van die reglementering worden aangebracht. Ik hoop dat ze er in de praktijk komen.
Het attest van voldoende huisvesting wordt enkel voor niet-Europeanen geëist. De bekommernis om goede huisvesting is wellicht lovenswaardig, maar de Belgen en de Europese onderdanen worden eveneens geconfronteerd met huisvestingsproblemen. We ijveren voortdurend voor de toegang tot een degelijke woning, met respect voor de menselijke waardigheid, maar we moeten vaststellen dat in een rijk land als België, dat toch door werkloosheid en economische crisis wordt getroffen, de toegang tot een degelijke woning niet steeds mogelijk is. De mogelijkheid om opnieuw een verenigd en sterk gezin op te bouwen, kan helpen om de moeilijkheden het hoofd te bieden.
De voorzitter. - Ik stel voor deze mondelinge vragen samen te voegen. (Instemming)
De heer Vincent Van Quickenborne, minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen, antwoordt.
Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V). - De minister is niet aanwezig.
De voorzitter. - Als de minister niet aanwezig kan zijn, laat ze zich vertegenwoordigen door een collega, zoals nu het geval is.
Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V). - Ik vind het al erg dat de vragen om uitleg aan ministers door staatssecretarissen worden beantwoord. Moeten we nu ook nog aannemen dat ministers niet meer persoonlijk antwoorden op mondelinge vragen?
De heer Vincent Van Quickenborne, minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen. - De minister van Migratie- en Asielbeleid is in het buitenland.
Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V). - Als dat inderdaad het geval is, dan heb ik daar begrip voor. Op 26 maart vaardigde de minister een nieuwe instructie uit die een tijdelijke regularisatie voor gezinnen met kinderen mogelijk moet maken. Er zijn wel enkele voorwaarden aan verbonden. De gezinnen moeten vijf jaar ononderbroken in België verblijven en vóór 1 juni 2007 een asielaanvraag hebben ingediend. Daarnaast moeten de kinderen vóór 1 september 2007 in een school zijn ingeschreven. Die nieuwe criteria worden toegevoegd aan de criteria voor regularisatie van personen in een prangende humanitaire situatie.
Concreet betekent de maatregel dat de gezinnen ten laatste vóór eind maart 2004 een asielaanvraag moet hebben ingediend.
Kan de minister mij meedelen over hoeveel gezinnen het gaat op basis van de verschillende procedures? Hoewel het niet eenvoudig is, kan de minister bij benadering een cijfer geven over het aantal illegalen?
Waarom negeert de minister een andere doelgroep die eveneens in het regeerakkoord duidelijk werd vermeld, namelijk de groep die verwikkeld is in een langdurige procedure? Blijkbaar verkiest de minister de regelgeving van haar voorganger, minister Dewael, boven het regeerakkoord.
De nieuwe instructie is vanzelfsprekend geen allesomvattend akkoord. Het is geen circulaire en ze is ook niet verankerd in een wet.
Hoe staat het met de uitvoering van het regeerakkoord en meer bepaald met de circulaire met regularisatiecriteria? De instructie is goed nieuws voor een beperkte groep, maar heel wat asielzoekers die in aanmerking zouden komen voor een regularisatie als er maar een circulaire was, blijven helaas in het ongewisse.
Mevrouw Freya Piryns (Groen!). - Minister Turtelboom heeft ons vorige week allemaal verrast met haar plotse actie. Omdat ze het been stijf bleef houden, dachten we immers dat het regularisatiedossier muurvast zat. Met haar plotse opwelling van goodwill toont de minister haar daadkracht om toch enkele van de duizenden mensen die in een onzekere en vaak schrijnende situatie afwachten, zo snel mogelijk te willen helpen. Zo moest het toch overkomen.
Toch vragen we ons af wat eigenlijk de bedoeling is van de instructie? Begrijp me niet verkeerd, ik ben blij dat nu toch een aantal mensen voor een jaar uit de ergste onzekerheid gehaald worden. Maar aan de andere kant kunnen we er niet aan voorbijgaan dat hier een politiek spelletje wordt gespeeld. Is het een manier om de pers en de publieke opinie te tonen dat minister Turtelboom wel kan beslissen, dat ze wél iets doet? Is het een manier om de critici de mond te snoeren en ze hopelijk stil te houden tot na de verkiezingen van 7 juni?
Als we het over de inhoud van de instructie hebben, dan stel ik me alleszins serieuze vragen. Mensen met kinderen krijgen van de minister ineens meer recht op een menselijke behandeling. Koppels zonder kinderen niet. Misschien willen die wel kinderen maar kunnen ze er geen krijgen, misschien willen ze er geen wegens de precaire situatie waarin ze zich bevinden? Wat er ook van zij, voor de minister zijn de koppels zonder kinderen per definitie minder geïntegreerd of minder gehecht aan ons land. Ze kunnen dus veel gemakkelijker teruggestuurd worden. Dat begrijp ik althans uit het initiatief van de minister.
De minister beweert telkens opnieuw dat regularisaties een aanzuigeffect hebben. Kunnen we van haar maatregel dan niet evengoed zeggen dat hij het perverse neveneffect kan hebben dat sommige mensen speciaal kinderen gaan maken, omdat ze dan meer rechten krijgen?
Ik kreeg van de minister graag antwoord op volgende vragen.
Naargelang van de bron zouden 500 tot 5000 mensen door de instructie voor regularisatie in aanmerking komen. Wat is inschatting van de minister?
In haar instructie staat dat het asielonderzoek door de asielinstanties minstens 1 jaar moet hebben geduurd, maar de instructie zegt niet of en hoe verschillende asielprocedures kunnen worden opgeteld.
Minister Van Quickenborne, ik begrijp dat mevrouw Turtelboom mijn vraag niet kan beantwoorden omdat ze in het buitenland is, maar ik zou toch graag hebben dat u luistert als wij onze vragen stellen.
De heer Vincent Van Quickenborne, minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen. - Wees gerust, mevrouw Piryns, ik luister terwijl ik met een collega spreek.
Mevrouw Freya Piryns (Groen!). - Van vrouwen is bekend dat ze meerdere dingen tegelijkertijd kunnen doen, maar van mannen is dat nog altijd niet bewezen. Ik mag toch verwachten dat er een beetje wordt geluisterd?
In haar verweer tegen het uitblijven van een circulaire met duidelijke regularisatiecriteria zegt mevrouw Turtelboom altijd dat de criteria die er nu zijn, perfect helder en duidelijk afgelijnd zijn, en dat ze niet willekeurig kan beslissen. Maar in de laatste paragraaf van haar instructie staat nog altijd dat `andere situaties dan deze die hierboven zijn opgesomd kunnen beschouwd worden als zijnde prangende humanitaire situaties'. Dat lijkt me niet erg duidelijk als criterium. Daarom sluit ik me aan bij de opmerking van mevrouw Lanjri: wat we nodig hebben, is duidelijkheid, zowel voor degenen die mogen blijven als voor degenen die volgens de minister moeten vertrekken. Wat de minister nu creëert is hoop maar tegelijk ook wanhoop. De verwarring kan echt niet blijven duren.
De heer Vincent Van Quickenborne, minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen. - Ik lees het antwoord van minister Turtelboom.
Vorige week heb ik aan mijn administratie de opdracht gegeven om naast de bestaande criteria, die ik voor alle duidelijkheid nog eens expliciet heb hernomen, ook de gezinnen met schoolgaande kinderen tijdelijk te regulariseren als ze vijf jaar ononderbroken op het grondgebied zijn en minstens gedurende één jaar de oude asielprocedure hebben doorlopen zonder dat een beslissing is genomen.
De precieze criteria voor de regularisatie staan in mijn instructie aan de directeur-generaal van de Dienst Vreemdelingenzaken van 26 maart 2009. Die instructie is ook op de website van de dienst terug te vinden.
Wat betreft de voorwaarden die in de instructie worden gesteld, is het duidelijk dat de duur van de asielprocedures niet kunnen worden opgeteld, aangezien de hele asielprocedure voor de asielinstanties in aanmerking wordt genomen en ze ook maar één jaar moet hebben geduurd. Dat is de termijn waarbinnen een asielprocedure idealiter moet zijn afgerond. Het LIFO-principe dat indertijd werd gehanteerd en waardoor asielzoekers snel een beslissing hebben gekregen, kan moeilijk zomaar overboord worden gegooid, temeer daar volgens dat principe ook frauduleuze aanvragen werden behandeld.
Ik heb mijn beslissing genomen na een jaar strijd voor een globaal akkoord over het hoofdstuk asiel en migratie. Een maand na mijn eedaflegging heb ik een concrete tekst voorgelegd, eerst in juli, en een tweede keer in oktober. Er was telkens een onoverbrugbare kloof. Daarna is de crisis begonnen. Die heeft uiteindelijk geleid tot de val van de regering. In de maanden januari, februari en maart heb ik alle kansen gegeven aan de eerste minister om een akkoord te bereiken over het dossier.
Toen ik vorige week woensdag andermaal constateerde dat er geen akkoord kon worden gevonden en dat dit akkoord er zeker niet zou komen voor 7 juni, vond ik het onaanvaardbaar om de groep migranten die in de meest schrijnende situatie verkeert, nogmaals te laten wachten. In het parlement heb ik meermaals gezegd dat de blijvende eis voor een brede regularisatie de groep van mensen waarover een grote consensus bestaat, gijzelde. Voor die groep heb ik mijn politieke verantwoordelijkheid genomen. Al een jaar wordt gediscussieerd over hoe men volgende begrippen moet interpreteren. Wanneer spreekt iemand voldoende de taal? Wat is de invulling van het begrip werk, werkverleden, werkbereidheid, uitzicht op werk'? Daarom vond ik het wijs om eens omgekeerd te denken en de platgetreden paden te verlaten. Het is duidelijk dat schoolgaande kinderen onze taal spreken, dat hun ouders ze een echte toekomst in ons land willen geven en zelf willen werken, want nog steeds de beste manier is om te integreren. Daarom heb ik die instructie gegeven.
Eén ding is duidelijk: als je grenzen stelt, zal je altijd mensen hebben die buiten de criteria vallen. Als je dat probleem wil oplossen, moet je iedereen regulariseren. Maar dat wil ik niet.
Graag verzoek ik de senatoren die betreuren dat het alleen om gezinnen met schoolgaande kinderen gaat, in hun repliek zeer precies en zeer duidelijk te zeggen welke categorieën er voor hen nog aan toegevoegd moeten worden, niet in vage bewoordingen, maar zeer precies en zeer gedetailleerd zodat ik een inventaris kan maken van alle verzuchtingen. Graag hoor ik ook de argumentatie waarom die bepaalde groep eveneens moet worden geregulariseerd en waarom de ene of de andere groep, ook een toekomst in ons land verdient.
Door mijn instructie, en het overnemen van de criteria die mijn voorganger Patrick Dewael heeft uitgewerkt, stel ik een einde aan een juridische onzekerheid. Weken al hebben sommigen de publieke opinie doen geloven dat ze enkel duidelijke criteria willen. Die duidelijkheid heb ik nu gegeven. Mijn keuze betreft de meest dringende humanitaire situaties, namelijk de situatie van gezinnen met kinderen. Ik heb hen uit een impasse gehaald die ongetwijfeld nog enkele maanden, misschien wel jaren had kunnen duren.
Er blijft inderdaad nog steeds een discretionaire bevoegdheid over voor de directeur-generaal van de Dienst Vreemdelingenzaken omdat het onmogelijk is alle prangende humanitaire situaties exhaustief op te sommen. Die discretionaire bevoegdheid blijft hoe dan ook zeer marginaal, en is de uitzondering op de uitzondering. Ze heeft nagenoeg geen gevolgen voor de regularisaties die volgens de vooropgestelde criteria gebeuren.
Een minister van Migratiebeleid is perfect bevoegd om een instructie te nemen of een circulaire of een ministerieel besluit uit te vaardigen. Wat de uitvoering van het regeerakkoord betreft, stel ik alleen vast dat de eerste minister de kwestie van mensen zonder papieren heeft opgenomen in zijn prioriteitenlijst. De discussies binnen de regering gaan onder zijn leiding voort.
Hoeveel mensen in aanmerking komen voor regularisatie, weet ik niet. Mensen zonder papieren zijn per definitie niet geregistreerd, en kunnen dus moeilijk in statistieken worden opgenomen. Ik wil ook geen benaderende schatting geven omdat die schatting helemaal verkeerd kan zijn.
Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V). - Van de minister van Migratiebeleid had ik een vollediger antwoord verwacht, temeer daar ik uitdrukkelijk de cijfers had gevraagd over het aantal mensen die een regularisatieaanvraag hebben ingediend en die tevens voldoen aan de criteria van haar instructie. Dat mensen zonder papieren niet geregistreerd worden en dat hun aantal bijgevolg niet kenbaar is weet ik ook, maar mijn vraag betrof niet die groep.
De ministers vraagt ons concreet aan te geven welke categorieën volgens ons nog in aanmerking moeten komen voor een regularisatie. Mijn antwoord is zeer concreet. Ik nodig de minister gewoon uit om het regeerakkoord uit te voeren dat bijzonder precies is. Het regeerakkoord bepaalt dat voor regularisatie in aanmerking komen mensen die door de schuld van de overheid langer dan vier of vijf jaar in een procedure verwikkeld zitten. Het regeerakkoord specificeert bovendien de procedures: een asielprocedure gevolgd door een beroep bij de Raad van State of een de procedure op grond van artikel 9ter of allebei. Dat is een duidelijke omschrijving.
De minister neemt die formulering niet in haar instructie over, maar grijpt terug op de oude. Dat komt neer op een weigering om het regeerakkoord uit te voeren.
Onze fractie pleit voor een onverkorte uitvoering van het regeerakkoord.
Mijnheer de voorzitter, ik roep de minister op werk te maken van het regeerakkoord en op grond daarvan duidelijkheid te scheppen voor iedereen die in aanmerking komt voor een regularisatie.
Mevrouw Freya Piryns (Groen!). - Mevrouw Turtelboom daagt ons vandaag uit.
Ik wil dan ook absoluut het debat onmiddellijk aangaan. Als alle senatoren bereid zijn om dat dossier nu eindelijk eens inhoudelijk te bespreken, dan zal ik met zeer veel plezier aan die bespreking deelnemen.
De minister van Migratiebeleid verschuilt zich voortdurend achter het schijnargument dat wie het niet met haar eens is, voor een algemene regularisatie gewonnen is, maar niemand in dit halfrond heeft daarvoor ooit gepleit!
De heer Joris Van Hauthem (VB). - En dat moeten wij geloven, mevrouw Piryns!
Mevrouw Freya Piryns (Groen!). - Mijnheer de voorzitter, ik wil het inhoudelijk debat onmiddellijk aangaan, maar ik heb ook een wetsvoorstel ingediend. Ik heb de minister daarop al een aantal keren gewezen, maar ze heeft zich nog niet eens de moeite getroost om dat wetsvoorstel te lezen.
Ik daag ze dus uit om dat wetsvoorstel met ons in de bevoegde Senaatscommissie van a tot z te komen bespreken. Dat wetsvoorstel is overigens amendeerbaar. Ik ga het debat niet uit de weg, de minister doet dat wel!
Ik geef toe dat het regeerakkoord voor mij niet ver genoeg gaat, maar door het uit te voeren zou de minister wel een grote stap vooruit doen.
(De naamlijsten worden in de bijlage opgenomen.)
Stemming 1
Aanwezig: 58
Voor: 58
Tegen: 0
Onthoudingen: 0
-Het wetsontwerp is eenparig aangenomen.
-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.
Stemming 2
Aanwezig: 57
Voor: 56
Tegen: 0
Onthoudingen: 1
De heer Hugo Coveliers (VB). - Ik heb mij onthouden om te protesteren tegen de snelheid waarmee de Senaat dit protocol goedkeurt. Het dateert slechts van 1996 en het wordt nu al goedgekeurd.
-Het wetsontwerp is aangenomen.
-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.
De heer Joris Van Hauthem (VB). - We hebben deze ochtend nog gedebatteerd over de ontvankelijkheid van amendementen die ook voor verkiezingen voor het Europees Parlement de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde moeten bewerkstelligen. Men heeft ze onontvankelijk verklaard.
Ik vind dat men aan Vlaamse kant opnieuw een kans mist om de wetgeving wat dat betreft aan te passen. Dat er nog steeds een belangenconflict loopt is wellicht juridisch juist, maar het bewijst nog maar eens dat wanneer de parlementen aan Franstalige kant voortdurend misbruik maken van de procedure van het belangenconflict, de meerderheid haar rol niet meer kan spelen, wat wij betreuren. Dat men op basis daarvan amendementen zowel in de commissie als in de plenaire zitting onontvankelijk verklaart, wijst erop dat de meerderheid in dit land al jarenlang door de minderheid wordt gegijzeld.
De voorzitter. - Wij gaan over tot de stemming.
Stemming 3
Aanwezig: 57
Voor: 48
Tegen: 7
Onthoudingen: 2
-De Senaat heeft het wetsontwerp met de bijlagen ongewijzigd aangenomen. Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.
-Ten gevolge van deze stemming vervalt het wetsvoorstel van mevrouw Martine Taelman en de heer Patrik Vankrunkelsven tot wijziging van het Kieswetboek inzake het bewijs tot machtiging van een andere kiezer bij tijdelijk verblijf in het buitenland (Stuk 4-590).
De voorzitter. - We stemmen over amendement 2 van de heer Coveliers c.s.
Stemming 4
Aanwezig: 58
Voor: 11
Tegen: 47
Onthoudingen: 0
-Het amendement is niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen nu over artikel 21.
Stemming 5
Aanwezig: 58
Voor: 49
Tegen: 9
Onthoudingen: 0
-Artikel 21 is aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 3 van de heer Coveliers c.s.
Stemming 6
Aanwezig: 57
Voor: 10
Tegen: 46
Onthoudingen: 1
-Het amendement is niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen nu over artikel 22.
Stemming 7
Aanwezig: 57
Voor: 48
Tegen: 9
Onthoudingen: 0
-Artikel 22 is aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 1 van de heer Buysse en mevrouw Jansegers.
Stemming 8
Aanwezig: 58
Voor: 8
Tegen: 47
Onthoudingen: 3
-Het amendement is niet aangenomen.
De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - Ik heb mij onthouden. N-VA is voor absolute neutraliteit bij de kiesverrichtingen. Bij het lezen van de verantwoording rijst de vraag of de neutraliteit bij kiesverrichtingen dan ook niet moet gelden voor geestelijken die de priesterboord dragen of kruisjes op de revers, voor zusters die kapjes dragen en voor joodse mensen met een keppeltje.
We mogen niet focussen op één bevolkingsgroep.
De heer Hugo Coveliers (VB). - Bij de stemming over de amendementen frappeert mij iets. Het heeft een invloed op de stemming over de tekst.
Het Grondwettelijk Hof - ik weet dat baron Delpérée problemen heeft met bepaalde arresten van dat Hof - heeft gezegd dat artikel 7, eerste lid, 2º, van het Kieswetboek de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt in zoverre het kiesrecht van veroordeelden bedoeld in die bepaling van rechtswege wordt geschorst.
Ik heb een amendement ingediend om die bepaling uit de wet te verwijderen.
Het Europees Hof zegt hetzelfde in de zaak Hirst. In de commentaar wordt zelfs gezegd dat België een kans maakt om deel uit te maken van die twintig landen die zo democratisch zijn dat veroordeelden ook kunnen deelnemen aan de verkiezingen.
Wat is trouwens het morele aspect van het feit dat men iemand die veroordeeld wordt, zijn stemrecht ontneemt? Wie veroordeeld wordt voor familieverlating - wat in bepaalde arrondissementen nog gebeurt - mag niet meer stemmen! En wel omdat hij aan zijn vrouw of kinderen het onderhoudsgeld niet betaald heeft. Wat is de correlatie tussen mogen stemmen in een democratie - hier is men verplicht te stemmen - en het niet betalen van onderhoudsgeld?
U neemt die man of vrouw het stemrecht af.
Dames, mijne heren, spreek mij niet meer van democratie! Haal nooit nog een argument van het Grondwettelijk Hof aan! En van het Europees Hof evenmin! Dat bevestigt alleen dat u manifest schijnheilig bent!
De voorzitter. - We stemmen nu over het wetsontwerp in zijn geheel.
Stemming 9
Aanwezig: 58
Voor: 49
Tegen: 7
Onthoudingen: 2
-Het wetsontwerp is aangenomen.
-Het ontwerp, met de bijlagen, zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.
Stemming 10
Aanwezig: 57
Voor: 56
Tegen: 0
Onthoudingen: 1
De heer Hugo Coveliers (VB). - Ik heb mij onthouden om te protesteren tegen het feit dat Luxemburg de klanten van Kaupthingbank nog steeds niet heeft gered.
-De Senaat heeft het wetsontwerp ongewijzigd aangenomen. Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.
Stemming 11
Aanwezig: 58
Voor: 56
Tegen: 2
Onthoudingen: 0
-De Senaat heeft het wetsontwerp ongewijzigd aangenomen. Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.
Stemming 12
Aanwezig: 58
Voor: 58
Tegen: 0
Onthoudingen: 0
-Het wetsvoorstel is eenparig aangenomen.
-Het wetsontwerp zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.
Stemming 13
Aanwezig: 58
Voor: 58
Tegen: 0
Onthoudingen: 0
-De resolutie is eenparig aangenomen. Zij zal worden overgezonden aan de eerste minister, aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking.
Stemming 14
Aanwezig: 58
Voor: 58
Tegen: 0
Onthoudingen: 0
-De resolutie is eenparig aangenomen. Zij zal worden overgezonden aan de eerste minister, aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking.
De voorzitter. - De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister, antwoordt.
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - De Raad van State vernietigde begin maart 2009 het koninklijk besluit dat het vrije bezit van zoogdieren tot 46 soorten beperkte.
Tot voor enkele jaren kon iedere Belg exotische dieren als huisdier aanschaffen, zolang de soort niet uitdrukkelijk beschermd was om haar zeldzaamheid.
Daar ook niet bedreigde, vooral wilde dieren, allerlei verzorging vereisen die heel wat mensen moeilijk kunnen bieden, werd in 2001 een beperkende lijst opgesteld.
Zoogdieren die niet op die lijst voorkwamen, mochten sindsdien niet meer zonder een speciale vergunning worden gehouden. Naast de gewone huisdieren, zoals katten, honden en paarden, bleven bijvoorbeeld ook exotische dieren zoals lama's en waterbuffels toegelaten.
De Nationale Raad van Dierenliefhebbers tekende verzet aan bij de Raad van State, die het gewraakte besluit heeft vernietigd.
Welke conclusies trekt de minister uit de vernietiging van het koninklijk besluit door de Raad van State?
Welke reglementering is momenteel van kracht inzake het houden van exotische dieren?
Welke maatregelen zal de minister nemen om uit deze impasse te raken? Binnen welke termijn is dit mogelijk?
Werden de voorbije jaren in ons land vele inbreuken vastgesteld op het zonder vergunning houden van exotische dieren?
De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. De Raad van State heeft inderdaad het besluit vernietigd dat de lijst vastlegt van zoogdieren die gehouden mogen worden, en dit naar aanleiding van een uitspraak van het Europees Hof van Justitie. Het Hof van Justitie oordeelde immers dat in een dergelijk besluit moet worden voorzien in een specifieke procedure die iedereen de kans biedt een aanvraag in te dienen om een soort aan de lijst toe te voegen. Omdat een dergelijke procedure ontbrak, heeft de Raad van State het besluit vernietigd. Het Hof van Justitie heeft echter ook geoordeeld dat het basisprincipe van de positieve lijst, met name het opleggen van een beperking op het houden van bepaalde diersoorten om redenen van dierenwelzijn, niet in strijd is met de Europese reglementering. Bijgevolg is er geen belemmering om een nieuw besluit uit te vaardigen waarbij rekening wordt gehouden met de opmerking van het Hof van Justitie. Een ontwerp van besluit werd intussen reeds voor advies voorgelegd aan de Raad van State. Het zou dan ook mogelijk moeten zijn binnenkort, zeker vóór de zomer, een nieuw besluit uit te vaardigen, conform de opmerkingen van het Hof van Justitie.
Het houden van exotische dieren is momenteel onderworpen aan de algemene reglementering inzake dierenwelzijn en de reglementering op het gebied van CITES, wat de federale regelgeving betreft. Op regionaal vlak is tevens de wetgeving aangaande de bescherming van inheemse diersoorten en de milieuvergunning van toepassing.
Het houden van exotische dieren is niet enkel onderworpen aan een erkenning in het kader van de positieve lijst, maar tevens aan het bezit van een milieuvergunning en in sommige gevallen van een CITES-certificaat. Aangezien de reglementering inzake milieuvergunningen een regionale materie is, beschik ik niet over cijfers in dit verband.
De Inspectiedienst Dierenwelzijn en CITES houden geen afzonderlijke statistieken bij aangaande het houden van exotische dieren zonder de nodige erkenning of zonder de juiste CITES-documenten. Ik beschik dan ook niet over cijfers van het aantal vastgestelde inbreuken. Bovendien worden dergelijke vaststellingen niet enkel gedaan door de Inspectiedienst Dierenwelzijn en CITES, maar ook door de lokale en federale politie. Ik beschik evenmin over cijfers aangaande acties uitgaande van deze diensten.
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ik stel vast dat binnenkort een nieuw besluit zal verschijnen. Anderzijds stel ik ook vast dat er geen cijfers zijn met betrekking tot de registratie van inbreuken.
Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat het besluit in het verleden niet echt werd gecontroleerd, tenzij op incidentele wijze, wanneer een niet-vergund exotisch dier ontsnapte uit een of andere tuin en er jacht op moest worden gemaakt.
De voorzitter. - De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister, antwoordt.
Mevrouw Margriet Hermans (Open Vld). - Ik maak me zorgen over het feit dat ik op een partywebsite een formule zag staan voor het aanmaken van GHB. In het uitgaansleven is de drug ook bekend als vloeibare xtc of rape drug. Men kan deze drug gemakkelijk thuis aanmaken. Na inname raakt de gebruiker in een toestand van weerloosheid.
Het nieuwsorgaan van de Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging nam onlangs de proef op de som en produceerde GHB in geen tijd met schoonmaakmiddel, gootsteenontstopper en gedestilleerd water. Als ik me niet vergis was het prijskaartje voor 100 liter 32 euro.
Gebruikers worden een kwartier na inname euforisch. Een hoge dosis GHB veroorzaakt een diepe slaap die over kan gaan in een coma. In De Warande in Turnhout vond men onlangs een twaalfjarig meisje in comateuze toestand.
Twee derde van de GHB-gebruikers is een keer out gegaan, weet drugsonderzoeker Ton Nabben van de Universiteit van Amsterdam. Die bewusteloosheid kan gevaar opleveren, zeker als er ook andere drugs zijn gebruikt. Iemand kan stikken in zijn tong of braaksel.
Als het regent in Den Haag, druppelt het in Brussel. Ik vrees dan ook dat ook bij ons jongeren aan het experimenteren zijn geslagen. Gezien de eenvoudige aanmaak en het hoge rendement is het meer dan zeker dat vele jongeren in gevaar komen. Ook dealers zijn aan het doe-het-zelven geslagen, getuige een gearresteerde drugdealer die spontaan aangaf dat hij het recept van het internet had gehaald. Als bijlage verscheidene websites die openlijk formules publiceren en gericht zijn op jongeren. De cruciale stof voor het `keukenlab' blijkt het ringvormige gamma-butyrolacton, GBL, dat gewoon te koop is als semiprofessioneel schoonmaakmiddel en op het internet welig wordt aangeboden.
Ik maak me dan ook bijzonder ongerust over dit acuut risico voor de volksgezondheid van onze jongeren en vraag dan ook dringende actie van de ministers van Volksgezondheid en Binnenlandse Zaken om de vrije verkoop van dit cruciale ingrediënt van thuisgebrouwen GHB terstond aan banden te leggen. Het product veroorzaakt immers bij overdosis een verlaagd hartminuutvolume en vermindering van de ademhalingsfuncties. Bij ernstige intoxicaties ziet men ook coma en apneu. Ook is er een aanzienlijk risico op verstikking. Gelijktijdige inname van alcohol geeft een synergisch effect en kan ook een verlenging van de halfwaardetijd van GHB veroorzaken, waardoor gebruikers sneller een overdosis nemen.
(Voorzitter: de heer Hugo Vandenberghe, eerste ondervoorzitter.)
Hoe reageert de minister op het gegeven dat GHB gemakkelijk kan worden aangemaakt met enkele eenvoudige ingrediënten?
Beschikt de politie over indicaties dat er meer en meer doe-het-zelf-GHB in omloop wordt gebracht? Kan de minister dat toelichten?
Is de minister het met me eens dat, gezien het risico op experimentele aanmaak en gebruik door de jeugd van keuken-GHB, er onmiddellijk stappen moeten worden ondernomen om de verkoop van GBL aan banden te leggen en waar mogelijk het substitutiebeginsel op te leggen aan importeurs, producenten en verdelers?
Hoe wordt het produceren en het dealen van GHB momenteel tegengegaan? Welke resultaten zijn tot nu toe geboekt?
Is het toegenomen gebruik in Nederland en een toegenomen verslaving bij gebruikers van GHB ook in ons land merkbaar en zo ja, kan de minister dat gedetailleerd toelichten?
Acht hij het niet wenselijk de voorbereidende handelingen voor de aanmaak van GHB strenger te straffen? Dealers kunnen het goedje immers zeer gemakkelijk aanmaken.
Is de minister op de hoogte van het toenemende GHB-gebruik bij jongeren in de Kempen zoals gerapporteerd in diverse media? Wat wordt hieraan concreet gedaan?
Welke andere maatregelen acht hij opportuun? Welke acties acht hij eventueel raadzaam in Benelux- of Europees verband om de productie van deze keukenecstasy te stoppen?
Hoe zal de overheid de verspreiding van recepten op het internet aanpakken? Wellicht is overleg met webmasters en de sector wenselijk.
De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van minister Onkelinx.
De aanmaak van GHB kan nog eenvoudiger dan door mevrouw Hermans werd omschreven. Het menselijk metabolisme kan immers zelf het niet verboden product GBL omzetten in het in België verboden product GHB, waardoor de doseringsproblemen bij het gebruik van GHB nog groter worden.
De eenvoud waarmee deze precursor kan worden gebruikt bij de aanmaak van drugs, is maar een van de criteria die de Europese overheden in overweging nemen bij het classificeren van een chemisch product als een gereglementeerd precursorproduct.
De jongste jaren heeft de politie in België geen laboratoria ontdekt die GHB op grote schaal produceren. Het aantal ontdekte productiesites was zeer gering. Bovendien kregen ze het etiket van `kitchenlab' en produceerden ze enkele liters GHB.
GBL is geen psychotrope stof en de handel ervan is niet gereglementeerd door de wet op drugs en psychotrope stoffen. GBL zou wel gereglementeerd kunnen worden in de wetgeving op de precursors. Die wetgeving is op Europees niveau geharmoniseerd en dus moeten de Europese instanties naar een oplossing zoeken.
Het Europees observatorium heeft in 2000 trouwens een risicoanalyse gemaakt van het gebruik van GHB. Uit het rapport bleek dat een controle van de meest voorkomende precursors van GHB - GBL is een van die precursors - moeilijk is omdat het product in de farmaceutische en industriële sector veelvuldig wordt gebruikt. In het rapport werd echter aangeraden om de bedrijven die het product verhandelen, aan te sporen om op vrijwillige basis het verdere parcours van het product te volgen.
GBL staat dus op de lijst van producten waarvan de handel wordt gecontroleerd, bij gebrek aan verbod of reglementering, in samenwerking van de commerciële operatoren.
Naar aanleiding van deze parlementaire vraag zal ik onze vertegenwoordigers die in de Europese instanties het dossier van de precursors volgen, vragen opnieuw te evalueren welk statuut GBL moet krijgen.
De vierde vraag ging over de aanpak van de productie en de handel van GHB. Wanneer strafbare feiten worden vastgesteld, volgt vanzelfsprekend een politiële en strafrechtelijke reactie. GBL is opgenomen in de vrijwillige controlelijst en verdachte aankopen ervan kunnen dus worden aangegeven bij de cel Precursors van de FOD Volksgezondheid.
Uit de consultatie van de Algemene Nationale Gegevensbank blijkt dat een verhoging kan worden vastgesteld van het aantal processen-verbaal inzake het bezit en de verkoop van GHB. Het gaat om een verhoging van 65% tussen 2005 en 2007. De gegevens voor 2008 zijn nog niet beschikbaar. Die cijfers moeten echter in een ruimer perspectief worden geplaatst. De feiten die betrekking hebben op GHB vertegenwoordigen maar 1,5% in het geheel van de feiten inzake bezit en handel van drugs.
Aangezien in de drugswet van 1921 geen sanctie is opgenomen voor de voorbereidende handelingen in het bijzonder zijn de algemene bepalingen voor een strafbare poging van toepassing. Voor het overige verwijs ik naar het bovenvermelde.
Ik ben niet op de hoogte van een opstoot van het gebruik van GHB bij jongeren in de Kempen. Noch de politiediensten noch het parket hebben mij hierover iets gemeld.
De verkoop van GBL is volkomen wettelijk. GBL is maar een van de vele producten die worden verkocht door bedrijven die, al dan niet via internet, chemische producten verhandelen. Daarom kan men moeilijk iets verwachten van de serviceproviders. De sector werkt reeds op niveau van de Europese Unie mee, aangezien GBL op de vrijwillige controlelijst staat.
Mevrouw Margriet Hermans (Open Vld). - Ik vind het altijd een beetje makkelijk om een dossier door te schuiven naar het Europese niveau. Het klopt uiteraard dat dit een Europees dossier is, maar we mogen toch niet wachten tot er dodelijke slachtoffers vallen. Het verheugt me dat de minister het probleem op Europees niveau zal aankaarten. Het gaat inderdaad om een wettelijk toegestaan product. Het werd vroeger zelfs als narcoticum in de geneeskunde gebruikt; men is hiermee gestopt omdat patiënten in de coma bleven.
Ik begrijp dat het moeilijk is om de verkoop van een wettelijk toegestaan product via internet te controleren. Is het niet mogelijk om de leveranciers van het product te vragen hun klanten beter te screenen? Ik zie nu dat sommigen op een website 1000 liter bestellen. Het product wordt verkocht met de garantie van 98% GBL.
Ik ben zeer ongerust. Ik zie wat rondom mij gebeurt. Ik heb getuigenissen gehoord van mensen die een oplosmiddel in frisdrank mengen om hetzelfde effect te krijgen. Er zou meer toezicht moeten komen op de verkoop.
De voorzitter. - De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister, antwoordt.
De heer Philippe Monfils (MR). - De NMBS Holding heeft op 20 maart jongstleden de nieuwe merknaam `het Station' en een nieuwe visuele identiteit voor de 33 grootste stations van het land gelanceerd.
Het gaat om een logo met vier bogen in verschillende kleuren die de begrippen verbinding, dynamisme en gezelligheid voorstellen.
De verantwoordelijken van de NMBS vinden de nieuwe merknaam verantwoord wegens het toenemend belang van de stations als centra van mobiliteit, duurzame ontwikkeling en handel.
Kostprijs van die operatie: 40 000 euro per station, of 1 280 000 euro in totaal.
Die `makeover' is totaal misplaatst als men weet dat de meeste treinen bijna dagelijks met vertraging rijden en de pendelaars daarover weinig of zelfs helemaal geen informatie krijgen.
Laten we gewoon eens kijken naar de vertragingen van de laatste dagen: 25 maart, zoals gewoonlijk 's ochtends 30 tot 50 minuten vertraging op de lijn Namen-Brussel; 27 maart, eveneens op de lijn Namen-Brussel, trein van 16.32 uur afgeschaft en vervangen door de trein Brussel-Dinant-Luik van 16.50 uur die met een half uur vertraging aankomt; 31 maart, een uur vertraging op de lijn Brussel-Doornik; 1 april, trein van 16.53 uur Namen-Hoei, 35 minuten vertraging.
In de brochure Het station leeft lees ik `Win tijd' en `Het aanbod in het station stelt je in staat om tijd te winnen. Een krant of een meeneemkoffie kopen bij vertrek, het maakt de ochtend een stuk minder hectisch'. U zou eraan toe kunnen voegen `en helpt de tijd door te brengen bij vertragingen'.
In de brochure Ontmoetingsplaats lezen we dat de stations ontmoetingsplaatsen zijn geworden. Er worden immers concerten, défilés, tentoonstellingen, tangolessen, optredens van zangkoren en vlooienmarkten georganiseerd. In 2008 heeft er zelfs een huwelijk plaatsgehad.
In moeilijke tijden amuseert men zich niet met het ontwerpen van logo's. Het station is geen plaats waar men vijf uur doorbrengt, behalve wanneer men op een trein wacht. Het is een plaats waar men passeert. Het enige wat telt, is dat de treinen stipt zijn.
Vindt u een uitgave van bijna anderhalf miljoen euro voor dergelijke vermakelijkheden verantwoord? Heeft men bij de NMBS dan echt niets anders te doen? Zou het niet beter zijn dat budget te gebruiken om enkele technici in dienst te nemen die de pannes, waar de pendelaars dagelijks mee geconfronteerd worden, helpen herstellen? Dit geld is werkelijk slecht besteed.
De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van de minister.
De nieuwe merknaam is geen cosmetische ingreep om de grootste stations een goed logo te bezorgen.
Er is de voorbije jaren zwaar geïnvesteerd in de bouw van nieuwe stations en renovaties.
De grootste stations van het land, die door de NMBS Holding worden beheerd, spelen een belangrijke rol in de steden. Iedere week passeren daar meer dan drie miljoen reizigers, of 65% van de passagiers van het hele spoorwegnet en honderdduizenden voorbijgangers. Op geen enkele andere plaats komen zoveel transportmiddelen bijeen: treinen, HST's, bussen, trams, metro's, auto's, fietsen, taxi's, enzovoort. Er komen ook steeds meer parkeerplaatsen voor auto's en fietsen. De veiligheid en de netheid verbeteren constant, dankzij versterking van de ploegen en de aanschaf van het meest doeltreffende technisch materiaal.
De grote stations herstellen het stedelijke weefsel en zijn werkelijk de motor van de economische ontwikkeling. Ze bieden onderdak aan talrijke handelsactiviteiten en vertegenwoordigen in totaal 23 706 m² handelsruimte waar zich niet alleen meer dan 320 handelszaken, maar ook talrijke dienstverleningscentra hebben gevestigd: fietspunten, strijkateliers, autoverhuur, toeristische infobalies, enzovoort. Bovendien worden er elk jaar honderden evenementen georganiseerd. In 2008 ging het om 700 evenementen.
Het nieuwe merkimago werd ontwikkeld om de klemtoon te leggen op alle inspanningen die werden gedaan in het kader van de nieuwe aanpak, die tot doel heeft het `nieuwe' Station een plaats te geven in het stedelijk weefsel, een merknaam die de aandacht van de klant vestigt op het feit dat het station een nieuw begrip is geworden. De grote stations passen in de nieuwe filosofie van een beter beheer van tijd en een ontmoetingsplaats en werden uitgerust met een nieuwe visuele merknaam `Het Station' en met een duidelijk herkenbaar logo.
Ik ben het ermee eens dat er op andere domeinen nog inspanningen moeten worden gedaan, onder meer rond de informatie van de reizigers en/of de stiptheid - ook al is er op dat domein al vooruitgang geboekt - maar dat belet ons niet de verwezenlijkingen voor de stations in de kijker te zetten.
De heer Philippe Monfils (MR). - De minister heeft niet echt op mijn vraag geantwoord. Het gaat erom hoe men het weinige geld waarover men beschikt, besteedt. Toen de Fransen de HST lanceerden, zijn ze niet begonnen met de bouw van het station van Lyon, maar hebben ze eerst werk gemaakt van de treinen en de sporen. Het lijkt me een goede zaak dat er belang wordt gehecht aan het station vanuit het oogpunt ontwikkeling, maar men zou er misschien beter aan doen ook aandacht te besteden aan de reizigers en de pendelaars.
De economische ontwikkeling van een land heeft immers ook te maken met treinen die op tijd vertrekken en aankomen, die reizigers niet in volle veld laten stranden zonder ze enige informatie te verstrekken. Er zijn te veel vertragingen, te veel onverklaarde pannes, te veel moeilijkheden. Het is de hoogste tijd dat de NMBS zich daar rekenschap van geeft in plaats van haar tijd te verdoen met dergelijk kinderachtig gedoe.
De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister. - De NMBS heeft inderdaad betere tijden gekend!
De heer Philippe Monfils (MR). - Ministers reizen niet meer met de trein, zelfs niet eerste klas, maar met de auto!
De voorzitter. - De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister, antwoordt.
Mevrouw Lieve Van Ermen (LDD). - Sinds de invoering van de nieuwe dienstregeling zijn er veel technische problemen op lijn 12 tussen Antwerpen en Essen en vaak lange vertragingen.
De nieuwe dienstregeling en de invoering van een IC-trein Charleroi-Essen zouden een goede zaak kunnen zijn, maar technische problemen gooien roet in het eten. De defecten werden door de NMBS toegeschreven aan kinderziektes en uitzonderlijk winterweer, maar de hinder blijft ook nu nog voortduren. Vertragingen van tien tot vijftien minuten zijn dagelijkse kost, maar er zijn ook uitschieters tot een uur.
Treinen vanuit Charleroi worden op het spitsuur ook geregeld beperkt tot Brussel, Antwerpen of Kapellen, waardoor reizigers moeten wachten op een volgende verbinding. Er zijn voornamelijk klachten van reizigers die te laat komen op het werk of te weinig informatie krijgen van de NMBS.
Zelf ben ik zo goed als dagelijks gebruiker van lijn 12. Op dinsdag 24 maart moest ik omstreeks 17 u 30, het moment dat vele pendelaars Brussel verlaten, vaststellen dat het voorziene treinstel verstek gaf en een oud treinstel met één rijtuig ter vervanging kwam voorrijden. Dat volstond absoluut niet voor het vervoeren van het groot aantal reizigers op dat ogenblik.
Graag had ik vernomen of de minister op de hoogte is van de situatie. Hoe lang zullen de onregelmatigheden nog duren? Welke maatregelen zal de minister nemen om de toestand eindelijk te verbeteren?
De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van de minister.
Ik ben inderdaad op de hoogte van de problemen die zich geregeld voordoen op lijn 12. De problemen zijn niet te wijten aan een specifieke oorzaak, maar aan uiteenlopende oorzaken. Die hebben te maken met storingen aan de infrastructuur, defecten van het materieel en vernieuwingswerkzaamheden tussen Kalmthout en Essen. Tijdens de week moeten de treinen in de desbetreffende zones rijden met verminderde snelheid.
De NMBS volgt uiteraard dagelijks de regelmaat op van alle treinen. Daarbij stelt de maatschappij inderdaad vast dat om de daarnet vermelde redenen de lijn 12 Antwerpen-Essen aan regelmaat inboet.
De werkzaamheden tussen Kalmthout en Essen die gepland zijn op zaterdag en zondag zullen nog enkele maanden duren. De NMBS streeft er evenwel naar die werkzaamheden geen invloed te laten hebben op de regelmaat tijdens de week.
In de maand juni 2009 worden bepaalde wijzigingen aan de dienstregeling ingevoerd die de regelmaat ten goede moeten komen.
Voor het technische en operationele gedeelte werden inmiddels reeds maatregelen genomen in de vertrekstations, opdat alle materieel 's morgens tijdig en in goede staat vertrekt, maar uiteraard kan een technisch defect nooit worden uitgesloten.
Daarbij worden de M6 dubbeldeksrijtuigen en de locomotieven van die dubbeldekstreinen van zeer nabij opgevolgd. Het dubbeldeksmaterieel M6 is immers vrij nieuw en vertoont soms nog wat kinderziekten.
Technische verbeteringen, samen met de verhoging van de kennis over dit materieel, moeten in de toekomst leiden tot een verbeterde inzet.
De locomotieven van die treinen hebben een belangrijke ombouw gekregen om de circulatie met M6 rijtuigen mogelijk te maken. Om de betrouwbaarheid van de locomotieven van dit type te verbeteren is een technische werkgroep opgericht die verbeteringen laat uitvoeren aan dit materieel.
Mevrouw Lieve Van Ermen (LDD). - Het kan misschien lachwekkend klinken, maar gisteravond liep het opnieuw mis. Ik vertrok hier om kwart over zes en kwam pas om acht uur thuis. Anderhalf uur om 85 km af te leggen. Ik vraag de treinchef wat de oorzaak van de vertraging is. Verkeerde communicatie. De trein komt uit Charleroi. Waar loopt de communicatie dan fout? Gaat het fout zodra een trein de taalgrens over moet?
Vandaag heb ik de inlichtingen van de spoorwegen gebeld, maar werd naar hogerop verwezen. Ook daar was men dus niet geneigd tot eenvoudige communicatie.
Het is toch duidelijk een probleem van een te lang traject. Als er tussen Charleroi en het noorden van België één schakel verkeerd loopt, dan sleept men de gevolgen ervan over het hele, lange traject mee. Het lijkt me daarom veel nuttiger vanuit Brussel naar het noorden te vertrekken in de plaats van vanuit Charleroi.
Het is ook opvallend dat in het vernieuwde centraal station de flatscreens met de treinregeling gewoon zijn weggenomen. Er werd me gezegd dat ik de informatie maar aan de chef moest vragen. Een communicatiemiddel van de 21ste eeuw is gewoon weggehaald. Onbegrijpelijk!
De voorzitter. - De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister, antwoordt.
De heer Yves Buysse (VB). - Toen enkele jaren geleden werk werd gemaakt van de wet op de bewakingscamera's konden we tijdens de bespreking ervan in de Senaat, en vooral tijdens de hoorzittingen, vaststellen dat er eigenlijk weinig of geen wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van het inzetten van bewakingscamera's bestond.
Tegenstanders van bewakingscamera's beweren dat cameragebruik niet tot het voorkomen van misdrijven leidt, maar eerder tot het verschuiven ervan naar plaatsen waar geen bewakingscamera's staan.
Voorstanders van het inzetten van bewakingscamera's, meestal degenen die er praktische ervaring mee hebben, wijzen dan weer op het preventief karakter ervan én op een verhoogde ophelderingsgraad van misdrijven.
Omdat heel wat steden en politiezones met vragen over het inzetten van bewakingscamera's worden geconfronteerd, kunnen de resultaten van wetenschappelijke onderzoek op dit terrein ongetwijfeld baat brengen.
Hoeveel steden of politiezones maken op het ogenblik gebruik van bewakingscamera's op het publieke domein? Hoeveel hebben er al de beslissing genomen om dit te doen, maar moeten alles nog implementeren?
Erkent de minister dat wetenschappelijk onderzoek naar de gevolgen van bewakingscamera's op het aantal misdrijven en de ophelderingsgraad ervan een nuttig beleidsinstrument zou zijn?
Heeft de minister reeds opdracht gegeven om een dergelijk onderzoek uit te voeren?
Zo ja, op welke concrete vragen moet het onderzoek een antwoord geven?
Zo nee, mogen wij de opdracht voor een dergelijk onderzoek in de nabije toekomst alsnog verwachten?
De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van de minister De Padt.
Mijn administratie heeft momenteel geen lijst van steden, gemeenten en politiezones die reeds gebruik maken van camerabewaking op het openbaar domein.
Ik erken dat wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van camerabewaking een nuttig beleidsinstrument is. Tot op heden is er voor België nauwelijks wetenschappelijke informatie beschikbaar, dit in tegenstelling tot andere Europese landen.
In het wetenschappelijk onderzoeksprogramma `veiligheid en preventie' 2009 wordt een oproep gelanceerd voor een kwalitatieve analyse van het huidige cameragebruik.
Volgende onderzoeksvragen komen hierbij aan bod.
In welke mate is cameratoezicht in openbare ruimte uitgebouwd in België? Hoeveel Belgische gemeenten hebben reeds camera's geplaatst in openbare ruimtes?
Wat zijn de mogelijkheden en beperkingen van cameratoezicht in publieke ruimtes op de criminaliteit en onveiligheidsgevoelens?
What works and what does not work?
Welke randvoorwaarden hebben een invloed op deze mogelijkheden en beperkingen?
Welke andere preventieve maatregelen kunnen worden genomen om dit cameratoezicht en het veiligheidsbeleid te ondersteunen?
De effectiviteit van camerabewaking is afhankelijk van heel wat criteria. Zo zal bijvoorbeeld een hoogtechnologisch visualisatiesysteem op een strategisch ongelukkige locatie weinig meerwaarde kunnen bieden.
Om de lokale overheden te ondersteunen en te begeleiden bij het opstart- en implementatieproces werd het project Camera-Consult in het leven geroepen. Een team van experts zal in vijf proefsteden audits uitvoeren. Op basis van de bevindingen zal een praktisch referentiedossier worden opgesteld met aanbevelingen en goede praktijken inzake camera-installatie en cameragebruik op het openbaar domein.
De heer Yves Buysse (VB). - Ik kijk al uit naar de resultaten van het aangekondigde onderzoek en naar de proefprojecten. Het verwondert me wel dat er op dit ogenblik geen gegevens zijn over het aantal steden en politiezones die camera's gebruiken. Dergelijke systemen moeten immers bij de Commissie voor de bescherming van de private levenssfeer worden gemeld.
De voorzitter. - De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister, antwoordt.
De heer Yves Buysse (VB). - Eind 2006 stelde het Rekenhof vast dat bewakingsfirma's, alarminstallateurs en andere actoren uit de private veiligheidssector al jaren retributies betaald hadden aan de Directie Private Veiligheid. Dit geld werd in feite niet aangewend, maar opgespaard. Volgens het Rekenhof ging het om een bedrag van 8,6 miljoen euro.
Toen de vorige minister van Binnenlandse Zaken hiermee geconfronteerd werd, engageerde hij zich ertoe om het geld via een aantal projecten in de sector te herinvesteren.
Exact een jaar geleden stelde ik hierover enkele concrete vragen, maar tot nu toe bleef de minister het antwoord schuldig.
Welke projecten werden uiteindelijk gekozen?
Hoever staat het op dit ogenblik met de uitvoering van die projecten?
Hoeveel geld dat op de hierboven vermelde wijze werd ontvangen, staat op dit ogenblik op de rekening van de betrokken Directie?
De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van minister De Padt.
De aanwending van het Fonds voor de bewakingsondernemingen is strikt omschreven. Het dient enkel voor personeelsuitgaven en uitgaven voor het dekken van de kosten voor administratie, controle en toezicht op de specifieke reglementering op de private en bijzondere veiligheid en op de privé-detectives. Dit bakent de mogelijkheden af.
Momenteel zijn volgende projecten in uitvoering.
Er is een project in het kader van de informatisering en de administratieve vereenvoudiging. Het betreft de gehele modernisering van de geïnformatiseerde bestanden en programma's van de Directie Private Veiligheid en de uitwerking van e-lokettoepassingen voor de sector. Zodra dit project is gerealiseerd, zal dit een grotere gebruiksvriendelijkheid, een administratieve vereenvoudiging en snellere kwaliteitsvolle dienstverlening tot gevolg hebben. Momenteel bevindt dit uitgebreide project zich in de ontwikkelingsfase. De Directie Private Veiligheid is volop de nieuwe applicatie en het e-loket aan het testen.
Er loopt ook een project in het kader van het nieuwe alarmbeleid. Dit project betreft het concipiëren, het oprichten en het verzekeren van de werking van een databank voor alarmsystemen die gebruikt kan worden door de CIC's (de communicatie- en informatiecentra van de federale politie). Dit project heeft als hoofddoel de kwaliteit van de politie-interventie na een alarmmelding te verhogen. Dit project is in ontwikkeling. De samenwerking met de politiediensten is hierbij essentieel.
Een derde project betreft de uitbouw van een permanente controlecel.
Eind 2006 werd binnen de Directie Private Veiligheid een permanente inspectiecel opgericht. Deze cel is ondertussen meer dan 2 jaar volledig operationeel. Er is een permanente aanwezigheid van inspecteurs op het terrein. Deze inspecteurs zijn specifiek opgeleid en logistiek volledig uitgerust.
Er zijn ten slotte een aantal kleinere projecten die niet noodzakelijk zeer hoge sommen absorberen, maar die wel ten gunste van de sector komen. Hierbij kunnen de kostenopvang voor de emblemen, de tijdelijke identificatiekaarten, studiedagen voor de sector en folderreeksen worden vermeld.
Het saldo van het fonds bedroeg op 1 januari 2009 10 072 593,18 euro als ordonnanceringskrediet.
De heer Yves Buysse (VB). - Het Rekenhof stelde eind 2006 al vragen bij de 8,6 miljoen euro die toen op de rekening van het Fonds stond. Het vroeg waarom dat geld niet was gebruikt. Vandaag staat er al 10 miljoen euro op die rekening. Ik vermoed dat het Rekenhof in een volgend verslag opnieuw een aantal opmerkingen zal maken.
De heer Freddy Van Gaever (VB). - Ik heb deze vraag een jaar geleden al een eerste maal gesteld. Toen werd mij geantwoord dat de staatssecretaris het advies van de Federale Commissie voor de Verkeersveiligheid zou vragen. Zes maanden later heb ik mijn vraag opnieuw gesteld. Toen zei men me dat het advies de komende maand werd verwacht. Vandaag stel ik mijn vraag dus voor de derde keer. Ik hoop dat de Federale Commissie voor de Verkeersveiligheid intussen zijn advies heeft afgeleverd.
Zelf ken ik het antwoord al vijftig jaar. In de Verenigde Staten, het grootste transportland van de wereld, is men enkele generaties geleden al tot de bevinding gekomen dat frontstuurcabines zeer onveilig zijn en heeft men zelfs verboden de tienduizenden schoolbussen met een frontstuurcabine uit te rusten.
Heeft de staatssecretaris intussen het advies ontvangen? Kan hij me dat bezorgen? Is de staatssecretaris bereid het probleem bij de Europese Commissie aan te kaarten teneinde deze onrechtvaardige en gevaarlijke situatie voor onze chauffeurs uit de wereld te helpen?
De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik heb navraag gedaan naar het uitblijven van het advies dat de voorzitter van de bevoegde commissie van de Senaat aan de Federale Commissie voor de Verkeersveiligheid heeft gevraagd. Ik heb vernomen dat die Commissie op dit ogenblik overstelpt wordt door vragen om advies.
Toch kan ik meedelen dat noch het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid, noch mijn administratie tot nu toe in de gespecialiseerde literatuur gegevens hebben gevonden over de onveiligheid van frontstuurtrucks.
Zoals ik al gezegd heb in mijn antwoord op de vraag van senator Van Gaever van januari laatstleden, zijn er op het niveau van de Europese Unie of op het niveau van Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties in Genève geen initiatieven genomen om de lengte van de voertuigen in het geval van torpedotrucks te wijzigen.
Zoals ik ook al heb gezegd, verbiedt Europa de torpedotrucks niet, maar door het feit dat de Europese reglementering een totale maximale lengte voorschrijft, worden er hoofdzakelijk frontstuurtrucks op de markt gebracht, waarbij de laadlengte kan worden gemaximaliseerd.
Ik vraag de heer Van Gaever dus om nog even geduld te hebben tot de Federale Commissie zich heeft uitgesproken. In elk geval kan ik wel zeggen dat, wanneer op Europees niveau de technische werkgroepen het nut niet inzien om deze problematiek te behandelen, het voor een lidstaat moeilijk of onmogelijk is ze op het Europese forum te brengen.
De heer Freddy Van Gaever (VB). - Het is bedroevend. Ik begrijp nu waarom mensen afkomstig uit de zakenwereld het niet lang volhouden in de Senaat. Het is hallucinant: in één jaar tijd heb ik drie maal dezelfde, eenvoudige vraag gesteld. Vandaag krijg ik als antwoord dat ik een beetje geduld moet hebben. Ik heb bewezen al veel geduld te hebben gehad, maar ik weet niet of ik het nog zeer lang kan volhouden.
De voorzitter. - De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister, antwoordt.
Mevrouw Lieve Van Ermen (LDD). - Ik citeer De Standaard van 19 maart 2009: `De verkoop van frauduleuze C4-formulieren waarmee sociale uitkeringen konden bekomen worden, is wellicht gestopt. Maar de maffia heeft nieuwe sociale fraudesporen gevonden' ... `Er zijn malafide bedrijfjes, vooral in het Brusselse, waar je voor een prikje bewijzen kunt kopen dat je bij een hele rist bedrijven gesolliciteerd hebt. Dat helpt als je je werkloosheidsuitkering dreigt te verliezen omdat je te weinig solliciteert. Een acuut gebrek aan sollicitatiebewijzen komt veel voor bij werklozen die voltijds in het zwart werken.
Vermoedelijk nog omvangrijker is de fraude met valse E301-formulieren. Die "bewijzen" langdurige tewerkstelling in een ander EU-land of in een land waarmee België bilaterale akkoorden heeft. Als iemand die zo'n formulier bezit, één dag in België "werkt en dan ontslagen wordt", krijgt hij ook recht op werkloosheids- en andere uitkeringen. Een van de fraudejagers zegt dat deze truc dé opvolger is van de massale C4-fraude van een stel onderling verbonden maffieuze bedrijfjes in het Brusselse die een jaar geleden (DS 29 februari 2008) ontdekt werd.
Er wordt nog een derde fraudespoor onderzocht. Personen die "nog niet helemaal legaal" in het land verblijven, kunnen soms via de "aanmelding van tewerkstelling" bij de Dimonacomputers van de sociale zekerheid, een "bisnummer" bij het rijksregister verkrijgen, en komen dan via enkele omwegen ook in aanmerking voor sociale uitkeringen. In sommige Brusselse wijken zijn er bedrijfjes die actief `personeel' in dienst nemen.
De grootschalige C4-fraude lijkt intussen gestopt. Met die gekochte en valse C4-ontslagattesten hebben vele duizenden in het Brusselse echter een tijdlang sociale uitkeringen opgestreken.' Tot zover het citaat uit De Standaard.
Graag had ik van de minister vernomen van hoeveel concrete fraudedossiers hij weet heeft in elk van de drie hierboven beschreven fraudecircuits. Hoeveel personen kregen tot op heden een uitkering met een document E301? Welke maatregelen worden proactief genomen om in de toekomst elke mogelijke vorm van fraude met documenten in te dijken?
De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van staatssecretaris Devlies.
De RVA deelt mee dat de fraude met valse sollicitatiebewijzen en E301-formulieren pas ontdekt is en dat de aantallen nog niet precies becijferd zijn.
De RVA deelt mee dat bij één dienstenchequebedrijf, dat echter deel uitmaakt van een netwerk, fraude met bisregisternummers ontdekt is. Het netwerk wordt momenteel verder uitgepluisd met behulp van de gerechtelijke diensten.
In 2008 kregen 4 793 personen werkloosheidsvergoedingen uitbetaald op basis van E301-formulieren die werden afgeleverd aan in België verblijvende onderdanen van lidstaten van de EU en de EER.
Bij de RVA bestond reeds een taskforce inzake valse C4. Onlangs werd die activiteit uitgebreid tot Valse documenten, zodat de documentenfraude structureel kan worden aangepakt. Voor valse documenten E301 worden contactadressen in het buitenland aangeschreven voor controle van de gegevens ter plaatse.
De fraude met bisregisternummers doet zich niet voor bij de werkloosheidsvergoedingen, omdat de RVA in dergelijke aanvraagdossiers ook de verblijfsvergunning en arbeidskaart opvraagt. Het is echter wel van belang voor andere socialezekerheidsuitkeringen. Momenteel is het mogelijk om iemand zonder geldige verblijfsvergunning of arbeidskaart via Dimona in te schrijven. Het volstaat de identiteitsgegevens elektronisch in te voeren en automatisch wordt een bisregisternummer toegekend, waaronder betrokkene in Dimona wordt ingeschreven. Met dat bisregisternummer kan betrokkene een SIS-kaart en kinderbijslag verkrijgen.
De bestrijding van fraude via bisregisternummers wordt opgenomen in de gecoördineerde fraudebestrijding van het nieuwe actieplan 2009-2010 van het college voor de Fraudebestrijding. Er wordt onder andere voorgesteld om de inschrijvingsschermen voor Dimona zodanig aan te passen dat enkel personen in het bezit van een geldige verblijfsvergunning en arbeidskaart een bisregisternummer kunnen verkrijgen.
In afwachting van deze technische aanpassing dienen het RIZIV en de RKW de nodige maatregelen te nemen om onterechte uitbetalingen te voorkomen.
Meer internationale samenwerking is het antwoord op de valse E301-formulieren. De internationale uitwisseling van sociale gegevens en tewerkstellingsgegevens wordt ook een van de punten van het nieuwe actieplan 2009-2010. Dit jaar werd hierover met Frankrijk al een bilateraal akkoord gesloten. Akkoorden met Nederland en Luxemburg zijn in voorbereiding.
Ook de strijd tegen valse sollicitatiebewijzen vergt meer samenwerking, namelijk tussen de RVA en de gewestelijke diensten voor arbeidsbemiddeling, zoals de VDAB. Samenwerking met de regio's dringt zich hiervoor op. Als staatssecretaris voor de coördinatie van de fraudebestrijding streef ik ernaar de inspectiediensten van de regio's te betrekken bij de werking van het College voor de Fraudebestrijding. Ik ben er immers van overtuigd dat alleen een gecoördineerde aanpak met alle actoren op het terrein effectief tot resultaten leidt in de strijd tegen dergelijke fraudefenomenen.
Mevrouw Lieve Van Ermen (LDD). - Als arts wil ik toch wijzen op de risico's die er zijn als verschillende mensen frauduleus dezelfde SIS-kaart gebruiken. Ik weet dat daar al iemand door gestorven is. Het ging namelijk om vier Congolese vrouwen die met één SIS-kaart bevallen zijn. De vierde persoon is gewoon gestorven omdat in het oude dossier een foute bloedgroep stond.
Dergelijke frauduleuze handelingen zijn dus niet alleen een ramp voor de portemonnee, maar ook medisch gezien zijn ze onverantwoord.
De voorzitter. - De agenda van deze vergadering is afgewerkt.
-De Senaat gaat tot nadere bijeenroeping uiteen.
(De vergadering wordt gesloten om 18.50 uur.)
Afwezig met bericht van verhindering: mevrouw Lizin, om gezondheidsredenen, mevrouw Smet, de heren Leterme, Van den Brande en Van Overmeire, in het buitenland.
-Voor kennisgeving aangenomen.
Stemming 1
Aanwezig: 58
Voor: 58
Tegen: 0
Onthoudingen: 0
Voor
Filip Anthuenis, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Marcel Cheron, Dirk Claes, Berni Collas, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, José Daras, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Jean-Jacques De Gucht, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Alain Destexhe, Josy Dubié, Roland Duchatelet, Isabelle Durant, Marc Elsen, Richard Fournaux, Margriet Hermans, Louis Ide, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Nahima Lanjri, Nele Lijnen, Philippe Mahoux, Vanessa Matz, Philippe Monfils, Philippe Moureaux, Freya Piryns, Jean-Paul Procureur, Carine Russo, Els Schelfhout, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Marleen Temmerman, Dominique Tilmans, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Pol Van Den Driessche, Anke Van dermeersch, Lieve Van Ermen, Freddy Van Gaever, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Tony Van Parys, Marc Verwilghen, Christiane Vienne, Paul Wille, Olga Zrihen.
Stemming 2
Aanwezig: 57
Voor: 56
Tegen: 0
Onthoudingen: 1
Voor
Filip Anthuenis, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Marcel Cheron, Dirk Claes, Berni Collas, Marie-Hélène Crombé-Berton, José Daras, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Jean-Jacques De Gucht, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Alain Destexhe, Josy Dubié, Roland Duchatelet, Isabelle Durant, Marc Elsen, Richard Fournaux, Margriet Hermans, Louis Ide, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Nahima Lanjri, Nele Lijnen, Philippe Mahoux, Vanessa Matz, Philippe Monfils, Philippe Moureaux, Freya Piryns, Jean-Paul Procureur, Carine Russo, Els Schelfhout, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Marleen Temmerman, Dominique Tilmans, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Pol Van Den Driessche, Anke Van dermeersch, Lieve Van Ermen, Freddy Van Gaever, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Tony Van Parys, Marc Verwilghen, Christiane Vienne, Paul Wille, Olga Zrihen.
Onthoudingen
Hugo Coveliers.
Stemming 3
Aanwezig: 57
Voor: 48
Tegen: 7
Onthoudingen: 2
Voor
Filip Anthuenis, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Jacques Brotchi, Marcel Cheron, Dirk Claes, Berni Collas, Marie-Hélène Crombé-Berton, José Daras, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Jean-Jacques De Gucht, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Alain Destexhe, Josy Dubié, Roland Duchatelet, Isabelle Durant, Marc Elsen, Richard Fournaux, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nahima Lanjri, Nele Lijnen, Philippe Mahoux, Vanessa Matz, Philippe Monfils, Philippe Moureaux, Freya Piryns, Jean-Paul Procureur, Carine Russo, Els Schelfhout, Guy Swennen, Martine Taelman, Marleen Temmerman, Dominique Tilmans, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Pol Van Den Driessche, Lieve Van Ermen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Tony Van Parys, Marc Verwilghen, Christiane Vienne, Paul Wille, Olga Zrihen.
Tegen
Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Nele Jansegers, Anke Van dermeersch, Freddy Van Gaever, Joris Van Hauthem.
Onthoudingen
Louis Ide, Helga Stevens.
Stemming 4
Aanwezig: 58
Voor: 11
Tegen: 47
Onthoudingen: 0
Voor
Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Michel Delacroix, Louis Ide, Nele Jansegers, Helga Stevens, Anke Van dermeersch, Lieve Van Ermen, Freddy Van Gaever, Joris Van Hauthem.
Tegen
Filip Anthuenis, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Jacques Brotchi, Marcel Cheron, Dirk Claes, Berni Collas, Marie-Hélène Crombé-Berton, José Daras, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Jean-Jacques De Gucht, Francis Delpérée, Alain Destexhe, Josy Dubié, Roland Duchatelet, Isabelle Durant, Marc Elsen, Richard Fournaux, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nahima Lanjri, Nele Lijnen, Philippe Mahoux, Vanessa Matz, Philippe Monfils, Philippe Moureaux, Freya Piryns, Jean-Paul Procureur, Carine Russo, Els Schelfhout, Guy Swennen, Martine Taelman, Marleen Temmerman, Dominique Tilmans, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Pol Van Den Driessche, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Tony Van Parys, Marc Verwilghen, Christiane Vienne, Paul Wille, Olga Zrihen.
Stemming 5
Aanwezig: 58
Voor: 49
Tegen: 9
Onthoudingen: 0
Voor
Filip Anthuenis, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Jacques Brotchi, Marcel Cheron, Dirk Claes, Berni Collas, Marie-Hélène Crombé-Berton, José Daras, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Jean-Jacques De Gucht, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Alain Destexhe, Josy Dubié, Roland Duchatelet, Isabelle Durant, Marc Elsen, Richard Fournaux, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nahima Lanjri, Nele Lijnen, Philippe Mahoux, Vanessa Matz, Philippe Monfils, Philippe Moureaux, Freya Piryns, Jean-Paul Procureur, Carine Russo, Els Schelfhout, Guy Swennen, Martine Taelman, Marleen Temmerman, Dominique Tilmans, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Pol Van Den Driessche, Lieve Van Ermen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Tony Van Parys, Marc Verwilghen, Christiane Vienne, Paul Wille, Olga Zrihen.
Tegen
Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Louis Ide, Nele Jansegers, Helga Stevens, Anke Van dermeersch, Freddy Van Gaever, Joris Van Hauthem.
Stemming 6
Aanwezig: 57
Voor: 10
Tegen: 46
Onthoudingen: 1
Voor
Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Louis Ide, Nele Jansegers, Helga Stevens, Anke Van dermeersch, Lieve Van Ermen, Freddy Van Gaever, Joris Van Hauthem.
Tegen
Filip Anthuenis, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Jacques Brotchi, Marcel Cheron, Dirk Claes, Berni Collas, Marie-Hélène Crombé-Berton, José Daras, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Jean-Jacques De Gucht, Francis Delpérée, Alain Destexhe, Josy Dubié, Roland Duchatelet, Isabelle Durant, Marc Elsen, Richard Fournaux, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nahima Lanjri, Nele Lijnen, Philippe Mahoux, Vanessa Matz, Philippe Monfils, Philippe Moureaux, Freya Piryns, Jean-Paul Procureur, Carine Russo, Els Schelfhout, Guy Swennen, Martine Taelman, Marleen Temmerman, Dominique Tilmans, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Pol Van Den Driessche, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Tony Van Parys, Marc Verwilghen, Christiane Vienne, Olga Zrihen.
Onthoudingen
Michel Delacroix.
Stemming 7
Aanwezig: 57
Voor: 48
Tegen: 9
Onthoudingen: 0
Voor
Filip Anthuenis, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Jacques Brotchi, Marcel Cheron, Dirk Claes, Berni Collas, Marie-Hélène Crombé-Berton, José Daras, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Jean-Jacques De Gucht, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Alain Destexhe, Josy Dubié, Roland Duchatelet, Isabelle Durant, Marc Elsen, Richard Fournaux, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nahima Lanjri, Nele Lijnen, Philippe Mahoux, Vanessa Matz, Philippe Monfils, Philippe Moureaux, Freya Piryns, Jean-Paul Procureur, Carine Russo, Els Schelfhout, Guy Swennen, Martine Taelman, Marleen Temmerman, Dominique Tilmans, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Pol Van Den Driessche, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Tony Van Parys, Marc Verwilghen, Christiane Vienne, Paul Wille, Olga Zrihen.
Tegen
Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Louis Ide, Nele Jansegers, Helga Stevens, Anke Van dermeersch, Freddy Van Gaever, Joris Van Hauthem.
Stemming 8
Aanwezig: 58
Voor: 8
Tegen: 47
Onthoudingen: 3
Voor
Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Nele Jansegers, Anke Van dermeersch, Lieve Van Ermen, Freddy Van Gaever, Joris Van Hauthem.
Tegen
Filip Anthuenis, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Jacques Brotchi, Marcel Cheron, Dirk Claes, Berni Collas, Marie-Hélène Crombé-Berton, José Daras, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Jean-Jacques De Gucht, Francis Delpérée, Alain Destexhe, Josy Dubié, Roland Duchatelet, Isabelle Durant, Marc Elsen, Richard Fournaux, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nahima Lanjri, Nele Lijnen, Philippe Mahoux, Vanessa Matz, Philippe Monfils, Philippe Moureaux, Freya Piryns, Jean-Paul Procureur, Carine Russo, Els Schelfhout, Guy Swennen, Martine Taelman, Marleen Temmerman, Dominique Tilmans, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Pol Van Den Driessche, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Tony Van Parys, Marc Verwilghen, Christiane Vienne, Paul Wille, Olga Zrihen.
Onthoudingen
Michel Delacroix, Louis Ide, Helga Stevens.
Stemming 9
Aanwezig: 58
Voor: 49
Tegen: 7
Onthoudingen: 2
Voor
Filip Anthuenis, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Jacques Brotchi, Marcel Cheron, Dirk Claes, Berni Collas, Marie-Hélène Crombé-Berton, José Daras, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Jean-Jacques De Gucht, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Alain Destexhe, Josy Dubié, Roland Duchatelet, Isabelle Durant, Marc Elsen, Richard Fournaux, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Nahima Lanjri, Nele Lijnen, Philippe Mahoux, Vanessa Matz, Philippe Monfils, Philippe Moureaux, Freya Piryns, Jean-Paul Procureur, Carine Russo, Els Schelfhout, Guy Swennen, Martine Taelman, Marleen Temmerman, Dominique Tilmans, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Pol Van Den Driessche, Lieve Van Ermen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Tony Van Parys, Marc Verwilghen, Christiane Vienne, Paul Wille, Olga Zrihen.
Tegen
Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Nele Jansegers, Anke Van dermeersch, Freddy Van Gaever, Joris Van Hauthem.
Onthoudingen
Louis Ide, Helga Stevens.
Stemming 10
Aanwezig: 57
Voor: 56
Tegen: 0
Onthoudingen: 1
Voor
Filip Anthuenis, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Marcel Cheron, Dirk Claes, Berni Collas, Marie-Hélène Crombé-Berton, José Daras, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Jean-Jacques De Gucht, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Alain Destexhe, Josy Dubié, Roland Duchatelet, Isabelle Durant, Marc Elsen, Richard Fournaux, Margriet Hermans, Louis Ide, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Nahima Lanjri, Nele Lijnen, Philippe Mahoux, Vanessa Matz, Philippe Monfils, Freya Piryns, Jean-Paul Procureur, Carine Russo, Els Schelfhout, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Marleen Temmerman, Dominique Tilmans, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Pol Van Den Driessche, Anke Van dermeersch, Lieve Van Ermen, Freddy Van Gaever, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Tony Van Parys, Marc Verwilghen, Christiane Vienne, Paul Wille, Olga Zrihen.
Onthoudingen
Hugo Coveliers.
Stemming 11
Aanwezig: 58
Voor: 56
Tegen: 2
Onthoudingen: 0
Voor
Filip Anthuenis, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Marcel Cheron, Dirk Claes, Berni Collas, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, José Daras, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Jean-Jacques De Gucht, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Alain Destexhe, Josy Dubié, Roland Duchatelet, Isabelle Durant, Marc Elsen, Richard Fournaux, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Nahima Lanjri, Nele Lijnen, Philippe Mahoux, Vanessa Matz, Philippe Monfils, Philippe Moureaux, Freya Piryns, Jean-Paul Procureur, Carine Russo, Els Schelfhout, Guy Swennen, Martine Taelman, Marleen Temmerman, Dominique Tilmans, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Pol Van Den Driessche, Anke Van dermeersch, Lieve Van Ermen, Freddy Van Gaever, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Tony Van Parys, Marc Verwilghen, Christiane Vienne, Paul Wille, Olga Zrihen.
Tegen
Louis Ide, Helga Stevens.
Stemming 12
Aanwezig: 58
Voor: 58
Tegen: 0
Onthoudingen: 0
Voor
Filip Anthuenis, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Marcel Cheron, Dirk Claes, Berni Collas, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, José Daras, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Jean-Jacques De Gucht, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Alain Destexhe, Josy Dubié, Roland Duchatelet, Isabelle Durant, Marc Elsen, Richard Fournaux, Margriet Hermans, Louis Ide, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Nahima Lanjri, Nele Lijnen, Philippe Mahoux, Vanessa Matz, Philippe Monfils, Philippe Moureaux, Freya Piryns, Jean-Paul Procureur, Carine Russo, Els Schelfhout, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Marleen Temmerman, Dominique Tilmans, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Pol Van Den Driessche, Anke Van dermeersch, Lieve Van Ermen, Freddy Van Gaever, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Tony Van Parys, Marc Verwilghen, Christiane Vienne, Paul Wille, Olga Zrihen.
Stemming 13
Aanwezig: 58
Voor: 58
Tegen: 0
Onthoudingen: 0
Voor
Filip Anthuenis, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Marcel Cheron, Dirk Claes, Berni Collas, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, José Daras, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Jean-Jacques De Gucht, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Alain Destexhe, Josy Dubié, Roland Duchatelet, Isabelle Durant, Marc Elsen, Richard Fournaux, Margriet Hermans, Louis Ide, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Nahima Lanjri, Nele Lijnen, Philippe Mahoux, Vanessa Matz, Philippe Monfils, Philippe Moureaux, Freya Piryns, Jean-Paul Procureur, Carine Russo, Els Schelfhout, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Marleen Temmerman, Dominique Tilmans, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Pol Van Den Driessche, Anke Van dermeersch, Lieve Van Ermen, Freddy Van Gaever, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Tony Van Parys, Marc Verwilghen, Christiane Vienne, Paul Wille, Olga Zrihen.
Stemming 14
Aanwezig: 58
Voor: 58
Tegen: 0
Onthoudingen: 0
Voor
Filip Anthuenis, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Marcel Cheron, Dirk Claes, Berni Collas, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, José Daras, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Jean-Jacques De Gucht, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Alain Destexhe, Josy Dubié, Roland Duchatelet, Isabelle Durant, Marc Elsen, Richard Fournaux, Margriet Hermans, Louis Ide, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Nahima Lanjri, Nele Lijnen, Philippe Mahoux, Vanessa Matz, Philippe Monfils, Philippe Moureaux, Freya Piryns, Jean-Paul Procureur, Carine Russo, Els Schelfhout, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Marleen Temmerman, Dominique Tilmans, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Pol Van Den Driessche, Anke Van dermeersch, Lieve Van Ermen, Freddy Van Gaever, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Tony Van Parys, Marc Verwilghen, Christiane Vienne, Paul Wille, Olga Zrihen.
Wetsvoorstellen
Artikel 81 van de Grondwet
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 20 december 2002 betreffende de minnelijke invordering van schulden van de consument, wat de invordering door advocaten, ministerieel ambtenaren en gerechtelijke mandatarissen betreft (van mevrouw Anke Van dermeersch en de heer Freddy Van Gaever; Stuk 4-1258/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.
Wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de nalatenschappen zonder erfgenamen betreft (van mevrouw Anke Van dermeersch en de heer Hugo Coveliers; Stuk 4-1261/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Wetsvoorstel tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg wat de maximumsnelheid betreft (van mevrouw Anke Van dermeersch en de heer Freddy Van Gaever; Stuk 4-1262/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.
Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 teneinde diverse fiscale maatregelen ten gunste van artistieke activiteiten in te voeren (van de heren Philippe Monfils en François Roelants du Vivier; Stuk 4-1264/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.
Wetsvoorstel tot wijziging van de wapenwet en de witwaswet dat ertoe strekt het vervaardigen, verhandelen, vervoeren en financieren van brandbommen met witte fosfor te verbieden (van de heer Philippe Mahoux; Stuk 4-1268/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.
Voorstellen van resolutie
Voorstel van resolutie betreffende het negatieve effect op het hiv-/aidsbeleid in Afrika van de recente pauselijke uitspraken (van mevrouw Marleen Temmerman c.s.; Stuk 4-1259/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging.
Voorstel van resolutie inzake de gevaarlijke boodschap van de koran (van mevrouw Anke Van dermeersch en de heer Hugo Coveliers; Stuk 4-1260/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Voorstel van resolutie betreffende de monitoring van de werkgelegenheid van werknemers van buitenlandse origine (van mevrouw Nahima Lanjri c.s.; Stuk 4-1263/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.
Voorstel van resolutie betreffende de coördinatie van acties van de overheden en het verenigingsleven om de consumenten te wijzen op de gevaren van makkelijk krediet (van de dames Christiane Vienne en Joëlle Kapompolé; Stuk 4-1265/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.
Het Bureau heeft volgende vragen om uitleg ontvangen:
-Deze vragen worden naar de plenaire vergadering verzonden.
De Senaat heeft bij boodschappen van 27 maart 2009 aan de Kamer van volksvertegenwoordigers ter kennis gebracht dat tot evocatie is overgegaan, op die datum, van de volgende wetsontwerpen:
Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement (Stuk 4-1252/1).
-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.
Wetsontwerp tot machtiging van de minister van Financiën om leningen aan het Groothertogdom Luxemburg toe te staan (Stuk 4-1256/1).
-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.
Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten (Stuk 4-1257/1).
-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.
Bij boodschappen van 26 maart 2009 heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers aan de Senaat overgezonden, zoals ze ter vergadering van dezelfde dag werden aangenomen:
Artikel 77 van de Grondwet
Wetsontwerp houdende wijzigingen aan de wet van 17 januari 2003 betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbeslechting naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de Belgische regulator van de post- en telecommunicatiesector (Stuk 4-1249/1).
-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.
Wetsontwerp houdende diverse bepalingen betreffende asiel en migratie (Stuk 4-1251/1).
-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.
Wetsontwerp houdende verscheidene wijzigingen inzake verkiezingen (Stuk 4-1253/1).
-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.
Artikel 78 van de Grondwet
Wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie (Stuk 4-1248/1).
-Het wetsontwerp werd ontvangen op 27 maart 2009; de uiterste datum voor evocatie is maandag 27 april 2009.
Wetsontwerp houdende diverse bepalingen (Stuk 4-1250/1).
-Het wetsontwerp werd ontvangen op 27 maart 2009; de uiterste datum voor evocatie is maandag 27 april 2009.
Wetsontwerp betreffende de officiële meesterschapwedstrijden (Stuk 4-1254/1).
-Het wetsontwerp werd ontvangen op 27 maart 2009; de uiterste datum voor evocatie is maandag 27 april 2009.
Wetsontwerp tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de plaats van het huwelijk betreft (Stuk 4-1255/1).
-Het ontwerp werd ontvangen op 27 maart 2009; de uiterste datum voor evocatie is maandag 27 april 2009.
Kennisgeving
Wetsontwerp houdende instemming met en uitvoering van het Avenant, ondertekend te Brussel op 12 december 2008, bij de Overeenkomst tussen België en Frankrijk tot voorkoming van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse administratieve en juridische bijstand inzake inkomstenbelastingen, ondertekend te Brussel op 10 maart 1964 en gewijzigd door de Avenanten van 15 februari 1971 en 8 februari 1999 (van de Regering; Stuk 4-1143/1).
-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 26 maart 2009 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.
Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Tunesië tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontduiken en het ontgaan van belastingen inzake belasting naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Tunis op 7 oktober 2004 (van de Regering; Stuk 4-1163/1).
-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 26 maart 2009 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.
De Regering heeft volgend wetsontwerp ingediend:
Wetsontwerp houdende instemming met het Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, gedaan te 's-Gravenhage op 28 mei 1970 (van de Regering; Stuk 4-1266/1).
-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging.
Met toepassing van artikel 113 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Grondwettelijk Hof kennis aan de voorzitter van de Senaat van:
-Voor kennisgeving aangenomen.
Met toepassing van artikel 77 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Grondwettelijk Hof aan de voorzitter van de Senaat kennis van:
-Voor kennisgeving aangenomen.
Met toepassing van artikel 76 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Grondwettelijk Hof kennis aan de voorzitter van de Senaat van:
-Voor kennisgeving aangenomen.
Bij brief van 20 maart 2009 heeft de Procureur des Konings te Turnhout overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2008 van het Parket van de Procureur des Konings te Turnhout, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 17 maart 2009.
Bij brief van 25 maart 2009 heeft de Procureur des Konings te Gent overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2008 van het Parket van de Procureur des Konings te Gent, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 12 maart 2009.
Bij brief van 31 maart 2009 heeft de Procureur des Konings te Marche-en-Famenne overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2008 van het Parket van de Procureur des Konings te Marche-en-Famenne, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 30 maart 2009.
-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Bij brief van 1 april 2009 heeft de arbeidsauditeur te Marche-en-Famenne overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2008 van het Arbeidsauditoraat te Marche-en-Famenne, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 31 maart 2009.
Bij brief van 2 april 2009 heeft de arbeidsauditeur te Dendermonde overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2008 van het Arbeidsauditoraat te Dendermonde, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 9 maart 2009.
-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Bij brief van 26 maart 2009 heeft de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Hoei overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2008 van de Rechtbank van eerste aanleg te Hoei, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 23 maart 2009.
Bij brief van 26 maart 2009 heeft de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Luik overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2008 van de Rechtbank van eerste aanleg te Luik, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 23 maart 2009.
Bij brief van 27 maart 2009 heeft de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Oudenaarde overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2008 van de Rechtbank van eerste aanleg te Oudenaarde, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 25 maart 2009.
Bij brief van 31 maart 2009 heeft de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2008 van de Rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 31 maart 2009.
Bij brief van 31 maart 2009 heeft de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Mechelen overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2008 van de Rechtbank van eerste aanleg te Mechelen, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 31 maart 2009.
Bij brief van 31 maart 2009 heeft de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Tongeren overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2008 van de Rechtbank van eerste aanleg te Tongeren, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 30 maart 2009.
-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Bij brief van 25 maart 2009 heeft de voorzitter van de Arbeidsrechtbank te Charleroi overeenkomstig artikel 340, §3, 1º en 5º lid, van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2008 van de Arbeidsrechtbank te Charleroi, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 19 maart 2009.
Bij brief van 26 maart 2009 heeft de voorzitter van de Arbeidsrechtbank te Dendermonde overeenkomstig artikel 340, §3, 1º en 5º lid, van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2008 van de Arbeidsrechtbank te Dendermonde, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 20 maart 2009.
Bij brief van 26 maart 2009 heeft de voorzitter van de Arbeidsrechtbank te Mechelen overeenkomstig artikel 340, §3, 1º en 5º lid, van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2008 van de Arbeidsrechtbank te Mechelen, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 25 maart 2009.
Bij brief van 27 maart 2009 heeft de voorzitter van de Arbeidsrechtbank te Antwerpen overeenkomstig artikel 340, §3, 1º en 5º lid, van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2008 van de Arbeidsrechtbank te Antwerpen, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 26 maart 2009.
Bij brief van 27 maart 2009 heeft de voorzitter van de Arbeidsrechtbank te Bergen overeenkomstig artikel 340, §3, 1º en 5º lid, van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2008 van de Arbeidsrechtbank te Bergen, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 24 maart 2009.
Bij brief van 27 maart 2009 heeft de voorzitter van de Arbeidsrechtbank te Brussel overeenkomstig artikel 340, §3, 1º en 5º lid, van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2008 van de Arbeidsrechtbank te Brussel, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 24 maart 2009.
Bij brief van 31 maart 2009 heeft de voorzitter van de Arbeidsrechtbank te Hasselt overeenkomstig artikel 340, §3, 1º en 5º lid, van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2008 van de Arbeidsrechtbank te Hasselt, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 26 maart 2009.
Bij brief van 31 maart 2009 heeft de voorzitter van de Arbeidsrechtbank te Nijvel overeenkomstig artikel 340, §3, 1º en 5º lid, van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2008 van de Arbeidsrechtbank te Nijvel, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 23 maart 2009.
Bij brief van 1 april 2009 heeft de voorzitter van de Arbeidsrechtbank te Verviers en Eupen overeenkomstig artikel 340, §3, 1º en 5º lid, van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2008 van de Arbeidsrechtbank te Verviers en Eupen, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 31 maart 2009.
-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Bij brief van 25 maart 2009 heeft de voorzitter van de Rechtbank van koophandel te Turnhout overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag voor 2008 van de Rechtbank van koophandel te Turnhout, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 19 maart 2009.
Bij brief van 26 maart 2009 heeft de voorzitter van de Rechtbank van koophandel te Charleroi overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag voor 2008 van de Rechtbank van koophandel te Charleroi, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 12 maart 2009.
Bij brief van 26 maart 2009 heeft de voorzitter van de Rechtbank van koophandel te Mechelen overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag voor 2008 van de Rechtbank van koophandel te Mechelen, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 23 maart 2009.
Bij brief van 30 maart 2009 heeft de voorzitter van de Rechtbank van koophandel te Kortrijk overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag voor 2008 van de Rechtbank van koophandel te Kortrijk, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 27 maart 2009.
Bij brief van 30 maart 2009 heeft de voorzitter van de Rechtbank van koophandel te Marche-en-Famenne overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag voor 2008 van de Rechtbank van koophandel te Marche-en-Famenne, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 30 maart 2009.
-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Bij brief van 31 maart 2009 heeft de FOD Justitie overeenkomstig artikel 3 van de wet van 30 juni 1994ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer tegen het afluisteren, kennisnemen en openen van privé-communicatie en -telecommunicatie aan de Senaat overgezonden, de evaluatieverslagen voor de jaren 1999, 2000, 2001, 2002 en 2003.
Bij brief van 31 maart 2009 heeft de FOD Justitie overeenkomstig artikel 90decies van het Wetboek van Strafvordering aan de Senaat overgezonden, de verslagen in uitvoering van artikel 90decies van het Wetboek van Strafvordering voor de jaren 2004, 2005, 2006 en 2008.
-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Bij brief van 30 maart 2009 heeft de voorzitter van het Europees Parlement aan de Senaat overgezonden: