3-214

3-214

Belgische Senaat

3-214

Handelingen - Nederlandse versie

DONDERDAG 19 APRIL 2007 - NAMIDDAGVERGADERING


Waarschuwing: de blauwe kleur geeft aan dat het gaat om uit het Frans vertaalde samenvattingen.


Inoverwegingneming van voorstellen

In memoriam de heer Michel Toussaint, minister van Staat

Mondelinge vragen

Wetsontwerp houdende instemming met het Protocol, opengesteld voor ondertekening te Berlijn van 1 juni 2006 tot 1 november 2006, tot wijziging van de Overeenkomst inzake de oprichting van een Internationale Commissie voor de Internationale Opsporingsdienst, gesloten te Bonn op 6 juni 1955 (Stuk 3-2376)

Wetsontwerp houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 2 maart 2007 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering van de Overeenkomst tot verbod van de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens, gedaan te Parijs de 13de januari 1993 (Stuk 3-2386)

Mondelinge vragen

Wetsontwerp tot wijziging, wat de vaststelling van de graad van blijvende arbeidsongeschiktheid na de leeftijd van 65 jaar betreft, van de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970 (Stuk 3-2366) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot wijziging van diverse bepalingen betreffende arbeidsongevallen, beroepsziekten en het Asbestfonds met betrekking tot wettelijk samenwonenden (Stuk 3-916) (Art. 81, derde lid, en art. 79, eerste lid, van de Grondwet)

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren (Stuk 3-1147) (Art. 81, derde lid, en art. 79, eerste lid, van de Grondwet)

Mondelinge vragen

Ontwerp van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, betreffende de dotatie aan dat hof (Stuk 3-1063)

Wetsontwerp houdende de instemming met het samenwerkingsakkoord van 9 februari 2007 tot wijziging van het samenwerkingsakkoord van 13 december 2002 tussen de Federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering en de financiering van de bodemsanering van tankstations; Stuk 3-2114/1 tot 4.

Wetsontwerp betreffende de bestraffing van namaak en piraterij van intellectuele eigendomsrechten (Stuk 3-2126) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot wijziging van de procedure tot vaststelling van de maximale referentierentevoet voor verzekeringsverrichtingen van lange duur (Stuk 3-2127) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp betreffende de burgerrechtelijke aspecten van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten (Stuk 3-2348) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp betreffende de aspecten van gerechtelijk recht van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten (Stuk 3-2349)

Wetsontwerp tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten (Stuk 3-2409) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp betreffende de consumentenakkoorden (Stuk 3-2359) (Evocatieprocedure)

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument, in verband met de collectieve consumptieakkoorden (van mevrouw Joëlle Kapompolé en mevrouw Olga Zrihen, Stuk 3-1407)

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument (Stuk 3-2407) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 11 april 2003 tot instelling van een vrijwillige dienst van collectief nut (Stuk 3-2405) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector (Stuk 3-2360) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de federale Staat, de Franse Gemeenschap en het Waals Gewest met betrekking tot het administratief en financieel beheer van de provinciale coördinaties voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (Stuk 3-2357)

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector en van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 (Stuk 3-2361) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp betreffende het fiscaal statuut van de bezoldigde sportbeoefenaars (Stuk 3-2404) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 249, §1, tweede lid, van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten wat betreft de rechten verbonden aan een voornaamswijziging (Stuk 3-2395) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, het Waalse Gewest, het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest inzake de uitvoering van sommige bepalingen van het protocol van Kyoto, afgesloten te Brussel, op 19 februari 2007 (Stuk 3-2411)

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 8bis van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, om de wachttijd voor de vaststelling van een handicap in te korten (van mevrouw Stéphanie Anseeuw c.s., Stuk 3-1473)

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen, wat betreft de gemeentelijke en provinciale mandatarissen (Stuk 3-2367)

Ontwerp van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen, wat betreft de gemeentelijke en provinciale mandatarissen (Stuk 3-2368)

Voorstel van resolutie betreffende de diagnose en begeleiding van de dementerende patiënt (van mevrouw Christel Geerts c.s., Stuk 3-1588)

Voorstel van resolutie inzake het participatief selecteren van indicatoren voor duurzame ontwikkeling voor België (van mevrouw Fatma Pehlivan c.s., Stuk 3-1607)

Voorstel van resolutie met betrekking tot de evaluatie van de wet van 3 april 1990 betreffende de zwangerschapsafbreking (Stuk 3-1849)

Verslag van de Nationale Commissie voor de Evaluatie van de wet van 3 april 1990 betreffende de zwangerschapsafbreking (wet van 13 augustus 1990) ten behoeve van het Parlement (1 januari 2004 - 31 december 2005) (Stuk 3-1849)

Verslag van de Nationale Commissie voor de Evaluatie van de wet van 3 april 1990 betreffende de zwangerschapsafbreking (wet van 13 augustus 1990) ten behoeve van het Parlement (1 januari 2002 - 31 december 2003) (Stuk 3-836)

Voorstel van resolutie betreffende het tot stand brengen van een gelijke beloning van vrouwen en mannen (van mevrouw Olga Zrihen c.s., Stuk 3-2047)

Voorstel van resolutie betreffende de gelijke verloning van vrouwen en mannen (van mevrouw Margriet Hermans en mevrouw Stéphanie Anseeuw, Stuk 3-1180)

Voorstel van resolutie teneinde in België de doelstellingen te bereiken die in Lissabon werden vastgelegd inzake de werkgelegenheidsgraad van vrouwen (van mevrouw Jihane Annane en mevrouw Nathalie de T' Serclaes, Stuk 3-1347)

Voorstel van resolutie betreffende het bevorderen van een gelijke beloning van vrouwen en mannen (van mevrouw Olga Zrihen en mevrouw Marie-José Laloy, Stuk 3-1633)

Voorstel van resolutie betreffende de conclusie van het themadebat over het «Energiebeleid in België» (van de heer Bart Martens c.s., Stuk 3-2354)

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling en het koninklijk besluit van 22 september 2004 houdende oprichting van cellen duurzame ontwikkeling in de federale overheidsdiensten, de programmatorische federale overheidsdiensten en het ministerie van Landsverdediging (van mevrouw Fauzaya Talhaoui en de heer Bart Martens, Stuk 3-1864)

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling (van mevrouw Isabelle Durant, Stuk 3-727)

Stemmingen

Regeling van de werkzaamheden

Vraag om uitleg van mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de vice-eersteminister en minister van Justitie over «softwarepiraterij» (nr. 3-2277)

Vraag om uitleg van de heer Berni Collas aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken over «de vertaling van het cursusmateriaal dat gebruikt wordt ter voorbereiding van het examen dat toegang verleent tot de graad van adjudant» (nr. 3-2306)

Vraag om uitleg van de heer Christian Brotcorne aan de vice-eersteminister en minister van Justitie over «het afronden van de hervorming van het gerechtelijk akkoord» (nr. 3-2312)

Vraag om uitleg van mevrouw Olga Zrihen aan de vice-eersteminister en minister van Financiën over «het principe volgens hetwelk gemeentelijke opcentiemen op de inkomstenbelasting geen terugwerkende kracht kunnen hebben» (nr. 3-2307)

Vraag om uitleg van de heer Christian Brotcorne aan de vice-eersteminister en minister van Financiën over «het behoud van de inschrijving voor gecertificeerde opleidingen voor ambtenaren die geslaagd zijn voor een bekwaamheidsexamen dat toegang verleent tot de graad van hoofdinspecteur van Financiën en tot de graad van eerste attaché van Financiën» (nr. 3-2308)

Vraag om uitleg van mevrouw Annemie Van de Casteele aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de terugbetaling van borstprotheses» (nr. 3-2295)

Vraag om uitleg van de heer Christian Brotcorne aan de minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen over «het behoud van de inschrijving voor gecertificeerde opleidingen voor ambtenaren die inmiddels bevorderd zijn tot een hogere klasse» (nr. 3-2309)

Vraag om uitleg van de heer Christian Brotcorne aan de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid over «de evaluatie van de houders van een managementfunctie van de POD Wetenschapsbeleid» (nr. 3-2311)

Vraag om uitleg van mevrouw Annemie Van de Casteele aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de patiëntenrechten» (nr. 3-2296)

Vraag om uitleg van de heer Hugo Vandenberghe aan de vice-eersteminister en minister van Justitie over «zelfgemaakte wapens in de Belgische gevangenissen» (nr. 3-2313)

Vraag om uitleg van mevrouw Annemie Van de Casteele aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de terugbetaling van preventie en zorg voor borstkanker» (nr. 3-2297)

Vraag om uitleg van mevrouw Annemie Van de Casteele aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «pijnbestrijding bij borstkanker» (nr. 3-2298)

Vraag om uitleg van mevrouw Annemie Van de Casteele aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de aansprakelijkheid van apothekers ingeval er meerdere apothekers-titularissen zijn» (nr. 3-2299)

Vraag om uitleg van mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de vice-eersteminister en minister van Financiën over «de invoering van een loyaliteitsdividend» (nr. 3-2318)

Vraag om uitleg van mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de vice-eersteminister en minister van Financiën over «private equity en hedge funds» (nr. 3-2317)

Vraag om uitleg van mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over «aasgierfondsen» (nr. 3-2316)

Berichten van verhindering

Bijlage


Voorzitter: mevrouw Anne-Marie Lizin

(De vergadering wordt geopend om 15.05 uur.)

Inoverwegingneming van voorstellen

De voorzitter. - De lijst van de in overweging te nemen voorstellen werd rondgedeeld.

Leden die opmerkingen mochten hebben, kunnen die vóór het einde van de vergadering mededelen.

Tenzij er afwijkende suggesties zijn, neem ik aan dat die voorstellen in overweging zijn genomen en verzonden naar de commissies die door het Bureau zijn aangewezen. (Instemming)

(De lijst van de in overweging genomen voorstellen wordt in de bijlage opgenomen.)

In memoriam de heer Michel Toussaint, minister van Staat

De voorzitter. - In Namen overleed op 23 maart 2007 onze gewezen collega en minister van Staat Michel Toussaint.

Hij werd geboren in Namen op 26 november 1922.

Hij promoveerde in 1947 tot doctor in de rechten aan de universiteit van Luik. Zijn rechtstudies had hij trouwens in 1944 onderbroken om in het verzet te gaan en zich in te zetten voor de bevrijding van het land. Hij nam ook deel aan de campagne van de brigade Piron in Nederland en Duitsland.

Na zijn studies nam Michel Toussaint eerst belangrijke functies op in de privésector. In 1954 schreef hij zich in aan de Balie van Namen en begon hij aan de uitbouw van zijn advocatenkantoor.

De lange politieke loopbaan van minister van Staat Michel Toussaint speelde zich zowel op het lokale als op het gewestelijke, het nationale en het Europese niveau af.

In 1957 werd hij voorzitter van de Federatie Namen van de `Parti Libéral' en, in 1958, raadslid in zijn geboortestad. Hij zou dit mandaat gedurende vele jaren blijven vervullen. Hij was ook gedurende een paar jaar eerste schepen.

Op 14 februari 1963 werd hij lid van deze Hoge Vergadering als provinciaal senator voor Namen in opvolging van zijn oom Jean Materne. Op 23 mei 1965 werd hij voor het eerst tot rechtstreeks senator verkozen voor het kiesarrondissement Namen-Dinant-Philippeville en dit met een score die hem nooit door een Naamse liberaal was voorgedaan. Hij werd nog zesmaal herkozen, steeds met een zeer hoog aantal voorkeurstemmen.

Hij werd ook niet minder dan vier maal lid van de regering.

In 1966 werd hij in de regering Van den Boeynants-De Clercq minister-staatssecretaris van Nationale Opvoeding, bevoegd voor het Franstalig onderwijs. Op die post voerde hij een aantal programmahervormingen door, zowel in het middelbaar als in het universitair onderwijs. Hij bekleedde dezelfde post opnieuw van 1973 tot 1974, nu als minister, in de regering Leburton-Tindemans-De Clercq. In de regering Tindemans I had hij van 1974 tot 1976 de portefeuille van Buitenlandse Handel. In die functie liet hij zich opmerken door zijn toenaderingspogingen tot de Oostbloklanden en zijn steun aan de kandidatuur van Spanje om tot de EEG toe te treden. Na een herschikking van deze regering was hij van 1976 tot 1977 minister van Institutionele Hervormingen, en als dusdanig verantwoordelijk voor de uitvoering van één van de belangrijkste punten van het regeerprogramma van die regering, namelijk de gewestvorming.

In zijn verdere loopbaan als senator was minister van Staat Toussaint vooral bedrijvig op het vlak van de buitenlandse betrekkingen en de staatshervorming.

Na de staatshervorming van augustus 1980 werden hem ook belangrijke mandaten toevertrouwd in de gewest- en gemeenschapsinstellingen. In 1980 werd hij secretaris en een jaar later ondervoorzitter van de Conseil régional wallon. Twee jaar later werd hij verkozen tot voorzitter van de Conseil de la Communauté française. Hij bleef het tot in 1984.

Zijn belangstelling voor de communautaire problemen blijkt ook uit zijn lidmaatschap van de Commissie voor de verbetering van de betrekkingen tussen de Belgische taalgemeenschappen, die onder de regering Van den Boeynants door minister van Binnenlandse Zaken Vanderpoorten werd opgericht om een oplossing te zoeken voor de communautaire problemen. Hij had trouwens reeds eerder, bij het begin van zijn mandaat als senator, gepleit voor het afsluiten van een `Nationaal Pact', dat zou voorzien in een totale aanpak van de communautaire problemen, idee die onder meer ook werd gedeeld door de toenmalige partijvoorzitter Omer Vanaudenhove.

Michel Toussaint werd in 1983 minister van Staat benoemd uit erkentelijkheid voor zijn grote verdiensten voor het land.

In 1984 nam Michel Toussaint ontslag uit de Senaat om, als overtuigd Europeaan, een mandaat van Europees Parlementslid op te nemen. Hij zetelde tot 1989 in het Europees Parlement.

Onder een streng uiterlijk verborg deze man van de daad een zeer gevoelige natuur. Hij had een sterk uitgesproken gevoel voor rechtvaardigheid, kreeg moeilijk woorden van lof over de lippen maar was nog veel discreter wanneer het erop aan kwam kritiek te uiten aan het adres van zijn medemens.

De Senaat gedenkt met eerbied de nagedachtenis van deze grote man. Uw voorzitter heeft namens onze Assemblee haar deelneming betuigd aan de familie van de overledene.

Ik begroet de zoon van de heer Toussaint die hier aanwezig is.

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Justitie. - De voorzitter heeft de levensweg van deze uitzonderlijke man perfect beschreven. De regering sluit zich daarbij aan en betuigt de familie van de overledene haar deelneming.

(De vergadering neemt een minuut stilte in acht.)

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de vice-eersteminister en minister van Justitie over «de overheveling van de dossiers collectieve schuldenregeling naar de arbeidsgerechten» (nr. 3-1504)

Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Ik wil terugkomen op een vraag die ik onlangs heb gesteld en waarop ik geen afdoend antwoord heb gekregen.

Er is heel wat ongerustheid over de toepassing van de nieuwe wet. Er bestaat geen enkele garantie voor het goede beheer van deze dossiers vanaf 1 september 2007.

De uitbreiding van de personeelsformatie van de griffies bestaat wel op papier, maar in sommige rechtsgebieden, bijvoorbeeld in Nijvel, zijn er geen kandidaturen; de plaats zal over vele maanden nog niet ingevuld zijn ...

Bovendien lijkt het onderzoek naar de behoefte aan plaats en gebouwen bij de rechtsgebieden alleen nog maar te bestaan uit een brief. Er zijn echter nog heel wat onduidelijkheden, onder meer over de plaats waar de dossiers zullen worden behandeld: in de zetel van de rechtbank, zoals gevraagd, of `per afdeling'. Dat is, rekening houdend met de infrastructuur van sommige rechtsgebieden, vaak materieel onmogelijk.

Er kan ook niet worden ontkend dat het pas na vele maanden ter beschikking stellen van het informaticaprogramma problemen oplevert aangezien `alleen de nieuwe zaken' vanaf 1 september 2007 onder de bevoegdheid van de arbeidsrechtbanken vallen. Daarbij houdt men geen rekening met het feit dat het werk van de griffies, dat al is toegenomen ingevolge de inleiding bij verzoekschrift op tegenspraak, door de dubbele codering nog zal verzwaren, en dat net voor de sociale verkiezingen en de overheveling van alle achterstallige dossiers collectieve schuldenregeling van de rechtbank van eerste aanleg.

Wil de minister deze nieuwe wet nog altijd in werking laten treden op 1 september 2007? Kan ze in verband met de overname van deze nieuwe dossiers een antwoord geven dat minder verontrustend is voor de arbeidsrechtbanken? Hoe kan ze de overheveling van de rechtbank van eerste aanleg naar de arbeidsrechtbank waarborgen? Zal ze de arbeidsrechtbanken de middelen geven om behoorlijk te kunnen functioneren?

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Justitie. - Wat het gebrek aan kandidaten betreft, kan ik u het volgende meedelen. Van de negen vacante betrekkingen van adjunct-griffier die in januari zijn bekendgemaakt, werd enkel voor die van de griffie van de arbeidsrechtbank te Nijvel geen kandidatuur ingediend. De functie van adjunct-griffier kan evenwel worden uitgeoefend door een ambtenaar van de griffie. De griffie kan dan op contractuele basis een bediende aanwerven. Op dit punt is er dus geen bijzonder probleem.

Het onderzoek naar ruimte en gebouwen is nog aan de gang. De eerste antwoorden worden momenteel door mijn administratie geanalyseerd, zodat we aan de verzoeken kunnen tegemoetkomen.

De specifieke vragen over de afdelingen worden eveneens door de FOD Justitie onderzocht.

Wat het informaticaprobleem betreft, herhaal ik dat de eerste rechtbanken vanaf de maand mei zullen worden geïnformatiseerd. De installatie in de andere rechtbanken zal progressief gebeuren. Tegen december moet alles operationeel zijn. Na 1 september zullen nog slechts bepaalde rechtbanken, met een vertraging van twee of drie maanden, geïnformatiseerd worden. Het informaticasysteem kan dus niet alleen worden gebruikt voor de dossiers van de collectieve schuldregeling, maar ook voor alle andere zaken. Dat zal de algemene administratieve last van de griffies verlichten.

Het lijkt ondenkbaar de hangende zaken definitief onder de rechtsbevoegdheid van de rechtbanken van eerste aanleg te laten. Deze dossiers worden inderdaad gekenmerkt door hun `lange levensduur'.

Op die manier zouden twee rechtbanken gedurende vele jaren bevoegd zijn voor eenzelfde geschil. Bovendien zou die oplossing indruisen tegen één van de doelstellingen van de hervorming, meer bepaald de werklast van de rechtbanken van eerste aanleg verminderen om de gerechtelijke achterstand weg te werken.

Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - We zullen afwachten hoe de zaken in september verlopen. De rechtbanken hebben u in elk geval gewaarschuwd, mevrouw de minister.

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Justitie. - Er zijn altijd mensen die om een niemendal klagen en bang zijn om te werken!

Mondelinge vraag van de heer Yves Buysse aan de vice-eersteminister en minister van Justitie over «de ingebruikname van de afdeling met verscherpt toezicht van de Brugse gevangenis» (nr. 3-1505)

De heer Yves Buysse (VL. BELANG). - In het penitentiair centrum van Brugge werd destijds een afdeling gebouwd voor gevangenen die onder verscherpt toezicht staan. Door de cipiers wordt dit het `kwartier Hoge Veiligheid' genoemd.

Deze afdeling met tien cellen werd tot nu toe nagenoeg niet gebruikt; alleen de heer Dutroux zou er hebben verbleven. Tijdens een recent bezoek aan de gevangenis vernam ik dat er plannen zijn om de afdeling in het najaar van 2007 effectief in gebruik te nemen.

Indien dat klopt, dan heb ik de volgende vragen. Welke soort gedetineerden zullen in deze afdeling worden ondergebracht? Wanneer zal ze in gebruik worden genomen? Zijn er voldoende en speciaal hiervoor opgeleide personeelsleden beschikbaar? Zijn er, gezien de recente gebeurtenissen in de gevangenis van Lantin, nog extra beveiligingswerken gepland?

Mocht mijn informatie niet kloppen, dan had ik graag geweten wat dan wel de plannen zijn met de afdeling in kwestie.

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Justitie. - In de gevangenissen van Brugge en Lantin zullen inderdaad afdelingen met verscherpt toezicht worden opgericht. Dat werd onder meer beslist nadat was vastgesteld dat sommige gedetineerden een gevaar vormen voor anderen, wegens geweldpleging tegenover het personeel of medegevangenen, en moeilijk in toom te houden zijn. Ik verwijs onder meer naar de recente gebeurtenissen in de gevangenis van Aarlen, meer bepaald naar de problemen met een van de gevangen.

In beide afdelingen zal een specifiek regime gelden. Het is de bedoeling het gedrag van de betrokken gedetineerden te stabiliseren. Het verblijf in de afdeling zal maximum zes maanden duren. In die periode zal het regime geleidelijk overgaan van een bijzonder strikt regime naar een normaal regime.

De beslissing om gevangenen in die speciale afdelingen te plaatsen zal door de directeur-generaal van de Strafinrichtingen worden genomen. De afdelingen zouden vóór het einde van het jaar in gebruik worden genomen.

De administratie heeft een analyse gemaakt van de personeelsbehoeften voor beide afdelingen. De personeelsformatie zal moeten worden uitgebreid.

We gaan het plan nu lanceren. Ik wacht op de laatste vergadering met de syndicale organisaties op 23 april aanstaande, alvorens een uitspraak te doen.

In de loop van de komende maanden zal een oproep tot de personeelsleden worden gericht. Er zal een selectie worden gehouden en er zal een specifieke opleiding worden georganiseerd.

Ook werd een analyse gemaakt van het veiligheidsplan voor beide afdelingen. Er hangt reeds een net boven de binnenplaats van de afdeling in de gevangenis van Lantin. Ook in Brugge zal een net worden gespannen.

Mondelinge vraag van de heer Pierre Galand aan de minister van Buitenlandse Zaken over «het houden van Interministeriële Conferenties voor buitenlands beleid» (nr. 3-1498)

De heer Pierre Galand (PS). - Artikel 3 van de wet van 25 mei 1999 betreffende de Belgische internationale samenwerking bepaalt dat de federale samenwerking de synergie tussen alle niveau's bevordert met de bedoeling er uitbreidende effecten van te verkrijgen, die op termijn voordelig zijn voor de bevolkingsgroepen die de bijstand genieten.

De internationale samenwerking is een gedeelde bevoegdheid. Kan de minister meedelen wat de mechanismen zijn voor de voorbereiding en de opvolging van de Belgische standpunten inzake internationale ontwikkelingssamenwerking?

Neemt de minister deel aan de Interministeriële Conferenties Buitenlands Beleid,? Zo ja, aan hoeveel ICBB's heeft hij tijdens de huidige regeerperiode deelgenomen?

De Franstalige deelgebieden hebben in december 2002 al een samenwerkingsakkoord gesloten met de Democratische Republiek Congo en bereiden momenteel hun tweede gemengde commissie voor. Hoe verloopt het overleg in België?

De heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken. - Ik ben voorzitter van de Interministeriële Conferenties voor Buitenlands Beleid. Sedert mijn aantreden als minister van Buitenlandse Zaken heb ik vier vergaderingen van de ICBB belegd: op 15 maart 2005, 13 december 2005, 17 mei 2006 en op 12 december 2006.

De minister van Ontwikkelingssamenwerking is lid van de ICBB en nam deel aan alle vier de vergaderingen.

Op de vergaderingen van 15 maart en 13 december 2005, was punt 10 van de agenda gewijd aan de defederalisering van bepaalde delen van ontwikkelingssamenwerking. Ik zal u het verslag van deze twee ICBB-vergaderingen bezorgen. Daarin staat ook de samenstelling en de ledenlijst van de ICBB.

De contacten tussen de federale overheid en de deelgebieden verlopen op basis van respect voor de voorrechten van elk bevoegdheidsniveau. Dit gebeurt zowel in Brussel als in de partnerlanden waar de deelgebieden aanwezig zijn.

Wat de Democratische Republiek Congo betreft, zijn er regelmatig contacten op ministerieel niveau. Ons Coördinatiebureau te Kinshasa werkt in goede verstandhouding met de Waals-Brusselse delegatie ter plaatse.

Mondelinge vraag van de heer Lionel Vandenberghe aan de minister van Buitenlandse Zaken over «het Rwandaproces» (nr. 3-1503)

De heer Lionel Vandenberghe (SP.A-SPIRIT). - Allicht is dit de laatste mondelinge vraag die ik de minister als senator kan stellen.

Het verheugt me dat de minister en ik dezelfde bekommernis delen over de situatie in Palestina, Kosovo en Congo, en over de situatie van de Koerden in Turkije. Alleszins hoop ik dat België, eventueel onder zijn bevoegdheid, de volgende twee jaar in de Veiligheidsraad kan meewerken aan het herstel van de vrede in deze gebieden en overal waar oorlog dreigt.

Bij de aanvang van deze legislatuur heb ik een bezoek gebracht aan Kigali. De kazerne waar de Belgische para's werden vermoord maakte een diepe indruk. Vandaar ook mijn blijvende zorg om in het reine te komen met het verleden in verband met de tragedie in Rwanda.

Vandaag gaat het Rwandaproces voor het Brusselse Hof van Assisen van start. De hoofdverdachte van de moord op de tien Belgische para's op 7 april 1994 is een voormalige Rwandese majoor.

De belangrijkste ooggetuige in deze zaak is de Rwandese kolonel Laurent Nubaha. Hij leeft al dertien jaar ondergedoken in Congo en is enkele dagen geleden naar Kinshasa gebracht door een Belgische advocaat. Destijds was kolonel Nubaha bevelhebber in het Kamp Kigali waar de Belgen vermoord zijn. Volgens getuigen heeft hij gedaan wat hij kon om de Belgen te redden.

De man staat op de lijst van getuigen voor het assisenproces, maar krijgt vooralsnog niet de nodige documenten om naar België te komen. Als verklaring hiervoor hoorde ik in het VRT-nieuws van maandag 16 april dat hij volgens Buitenlandse Zaken geen paspoort heeft en dat er geen haast bij is.

De advocaat van de verdediging vreest voor het leven van de kolonel en weigert hem dan ook in Kinshasa alleen achter te laten.

Waarom krijgt Laurent Nubaha niet de nodige documenten om bij de start van het assisenproces aanwezig te zijn? Is het niet raadzaam dat hij wegens zijn belangrijke rol het proces in zijn geheel bijwoont?

Hoe schat de minister de veiligheidssituatie van kolonel Nubaha in? Krijgt hij in Kinshasa bescherming van de Belgische overheid?

De heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken. - Vorige week heb ik in Rwanda namens ons land een krans neergelegd in kamp Kigali bij het monument ter nagedachtenis van de tien para's, die er in beestachtige omstandigheden werden vermoord. Ik ga akkoord met de heer Vandenberghe dat dit een zeer diepe indruk nalaat.

Laurent Nubaha beschikt niet over documenten waarmee hij zijn identiteit kan aantonen, noch over een paspoort. In die omstandigheden kan onze ambassade niet ambtshalve een visum afgeven, maar moet zij het akkoord van de Dienst Vreemdelingenzaken vragen om zowel een vrijgeleide als een visum uit te reiken.

Daarbij moet ook rekening worden gehouden met het migratierisico, aangezien de heer Nubaha clandestien in Congo verblijft en er dus niet zal kunnen terugkeren. Aangezien hij niet beschikt over een verblijfsstatuut of een paspoort kan hij na afloop van zijn getuigenis al evenmin naar een ander land vertrekken.

Bovendien was de getuigenis van de heer Nubaha pas voor 30 mei gepland, zodat de zaak niet spoedeisend was. Pas gisteren werd deze datum vervroegd.

Toen de heer Nubaha zich samen met zijn advocaat op het consulaat aanmeldde, voerde de advocaat aan dat hij de man de volgende dag naar België moest kunnen meenemen. Hij kon niet alleen achterblijven en er werd voor zijn leven gevreesd. Onze consulaire diensten hebben de passagierslijsten van de vluchten Kinshasa-Brussel gecheckt en noch advocaat De Temmerman, noch de heer Nubaha waren daarop terug te vinden. U begrijpt dat een dergelijke leugen, al dan niet om bestwil, niet meteen een goede indruk maakt.

Ik kan slechts akte nemen van het feit dat de Belgische gerechtelijke autoriteiten de heer Nubaha aanvankelijk hebben opgeroepen om op 30 mei als getuige te verschijnen op het proces Ntuyahaga. Ik ben niet bevoegd om me uit te spreken over de opportuniteit van zijn aanwezigheid gedurende het hele proces. We stellen ook vast dat de heer Nubaha al geruime tijd in Congo leeft en we hebben geen reden om aan te nemen dat zijn leven daar nu in gevaar zou zijn.

Indien de heer Nubaha toch van mening is dat hij bescherming nodig heeft, kan hij zich hiervoor alleen richten tot de Congolese autoriteiten en niet tot de Belgische. De heer Nubaha heeft niet de Belgische nationaliteit en onze ambassade in Kinshasa kan dus niet ingrijpen of consulaire bijstand bieden. Uiteraard heeft onze ambassade in Congo geen politiële bevoegdheid.

De heer Lionel Vandenberghe (SP.A-SPIRIT). - Ik weet dat dit een zeer moeilijke situatie is, maar het is belangrijk dat de man op het proces komt getuigen. Zijn getuigenis is vervroegd, maar weet men wanneer hij wordt gehoord?

De heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken. - De Dienst Vreemdelingenzaken moet advies geven en onze consulaire diensten zullen dat advies dan uitvoeren. Uit mijn antwoord hebt u toch wel begrepen dat indien hij komt, hij zal blijven?

De heer Lionel Vandenberghe (SP.A-SPIRIT). - Dat kan ook met de andere getuigen gebeuren. Zij kunnen ook asiel aanvragen.

De heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken. - Ja, maar hij kán niet terug.

Wetsontwerp houdende instemming met het Protocol, opengesteld voor ondertekening te Berlijn van 1 juni 2006 tot 1 november 2006, tot wijziging van de Overeenkomst inzake de oprichting van een Internationale Commissie voor de Internationale Opsporingsdienst, gesloten te Bonn op 6 juni 1955 (Stuk 3-2376)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Het woord is aan de heer Galand voor een mondeling verslag.

De heer Pierre Galand (PS), rapporteur. - De commissie behandelde het voorliggende wetsontwerp op 17 april 2007.

De archieven van de internationale opsporingsdienst werden in de loop van de jaren vijftig bijeengebracht, op initiatief van de geallieerden te Bad Arolsen, Duitsland. Ze bevatten een schat aan documentatie over de deportatie van miljoenen mensen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De bestanden omvatten momenteel meer dan 40 miljoen stukken met betrekking tot ongeveer 17 miljoen personen, slachtoffers van het nazi-regime, weerstanders, verplicht tewerkgestelden, zigeuners en andere bevolkingsgroepen. De archieven werden samengesteld ter herdenking van de slachtoffers en om ervoor te zorgen dat de toekomstige generaties zich de gruwel van de oorlog zouden herinneren.

Dit protocol tot wijziging van de overeenkomst inzake de oprichting van een internationale commissie voor de internationale opsporingsdienst van 1955 werd door ons land op 30 oktober 2006 ondertekend.

De archieven, die voorheen enkel werden gebruikt als informatiebron voor de slachtoffers, zullen voortaan toegankelijk zijn voor wetenschappelijk onderzoek. Ze kunnen in Bad Arolsen of in de nationale archieven van de lidstaten worden geraadpleegd. De kostprijs voor een kopie bedraagt voor België 90.000 euro. Daarnaast zijn er nog de kosten voor personeel en onderhoud.

We hebben een vruchtbare discussie gevoerd over dit ontwerp. De artikelen 1 en 2 en het geheel van het wetsontwerp werden aangenomen met eenparigheid van de tien aanwezige leden.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp. Zie stuk 3-2376/1.)

-De artikelen 1 en 2 worden zonder opmerking aangenomen.

-Over het wetsontwerp in zijn geheel wordt later gestemd.

Wetsontwerp houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 2 maart 2007 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering van de Overeenkomst tot verbod van de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens, gedaan te Parijs de 13de januari 1993 (Stuk 3-2386)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Het woord is aan mevrouw Hermans voor een mondeling verslag.

Mevrouw Margriet Hermans (VLD), rapporteur. - Dit wetsontwerp betreft de goedkeuring van het Samenwerkingsakkoord van 2 maart 2007 houdende uitvoering van de Overeenkomst tot het verbod van de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens, gedaan te Parijs op 13 januari 1993.

De in de Overeenkomst behandelde materies hebben een zogenaamd `gemengd karakter'. Wegens dit gemengde karakter dienen zowel de federale overheid als de gewesten akkoord te gaan met de aanwijzing van de instanties die zullen instaan voor de uitvoering van de Overeenkomst.

Aan het Samenwerkingsakkoord dient kracht van wet te worden verleend door een parlementaire goedkeuring op federaal en gewestelijk beleidsniveau.

Hierdoor moet het mogelijk worden gemaakt om de toepassing van het verificatiesysteem, kenmerkend voor deze overeenkomst, te bewerkstelligen. Hoofdzakelijk de chemische industrie is hierbij betrokken.

De algemene definitie van chemische wapens doet geen beroep op lijsten of formules, maar is in feite zeer algemeen en allesomvattend. Elke toxische stof is een chemisch wapen, behalve indien de stof wordt gebruikt voor toegelaten doeleinden en voor zover het type en de hoeveelheden in overeenstemming zijn met deze doeleinden.

Spreker citeert het voorbeeld van strychnine. Het staat buiten kijf dat strychnine een toxische stof is, maar deze stof kan ook worden gebruikt voor de verdelging van mollen in een gazon. Het bezit van een kleine hoeveelheid strychnine voor deze toepassing is toegelaten, maar dat geldt - in de context van de overeenkomst - niet voor 100 kg strychnine.

Voor de toepassing van het verificatiesysteem werd gewerkt met lijsten van chemische stoffen. Er zijn in feite drie lijsten:

Voor de verificatie van de chemische industrie voorziet de overeenkomst in verschillende types inrichtingen. Voor de stoffen van lijst 1 is dat in België een militair laboratorium. Daarnaast zijn er inrichtingen die boven een welbepaalde drempel, stoffen van lijst 2 produceren, verwerken of verbruiken en diegene die boven een welbepaalde drempel stoffen van lijst 3 produceren. Er zijn geen inrichtingen van lijst 2 in België en van lijst 3 zijn er een viertal inrichtingen.

Ten slotte is er nog een vierde categorie, zijnde de inrichtingen die zekere organische stoffen produceren boven een bepaalde drempel. In België zijn er nog ongeveer 42 dergelijke inrichtingen. Voor al deze inrichtingen is in routinematige verificatie voorzien, gebaseerd op jaarlijkse kennisgevingen en internationale inspecties ter plaatse.

Naast de definities en bevoegdheden voorziet de Overeenkomst verder in de inspectiemodaliteiten en een aantal strafbepalingen, alsook de basis voor samenwerking met de gewesten.

Tenslotte stipt de vertegenwoordiger van de minister aan dat de overeenkomst reeds in 1997, drie maanden na de 65ste ratificatie ervan, in werking is getreden. De laattijdigheid waarmee dit wetsontwerp werd ingediend, is voornamelijk te wijten aan een bevoegdheidsconflict dat inmiddels werd opgelost. Evenwel, als gevolg van de recente hervorming der instellingen werden de bevoegdheden inzake economie grotendeels overgeheveld naar de gewesten, waardoor opnieuw enige vertraging tot stand kwam. Een van de hoofdopmerkingen bij de stemming was het lang uitblijven van de stemming van het ontwerp. Voor de rest verwijs ik naar het schriftelijke verslag van de algemene bespreking.

De artikelen 1 en 2 en het wetsontwerp in zijn geheel werden eenparig aangenomen door de tien aanwezige leden.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp. Zie stuk 3-2386/1.)

-De artikelen 1 en 2 worden zonder opmerking aangenomen.

-Over het wetsontwerp in zijn geheel wordt later gestemd.

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer Josy Dubié aan de vice-eersteminister en minister van Financiën over «de houding van België in de Wolfowitzzaak» (nr. 3-1499)

De voorzitter. - De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën, antwoordt.

De heer Josy Dubié (ECOLO). - Voormalig Amerikaans viceminister van Defensie, neoconservatief en notoire havik Paul Wolfowitz, één van de voornaamste gangmakers van de rampzalige oorlog in Irak, werd twee jaar geleden door president George W. Bush opgedrongen als voorzitter van de Wereldbank, een instelling die voornamelijk de economische ontwikkeling van de derde wereld tot doel heeft.

Zijn programma bestond erin corruptie te bestrijden en `goed bestuur' na te streven in de arme landen, waarbij `goed bestuur' werd gelijkgesteld met verregaande liberalisering en afbouw van overheidsdiensten.

Deze apostel van het goede bestuur en van de bestrijding van corruptie werd nu op heterdaad betrapt en verplicht toe te geven dat hij op autoritaire wijze zijn vriendin aan een baan heeft geholpen bij het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken, met een salaris dat hoger is dan dat van minister Rice!

Het personeel van de Wereldbank heeft het ontslag geëist van Paul Wolfowitz, die elke geloofwaardigheid heeft verloren. Wolfowitz weigert evenwel ontslag te nemen en de Amerikaanse president heeft zijn steun aan zijn voormalige rechterarm bevestigd.

Europa, waar België deel van uitmaakt, is goed voor 32% van het kapitaal van de Wereldbank, terwijl de VS slechts 16% in handen heeft.

De minister nam vorig weekend samen met minister De Decker deel aan de semestriële assemblee van de Wereldbank.

Hoe beoordeelt u de feiten die de heer Wolfowitz worden aangewreven en hebt u, aangezien hij die heeft toegeven, zijn ontslag geëist?

Ik stel deze vraag niet om, in navolging van de Amerikaanse pers kritiek te uiten op het feit dat hij een vriendin heeft, maar wel omdat hij misbruik maakte van zijn positie om haar aanzienlijke bedragen toe te schuiven. Het betreft dus een probleem van corruptie en niet van persoonlijke huwelijksethiek.

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Tijdens de voorjaarsassemblees van het Internationaal Monetair Fonds en van de Wereldbank die op 14 en 15 april in Washington werden gehouden heeft vice-eersteminister en minister van Financiën Reynders, die hier vandaag helaas niet kan zijn, zijn bezorgdheid geuit over de weerslag die de controverse rond Paul Wolfowitz zou kunnen hebben op het bestuur en de geloofwaardigheid van de instelling en op de onderhandelingen over de vijftiende wedersamenstelling van de werkmiddelen van de Internationale Ontwikkelingsassociatie (IOA).

Vóór de voorjaarsvergaderingen besprak de minister deze zaak tijdens de traditionele vergadering van de Constituante waarvan België lid is en met zijn Zwitserse, Nederlandse en Zweedse collega's op de vergadering van de G4. Hij praatte eveneens met het Belgische personeel van de instelling.

In het kader van die vergaderingen onderhield hij zich ook met zijn voornaamste Europese collega's (de Britse, Franse, Spaanse en Italiaanse ministers) en met het Duitse EU-voorzitterschap. Daaruit vloeide een Europese coördinatie voort met het oog op de vergadering van het Ontwikkelingscomité van 15 april.

Als gevolg van die coördinatie hebben de Europese gouverneurs van de Wereldbank hun grote bezorgdheid geuit over de weerslag die deze affaire zou kunnen hebben op de geloofwaardigheid van de instelling en op de lopende onderhandelingen over de vijftiende wedersamenstelling van de werkmiddelen van de Internationale Ontwikkelingsassociatie (IOA).

Ze hebben hun steun betuigd aan de initiatieven die de raad van bestuur van de Wereldbank heeft genomen om volledige duidelijkheid te scheppen in deze zaak en hebben de raad aangemoedigd om het onderzoek voort te zetten teneinde een oplossing te vinden die de geloofwaardigheid van de instelling op transparante wijze veiligstelt.

Ze waren het eens met de beslissing van de raad van bestuur om alle documenten die betrekking hebben op deze zaak op de website van de Bank te plaatsen.

Ze eisten met succes dat het communiqué van het Ontwikkelingscomité uitdrukkelijk zou verwijzen naar de noodzaak om de bestuursregels van de instelling te verbeteren.

Minister Reynders heeft zijn Amerikaanse ambtgenoot Paulson persoonlijk ontmoet en heeft hem gevraagd dat de Amerikaanse autoriteiten alle noodzakelijke maatregelen zouden nemen om de geloofwaardigheid en het goed bestuur bij de Bank zo snel mogelijk te herstellen.

De heer Josy Dubié (ECOLO). - De betekenis van die diplomatische bewoordingen is dat de Europeanen het ontslag van Wolfowitz eisen. Ik herhaal dat ze 32% van de aandelen in de Wereldbank bezitten, terwijl de Amerikanen slechts over 16% beschikken. De Amerikanen mogen niet eisen dat de heer Wolfowitz aanblijft als hoofd van een organisatie waarvan hij het aanzien grondig heeft aangetast. Zijn handelwijze is bovendien totaal in strijd met zijn beloften, aangezien hij verklaard had de corruptie te willen bestrijden, maar zelf corrupt blijkt te zijn.

Mondelinge vraag van mevrouw Margriet Hermans aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken over «de maatregelen tegen ramkraken in de Kempen» (nr. 3-1494)

Mevrouw Margriet Hermans (VLD). - Op 12 april 2007 vond er wederom een ramkraak plaats in een kledingzaak in Baarle-Hertog. Dit was de zevende ramkraak in de zaak in vier jaar tijd. Verleden week werden drie ramkraken uitgevoerd in de regio Turnhout en deze week waren er ook in Mol en Arendonk. Op basis van de nummerplaten en het accent van de daders vermoedt de lokale politie dat de ramkraken het werk zijn van Nederlandse bendes. Vooral kledingzaken, parfumeries en juweliers uit de Antwerpse Kempen lijken het doelwit te zijn.

Wat de grensoverschrijdende informatie-uitwisseling betreft, blijken er geen problemen te zijn. De Nederlandse politie is erg coöperatief. Gezien de uitzonderlijke plaag van ramkraken in de Kempen moeten bijkomende middelen worden ingezet om de daders te vatten. Naar analogie van de succesvolle aanpak in Brakel lijkt het wenselijk om in samenwerking met de Dirco - de dienst die instaat voor de coördinatie in het gerechtelijk arrondissement - tijdelijke bijkomende ondersteuning te vragen aan de federale politie. Mogelijk kunnen er ook bijkomende maatregelen worden genomen in samenwerking met Nederland.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen.

Hoe reageert de minister op de vele ramkraken die plaatsvinden in de Kempen? Komen de vermoedelijke daders daadwerkelijk uit Nederland?

Is de minister bereid te onderzoeken of er tijdelijk bijkomende ondersteuning kan komen vanuit de federale politie om de ramkrakenplaag in te dijken, al dan niet in overleg met de Dirco? Kan hij die ondersteuning uitvoerig toelichten en mogelijke aantallen geven?

Heeft de minister van de lokale politie al een vraag tot ondersteuning ontvangen?

Hoeveel ramkraken vonden er plaats in de Kempen sinds 2007 en hoe evolueren de cijfers ten opzichte van 2006? Welke dorpen en steden worden het meest getroffen?

Werden er al personen aangehouden en zo ja, hoeveel en hoeveel ramkraken hebben ze op hun kerfstok?

Welke andere maatregelen stelt de minister voor om de ramkrakenplaag in de Kempen aan te pakken?

De heer Patrick Dewael, vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken. - In het arrondissement Turnhout waren er in 2002 31 ramkraken, 17 in 2003, 16 in 2004, 12 in 2005 en 13 in 2006. Dit jaar waren er tot nog toe acht.

Momenteel lopen een aantal gerechtelijke onderzoeken in het gerechtelijke arrondissement Turnhout. Ik kan daar geen bijkomende inlichtingen over geven, behalve dat de politiediensten inderdaad aanwijzingen hebben dat verschillende ramkraken in de Kempen mogelijk gepleegd zijn door daders die uit Nederland afkomstig zijn.

In Nederland werden al drie daders aangehouden voor het plegen van een ramkraak te Turnhout.

De ramkraken als fenomeen van zware en meestal georganiseerde criminaliteit is in de veiligheidsplannen een prioriteit voor de politiediensten, zowel op federaal als zonaal niveau.

Het is eigen aan onze politiestructuur dat zulk prioritair fenomeen op een geïntegreerde manier wordt aangepakt, in samenwerking tussen de verschillende diensten van lokale en federale politie.

Er bestaat er een permanent overleg tussen de Dirco, de bestuurlijk directeur-coördinator van de federale politie, de Dirjud, de gerechtelijk directeur van het arrondissement, de lokale politie en het parket. Het fenomeen is voor de regio van de Kempen momenteel een agendapunt op het rechercheoverleg van het arrondissement Turnhout. Er werden nieuwe afspraken gemaakt voor een aantal meerdaagse geïntegreerde politieoperaties. Dat betekent dat de lokale politie hierin gesteund wordt door zowel de diensten van de Dirco en de Dirjud, als door de gespecialiseerde steundiensten van de federale politie zoals de wegpolitie, de hondenbrigade, de spoorwegpolitie en de luchtsteun. Bovendien zullen de geïntegreerde politieoperaties verlopen in samenwerking met de diensten van het arrondissement Hasselt.

Er zullen eveneens politieoperaties worden georganiseerd in samenwerking met de Nederlandse politie op grond van de grensoverschrijdende samenwerkingsakkoorden.

De internationale samenwerking, in het bijzonder met Nederland, is vanzelfsprekend cruciaal als effectief blijkt dat een aantal van de daders uit Nederland afkomstig is. In de politiesamenwerking België-Nederland werden de voorbije jaren grote stappen vooruit gezet. Dat is het geval voor zowel de samenwerking op het vlak van informatie-uitwisseling, als voor de strategische en de punctuele samenwerking naar aanleiding van concrete onderzoeken, en voor de operationele samenwerking op het terrein. Die betere samenwerking werd onder andere mogelijk dankzij het Beneluxpolitieverdrag van 2004, maar ook dankzij het feit dat politieagenten en magistraten hoe langer hoe meer doordrongen zijn van de noodzaak tot samenwerking op het terrein. Een goede internationale samenwerking moet een aandachtspunt blijven.

Mevrouw Margriet Hermans (VLD). - Ik ben tevreden dat de minister de nadruk legt op de samenwerking met Nederland, die trouwens heel vlot verloopt.

Mondelinge vraag van mevrouw Sfia Bouarfa aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken over «de officiële aanbevelingen van de Federale ombudsman aan de Dienst Vreemdelingenzaken» (nr. 3-1497)

Mevrouw Sfia Bouarfa (PS). - Van de elf officiële aanbevelingen in het besluit van het jaarverslag van de federale ombudsman zijn er zeven gericht tot de Dienst Vreemdelingenzaken. Daaruit blijkt nogmaals hoe moeilijk de contacten verlopen tussen de instelling en haar gebruikers, die meestal in een precaire situatie verkeren.

In die aanbevelingen wordt erop aangedrongen dat de Dienst beter zou informeren over de dossiers die onderzocht worden en een termijn zou aangeven binnen dewelke een beslissing zal worden genomen. Ook wegwerking van de achterstand die de voorbije jaren is opgelopen is een prioriteit. Het juridisch vacuüm waarin vele gezinnen leven schept immers onrust, met name wat het schoolgaan van de kinderen betreft. Dat maakt hun situatie uitzichtloos. In het verslag wordt er ook duidelijk op gewezen dat lang wachten op een positieve beslissing niet hetzelfde is als lang wachten op een negatieve beslissing.

De federale ombudsman onderstreept nogmaals de ontoegankelijkheid van de helpdesk en dringt aan op meer transparantie tijdens de onderzoeksprocedure.

De rode draad van de aanbevelingen is dat het nodige respect moet verzekerd worden ten aanzien van al die mensen die om diverse redenen een verblijfsvergunning aanvragen. Het probleem stelt zich telkens weer en staat los van de regularisatie van het verblijf van mensen zonder papieren waarvoor een globaal politiek antwoord moet worden gezocht.

Hoe staat de minister tegenover de officiële aanbevelingen van de federale ombudsman aan het adres van de Dienst Vreemdelingenzaken? Welke concrete maatregelen zal hij nemen?

De heer Patrick Dewael, vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken. - Zoals ik al gezegd heb aan de heer Maene in de Kamer, zullen de aanbevelingen van de federale ombudsman over de werking van de Dienst Vreemdelingenzaken onderzocht worden. Ik zal daar in de mate van het mogelijke, en met de middelen waarover ik beschik, op ingaan.

Ik wil er wel op wijzen dat er al heel wat inspanningen werden gedaan om bijvoorbeeld het probleem van de lange wachttijden voor mensen die een verblijfsvergunning aanvragen aan te pakken. Er werden al wetswijzigingen aangebracht om dat probleem werkelijk te kunnen oplossen, maar de gevolgen daarvan zijn pas op langere termijn zichtbaar.

Zo werden er bindende behandelingstermijnen vastgelegd in de wet van 15 september 2006 en waar mogelijk ook in de uitvoeringsbesluiten. Er werd ook een kader vastgelegd om herhaalde aanvragen van verblijfsvergunningen om humanitaire redenen te voorkomen. Dergelijke aanvragen zijn vaak enkel bedoeld om tijd te winnen en belasten de diensten nodeloos.

Er werden nieuwe statuten gecreëerd en snellere en eenvoudigere procedures werden uitgewerkt.

Met die wijzigingen komen we tegemoet aan de meeste punten van kritiek van de federale ombudsman. Er zijn evenwel bijkomende inspanningen nodig, zowel wat de organisatie als wat het als het management betreft, om de toegankelijkheid van de Dienst Vreemdelingenzaken te verbeteren.

Er zullen nog andere initiatieven genomen worden, maar ik kan niet op alle voorstellen van de federale ombudsman onmiddellijk ingaan. Een betere bemanning van sommige diensten is enkel mogelijk als daarvoor ook bijkomende middelen voorhanden zijn. Dat is werk voor de komende jaren.

Mevrouw Sfia Bouarfa (PS). - Er zijn inderdaad al veel inspanningen geleverd, met name tengevolge van de aanbevelingen van onze assemblee na het debat dat hierover in de commissie voor de Binnenlandse Aangelegenheden in de vorige regeerperiode heeft plaatsgehad.

Deze regering heeft een staatssecretaris voor administratieve vereenvoudiging die de taak heeft administratieve procedures te vereenvoudigen, maar ook de contacten tussen de mensen en de administratie te vergemakkelijken. Dat geldt ook voor aanvragers van een verblijfsvergunning. Ook al gaat het niet om belastingbetalers, toch is het onze plicht om hun situatie zo snel mogelijk te regelen.

Mondelinge vraag van mevrouw Christel Geerts aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken over «het Glimmer (Global-Local Information Merging for Maturing Emergency Response)» (nr. 3-1501)

Mevrouw Christel Geerts (SP.A-SPIRIT). - Overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 16 februari 2006 betreffende de nood- en interventieplannen moeten de lokale overheden een algemeen nood- en interventieplan opstellen.

Willen de gemeenten een dergelijk plan adequaat en op maat kunnen ontwikkelen, dan moeten ze de risico's op hun grondgebied inventariseren en analyseren. Momenteel beschikken ze echter over geen instrument of methodiek voor een adequate en uniforme inventarisatie en weging van die risico's.

De federale overheid zou zo'n instrument, Glimmer, aan het uitwerken zijn. Glimmer moet het langverwachte operationele werkinstrument worden voor risicoanalyse door de lokale overheden.

Graag had ik van de minister van Binnenlandse Zaken vernomen wat de stand van zaken is inzake Glimmer.

Wanneer zal dit instrument beschikbaar zijn?

Werd berekend hoeveel de toepassing van Glimmer de lokale overheden zal kosten?

De heer Patrick Dewael, vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken. - Het Glimmerproject is begin februari 2007 van start gegaan. Het doel van het project is een methodologie uit te werken om risico's op lokaal vlak te bepalen. Dat gebeurt in twee fasen: Glimmer 1 loopt tot oktober 2007 en Glimmer 2 van november 2007 tot juli 2008.

Glimmer 1 bestaat uit vijf delen. Eerst wordt de Apellmethode (Awareness and Preparedness for Emergencies at Local Level) die door de Verenigde Naties werd ontwikkeld, aan de Belgische situatie aangepast. Apell is een methodologie om risico's en/of schade te beperken.

Ten tweede worden de behoeften op lokaal niveau empirisch geanalyseerd. Hiervoor werden twee provincies, Namen en West-Vlaanderen, en acht gemeenten, Zele, Welkenraedt, Brussel-Stad, Kortessem, Aubange, Bergen, Watermaal-Bosvoorde en Leuven, geselecteerd.

Ten slotte worden er standaardsteekkaarten, referentietabellen en een ontwerp van handleiding opgesteld.

Tijdens Glimmer 2 zal de handleiding worden uitgewerkt en nagegaan welke concrete hulp bij de implementatie moet worden geboden. Daarna wordt alles vertaald en krijgen de lokale actoren een opleiding.

Ter ondersteuning van de procedure wordt een softwarepakket ter beschikking gesteld.

Momenteel bevindt het project zich in de fase van de empirische analyse.

Glimmer is een operationeel instrument van risico-identificatie en -analyse door gemeentelijke veiligheidscellen, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 16 februari 2006 op de nood- en interventieplannen. De gemeentelijke ambtenaar die verantwoordelijk is voor de nood- en interventieplannen, werkt die opdrachten verder uit.

De Algemene Directie van het Crisiscentrum stelt het instrumentarium ter beschikking van de lokale overheden.

Mevrouw Christel Geerts (SP.A-SPIRIT). - Ik dank de minister voor zijn bondige, maar vrij volledige antwoord. Toch heb ik nog twee vragen.

Heb ik het goed begrepen dat de gemeenten die niet voor het proefproject geselecteerd werden, nog geduld zullen moeten oefenen?

Werden er al simulaties gemaakt van de kosten voor de gemeenten?

De heer Patrick Dewael, vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken. - Glimmer zal breder geïmplementeerd worden, zodra de resultaten van de proefprojecten bekend zijn.

Op het ogenblik werden er nog geen kostensimulaties gemaakt.

Mondelinge vraag van mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en aan de minister van Werk over «de gebrekkige registratie van beroepskankers door het Fonds voor de Beroepsziekten» (nr. 3-1476)

Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - Ik stootte onlangs op onrustwekkende cijfers van de Belgische Federatie tegen Kanker. Die bevestigde mijn eerdere stelling dat 4% van alle kankers te wijten zijn aan beroepsomstandigheden. Gemiddeld zouden er 1.600 nieuwe kankers per jaar zijn. Luidens een andere studie zullen beroepsgebonden kankers nog toenemen. Vreemd genoeg werden er in 2006 slechts 186 beroepskankers erkend. Het Fonds voor beroepsziekten werkt met open lijsten en gesloten lijsten. Bij de open lijst moet de werknemer zelf alle bewijslast leveren. Naar verluidt is de open lijst quasi onoverkomelijk. Een ander probleem blijkt te liggen in de logge en trage procedure die het Fonds van Beroepsziekten hanteert. Aangezien er zo weinig aangiften van beroepsziekten zijn en zo weinig kankers worden erkend, lijkt het om een marginaal verschijnsel te gaan en dreigt de waakzaamheid ten aanzien van kankerverwekkende producten op de werkvloer ten onrechte te verslappen.

Hoe verklaart de minister dat er in 2006 186 beroepskankers werden erkend, terwijl er gemiddeld jaarlijks 1.600 nieuwe beroepskankers zijn?

Is het juist dat we hier een achterstand hebben opgelopen ten opzichte van de buurlanden?

Hoeveel tijd verloopt er gemiddeld tussen de aanvraag van de erkenning van een beroepskanker en de erkenning ervan, zowel wat de open als de gesloten lijst betreft?

Hoeveel tijd verloopt er gemiddeld tussen het inbrengen van de gemaakte kosten bij de erkenning van de beroepsziekte en de datum van uitbetaling?

Waarom moet de patiënt gedetailleerde facturen voorleggen? Is het niet eenvoudiger dit via de ziekenhuizen te laten verlopen?

Is de minister bereid de procedure te vereenvoudigen? Zo ja, waar kan ze worden vereenvoudigd?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Mijn bekommernis gaat uit naar de gehele bevolking, zowel werknemers als omwonenden en verbruikers. In de industrie worden inderdaad veel producten gebruikt waarvan we onvoldoende alle kenmerken kennen.

De federale overheidsdienst Volksgezondheid voert hiernaar onderzoek uit, zoals bijvoorbeeld naar formaldehyde, dat aanwezig is in onze privéomgeving en naar de afstotingen van strontium in de omgeving van kerncentrales.

Dit is een grensoverschrijdend probleem. Het Europees Parlement heeft na een gedenkwaardig politiek steekspel het REACH-project aanvaard. Vanaf 2008 zullen de industrieën de toxische risico's van hun productie moeten evalueren.

Er worden twee soorten cijfers door elkaar gehaald: enerzijds de erkende gevallen van beroepsziekten en anderzijds het aantal kankers dat volgens theoretische berekeningen mede aan het beroep te wijten zouden kunnen zijn.

Het Fonds voor de beroepsziekten vergoedt schade door kankers die op de lijst van de beroepsziekten staan en hanteert daarbij criteria van blootstelling en van diagnose. Indien aan die criteria is voldaan, moet geen bewijs van een oorzakelijk verband worden geleverd. Dit principe kan uiteraard alleen worden gehanteerd voor kankers die met een zeer hoge mate van waarschijnlijkheid door de beroepsuitoefening werden veroorzaakt.

In 2000 werden er 116 kankers erkend, in 2001 122, in 2002 152, in 2003 180, in 2004 146, in 2005 179 en in 2006 186.

Van 2000 tot 2006 gaat het om 5 longkankers door arseen, 16 longkankers door zeswaardig chroom, 3 longkankers door nikkel, 7 longkankers door homologen van naftaleen, 2 longkankers door polycyclische aromatische koolwaterstoffen, 17 schildklierkankers door ioniserende stralingen, 1 leverkanker door een virale infectie, 30 leukemieën door benzeen, 159 kankers van de neusholte en sinussen door houtstof en door asbest.

Voor asbest gaat het om 841 kankers waarvan 5 kankers van het strottenhoofd (larynx), 34 van het buikvlies, 550 van het longvlies en 252 van de longen.

Mijn collega Verwilghen is wellicht beter geplaatst om mee te delen of via een registratiesysteem kan bepaald worden welke hoeveelheid kankerverwekkende, mutagene of reprotoxische stoffen in ons land circuleert. De hoeveelheid is echter niet het enige criterium om het gevaar voor de werkende bevolking of de bevolking in het algemeen in te schatten.

Wat betreft de procedure bij het Fonds voor Beroepsziekten, bestaan er geen specifieke statistieken over de duur van het onderzoek met het oog op de erkenning van een beroepskanker. Het gemiddelde voor ziekten opgenomen in de lijst bedraagt 220 dagen. Wat betreft mesothelioom is de duur van het onderzoek minder dan 120 dagen als het dossier volledig is.

Wat de open lijst betreft beschikken we niet over statistieken. De erkenning in dit systeem is eerder uitzonderlijk. Het bewijs van het kankerverwekkende karakter van een product wordt immers geleverd door epidemiologische enquêtes die bruikbaar zijn om een kankertype op de lijst te plaatsen. Zelden kan men een rechtstreeks en individueel verband aantonen tussen blootstelling en risico, zoals vereist is voor het open systeem.

De termijn voor de terugbetaling van geneesmiddelen bedraagt minder dan drie maanden. De procedures moeten inderdaad zo kort mogelijk zijn, maar tussenkomst is pas mogelijk na terugbetaling van de medische zorg door het ziekenfonds. Het rechtstreeks doorsturen van facturen door het ziekenhuis heeft dus geen zin.

Mondelinge vraag van de heer Jan Steverlynck aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de reïntegratie van arbeidsongeschikte zelfstandigen via een beperkte beroepsbezigheid» (nr. 3-1496)

De heer Jan Steverlynck (CD&V). - Reeds lange tijd wordt er aangedrongen op een regeling waarbij aan arbeidsongeschikte zelfstandigen de mogelijkheid geboden wordt om op een duurzame wijze een ziekte-uitkering te cumuleren met een beperkte beroepsactiviteit. Een dergelijke regeling bestaat al geruime tijd in de werknemersregeling.

In zijn antwoord op mijn schriftelijke vraag nr. 3-5609 van 30 juni 2006 deelde de minister mij mee dat de ministerraad van 21 december 2006 een ontwerp van koninklijk besluit had goedgekeurd dat dergelijke cumulatie onder bepaalde voorwaarden zou toelaten en dat hij erop rekent dat deze nieuwe bepaling van kracht zal worden tijdens het tweede trimester van 2007.

Werd het ontwerp van koninklijk besluit waarover de minister spreekt reeds gepubliceerd? Zo neen, wanneer zal dit gebeuren?

Zal de regeling nog in voege treden in het tweede trimester van 2007? Zijn er hindernissen in dit dossier?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Het dossier wordt wel degelijk opgevolgd. De Raad van State heeft op 15 februari 2007 een advies uitgebracht. De administratie heeft de tekst aangepast aan de opmerkingen van de Raad. Ik heb het koninklijk besluit getekend en op 16 april naar het Paleis gestuurd. Ik hoop dat het begin mei in het Belgisch Staatsblad kan worden gepubliceerd.

De heer Jan Steverlynck (CD&V). - Wanneer treedt het koninklijk besluit in voege?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Normaal treedt een koninklijk besluit in voege tien dagen na de publicatie ervan. Ik zal dat evenwel natrekken.

Mondelinge vraag van de heer Berni Collas aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «dierenmishandeling» (nr. 3-1500)

De heer Berni Collas (MR). - Enkele weken geleden heeft de directeur van een dierenasiel uit mijn regio mijn aandacht gevestigd op een geval van dierenmishandeling dat ook in Grenz-Echo van 16 februari 2007 werd belicht en dat veel hevige reacties heeft uitgelokt van de bevolking. Het ging meer bepaald om de mishandeling van drie honden, die niet correct werden gevoed en maar weinig beweegruimte hadden. Een dierenarts heeft bevestigd dat het om mishandeling ging.

Wanneer de politie ter plaatse kwam om de dieren ingevolge een beslissing van de procureur des Konings in beslag te nemen, was één van de honden al verscheidene dagen dood. De eigenaar had de dode hond naast de levende dieren laten liggen. De andere twee honden werden in een dierenasiel geplaatst.

Vandaag heeft de Dienst Dierenwelzijn, zonder de situatie en de omstandigheden te kennen, beslist één van de honden terug te geven aan de eigenaar. Bovendien zouden de diensten die moeten controleren of werd voldaan aan de voorwaarden waaronder die dieren aan de eigenaar mogen worden terugbezorgd, geen enkele controle hebben verricht. Het gaat zeker niet om een geïsoleerd geval.

Heeft de Dienst Dierenwelzijn wel voldoende personeel om de dossiers te behandelen? Zo ja, waarom zorgt hij dan niet voor de follow-up wanneer zich ernstige gevallen voordoen? Zou het niet beter zijn dat andere actoren, zoals de dierenasielen zelf, voor de follow-up en de controle instaan?

Paragraaf 5 van artikel 42 van de wet betreffende de bescherming en het welzijn van dieren werd overigens tijdens deze regeerperiode aangevuld met een bepaling dat, in geval van mishandeling, de dierenasielen waarin de dieren geplaatst zijn, er eigenaar van kunnen worden. Die nieuwe bepaling kan veel problemen oplossen, want de mensen die dieren mishandelen zouden geen eigenaar meer zijn en zouden hun dieren ook niet meer kunnen terugkrijgen. Werd er reeds een beroep gedaan op deze bepaling?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Net zoals de perceptie van pijn bij de mens is ook de relatie van mens tot dier sterk geëvolueerd. Deze vraag is dus niet banaal, maar betreft een bijzonder gevoelig maatschappelijk thema.

De publieke opinie hecht steeds meer belang aan het dierenwelzijn. Op initiatief van enkele parlementsleden, onder wie mevrouw Defraigne, heeft de wetgever onlangs diverse maatregelen genomen om de levensomstandigheden van onze gezelschapsdieren te verbeteren. Daartoe moet de controle van de bestaande regelgeving worden verzekerd en moet ervoor gezorgd worden dat de nieuwe wettelijke normen worden nageleefd.

De inspectiedienst beschikt thans over negen inspecteurs-dierenartsen onder de supervisie van twee coördinatoren voor het gehele land.

In 2005 heeft die dienst 1.100 controles verricht; die hebben geleid tot 260 waarschuwingen en 124 processen-verbaal; 150 dieren, waaronder 70 honden, werden in beslag genomen. In 2006 werden evenveel controles verricht. Die gaven aanleiding tot 440 waarschuwingen en 213 processen-verbaal; 1.014 dieren, waaronder 554 honden, werden in beslag genomen.

Deze cijfers tonen aan dat de inspectiedienst niets onverlet laat om de regelgeving op het gebied van het dierenwelzijn te doen naleven. De genomen beslissingen getuigen overigens van een grote vastberadenheid.

Gelet op het werkvolume zal de dienst zeker extra inspecteurs-dierenartsen in dienst nemen. Aangezien het aantal klachten almaar toeneemt, kan niet alles tegelijkertijd worden behandeld. Daarom wordt soms een beroep gedaan op de diensten van de lokale politie.

Wanneer dieren in beslag worden genomen, wordt altijd een onderzoek gevoerd om de toestand vast te stellen en om na te gaan of het al dan niet verstandig is bepaalde dieren terug te geven aan hun eigenaar. Dat is uiteraard alleen mogelijk indien alle garanties inzake dierenwelzijn worden geboden. Anders is de inbeslagname van de dieren definitief.

In onderhavig geval hebben mijn diensten wel degelijk ter plaatse een controle verricht. Daaruit is gebleken dat het welzijn van één dier kon worden gegarandeerd. Er werd dan ook beslist een hond terug te geven aan zijn eigenaar. Zoals ik al zei, kan een dergelijke beslissing niet lichtzinnig worden genomen, maar slechts na een grondig onderzoek en een beoordeling van de situatie op het terrein.

Volgens mij moeten de personen die verantwoordelijk zijn voor de officiële controles, over een grondige kennis van de wetgeving terzake beschikken en moeten ze vooral blijk geven van objectiviteit.

Vroeger vormden de vertegenwoordigers van de dierenasielen en van de dierenbescherming een nogal heterogene groep. Het zou dus goed zijn objectieve criteria vast te stellen op basis waarvan die verenigingen kunnen worden erkend om officiële taken toegewezen te krijgen.

Ik ben verheugd over het enthousiasme en de toewijding van de personen die actief zijn in de verenigingen voor dierenwelzijn. Zij spelen een zeer belangrijke rol. Het verheugt mij dat de samenwerking tussen mijn inspectiedienst en die verenigingen over het algemeen zeer goed is. Hun steun wordt niet alleen gewaardeerd, maar is ook onontbeerlijk bij het werk dat dagelijks moet worden verricht.

De heer Berni Collas (MR). - Ik ben verheugd over de wil om extra inspecteurs-dierenartsen in dienst te nemen. Dierenwelzijn is een maatschappelijk probleem dat niet mag worden onderschat.

Mondelinge vraag van de heer Wouter Beke aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «het voorstel tot inkorting van de basisopleiding geneeskunde tot zes jaar» (nr. 3-1506)

De heer Wouter Beke (CD&V). - Uit recente cijfers van het RIZIV blijkt dat er 11.799 praktiserende huisartsen zijn. Eén op vijf huisartsen is jonger dan veertig jaar. De helft van de huisartsen is ouder dan vijftig jaar. Dat betekent dat er de komende jaren een massale uitstroom van huisartsen komt. Dat is een probleem omdat de eerste lijn in onze gezondheidszorg een belangrijke rol speelt.

De studenten geneeskunde pleiten voor een inkorting van hun basisopleiding tot zes jaar. Het zevende jaar is momenteel zowel voor de huisartsen als voor de specialisten een stagejaar. Voor de huisartsen geldt dat jaar echter als het eerste jaar van hun beroepsopleiding tot huisarts (HIBO). Voor de specialisten in opleiding is dat niet het geval: zij kunnen pas na het zevende jaar aan hun specialisatie beginnen.

Ook de Raad van State heeft een arrest geveld om de ongelijkheid tussen toekomstige huisartsen en specialisten aan te klagen. De geneeskundestudenten grijpen dit arrest nu aan om hun pleidooi voor een kortere opleiding kracht bij te zetten.

Vlaams onderwijsminister Vandenbroucke steunt de eis van de studenten. Hij wil de vervolgopleiding beter financieren als de studieduurverlaging er daadwerkelijk komt. De duur van de opleidingen is echter een federale materie. Daarom wens ik de minister te vragen wat hij vindt van de eis van de studenten? Welke beslissing zal hij nemen? Zal hij nog een beslissing nemen of voorbereiden? Wat wordt momenteel in dat stagejaar aangeleerd? Kan dat stagejaar echt beschouwd worden als een verloren jaar voor de kandidaat-specialisten?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Het arrest van de Raad van State van 18 januari 2007 vernietigt inderdaad gedeeltelijk het ministerieel besluit van 1 oktober 2002 tot wijziging van het ministerieel besluit van 3 mei 1999 tot vaststelling van de erkenningcriteria voor huisartsen.

Er was voorzien dat de huisartsenopleiding in het zevende jaar van de studies geneeskunde kon starten. De Raad van State ziet hierin een ongelijkheid met de specialistische opleiding.

De inkorting van de basisopleiding geneeskunde tot zes jaar is een mogelijke oplossing. Het dossier staat op 25 april op de agenda van het bureau van de Hoge Raad van Geneesheren-specialisten en van Huisartsen. Daar zal worden nagegaan of een inkorting inderdaad de meest geschikte oplossing is en of eventueel andere oplossingen moeten worden uitgewerkt.

De heer Wouter Beke (CD&V). - De minister antwoordt dat het dossier op de agenda van het bureau van de Hoge Raad van Geneesheren-specialisten en van Huisartsen staat, maar hij laat niet in zijn kaarten kijken.

Het probleem is niet alleen dat er een discriminatie bestaat. Er is ook de verschrikkelijke leeftijdspiramide bij de huisartsen. Het korps is sterk aan het verouderen. Bovendien leidt de vervrouwelijking van het beroep tot de oprichting van almaar meer groepspraktijken, waardoor voor een gelijke patiëntenpopulatie meer artsen moeten worden ingezet. Die demografische en sociologische gegevens nopen ons ertoe dringend maatregelen te nemen.

Om die reden had ik graag het persoonlijke standpunt van de minister gehoord.

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Mijn standpunt is dat ik het advies van de artsen afwacht. Er moet een oplossing worden gevonden. De inkorting van de basisopleiding tot zes jaar is een mogelijke oplossing. Nadat ik het advies heb ontvangen, zal ik mijn standpunt bepalen.

Wetsontwerp tot wijziging, wat de vaststelling van de graad van blijvende arbeidsongeschiktheid na de leeftijd van 65 jaar betreft, van de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970 (Stuk 3-2366) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De heer Jean Cornil (PS), rapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Sociale Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-1159/6.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van diverse bepalingen betreffende arbeidsongevallen, beroepsziekten en het Asbestfonds met betrekking tot wettelijk samenwonenden (Stuk 3-916) (Art. 81, derde lid, en art. 79, eerste lid, van de Grondwet)

Algemene bespreking

De heer Jean Cornil (PS), rapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Sociale Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2984/8.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren (Stuk 3-1147) (Art. 81, derde lid, en art. 79, eerste lid, van de Grondwet)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Mevrouw De Schamphelaere verwijst naar haar verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Sociale Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2771/11.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van mevrouw Jacinta De Roeck aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over «de humanitaire hulp aan de tentenkampen van de Sahrawi» (nr. 3-1486)

Mevrouw Jacinta De Roeck (SP.A-SPIRIT). - Toen Spanje zich in 1975 terugtrok uit een gekoloniseerd deel van de Sahara, werd aan de autochtone bevolking beloofd dat er een referendum zou komen waarin kon worden gekozen tussen de oprichting van een eigen onafhankelijke staat of een samengaan met Marokko.

Het Marokkaanse bewind ging na het vertrek van de Spanjaarden echter over tot annexatie van het 285.000 vierkante kilometer grote gebied en heeft het referendum tot op de dag van vandaag tegengewerkt. De oorspronkelijke bewoners van het woestijngebied, de Sahrawi, werden op de vlucht gejaagd en wonen inmiddels al zo'n dertig jaar in vluchtelingenkampen in de Algerijnse woestijn, levend van noodhulp.

Door de afwezigheid van perspectieven op een gunstige evolutie op korte of halflange termijn, verliezen de ngo's echter hun motivatie. De voedselvoorraden in de kampen slinken daardoor zienderogen. Een gevolg van die geslonken hulp is dat de maaltijden in de kampen niet langer het aantal calorieën bevatten dat minimaal nodig is. De effecten van de voedselschaarste zijn reeds merkbaar bij de kinderen en zuigelingen.

Bovendien komt de Marokkaanse overheid thans met een autonomieplan voor de Westelijke Sahara, al houdt ze de precieze inhoud nog angstvallig geheim, en probeert zo de indruk te wekken dat de problematiek van het Sahrawivolk binnenkort verleden tijd zal zijn.

Met het vooruitzicht op zo'n eindoplossing wordt het wel zeer verleidelijk voor hulpverlenende landen om hun steun aan de Sahrawi stelselmatig terug te schroeven. We vernemen dat ook België die intentie heeft.

Toch lijkt het maar zeer de vraag of het autonomieplan op instemming zal kunnen rekenen van het merendeel van de naar Algerije gevluchte Sahrawi. Een terugkeer naar hun land van herkomst is dus allerminst vanzelfsprekend. Een verlengd verblijf in de tentenkampen in Zuid-Algerije lijkt meer voor de hand te liggen.

Wanneer het autonomieplan als een onvoldoende basis voor verdere gesprekken zal worden aangevoeld, dreigt het gevaar dat de standpunten verscherpen en het conflict opnieuw oplaait, zeker als de betrokken Sahrawi daarbovenop geconfronteerd worden met verminderende noodhulp. Juist dan moet de overheid humanitair bijspringen.

Kent de regering de concrete inhoud van het door Marokko uitgewerkte autonomieplan voor de westelijke Sahara? In bevestigend geval, welke houding neemt ze daarover in en is het plan in overeenstemming met de resoluties van de VN?

Waaruit bestaat de hulp die ons land momenteel geeft aan het Sahrawivolk, opgesplitst per organisatie? Welke waarde vertegenwoordigt dit telkens?

Heeft de regering de intentie om deze hulp aan te passen en, zo ja, welke consequenties zal dit hebben voor de betrokken ngo's?

De heer Armand De Decker, minister van Ontwikkelingssamenwerking. - De humanitaire toestand in de Westelijke Sahara heeft altijd al mijn aandacht gekregen. Net als zijn Europese partners, ondersteunt België de inspanningen van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon, en van zijn persoonlijk gezant, Peter Van Walsum, om een voor alle partijen aanvaardbare politieke oplossing te vinden.

Ik ben van oordeel dat dringend een oplossing voor dit geschil dient te worden gevonden, voornamelijk wegens de ernstige humanitaire implicaties die ermee verbonden zijn. Bij de betrokken partijen moet worden aangedrongen op een vreedzame, duurzame en wederzijds aanvaardbare oplossing, wat enige flexibiliteit van de partijen veronderstelt.

Als lid van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties tot eind 2008 zal België proberen een bijdrage te leveren om uit de impasse te raken door het bevorderen van een diepgaande discussie over de problematiek.

Marokko heeft zopas een autonomieplan ingediend in het kader van de Marokkaanse soevereiniteit over de Westelijke Sahara en heeft daarover een interne en internationale consultatie gehouden.

Dit autonomieplan moet nog worden bestudeerd en geëvalueerd in diverse fora, onder andere in de Europese Unie en de Verenigde Naties. De Veiligheidsraad bereidt trouwens een resolutie voor na kennis te hebben genomen van het rapport van de secretaris-generaal over de verlenging van het mandaat van de vredesmacht MINURSO.

Op 19 maart heb ik premier Verhofstadt naar Marrakech vergezeld om er de Haute Commission mixte de partenariat tussen onze twee landen te lanceren. Tegelijkertijd hebben we bilaterale gesprekken gevoerd met onze respectieve Marokkaanse collega's. Premier Verhofstadt heeft verklaard dat België alle initiatieven verwelkomt die tot een nieuwe dynamiek kunnen leiden. De week daarna, op 26 maart, ontvingen premier Verhofstadt en minister van Buitenlandse Zaken De Gucht een Marokkaanse delegatie onder leiding van de minister van Binnenlandse Zaken, die het autonomieplan voorlegde. Twee dagen later ontving minister De Gucht een Algerijnse delegatie en een paar dagen later werd de heer Khaddad, vertegenwoordiger van Polisario, door ambtenaren van het departement Buitenlandse Zaken ontvangen.

In 2006 bedroeg de Belgische hulp aan de Sahrawi 196.000 euro. Het ging om voedselhulp verdeeld door Oxfam Solidariteit.

Mevrouw Jacinta De Roeck (SP.A-SPIRIT). - Ik wil graag nog even de aandacht vestigen op de situatie in de tentenkampen. Normaal moet er een voedselvoorraad voor drie maanden zijn, maar die is er niet meer. Bovendien is de caloriewaarde van de pakketjes die worden uitgedeeld, veel te laag. Dat is een echte ramp.

Dat er maar geen oplossing wordt gevonden, speelt echt wel in het voordeel van Marokko. Toen ik in september 2005 in Marokko was, was de regering al met dit plan bezig en beloofde ze het met het Polisariofront te bespreken. Dat is niet gebeurd. Dat is al één steek die ze hebben laten vallen.

Marokko zegt dat het plan aan alle eisen van het Polisariofront voldoet, maar dat klopt niet. Normaal hebben de Sahrawi als volk recht op zelfbeschikking, maar net dat ontbreekt in het plan van Marokko. Er is daarin geen sprake van een referendum.

Ik heb het niet echt in het antwoord van de minister gehoord, maar ik hoop dat België ten minste dezelfde voedselhulp als nu blijft geven en zeker ook aandacht geeft aan nieuwe projecten. Ik weet dat professor Van Cotthem een onderhoud heeft gehad met minister Verhofstadt. Het klinkt onmogelijk, maar er is wel degelijk een manier om elke familie in de woestijn een eigen groentetuintje te geven en ik hoop dat België ook daarin zal investeren, ook al heeft Marokko het met dat initiatief een beetje moeilijk.

Dit conflict moet worden opgelost. Na 32 jaar zijn deze mensen het echt beu en dit zou wel eens op een gewapende conflict kunnen uitdraaien. Misschien heeft dit volk net dat nodig. Want net omdat ze zo vredelievend voor hun rechten blijven strijden, zijn ze een vergeten volk. Zouden ze de wapens opnemen, dan zouden ze bovenaan iedere beleidsagenda staan en dat is jammer genoeg nu niet het geval.

Mondelinge vraag van de heer Stefaan Noreilde aan de staatssecretaris voor Overheidsbedrijven over «het invoeren van een administratief boetesysteem bij de NMBS» (nr. 3-1495)

De heer Stefaan Noreilde (VLD). - Recent legden treinbegeleiders in Leuven en Antwerpen het werk neer uit protest tegen het toenemende geweld. Na overleg met de vakbonden vroeg de NMBS de treinbegeleiders de mogelijkheid te geven administratieve boetes uit te schrijven wanneer reizigers zwartrijden of zich misdragen.

De maatschappij verwijst naar de mogelijkheden die de controleurs van De Lijn recent kregen. Vanaf 1 april kunnen deze controleurs zelf administratieve boetes uitschrijven als reizigers hinderlijk of gevaarlijk gedrag vertonen.

De staatssecretaris is dit voorstel ongetwijfeld genegen. In zijn antwoord op mijn parlementaire vraag van 29 juni 2006 over zwartrijden bij de NMBS gaf hij immers al aan dat hij dacht aan de oprichting van een nieuw systeem met administratieve boetes. Uit dit antwoord bleek namelijk dat veel zwartrijders hun boetes niet betalen, dat de discussies hierover vaak ontaarden in agressie en dat de parketten nauwelijks vervolgen.

Hoe ver staat het met de oprichting van dit administratief boetesysteem? Wanneer zou dit systeem operationeel zijn? Heeft de staatssecretaris hieromtrent vaste afspraken met de vakbonden? Waarom zijn er, gelet op het antwoord op mijn vorige vraag, nog geen vaste beloftes gemaakt?

Welke inbreuken zouden bestraft kunnen worden op basis van administratieve sancties?

Zijn er sinds mijn laatste vraag nog nieuwe cijfergegevens bekend?

De heer Bruno Tuybens, staatssecretaris voor Overheidsbedrijven, toegevoegd aan de minister van Begroting en Consumentenzaken. - Mijn diensten hebben in samenwerking met de bevoegde kabinetten en de NMBS en NMBS Holding de problematiek bestudeerd.

Een eerste noodzaak is het actualiseren van de oude spoorreglementering vervat in koninklijke besluiten van 1895, 1899 en 1977.

Een ontwerp van koninklijk besluit dat het reglement van de politie op de spoorwegen, dat nu verspreid ligt over diverse verouderde teksten, aanpast aan de noden van de moderne samenleving en de context waarin de spoorwegonderneming opereert is klaar en zal na advies van de Raad van State aan de Koning voor ondertekening worden voorgelegd. Het zal nog deze legislatuur in werking kunnen treden.

Dit ontwerpbesluit zet een eerste stap in de richting van het invoeren van administratieve boetes in het treinverkeer.

In een tweede fase moet er een wettelijke regeling komen tot invoering van administratieve geldboetes in de reglementering op de spoorwegpolitie. Momenteel worden de inbreuken op de spoorreglementering strafrechterlijk gesanctioneerd. In de tekst van het wetsontwerp dat door mijn diensten werd opgesteld, staat dat de Koning bepaalt voor welke inbreuken, vermeld in het nieuwe koninklijk besluit houdende het reglement van de politie op de spoorwegen, de strafvordering niet kan worden ingesteld en geopteerd wordt voor een administratieve boete. Tevens wordt een machtiging aan de Koning gegeven om de procedure vast te leggen voor het opleggen van de administratieve geldboetes.

Zowel het wetsontwerp als een ontwerpbesluit inzake administratieve geldboetes zijn op punt gesteld. Rekening houdend met de timing en gezien de chronologie die moet worden gerespecteerd, zal de inwerkingtreding niet mogelijk zijn voor het einde van de legislatuur. Alles werd evenwel in gereedheid gebracht opdat de volgende regering dit snel zou kunnen afronden.

De visie van deze regering gaat uit van de vaststelling dat niet alle inbreuken op het reglement van de politie op de spoorwegen gedepenaliseerd dienen te worden. Zwartrijden, op hinderlijke wijze parkeren op spoorwegparkings en vandalisme komen hiervoor wel in aanmerking. Het is evenwel nooit de bedoeling geweest om gewelddelicten op de treinen te depenaliseren. Voor dergelijke zware ingrepen zal een strafvervolging nodig blijven. Dit blijft een exclusieve zaak van politie en gerecht.

Er zijn bijkomende cijfergegevens, maar ik kan ze nog niet ter beschikking stellen omdat ze nog niet klaar zijn voor publicatie.

De heer Stefaan Noreilde (VLD). - Uit het antwoord van de staatssecretaris leid ik af dat de eerste parlementaire vraag in de volgende legislatuur daarover zou kunnen over gaan. Ik noteer dat het werk klaar is voor de volgende regering en dat de vaste wil bestaat om daarmee door te gaan.

Mondelinge vraag van de heer Karim Van Overmeire aan de staatssecretaris voor Overheidsbedrijven over «de golf van agressief geweld tegenover het treinpersoneel» (nr. 3-1502)

De heer Karim Van Overmeire (VL. BELANG). - Agressie op de trein wordt alsmaar problematischer. Al meer dan eens werden er in het parlement dan ook vragen over gesteld.

Afgelopen weekeinde waren er maar liefst vier verschillende gevallen van agressie, waarbij drie conducteurs van de NMBS moesten worden opgenomen in het ziekenhuis.

Wegens de toenemende onveiligheid op de treinen staakten de treinbegeleiders begin deze maand in Antwerpen en in Leuven. Naar aanleiding van die stakingen beloofde de NMBS-directie bijkomende veiligheidsmaatregelen. Een aantal diensten zouden worden gecentraliseerd, risicolijnen zouden vaker worden gecontroleerd en vanaf 1 juni zouden veertig extra treinbrigadiers worden ingezet.

Als regelmatig treingebruiker vraag ik mezelf vaak af wie die mensen zijn die agressie plegen tegenover treinbegeleiders. De heer Benny Willems van ACOD zei daarover in Het Nieuwsblad dat het vooral gaat om jongeren uit bepaalde risicogroepen: `Voor hen is het gewoon een tijdverdrijf om zonder ticket te reizen. Als ze dan betrapt worden, beginnen ze te dreigen of gebruiken ze geweld.' Treinbegeleiders zelf vertellen me dat ze deze jongeren bij het opstappen al onmiddellijk herkennen en dat ze onmiddellijk voorvoelen dat ze problemen tegemoet gaan.

In Nederland werd een interdisciplinaire projectgroep samengesteld die onderzoek doet naar de meest actieve zwartrijders bij de Nederlandse Spoorwegen. Uit de studie blijkt dat een groot deel van deze zwartrijders zich ook schuldig maakt aan het plegen van overtredingen en misdrijven, zoals vermogensmisdrijven, gewelddelicten, drugsmisdrijven en vernielingen. Die projectgroep stelde in 2004 al voor om op één centraal punt bij een dienst van de spoorwegpolitie de dossiers van de daders bij te houden. Op die manier is het mogelijk een beter inzicht te verwerven in de kenmerken en achtergronden van de daders en kunnen één of meerder daderprofielen worden opgesteld. Dat is een belangrijk element om het fenomeen de kop te kunnen indrukken.

Ik kreeg graag antwoord op volgende vragen.

Zijn er gegevens omtrent het daderprofiel van het agressief geweld in het treinverkeer? Zo ja, wat zijn hiervan de bevindingen? Zo neen, waarom niet en is men van plan onderzoek te laten verrichten om een daderprofiel op te stellen met het oog op een betere preventie en bestrijding van het probleem, zoals in Nederland het geval is?

Hoeveel gevallen van agressie tegenover het treinpersoneel werden sinds begin dit jaar vastgesteld?

Hoeveel treinverbindingen worden vandaag als risicolijn beschouwd en om welke lijnen gaat het?

De heer Bruno Tuybens, staatssecretaris voor Overheidsbedrijven, toegevoegd aan de minister van Begroting en Consumentenzaken. - Het geweld waar de heer Van Overmeire naar verwijst, is vandaag inderdaad gericht op het treinpersoneel. De NMBS en het personeel zijn in feite slachtoffer van hetzelfde maatschappelijk fenomeen dat zich vijftien jaar geleden voordeed in het voetbal waarbij enkele tientallen hooligans duizenden supporters gijzelden.

Het gaat om een problematiek die de NMBS-groep overstijgt. Om het fenomeen te bestrijden doet de NMBS een beroep op Securail dat zich bezighoudt met de bescherming van het personeel en de infrastructuur van de NMBS-groep en daarnaast op de spoorwegpolitie die instaat voor de veiligheid van de reizigers.

Het aantal gevallen van agressie is sinds 2004 in ieder geval gedaald. In de voorbije maand waren er enkele gevallen meer. Vier ervan hebben zich het voorbije weekend voorgedaan.

De gevallen van agressie zijn meer verspreid. Vroeger waren ze vooral op lijn 124 en de Noord-Zuidverbinding in Brussel geconcentreerd. Door de grotere spreiding is de problematiek minder makkelijk beheersbaar.

Er zijn de afgelopen jaren bijzonder veel maatregelen genomen. Er werden ook extra personeelsleden aangeworven. Persoonlijk vind ik wel dat ze iets meer op het terrein, op de trein, aanwezig mogen zijn. Dat wordt besproken met Binnenlandse Zaken en Justitie.

De vragen over het profiel en de interdisciplinaire projectgroep naar het voorbeeld van Nederland moeten worden gericht aan de minister die toezicht houdt over de politie, met andere woorden aan de minister van Binnenlandse Zaken.

Tot nu toe zijn er dit jaar in vergelijking met vorig jaar ongeveer evenveel gevallen van agressie vastgesteld. Op het ogenblik is geen enkele lijn echt een risicolijn, maar de meeste agressieproblemen hebben zich voorgedaan op de lijn 124, in het bijzonder in Brussel.

De heer Karim Van Overmeire (VL. BELANG). - Het antwoord van de staatssecretaris is teleurstellend. Hij geeft geen antwoord op mijn belangrijkste vraag en verwijst me door naar de minister van Binnenlandse Zaken. Heeft de minister over zo een belangrijke zaak dan geen contact met de minister van Binnenlandse Zaken? Ik veronderstel dat de minister er toch van op de hoogte moet zijn of een interdisciplinair project al dan niet werd opgestart. In Nederland werpt een dergelijk project vruchten af.

De staatssecretaris maakt de vergelijking met de voetbalhooligans. Dat probleem werd aangepakt en is nu min of meer onder controle. Er werd een analyse van het hooliganisme gemaakt en de hooligans werd een stadionverbod opgelegd. Voor de agressie bij de spoorwegen wordt niet dezelfde weg gevolgd. Als het spoorwegpersoneel staakt dan is dat om het van mening is dat het niet meer veilig is op het werk? De gegevens die de minister verstrekt, wekken de indruk dat de bevoegde ministers niet weten of niet willen weten wie de agressors zijn.

Ontwerp van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, betreffende de dotatie aan dat hof (Stuk 3-1063)

Algemene bespreking

De heer Paul Wille (VLD), rapporteur. - Vandaag wordt eindelijk de tweede behandeling van dit ontwerp van bijzondere wet afgerond. Op 29 maart hadden we immers - terecht - besloten om de vertegenwoordigers van het Arbitragehof te horen omdat zij ons hadden laten weten dat zij zich niet echt konden vinden in het wetsontwerp. Vanmorgen heeft de voorzitter van het Arbitragehof ons gezegd hoe consequent ze hun neutraliteit hebben verdedigd. Ook de Senaat is consequent geweest op twee punten.

Ten eerste gebood de zorg voor de neutraliteit ons het Hof niet uitsluitend te laten controleren door de Commissie voor de comptabiliteit van één assemblee.

Ten tweede wenste de Senaat zijn in deze materie constitutioneel vastgelegd medebeslissingsrecht niet te verliezen.

De heer Mahoux had laten uitschijnen dat er dissonante stemmen waren in het Arbitragehof, maar uit de toespraken van de voorzitters vanochtend is het tegendeel gebleken. Ze hebben kennis genomen van het amendement dat toevallig op mijn initiatief werd ingediend en dat ertoe strekt om artikel 123, §1, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof als volgt te vervangen: `§1. Onverminderd de bevoegdheid van de Kamer van volksvertegenwoordigers om de rekeningen van het Arbitragehof op hun regelmatigheid te verifiëren en goed te keuren, worden de kredieten die voor de werking van het Arbitragehof nodig zijn, uitgetrokken als dotatie op de algemene uitgavenbegroting van het Rijk.' De verantwoording verklaart duidelijk onze motivatie: `De financiële autonomie waarmee de onafhankelijkheid van het Arbitragehof als scheidsrechter tussen de verschillende wetgevers en als grondwettelijk rechter van wetgevende handelingen wordt gekenmerkt, verhindert niet dat het Arbitragehof door voorlegging van de rekeningen verantwoording dient af te leggen over het beheer van de hem toevertrouwde kredieten.'

Aangezien dit amendement vanochtend met eenparigheid van stemmen door de Commissie werd aangenomen, ga ik ervan uit dat onze argumentatie voldoende overtuigend was. Ik hoop dat aldus een einde komt aan het spanningsveld dat was ontstaan tussen de Senaat en het Hof en tussen de senatoren en de volksvertegenwoordigers.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(Voor de tekst geamendeerd door de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden, zie stuk 3-1063/6.)

-De artikelen 1 en 2 worden zonder opmerking aangenomen.

-Over het wetsontwerp in zijn geheel wordt later gestemd.

Wetsontwerp houdende de instemming met het samenwerkingsakkoord van 9 februari 2007 tot wijziging van het samenwerkingsakkoord van 13 december 2002 tussen de Federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering en de financiering van de bodemsanering van tankstations; Stuk 3-2114/1 tot 4.

Algemene bespreking

Mevrouw Joëlle Kapompolé (PS), rapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(Voor de tekst geamendeerd door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden, zie stuk 3-2114/4.)

-De artikelen 1 tot 3 worden zonder opmerking aangenomen.

-Over het wetsontwerp in zijn geheel wordt later gestemd.

Wetsontwerp betreffende de bestraffing van namaak en piraterij van intellectuele eigendomsrechten (Stuk 3-2126) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

Mevrouw Joëlle Kapompolé (PS), rapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2853/4.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van de procedure tot vaststelling van de maximale referentierentevoet voor verzekeringsverrichtingen van lange duur (Stuk 3-2127) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De heer Berni Collas (MR), rapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2844/4.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp betreffende de burgerrechtelijke aspecten van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten (Stuk 3-2348) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp betreffende de aspecten van gerechtelijk recht van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten (Stuk 3-2349)

Algemene bespreking

Mevrouw Joëlle Kapompolé (PS), rapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

Mevrouw Nathalie de T' Serclaes (MR). - Beide wetsontwerpen werden in de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden aangenomen. Ik heb niet aan de werkzaamheden kunnen deelnemen, maar toch wil ik iets zeggen over het tweede ontwerp.

Ik heb kennis genomen van het advies van de Raad voor de Intellectuele Eigendom, in het bijzonder met betrekking tot de bevoegdheid van de rechtbanken. De administratie heeft samen met de experts en de Raad voor de Intellectuele Eigendom lang over dit ontwerp gedebatteerd, maar het voorontwerp dat de administratie had opgesteld, is uiteindelijk niet overgenomen.

De experts en de bevoegde administratie waren voorstander van een grotere centralisatie. Ze wilden dat alleen de rechtbank van koophandel te Brussel alle betwistingen van over heel het land zou behandelen. Het voorliggende regeringsontwerp gaat uit van een systeem waarbij vijf rechtbanken die zetelen in dezelfde steden waar de hoven van beroep gevestigd zijn, bevoegd zijn. Die oplossing wordt reeds gehanteerd voor de gemeenschappelijke merken en tekeningen en modellen; daarvoor is enkel de rechtbank van koophandel te Brussel bevoegd.

Ook de voorgestelde maatregelen om een grotere mobiliteit te verzekeren van de magistraten die dergelijke geschillen in de rechtbanken van eerste aanleg behandelen, werden niet overgenomen. Bijgevolg worden die zeer technische geschillen nu verspreid over vijf rechtbanken van koophandel, waar slechts zeer weinig expertise terzake aanwezig is.

Op praktisch vlak vreesden de experts en de Raad voor de Intellectuele Eigendom dat de situatie rechtsonzekerheid met zich zou meebrengen voor de ondernemingen die betrokken zijn bij die zeer complexe geschillen, waarbij zeer veel op het spel staat.

Er werd nergens een verantwoording gegeven voor het behoud van de bevoegdheden in de zetels van de hoven van beroep. In het verslag van de Kamer wees de minister op de `mogelijkheid van een te zware belasting'. Volgens de Raad zou in heel het land slechts een dertigtal zaken worden gepleit. Het risico van een overbelasting van de rechtbank van koophandel te Brussel is dan ook gering.

Ook de andere landen hebben het aantal bevoegde rechtbanken beperkt. Zo zijn in Duitsland slechts drie of vier rechtbanken bevoegd. Ook Europa drong aan op een beperking van het aantal bevoegde rechtbanken omdat de materie zo gespecialiseerd is.

Sommigen, onder wie de leden van de Raad voor de Intellectuele Eigendom, zijn zeer bezorgd over de manier waarop het juridische deel van de omzetting van de richtlijn werd aangepakt. Dat aspect komt niet in het ontwerp voor.

Aangezien de regeerperiode ten einde loopt, zal de versnippering van de bevoegdheden niet meer kunnen worden herzien. Toch moeten we dit na de verkiezingen herbekijken, want voor de ondernemingen staat er heel wat op het spel. Zeer weinig magistraten zijn vertrouwd met deze zeer gespecialiseerde materie. Bovendien is er het taalprobleem, want heel veel van die dossiers hebben een internationale dimensie en zijn in het Engels opgesteld.

Het is jammer dat de regering het advies van de administratie en van de Raad voor de Intellectuele Eigendom niet heeft gevolgd.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp betreffende de burgerrechtelijke aspecten van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten (Stuk 3-2348) (Evocatieprocedure)

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2943/4.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp betreffende de aspecten van gerechtelijk recht van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten (Stuk 3-2349)

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2944/4.)

-De artikelen 1 tot 34 worden zonder opmerking aangenomen.

-Over het wetsontwerp in zijn geheel wordt later gestemd.

Wetsontwerp tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten (Stuk 3-2409) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Het woord is aan de heer Collas voor een mondeling verslag.

De heer Berni Collas (MR). - Dit optioneel bicameraal wetsontwerp, Stuk Kamer nr. 51-2802/001, werd in de Kamer van Volksvertegenwoordigers ingediend als een wetsontwerp van de regering. Het werd op 12 april 2007 eenparig aangenomen door de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Het werd op 13 april 2007 overgezonden aan de Senaat en op 16 april 2007 geëvoceerd. De commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergadering van 18 april 2007.

De minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid gaf een inleidende uiteenzetting.

Voor een harmonieuze ontwikkeling van het handelsverkeer op de digitale netwerken is een grotere beveiliging en een versterking van het vertrouwen ontegensprekelijk noodzakelijk. Reeds enkele jaren steekt het fenomeen van de derde vertrouwenspersoon de kop op. Hij heeft als functie meer garanties inzake veiligheid en betrouwbaarheid van de elektronisch aangeboden diensten te bieden. Zo ontstonden onder meer diensten in verband met de certificatie, de archivering, de tijdsregistratie van elektronische gegevens, diensten in verband met elektronisch aangetekende zendingen en de tijdelijke blokkering van gestorte sommen.

De markt van de vertrouwensdiensten is in volle expansie. Toch blijven er problemen bestaan en de kwaliteit verschilt van verlener tot verlener. Het ontbreken van een juridisch kader brengt uiteraard problemen met zich mee. Zo bieden sommige weinig scrupuleuze dienstverleners diensten aan die niet noodzakelijk technisch en juridisch betrouwbaar zijn. Ook kan de klant door de afwezigheid van minimumnormen moeilijk nagaan welke verlener zijn vertrouwen verdient en welke dienst het best aan zijn behoeften beantwoordt. Ten slotte dreigen de rechters met zeer lastige juridische vragen te worden geconfronteerd waarop het gemeen recht geen antwoord biedt.

Het is dan ook van primordiaal belang dat deze nieuwe activiteiten juridisch worden omkaderd. Dit wetsontwerp beoogt de diensten in verband met elektronische archivering, elektronische registratie, elektronisch aangetekende post en tijdelijke blokkering van gestorte sommen.

Met de geplande regelgeving wordt een evenwicht beoogd tussen soepelheid en veiligheid. De uitdaging bestaat erin een relatief soepel kader uit te werken om het aanbod van vertrouwensdiensten te stimuleren, zonder de Europese voorschriften uit het oog te verliezen. Dat kader moet tegelijkertijd voldoende veiligheid en bescherming bieden aan de afnemers van vertrouwensdiensten en hen een minimaal niveau van kwaliteit kunnen garanderen.

Om deze doelstellingen te realiseren, werd het juridische kader van de vertrouwensdienstverleners onderverdeeld in twee luiken, die nauw met elkaar samenhangen.

Het eerste deel van het wetsontwerp betreft de gemeenschappelijke voorwaarden die dwingend zijn voor de vier betrokken vertrouwensdiensten. Zo moet elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een van die diensten levert, ten minste aan deze gemeenschappelijke basisnormen voldoen, die volgende verplichtingen inhouden: onpartijdigheid, vertrouwelijkheid en veiligheid van de doorgegeven gegevens, voorlichting van de afnemer in verband met sommige aspecten van de dienst, kwalificatie en ervaring van het personeel wat de geleverde dienst betreft, financiële solidariteit enzovoort. Die verplichtingen zijn gekoppeld aan een systeem van controle- en strafsancties.

Het tweede luik is gewijd aan het delegeren van bevoegdheden aan de Koning. De Koning kan de garanties vastleggen die specifiek zijn voor elk van de diensten, met respect voor de technologische neutraliteit en met oog voor de noodzaak van een flexibel kader dat is aangepast aan de evolutie van de techniek.

De heer Willems en ikzelf hebben twee vragen gesteld aangaande het aantal dienstverleners en de e-billing.

Het wetsontwerp in zijn geheel werd aangenomen door de 10 aanwezige leden.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het uitbrengen van het mondeling verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2802/5.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp betreffende de consumentenakkoorden (Stuk 3-2359) (Evocatieprocedure)

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument, in verband met de collectieve consumptieakkoorden (van mevrouw Joëlle Kapompolé en mevrouw Olga Zrihen, Stuk 3-1407)

Algemene bespreking

Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD), rapporteur. - Dit optioneel bicameraal wetsontwerp werd in de Kamer van volksvertegenwoordigers oorspronkelijk ingediend als een wetsvoorstel. Het werd op 29 maart 2007 door de Kamer aangenomen met 89 stemmen bij 39 onthoudingen. Het werd op 30 maart 2007 overgezonden aan de Senaat en op dezelfde dag geëvoceerd. De commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergadering van 11 april.

Gegeven de nauwe samenhang werd het wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument, in verband met de collectieve consumptieakkoorden mee in behandeling genomen. Dit voorstel werd reeds besproken op 8 februari 2006.

Het consumentenrecht is sterk geëvolueerd de laatste dertig jaar. In verscheidene sectoren heeft de wetgever de verhoudingen tussen de verkopers en de consumenten uitgeklaard, door middel van algemene of bijzondere regels. De wetgever heeft in belangrijke mate ingegrepen op het vlak van de handelspraktijken, de financiële diensten, de veiligheid van de consumenten. De wet kan echter niet eens en voor altijd alle situaties regelen. Daarom zijn er nieuwe vormen van regelgeving opgedoken. Hiermee worden zeer verschillende methodes aangeduid zoals gedragscodes, charters, de normalisering, de buitengerechtelijke behandeling van de klachten, enzovoort. Het gaat niet om nieuwe vormen van regelgeving in de zin dat de klassieke vormen achterhaald zouden zijn. Integendeel. De wet blijft het middel bij uitstek om de maatschappelijke verhoudingen te regelen. Deze nieuwe vormen moeten worden beschouwd als aanvullingen.

Het wetsontwerp in zijn geheel werd aangenomen met 6 stemmen bij 3 onthoudingen.

Ingevolge de goedkeuring van het ontwerp vervalt het wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument, in verband met de collectieve consumptieakkoorden.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.

Mevrouw Joëlle Kapompolé (PS). - Ik dank de rapporteur voor haar verslag.

Zoals ik in de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden al heb gezegd, konden de voorliggende maatregelen reeds lang zijn aangenomen. Op 21 oktober 2005 hebben collega Zrihen en ikzelf een wetsvoorstel ingediend tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument, in verband met de collectieve consumptieakkoorden.

Zoals mevrouw Anseeuw al aangaf ging ons voorstel uit van de vaststelling dat het consumentenkrediet de jongste dertig jaar sterk is geëvolueerd. Talrijke wetgevingsinitiatieven hebben ertoe geleid dat de verhoudingen tussen verkopers en consumenten in ruime mate geregeld zijn, hetzij door algemene, hetzij door bijzondere regels.

De wet kan evenwel niet alle toestanden regelen die zich in het voortdurend toenemende aantal verhoudingen tussen verkopers en consumenten kunnen voordoen. Er zijn spontaan nieuwe vormen van regulering tot stand gekomen, onder meer handvesten en gedragscodes, die complementair zijn aan de bestaande mogelijkheden. In bepaalde gevallen zijn die dankzij hun soepelheid, snelheid en specificiteit, heel efficiënt gebleken om duidelijk omschreven doelstellingen te bereiken.

Om de rechtszekerheid, de legitimiteit en de efficiëntie van die akkoorden te garanderen is een kader nodig waarin ze tot stand kunnen worden gebracht, erover kan worden onderhandeld en ze kunnen worden gesloten.

Olga Zrihen en ikzelf denken dat een dergelijk kader er in hoge mate kan voor zorgen dat de huidige nadelen van die manier van conflictregeling worden verholpen: het gebrek aan bekendheid van die akkoorden, het uitblijven van een effectieve sanctie wanneer die akkoorden niet in acht worden genomen, het gebrek aan vrijwillige deelname van de beroepsorganisaties enzovoort.

Met onze tekst willen wij dat kader voor de collectieve consumptieakkoorden creëren. Daartoe hebben we inspiratie geput uit de praktijk die de jongste jaren in de Raad voor het Verbruik werd ingesteld en die geleid heeft tot de totstandkoming van gedragsregels voor beroepsorganisaties inzake reclame voor kinderfeesten of voor bankmarketing voor jongeren.

Die regels moeten worden beschouwd als een uiting van de noodzakelijke loyaliteit in de verhouding tussen consumenten en professionals.

Deze interpretatie sluit aan bij die van de Europese Commissie, die in haar mededeling over de follow-up van het Groenboek over de Consumentenbescherming in de Europese Unie het volgende stelt: `Om te beginnen moet in elke algemene verplichting het niet-nakomen van een vrijwillige verbintenis van een bedrijf tegenover de consument hetzij als een misleidende, hetzij als een oneerlijke handelspraktijk worden aangemerkt.'

Het wetsontwerp en het wetsvoorstel zijn niet identiek. Ons wetsvoorstel biedt meer rechtszekerheid bij de toepassing van de akkoorden. Volgens het wetsontwerp bepaalt de regering zelf hoe klachten van consumenten worden behandeld. Volgens ons en ook volgens de aanbeveling van de Europese Commissie van 3 april 2001 had men er beter aan gedaan die taak toe te vertrouwen aan een buitengerechtelijk orgaan dat belast wordt met de beslechting van geschillen.

In het socialistische voorstel staat ook dat in afwijking van de bepalingen van de artikelen 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek, de consumentenorganisaties en de beroepsorganisaties die collectieve consumptieakkoorden hebben ondertekend of die ertoe zijn toegetreden, bij schending daarvan in rechte kunnen optreden om hun statutair bepaalde collectieve belangen te verdedigen.

Ondanks die verschillen en ondanks het feit dat de voorliggende tekst niet zo ver gaat als ons wetsvoorstel zal de PS-fractie de tekst goedkeuren omdat dit een duidelijke vooruitgang is in de bescherming van de consument.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2940/4.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument (Stuk 3-2407) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Het woord is aan de heer Van Nieuwkerke voor een mondeling verslag.

De heer André Van Nieuwkerke (SP.A-SPIRIT), rapporteur. - De commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden heeft dit wetsontwerp, dat vooral gaat om een omzetting van een Europese richtlijn, eenparig goedgekeurd.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2983/5.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 11 april 2003 tot instelling van een vrijwillige dienst van collectief nut (Stuk 3-2405) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Mevrouw Zrihen verwijst naar haar verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2967/8.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector (Stuk 3-2360) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Mevrouw De Schamphelaere verwijst naar haar schriftelijk verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2880/3.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de federale Staat, de Franse Gemeenschap en het Waals Gewest met betrekking tot het administratief en financieel beheer van de provinciale coördinaties voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (Stuk 3-2357)

Algemene bespreking

Mevrouw Christel Geerts (SP.A-SPIRIT), rapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Sociale Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2920/1.)

-De artikelen 1 tot 3 worden zonder opmerking aangenomen.

-Over het wetsontwerp in zijn geheel wordt later gestemd.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector en van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 (Stuk 3-2361) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

Mevrouw Christel Geerts (SP.A-SPIRIT). - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Sociale Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2917/5.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp betreffende het fiscaal statuut van de bezoldigde sportbeoefenaars (Stuk 3-2404) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Het woord is aan de heer Collas voor een mondeling verslag.

De heer Berni Collas (MR), rapporteur. - Dit optioneel bicameraal wetsontwerp werd in de Kamer van volksvertegenwoordigers oorspronkelijk ingediend als een wetsvoorstel van de heer François-Xavier de Donnea c.s. (Stuk Kamer, nr. 51-2787/1). Het werd op 12 april 2007 eenparig aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers. Het werd op 13 april 2007 overgezonden aan de Senaat en op 13 april 2007 geëvoceerd. De commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergadering van 18 april 2007.

In de inleidende uiteenzetting deelt de staatssecretaris mee dat het gaat om een belangrijk wetsontwerp voor de bevordering van de sport in ons land, maar ook voor de billijkheid en de transparantie van het belastingstelsel dat van toepassing is op de sportbeoefenaars, maar ook op de scheidrechters, begeleiders en trainers.

Dit wetsontwerp streeft vier hoofddoelstellingen na.

Ten eerste is er de aanmoediging van de sportbeoefenaars en de vrijwilligers door hen extra inkomsten te verlenen. Hiertoe voorziet de tekst in een afzonderlijke belasting tegen een aanslagvoet van 33% op de beroepsinkomsten die worden betaald of toegekend aan sportbeoefenaars jonger dan 26 jaar, aan scheidsrechters, uit hoofde van hun activiteiten als scheidsrechter tijdens sportwedstrijden, aan opleiders, trainers en begeleiders, uit hoofde van hun opleidende, omkaderende, ondersteunende activiteiten ten behoeve van de sportbeoefenaars, op voorwaarde dat zij beroepsinkomsten uit een andere beroepsactiviteit verkrijgen waarvan de brutobelastbare bedragen hoger zijn dan het brutobelastbare bedrag van de inkomsten die zij halen uit hun activiteit als sportbeoefenaar, scheidsrechter, opleider, trainer of begeleider.

Naast het fiscale voordeel voor de betrokkenen is een van de positieve aspecten van de maatregel dat bepaalde fiscale wantoestanden en grijze zones in de fiscale belasting van de bezoldigde amateursport worden voorkomen.

De tweede doelstelling is sportbeoefening aanmoedigen bij jongeren van 16 tot 25 jaar dankzij een afzonderlijke aanslag voor jonge sportbeoefenaars.

Zo worden jonge sportbeoefenaars tussen 16 en 25 jaar afzonderlijk belast tegen 16,5% op de bezoldigingen die worden betaald of toegekend in de inkomensschijf van maximum 12.300 euro per jaar.

Men is er immers van uitgegaan dat bij de netto bezoldiging van jonge sportbeoefenaars ermee rekening moet worden gehouden dat die jongeren moeten worden geholpen om reserves op te bouwen voor de dag waarop ze zouden overstappen naar een carrière buiten de sportwereld.

De derde doelstelling wil de ongelijke behandeling wegwerken tussen Belgische sportbeoefenaars en buitenlandse sportbeoefenaars die inkomsten verkrijgen gedurende een periode van meer dan 30 dagen per jaar.

De bestaande ongelijke behandeling zette onze sportbeoefenaars ertoe aan naar het buitenland te trekken en zorgde voor een invasie van buitenlandse sportbeoefenaars in bepaalde clubs en in het bijzonder in de clubs van de hoogste klasse. Het opheffen van deze discriminatie zou ervoor moeten zorgen dat er meer in België opgeleide jonge sportbeoefenaars toegang krijgen tot de hoogste klasse.

Zo komt spreker bij de vierde en laatste doelstelling, die clubs ertoe wil aanzetten om te investeren in de opleiding van jonge sportbeoefenaars. Hiervoor verwijst hij naar het verslag van de Commissie voor de Financiën en de Begroting van de Kamer van volkvertegenwoordigers (stuk Kamer, nr. 51 2787/011).

Het is in elk geval positief dat de clubs worden vrijgesteld van 70% van de bedrijfsvoorheffing op de bezoldigingen die worden betaald aan jonge sportbeoefenaars van minder dan 25 jaar, enerzijds, en op de bezoldigingen van sportbeoefenaars van minstens 26 jaar anderzijds, op voorwaarde dat binnen een bepaalde termijn de helft van het bedrag dat wordt vrijgesteld, wordt besteed aan de opleiding en bezoldiging van jonge amateursportbeoefenaars.

Onder `jonge amateursportbeoefenaars' worden jongeren in de leeftijdscategorie van 12 tot 23 jaar verstaan.

De heer Van Nieuwkerke uitte zijn tevredenheid met de voorgestelde tekst die een stimulans vormt voor de eigen spelers aangezien ze in de toekomst worden gelijkgesteld met de buitenlandse spelers. Immers, het Belgische voetbal heeft nood aan eigen jongeren, zeker gezien de ambitie om in 2018 het wereldkampioenschap voetbal te organiseren. Uiteraard is de hier aangehaalde problematiek ruimer dan enkel het fiscale aspect en in die zin is ook samenwerking met de gemeenschappen noodzakelijk.

De Amendementen 1 en 2 van de heer Beke werden eenparig verworpen door de 10 aanwezige leden.

Het wetsontwerp in zijn geheel werd aangenomen door de 10 aanwezige leden.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het uitbrengen van een mondeling verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2787/15.)

De voorzitter. - De heer Beke heeft amendement 1 ingediend (zie stuk 3-2404/2) dat luidt:

Artikel 5 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Beke amendement 2 ingediend (zie stuk 3-2404/2) dat luidt:

-De stemming over de amendementen wordt aangehouden.

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 249, §1, tweede lid, van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten wat betreft de rechten verbonden aan een voornaamswijziging (Stuk 3-2395) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

Mevrouw Joëlle Kapompolé (PS), rapporteur. - Het voorliggende wetsontwerp, dat volgens de verplicht bicamerale procedure moet worden behandeld, is oorspronkelijk ingediend in de Kamer van volksvertegenwoordigers als wetsvoorstel van de heer Guy Swennen en mevrouw Annelies Storms. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft de tekst eenparig goedgekeurd op 12 april 2007 en dezelfde dag overgezonden aan de Senaat, die het heeft geëvoceerd op 13 april 2007.

De commissie heeft dit wetsontwerp besproken op haar vergadering van 18 april 2007. In zijn inleidende uiteenzetting stelde de staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude dat het oorspronkelijk in de Commissie voor de Justitie besproken voorstel voorzag in een wijziging van de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen zodat de minister van Justitie, op basis van een akte van bekendheid, binnen twee maanden een voornaamswijziging kan toestaan als de nieuwe voornaam een afkorting is van de oorspronkelijke voornaam of een zogeheten roepnaam. Bovendien werd het registratierecht voor die gevallen verlaagd van 490 tot 49 euro. De minister van Financiën was het eens met de verlaging van het registratierecht. Na de besprekingen in de commissie is men gekomen tot een eenvoudigere formule voor de verlaging van de registratierechten tot 49 € als de voornaam waarvan de wijziging wordt gevraagd, wordt afgekort.

Op een vraag van mevrouw Hermans antwoordden de staatssecretaris en zijn medewerker dat er geen enkele reden is om in de voorliggende tekst te voorzien in een recht veeleer dan in een gunst.

Het wetsontwerp in zijn geheel wordt eenparig goedgekeurd door de 10 aanwezige leden. Vertrouwen wordt geschonken aan de rapporteur voor een mondeling verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2446/4.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, het Waalse Gewest, het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest inzake de uitvoering van sommige bepalingen van het protocol van Kyoto, afgesloten te Brussel, op 19 februari 2007 (Stuk 3-2411)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Het woord is aan de heer Seminara voor een mondeling verslag.

De heer Franco Seminara (PS), rapporteur. - De regering heeft dit wetsontwerp bij de Senaat ingediend op 18 april 2007. De commissie heeft het besproken tijdens haar vergadering van diezelfde dag.

De heer Tobback, minister van Pensioenen en Leefmilieu, verklaarde dat het samenwerkingsakkoord in essentie de volgende zaken regelt: de omzetting in Belgisch recht van de `linking directive', richtlijn 2004/101/EG, alsook van de relevante bepalingen van het Kyotoprotocol en de Akkoorden van Marrakech inzake de flexibiliteitsmechanismen; het vastleggen van de goedkeuringsprocedure van de criteria voor de projectactiviteiten, overeenkomstig de Akkoorden van Marrakech en de Europese wetgeving; het vastleggen van de procedures en de mechanismen inzake de reserves, de overdracht en de naleving van het Kyotoprotocol. De beslissing van het Overlegcomité van 8 maart 2004 inzake de lastenverdeling tussen de federale overheid en de gewesten vormt het algemeen kader voor het nakomen van de Belgische Kyotodoelstelling van 7,5% en wordt bijgevolg in de consideransen van de tekst opgenomen.

Na verder overleg tussen de betrokken partijen heeft het Overlegcomité op 20 december 2006 een akkoord bereikt over de uiteindelijke versie van het samenwerkingsakkoord. Aangezien de gewesten hun respectieve adviesorganen nog moesten raadplegen, besliste de Nationale Klimaatcommissie op 9 februari dat de gewesten het advies van hun adviesorgaan zouden afwachten alvorens het dossier in te dienen bij de Raad van State. Verschillende aanpassingen werden aangebracht om tegemoet te komen aan de opmerkingen van de Raad van State. De minister heeft ze uiteengezet in de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

De Nationale Klimaatcommissie wordt aangewezen als aanspreekpunt en nationale autoriteit. De aanwijzing van een nationaal aanspreekpunt is immers één van de vereisten die vooruitvloeien uit de Akkoorden van Marrakech. Overeenkomstig de beslissing van de lastenverdeling van 8 maart 2004 heeft de federale overheid zich geëngageerd jaarlijks 2,46 miljoen ton emissierechten aan te kopen gedurende de periode 2008-2012. In het kader daarvan belooft de federale overheid, in uitvoering van de beslissing inzake de lastenverdeling, de projectactiviteiten goed te keuren waarvoor ze Kyoto-eenheden verwerft. Ook dit is een louter technische en administratieve aangelegenheid aangezien de federale overheid zal nagaan of de projectontwikkelaar de internationale en Europese bepalingen respecteert om het aantal Kyoto-eenheden te verwerven.

Het samenwerkingsakkoord bevat een uitgebreide procedure voor het geval een gewest gedurende de eerste verbintenisperiode een tekort of een overschot aan Kyoto-eenheden zou hebben. De federale overheid en de gewesten zullen in het Overlegcomité nagaan of er een mogelijkheid bestaat om in eerste instantie onderling de Kyoto-eenheden over te dragen, te verhandelen of geheel of gedeeltelijk over te dragen naar de volgende verbintenisperiode.

Mevrouw Van de Casteele verwijst naar een opmerking in het advies van de Raad van State met betrekking tot het toekennen van een verordenende bevoegdheid aan de Nationale Klimaatcommissie, ook al is die niet politiek verantwoordelijk.

De heer Beke stelt de volgende korte vragen. Hoe is de Nationale Klimaatcommissie samengesteld? Op basis van welke criteria is de lastenverdeling over de gewesten gebeurd? Hebben de drie gewesten tot nog toe een grotere inspanning geleverd? Hoe verloopt concreet de interne emissiehandel tussen de gewesten in België? Bestaat de mogelijkheid om bijvoorbeeld Russische lucht te kopen?

De heer Martens verheugt zich over het feit dat het samenwerkingsakkoord de lastenverdeling tussen de verschillende Belgische regeringen zal bekrachtigen, maar wijst er tevens op dat het toch tien jaar geduurd heeft om het Kyotoprotocol om te zetten in dit akkoord. Vandaag blijkt duidelijk de noodzaak van flexibele coördinatiemechanismen voor het klimaatbeleid in België.

Mevrouw Van de Casteele vraagt of de percentages die het Kyotoprotocol voorstelt wel voldoende zijn en of men niet beter zou proberen meer te doen dan afgesproken? Ze vraagt wat de bedoeling is van de regering hieromtrent?

De voorzitter reageert ook heel positief op de aandacht voor de ontwikkelingslanden in het samenwerkingsakkoord. De commissie wenst trouwens nog een resolutie in te dienen waarin meer aandacht gevraagd zou worden voor de problematiek van de ontwikkelingslanden in het klimaatdebat.

Hij merkt ook op dat de pers veel kritiek heeft over de werking van de klimaatfondsen en vraagt wat de minister daarover denkt?

Tot besluit wijst hij op de uitdaging die de nieuwe technologieën vormen en die een economisch gunstig effect kunnen hebben. Een aantal Belgische bedrijven zouden misschien meer steun moeten krijgen om bij te dragen tot de CO2-reductie.

De minister antwoordt dat de Nationale Klimaatcommissie, die officieel werd aangewezen als bevoegde autoriteit voor de coördinatiemechanismen, samengesteld is uit vertegenwoordigers van de verschillende Belgische regeringen. Momenteel wordt ze voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Brusselse minister van Leefmilieu. De heer Tobback herinnert eraan dat de Nationale Klimaatcommissie geen eigen criteria opstelt. Bijgevolg heeft men hier te maken met een administratieve goedkeuringsprocedure volgens vastgelegde criteria.

Het samenwerkingsakkoord dat de lastenverdeling heeft bepaald, werd in 2004 gesloten tussen de verschillende Belgische regeringen. De reductiedoelstellingen voor de gewesten zijn de volgende: −7,5% voor Wallonië, −5,2% voor Vlaanderen en +3% voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Dit betekent voor België een reductie van ongeveer 7,5%, wat verklaart waarom de federale overheid zich geëngageerd heeft om emissierechten aan te kopen voor een eventueel surplus. In de veronderstelling dat België in de periode 2008-2012 meer zou gereduceerd hebben, zullen minder emissierechten gekocht worden. Dit moet permanent worden geëvalueerd.

De aankoop van lucht van andere landen is echter principieel uitgesloten daar de Belgische overheid enkel participeert in concrete emissieprojecten via joint implementation- en clean development- mechanismen in partnerlanden die dergelijke projecten (energie-efficiëntie, duurzame energie, ...) ontwikkelen. Dit kan helpen de energiecapaciteit van ontwikkelingslanden te versterken.

Sommige critici zeggen dat België zijn doelstellingen slechts haalt dankzij investeringen in het buitenland. De heer Tobback wijst erop dat België ervoor gekozen heeft 2/3 van de inspanningen in eigen land te doen en 1/3 via ontwikkelingsmechanismen. België verwerft aldus emissierechten en levert tegelijk belangrijke bijdragen aan technologische ontwikkeling en versterking van capaciteit in ontwikkelingslanden die vragende partij zijn. Deze combinatie is een essentiële voorwaarde voor het voorbestaan van het Kyotoprotocol op internationaal niveau.

Aangaande de doelstellingen voor de komende jaren heeft de Europese Unie reeds gezegd dat de reductiedoelstelling op korte termijn minstens 20% moet worden. De Belgische regering heeft dat standpunt onderschreven in overleg met de gewesten.

Momenteel werd reeds een grote inspanning geleverd door het Waals gewest, zodat het duidelijk is dat de reductiedoelstellingen zeker worden gehaald. Het Vlaamse gewest loopt een beetje achter. In het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest is echter een hogere stijging dan gepland.

De emissiehandel in België is slechts mogelijk na overleg tussen de verschillende regeringen.

Tot slot geeft de minister een woordje uitleg bij de klimaatfondsen. De federale overheid heeft zich ertoe verbonden in een surplus te voorzien voor de verschillende gewesten en dat te dekken door een eventuele aankoop van emissierechten. Bijgevolg moet de federale overheid zich tevens garant stellen voor het beschikbaar stellen van de middelen om deze emissierechten aan te kopen. De betaling aan de fondsen en de mogelijkheid om geld te blokkeren is een essentiële garantie dat geen bijkomende inspanningen zullen worden gevraagd aan de gewesten. Van de beschikbare 100 miljoen euro werd nu reeds 60 miljoen euro vastgelegd voor de aankoop van emissierechten. Later zal worden beslist over de bestemming van de overige 40 miljoen euro.

Het wetsontwerp nr. 3-2411 werd eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden. Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het uitbrengen van een mondeling verslag aan de plenaire vergadering.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Sociale Aangelegenheden. is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp. Zie stuk 3-2411/1.)

-De artikelen 1 tot 3 worden zonder opmerking aangenomen.

-Over het wetsontwerp in zijn geheel wordt later gestemd.

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 8bis van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, om de wachttijd voor de vaststelling van een handicap in te korten (van mevrouw Stéphanie Anseeuw c.s., Stuk 3-1473)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Mevrouw Pehlivan verwijst naar haar schriftelijk verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(Voor de tekst aangenomen door de commissie voor de Sociale Aangelegenheden, zie stuk 3-1473/4.)

-De artikelen 1 en 2 worden zonder opmerking aangenomen.

-Over het wetsvoorstel in zijn geheel wordt later gestemd.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen, wat betreft de gemeentelijke en provinciale mandatarissen (Stuk 3-2367)

Ontwerp van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen, wat betreft de gemeentelijke en provinciale mandatarissen (Stuk 3-2368)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Het woord is aan de heer Hugo Vandenberghe voor een mondeling verslag.

(Voorzitter: de heer Staf Nimmegeers, eerste ondervoorzitter.)

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V), rapporteur. - Deze verplicht bicamerale wetsontwerpen werden in de Kamer van Volksvertegenwoordigers ingediend als een voorstel van bijzondere wet en een voorstel van wet van de heer Herman De Croo (Stukken Kamer nr. 51-2953/1 en 51-2954/1).

Beide ontwerpen werden op 29 maart 2007 eenparig aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers en op 30 maart 2007 overgezonden aan de Senaat.

De commissie heeft de ontwerpen besproken tijdens haar vergadering van deze voormiddag, 19 april 2007.

Het ontwerp van bijzondere wet strekt ertoe de gemeentelijke en provinciale mandatarissen binnen het toepassingsgebied ratione personae van de bijzondere wet van 2 mei 1995 betreffende de mandaten- en vermogensaangifte te brengen.

Het dient te worden samengelezen met het ontwerp van gewone wet dat diezelfde mandatarissen uit het toepassingsgebied ratione personae van de gewone wet van 2 mei 1995 licht. Deze wijziging is het logische gevolg van de overheveling van de bevoegdheden inzake ondergeschikte besturen naar de gewesten.

Overeenkomstig de beslissing van de Conferentie van de voorzitters van 31 januari 2007 worden voorts de gemeentelijke en provinciale mandatarissen die - in het jaar na de verkiezingen - hun mandaat slechts uitoefenen in afwachting van de installatie van hun opvolger, voor dat jaar vrijgesteld van het indienen van een lijst van mandaten, ambten en beroepen.

Geïnspireerd door twee nota's van de dienst Wetsevaluatie diende ikzelf alsook mevrouw Vanlerberghe c.s. amendementen in op beide ontwerpen met de volgende strekking:

Na uitdrukkelijke verklaring van de regering, dat de ontheffing van de aangifteplicht, bepaald in artikel 3 van het ontwerp van bijzondere wet, voor burgemeesters, leden van de bestendige deputaties, schepenen en voorzitters van OCMW's die in het jaar dat volgt op dat van de verkiezingen, hun mandaat enkel hebben uitgeoefend in afwachting van de installatie van hun opvolger, enkel geldt op voorwaarde dat in dit jaar geen nieuw aangifteplichtig mandaat werd opgenomen, trok ik mijn amendement terzake in.

Het geamendeerde ontwerp van gewone wet en het geamendeerde ontwerp van bijzondere wet werden eenparig aangenomen door de 15 aanwezige leden.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het uitbrengen van een mondeling verslag.

Artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen, wat betreft de gemeentelijke en provinciale mandatarissen (Stuk 3-2367)

(Voor de tekst geamendeerd door de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden, zie stuk 3-2367/4.)

De voorzitter. - Ik herinner eraan dat de commissie een nieuw opschrift voorstelt: Wetsontwerp tot wijziging van de wetgeving inzake de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen, wat betreft de gemeentelijke en provinciale mandatarissen.

-De artikelen 1 tot 3 worden zonder opmerking aangenomen.

-Over het wetsontwerp in zijn geheel wordt later gestemd.

Artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen, wat betreft de gemeentelijke en provinciale mandatarissen (Stuk 3-2368)

(Voor de tekst geamendeerd door de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden, zie stuk 3-2368/4.)

De voorzitter. - Ik herinner eraan dat de commissie een nieuw opschrift voorstelt: Ontwerp van bijzondere wet tot wijziging van de wetgeving inzake de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen, wat betreft de mandatarissen van de ondergeschikte besturen.

-De artikelen 1 tot 4 worden zonder opmerking aangenomen.

-Over het wetsontwerp in zijn geheel wordt later gestemd.

Voorstel van resolutie betreffende de diagnose en begeleiding van de dementerende patiënt (van mevrouw Christel Geerts c.s., Stuk 3-1588)

Bespreking

(Voor de tekst aangenomen door de commissie voor de Sociale Aangelegenheden zie stuk 3-1588/6.)

De heer Jean Cornil (PS), rapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Collega Geerts heeft een belangrijk werkstuk afgeleverd. Het verheugt ons ook dat dit voorstel van resolutie in de Senaat wordt besproken omdat de werkgroep `Vergrijzing van de bevolking' heel wat aandacht heeft besteed aan de specifieke opvang van mensen met dementie.

Toch zullen wij ons bij de stemming onthouden omdat slechts een heel flauw engagement wordt aangegaan voor een extra financiering. Dementerende mensen in rusthuizen en rust- en verzorgingstehuizen hebben immers een bijzondere omkadering nodig. Die financiële omkadering is er momenteel niet ondanks de noodkreten van de directies en verpleegkundigen van de rustoorden.

Bijzondere zorg vergt een bijzonder zorgkader. Wij betreuren dat onze collega's van de meerderheid geen stevig financieel engagement durven te eisen.

Mevrouw Christel Geerts (SP.A-SPIRIT). - Net als mevrouw De Schamphelaere verheugt het me dat de Senaat dit signaal kan geven. Uit onze werkzaamheden in de commissie en het verslag van de werkgroep is immers gebleken dat in België bijna een half miljoen mensen rechtstreeks of onrechtstreeks door dementie worden getroffen. Bovendien is de ziekte zeer ingrijpend voor alle betrokkenen; ze is niet alleen terminaal, de patiënt verliest ook zichzelf.

Tijdens de hoorzittingen hebben we ook duidelijke signalen gekregen dat er nog veel werk aan de winkel is om de zorg voor de dementerenden te verbeteren. Om die reden is voorliggende voorstel van resolutie zo belangrijk; het zou dan ook goed zijn mocht de oppositie het mee steunen.

Het thema moet op de politieke agenda blijven. We hebben een round-up gemaakt van de talrijke aandachtspunten: de kennislacunes, de uitdagingen op het vlak van onderwijs en het onderzoek, de preventie en de diagnose die nu vaak te laat komt en toegankelijker moet worden. In het beste geval krijgen de mensen nu een correcte klinische diagnose. Dat volstaat echter niet; de omgeving zit met ontzettend veel vragen over de zorg en de opvang. Wij pleiten dan ook voor een vergoeding voor een zorgdiagnose door een zorgteam. Dat is onrechtstreeks dus ook een vraag naar meer personeel. Onze oproep verschilt dus niet zoveel van die van mevrouw De Schamphelaere.

We vragen ook aandacht voor de zorg op zich. Die moet nog veel toegankelijker worden. We pleiten voor een integraal zorgconcept met een rigide, maar heel toegankelijk medicatiebeleid, waarbij de wetenschappelijke stand van zaken op de voet wordt gevolgd. Hierbij zijn niet alleen de farmacologische interventies, maar ook de niet-farmacologische interventies belangrijk.

Andere aandachtspunten zijn de geriatrische dagziekenhuizen, de alternatieve diagnoses en zorgvormen, de palliatieve zorg, de ondersteuning van de mantelzorgers en de betrokkenheid bij de zorg.

Dat is belangrijk, want zeker bij het begin van het dementieproces kunnen patiënten nog hun voorkeur voor bepaalde vormen van zorg bekendmaken. Daar moet volgens ons rekening mee worden gehouden.

Bovendien moeten er voldoende zorgvoorzieningen zijn en de wachtlijsten worden afgebouwd.

Er is dus nog veel werk aan de winkel.

Met deze resolutie willen we het signaal geven dat dit belangrijk thema niet van de politieke agenda mag verdwijnen. Er is immers nood aan verbreding en verdieping van de zorg aan dementen, wat ook meer personeel inhoudt. We streven dus niet alleen een betere materiële ondersteuning na, maar eveneens een personele in de ruime betekenis van het woord.

-De bespreking is gesloten.

-De stemming over het voorstel van resolutie in zijn geheel heeft later plaats.

(Voorzitter: mevrouw Anne-Marie Lizin.)

Voorstel van resolutie inzake het participatief selecteren van indicatoren voor duurzame ontwikkeling voor België (van mevrouw Fatma Pehlivan c.s., Stuk 3-1607)

Bespreking

(Voor de tekst aangenomen door de commissie voor de Sociale Aangelegenheden zie stuk 3-1607/5.)

Mevrouw Jacinta De Roeck (SP.A-SPIRIT), rapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

-De bespreking is gesloten.

-De stemming over het voorstel van resolutie in zijn geheel heeft later plaats.

Voorstel van resolutie met betrekking tot de evaluatie van de wet van 3 april 1990 betreffende de zwangerschapsafbreking (Stuk 3-1849)

Verslag van de Nationale Commissie voor de Evaluatie van de wet van 3 april 1990 betreffende de zwangerschapsafbreking (wet van 13 augustus 1990) ten behoeve van het Parlement (1 januari 2004 - 31 december 2005) (Stuk 3-1849)

Verslag van de Nationale Commissie voor de Evaluatie van de wet van 3 april 1990 betreffende de zwangerschapsafbreking (wet van 13 augustus 1990) ten behoeve van het Parlement (1 januari 2002 - 31 december 2003) (Stuk 3-836)

Bespreking

(Voor de tekst aangenomen door de commissie voor de Sociale Aangelegenheden zie stuk 3-1849/3.)

De voorzitter. - Mevrouw Zrihen verwijst naar haar schriftelijk verslag.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - We zullen deze resolutie niet goedkeuren, omdat we een aanbeveling nu eenmaal niet kunnen amenderen.

We zijn niet tegen de inhoud van deze aanbeveling, maar we vinden ze te eenzijdig. Ze is immers vooral gericht op de preventie van ongewenste zwangerschappen. We vinden dat uiteraard een belangrijke doelstelling, die vooral op het vlak van gemeenschapsbevoegdheden, onderwijs en relationele vorming, moet worden ingevuld.

De preventie van ongewenste zwangerschapsafbreking komt in het voorstel van resolutie niet aan bod. Uit de cijfers maken we op dat 37% van de vrouwen een sociale reden en voor 7% een financiële reden opgeeft om de zwangerschap te onderbreken. Omdat hieruit blijkt dat de vrijheid voor de vrouwen dus niet gegarandeerd wordt, hadden we aan het voorstel van resolutie ook graag een aanbeveling toegevoegd om hieraan tegemoet te komen, om meer alternatieven mogelijk te maken en om vrouwen die ongewenst zwanger zijn geworden, de weg naar die alternatieven te wijzen. Daarbij moet vooral de bedenkperiode goed worden gerespecteerd en is het eerste gesprek uiterst belangrijk voor het bespreken van diverse alternatieven.

Bovendien waren wij verrast door de cijfers van een andere studie, die aantoonde dat 40% van de zwangerschapsafbrekingen in ons land gebeurt bij vrouwen die niet de Belgische nationaliteit hebben. Er moeten specifieke acties komen er moet met deze groepen op een beter verstaanbare wijze worden gecommuniceerd over anticonceptie, relaties en het voorkomen van herhaalde zwangerschapsafbreking. We betreuren dat het wetsvoorstel nog niet is goedgekeurd dat de evaluatiecommissie de mogelijkheid geeft meer gegevens op te vragen, bijvoorbeeld gegevens over de relatie waarin de vrouw leeft, de nationaliteit, de verblijfsduur in ons land en eventuele vroegere zwangerschapsafbrekingen. Op basis daarvan zou het beleid meer gericht kunnen werken en meer kunnen doen aan preventie van ongewenste zwangerschapsafbreking. We mogen niet vergeten dat op een zwangerschapsafbreking die een vrouw in haar hart eigenlijk niet wenst, een heel moeilijke verwerkingsperiode volgt.

-De bespreking is gesloten.

-De stemming over het voorstel van resolutie in zijn geheel heeft later plaats.

Voorstel van resolutie betreffende het tot stand brengen van een gelijke beloning van vrouwen en mannen (van mevrouw Olga Zrihen c.s., Stuk 3-2047)

Voorstel van resolutie betreffende de gelijke verloning van vrouwen en mannen (van mevrouw Margriet Hermans en mevrouw Stéphanie Anseeuw, Stuk 3-1180)

Voorstel van resolutie teneinde in België de doelstellingen te bereiken die in Lissabon werden vastgelegd inzake de werkgelegenheidsgraad van vrouwen (van mevrouw Jihane Annane en mevrouw Nathalie de T' Serclaes, Stuk 3-1347)

Voorstel van resolutie betreffende het bevorderen van een gelijke beloning van vrouwen en mannen (van mevrouw Olga Zrihen en mevrouw Marie-José Laloy, Stuk 3-1633)

Bespreking

(Voor de tekst aangenomen door de commissie voor de Sociale Aangelegenheden zie stuk 3-2047/4.)

De voorzitter. - De heren Beke en Cornil verwijzen naar het schriftelijk verslag.

-De bespreking is gesloten.

-De stemming over het voorstel van resolutie in zijn geheel heeft later plaats.

Voorstel van resolutie betreffende de conclusie van het themadebat over het «Energiebeleid in België» (van de heer Bart Martens c.s., Stuk 3-2354)

Bespreking

(Voor de tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden zie stuk 3-2354/4.)

De voorzitter. - De heer Van Nieuwkerke verwijst naar zijn schriftelijk verslag.

-De bespreking is gesloten.

-De stemming over het voorstel van resolutie in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling en het koninklijk besluit van 22 september 2004 houdende oprichting van cellen duurzame ontwikkeling in de federale overheidsdiensten, de programmatorische federale overheidsdiensten en het ministerie van Landsverdediging (van mevrouw Fauzaya Talhaoui en de heer Bart Martens, Stuk 3-1864)

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling (van mevrouw Isabelle Durant, Stuk 3-727)

Algemene bespreking

De voorzitter. - De heer Cornil, rapporteur, verwijst naar zijn schriftelijk verslag.

Mevrouw Fauzaya Talhaoui (SP.A-SPIRIT). - Ik dank van harte de collega's voor hun steun aan dit wetsvoorstel, dat ik samen met collega Bart Martens heb ingediend. We hebben het niet zelf uitgevonden. Het federaal regeerakkoord 2003-2007 kondigde al aan dat cellen voor duurzame ontwikkeling zouden worden opgericht om alle belangrijke overheidsbeslissingen op hun effecten inzake duurzame ontwikkeling te beoordelen. Het bepaalde bovendien dat het beoordelen van de effecten inzake duurzame ontwikkeling niet mag leiden tot bijkomende vertraging in de besluitvorming.

Dit wetsvoorstel geeft een grondslag aan deze bepaling uit het regeerakkoord. Het introduceert de zogenaamde DOEB's, de duurzameontwikkelingseffectbeoordelingen, een methode waarmee de administratie, alvorens de beslissing wordt genomen, de mogelijke effecten van een voorgesteld beleid bestudeert op sociaal, economisch en ecologisch niveau. Bovendien bevatten deze beoordelingen eventueel voorstellen van alternatieven. Met deze toetsing wordt nagegaan of het beleidsvoornemen een beleid van duurzame ontwikkeling bevordert.

We hebben in deze legislatuur heel wat bereikt op het vlak van duurzame ontwikkeling. Vandaag zou in de Kamer van volksvertegenwoordigers artikel 7bis van de Grondwet goedgekeurd, waarmee duurzame ontwikkeling in de Grondwet wordt ingeschreven. We hebben ook allerlei andere voorstellen in verband met duurzaamheid in de Senaat behandeld. Het wetsvoorstel dat we nu bespreken, vormt een sluitstuk in de integratie van duurzame ontwikkeling in onze besluitvormingsprocedures.

De beoordeling van de effecten van de duurzame ontwikkeling moet worden uitgevoerd op alle ontwerpen van wet, op alle ontwerpen van koninklijk besluit en op alle voorstellen van beslissingen die ter goedkeuring aan de ministerraad worden voorgelegd. Aan de koning zal de bevoegdheid worden gegeven om de voorwaarden in detail uit te werken.

Er zijn ook sancties. Als een bepaalde beslissing, een voorontwerp van wet of besluit niet wordt onderzocht, dan kan het ontwerp niet worden ingediend bij de wetgevende kamers, kan het koninklijk besluit niet door de koning worden afgekondigd en kan een voorstel van beslissing niet door de ministerraad worden goedgekeurd.

Ik dank tot slot de voorzitter van de commissie voor de Sociale Aangelegenheden omdat ze het wetsvoorstel op de agenda heeft geplaatst, alsook alle collega's die hieraan hebben meegewerkt.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(Voor de tekst aangenomen door de commissie voor de Sociale Aangelegenheden, zie stuk 3-1864/4.)

-De artikelen 1 tot 4 worden zonder opmerking aangenomen.

-Over het wetsvoorstel in zijn geheel wordt later gestemd.

Stemmingen

(De naamlijsten worden in de bijlage opgenomen.)

Wetsontwerp houdende instemming met het Protocol, opengesteld voor ondertekening te Berlijn van 1 juni 2006 tot 1 november 2006, tot wijziging van de Overeenkomst inzake de oprichting van een Internationale Commissie voor de Internationale Opsporingsdienst, gesloten te Bonn op 6 juni 1955 (Stuk 3-2376)

Stemming 1

Aanwezig: 54
Voor: 54
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Wetsontwerp houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 2 maart 2007 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering van de Overeenkomst tot verbod van de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens, gedaan te Parijs de 13de januari 1993 (Stuk 3-2386)

Stemming 2

Aanwezig: 58
Voor: 58
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Wetsontwerp tot wijziging van de wetgeving inzake de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen, wat betreft de gemeentelijke en provinciale mandatarissen (Stuk 3-2367)

Stemming 3

Aanwezig: 58
Voor: 58
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het werd geamendeerd en zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Wetsontwerp houdende de instemming met het samenwerkingsakkoord van 9 februari 2007 tot wijziging van het samenwerkingsakkoord van 13 december 2002 tussen de Federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering en de financiering van de bodemsanering van tankstations; Stuk 3-2114/1 tot 4.

Stemming 4

Aanwezig: 61
Voor: 61
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Wetsontwerp betreffende de bestraffing van namaak en piraterij van intellectuele eigendomsrechten (Stuk 3-2126) (Evocatieprocedure)

Stemming 5

Aanwezig: 60
Voor: 60
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot wijziging van de procedure tot vaststelling van de maximale referentierentevoet voor verzekeringsverrichtingen van lange duur (Stuk 3-2127) (Evocatieprocedure)

Stemming 6

Aanwezig: 61
Voor: 48
Tegen: 10
Onthoudingen: 3

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp betreffende de burgerrechtelijke aspecten van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten (Stuk 3-2348) (Evocatieprocedure)

Stemming 7

Aanwezig: 61
Voor: 61
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp betreffende de aspecten van gerechtelijk recht van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten (Stuk 3-2349)

Stemming 8

Aanwezig: 61
Voor: 60
Tegen: 0
Onthoudingen: 1

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

Wetsontwerp tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten (Stuk 3-2409) (Evocatieprocedure)

Stemming 9

Aanwezig: 61
Voor: 61
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp betreffende de consumentenakkoorden (Stuk 3-2359) (Evocatieprocedure)

Stemming 10

Aanwezig: 61
Voor: 43
Tegen: 8
Onthoudingen: 10

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

-De goedkeuring van het wetsontwerp impliceert dat het wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument, in verband met de collectieve consumptieakkoorden (van mevrouw Joëlle Kapompolé en mevrouw Olga Zrihen, Stuk 3-1407) vervalt.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument (Stuk 3-2407) (Evocatieprocedure)

Stemming 11

Aanwezig: 59
Voor: 59
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 11 april 2003 tot instelling van een vrijwillige dienst van collectief nut (Stuk 3-2405) (Evocatieprocedure)

Stemming 12

Aanwezig: 61
Voor: 43
Tegen: 2
Onthoudingen: 16

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector (Stuk 3-2360) (Evocatieprocedure)

Stemming 13

Aanwezig: 61
Voor: 43
Tegen: 0
Onthoudingen: 18

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de federale Staat, de Franse Gemeenschap en het Waals Gewest met betrekking tot het administratief en financieel beheer van de provinciale coördinaties voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (Stuk 3-2357)

Stemming 14

Aanwezig: 61
Voor: 51
Tegen: 0
Onthoudingen: 10

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector en van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 (Stuk 3-2361) (Evocatieprocedure)

Stemming 15

Aanwezig: 60
Voor: 60
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot wijziging, wat de vaststelling van de graad van blijvende arbeidsongeschiktheid na de leeftijd van 65 jaar betreft, van de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970 (Stuk 3-2366) (Evocatieprocedure)

Stemming 16

Aanwezig: 58
Voor: 58
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot wijziging van diverse bepalingen betreffende arbeidsongevallen, beroepsziekten en het Asbestfonds met betrekking tot wettelijk samenwonenden (Stuk 3-916) (Art. 81, derde lid, en art. 79, eerste lid, van de Grondwet)

Stemming 17

Aanwezig: 60
Voor: 60
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist in te stemmen met het wetsontwerp.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren (Stuk 3-1147) (Art. 81, derde lid, en art. 79, eerste lid, van de Grondwet)

Stemming 18

Aanwezig: 61
Voor: 43
Tegen: 9
Onthoudingen: 9

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist in te stemmen met het wetsontwerp.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp betreffende het fiscaal statuut van de bezoldigde sportbeoefenaars (Stuk 3-2404) (Evocatieprocedure)

De voorzitter. - We stemmen over amendement 1 van de heer Beke.

Stemming 19

Aanwezig: 61
Voor: 21
Tegen: 38
Onthoudingen: 2

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor amendement 2 van de heer Beke. Het amendement is dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen nu over het wetsontwerp in zijn geheel.

Stemming 20

Aanwezig: 59
Voor: 51
Tegen: 0
Onthoudingen: 8

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 249, §1, tweede lid, van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten wat betreft de rechten verbonden aan een voornaamswijziging (Stuk 3-2395) (Evocatieprocedure)

Stemming 21

Aanwezig: 61
Voor: 61
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, het Waalse Gewest, het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest inzake de uitvoering van sommige bepalingen van het protocol van Kyoto, afgesloten te Brussel, op 19 februari 2007 (Stuk 3-2411)

Stemming 22

Aanwezig: 61
Voor: 51
Tegen: 0
Onthoudingen: 10

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 8bis van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, om de wachttijd voor de vaststelling van een handicap in te korten (van mevrouw Stéphanie Anseeuw c.s., Stuk 3-1473)

Stemming 23

Aanwezig: 61
Voor: 61
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsvoorstel is aangenomen.

-Het wetsontwerp zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling en het koninklijk besluit van 22 september 2004 houdende oprichting van cellen duurzame ontwikkeling in de federale overheidsdiensten, de programmatorische federale overheidsdiensten en het ministerie van Landsverdediging (van mevrouw Fauzaya Talhaoui en de heer Bart Martens, Stuk 3-1864)

Stemming 24

Aanwezig: 59
Voor: 48
Tegen: 0
Onthoudingen: 11

Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - Ik wou ja stemmen.

Mevrouw Olga Zrihen (PS). - Ik wou ja stemmen.

-Het wetsvoorstel is aangenomen.

-Het wetsontwerp zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

-De goedkeuring van dit wetsvoorstel impliceert dat het wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling (van mevrouw Isabelle Durant, Stuk 3-727) vervalt.

De heer Hugo Coveliers (Onafhankelijke). - Ik heb me heel bewust onthouden, omdat ik wil protesteren tegen de regelneverij die vandaag weer hoogtij viert. Als men al de regeltjes die de Senaat vandaag goedkeurt, in praktijk brengt en als iedereen op basis daarvan procedures begint, dan kunnen we 77 rechtbanken meer oprichten. Als die hun werk goed doen, kunnen we misschien hopen dat het Hof van Cassatie hun uitspraken niet zal vernietigen. Dit is regelneverij ten top. Daar doe ik niet aan mee, want dat vernietigt de maatschappij.

Voorstel van resolutie betreffende de diagnose en begeleiding van de dementerende patiënt (van mevrouw Christel Geerts c.s., Stuk 3-1588)

Stemming 25

Aanwezig: 61
Voor: 44
Tegen: 0
Onthoudingen: 17

-Het voorstel van resolutie is aangenomen.

-De resolutie zal aan de eerste minister en aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid worden meegedeeld.

Voorstel van resolutie inzake het participatief selecteren van indicatoren voor duurzame ontwikkeling voor België (van mevrouw Fatma Pehlivan c.s., Stuk 3-1607)

Stemming 26

Aanwezig: 61
Voor: 43
Tegen: 1
Onthoudingen: 17

-Het voorstel van resolutie is aangenomen.

-De resolutie zal aan de eerste minister, aan de minister van Leefmilieu en minister van Pensioenen en aan de staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie worden meegedeeld.

Voorstel van resolutie met betrekking tot de evaluatie van de wet van 3 april 1990 betreffende de zwangerschapsafbreking (Stuk 3-1849)

Stemming 27

Aanwezig: 59
Voor: 42
Tegen: 16
Onthoudingen: 1

-Het voorstel van resolutie is aangenomen.

-De resolutie zal aan de eerste minister, aan de vice-eersteminister en minister van Justitie en aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid worden meegedeeld.

Voorstel van resolutie betreffende het tot stand brengen van een gelijke beloning van vrouwen en mannen (van mevrouw Olga Zrihen c.s., Stuk 3-2047)

Stemming 28

Aanwezig: 60
Voor: 56
Tegen: 1
Onthoudingen: 3

-Het voorstel van resolutie is aangenomen.

-De resolutie zal aan de eerste minister en aan de minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen worden meegedeeld.

-Ten gevolge van deze stemming vervallen de volgende voorstellen van resolutie:

-Voorstel van resolutie betreffende de gelijke verloning van vrouwen en mannen (van mevrouw Margriet Hermans en mevrouw Stéphanie Anseeuw, Stuk 3-1180)

-Voorstel van resolutie teneinde in België de doelstellingen te bereiken die in Lissabon werden vastgelegd inzake de werkgelegenheidsgraad van vrouwen (van mevrouw Jihane Annane en mevrouw Nathalie de T' Serclaes, Stuk 3-1347)

-Voorstel van resolutie betreffende het bevorderen van een gelijke beloning van vrouwen en mannen (van mevrouw Olga Zrihen en mevrouw Marie-José Laloy, Stuk 3-1633)

Voorstel van resolutie betreffende de conclusie van het themadebat over het «Energiebeleid in België» (van de heer Bart Martens c.s., Stuk 3-2354)

Stemming 29

Aanwezig: 61
Voor: 40
Tegen: 18
Onthoudingen: 3

-Het voorstel van resolutie is aangenomen.

-De resolutie zal aan de eerste minister en aan de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid worden meegedeeld.

Ontwerp van bijzondere wet tot wijziging van de wetgeving inzake de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen, wat betreft de mandatarissen van de ondergeschikte besturen (Stuk 3-1063)

Stemming 30

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 38
Voor: 38
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 22
Voor: 20
Tegen: 0
Onthoudingen: 2

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft voor gestemd.

De tweederde meerderheid is bereikt.

-Het ontwerp van bijzondere wet is aangenomen.

-Het werd geamendeerd en zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Ontwerp van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen, wat betreft de gemeentelijke en provinciale mandatarissen (Stuk 3-2368)

Stemming 31

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 38
Voor: 38
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 22
Voor: 22
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft voor gestemd.

De tweederde meerderheid is bereikt.

-Het ontwerp van bijzondere wet is aangenomen.

-Het werd geamendeerd en zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Regeling van de werkzaamheden

De voorzitter. - Het Bureau stelt voor volgende week deze agenda voor:

Donderdag 26 april 2007

's ochtends om 10 uur

Evocatieprocedure
Wetsontwerp betreffende de civiele veiligheid; Stuk 3-2403/1 tot 4. (Pro memorie)

Evocatieprocedure
Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 8 augustus 1981 houdende de oprichting van het Nationaal Instituut voor oorlogsinvaliden, oud-strijders en oorlogsslachtoffers en van de Hoge Raad voor oorlogsinvaliden, oud-strijders en oorlogsslachtoffers en van het koninklijk besluit van 22 juni 1983 houdende statuut van nationale erkentelijkheid ten gunste van de leden van het Expeditiekorps voor Korea, teneinde "27 juli 1953" te vervangen door "15 september 1954" in het statuut van nationale erkentelijkheid ten gunste van de leden van het expeditiekorps voor Korea; Stuk 3-2369/1 en 2.

Evocatieprocedure
Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen van het actief kader van de krijgsmacht; Stuk 3-2406/1 en 2.

Toe te voegen:

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van ... tot vaststelling van het statuut van de militairen van het actief kader van de Krijgsmacht (van mevrouw Sabine de Bethune c.s.); Stuk 3-2075/1 en 2.

Evocatieprocedure
Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden; Stuk 3-2362/1 tot 4. (Pro memorie)

Evocatieprocedure
Wetsontwerp ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen; Stuk 3-2363/1 tot 3. (Pro memorie)

Evocatieprocedure
Wetsontwerp ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie; Stuk 3-2364/1 tot 3. (Pro memorie)

Wetsontwerp tot aanpassing van het Gerechtelijk Wetboek aan de wetgeving ter bestrijding van discriminatie en tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden; Stuk 3-2365/1 en 2. (Pro memorie)

Evocatieprocedure
Wetsontwerp betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorgen; Stuk 3-2397/1 tot 3.

Wetsontwerp met betrekking tot de regeling van de geschillen in het kader van de wet van ... betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg; Stuk 3-2398/1 en 2.

Evocatieprocedure
Wetsontwerp tot verbetering van het sociaal statuut van de betaalde sportbeoefenaar; Stuk 3-2400/1 en 2.

Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen met het oog op de invoering van de deelname op afstand aan de algemene vergadering (van mevrouw Stéphanie Anseeuw en de heer Luc Willems); Stuk 3-2111/1 tot 4.

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 119ter van de Nieuwe Gemeentewet, betreffende de invoering van herstelmaatregelen voor minderjarigen in het raam van administratieve sancties (van de heer Christian Brotcorne c.s.); Stuk 3-1963/1 en 2.

Ontwerp van verklaring tot herziening van de Grondwet; Stuk 3-2377/1 tot 4. (Pro memorie)

Toe te voegen:

's namiddags om 15 uur

In memoriam mevrouw Irène Petry, Minister van Staat.

Actualiteitendebat en mondelinge vragen.

Hervatting van de agenda.

Vanaf 20 uur: Naamstemmingen over de afgehandelde agendapunten in hun geheel.

Hervatting van de agenda.

Vragen om uitleg:

Vrijdag 27 april 2007 om 10 uur

Hervatting van de agenda.

Vanaf 10.30 uur: Naamstemmingen over de afgehandelde agendapunten in hun geheel.

-De Senaat is het eens met deze regeling van de werkzaamheden.

Vraag om uitleg van mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de vice-eersteminister en minister van Justitie over «softwarepiraterij» (nr. 3-2277)

De voorzitter. - De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën, antwoordt.

Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - Een daling met 10% van de softwarepiraterij in België, die nu 29% zou bedragen, zou 4.000 voltijdse arbeidsplaatsen opleveren. Dat zou voor ons land een bijkomende economische groei betekenen van 2,6 miljard dollar.

Dat blijkt uit een studie die wereldwijd werd uitgevoerd door de International Data Corporation en werd bekend gemaakt door de Business Software Alliance, BSA.

Softwarepiraterij treft niet enkel de internationale fabrikanten, maar het heeft tevens een belangrijk negatief effect op de Belgische IT-bedrijven en de distributeurs. De BSA stelt dat de overheid dringend acties moet ondernemen. Zo pleit BSA voor adequate handhavingsmechanismen en een strengere antipiraterijwetgeving. Het bedrijf dringt er ook op aan dat meer overheidsmiddelen worden uitgetrokken om de problematiek aan te pakken, onder meer door nationale teams en grensoverschrijdende samenwerking en training voor rechtshandhaving. Ook moet er meer werk worden gemaakt van de voorlichting en de bewustmaking van het grote publiek.

Meent de minister dat de huidige handhaving inzake softwarepiraterij adequaat is en kan zij dit uitvoerig toelichten?

Hoeveel gevallen van softwarepiraterij werden er vastgesteld in respectievelijk 2003, 2004 en 2005? Hoeveel mensen hebben respectievelijk in 2003, 2004 en 2005 een veroordeling opgelopen?

In hoeverre is er een grensoverschrijdende samenwerking inzake softwarepiraterij? Wat zijn de resultaten van die samenwerking? Kan de minister dat toelichten met concrete cijfers?

Moet er ook volgens de minister meer training plaatsvinden voor de rechtshandhaving? Zo neen, kan zij dat uitvoerig toelichten en kan zij aangeven welke andere maatregelen zij alsnog zal treffen? Zo ja, wanneer zal deze training plaatsvinden en welk budget wordt ervoor uitgetrokken?

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Ik lees het antwoord van minister Onkelinx.

De strijd tegen softwarepiraterij maakt deel uit van de strijd tegen de namaak en de piraterij in het algemeen. Het juridisch kader hiervoor wordt uitgewerkt op internationaal, Europees en nationaal niveau.

Wat het internationaal recht betreft, heeft België de Overeenkomst over de handelsaspecten van intellectuele eigendomsrechten, een bijlage bij de Overeenkomst van 15 april 1994 houdende oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, bij wet van 23 december 1994 goedgekeurd.

Op Europees niveau heeft de regering het initiatief genomen om de Verordening 1383/2003 van de Raad van 22 juli 2003, inzake het optreden van de douaneautoriteiten ten aanzien van goederen waarvan wordt vermoed dat ze inbreuk maken op bepaalde intellectuele eigendomsrechten en inzake maatregelen ten aanzien van goederen waarvan is vastgesteld dat zij inbreuk maken op bepaalde intellectuele eigendomsrechten, en de richtlijn 2004/48/EG van 29 april, betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, om te zetten in Belgisch recht met twee wetsontwerpen, namelijk een wetsontwerp betreffende de bestraffing van namaak en piraterij van intellectuele eigendomsrechten en een wetsontwerp betreffende de burgerrechtelijke aspecten van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten en betreffende de aspecten van gerechtelijk recht van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten. Die twee wetsontwerpen werden vorige maand in de Kamer van volksvertegenwoordigers goedgekeurd.

Het eerste wetsontwerp heeft als doel de strafbepalingen betreffende de inbreuken op de intellectuele eigendomsrechten te moderniseren. De regering is er zich immers van bewust dat de namaakindustrie de laatste jaren sterk geëvolueerd is. De kleine clandestiene ateliers zijn vervangen door een echte industrie die beschikt over hoogtechnologisch materiaal en een complex distributiesysteem. De namaakproducten komen soms sneller op de markt dan de authentieke producten. Een strengere bestraffing van namaak is dan ook een van de prioriteiten van de regering. Het wetsontwerp legt dan ook strengere straffen op en bevat verbeterde methodes om namaakmisdrijven op te sporen en vast te stellen.

Het tweede wetsontwerp heeft tot doel om de gerechtelijke procedure efficiënter te maken. Een beperkt aantal rechtbanken zal kennis kunnen nemen van geschillen in verband met intellectuele eigendomsrechten. Die centralisatie moet leiden tot een grotere coherentie in de verdeling van de bevoegdheden en moet de specialisatie van de magistraten vergemakkelijken. Ook wordt het verbod op cumul van de stakingsvordering in handelszaken met de stakingsvordering betreffende de intellectuele eigendomsrechten opgeheven.

Ten slotte verwijs ik naar de wet van 22 mei 2005 houdende de omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn 2001/29/EG van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij. Ook die wet had onder meer tot doel de strijd tegen de namaak te versterken.

Er bestaan geen precieze cijfers over softwarepiraterij. Ik kan echter wel meer algemene cijfers geven over de inbreuken op intellectuele eigendomsrechten in het algemeen. Zo werden in 2003 172 zaken voor de rechter gebracht; 108 betroffen een inbreuk op het auteursrecht. In 2004 waren er 171 zaken, waarvan er 119 inbreuken op het auteursrecht betroffen. Gevallen van softwarepiraterij vallen onder de wet betreffende het auteursrecht.

De gegevens in verband met de internationale samenwerking van diverse diensten werden opgevraagd, maar zijn klaarblijkelijk nog niet verzameld. Van zodra ik ze ontvang, zal ik ze meedelen.

Het tweede wetsontwerp dat ik zopas heb geciteerd, bevat verschillende aanpassingen in het Gerechtelijk Wetboek die onmisbaar zijn om inbreuken op de intellectuele eigendomsrechten te bestrijden. Door de bevoegdheid van de rechtbank te centraliseren kunnen de magistraten zich beter specialiseren. Krachtens artikel 22 van het wetsontwerp in verband met de bestraffing van namaak en piraterij kan de Koning maatregelen nemen om de strijd tegen namaak en piraterij van intellectuele eigendomsrechten te coördineren en te volgen. Op grond van dat artikel kan een interministeriële commissie voor de strijd tegen namaak en piraterij worden opgericht. Zo'n commissie zou, desgevallend in samenwerking met verenigingen die actief zijn in de strijd tegen namaak en piraterij, opleidingsmodules, uitwisselingsprojecten en stages kunnen uitwerken.

Vraag om uitleg van de heer Berni Collas aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken over «de vertaling van het cursusmateriaal dat gebruikt wordt ter voorbereiding van het examen dat toegang verleent tot de graad van adjudant» (nr. 3-2306)

De voorzitter. - De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën, antwoordt.

De heer Berni Collas (MR). - Het statuut, de opleiding en de bevordering van brandweerlieden worden momenteel druk besproken in het kader van de hervorming van de hulpdiensten.

Om de kandidaat- brandweerlieden, de kandidaat- adjudanten en officieren in de Duitstalige gemeenschap dezelfde slaagkansen te garanderen, is het belangrijk dat de basiscursussen in het Duits kunnen worden gegeven.

Uiteraard is het makkelijker examens in de moedertaal af te leggen en kan van de Duitstalige kandidaten niet worden geëist dat ze perfect tweetalig zijn.

Aangezien de gedecentraliseerde opleiding in het Duits niet gebruikelijk is, vestig ik uw aandacht op het ontbreken van een Duitstalige syllabus voor de kandidaat- adjudanten en officieren. Die lacune moet dringend worden weggewerkt.

Is de minister bereid de syllabi als voorbereiding op de examens voor de graad van adjudant bij voorrang te laten vertalen?

Kan de Duitse centrale vertaaldienst met die opdracht worden belast?

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Ik lees het antwoord van de minister.

De opleidingen zijn geregeld door een ministerieel besluit. Artikel 76, 1º van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige gemeenschap bepaalt dat de dienst voor Duitse vertaling van het arrondissementscommissariaat in Malmedy met de vertaling van de ministeriële besluiten belast is.

Het provinciaal opleidingscentrum van Luik krijgt een bijkomende subsidie voor de organisatie van opleidingen voor de brandweerdiensten in het Duits, krachtens het koninklijk besluit van 8 april 2003 betreffende de opleiding van de leden van de openbare hulpdiensten.

Ik besluit daaruit dat die twee diensten moeten samenwerken om de cursussen voor de adjudanten te vertalen. Uit contact met het arrondissementscommisariaat van Eupen-Malmedy blijkt evenwel dat de vertaling van die omvangrijke cursussen ten koste zou gaan van de budgetten en het personeel voor de `normale' vertaling van de wetgeving.

Mijn administratie onderzoekt momenteel enkele mogelijkheden om zo snel mogelijk een correcte vertaling te krijgen. Er worden drie mogelijkheden onderzocht: de vertaling door de officieren van de brandweerdiensten, die naast het Duits en het Frans, het Nederlands machtig zijn, beroep doen op een onderaannemer voor de vertaling met respect voor de wetgeving op de openbare aanbestedingen, of als derde mogelijkheid, een combinatie van beide vorige.

Uiteraard moet over de juistheid van de voor de brandweerdiensten typische woordenschat worden gewaakt.

De heer Berni Collas (MR). - Ik dank de staatssecretaris voor dit antwoord. Ik hoop dat er snel een bevredigende oplossing wordt gevonden.

Vraag om uitleg van de heer Christian Brotcorne aan de vice-eersteminister en minister van Justitie over «het afronden van de hervorming van het gerechtelijk akkoord» (nr. 3-2312)

De voorzitter. - De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën, antwoordt.

De heer Christian Brotcorne (CDH). - Het beleid ter preventie van het faillissement wordt op dit moment slechts door twee actoren gevoerd: de commissarissen-revisoren en de rechtbanken van koophandel. Zij sporen de ondernemingen in moeilijkheden op en beheren eventueel de gerechtelijke akkoorden.

Wat de gerechtelijke akkoorden betreft, is er een hemelsbreed verschil tussen de theorie en de realiteit. Volgens de cijfers van Graydon ondervinden 44.000 Belgische ondernemingen moeilijkheden en gaan er jaarlijks 8000 failliet. Honderd daarvan krijgen een gerechtelijk akkoord en van die honderd gaan er tachtig failliet en zetten tien ondernemingen hun activiteiten stop. Het gerechtelijk akkoord biedt slechts voor tien van de 44.000 ondernemingen in moeilijkheden een echte oplossing! De huidige wetgeving is dus allesbehalve efficiënt.

De minister van Justitie was daarvan overtuigd, aangezien ze het gerechtelijk akkoord wilde hervormen. Hoe ver staat het met die hervorming? Waarom zal dit ambitieuze ontwerp, dat de continuïteit van de ondernemingen wil garanderen, niet voor het einde van de regeerperiode worden goedgekeurd? Wat zijn de knelpunten in verband met het ontwerp, dat nochtans unaniem gesteund werd door de betrokkenen?

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Ik lees het antwoord van minister Onkelinx.

Ik ben me eveneens bewust van de onvolkomenheden in de huidige wetgeving op het vlak van de redding van ondernemingen in moeilijkheden.

Daarom heeft het VBO sinds 2004 op mijn verzoek uitgebreide raadplegingen gehouden om de oorzaken van de mislukking te achterhalen en te zoeken naar de nodige maatregelen om dat te verhelpen.

Daarom heb ik beslist een werkgroep van specialisten op te richten, belast met de opstelling van een voorontwerp van wet.

Dat voorontwerp van wet werd in juli 2006 door de ministerraad goedgekeurd, maar het advies van het de Nationale Arbeidsraad moest worden ingewonnen omdat de tekst van het ontwerp de overdracht van de onderneming en derhalve de rechten van de werknemers in een dergelijke situatie betrof.

Ik hoef er niet aan te herinneren dat het om een zeer delicaat probleem gaat, dat er een Europese richtlijn over is uitgevaardigd en dat het probleem het onderwerp vormde van een collectieve arbeidsovereenkomst tussen de sociale partners. Ik kan enkel vaststellen dat de sociale partners geen overeenstemming hebben bereikt over het evenwicht dat moet worden bereikt in het kader van de overdracht van de onderneming, ter toepassing van de wetsontwerp. Ondanks alle inspanningen kon binnen de regering dus geen politiek akkoord over de goedkeuring van het ontwerp in tweede lezing worden bereikt.

De heer Christian Brotcorne (CDH). - Dit wordt een belangrijke opdracht in de volgende regeerperiode.

Vraag om uitleg van mevrouw Olga Zrihen aan de vice-eersteminister en minister van Financiën over «het principe volgens hetwelk gemeentelijke opcentiemen op de inkomstenbelasting geen terugwerkende kracht kunnen hebben» (nr. 3-2307)

De voorzitter. - De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën, antwoordt.

Mevrouw Olga Zrihen (PS). - In februari 2001 heeft de gemeenteraad van Lessen een verhoging van de opcentiemen op de personenbelastingen goedgekeurd. Die stegen van 7 naar 8% en de verhoging was van toepassing op de inkomsten van 2000.

Donderdag 29 maart laatstleden verklaarde het Hof van beroep van Bergen de opcentiemen op de personenbelastingen onwettig omdat ze retroactief waren. Die belasting moest immers vóór 31 december 2000 worden goedgekeurd.

Volgens de Grondwet moeten de opcentiemen op de personenbelastingen jaarlijks worden goedgekeurd vóór het einde van het jaar waarin de inkomsten worden belast.

Wat gaat de FOD Financiën doen, na de beslissing over het geval van Lessen, met de inkohiering van de gemeentelijke opcentiemen voor de gemeenten die de belastingen voor de inkomsten van 2006 in 2007 hebben goedgekeurd?

Als de opcentiemen worden ingekohierd, hoe zullen dan de klachten in het licht van de rechterlijke beslissing worden behandeld?

(Voorzitter: de heer Staf Nimmegeers, eerste ondervoorzitter.)

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Ik lees het antwoord van minister Reynders.

Gezien de mogelijke gevolgen van het arrest van het Hof van beroep van 16 februari 2007 voor de gemeente Lessen en voor andere gemeenten die zich in een gelijkaardige situatie bevinden, heeft de Waalse regering de problematiek van de onwettigheid van een gemeentelijk reglement met een retroactief effect op de agenda van het Overlegcomité gezet.

Om het probleem op te lossen heeft het Waals Gewest aan het Overlegcomité ook een voorontwerp van federale wet voorgelegd dat een uitzondering invoert op het algemene principe dat een fiscale wet niet retroactief is.

Dat komt in feite op hetzelfde neer als het voorstel dat werd gedaan om zich voor de onwettigheid van sommige gemeentelijke beslissingen te behoeden door middel van een bepaling die, gezien het voormelde principe, waarschijnlijk niet door de Raad van State zal worden aanvaard.

Het Overlegcomité heeft derhalve beslist een technische werkgroep, samengesteld uit vertegenwoordigers van de bevoegde federale en regionale ministers, te belasten met de opstelling van een tekst die voor advies aan de Raad van State kan worden voorgelegd.

Op dit ogenblik onderzoekt ook de juridische dienst van mijn departement het probleem en de mogelijkheden om het te ondervangen, met het oog op de voorbereiding van de werkzaamheden van de werkgroep.

Op 25 april eerstkomende zal een overlegvergadering plaatsvinden. Het probleem zal er opnieuw, formeel of informeel, ter sprake worden gebracht.

Mevrouw Olga Zrihen (PS). - We zullen nauw toezien op de toekomstige voorstellen en beslissingen.

Vraag om uitleg van de heer Christian Brotcorne aan de vice-eersteminister en minister van Financiën over «het behoud van de inschrijving voor gecertificeerde opleidingen voor ambtenaren die geslaagd zijn voor een bekwaamheidsexamen dat toegang verleent tot de graad van hoofdinspecteur van Financiën en tot de graad van eerste attaché van Financiën» (nr. 3-2308)

De voorzitter. - De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën, antwoordt.

De heer Christian Brotcorne (CDH). - Het koninklijk besluit betreffende de loopbaan van niveau A van het Rijkspersoneel (Belgisch Staatsblad van 16 augustus 2004) hervormt de loopbaan van personeelsleden van niveau 1 met het oog op de valorisatie van hun ervaring, vaardigheden en prestaties.

In het raam van de nieuwe loopbaan van niveau A wordt voorzien in gecertificeerde opleidingen om de kwalificaties en de bekwaamheden van de personeelsleden te actualiseren en te ontwikkelen.

Volgens artikel 45, §1 van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 kiest het personeelslid van niveau A dat een gecertificeerde opleiding wenst te volgen en wenst deel te nemen aan de validatie van de verworven kennis, een opleiding in de lijst die overeenstemt met zijn of haar vakrichting.

Hoewel de personeelsleden van niveau A van uw departement uitgenodigd werden om een gecertificeerde opleiding te kiezen uit een lijst die hun al meer dan een jaar geleden werd bezorgd, verneem ik dat er tot op heden nog geen enkele opleiding is georganiseerd, met als gevolg dat uw personeelsleden nog steeds geen aanspraak kunnen maken op een competentietoelage als ze geslaagd zijn voor de proef ter validatie van hun verworven kennis.

Bovendien zouden de laureaten van een bekwaamheidsexamen voor de graad van hoofdinspecteur van Financiën en van eerste attaché van Financiën genoopt zijn zich opnieuw in te schrijven voor een gecertificeerde opleiding die verbonden is aan klasse A21 terwijl sommigen nog steeds de mogelijkheid niet gehad hebben om de opleiding te volgen en de validatieproef af te leggen voor personeelsleden van klasse A12.

Bevestigt de minister die situatie? Zo ja, waarom moeten de laureaten van een bekwaamheidsexamen voor de graad van hoofdinspecteur van Financiën en van eerste attaché van Financiën zich opnieuw inschrijven voor een gecertificeerde opleiding die verbonden is aan klasse A21 terwijl sommigen nog steeds de mogelijkheid niet gehad hebben om de opleiding te volgen en de validatieproef af te leggen voor personeelsleden van klasse A12? Zo ja, op welke juridische grondslag is een dergelijke redenering gebaseerd?

Bent u niet van oordeel dat de ambtenaren die zich als A12 voor een gecertificeerde opleiding hadden ingeschreven automatisch kunnen geacht worden te zijn ingeschreven als A21? Heeft het feit dat ze zich opnieuw dienen in te schrijven tot gevolg dat ze het voordeel van een competentietoelage met terugwerkende kracht verliezen? Zo ja, vindt u dit niet bijzonder onrechtvaardig ten aanzien van personeelsleden die de bekwaamheidsexamens hebben afgelegd zoals ze vroeger georganiseerd waren en die daarvoor als enige beloning het verlies van de competentietoelage krijgen waarop ze recht zouden gehad hebben als ze gewoon gewacht hadden op de gecertificeerde opleidingen? Vindt u het niet raadzaam een initiatief te nemen waarmee deze situatie kan worden rechtgezet?

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Ik lees het antwoord van de minister.

De regelgeving in verband met het probleem dat u aanhaalt, valt hoofdzakelijk onder de bevoegdheid van de minister van Ambtenarenzaken. We beslissen immers niet op ons eentje over de problemen in verband met gecertificeerde opleidingen, statuut, bevordering en promotie, ongeacht het niveau of het examen.

De algemene regel is dat een ambtenaar van niveau A die gepromoveerd wordt tot de hogere klasse het voordeel van de premie voor de ontwikkeling van bekwaamheden verliest. Artikel 47 van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel bepaalt evenwel dat de ambtenaren van niveau A die geslaagd zijn voor een gecertificeerde opleiding en die worden bevorderd door verhoging naar de hogere klasse, het voordeel van hun resultaat behouden voorzover de bevordering effect sorteert binnen de eerste achttien maanden van de geldigheidsduur van de geslaagde gecertificeerde opleiding.

We zien niet in waarom zou moeten worden afgeweken van die algemene regel die van toepassing is op alle federale administratieve overheidsdiensten.

Vraag om uitleg van mevrouw Annemie Van de Casteele aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de terugbetaling van borstprotheses» (nr. 3-2295)

De voorzitter. - De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën, antwoordt.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Ik heb een aantal vragen die allemaal betrekking hebben op of het resultaat zijn van het colloquium dat hier enkele weken geleden gehouden werden in samenwerking met Europa Donna rond de patiëntenrechten, vooral gericht op patiënten met borstkanker.

Mijn eerste vraag gaat over de terugbetaling van borstprothesen. Die kunnen immers worden terugbetaald indien ze door een erkende bandagist worden geleverd. De organisaties van borstkankerpatiënten hebben er voor gepleit dat zij hun protheses en aangepaste lingerie in gespecialiseerde lingeriewinkels zouden kunnen kopen met terugbetaling.

Kan de minister de mogelijkheid onderzoeken dat gespecialiseerde lingeriewinkels, met de nodige opleiding en eventueel na een specifieke erkenning voor borstprothesen, facturen voor prothesen kunnen afleveren die op basis van nomenclatuurnummers door het ziekenfonds worden terugbetaald?

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Ik lees het antwoord van minister Demotte.

De Erkenningsraad voor bandagisten ingesteld bij het RIZIV heeft als taak de personen te erkennen die hij als bevoegd erkent om de rechthebbenden van de verzekering de producten en diensten te verstrekken die volgens de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen tot de bevoegdheid behoren van de bandagist. Er worden dus enkel personen erkend en geen commerciële bedrijven. Een bandagist kan echter wel in een lingeriezaak of een ander bedrijf werken. Het RIZIV kan onmogelijk meedelen in hoeveel lingeriezaken een bandagist is tewerkgesteld.

De aangehaalde problematiek is zeer behartigenswaardig. Uit de recente ontwikkelingen op het vlak van de door bandagisten geleverde prestaties blijkt het belang van een steeds grotere bekwaamheid van de bandagisten en van de kwaliteit van hun prestaties als voorwaarden voor een tegemoetkoming in het raam van de verplichte ziekteverzekering. De reglementering is dan ook steeds strenger geworden.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Ik ben enigszins ontgoocheld met het antwoord van de minister. Mijn vraag was niet of dergelijke producten door een bandagist kunnen worden geleverd. Dat kan uiteraard, maar een bandagist is opgeleid voor het afleveren, niet alleen van borstprothesen, maar ook van stomamateriaal en een breed gamma verbandmateriaal, waarvoor uiteraard een bredere opleiding vereist is. Mijn vraag was of het niet mogelijk is dat voor het afleveren van borstprothesen een beperkte opleiding wordt gegeven, waarvoor een aparte vergunning wordt gegeven, niet aan een bandagist in de brede zin van het woord, maar in de zin van een borstprothesist. Ik begrijp dat de minister zegt dat de Erkenningsraad geen bedrijven kan erkennen. Het zou echter toch mogelijk moeten zijn personen die in een lingeriezaak werken een beperkte erkenning te geven als borstprothesist. Misschien moet in die richting naar een oplossing worden gezocht.

Vraag om uitleg van de heer Christian Brotcorne aan de minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen over «het behoud van de inschrijving voor gecertificeerde opleidingen voor ambtenaren die inmiddels bevorderd zijn tot een hogere klasse» (nr. 3-2309)

De voorzitter. - De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën, antwoordt.

De heer Christian Brotcorne (CDH). - Deze vraag ligt in de lijn van mijn vorige vraag en van het antwoord van de staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën, maar deze keer richt ik mij tot de minister van Ambtenarenzaken. Hij is immers eveneens bevoegd voor de algemene regeling van het statuut.

Deze vraag is algemeen en gaat over de situatie van de ambtenaren die inmiddels bevorderd zijn tot een hogere klasse, maar die niet konden deelnemen aan het examen over de verworven kennis.

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Ik lees het antwoord van de minister van Ambtenarenzaken.

De nieuwe loopbaan van de ambtenaren van niveau A is voortaan gericht op de actualisering en ontwikkeling van de kwalificaties van de ambtenaar via gecertificeerde opleidingen.

Het slagen voor een dergelijke opleiding geeft niet alleen recht op een competentietoelage, maar is ook belangrijk voor de vooruitgang van de loopbaan. Een ambtenaar die voor een gecertificeerde opleiding slaagt, zal binnen zes jaar na zijn inschrijving voor deze opleiding een baremaverhoging krijgen, zoals bepaald in artikel 24 van het koninklijk besluit van 10 april 1995, dat de weddenschalen vaststelt van gelijke graden in verschillende federale overheidsdiensten.

Om die reden moeten de ambtenaren van rang A12 die gepromoveerd zijn naar een hoger niveau of die door een baremaverhoging in schaal A21 zitten, zich opnieuw inschrijven voor een gecertificeerde opleiding.

De nieuwe inschrijving is vereist om de periode van zes jaar te laten starten waarna de ambtenaar, als hij voor de gecertificeerde opleiding slaagt, kan promoveren naar A22.

De nieuwe inschrijving voor de gecertificeerde opleiding A21 annuleert in geen geval de voorgaande inschrijving A12. De ambtenaren kunnen, als ze voor de gecertificeerde opleiding slagen, retroactief een premie ontvangen vanaf de datum van inschrijving voor de gecertificeerde opleiding. Een ambtenaar die op 31 augustus 2005 is ingeschreven en in augustus 2007 voor de gecertificeerde opleiding slaagt, krijgt in september 2007 de competentietoelage voor twee jaar.

Met de nieuwe loopbaan is het inderdaad mogelijk dat ambtenaren bevorderd worden tussen het moment van hun inschrijving en voordat ze het attest van de gecertificeerde opleiding kunnen voorleggen.

Met het koninklijk besluit van 22 november 2006 worden de ambtenaren die ingeschreven zijn voor de gecertificeerde opleiding A12 en die gepromoveerd zijn in A21, binnen de tien maanden die volgen op hun inschrijving, beschouwd als zijnde ingeschreven in A21. Deze ambtenaren moeten slechts één enkele gecertificeerde opleiding voorleggen. Als ze slagen, ontvangen ze de competentietoelage vanaf de datum van hun eerste inschrijving voor de gecertificeerde opleiding. Ze zullen binnen zes jaar na hun bevordering in A21 bevorderd worden in A22. U vindt deze bepaling in artikel 47 van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939.

Vraag om uitleg van de heer Christian Brotcorne aan de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid over «de evaluatie van de houders van een managementfunctie van de POD Wetenschapsbeleid» (nr. 3-2311)

De voorzitter. - De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën, antwoordt.

De heer Christian Brotcorne (CDH). - Mijn vraag om uitleg heeft dezelfde inhoud als mijn schriftelijke vraag nr. 3-6881 van 30 januari 2007 over de inwerkingtreding van een Witboek voor de modernisering van de wetenschappelijke instellingen, die tot op vandaag onbeantwoord is gebleven. Indien de ministers onze vragen binnen een normale termijn zouden beantwoorden, zouden de parlementsleden minder geneigd zijn vragen om uitleg te stellen.

In antwoord op mijn schriftelijke vraag nr. 3-4800 van 6 april 2006 betreffende de evaluatie van de houders van een managementfunctie heeft de minister mij verschillende elementen van antwoord meegedeeld met betrekking tot de houders van een managementfunctie in de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie, maar hij heeft het niet gehad over de situatie van de POD Wetenschapsbeleid en de directeurs van de wetenschappelijke instellingen N-1.

Graag vernam ik of elke houder van een managementfunctie in de POD Wetenschapsbeleid, en in de wetenschappelijke instellingen, al een tussentijdse evaluatie heeft ondergaan. Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke data hebben die evaluatiegesprekken plaatsgehad? Hebben de houders van een managementfunctie een zelfevaluatie opgesteld? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke datum? Werd een secretaris aangewezen?

Werd voor elke houder van een managementfunctie in de POD en de wetenschappelijke instellingen een evaluatiedossier opgesteld? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke datum? Werden de verslagen over de functioneringsgesprekken, de overeenkomsten die werden gesloten met de houder van de functie, alsook elk ander document waaruit verbeteringen blijken, toegevoegd aan het evaluatiedossier? Zo neen, waarom niet, Zo ja, op welke datum?

Kan de minister mij voor elke houder van een managementfunctie in de POD of de wetenschappelijke instellingen bevestigen of uit de tussentijdse evaluatie blijkt dat hij presteert volgens het verwachte niveau? Zo ja, waarom? Werden de doelstellingen gehaald die zijn vastgesteld in de management- en de operationele plannen? Zo ja, waarom? Is de bijdrage tot de verwezenlijking van die doelstellingen bevredigend? Hebben de houders van een managementfunctie in de POD en de wetenschappelijke instellingen inspanningen geleverd om hun capaciteiten te ontwikkelen? Zo ja, welke?

Werd een extern bureau aangesteld voor de evaluatie van de voorzitter van het directiecomité? Zo ja, wat zijn de gegevens van het externe bureau dat deze opdracht heeft volbracht en wat was de kostprijs van die opdracht?

.De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Ik lees het antwoord van minister Verwilghen.

De wettelijke regeling voor de evaluatie van de houders van een managementfunctie van de POD Wetenschapsbeleid is niet dezelfde als die voor de houders van een managementfunctie van de Federale Wetenschappelijke Instellingen (FWI).

Voor het departement geldt het koninklijk besluit van 29 oktober 2001, dat van toepassing is op de overheidsdiensten. Belangrijke wijzigingen in het hoofdstuk over de evaluatie zijn in werking getreden op 26 mei 2005. Het evaluatiestelsel bestond uit twee evaluaties, een tussentijdse evaluatie halverwege het mandaat en een eindevaluatie. Die zijn nu vervangen door drie evaluaties, 2 tussentijdse evaluaties om de twee jaar en een eindevaluatie.

De voorzitter en een directeur-generaal, die vóór 26 mei 2005 werden benoemd, blijven onderworpen aan het oude stelsel: de voorzitter werd geëvalueerd en de directeur-generaal van het ruimteonderzoek en -toepassingen wordt in april 2008 geëvalueerd. De andere directeur-generaal, aangewezen in september 2006 voor de wetenschappelijke coördinatie, valt onder het nieuwe stelsel en zal dus in oktober 2008 een eerste keer worden geëvalueerd.

De houders van een managementfunctie in de FWI vallen onder het koninklijk besluit van 22 januari 2003 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties in de wetenschappelijke instellingen van de Staat en dat diverse wijzigingen aanbrengt in de personeelsstatuten van de wetenschappelijke instellingen van de Staat. Dat KB voorziet in drie evaluaties: twee tussentijdse evaluaties om de twee jaar en een eindevaluatie. Het zal in juni voor de eerste keer worden toegepast op de tien directeurs-generaal van de wetenschappelijke instellingen die onder mijn bevoegdheid ressorteren, aangezien ze werden aangewezen in mei 2005.

Tot nu toe is in geen enkele andere management- of staffunctie voorzien, noch bij het departement, noch in de FWI.

De evaluatie van de voorzitter van het Comité gebeurde in april en juni 2006 door het externe bureau KEY-Consult, waarvan ik u de gegevens zal bezorgen.

De heer Christian Brotcorne (CDH). - Ik zal dit antwoord uitvoerig onderzoeken.

Vraag om uitleg van mevrouw Annemie Van de Casteele aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de patiëntenrechten» (nr. 3-2296)

De voorzitter. - De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën, antwoordt.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Op woensdag 28 maart 2007 organiseerde de Commissie voor de Sociale Aangelegenheden, samen met Europa Donna België, een colloquium over de patiëntenrechten naar aanleiding van een onderzoek in samenwerking met Active Citizenship Network naar patiëntenrechten in Europa.

De zaterdag voordien was er een congres van het Levenseinde Informatieforum (LEIF) over euthanasie en palliatieve zorg waar het thema `rechten van de terminale patiënt' eveneens aan bod kwam, naar aanleiding van een VUB-studie naar de kennis van de wet op patiëntenrechten bij het grote publiek.

De wet op de patiëntenrechten dateert van 22 augustus 2002. Dat was een belangrijke stap naar een betere bescherming van de patiënt. Toch is het belangrijk en noodzakelijk constant te evalueren of en hoe de wet op het terrein wordt toegepast. Zo hebben we de voorbije legislatuur in hoorzittingen en vragen aan de minister aandacht gevraagd voor de specifieke problematiek van minderjarigen, psychiatrische patiënten en de werking van de ombudsdienst.

De twee bovenvermelde recente onderzoeken tonen aan dat ons land het niet slecht doet inzake patiëntenrechten. Toch komt telkens een vaststelling terug: patiënten, maar ook zorgverleners, kennen de rechten van de patiënt veel te weinig en de communicatie tussen zorgverleners en patiënt laat nog veel te wensen over, vooral als het gaat om mensen van vreemde origine en ouderen. Ook de informatie aan de patiënt, bijvoorbeeld over de kostprijs van of de honoraria voor een behandeling, laat vaak te wensen over. De toestemming van de patiënt voor een behandeling wordt niet altijd gevraagd.

Een aantal aanbevelingen kunnen daaraan gekoppeld worden:

Anderzijds werd ook duidelijk gemaakt dat patiënten zouden moeten geïnformeerd worden over het feit dat zij niet alleen rechten hebben, maar ook plichten, zoals de plicht om een opgestarte behandeling te volgen of geen informatie achter te houden voor de behandelende arts en hij dient ook gewezen te worden op de beperkingen van de wetenschap.

Een vertegenwoordiger van de Orde van Geneesheren wees er tenslotte op dat ook de artsen rechten hebben, zoals het recht een patiënt of een behandeling te weigeren, wat patiënten ook vaak niet beseffen.

In dat opzicht blijven er vragen over het inzagerecht van de patiënt in het medische dossier en over het gebrek aan respect voor de zorgverleners.

Heeft de minister kennis van beide onderzoeken?

Hoe denkt hij aan de vermelde pijnpunten te remediëren?

Zal hij rekening houden met deze aanbevelingen?

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Ik heb kennis van beide onderzoeken. De resultaten ervan wijzen voor een groot deel in dezelfde richting als de gesignaleerde knelpunten en aanbevelingen die omschreven zijn in de jaarverslagen van de federale ombudsdienst `Rechten van de patiënt'.

Nadat mij in de voorbije jaren bepaalde knelpunten zijn gesignaleerd, heb ik recent verschillende wijzigingen in de patiëntenrechtenwetgeving laten aanbrengen. Enerzijds werd de patiëntenrechtenwet zelf gewijzigd in 2006 en anderzijds werden een aantal nieuwe koninklijke besluiten geschreven, die intussen in werking zijn.

Tot de wijzigingen behoren onder meer:

In verband met de positie van de psychiatrische patiënt in de patiëntenrechtenwet, heb ik in juli 2005 een adviesvraag gericht aan de federale commissie Rechten van de patiënt. Gelijktijdig met de werkzaamheden van een werkgroep binnen deze commissie, heeft de overheid een onderzoeksproject gefinancierd. Het onderzoeksrapport of het advies van de commissie heb ik echter nog niet gekregen. Bovendien wordt gestart met een nationale informatiecampagne over de rechten van de patiënt, met een bijzondere aandacht voor de patiëntenrechtenwet en de werking van de ombudsdiensten Rechten van de patiënt. Na de campagne zal een grondige evaluatie van de toepassing van de wet kunnen worden doorgevoerd.

Ik houd bij mijn besluitvorming vanzelfsprekend rekening met de bevindingen en aanbevelingen van de adviezen van de federale commissie Rechten van de patiënt, het jaarverslag van de federale ombudsdienst en de resultaten van het onderzoek inzake patiëntenrechten.

De evaluatie van de wetgeving is een continu gegeven dat midden vorig jaar op kruissnelheid is gekomen. Pas dan zijn de eerste adviezen uitgebracht door de federale commissie. Nu moet op hetzelfde elan worden doorgegaan.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Ik dank de minister voor zijn uitgebreid antwoord waarin hij vooral heeft opgesomd welke wijzigingen de voorbije zittingsperiode aan de wet op de patiëntenrechten werden aangebracht. Daarover ging mijn vraag echter niet. Ik heb de minister gewezen op een aantal pijnpunten die in de hoorzitting of in het colloquium aan bod zijn gekomen, vooral dan het gebrek aan kennis en aan informatie. Overigens juich ik toe dat de minister aankondigt dat met een informatiecampagne zal worden gestart.

Ik wenste de aandacht van de minister echter te vestigen op een aantal andere punten, zoals de noodzaak van een bevattelijk document, de schriftelijke toestemming van de patiënten, de plichten van de patiënt.

Een voortdurende evaluatie en een stapsgewijze aanpassing van de wet dringen zich op.

Vraag om uitleg van de heer Hugo Vandenberghe aan de vice-eersteminister en minister van Justitie over «zelfgemaakte wapens in de Belgische gevangenissen» (nr. 3-2313)

De voorzitter. - De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën, antwoordt.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Vandaag waren er weer vijf ontsnappingen uit de gevangenis. De dagen van het jaar kunnen worden ingevuld met allerlei data, ik vul ze in met het aantal ontsnapten. Op die manier kan ik op het einde van jaar zien op welke manier de Belgische gevangenissen ontvolken. Voor de overbevolking van de gevangenissen zijn er namelijk twee oplossingen: ofwel spreken de rechters minder gevangenisstraffen uit, wat ze niet doen, ofwel organiseert men ontsnappingen. De publieke opinie heeft dat misschien nog niet door, maar in feite gaat het hier om een politiek van paars om de overbevolking van de gevangenissen op te lossen.

De cipiers in de Antwerpse gevangenis vrezen voor hun veiligheid na enkele incidenten met wapens. Begin deze maand moesten de penitentiaire beambten verschillende keren tussenbeide komen bij vechtpartijen waarbij gevangenen gebruikt maakten van wapens van eigen makelij.

Het gaat onder meer om tandenborstels die worden gesmolten en waarin scheermesjes worden gestoken, zodat het scalpels worden. Volstrekt ongevaarlijke boterhammesjes worden tot vlijmscherpe moordwapens omgevormd. Verscheidene gedetineerden en ook een cipier raakten gewond.

Wie de toestand in onze gevangenissen wil kennen, kan ik een nachtelijk bezoek aan de instellingen aanbevelen. Drugverslaafde gedetineerden huilen dan om drugs, waardoor de anderen niet kunnen slapen.

De problemen in de gevangenissen zijn een van de grote verzwegen problemen in de Belgische politiek. Een vrijheidsberoving is op zich reeds een zeer ingrijpende zaak. Bovendien heeft de Raad van Europa België al meermaals terechtgewezen en veroordeeld voor de manier waarop het zijn gevangenen behandelt. Desondanks is de infrastructuur niet verbeterd. Gevangenissen worden verkocht, terwijl een volstrekt ander beleid zou moeten worden gevoerd.

Ook de afgelopen regeerperiode heeft de politieke wereld te weinig aandacht besteed aan het gevangeniswezen. Het gaat immers om mensen die electoraal geen invloed hebben. Nochtans is de kwaliteit van een beschaving af te lezen uit de wijze waarop het menselijke tekort wordt benaderd.

Welke conclusies trekt de minister uit de vechtpartijen in de Antwerpse gevangenis waarbij zelfgemaakte wapens werden gebruikt?

Werden de voorbije jaren gelijkaardige feiten vastgesteld in de andere gevangenissen van ons land?

Is een trend waar te nemen waarbij meer en meer zelfgemaakte wapens in de gevangenissen worden ontdekt en gebruikt?

Acht de minister het wenselijk maatregelen te nemen om bijvoorbeeld de controle op de aanmaak van zelfgemaakte wapens op te voeren?

Welke maatregelen wil de minister nemen om de veiligheid van de cipiers in de gevangenissen beter te garanderen?

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Ik lees het antwoord van minister Onkelinx.

In de gevangenis van Antwerpen hebben inderdaad enkele vechtpartijen plaatsgevonden tijdens de wandeling. De directie van de gevangenis meldt echter dat hierbij geen zelfgemaakte wapens werden gebruikt. Wel werden dergelijke wapens aangetroffen tijdens controles in cellen.

Het is geen nieuw fenomeen dat gedetineerden van bepaalde gebruiksvoorwerpen wapens maken. Een kort bezoek aan de penitentiaire musea in de opleidingsinstituten van Merksplas en Lantin leert dat sommige gedetineerden onschuldige gebruiksvoorwerpen tot wapens kunnen omvormen.

Sinds 2000 verzamelt de dienst Inspectie Veiligheid van het Directoraat Penitentiaire Inrichtingen informatie over verboden voorwerpen, zoals ontsnappingsmiddelen, zelfgemaakte wapens en dergelijke. Uit de beschikbare gegevens kan worden geconcludeerd dat er geen stijging kan worden vastgesteld.

Om te voorkomen dat in de gevangenissen verboden voorwerpen worden gebruikt, worden algemene veiligheidsprocedures gevolgd zoals celinspecties, fouillering van gedetineerden en gebruik van metaaldetectors.

Iedereen beseft dat de veiligheid in een penitentiaire instelling ook een zaak is van `actieve en dynamische veiligheid' die bestaat in de ontwikkeling van communicatiemiddelen en een intern rechtssysteem van een hoger niveau.

Vraag om uitleg van mevrouw Annemie Van de Casteele aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de terugbetaling van preventie en zorg voor borstkanker» (nr. 3-2297)

De voorzitter. - De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën, antwoordt.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Uit het onderzoek dat Europa Donna heeft gedaan naar patiëntenrechten in ons land blijkt dat we voor borstkanker inzake preventie en toegankelijkheid voor zorgverlening niet zo goed scoren. Tekortkomingen op het federaal vlak zijn daarbij aan bod gekomen, ondanks het feit dat preventie een bevoegdheid is van de gemeenschappen. Zo kwamen de volgende punten aan bod.

Kan genetische screening, die aan te bevelen is bij patiënten met een hoog risico, niet worden terugbetaald door het RIZIV? Zo'n test kost ongeveer 500 euro en voor gezinnen met meerdere gezinsleden is dat een serieuze drempel. Er werd ook gesuggereerd om op de site van de overheid meer informatie op te nemen over genetische screening en alle andere screeningsmogelijkheden.

Ook de vraag naar de uitbreiding van de leeftijdsgroep voor georganiseerde screening van borstkanker werd opnieuw gesteld, waarover we trouwens al meermaals hebben gediscussieerd in de commissie voor de Sociale Aangelegenheden, waarvoor een oplossing blijkbaar niet eenvoudig te vinden is en waarover wetenschappers elkaar ook enigszins tegenspreken.

Psychologische begeleiding van borstkankerpatiënten is heel belangrijk. Ook daar is de toegang beperkt, aangezien ze voor patiënten, eenmaal ontslagen uit het ziekenhuis, niet terugbetaald wordt. Patiënten haken dan ook vaak af wegens hoge kosten.

De vraag naar de terugbetaling van vooral de vrijeflapborstreconstructie blijft bestaan. In dit verband breng ik trouwens mijn vroegere vraag hieromtrent in herinnering.

Bij profylactische amputatie bij gendraagsters is de terugbetaling van prothesen beperkt. Kunnen ze niet dezelfde behandeling krijgen als patiënten die curatief een amputatie moeten ondergaan?

Chemopreventie wordt niet terugbetaald. Tamoxifen, raloxifen en sommige aromatase-inhibitoren hebben een preventieve werking bij hoogrisico-gendraagsters die erkend is door de Amerikaanse FDA. Kan dat ook bij ons niet worden overwogen?

Aromatase-inhibitoren worden slechts in beperkte indicaties terugbetaald. Hetzelfde geldt voor herceptine, dat enkel na zes kuren chemotherapie wordt terugbetaald, ook waar daarvoor geen evidentie is, zodat sommige patiënten, waarvoor het niet echt nodig is, toch die chemokuren moeten doorstaan.

Kan de minister voor elk van die opmerkingen en vragen zijn standpunt of de stand van zaken meedelen?

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Ik lees het antwoord van minister Demotte.

Hoewel ik bekommerd ben om deze materie, ben ik niet bevoegd om op alle vragen te beantwoorden, zoals mevrouw Van de Casteele zelf aangeeft.

Het kabinet werkt aan een ontwerp van besluit over de erkenning van de borstklinieken. Het leek mij noodzakelijk een kwalitatief kader te creëren dat de bevoegdheden en expertises groepeert voor een globale aanpak van borstkanker in België. Dit kader moet de basis worden voor vele plaatselijke of globale acties doe de ziekte willen bestrijden.

De genetische screening van personen met een verhoogd risico en de uitbreiding van de leeftijdsgroep voor de massascreening vereisen besprekingen tussen de federale staat, de gemeenschappen en de gewesten.

Alvorens de leeftijdsgroepen nog verder uit te breiden voor het systematisch georganiseerde mammotestscreeningprogramma, een screening die nog altijd controverse uitlokt wat de gezondheid van vrouwen en de mortaliteit in het bijzonder betreft, wens ik de resultaten te kennen van de globale evaluatie van het systematisch screeningprogramma voor de leeftijdsgroep tussen de 50 en de 69 jaar. Het zou immers jammer zijn om bepaalde fouten, bijvoorbeeld organisatorische, door te trekken naar een andere bevolkingsschijf. Het is dus raadzaam het opvolgingsniveau van het systematische screeningprogramma van borstkanker te evalueren en eventueel de zwakheden of disfuncties van het programma vast te stellen.

De psychologische omkadering van patiënten die lijden aan borstkanker werd wel degelijk in overweging genomen bij de vereiste omkadering voor de erkenning van de borstklinieken.

Ik wil echter verduidelijken dat het mijn wens is om alle kankerpatiënten te dienen en niet enkel de patiënten getroffen door borstkanker. Ze hebben allemaal recht op psychologische begeleiding. Met de steun van Volksgezondheid werd trouwens een studie uitgevoerd naar de behoeften aan psychologische steun van de naasten. Hierbij konden we vaststellen hoe belangrijk dergelijke steun is voor die mensen. De omkadering moet echter worden uitgevoerd door bevoegde personen die voldoende zijn opgeleid om met de problematiek te kunnen omgaan.

Voor de terugbetaling door het RIZIV voor genetische screening, de uitbreiding van de terugbetalingscriteria voor borstreconstructie of behandelingen met aromatase- of herceptine-inhibitoren, zal ik mij richten tot het RIZIV met de vraag die punten zo snel mogelijk te analyseren.

Ik wil in verband met de gratis toegang tot herceptine als adjuvant toch verduidelijken dat die behandeling niet enkel is voorbehouden voor patiënten die zes chemotherapiekuren hebben ondergaan, maar ook voor patiënten die ten minste vier kuren hebben ondergaan, wat in dit verband doorgaans een minimum is. Die bijzonder dure behandeling moet worden voorbehouden voor de vrouwen die er het meeste baat bij hebben.

Ten slotte volstaat het, alvorens de terugbetaling van bepaalde preventieve geneesmiddelen te overwegen, zich ervan te vergewissen dat de resultaten van de studies overeenstemmen, en de subpopulaties te definiëren, die er het meeste baat bij hebben. De toxische effecten van bepaalde van deze behandelingen zijn namelijk niet te verwaarlozen, en moeten dus ook in de weegschaal worden gelegd. Ik wil contact opnemen met het Federaal Kenniscentrum om te vragen ons een analyse te bezorgen van de huidige wetenschappelijke resultaten in dit domein.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Ik dank de minister voor zijn uitgebreid antwoord.

Hij heeft gelijk dat de screening in overleg met de gemeenschappen verder moet worden uitgewerkt. Zelf heb ik erop gewezen dat die discussie niet eenvoudig is. Het klopt ook dat de wetenschappers elkaar soms tegenspreken. De vraag, soms ook van bekende patiënten, om steeds vroeger controles te doen, omdat meer en meer jonge vrouwen door borstkanker worden getroffen, is volgens mij niet onterecht.

Ik heb ook genoteerd - en daar heeft de minister gelijk in - dat er voor álle kankerpatiënten psychologische omkadering moet bestaan. Uiteraard!

Uit de antwoorden in verband met de meer specifieke punten rond chemobehandeling en de terugbetaling door het RIZIV heb ik begrepen dat de minister de vraag zal stellen aan het RIZIV, maar dat hij een zicht moet hebben - en terecht - op de stand van de wetenschap ter zake. Het Kenniscentrum kan daarin wellicht ook een nuttige inbreng hebben. Toch wil ik er nog eens op wijzen dat specialisten op het colloquium in de Senaat erop hebben gewezen dat het toch niet kan dat patiënten een chemokuur moeten ondergaan, terwijl ze met herceptine alleen zouden kunnen worden geholpen. Ik dring erop aan dat dit probleem verder wordt onderzocht.

Vraag om uitleg van mevrouw Annemie Van de Casteele aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «pijnbestrijding bij borstkanker» (nr. 3-2298)

De voorzitter. - De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën, antwoordt.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Pijnbestrijding is een belangrijk aspect van de borstkankerbehandeling. Blijkbaar is bij oncologen of gynaecologen niet altijd alle expertise daaromtrent voorhanden.

Zo belandde een patiënte, na maanden neuropathische pijn te hebben geleden na het wegnemen van een kleine tumor, uiteindelijk in een pijnkliniek, waar haar Redomex Diffucaps of amitriptyline werd voorgeschreven, waardoor haar probleem op korte termijn opgelost was.

Wat is de wetenschappelijke evidentie van het voorschrijven van dergelijke antidepressiva om de pijn te bestrijden?

In welke mate wordt in borstklinieken expertise verzekerd in verband met pijnbestrijding?

Hoe toegankelijk zijn pijnklinieken voor kankerpatiënten?

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Ik lees het antwoord van de minister.

Kankerpijn bestrijden, vooral van het neuropathische type, is niet altijd gemakkelijk, zelfs niet voor deskundigen in pijnbehandeling.

Omdat de klassieke pijnstillers vaak niet of onvoldoende efficiënt zijn, moet men dan zijn toevlucht nemen tot pijnstillende morfines, antidepressiva of anti-epileptica. Een van de beste behandelingen, waarvan de efficiëntie in verschillende studies werd aangetoond, is die met tricyclische antidepressiva. De effecten van amitriptyline, of Redomex, werden vaak onderzocht en dit geneesmiddel blijkt doeltreffend te zijn. Het pijnstillende effect ervan is onafhankelijk van het antidepressieve effect.

Er is een koninklijk besluit in voorbereiding over de borstklinieken, gebaseerd op het principe dat de borstklinieken bijkomende oncologische zorgprogramma's zijn, naast de oncologische zorg die reeds in de ziekenhuizen bestaat. Zodoende zouden de patiënten er altijd zeker van kunnen zijn dat ze kunnen rekenen op de nodige expertise inzake pijnbestrijding. Die expertise is immers nodig om erkend te worden als oncologisch zorgprogramma.

Vraag om uitleg van mevrouw Annemie Van de Casteele aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de aansprakelijkheid van apothekers ingeval er meerdere apothekers-titularissen zijn» (nr. 3-2299)

De voorzitter. - De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën, antwoordt.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Volgens artikel 2, 4º, van de wet van 1 mei 2006 tot wijziging van het koninklijk besluit nummer 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidsberoepen kunnen meerdere apothekers titularis zijn van één apotheek.

Er bestaat op het terrein enige onduidelijkheid over de aansprakelijkheidsregeling in dergelijke gevallen. Wie is in welk geval strafrechtelijk, burgerrechtelijk en tuchtrechtelijk aansprakelijk voor de farmaceutische handelingen, het naleven van de wetgeving, het tuchtrecht en de goede farmaceutische praktijk?

Moet de wetgeving niet worden aangepast om dit te verduidelijken?

Zo ja, heeft de minister daartoe al een initiatief genomen?

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Ik lees het antwoord van de minister.

Volgens de wet van 1 mei 2006 zijn de verschillende apothekers die titularis zijn van één apotheek, solidair aansprakelijk op strafrechtelijk, burgerrechtelijk en tuchtrechtelijk vlak. Dat geldt voor de farmaceutische handelingen, voor het beheer van de apotheek en voor het toepassen van de wetgeving, onder meer wat de goede farmaceutische praktijken in de apotheek betreft.

Deze bepaling treedt echter pas in werking op een door de Koning te bepalen datum. Op het ogenblik kunnen er in een apotheek dus nog geen cotitularissen zijn.

Over de aansprakelijk van de cotitularissen is inderdaad discussie ontstaan, met name omtrent de solidaire aansprakelijkheid op strafrechtelijk en tuchtrechtelijk vlak. Dit houdt immers in dat een van de apothekers-titularissen op strafrechtelijk of tuchtrechtelijk vlak aansprakelijk kan worden gesteld voor het geheel van de verrichte farmaceutische handelingen.

Ik meen dan ook dat we de wet ter zake moeten wijzigen, zodat de solidaire aansprakelijkheid alleen op burgerrechtelijk vlak blijft bestaan en de apothekers-titularissen voor de handelingen die ze zelf verrichten, strafrechtelijk en tuchtrechtelijk aansprakelijk zijn.

Er is nog geen ontwerp tot wijziging van de voornoemde wet ingediend.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Het verheugt me dat de minister het probleem erkent en dat hij een wetgevend initiatief nodig vindt. Wellicht is dat een werk dat door de volgende minister van Volksgezondheid zo snel mogelijk zal moeten worden aangevat.

Vraag om uitleg van mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de vice-eersteminister en minister van Financiën over «de invoering van een loyaliteitsdividend» (nr. 3-2318)

De voorzitter. - De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën, antwoordt.

Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - In het buitenland gaan meer en meer stemmen op om creatieve maatregelen te nemen om de volatiliteit onder de aandeelhouders te matigen. Dit onder meer naar aanleiding van de steeds groter wordende overnamewoede van diverse hedge funds.

Zo pleitten sommige specialisten in het vennootschapsrecht voor de invoering van een loyaliteitsdividend. Hiermee beloont een onderneming haar trouwe aandeelhouders met een extra dividend. Uiteraard geschiedt dit alleen na goedkeuring door alle aandeelhouders.

Wat vindt de minister van de invoering van een loyaliteitsdividend? Zijn er juridische bezwaren?

Mag een beursgenoteerde onderneming in België dit invoeren en zo ja, op welke voorwaarden? Zo neen, waarom niet en kan de minister dit uitvoerig toelichten?

Is de minister bereid om de invoering van de mogelijkheid van een loyaliteitsdividend mogelijk te maken?

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Ik lees het antwoord van minister van Justitie Onkelinx.

Ook onder het huidige recht lijkt mij een loyaliteitsdividend mogelijk. De statuten van een onderneming kunnen de basisregels inzake de winstverdeling in de vennootschap regelen, voor zover wordt voldaan aan de wettelijke beperkingen op de uitkeringsbevoegdheid. De statuten kunnen bijvoorbeeld het bedrag en de wijze van uitkering van de winstverdeling omschrijven. Voorwaarde is dat de bepalingen van artikel 616 van het Wetboek van Vennootschappen inzake de vorming van het reservefonds worden nageleefd. Verder komen alleen bedragen in aanmerking die overeenkomstig artikel 617 van het Wetboek Vennootschappen voor uitkering vatbaar zijn.

Ook dient artikel 32 van het Wetboek van Vennootschappen te worden nageleefd. Dit artikel bepaalt echter niet hoe groot die delen moeten zijn, noch hoe ze worden vastgesteld. Het artikel sluit evenmin de wisselvallige combinatie uit waardoor, bij wederkerigheid, de partijen op dat punt op voet van volledige gelijkheid worden gesteld.

Vraag om uitleg van mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de vice-eersteminister en minister van Financiën over «private equity en hedge funds» (nr. 3-2317)

De voorzitter. - De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën, antwoordt.

Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - In Nederland vinden momenteel in de Tweede kamer hoorzittingen plaats omtrent de activiteiten van private equity en hedge funds. Deze fondsen worden steeds actiever en voeren soms een zeer agressief beleid. Bovendien schuiven zij de kosten van de overname integraal door naar de overgenomen onderneming.

Jan Kalff, voormalig bestuursvoorzitter van ABN AMRO en momenteel commissaris bij onder meer Stork en Volker Wessels, pleitte vorige week tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer voor een minimale regulering voor private equity fondsen en zogenaamde hedge funds.

Kalff pleit daarnaast voor een verscherping van de `Wet Melding Zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen' (WMZ) zodat investeerders verplicht worden om al een belang van 1% te melden en tevens hun intentie met betrekking tot het belang aan te geven.

Kalff zei: `Ik denk dat er een minimale regulering nodig is, de sector is te groot geworden'. Volgens hem moeten toezichthouders als De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) extra waakzaam zijn op overfinanciering of onprofessionele financiering. Daar moet volgens Kalff streng op worden toegezien. Volgens hem bestaat in het geval van een overname van een onderneming door private equity fondsen het gevaar dat er te veel schulden geladen worden op een onderneming.

Kalff gaf aan dat er een belangenvereniging voor de sector moet komen waardoor er een dialoog op gang kan komen. Ook pleit hij voor registratie.

Wat vindt de minister van het pleidooi voor de invoering van een minimumregulering, rekening houdend met de potentiële impact van de sector op de economie? Kan hij dit uitvoerig toelichten? Hoe reageert de minister op het feit dat Duitsland de activiteiten van hedge funds op de agenda van de G8 heeft geplaatst?

Is de minister voorstander van een verscherping van de meldplicht, waarbij investeerders reeds een belang van 1% in een beursgenoteerde onderneming moeten melden, alsook hun intentie aangeven wat ze er verder mee willen doen?

Werd hieromtrent reeds overleg gepleegd op EU- niveau en hebben bepaalde landen gepleit voor regulering? Welk standpunt heeft België hieromtrent verdedigd in de EU en andere internationale fora?

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Er is op dit ogenblik geen voldoende gefundeerde basis om de vraag over het al dan niet invoeren van een minimumreglementering te beantwoorden. Hedge funds en private equity fondsen omvatten een hele waaier aan instellingen met diverse strategieën en activiteiten in de financiële markten. Vele van hen vervullen een nuttige rol en zorgen onder meer voor innovatie op de financiële markten. We mogen deze instellingen dus niet eenzijdig negatief benaderen. Een precieze definitie van die entiteiten is daarenboven momenteel niet beschikbaar. In diverse fora, zoals de Expert Group on Alternative Investment Funds, opgericht op initiatief van de Europese Commissie en de ECB (European Central Bank), wordt momenteel gewerkt aan een uitdieping van deze problematiek. Ik sluit mij aan bij deze Europese benadering. Een eenzijdige Belgische actie op dat punt is derhalve niet opportuun.

In België wordt de consument overigens goed beschermd. Hedge funds mogen immers niet openbaar aangeboden worden in België. Tenzij via private plaatsingen, kunnen particulieren enkel indirect beleggen in hedge funds. Wat de private equity fondsen betreft, bestaan er in België twee types gereglementeerde private equity fondsen, respectievelijk de openbare en de private privaks (zie antwoord CBFA op de parlementaire vraag van mevrouw Anseeuw d.d. 17 november 2006, blz. 3 en 4).

Ik respecteer het engagement van Duitsland om deze problematiek op de politieke agenda te plaatsen alhoewel het te verkiezen is om de activiteiten van hedge funds eerst te onderzoeken in andere fora dan de G7.

Het is opnieuw voorbarig om op deze vraag te antwoorden. Een verscherping van de meldplicht waarbij investeerders reeds een deelneming van 1% in een beursgenoteerde onderneming moeten melden, lijkt me verregaand en schiet wellicht zijn doel voorbij aangezien de sector van de hedge funds en private equity fondsen via zelfregulering en zelfs aanvragen tot rating en beursnotering evolueert in de richting van meer transparantie.

De Belgische wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen, stelt de grens op 5% voor vennootschappen naar Belgisch recht waarvan ten minste een deel van de stemrechtverlenende effecten zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Dezelfde wet laat deze vennootschappen toe om in de statuten deze drempel tot 3% te verlagen. Deze wet, waarvan de bedoeling er meer bepaald in bestaat te waarborgen dat betekenisvolle wijzigingen aan de aandeelhoudersstructuur ter kennis gebracht worden van de vennootschap en van het publiek, zorgt tot op vandaag voor voldoende transparantie. Deze wet zal binnenkort geactualiseerd worden naar aanleiding van de omzetting van richtlijn 2004/109/EG (de Transparantierichtlijn) in Belgisch recht. In dat kader blijft de eerste meldingsdrempel op 5% behouden, maar zullen vennootschappen naar Belgisch recht in hun statuten deze drempel kunnen verlagen tot 1%.

Ik verwijs naar mijn antwoord op de eerste vraag.

Het FSC, het Financial Services Committee, heeft zich over deze problematiek gebogen. Uit de debatten blijkt dat vooral volgende problemen onze aandacht verdienen: de transparantie enerzijds en de verkoop van producten aan particuliere beleggers anderzijds. België heeft in lijn met het standpunt van het CESR, het Committee of European Securities Regulators, hoofdzakelijk benadrukt dat er nood is aan continue informatie, alsook aan een inventaris van nationale wetgevingen en een typologie van de diverse fondsen.

De recente discussies bij het CESR in verband met de nieuwe richtlijn `eligible assets', richtlijn 2007/16/CE van 19 maart 2007, tonen aan dat het mogelijk zal zijn om voor een ICBE, een sterk gereglementeerd product, een kredietrisico op hedgefondsen te nemen, hetzij via certificaten op hedgefondsen, hetzij via financiële instrumenten die zijn afgeleid van indexen op hedgefondsen. Het is weinig waarschijnlijk dat de MIFID-bepalingen een oplossing bieden voor de diverse problemen die ingevolge deze ontwikkeling rijzen. Kan men bijvoorbeeld beweren dat een belegger die intekent op een dergelijke ICBE met `execution only' een duidelijk idee heeft van het risico dat hij neemt?

We moeten ons dringend diepgaand bezinnen over de manier waarop we de verkoop van hedgefondsen in Europa wensen te organiseren.

Voor de inzameling van informatie over hedgefondsen verkies ik volgende benadering. Ten eerste zou het voor inlichtingen over het kredietrisico van hedgefondsen - inlichtingen verstrekt aan Prime brokers en andere credit providers - passen dat we, op grond van wat thans gebeurt, de centralisatie van gegevens bevorderen via de tussenpersonen - Prime brokers en credit providers - zodat ze een totaalbeeld krijgen van het kredietrisico van hun cliënten. Eens de interne procedures voor de tussenpersonen in samenwerking met de regelgevers verbeterd zijn, zal het gemakkelijker worden om precies te weten welk kredietrisico men loopt op hedgefondsen.

Ten tweede moet er gewerkt worden aan de rechtstreekse informatie van beleggers in hedgefondsen. Aan alle hedgefondsen die wensen te verkopen aan retailbeleggers, zelfs langs onrechtstreekse weg via gestructureerde producten of fondsen van hedgefondsen, zouden we vereisten inzake transparantie moeten opleggen. In het belang van alle beleggers moeten we deze informatie zo ruim mogelijk verspreiden.

Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - Ik dank de minister voor zijn antwoord. We moeten de problematiek op de voet blijven volgen, want bedoelde fondsen treden vaak zeer agressief op.

Vraag om uitleg van mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over «aasgierfondsen» (nr. 3-2316)

De voorzitter. - De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën, antwoordt.

Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - Een aasgierfonds heeft, luidens diverse bronnen waaronder Mo* Magazine, onlangs beslag laten leggen op Belgisch ontwikkelingsgeld bestemd voor Congo-Brazzaville. Het gaat om enkele tientallen miljoenen euro bestemd voor een waterkrachtcentrale. Het is het zoveelste voorbeeld van het saboteren van de ontwikkeling van de armste landen door zogenaamde aasgierfondsen: speculatieve investeerders die oude schulden opkopen en er veel geld uit kloppen.

Aasgierfondsen zijn hefboomfondsen die aan uiterst lage prijzen schulden opkopen die ontwikkelingslanden hebben bij buitenlandse crediteuren. Vervolgens slepen ze het schuldenland voor een rechtbank om het zo te dwingen het volledige, oorspronkelijke bedrag van de schuldvordering te betalen, verhoogd met de achterstallige rente.

Ik heb onlangs een voorstel uitgewerkt waarin ik, naar een suggestie van het IMF, naast juridische bijstand ervoor pleit een ontbindende clausule toe te voegen aan de bilaterale contracten die België met ontwikkelingslanden sluit voor hulp. Die clausule moet bepalen dat het geld alleen voor bijvoorbeeld onderwijs, gezondheidszorg enzovoort kan worden gebruikt. Als dat niet gebeurt, moet het geld terugvloeien naar België. De minister zei eerder dat die formule niet zou werken.

Vreemd genoeg blijkt deze maatregel alvast wel in Frankrijk goed te werken. De heer Rudy De Meyer, hoofd van de studiedienst van 11.11.11, beaamt dat het een goed middel is.

Het is toch wel pervers dat ontwikkelingsgeld of de beperkte middelen van de armste landen in de kas van aasgierfondsen belanden.

Ook de ambassadeur van Congo-Brazzaville steunt de succesvolle Franse maatregel.

Verder pleit ik er ook voor om binnen het IMF en de Wereldbank een sluitend juridisch systeem uit te bouwen om de grote schuldherschikkings-/kwijtscheldingsprogramma's bindend te maken voor alle schuldeisers en de allerarmste landen met een hoge schuldenlast voor een bepaalde periode te vrijwaren voor hun schuldeisers, zoals dat nu reeds voor ondernemingen mogelijk is.

Kan de minister bevestigen of er inderdaad beslag werd gelegd op Belgisch ontwikkelingsgeld bestemd voor Congo-Brazzaville of enig ander land? Zo ja, kan de minister dit uitvoerig toelichten en meedelen wat hiertegen wordt gedaan?

Wat vindt de minister van mijn voorstel, een formule die tevens door het IMF naar voren wordt geschoven en heden succesvol in Frankrijk wordt toegepast, om een ontbindende clausule toe te voegen aan de bilaterale contracten die België met ontwikkelingslanden sluit voor hulp? Kan hij dat uitvoerig toelichten en de voor- en de nadelen aangeven?

Wat vindt de minister van de suggestie om de grote schuldherschikkings-/kwijtscheldingsprogramma's bindend te maken voor alle schuldeisers als het HIPC -landen betreft zoals bepaald door het IMF? Kan hij dit uitvoerig toelichten en aangeven of hij hieromtrent reeds stappen heeft gedaan? Welke andere mogelijkheden ziet de minister om de aasgierfondsen aan te pakken? Kan hij ze uitvoerig toelichten?

De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Een `aasgierfonds' gevestigd op de Kaaimaneilanden heeft inderdaad in ons land twee juridische beslagen ingediend over fondsen van de Belgische Staat bestemd voor de Republiek Congo. Die twee dossiers, die belangrijke principevragen oproepen inzake morele, commerciële en juridische immuniteit van de staten, zijn welbekend bij de betrokken diensten, zowel binnen de FOD Buitenlandse Zaken als bij Financiën.

Ik heb de algemene aanpak die ik verdedig ten opzichte van deze dossiers, al voorgesteld in mijn antwoord op een vorige vraag van senator Anseeuw. Een gemeenschappelijke nota ter attentie van de ministerraad wordt momenteel voorbereid binnen de betrokken administraties. Die is onder meer geïnspireerd op het initiatief ter zake van de Franse staat om zowel zijn belangen als die van de begunstigden van de geldtransfers te beschermen in het kader van het Franse ontwikkelingssamenwerkingsbeleid.

Momenteel zijn er twee dossiers betreffende de Republiek Congo hangende bij het Belgische gerecht: het eerste, voor een bedrag van 10.300.000 euro betreft een `lening van land tot land' die deel uitmaakt van een gemengd krediet bestemd voor de financiering van de bouw van een thermische centrale in Brazzaville; het tweede handelt over een schenking ten bedrage van 587.585 euro van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking ten voordele van de Directie-generaal van de Congolese Nationale Televisie. De lening en de schenking werden toegekend op het einde van 2004. Een aanvraag tot beslaglegging op die sommen, op het ogenblik van hun storting door België ten voordele van de Congolese staat, werd begin 2005 ingediend door een `aasgierfonds'. Dit fonds hoopte op die manier schuldvorderingen op Congo te valoriseren die het daarvoor had afgekocht bij sommige van de voormalige crediteurs van het land.

Dit dossier is dus nog hangende bij het Belgische gerecht en ik moet hier dus het vereiste voorbehoud en de vereiste discretie behouden. De aspecten in verband met rechtvaardigheid en bescherming van de belangen van de staten die door zulk een dossier in het gedrang komen, versterken mij evenwel in mijn overtuiging dat het noodzakelijk is de huidige wetgeving snel aan te passen om de nefaste gevolgen van de activiteiten van de `aasgierfondsen' te dwarsbomen.

Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - Ik dank de staatssecretaris voor het antwoord en ben blij dat het onderwerp momenteel op de ministerraad besproken wordt. Ik begrijp de discretie wat de hangende dossiers betreft en hoop dat de wetgeving snel wordt aangepast.

De voorzitter. - De agenda van deze vergadering is afgewerkt.

De volgende vergadering vindt plaats donderdag 26 april om 10 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 20.00 uur.)

Berichten van verhindering

Afwezig met bericht van verhindering: de heren Delacroix, Mahoux en Van den Brande, in het buitenland, de heer Wilmots, wegens andere plichten.

-Voor kennisgeving aangenomen.

Bijlage

Naamstemmingen

Stemming 1

Aanwezig: 54
Voor: 54
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 2

Aanwezig: 58
Voor: 58
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 3

Aanwezig: 58
Voor: 58
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 4

Aanwezig: 61
Voor: 61
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 5

Aanwezig: 60
Voor: 60
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 6

Aanwezig: 61
Voor: 48
Tegen: 10
Onthoudingen: 3

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Wouter Beke, Hugo Coveliers, Sabine de Bethune, Mia De Schamphelaere, Josy Dubié, Isabelle Durant, Etienne Schouppe, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe.

Onthoudingen

Christian Brotcorne, Francis Delpérée, Clotilde Nyssens.

Stemming 7

Aanwezig: 61
Voor: 61
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 8

Aanwezig: 61
Voor: 60
Tegen: 0
Onthoudingen: 1

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Francis Detraux, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Nathalie de T' Serclaes.

Stemming 9

Aanwezig: 61
Voor: 61
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 10

Aanwezig: 61
Voor: 43
Tegen: 8
Onthoudingen: 10

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Wouter Beke, Hugo Coveliers, Sabine de Bethune, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Nele Jansegers, Clotilde Nyssens, Annemie Van de Casteele, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Stemming 11

Aanwezig: 59
Voor: 59
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 12

Aanwezig: 61
Voor: 43
Tegen: 2
Onthoudingen: 16

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Hugo Coveliers, Jean-Marie Dedecker.

Onthoudingen

Wouter Beke, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Nele Jansegers, Etienne Schouppe, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Stemming 13

Aanwezig: 61
Voor: 43
Tegen: 0
Onthoudingen: 18

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Wouter Beke, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Jean-Marie Dedecker, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Nele Jansegers, Etienne Schouppe, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Stemming 14

Aanwezig: 61
Voor: 51
Tegen: 0
Onthoudingen: 10

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Francis Detraux, Nele Jansegers, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Stemming 15

Aanwezig: 60
Voor: 60
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 16

Aanwezig: 58
Voor: 58
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 17

Aanwezig: 60
Voor: 60
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 18

Aanwezig: 61
Voor: 43
Tegen: 9
Onthoudingen: 9

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Wouter Beke, Hugo Coveliers, Sabine de Bethune, Jean-Marie Dedecker, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Nele Jansegers, Annemie Van de Casteele, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Stemming 19

Aanwezig: 61
Voor: 21
Tegen: 38
Onthoudingen: 2

Voor

Wouter Beke, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Jean-Marie Dedecker, Francis Delpérée, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Nele Jansegers, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Josy Dubié, Isabelle Durant.

Stemming 20

Aanwezig: 59
Voor: 51
Tegen: 0
Onthoudingen: 8

Voor

Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Wouter Beke, Hugo Coveliers, Sabine de Bethune, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe.

Stemming 21

Aanwezig: 61
Voor: 61
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 22

Aanwezig: 61
Voor: 51
Tegen: 0
Onthoudingen: 10

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Francis Detraux, Nele Jansegers, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Stemming 23

Aanwezig: 61
Voor: 61
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 24

Aanwezig: 59
Voor: 48
Tegen: 0
Onthoudingen: 11

Voor

Jihane Annane, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Jean-Marie Dedecker, Francis Detraux, Nele Jansegers, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Stemming 25

Aanwezig: 61
Voor: 44
Tegen: 0
Onthoudingen: 17

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Wouter Beke, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Nele Jansegers, Etienne Schouppe, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Stemming 26

Aanwezig: 61
Voor: 43
Tegen: 1
Onthoudingen: 17

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Hugo Coveliers.

Onthoudingen

Wouter Beke, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Jean-Marie Dedecker, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Nele Jansegers, Etienne Schouppe, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Stemming 27

Aanwezig: 59
Voor: 42
Tegen: 16
Onthoudingen: 1

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Wouter Beke, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Nele Jansegers, Etienne Schouppe, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Onthoudingen

Hugo Coveliers.

Stemming 28

Aanwezig: 60
Voor: 56
Tegen: 1
Onthoudingen: 3

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Jurgen Ceder, Berni Collas, Jean Cornil, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Hugo Coveliers.

Onthoudingen

Yves Buysse, Francis Detraux, Wim Verreycken.

Stemming 29

Aanwezig: 61
Voor: 40
Tegen: 18
Onthoudingen: 3

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Wouter Beke, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Jean-Marie Dedecker, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Nele Jansegers, Etienne Schouppe, Jan Steverlynck, Elke Tindemans, Hugo Vandenberghe, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Onthoudingen

Christian Brotcorne, Francis Delpérée, Clotilde Nyssens.

Stemming 30

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 38
Voor: 38
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Mimount Bousakla, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Jean-Marie Dedecker, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Christel Geerts, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille.

Franse taalgroep

Aanwezig: 22
Voor: 20
Tegen: 0
Onthoudingen: 2

Voor

Jihane Annane, Sfia Bouarfa, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Pierre Galand, Jean-Marie Happart, Joëlle Kapompolé, Anne-Marie Lizin, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Franco Seminara, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Josy Dubié, Isabelle Durant.

Duitstalige gemeenschapssenator

Voor

Berni Collas.

Stemming 31

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 38
Voor: 38
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Mimount Bousakla, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Jean-Marie Dedecker, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Christel Geerts, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Bart Martens, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Elke Tindemans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille.

Franse taalgroep

Aanwezig: 22
Voor: 22
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Sfia Bouarfa, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Josy Dubié, Isabelle Durant, Pierre Galand, Jean-Marie Happart, Joëlle Kapompolé, Anne-Marie Lizin, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Franco Seminara, Olga Zrihen.

Duitstalige gemeenschapssenator

Voor

Berni Collas.

In overweging genomen voorstellen

Wetsvoorstel

Artikel 81 van de Grondwet

Wetsvoorstel tot aanvulling van artikel 348-11 van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot landelijke adoptie (van mevrouw Marie-Hélène Crombé-Berton; Stuk 3-2412/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Voorstel van resolutie

Voorstel van resolutie tot inperking van de impact van zogenaamde "aasgierfondsen" op de schuldverlichting van derdewereldlanden (van mevrouw Stéphanie Anseeuw c.s.; Stuk 3-2414/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging.

Voorstel van verklaring tot herziening van de Grondwet

Voorstel van verklaring tot herziening van de Grondwet met betrekking tot de gewaarborgde vertegenwoordiging in de federale kamers, de constitutieve autonomie en de overname van de provinciale bevoegdheden en financiën door de Duitstalige gemeenschap (van de heer Berni Collas; Stuk 3-2413/1).

-Verzonden naar de Commissie voor de Institutionele Aangelegenheden.

Vragen om uitleg

Het Bureau heeft volgende vragen om uitleg ontvangen:

-Deze vragen worden naar de plenaire vergadering verzonden.

Evocaties

De Senaat heeft bij boodschappen van 13, 16 en 17 april 2007 aan de Kamer van volksvertegenwoordigers ter kennis gebracht dat tot evocatie is overgegaan, op die datum, van:

Wetsontwerp tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek ter bevordering van de erfrechtelijke bescherming van buitenhuwelijkse kinderen (Stuk 3-2392/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 249, §1, tweede lid, van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten wat betreft de rechten verbonden aan een voornaamswijziging (Stuk 3-2395/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorgen (Stuk 3-2397/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot verbetering van het sociaal statuut van de betaalde sportbeoefenaar (Stuk 3-2400/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Wetsontwerp betreffende de civiele veiligheid (Stuk 3-2403/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.

Wetsontwerp betreffende het fiscaal statuut van de bezoldigde sportbeoefenaars (Stuk 3-2404/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 11 april 2003 tot instelling van een vrijwillige dienst van collectief nut (Stuk 3-2405/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen van het actief kader van de krijgsmacht (Stuk 3-2406/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument (Stuk 3-2407/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten (Stuk 3-2409/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Niet-evocaties

Bij boodschappen van 18 en 19 april 2007 heeft de Senaat aan de Kamer van volksvertegenwoordigers terugbezorgd, met het oog op de bekrachtiging door de Koning, de volgende niet geëvoceerde wetsontwerpen:

Wetsontwerp tot aanvulling van de wapenwet, wat het verbod op wapensystemen met verarmd uranium betreft (Stuk 3-2347/1).

Wetsontwerp tot erkenning en bescherming van het beroep van auto-expert en tot oprichting van een Instituut van de auto-experts (Stuk 3-2350/1).

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 26 januari 2006 betreffende de aanhouding van verplichte voorraden aardolie en aardolieproducten en de oprichting van een agentschap voor het beheer van een deel van deze voorraad en tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop (Stuk 3-2401/1).

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 (Stuk 3-2402/1).

-Voor kennisgeving aangenomen.

Boodschappen van de Kamer

Bij boodschappen van 12 april 2007 heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers aan de Senaat overgezonden, zoals ze ter vergadering van dezelfde dag werden aangenomen:

Artikel 77 van de Grondwet

Wetsontwerp met betrekking tot de regeling van de geschillen in het kader van de wet van ... betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg (Stuk 3-2398/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Artikel 78 van de Grondwet

Wetsontwerp tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel 509quater van het Strafwetboek (Stuk 3-2390/1).

-Het ontwerp werd ontvangen op 13 april 2007; de uiterste datum voor evocatie is maandag 30 april 2007.

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 57 van het Burgerlijk Wetboek, inzake de vermelding van het geslacht van kinderen van wie het geslacht onduidelijk is (Stuk 3-2391/1).

-Het ontwerp werd ontvangen op 13 april 2007; de uiterste datum voor evocatie is maandag 30 april 2007.

Wetsontwerp tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het huwelijk tussen aanverwanten (Stuk 3-2393/1).

-Het ontwerp werd ontvangen op 13 april 2007; de uiterste datum voor evocatie is maandag 30 april 2007.

Wetsontwerp tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de verbetering van de akten van de burgerlijke stand voor materiële misslagen (Stuk 3-2394/1).

-Het ontwerp werd ontvangen op 13 april 2007; de uiterste datum voor evocatie is maandag 30 april 2007.

Wetsontwerp tot oprichting van een Vaste Federale Waarnemingspost voor de praktische werking van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (Stuk 3-2396/1).

-Het ontwerp werd ontvangen op 13 april 2007; de uiterste datum voor evocatie is maandag 30 april 2007.

Wetsontwerp tot wijziging van de wetgeving met het oog op de bevordering van de patiëntenmobiliteit (Stuk 3-2399/1).

-Het ontwerp werd ontvangen op 13 april 2007; de uiterste datum voor evocatie is maandag 30 april 2007.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 1 oktober 1833 op de uitleveringen en van de uitleveringswet van 15 maart 1874 (Stuk 3-2408/1).

-Het wetsontwerp werd ontvangen op 13 april 2007; de uiterste datum voor evocatie is maandag 30 april 2007.

Artikel 81 van de Grondwet

Wetsontwerp tot wijziging van diverse bepalingen betreffende arbeidsongevallen, beroepsziekten en het Asbestfonds met betrekking tot wettelijk samenwonenden (van mevrouw Annemie Van de Casteele c.s.; Stuk 3-916/1).

-Het ontwerp werd ontvangen op 13 april 2007; de onderzoekstermijn, die overeenkomstig artikel 79, eerste lid, van de Grondwet 15 dagen bedraagt, verstrijkt op maandag 30 april 2007.

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren (van mevrouw Christine Defraigne; Stuk 3-1147/1).

-Het ontwerp werd ontvangen op 13 april 2007; de onderzoekstermijn, die overeenkomstig artikel 79, eerste lid, van de Grondwet 15 dagen bedraagt, verstrijkt op maandag 30 april 2007.

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Kennisgeving

Wetsontwerp betreffende de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank (van de Regering; Stuk 3-2054/1).

-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 12 april 2007 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

Wetsontwerp betreffende de hervorming van de echtscheiding (Stuk 3-2068/1).

-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 12 april 2007 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de corruptie, gedaan te New York op 31 oktober 2003 (van de Regering; Stuk 3-2136/1).

-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 12 april 2007 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

Indiening van een wetsontwerp

De Regering heeft volgend wetsontwerp ingediend:

Wetsontwerp houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, het Waalse Gewest, het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest inzake de uitvoering van sommige bepalingen van het protocol van Kyoto, afgesloten te Brussel, op 19 februari 2007 (van de Regering; Stuk 3-2411/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Arbitragehof - Beroepen

Met toepassing van artikel 76 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Arbitragehof kennis aan de voorzitter van de Senaat van:

-Voor kennisgeving aangenomen.

Arbeidsauditoraat

Bij brief van 30 maart 2007 heeft de arbeidsauditeur te Verviers en Eupen overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van het Arbeidsauditoraat te Verviers en Eupen,.

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Parketten

Bij brief van 30 maart 2007 heeft de Procureur des Konings te Luik overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van het Parket van de Procureur des Konings te Luik, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 28 maart 2007.

Bij brief van 17 april 2007 heeft de Procureur des Konings te Kortrijk overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van het Parket van de Procureur des Konings te Kortrijk, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 30 maart 2007.

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Rechtbanken van koophandel

Bij brief van 3 april 2007 heeft de voorzitter van de Rechtbank van koophandel te Kortrijk overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag voor 2006 van de Rechtbank van koophandel te Kortrijk, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 29 maart 2007.

Bij brief van 10 april 2007 heeft de voorzitter van de Rechtbank van koophandel te Bergen overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag voor 2006 van de Rechtbank van koophandel te Bergen, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 26 maart 2007.

Bij brief van 12 april 2007 heeft de voorzitter van de Rechtbank van koophandel te Nijvel overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag voor 2006 van de Rechtbank van koophandel te Nijvel, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 14 maart 2007.

Bij brief van 18 april 2007 heeft de voorzitter van de Rechtbank van koophandel te Hoei overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag voor 2006 van de Rechtbank van koophandel te Hoei.

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Rechtbanken van eerste aanleg

Bij brief van 30 maart 2007 heeft de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Charleroi overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van de Rechtbank van eerste aanleg te Charleroi, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 20 maart 2007.

Bij brief van 3 april 2007 heeft de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Eupen overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van de Rechtbank van eerste aanleg te Eupen, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 29 maart 2007.

Bij brief van 16 april 2007 heeft de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Dinant overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van de Rechtbank van eerste aanleg te Dinant, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 15 maart 2007.

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Arbeidsrechtbanken

Bij brief van 3 april 2007 heeft de voorzitter van de Arbeidsrechtbank te Brussel overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van de Arbeidsrechtbank te Brussel, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 27 maart 2007.

Bij brief van 17 april 2007 heeft de voorzitter van de Arbeidsrechtbanken te Namen en te Dinant overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van de Arbeidsrechtbanken te Namen en te Dinant, goedgekeurd tijdens hun algemene vergadering van 22 maart 2007.

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Raadgevend Comité voor Bio-ethiek

Bij brief van 13 april 2007 heeft de voorzitter van het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek aan de Senaat overgezonden:

het advies nr. 39 van 18 december 2006 betreffende de hormonale behandeling van plegers van seksuele misdrijven.

-Verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden en naar de commissie voor de Justitie.

Economische Overheidsbedrijven - NMBS

Bij brief van 11 april 2007 heeft de ombudsman bij de NMBS, overeenkomstig artikel 46 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven aan de Senaat overgezonden, het jaarverslag 2006 van de ombudsman bij de NMBS.

-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Europees Parlement

Bij brief van 10 april 2007 heeft de voorzitter van het Europees Parlement aan de Senaat overgezonden:

aangenomen tijdens de vergaderperiode van 12 tot en met 15 maart 2007.

-Verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging en naar het Federaal Adviescomité voor Europese Aangelegenheden.