4-90 | Belgische Senaat | 4-90 |
Waarschuwing: de blauwe kleur geeft aan dat het gaat om uit het Frans vertaalde samenvattingen.
Bespreking van de verklaring van de regering
Voortzetting van de bespreking van de verklaring van de regering
Voorzitter: de heer Armand De Decker
(De vergadering wordt geopend om 10.05 uur.)
De voorzitter. - Het woord is aan mevrouw Vienne voor een mondeling verslag.
Mevrouw Christiane Vienne (PS), rapporteur. - Dit optioneel bicamerale wetsontwerp werd in de Kamer van volksvertegenwoordigers oorspronkelijk ingediend als een ontwerp van de regering. Het werd op 15 oktober 2009 aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers en op diezelfde dag overgezonden aan de Senaat. De commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergadering van 15 oktober 2009 in aanwezigheid van mevrouw Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid.
In haar inleidende uiteenzetting beschrijft de minister de stand van zaken wat de A/H1N1-griep betreft. Zij zet de situatie uiteen zoals die vandaag is, wereldwijd en in het bijzonder in België.
Het wetsontwerp past in het geheel van maatregelen die de regering heeft genomen om België voor te bereiden op een eventuele griepepidemie. Er werd inderdaad vastgesteld dat sommige aspecten van de vigerende reglementering moesten worden aangepast om een doeltreffend beheer van een grieppandemie- of epidemie mogelijk te maken.
Tijdens de algemene bespreking kwamen verschillende punten aan bod, zoals de timing van de vaccinaties tegen de seizoensgriep en de A/H1N1-griep. Daaruit bleek dat de doelgroepen grosso modo identiek zijn, op enkele bijzonderheden voor de A/H1N1-griep na. Het vaccin, dat facultatief zal zijn, zal vanaf volgende week beschikbaar zijn in alle apotheken van het land. De vaccinatiecampagne zal dan van start kunnen gaan, parallel met de vaccinatiecampagne voor de seizoensgriep die reeds is opgestart.
Er werden vragen gesteld over de beschikbaarheid van de vaccins en het medische beroepsgeheim. Ik meen dat de commissieleden wat die punten betreft werden gerustgesteld.
Het wetsontwerp in zijn geheel werd met 11 stemmen bij 1 onthouding aangenomen.
Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.
De heer Benoit Hellings (Ecolo). - In de eerste plaats danken we de minister dat ze heeft ingestemd met een amendement dat ertoe strekt de verplichte vaccinatie uit te sluiten. Hopelijk zal dat gebaar de bevolking geruststellen.
Sinds enkele weken blijkt echter dat de epidemie of de pandemie minder hevig is dan verwacht. Misschien is dat dankzij de maatregelen die de minister heeft genomen, zonder dat ze daar overigens een eenmalige wet voor nodig had. Bovendien is in bepaalde industrielanden van het zuidelijk halfrond, waar de winter net voorbij is, gebleken dat de A/H1N1-griep minder ernstig is dan verwacht.
We hebben begrip voor de vrees die de regering ertoe aanzet het parlement te vragen maatregelen te nemen om die pandemie te bestrijden. We hebben echter twijfels bij de disproportionele middelen die worden gebruikt - namelijk een wet voor een uitzonderlijke toestand - om die maatregelen ten uitvoer te leggen. Men gebruikt hier als het ware een atoombom om een mug te doden, om het met de woorden van collega Mahoux te zeggen.
Ook bij de voorlichtingscampagnes op televisie stellen we ons vragen.
Op de zenders lopen momenteel spots om de vaccinatie tegen de seizoensgriep aan te moedigen. Dat is een initiatief van de gemeenschappen, waar de minister niets mee te maken heeft. Die spots kunnen bij de publieke opinie echter wel het onbegrip en het paniekgevoel vergroten met betrekking tot de A/H1N1-griep, die niets te maken heeft met de seizoensgriep.
Zoals de minister gisteren in de commissie heeft gezegd, zal de federale voorlichtingscampagne volgende week starten. Die campagne mag dan wel informatief en geruststellend zijn, ze loopt wel gelijktijdig met de campagne van de gemeenschappen. Dat zal er zeker niet toe bijdragen dat de bevolking het fenomeen beter begrijpt.
Om die reden sporen we de minister aan om met haar collega's van de gemeenschappen, bevoegd voor volksgezondheid, te overleggen opdat in de toekomst dergelijke campagnes gezamenlijk worden gevoerd of dat ze elkaar tenminste niet meer overlappen. We zullen ons bij de stemming over deze uitzonderingswet dan ook onthouden.
De voorzitter. - Ik feliciteer de heer Hellings met zijn maidenspeech. (Applaus).
De heer Philippe Mahoux (PS). - Ik wil reageren op de woorden van de heer Hellings.
De atoombom mag nooit worden gebruikt, zelfs niet tegen een mug. De verantwoordelijkheid van de politiek bestaat erin vooruitziend te zijn. Op het vlak van gezondheid is dat zeker het geval.
Stel dat er een plotse opstoot van griep is. Ik ben ervan overtuigd dat de heer Hellings de eerste zal zijn om de minister van Volksgezondheid te verwijten dat ze niet de wetgevende maatregelen heeft genomen om noodmaatregelen te kunnen nemen. Men moet positie kunnen innemen.
De minister pakt de epidemie, die bijna onvoorzienbaar is, op een didactische wijze aan. Ze laat een zekere vrijheid, de vaccinatie is niet verplicht, en verzekert dat de maatregelen zullen worden genomen met respect voor ons democratisch systeem.
Ook al hebben we ontologisch veel bezwaren tegen bijzondere machten, lijkt het ons in dit geval noodzakelijk om vooruit te zien om het mogelijk te maken dat de maatregelen in een democratisch kader worden genomen.
Wij steunen dan ook het wetsontwerp dat door de minister werd ingediend.
De heer Francis Delpérée (cdH). - De parlementen houden niet van bijzondere machtigingswetten. Ze dwingen hen er immers toe te erkennen dat ze niet in staat zijn te gelegener tijd wetgevend op te treden en te vertrouwen op de regering en de machtigingen die worden toegestaan. Zoals gebruikelijk bevat de voorliggende bijzondere machtigingswet enkele bakens. De besluiten moeten na overleg in de Ministerraad zijn vastgelegd en ze moeten binnen de zes maanden worden bekrachtigd. Zonder die bekrachtiging verliezen ze hun effect. Vanuit democratisch oogpunt ben ik gerustgesteld.
Rekening houdend met de hoogdringendheid en het belang van dit onderwerp zal de cdH-fractie het voorliggende wetsontwerp zonder aarzelen goedkeuren.
De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - De griepcommissaris, professor Van Ranst, heeft uitstekend werk geleverd. De regering vraagt nu volmachten. Volmachten moeten altijd een uitzondering zijn, maar nu is daar een reden voor. Het griepcommissariaat heeft, in tegenstelling tot wat in veel andere landen gebeurt, Tamiflu niet zomaar op de markt gegooid. Ook de communicatie verloopt erg vlot. Dat bleek nog deze morgen naar aanleiding van het overlijden van een vijfjarig kind dat aan multipele risicofactoren leed. De commissaris luistert ook en betrekt de gezondheidswerkers, de apothekers, de distributie en de huisartsen bij het probleem. De balans is tot nu toe zeer goed.
We kunnen overigens geen eigengereide koers varen omdat we rekening moeten houden met de internationale context. Als de grieppandemie er niet komt, dan werd alvast een goede internationale rampenoefening gehouden.
Ik heb één bedenking. Ik betreur dat het European Centre for Disease Prevention and Control niet meer bij de griepbestrijding werd betrokken. Het werd geen Europees verhaal. Elk land handelde nog te veel individueel. Zo kwam in het programma Terzake een Nederlandse afgevaardigde van het Rijksinstituut voor Microbiologie vertellen hoe goed de organisatie in Nederland verliep. Hier bestond ook een goede organisatie, maar die was anders. Er werd een opportuniteit gemist, maar we kunnen daar lessen uit trekken. Het is zoals bij de bankencrisis waaruit we ook lessen moeten trekken om meer Europees op te treden.
Ik sta volledig achter de acties die werden ondernomen. Het resultaat is positief. De N-VA zal het wetsontwerp steunen.
De heer José Daras (Ecolo). - Ik wens een opmerking te maken over de procedure. Deze tekst werd op 22 september aangenomen door de Kamer, maar men had de Kamer vroeger bijeen kunnen roepen, wat de Senaat meer tijd had gegeven om de tekst aan te nemen. De regering moet in haar tijdschema rekening houden met het feit dat er een evocatieprocedure bestaat. Gisteren moesten wij in de overlegcommissie vier teksten bespreken waarvoor een spoedbehandeling werd gevraagd. Een daarvan had betrekking op volmachtenbesluiten. De heer Delpérée en ikzelf zaten in dat verband op dezelfde golflengte.
Ik benadruk dat de Senaat zijn evocatierecht echt kan uitoefenen, maar dat daarvoor termijnen bestaan. Wij hebben die tekst gisteren in de commissie voor de Sociale Aangelegenheden niet geblokkeerd, ondanks de weinig gunstige omstandigheden waarin we hem moesten bespreken. Vandaag onthouden we ons. De oppositie mag het dan al eens zijn over maatregelen die ze positief vindt, ze moet echter ook enige kritische zin aan de dag leggen in een parlementaire assemblee.
We hebben echter niet belet dat de uiterst korte termijnen werden gerespecteerd en dat over de wet kan worden gestemd binnen de door de minister gevraagde termijn.
In de toekomst moet men vermijden dat de commissie bijeenkomt terwijl het debat in de Kamer aan de gang is en de stemming de volgende ochtend moet plaatsvinden. Zo kunnen wij de tekst niet grondig bespreken. Het is niet op die wijze dat de evocatieprocedure moet verlopen.
Wij nemen geen negatieve, onverantwoorde houding aan. Wij stellen ons kritisch op en we verdedigen de rechten van de Senaat in de uitoefening van zijn evocatiebevoegdheid.
De voorzitter. - Ik ben het met u eens, mijnheer Daras. Wij hebben met deze bijzonder korte termijn ingestemd omdat het over een pandemie gaat die op ieder ogenblik veel grotere proporties kan aannemen.
De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - Als dit ontwerp snel wordt aangenomen, worden de vaccins maandag vrijgegeven en kan het ziekenhuispersoneel worden gevaccineerd. Bij het uitbreken van een pandemie kunnen de gezondheidswerkers dan aan de slag blijven. Als de vaccinatie om procedurele redenen wordt uitgesteld, dan schiet de vaccinatie van de gezondheidswerkers haar doel voorbij.
De heer Francis Delpérée (cdH). - Ik herinner eraan dat de termijnen bij evocatie maximumtermijnen zijn. Er moet niet noodzakelijk vijftien dagen worden gewacht. De Senaat kan de avond zelf nog evoceren; dat hebben we gisteren gedaan.
De tekst was reeds een tijd te onzer beschikking. Niets belette ons de tekst die in de Kamer werd behandeld te onderzoeken en eventueel kritiek daarop te geven. Dat hebben we trouwens gedaan.
Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Zoals iedereen hopen we dat de voorgestelde maatregelen niet nodig zullen zijn. Ze zijn wel een goede toepassing van het voorzorgsprincipe. Pandemieën zullen steeds vaker voorkomen. Vandaag is een model ontworpen waarin duidelijk de rol van elkeen, zoals die van de gemeenten, de huisartsen, enzovoort, in geval van een crisis is vastgelegd. Goede afspraken tussen alle betrokken actoren zijn van essentieel belang.
Het voorliggende wetsontwerp biedt een goed model. We moeten ons wel blijven afstemmen op internationale normen en richtlijnen, zoals die van de Wereldgezondheidsorganisatie.
Mijn fractie vindt het voorliggende ontwerp verantwoord en efficiënt en zal het bijgevolg steunen.
Mevrouw Dominique Tilmans (MR). - Wanneer we worden geconfronteerd met een toestand die ernstig kan worden, moeten we op onze hoede zijn. De bijzondere machten maken het ons mogelijk zeer snel te handelen en een maximale bescherming te bieden aan de bevolking door personeel, in hoofdzaak medisch personeel, op te vorderen, maatregelen te nemen op logistiek vlak, de energie te mobiliseren en de nodige middelen vrij te maken.
De bijzondere machten zijn goed omschreven en omkaderd door garanties en zijn beperkt in de tijd. Vanzelfsprekend komt er een bekrachtiging van de koninklijke besluiten die in uitvoering van dit wetsontwerp werden genomen. Na de kritiek met betrekking tot de vaccinatie werd een amendement ingediend om deze niet verplicht te maken. Dat is een erg wijze beslissing.
Omdat er garanties bestaan en voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen, zullen wij dit wetsontwerp tot toekenning van bijzondere machten goedkeuren. Onze fractie zal wel aandachtig de door de regering in het kader van deze machtiging genomen maatregelen opvolgen.
Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie. - Ik vind dat we de uitdrukking `een atoombom gebruiken om een vlieg te doden', moeten vermijden, want op dit ogenblik sterven elke dag mensen aan de gevolgen van de verspreiding van het virus. We moeten op onze woorden letten.
Ecolo en Vlaams Belang hebben zich in de Kamer inderdaad onthouden, wellicht om verschillende redenen.
Ecolo is van standpunt veranderd. Veertien dagen geleden heeft Ecolo het ontwerp in zijn geheel aanvaard, ook de volmachten. De partijleden zijn van mening veranderd. Dat is hun recht, maar ik betreur die ommekeer omdat ik de strategie voor de bestrijding van dat virus heb uitgewerkt in nauw overleg met alle actoren op het terrein. De heer Ide heeft gelijk om zijn waardering uit te spreken voor het werk dat het Commissariaat Influenza, met Marc Van Ranst, Daniel Reynders en hun team, heeft verricht. Wij hebben in nauw overleg samengewerkt met de wetenschappelijke en medische autoriteiten, alsook met het parlement. Ik heb steeds geprobeerd een serene strategie uit te werken, die uiteraard de tegenstelling tussen meerderheid en oppositie overstijgt, want in een dergelijk dossier inzake volksgezondheid hebben die totaal geen zin. Tot vandaag zijn we erin geslaagd in die geest te werken.
Zoals ik gisteren in Kamer en Senaat al heb gezegd, hebben mijn team en ikzelf vanaf het begin maar één regel gehanteerd met betrekking tot dat virus, namelijk sereniteit. Dat heeft uiteraard te maken met de aard van het virus, maar zelfs voor we daarover iets wisten, leek het ons essentieel om kalm te blijven. Ik wens dit te benadrukken, want in de buurlanden was dat niet altijd het geval. Vooral Frankrijk wou elke reis naar Mexico verbieden. Die fout hebben wij niet gemaakt.
Geen enkele federale of regionale minister is in paniek geraakt. In tegenstelling tot andere landen hebben wij er nooit aan gedacht scholen te sluiten of uitzonderingsrechtbanken op te richten. Wij hebben ervoor gekozen kalm te blijven en als goede huisvaders de nodige maatregelen te treffen.
We moeten waakzaam zijn, want we weten niets over de ontwikkeling van dat virus, dat afstamt van de Spaanse griep. Het verandert voortdurend, het trekt zich terug en verschijnt dan weer heviger. We moeten maatregelen nemen op basis van de huidige situatie, maar we moeten ook voorbereid zijn op alle mogelijke situaties die een hogere bescherming van de bevolking zouden vergen.
Sommige senatoren zijn ook dokter en zouden wellicht beter dan ik de wetenschappelijke aspecten van het probleem kunnen uitleggen. Men zegt mij bijvoorbeeld dat het A/H1N1-virus twee bijzondere kenmerken heeft waardoor het verschilt van de seizoensgriep: het is besmettelijker en het treft zeer verschillende leeftijdscategorieën. De vier personen die overleden zijn, waren in de kracht van hun leven.
Bovendien verschijnt nu ook de seizoensgriep. Het samengaan van deze twee verschijnselen kan uiteraard voor problemen zorgen bij de bevolking, omdat zeer veel personen tegelijk getroffen kunnen worden.
Daarom voorziet de wet in bepaalde machtigingen. Het aantal bloeddonaties bijvoorbeeld is beperkt tot vier per jaar. In geval van een onvoldoende voorraad, wat uiteraard dramatisch zou zijn voor de volksgezondheid, zou de wet het aantal bloeddonaties kunnen verhogen tot vijf of zes. Deze eenvoudige maatregel is bedoeld om de bevolking te beschermen.
Het virus is zeer besmettelijk en de ernst ervan kan momenteel vergeleken worden met de seizoensgriep. Sommige specialisten vragen zich echter af wat er zou gebeuren indien het eigenschappen zou overnemen van het H5N1-virus van de vogelgriep, dat veel minder besmettelijk is, maar wel veel dodelijker. We moeten proactief werken. Het is niet de bedoeling de mensen schrik aan te jagen, dat heb ik nooit gedaan. Ik heb op geen enkel ogenblik overwogen het vaccin verplicht te maken. We nemen gewoon voorzorgsmaatregelen.
Normaal begint de vaccinatie zondag voor het ziekenhuispersoneel. Eind oktober, begin november begint de vaccinatie voor de huisartsen, behalve voor degenen die in het ziekenhuis wilden gevaccineerd worden, en voor de bevolking. Niet de volledige bevolking, alleen maar de prioritaire en de risicogroepen.
Gisteren vroeg men mij of het al niet veel te laat is. Natuurlijk niet. Dankzij de huisartsenpeilpraktijken werden in België momenteel iets meer dan 20 000 personen opgespoord die besmet zijn met het virus, van wie 7 500 vorige week. Wij staan dus aan het begin van een golf.
Wanneer zal de piek bereikt worden?
In het zuidelijk halfrond werd ongeveer 25% van de bevolking getroffen. Men is van oordeel dat de epidemie een piek bereikt wanneer het aantal getroffen personen de helft bedraagt van het totaal aantal potentiële zieken, namelijk 1 250 000 personen. De piek is dus nog lang niet bereikt.
Ik weet echter niet welke proporties de griepgolf zal aannemen. Dat weet niemand in België. Zal die golf nog toenemen of zal ze stabiel blijven? We moeten in elk geval de nodige maatregelen treffen om de bevolking te beschermen.
Ik kom nu tot de vaccinatiestrategie. Ik heb in onderling overleg een akkoord gesloten met de apothekers, de groothandelaren-distributeurs en de artsen. In het begin waren we, met het commissariaat, van plan de vaccinatie te laten toedienen in lokale, gemeentelijke centra. De huisartsen hebben ons laten weten dat ze verkozen de vaccinatie toe te dienen in hun medisch kabinet of bij de patiënten thuis. Ze hebben zich er zelfs toe verbonden een oplossing te vinden voor een snel gebruik van de verpakkingen van meer dan één dosis, die maar 24 uur kunnen worden bewaard. Ik heb vertrouwen in hen. We hebben zelfs voorzien in een wijziging van de nomenclatuur om een honorarium voor raadpleging in te voeren. Zo krijgt iedereen die zich wil laten vaccineren de gelegenheid om met de arts te overleggen, om samen met hem de risico's en de bijwerkingen te evalueren. Dat is de beste manier om de bevolking gerust te stellen.
De vaccinatiestrategie voorziet dus in twee fases: de eerste heeft betrekking op de ziekenhuizen, de tweede op het grote publiek en de huisartsen. Het vervoer van de voorraden vaccins zal op dezelfde manier verlopen als voor de antivirale middelen: de vaccins worden toevertrouwd aan de groothandelaren-distributeurs die ze zullen leveren aan de apotheken, die op hun beurt de huisartsen zullen bevoorraden, behalve indien de huisartsenkringen besluiten tot een andere organisatie op lokaal niveau. De uitgewerkte regeling is dus zeer soepel.
Gelukkig is de vaccinatiecampagne tegen de seizoensgroep net begonnen. Dat is een verantwoordelijkheid van de gemeenschappen. Deze week nog zullen we twee nieuwe brochures uitdelen: de ene is een gespecialiseerde en goed uitgewerkte brochure voor de artsen, waarin het gebruik en de toediening van het vaccin wordt toegelicht, de andere zal beschikbaar zijn in de wachtzalen van de artsen en geeft informatie aan elke gevaccineerde persoon.
We zullen ook een campagne voeren, gericht op het grote publiek, niet om de vaccinatie te promoten, maar om de aanvang van de vaccinatie aan te kondigen en erop te wijzen wat de prioritaire en de risicogroepen zijn.
Wij hebben een oproep gekregen van de Wereldgezondheidsorganisatie. Zoals u weet is het aanbod van vaccins veel lager dan de vraag en de ontwikkelingslanden worden geconfronteerd met een werkelijk probleem. De regering heeft dan ook beslist 10% van onze strategische voorraad vaccins aan de WGO te geven ten behoeve van de ontwikkelingslanden. Zo kunnen we onze solidariteit tegenover die landen tonen.
Tot besluit wil ik aan mevrouw Tilmans zeggen dat we inderdaad waakzaam moeten blijven, zowel wat de evaluatie betreft als op het vlak van de koninklijke besluiten. Aangezien het volmachtenbesluiten zijn, zullen ze uiteraard in de Ministerraad worden overlegd, maar moeten ze worden voorgelegd aan de Raad van State. Er komt dus geen procedure bij hoogdringendheid om het advies van de hoge vergadering te omzeilen. Vervolgens worden de besluiten overgezonden naar de voorzitters van de Kamer en de Senaat. Ik heb mij er in de Kamer toe verbonden telkens de inhoud van die koninklijke besluiten uiteen te zetten. Het is alleen de bedoeling de administratieve formaliteiten zo vlug mogelijk af te handelen.
Thans worden wij geconfronteerd met een pandemie. Ik hoop dat we volgend jaar niet met een ander feit worden geconfronteerd. Hoe dan ook, we zullen de gehele procedure evalueren met het parlement om, zo mogelijk op een meer structurele wijze, de reactie van de autoriteiten te kunnen organiseren indien de WGO waarschuwt voor een wereldwijde pandemie.
De voorzitter. - Ik verheug mij over de kwaliteit van dit debat.
-De algemene bespreking is gesloten.
(De tekst aangenomen door de commissie voor de Sociale Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 52-2156/7.)
-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.
De heer Jurgen Ceder (VB). - We moeten op een duurzame manier, stap voor stap, de bouwstenen van verbetering aanreiken. We moeten ook dag in dag uit met vastberadenheid stappen in de goede richting doen en de koers aanhouden. We kunnen tegenover de uitdagingen de vaste wil vertonen om een vastberaden antwoord op de problemen te geven. We moeten op al die domeinen dag aan dag stap voor stap vooruitgang boeken. Het belangrijkste is de richting aan te houden, want dat geeft ook stabiliteit en houvast. Die rustige vastberadenheid wil de regering bieden. Het zijn allemaal zinnen uit de regeringsverklaring.
Een neefje van mij vroeg eens welke studierichting hij best zou volgen om later in de politiek te gaan. Hij dacht aan politieke en sociale wetenschappen, pers- en communicatiewetenschappen of rechten. Ik antwoordde hem echter dat hij best toneelschool zou volgen. Het komt er immers op aan voor zichzelf een overtuigende rol te creëren en die rol via de moderne methode van method acting geloofwaardig te spelen. De rol die de eerste minister voor zichzelf heeft gecreëerd, is die van de onverstoorbare staatsman, een man van realisme en no nonsense, geen blinde bestormer of wilde voluntarist, maar een rustige realist, de anti-Verhofstadt, zo men wil. Hij is de man die, zoals beschreven in de eerste regel van het gedicht If van Rudyard Kipling, er zijn hoofd bijhoudt terwijl alle anderen panieken en de schuld op hem schuiven. Tenminste, die schijn wil hij uitstralen. Het is een mooi beeld, maar ook niet meer dan een beeld. Aan ons en de bevolking wordt gevraagd te geloven in een hechte regeringsploeg die weet waar ze naartoe wil en het gekozen pad met rustige vastberadenheid bewandelt. Het antwoord op de crisis bestaat niet, zoals sommigen misschien hoopten, uit een batterij van concrete maatregelen gestoeld op het besef van een veranderende werkelijkheid en een visie over hoe met die werkelijkheid moet worden omgegaan. Neen, het blijft bij `geloof ons, we weten wat we doen', een variatie op het bekende thema van `de weg is lang, maar de gids is ervaren.' De grote goocheltruc van meester-illusionist Van Rompuy bestaat erin om wat sommigen misschien als machteloosheid, besluiteloosheid en verlamming percipiëren te vertalen naar rustige vastberadenheid. Er wordt ons gevraagd te geloven dat het schip niet stuurloos, niet de speelbal van de golven is, maar een welbepaalde koers vaart. Er wordt ons gevraagd te geloven dat de regering niet hopeloos verdeeld is zodat er niets kan worden gerealiseerd.
Er wordt ons gevraagd om in deze crisis vertrouwen te schenken om het vertrouwen. Er wordt ons ook gevraagd te vergeten dat deze regering allang voor de financiële crisis op volledige rust is gegaan. De zuinigheid aan ideeën en concrete maatregelen in de regeringsverklaring wordt voorgesteld als een beredeneerde respons op de crisis.
Collega Annemans merkte al op in de Kamer: `De premier gebruikt de crisis om het beleid van stilstand dat reeds vooraf bestond, te rechtvaardigen en verder te zetten.'
De inhoud van de regeringsverklaring is immers bijzonder mager. Geen woord over de grondige hervorming van de sociale zekerheid, de heilige koe van België. De overheidsdotatie aan de sociale zekerheid blijft stijgen, meer bepaald met 2,3 miljard euro. De PS kan tevreden zijn.
Het staatsapparaat, mogelijk met uitzondering van defensie, maar dat valt nog af te wachten, blijft onaangeroerd.
Nochtans vragen beide dossiers al sinds lang om een stevige aanpak. Een goed bestuurder zou de periode van crisis hebben aangegrepen om lang uitgestelde besparingen en moderniseringen te realiseren nu de publieke opinie er misschien meer begrip voor kan opbrengen.
De regering kondigt nogmaals aan dat ze de fiscale fraude zal aanpakken. Dat is niet helemaal onterecht, maar de fraude in de sociale zekerheid, vooral dan in Wallonië, blijft buiten schot.
Justitie wordt vermeld, zij het erg vaag.
Ook inzake migratie worden alleen marginale maatregelen genomen die niet tot de kern van het probleem doordringen. De voorstanders van massale regularisatie hebben hun slag thuisgehaald want tienduizenden illegalen zullen worden geregulariseerd en in hun spoor nog eens tienduizenden uit de volgmigratie.
De tegenstanders van de snel-Belgwet, moeten vrede nemen met de hoop op minimale aanpassingen, terwijl het migratieprobleem acuter is dan ooit. Het aantal asielzoekers stijgt opnieuw snel. De open grenzen van Europa lokken nu niet alleen meer niet-Europeanen, maar ook Europeanen van niet-Europese afkomst naar de weldaden van de Belgische sociale zekerheid. Dat zal op termijn rampzalig zijn voor de maatschappelijke cohesie. Zelfs in tijden van crisis weigert men onder ogen te zien wat de ondraaglijke budgettaire gevolgen hiervan zijn.
Brussel-Halle-Vilvoorde, het voornaamste struikelblok voor de regering, wordt gewoonweg niet vermeld. De Engelsen zeggen dan: There is an elephant in the room. Alle andere aanwezigen in de Kamer doen alsof het beest er niet zit.
Ik heb echter vernomen dat de Duitstalige Gemeenschap overweegt om ook een belangenconflict in te roepen. Niet alleen is het lachwekkend, surreëel en potsierlijk een belangenconflict in te roepen voor een lokale problematiek op 200 kilometer van hun deur.
Ik moet toegeven dat ik erdoor geschrokken ben. Hoe de heer Lambertz het ook uitlegt, de Vlamingen kunnen alleen percipiëren dat de Duitstaligen partij kiezen tegen de Vlamingen. Ik vind dat een zeer gevaarlijke ontwikkeling en ik hoop dat behoedzame geesten als de heer Collas, er hun gemeenschapsgenoten van kunnen overtuigen zich niet in dat avontuur te storten.
Er wordt ook geargumenteerd dat dit niet het moment is om communautaire twisten uit te vechten en dat het erop aankomt de crisis te bestrijden.
De Vlamingen moeten dus een beetje redelijk zijn, bijvoorbeeld over Brussel-Halle-Vilvoorde. Dat argument wordt echter nooit ingeroepen ten aanzien van de Franstaligen. De Vlamingen vragen dat een ongrondwettige situatie, een onuitlegbare anomalie zou worden weggewerkt. Is het in deze tijden van crisis dan niet onredelijk en onverantwoord te eisen dat die ongrondwettigheid blijft bestaan? Is het niet onverantwoord dat allerlei kunstgrepen worden aangewend, inclusief een belangenconflict laten inroepen door de Duitstalige Gemeenschap om een beslissing van een democratische meerderheid onmogelijk te maken? Wie veroorzaakt dan een communautaire crisis?
Over de staatshervorming wordt verder niets vermeld. Ter informatie wordt alleen beklemtoond dat de uitdaging er nog is. Alle Vlaamse partijen drongen in hun verkiezingsprogramma aan op een staatshervorming.
Het is tekenend voor de verhoudingen in dit land, dat dergelijke Vlaamse unanimiteit niet kan uitmonden in al was het maar een vage belofte in het regeerakkoord.
De premier zegt nu: `Misschien wordt er iets mogelijk in de lente van 2010, want ik krijg positieve signalen van bereidwilligheid.'. Ik weet niet waarover hij het heeft, want volgens mevrouw Milquet is het onderwerp niet aan de orde. Wat zijn dat voor positieve signalen? Is dat een betekenisvolle lichaamstaal of een knipoog aan de andere kant van de tafel? Hij zal zich nader moeten verklaren.
Ik vermoed dat we nog niet onmiddellijk aan de volgende staatshervorming toe zijn.
Nog een woord over het gebrek aan begrotingsevenwicht en het nakomen van de verplichtingen van het Europese stabiliteitspact.
Eerste vaststelling: de budgettaire inspanningen - of stuiptrekkingen - bestaan voor twee derden uit extra inkomsten en voor slechts een derde uit minder uitgaven. Ook dat past in de politieke logica van dit land. De inkomsten komen disproportioneel uit Vlaanderen en de uitgaven gaan disproportioneel naar Wallonië. Men had eindelijk begrip bij de bevolking kunnen vinden om langs de kant van de uitgaven te besparen, maar men doet net het omgekeerde.
Tweede vaststelling: het gat in de begroting blijft niettemin zeer aanzienlijk en zadelt de komende generatie op met een grote last.
Derde vaststelling: de financiële maatregelen zijn in het beste geval twijfelachtig en in het slechtste geval nefast of onrechtvaardig. SUEZ komt er vanaf met een jaarlijkse bijdrage van iets meer dan 200 miljoen per jaar. De 250 miljoen van 2008 en de 500 miljoen van 2009 zijn speculatief, om het zacht uit te drukken. Het gaat trouwens om een fractie van de winsten die zullen worden gemaakt als gevolg van het openhouden van de kerncentrales.
Nu blijkt zelfs dat de bijdragen voor 2010 tot 2014 niet eens op papier staan. De bijdrage van vorig jaar is betaald, maar wordt aangevochten. Die van dit jaar wordt niet betaald en voor die van volgend jaar zullen we waarschijnlijk moeten rekenen op de reeds vermelde positieve signalen van bereidwilligheid, zoals voor de staatshervorming.
De waarborgpremie voor de banken is even gebrekkig geregeld.
Argenta en andere banken hebben overschot van gelijk wanneer ze niet begrijpen waarom de banken die op een secure wijze zijn blijven bankieren, zonder dwaze risico's of rommelkredieten, evengoed de rekening zullen moeten betalen als de avonturiers die de crisis veroorzaakten en die op kosten van de belastingbetaler moesten worden gered.
Samen met Paul De Grauwe vinden we het bovendien een blunder de deposito's en de spaarrekeningen van de cliënten als basis voor de aanslag te nemen. Dat zijn precies de stabiele bronnen voor de banken. De interbancaire deposito's, die erg volatiel zijn, blijven buiten schot. Ik citeer de voorspelling van De Tijd: `De heffing maakt echter dat de banken voor een stuk ontmoedigd worden om bijzonder veel energie te steken in de spaarmarkt en zich misschien weer gaan financieren op de interbankenmarkt of met risicovollere producten'.
De waarborg van de overheid voor de banken wordt hierdoor expliciet en niet langer impliciet of speculatief. Sommigen vragen zich luidop af of de banken daardoor wel voor hun verantwoordelijkheid worden geplaatst en niet veeleer van hun verantwoordelijkheid worden ontheven.
Nu verneem ik dat de regering verklaart dat men dat niet al te letterlijk moet nemen, dat ze bereid is de maatregel ten aanzien van de banken te herzien en een voorstel van de banken zelf in overweging te nemen. Dat heet nu regeren met rustige vastberadenheid.
Tot slot: wie zal de rekening betalen wanneer Europa ons op de vingers tikt voor het begrotingstekort?
Minister Vanhengel liet al in zijn kaarten kijken. Hij vindt dat de financieringswet aan herziening toe is. Op zich hoeft dat niet eens, aangezien Europa het begrotingsevenwicht globaal bekijkt, als het totaal van alle overheidsbegrotingen van dit land.
Vlaanderen bespaart fors, zoals het hoort, namelijk 6% in 2010. Het evenwicht zal in 2011 al worden bereikt.
Wallonië bespaart slechts 3% en zal het evenwicht pas in 2015 bereiken.
In Brussel zegt men doodleuk dat het evenwicht pas gehaald zal worden in 2018, in 2019 of misschien zelfs pas in 2020. Waarom niet in 2120?
De begroting van alle overheden samen zal op zijn vroegst in 2015 in evenwicht zijn.
Het spaarzame Vlaanderen zal alweer de spilzuchtige Belgische staat moeten redden.
Ik besluit met enkele citaten van neutrale waarnemers.
Bart Sturtewagen zegt in De Standaard: `Dezelfde Van Rompuy zou in de oppositie van deze begroting brandhout gemaakt hebben. In de komende jaren wordt onvermijdelijk een schuldaangroei opgebouwd die we nog een generatie zullen meeslepen.'
Marc De Vos, directeur van het Itinera Institute beweert: `Deze begroting gaat niet veel helpen en zal perverse gevolgen hebben op middellange en lange termijn. Wat men doet met de banken, is werkelijk het omgekeerde van wat men had moeten doen.'
Yves Delacollette, voormalig voorzitter van Deutsche Bank België stelt: `De heffing op de banken is puur bedrog.'
Liesbeth Van Impe schrijft in Het Nieuwsblad: `Eigenlijk zouden alle partijen met het schaamrood op de wangen moeten zitten.'
Bij Ivan Van De Cloot, econoom van het Itinera Institute lezen we: `Het begrotingswerk van de federale regering is gerommel in de marge.'
Johan Van Overtveldt, voormalig hoofdredacteur van Trends en nu directeur van het Itinera Institute schrijft dan weer: `De kans om de crisis aan te wenden om lang uitgestelde structurele hervormingen nu door te voeren, is vrijwel compleet gemist.'
Paul De Grauwe zegt het volgende over de bankheffing: `De overheid is erin geslaagd een uitstekend idee om te vormen tot een gevaarlijke miskleun. Een miskleun die niet alleen onrechtvaardig is, maar ook de risico's op een toekomstige bankencrisis verhoogt.'
Professor Matthijs, begrotingsspecialist schrijft tenslotte: `Deze begroting is een opeenstapeling van floddertjes die de langetermijncheck niet zal overleven.'
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Welke alternatieven stellen die mensen voor?
De heer Jurgen Ceder (VB). - De heer De Grauwe is zeer duidelijk. Met de heffing op de banken wordt volgens hem een aanslag gepleegd op de stabiele bronnen van inkomen voor de banken, terwijl het natuurlijk omgekeerd moet zijn.
Elk van de geciteerde mensen stelt alternatieven voor. Aangezien ik echter niet in hun plaats kan spreken, stel ik voor dat u hun artikelen leest. Misschien kan de regering voortaan eerst eens met die mensen gaan praten in plaats van te wachten op de kritieken in de kranten alvorens toe te geven dat de maatregelen ten aanzien van de banken toch niet zo goed waren. Ze kunnen misschien eerst eens luisteren naar hun voorstellen.
De regeringsverklaring is bij wijlen poëtisch en zal hier en daar wel wat inspiratie geven voor de volgende kalender van de Bond zonder Naam. Er staat echter nauwelijks iets in en wat er in staat kan dan nog negatieve gevolgen hebben. In normale tijden is dat zeer betreurenswaardig, maar in tijden van diepe crisis is het onvergeeflijk.
Mevrouw Dominique Tilmans (MR). - Ondanks een moeilijk economisch klimaat en een ingewikkelde budgettaire oefening verwelkomen wij vandaag het werk van de regering. Dat gaat in de richting van een snelle terugkeer naar een budgettair evenwicht terwijl het relanceplan wordt voortgezet. De terugkeer naar een evenwicht is normaal gepland tegen 2015, maar redelijke schattingen laten vanaf 2013 een tekort van minder dan 3% zien, het maximum dat Europa in het raam van het stabiliteits- en budgettairevenwichtspact toestaat.
Gesaneerde openbare financiën vormen de sokkel waarop het vertrouwen wordt gebouwd, wat de onontbeerlijke basis is voor economische groei en werkgelegenheid, die op hun beurt zorgen voor solidariteit en herverdeling van de rijkdom. De invoering van de tijdelijke werkloosheid heeft een sociaal drama voorkomen, maar er blijft grote ongerustheid over de werkgelegenheid. Volgens een studie van het IRES gingen sinds 1 september 2009 zowat 45 000 arbeidsplaatsen verloren. In augustus lag het aantal werklozen bijna 12% hoger dan in augustus 2008. Daarbovenop komt het groeiend aantal jongeren dat geen plaats vindt op de arbeidsmarkt.
Het jaar 2010 kondigt zich dus als moeilijk aan. De MR verwacht moedige maatregelen. Onze partij is voorstander van een nieuw fiscaal evenwicht ten voordele van de werkgelegenheid. De daling van de lasten op arbeid blijft voor ons meer dan ooit een prioriteit. Die kan worden gecompenseerd door de invoering van een heffing op gedrag dat schadelijk is voor het milieu en de voortzetting van een systematische aanpak van de fiscale en sociale fraude.
Voor 2010 is de koopkracht van de burgers een prioritaire bekommernis van de regering. Die had kunnen kiezen voor een hogere fiscale aanslag, maar ze heeft dit vermeden en integendeel geopteerd voor een lastenverlaging.
Ik ben dan ook blij met de beslissing om, in overleg met de gewestregeringen, specifieke steunmaatregelen ten voordele van de landbouw te nemen. Hier spreekt iemand van de provincie Luxemburg en die maatregel verheugt me dan ook. De regering geeft aan die sector 20 miljoen euro per jaar gedurende drie jaar om de lasten te verlagen. Die inspanning moet duizenden ontredderde landbouwers opnieuw hoop en vertrouwen geven.
Ik ben ook blij met de verlenging van het btw-tarief tot 6% voor nieuwbouw en de verlaging van de btw van 21 naar 12% in de horeca, in de hoop dat het uiteindelijke doel een btw-tarief van 6% blijft.
De regering heeft er tevens over gewaakt dat de inspanning zich ook richt - en dat op substantiële wijze - op de bank- en energiesector. De bijdrage van de financiële sector zal ongeveer 200 miljoen euro bedragen in 2010 en 540 miljoen euro vanaf 2011. Bij die bedragen moeten de aanvullende mechanismen worden gerekend, die voor 2011 op 130 miljoen euro worden geschat. Die sommen komen bovenop de bedragen die de banken al moeten betalen als vergoeding voor de garanties voor leningen en de dividenden op staatsparticipaties in het kapitaal.
Ondanks de crisis, die ons ten volle treft, blijft de regering een beleid op lange termijn volgen om de toekomstige uitdagingen te beantwoorden waarmee onze samenleving door de vergrijzing van onze bevolking zal worden geconfronteerd.
Het Toekomstfonds voor de Gezondheidszorg zal verder worden gestijfd; bijna 300 van de 700 miljoen euro overschot van de begroting voor gezondheidszorg zal daaraan worden toegewezen.
Inzake het gezondheidsbeleid krijgt het Fonds voor de vergoeding van het falen bij medische verzorging een initiële dotatie van 5,8 miljoen euro. De discussie over de vergoeding van de schade ingevolge gezondheidszorg duurt nu al vele jaren en het wordt tijd dat hieraan een einde komt. Onze partij heeft altijd gepleit voor de oprichting van een fonds voor schadeloosstelling van therapeutische en diagnostische ongevallen. Ze heeft wetsvoorstellen in die zin ingediend en daarover zelfs een colloquium georganiseerd. Het wordt tijd dat die wetgeving zo snel mogelijk effectief tot stand komt.
Er worden maatregelen genomen ten voordele van de verpleegsters om de aantrekkelijkheid van hun beroep te versterken. Dat is een goede zaak, want het betreft een moeilijk beroep waarvan de herwaardering werd verwacht.
Er wordt een bedrag besteed aan de koppeling van de sociale uitkeringen aan het welzijnspeil in 2011. Een deel daarvan gaat naar de werknemers, een ander naar de zelfstandigen.
Ondanks de economische crisis houdt de regering vast aan haar belofte voor een inhaalbeweging van de pensioenen van de zelfstandigen. Dat is een essentieel punt voor de liberalen.
Inzake werkgelegenheid zijn we verheugd dat in bijkomende lastenverminderingen wordt voorzien. De verlaging van de lasten op arbeid blijft voor ons prioritair.
Het gerechtelijk apparaat en zijn werking ten gronde willen moderniseren is een door de regering aangekondigd ambitieus project. Het is ontegensprekelijk een uitdaging.
Mijn fractie vraagt zich nochtans af of niet opnieuw aan de legitieme verwachtingen van de burgers, rechtzoekenden of niet, en van de actoren zal worden voorbijgegaan. Ik denk met name aan de traagheid van de burgerlijke en strafprocedures en van de expertises, de niet-uitvoering van gevangenisstraffen van minder dan drie jaar, aan zittingen die niet worden bijgewoond.
Wij wensen zeer sterk dat het aangekondigde justitiebeleid opnieuw vertrouwen in justitie geeft.
Ook inzake de overbevolking in de gevangenissen wordt het tijd actie te ondernemen. Zowel voor het slachtoffer als voor de veroordeelde blijven de problemen groot. Het is bijzonder schokkend voor de slachtoffers en onaanvaardbaar dat delinquenten vrij rondlopen door een gebrek aan plaats in de gevangenissen. Tegelijk beantwoordt het samen opsluiten van verschillende veroordeelden in cellen voor één persoon niet meer aan de menselijke waardigheid. Ik herinner eraan dat mijn fractie destijds een wetsvoorstel heeft ingediend om het gebruik van de elektronische enkelband te bevorderen.
Mijn fractie is blij met de wens in deze regeringsverklaring om het nodige te doen om een efficiënt beleid inzake de strafuitvoering te garanderen. Wij hechten sinds lang bijzondere aandacht aan dit probleem, waarover wij altijd diepgaand en op verantwoorde wijze hebben nagedacht.
Het is ten slotte onontbeerlijk het tuchtrecht te herdefiniëren. De gemaakte keuzen mogen geen voorwendsel zijn voor nodeloos getalm. Het is tijd om iets te doen. Het vertrouwen in justitie staat op het spel.
Op het vlak van veiligheid herinner ik eraan dat de politiehervorming haar tiende verjaardag viert. Haar nut en doeltreffendheid werden al talloze malen aangetoond. Op een ogenblik dat wordt gesproken over een substantiële verlaging van het personeelsbestand - 50% van het personeel dat op pensioen gaat zou niet worden vervangen - wordt het tijd voor een evaluatie eer men zich uitspreekt.
In deze tijden van crisis is het ondenkbaar dat mensen zonder papieren massaal worden geregulariseerd zonder een grondig en minutieus onderzoek van elke aanvraag.
We moeten trouwens, op basis van de gekozen criteria, zeer waakzaam blijven wat de kostprijs voor de Staat betreft. Wij zullen ervoor zorgen dat wij geregeld worden geïnformeerd over het aantal ingediende aanvragen.
Op internationaal vlak zal België opnieuw de kans en het voorrecht hebben het EU-voorzitterschap te bekleden tijdens de tweede helft van 2010. We zullen met het Spaanse en Hongaarse covoorzitterschap grote toekomstprojecten aangaan. Ik denk met name aan de uitweg uit de economische en financiële crisis en de hervorming van de banksector.
Een ander groot project betreft de energie en het klimaat in het zog van de conferentie van Kopenhagen. De Europese inzet is ambitieus: een verlaging met 20 tot 30% van de CO2-uitstoot. We moeten nochtans moedig zijn. We moeten de ecologische eisen omzetten in economische kansen voor onze ondernemingen en in werkgelegenheid.
Op internationaal vlak wacht ons een derde uitdaging: onze relaties met het zuiden van de Middellandse Zee en het Afrikaanse continent. We moeten onszelf de middelen geven om daarmee een relatie van partnerschap en gezamenlijke ontwikkeling aan te gaan. De Europees-Afrikaanse top geeft ons daartoe de gelegenheid. De verhoging van onze publieke ontwikkelingshulp, die de symbolische drempel van 0,7% van het BBP zal bereiken, siert ons land en zal het, onder leiding van minister Charles Michel, mogelijk maken projecten op te zetten die constructief en toekomstgericht zijn.
Tot slot mogen we niet vergeten dat onze soldaten op vele terreinen actief zijn, in Libanon en Afghanistan, om de vrede te herstellen en te handhaven. Ze zijn de trots van onze natie. Ik betuig hun daarvoor mijn erkentelijkheid.
Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Toen we hier vorig jaar stonden, ging een schokgolf door de wereld. Aan de hoogconjunctuur kwam een abrupt einde toen gerenommeerde financiële instellingen in elkaar zakten. Sommige bedrijven vielen letterlijk stil. Er heerste woede om het immorele gedrag van bankiers, maar er was vooral grote onzekerheid en ongerustheid over de toekomst. Dit jaar daalt ons bruto binnenlands product met meer dan drie percent. Het is van de jaren dertig van vorige eeuw geleden dat onze economie een dergelijke terugval kent, met als gevolg een onvermijdelijke ontsporing van het budget bij alle overheden. Die ontsporing is zowel te wijten aan lagere belastinginkomsten en hogere sociale uitgaven als aan de relancemaatregelen die ons land en andere landen hebben genomen om de crisis te bestrijden.
Met haar beleidsverklaring, met haar begroting en met de akkoorden die ze met de regionale regeringen heeft gesloten, geeft de federale regering onder leiding van eerste minister Herman Van Rompuy een perspectief om gezamenlijk uit deze crisis te raken. Er is maar één methode om dat te doen: over verschillende jaren stap voor stap naar een budgettair evenwicht gaan. Overigens doen sommige buurlanden in 2010 helemaal niets om de begroting op orde te stellen en wachten ze tot de groei echt aantrekt.
De CD&V-fractie meent dat de begroting waarachtig en duurzaam is. De regering goochelt niet met holle cijfers, ze doet echt een inspanning van 3,3 miljard euro en de maatregelen blijven doorwerken na 2011. De begroting is zuinig, zoals in de tijd van eerste minister Jean-Luc Dehaene. We geven niet meer uit dan nodig; we zetten de tering naar de nering. De begroting is rechtvaardig. De sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. De meest kwetsbaren worden ontzien, niet alleen in België, want we zijn ook solidair met de zwaksten in de wereld. In 2010 halen we voor het eerst de doelstelling van de 0,7% van het bruto binnenlands product voor ontwikkelingssamenwerking.
De beleidsverklaring is meer dan cijferwerk en getuigt van een visie op de aanpak van de problemen waarmee ons land wordt geconfronteerd. De regering bereikte deze zomer en de voorbije dagen een evenwichtig akkoord over het delicate vraagstuk van asiel en migratie. Inzake regularisaties wordt duidelijkheid verschaft aan wie hier al is, en wordt in het bijzonder een opening gemaakt voor bijzonder prangende humanitaire situaties en mensen zonder papieren die hier sociaal verankerd zijn. Tegelijk worden de schijnhuwelijken aangepakt, wordt de snel-Belgwet strenger en wordt voor gezinsherenigingen een inkomenseis gesteld.
Dit evenwichtige akkoord weerspiegelt goed de visie van CD&V terzake. Collega Lanjri heeft vijf jaar geleden en nu ook opnieuw in de Senaat, met de steun van velen, een resolutie rond schijnhuwelijken ingediend. Ze stelde toen al voor een databank op te richten met alle gegevens over personen die een schijnhuwelijk proberen aan te gaan en een referentiemagistraat aan te stellen om in alle gemeenten tot een uniforme aanpak te komen. Deze punten worden nu uitgevoerd. Verder komt er nu een regeling voor de schijnsamenlevingscontracten en komen er controles in het buitenland voor het voorkomen van frauduleuze huwelijken.
Wat het terugschroeven van de snel-Belgwet betreft, zijn we vooral tevreden dat deze migratie neutraal wordt. Iemand die Belg wil worden, moet voortaan een werkelijke band met ons land hebben: hier wonen en minstens een verblijfsvergunning van onbepaalde duur hebben. We beamen ook de nieuwe voorwaarden inzake integratiebereidheid, namelijk het kennen van een van de landstalen. Inzake gezinshereniging benadrukken we vooral het opleggen van een inkomens- en integratievereiste; ook dat is een punt waar CD&V al lang op aandrong.
Onze fractie steunt de keuze voor een meer efficiënt en effectief overheidsapparaat. Ik mag zelfs stellen dat onze ministers op verschillende domeinen het voortouw nemen. Inzake het bestuur van onze overheid zetten we de vermindering van het aantal federale ambtenaren door.
In die aanpak is het voor ons van belang dat de voorzitters van de FOD verantwoordelijk blijven voor het personeelsbeleid en dat het niet aan politieke interventie wordt overgelaten. Daarom zijn we ook tevreden dat niet gekozen is voor een vast vervangingspercentage van de ambtenaren die met pensioen vertrekken. Dat zou immers te streng zijn voor entiteiten met veel en te soepel voor entiteiten met weinig vertrekkers.
Onze fractie verwelkomt de doorgedreven strijd die wordt geleverd tegen de fraude. In tegenstelling tot vroeger kijkt men nu met open vizier naar de fraude en heeft men oog voor de verschillende betrokken sectoren. Fraudebestrijding is niet langer een sluitpost in een begroting, maar een eigen domein met een duidelijke doelstelling, meer bepaald een rechtvaardige toepassing van de fiscale en sociale wetgeving.
In het antifraudebeleid kunnen we drie beleidslijnen detecteren. Fraude is niet langer een zaak van fiscus en sociale administratie, maar van politie, justitie en economische zaken. Een gecoördineerde aanpak staat voorop. Voorts wordt de hele ketting van de fraudebestrijding onder handen genomen, gaande van preventie en detectie over controle en fraudebestrijding tot een efficiënter vervolgingsbeleid en afdoende bestraffing. De hoeksteen is een betere gegevensuitwisseling. Tot slot worden structurele maatregelen genomen. Terwijl met voorheen al te vaak punctuele acties uitvoerde in één welbepaalde sector, focust men nu op maatregelen die een blijvend effect ressorteren.
Al twintig jaar wordt de discussie gevoerd over een kleiner en slagvaardiger leger. Daarover bestaat een maatschappelijke consensus. We weten ook dat een dergelijke hervorming niet gemakkelijk is, maar gebaseerd is op objectieve criteria om ook hier belangrijke efficiëntiewinsten te boeken. Onze fractie steunt de regering en de betrokken minister ten volle om deze opdracht tot een goed einde te brengen.
Dat justitie moet worden hervormd is het afgelopen jaar voldoende gebleken. De bevolking heeft recht op een snel en rechtvaardig werkende justitie waarop ze kan vertrouwen. De hervorming van het gerechtelijke landschap staat op de agenda evenals de hervorming inzake tucht en deontologie van de magistraten.
Ik kan niet nalaten opnieuw te verwijzen naar de politieke evenementen van de voorbije maanden. Een brief van de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie lag eind vorig jaar aan de basis van het ontslag van de regering. In de Fortisaffaire is luidens de media vandaag een nieuwe stap gezet. De onderzoeksrechter heeft geen bewijzen gevonden voor een beïnvloeding van de rechtsgang door de regering. De focus verlegt zich daarentegen volop naar manoeuvres in het gerecht zelf. Daardoor komt ook de brief van de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie in een andere daglicht te staan. Deze kwestie is van uitzonderlijk belang voor de democratie in ons land. Daarom dringt onze fractie aan dat regering en gerecht alle mogelijke initiatieven nemen om de volledige waarheid over deze zaak bloot te leggen. (Applaus)
De CD&V-fractie is verheugd dat de regering, zelfs in bijzonder moeilijke budgettaire omstandigheden, de strijd tegen de armoede niet loslaat. Naast de verdere uitvoering van het federale armoedeplan, worden extra middelen uitgetrokken voor nieuwe maatregelen ten behoeve van bijzonder zwakke groepen.
2010 wordt een uitzonderlijk jaar. België zal tijdens het tweede halfjaar het voorzitterschap van Europese Unie opnemen. 2010 is ook het Europees jaar van de bestrijding van de armoede en de sociale uitsluiting. Een unieke gelegenheid om van armoedebestrijding een echte prioriteit te maken en bovenaan de Europese agenda te plaatsen.
Hoe diep deze crisis is, ondervinden vooral de landen in het Zuiden. Wat wij in onze geldbeugel merken, voelen zij in hun maag. De Millenniumdoelstellingen in de strijd tegen de extreme armoede staan onder druk. De inspanningen van de voorbije tien jaar dreigen ten dele verloren te gaan. Vandaag is het Wereldvoedseldag en overheersen bittere gevoelens bij de honger in de wereld. Volgens de FAO zijn er sinds de jaren zeventig nooit zoveel ondervoede mensen geweest: vandaag meer dan één miljard. Deze cijfers bewijzen dat de crisis het Zuiden bijzonder hard treft.
Meer dan ooit moeten we investeren in duurzame familiale landbouw en in voedselzekerheid. De CD&V-fractie is dan ook verheugd dat de regering ook in tijden van crisis wel haar verantwoordelijkheid neemt en de internationale verbintenis van 0,7% van het bruto nationaal inkomen voor ontwikkelingshulp in 2010 zal halen.
We waarderen de verhoogde aandacht van de regering voor Centraal-Afrika. De komende twee jaar vinden in Rwanda, Burundi en de Democratische Republiek Congo verkiezingen plaats. Ik hoop dat ons land die zal steunen en als waarnemer er mede zal op toezien dat ze in volle openheid kunnen plaatsvinden.
Met de witte anjer, die de parlementsleden dinsdag ontvingen van de coalitie `Allen Samen voor vrouwen in de Democratische Republiek Congo', worden we door de civiele maatschappij in ons eigen land aangezet om ons verder in te zetten voor de vrede en de reconstructie in die regio. Meer in het algemeen moeten we in de heropbouw van onze relaties met de DRC en met andere landen de nodige kritische ingesteldheid aan de dag blijven leggen. Zo zullen we als een geloofwaardige gesprekspartner worden beschouwd en zullen we met vertrouwen het voorzitterschap van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties kunnen uitoefenen. (Applaus)
De heer José Daras (Ecolo). - Gisterenmiddag, terwijl ik rustig mijn uiteenzetting aan het voorbereiden was, heb ik via internet een zeer verontrustend bericht van Belga ontvangen. De heer Mestrallet verklaarde immers dat hij dit jaar geen 500 miljoen euro zal betalen, maar nul euro! Daarom begin ik mijn uiteenzetting met dit dossier.
Dat bericht heeft mij verbaasd, want er waren onderhandelingen gevoerd met de leiders van GDF SUEZ in Parijs, en de minister van Energie had onlangs nog gezegd dat het dossier over het uitstel van de kernuitstap en dat van het binnenhalen van een deel van de nucleaire rente twee zeer verschillende dossiers waren.
Onlangs pakte de Franse krant Les Echos uit met de titel: `GDF SUEZ obtient à bon prix la prolongation de ses centrales belges', GDF SUEZ verkrijgt goedkoop het langer openhouden van de Belgische centrales. Het artikel vervolgt met de melding dat GDF SUEZ relatief weinig moet betalen voor het langer openhouden van de Belgische kerncentrales, dat GDF SUEZ en EDF via hun lokale filialen, Electrabel en SPE, van 2010 tot 2014 jaarlijks 215 tot 245 miljoen euro zullen bijdragen aan de rijksbegroting, dat GDF SUEZ daarvan 73% zal leveren en EDF de rest zal betalen, dat GDF SUEZ zich er tevens toe moest verbinden in België 500 miljoen euro te investeren in duurzame energie, wat een grote overwinning lijkt te zijn voor de minister van Energie!
Verder staat in die tekst dat deze aankondiging voor de Franse groep geen plotselinge verandering inhoudt aangezien GDF SUEZ in 2008 al een miljard euro heeft geïnvesteerd in duurzame energie en van plan is dit jaar evenveel te investeren.
Wat duurzame energie betreft, hebben wij dus niets verkregen naast de investeringen waarin de groep al had voorzien. Op het eerste gezicht zijn die 500 miljoen zelfs een minimum.
Enkele dagen geleden zei de minister nochtans dat er geen enkel verband bestaat tussen het langer openhouden van de kerncentrales en de bedragen uit de nucleaire rente. Over een periode van vijf jaar zou dat iets meer dan een miljard euro moeten zijn.
In 2008 heeft GDF SUEZ 250 miljoen betaald, maar het betwist dat bedrag; voor 2009 zal volgens de heer Mestrallet niets worden betaald. De regering heeft dus al 750 miljoen verloren voordat ze de jaarlijkse 235 miljoen van de nucleaire rente heeft binnengehaald.
De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen. - De bedragen voor 2008 zijn betaald. Ze worden nog altijd betwist, om dezelfde reden als die voor 2009, maar ze zijn betaald. U citeert het bedrag van 750 miljoen, u moet dat element dan ook minstens nuanceren. Voor het overige zal er uiteraard nog een politiek debat volgen.
De heer José Daras (Ecolo). - Feitelijk hebt u gelijk. Het geld werd betaald. Het wordt betwist en moet misschien worden terugbetaald. Dat zou surrealistisch zijn.
Wie beslist eigenlijk over de bevoegdheid van onze Staat om belastingen en heffingen op te leggen? Wie heeft zich hier laten bedriegen? Zijzelf zijn ervan overtuigd dat ze een goede zaak hebben gedaan. Ze hebben zonder veel inspanning verkregen dat de centrales langer worden opengehouden. Dat zeggen ze in ieder geval zelf. En dit alles werd perfect georchestreerd.
Moet ik herinneren aan de voorcampagne van het Nucleair Forum dat enkele maanden geleden georganiseerd werd? Het is een maat voor niets. De aandacht wordt vastgehouden met enkele stellingnamen van de ene of de andere. Dan, op het ogenblik dat de beslissing moet worden genomen, start een nieuwe campagne, die zeer ver gaat: televisie, grote affiches, tot placemats in cafés en restaurants! Wanneer u eet, morst u op de reclame van het Nucleair Forum dat u ervan overtuigt dat er geen elektriciteit meer zal zijn om uw biertje te koelen als de centrales niet langer open mogen blijven!
Die campagne wordt gefinancierd, enerzijds, met overheidsmiddelen, geld van de maatschappijen die door de overheid worden gesteund en, anderzijds, met geld van Franse maatschappijen, geld dus dat afkomstig is van de factuur die elke consument in ons land betaalt.
In het Nucleair Forum bemerken we hoofdzakelijk AREVA, een maatschappij die nochtans ernstige budgettaire problemen heeft omdat ze blundert met haar kernreactor in Finland, wat bewijst dat die mensen in staat zijn een technologie te verkopen die niet in orde is en die tweemaal meer kost dan afgesproken. Verder zien we daar GDF SUEZ, zogenaamd Electrabel, haar lokaal filiaal, SPE, namelijk het lokaal filiaal van EDF, en Tractebel. Tot zover de samenstelling van het Nucleair Forum, dat toevallig een grote campagne voert om de publieke opinie te beïnvloeden op het ogenblik dat beslist zal worden om haar centrales langer open te houden. Daardoor zullen we echter gedurende vijf jaar 235 000 000 euro krijgen, met het risico dat zij 250 miljoen recupereren en 500 miljoen niet betalen.
De vraag rijst dan ook of de heer Mestrallet een bijzonder doorzichtig man is of eerder een idioot, want het akkoord is nog altijd niet ondertekend.
Nog voor het ondertekend wordt, kondigt die zeer voorzichtige man al aan dat hij niets zal betalen voor 2009.
Men heeft ons dus belogen door te zeggen dat er geen verband is tussen het langer openhouden van de centrales en het inpalmen van een gedeelte van de nucleaire rente. Volgens de Franse financiële experts zou het langer openhouden van de centrales 600 tot 800 miljoen winst moeten opleveren, waarvan wij een klein gedeelte zullen krijgen. Nu stelt men ons een akkoord voor dat zeer gunstig is voor Electrabel, dus voor GDF SUEZ en voor SPE, en dus voor EDF.
Bij het lezen van het deskundigenverslag opgesteld door de GEMIX-groep stellen we vast dat een expert, die enige intellectuele eerlijkheid aan de dag zou moeten leggen, voorbehoud heeft gemaakt bij de conclusies van dat verslag.
Overigens wordt rekening gehouden met verschillende hypotheses inzake de evolutie van het verbruik. Dat is betwistbaar want er is ook nog energiebesparing. Electrabel heeft zich er niet toe verbonden te investeren in energiebesparing, want dat brengt niets op voor de maatschappij. Het bedoelde verslag is pessimistisch over de inwerkingstelling van nieuwe eenheden, want het gaat ervan uit dat die er toch niet allemaal zullen komen. Het is ook pessimistisch over de invoercapaciteit, onder andere uit Frankrijk, aangezien de cijfers niet overeenstemmen met die in de Franse verslagen. Ik ben geen voorstander van een verhoging van de invoer, maar ik heb vastgesteld dat de cijfers in het GEMIX-verslag lager waren dan de door de Fransen meegedeelde cijfers.
Men heeft het over energieonafhankelijkheid. Laten we ernstig zijn: er is geen uranium bij ons, we hebben geen verrijkingsfabriek en we hebben geen engineeringmaatschappijen en zelfs geen productiemaatschappijen, want de betrokken maatschappijen zijn Frans of Duits. Wat energieonafhankelijkheid betreft, staan we dus nergens. De prijs wordt bepaald door de markt, en die prijs is niet gebaseerd op de basisproductie, maar op de marginale piekproductie en eventueel op het aantal kilowattuur dat men moet kopen, in geval van nood soms op de beurs. De markt bepaalt de prijs. Als dat niet het geval was, zou er geen sprake zijn van een dergelijke rente voor de centrales die al jaren zijn afgeschreven, een rente waarvan de regering een gedeelte wil binnenhalen. De regering zegt evenwel dat een opvolgingscomité ermee belast is de prijzen in de hand te houden en er op toe te zien dat niemand superwinsten maakt. Ik ben daar voorstander van, maar ik vraag me af waartoe de CREG dan nog dient. Ik weet dat de verstandhouding tussen de minister en de CREG niet zeer goed is. Maar waarom een ander opvolgingscomité oprichten en op basis van welke bevoegdheid zal dat comité erop toezien dat er geen superwinsten worden gemaakt?
Kernenergie vertegenwoordigt ongeveer 3% van de energie die vandaag wereldwijd wordt verbruikt en het aantal centrales neemt af. Zelfs indien men alle nieuwe centrales bouwt die wereldwijd werden gepland, zal dat geen enkel gevolg hebben op de uitstoot van broeikasgassen, want daarmee zal amper het huidige percentage kernenergie worden gehandhaafd.
Dat ontkent niemand. De heer Jancovici heeft dat onlangs nog toegegeven op een conferentie aan de Universiteit van Luik.
Om het hoofd te bieden aan de enorme uitdaging van het energie- en klimaatdossier neemt de regering er genoegen mee de kerncentrales tien jaar langer open te houden. Eigenlijk zou dat twintig jaar moeten zijn om de investeringen te verantwoorden. In een verslag dat Duitse experts overhandigd hebben aan de gewezen SPD-minister van Energie wordt geconcludeerd dat op dit ogenblik, gelet op de kostprijs van nieuw te bouwen centrales, gelet op het tempo waarmee centrales worden gesloten en andere worden gebouwd, de enige oplossing erin zou bestaan de oude centrales zestig jaar open te houden opdat kernenergie nog een rol van betekenis zou spelen. In het GEMIX-verslag wordt wel degelijk voorgesteld ze zestig jaar open te houden.
Als de regering ons spreekt over tien jaar, spot ze met ons. Het echte plan is twintig jaar voor alle centrales. Sommige partijen verdedigen die keuze. In een democratische assemblee is dat hun recht. Niemand heeft dat echter ooit gedaan. België zal dus als proefkonijn worden gebruikt. Zelfs Duitsland, dat thans bestuurd wordt door een rechtse regering, durft niet te spreken over tien jaar. De Duitsers weten zeer goed dat geen enkele centrale ter wereld vijftig jaar is opengebleven.
De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen. - U vergeet Zwitserland, mijnheer Daras.
De heer José Daras (Ecolo). - Ik zal dat nagaan, maar ik geloof niet dat er in Zwitserland centrales zijn van vijftig jaar. Ik wijs u er ook op dat wij, de dogmatici, al een periode van veertig jaar hebben aanvaard. Waar is dan het dogmatisme? In Finland werd een EPR verkocht die drie jaar vertraging heeft opgelopen en twee miljard meer zal kosten. En wat verkopen ze aan België om ons land de garantie te geven dat de levensduur van die centrales met tien of twintig jaar kan worden verlengd? Wind. Ze weten er niets van!
Het is een zeer ernstige historische beslissing die bovendien het beleid van de gewesten zal bezwaren. Voor overleg, waaraan maar twee regels worden gewijd, is het te laat. De heer Mestrallet, de baas van GDF SUEZ heeft overigens onlangs verklaard dat hij in 2009 niets zal betalen, terwijl het akkoord zelfs nog niet ondertekend is. Bravo!
Als gevolg van de crisis moesten twee grote uitdagingen worden aangegaan. In de eerste plaats moest dringend het dossier energie, klimaat, broeikasgas worden aangepakt en moest onze economie een nieuwe oriëntatie worden gegeven, met voorrang voor schone energie. De meerderheidsfracties hebben een uitstekende resolutie ingediend met betrekking tot een green deal. Ze stond op de agenda van de commissie voor de Financiën, maar we hadden geen tijd om ze te bespreken. Dat heeft in ieder geval geen zin meer.
Wij zijn hier niet om resoluties uit te werken, maar om daden te stellen, beslissingen te nemen en wetten te maken. De regering is hier om concrete beslissingen te nemen. De resolutie stond vol goede bedoelingen. We horen overigens niets meer over de klimaatwet van de heer Magnette.
Het tweede grote dossier betreft de financiële sector. Iedereen was het erover eens dat we de gelegenheid te baat moesten nemen om die sector te reguleren en te voorkomen dat een dergelijke crisis zich nog zou voordoen. Na de uiteenzetting van de heer Van Rompuy hebben wij overigens positieve informatie gekregen.
Onze partij vindt het positief dat de volledige prudentiële controle bij de Nationale Bank wordt ondergebracht. Ik weet niet hoe lang de overgangsfase zal duren, maar we zijn op de goede weg. Dat punt stond trouwens in de conclusies van de bijzondere commissie. Dat verheugt mij, ook al hebben wij daarover meer vernomen via de pers dan in de uiteenzetting van de heer Van Rompuy.
Bovendien is er sprake van een strengere controle op de producten die worden aangeboden aan de burger, de kleine spaarder, de klant van de banken. Die controle zou worden toevertrouwd aan de CBFA, die dus een bijkomende rol zou krijgen inzake dienstverlening aan de consument. Ik heb in de pers gelezen dat ze zelfs bepaalde producten zou mogen verbieden. Ik zie de staatssecretaris ja knikken. Dat is goed nieuws. Wij steunen die beslissing ten zeerste.
Na de positieve punten kom ik tot de aspecten die mij minder bevallen.
Het was de bedoeling de banken te doen betalen. Akkoord, maar waarom moet dat op basis van de staatswaarborg voor deposito's? De banken hebben al aangekondigd dat ze de kosten zullen verhalen op de klanten. Eigenlijk is het maar een waarborg die geactiveerd moet worden wanneer een bank failliet gaat.
De voorzitter. - U spreekt al twintig minuten, mijnheer Daras.
De heer José Daras (Ecolo). - Ik rond af, mijnheer de voorzitter.
Het zou beter geweest zijn de beursverrichtingen te belasten, bijvoorbeeld door systematisch een belasting van 0,5% op te leggen voor elke speculatieve beursverrichting. Die maatregel zou wellicht evenveel hebben opgebracht als de bedragen die de banken moeten betalen om de Staat te bedanken voor de geboden waarborg.
We hadden ook liever dat er een onderscheid werd gemaakt tussen de banken. De belasting geldt immers ook voor spaarbanken die niet bij de crisis betrokken waren, aangezien ze alleen maar spaargelden inzamelen en niets te maken hebben met speculatieve verrichtingen.
Het was dus beter geweest de beursverrichtingen te belasten, in de mate van het mogelijke ook wanneer de beslissingscentra niet meer in België gevestigd zijn, en een functiescheiding aan te moedigen binnen de banken.
Ik zal het kort hebben over de horecasector. De restauranthouders kondigen al aan dat de verlaging van het BTW-tarief hen niet in staat zal stellen extra personeel in dienst te nemen en dat ze bijna geen prijsvermindering zullen kunnen doorvoeren; sommigen hebben het over één euro. Als die zeer dure maatregel voor de Staat alleen als gevolg heeft dat de prijs van een spaghetti bolognese met één euro wordt verlaagd, is ze niet de moeite waard ... tenzij de regering die `beruchte garanties' gekregen heeft ten voordele van het scheppen van arbeidsplaatsen en de vermindering van het zwartwerk. Sta me toe sceptisch te zijn.
De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen. - Mijnheer Daras, een euro minder voor een spaghetti bolognese is niet te verwaarlozen. Tenzij u die eet in een peperduur restaurant is het een prijsvermindering die meer bedraagt dan de BTW.
De heer José Daras (Ecolo). - Het probleem is dat ik naast mijn spaghetti bolognese nog wijn en koffie neem. (Men glimlacht)
Ik besluit. Er staat zeer veel in deze verklaring. We moeten eerlijk zijn, we verkeerden in een zeer moeilijke situatie, maar we kunnen alleen maar sceptisch zijn ten opzichte van de beoogde ontvangsten en de mechanismen die in het leven werden geroepen. We zijn volledig tegen het langer openhouden van de kerncentrales, waarbij alleen de maatschappijen die ze bezitten, baat zullen hebben.
Deze verklaring bevat een beetje van alles, maar vooral van alles te weinig.
De heer Philippe Mahoux (PS). - Niemand ontkent dat we een crisis doormaken. Namens mijn fractie wil ik vooral blijven stilstaan bij de gevolgen van die crisis voor de bevolking. Ik laat me minder in met hen die de crisis veroorzaakt hebben en die nu dankzij hun gouden parachutes van een pensioen aan de kust of elders genieten.
De crisis heeft tastbare gevolgen voor het dagelijks leven van onze medeburgers op het vlak van werkgelegenheid, gezondheid en ook op hun vertrouwen in de instellingen, meer bepaald de politieke instellingen.
De bankencrisis is geleidelijk aan uitgegroeid tot een economische crisis die de regering via haar begroting het hoofd tracht te bieden. De begroting is weliswaar een exclusieve bevoegdheid van de Kamer en daardoor klinken onze toespraken hier wat kunstmatig.
Het antwoord van de regering heeft niet enkel betrekking op de cijfers, maar ook op de inhoud; de begroting heeft meer bepaald ook een sociale dimensie.
Het is van fundamenteel belang dat de evenwichten worden bewaard, vooral dan in de sociale zekerheid. Het tekort in de sociale zekerheid moet zo snel mogelijk worden aangevuld. De regeringsverklaring en de begroting bevatten daartoe maatregelen.
We staan er overigens op dat de gezondheidszorg kwaliteitsvol en toegankelijk blijft, niet uit cijferfetisjisme, maar omdat we het solidariteitsbeginsel en de koopkracht van onze medeburgers wensen te vrijwaren.
Uit voorgaande crisissen, namelijk uit de Aziatische crisis die geen diepgaande invloed heeft gehad op het gedrag van de financiële wereld, hebben we geleerd dat een soberheidsbeleid geen enkele positieve weerslag heeft op de crisis. Integendeel, de economische en sociale gevolgen worden groter en de crisis zelf wordt dus erger. Het lag dus voor de hand het door de regering voorgestelde economische beleid voort te zetten en zelfs te versterken.
Verder zijn er een aantal bijzondere maatregelen zoals de inspanningen voor bepaalde groepen van de bevolking, bijvoorbeeld de sociale bijstand voor personen met een handicap, de gedeeltelijke correctie van de wet van 1994 op de beroepsziekten en alle maatregelen ter ondersteuning van de gezondheidszorg.
We hebben die maatregelen niet zomaar verkregen. Voor het akkoord over de algemene afschaffing van de supplementen op de tweepersoonskamers in ziekenhuizen hebben we een lange strijd moeten voeren. Mijn fractie is daarover bijzonder verheugd. Hoe kon men die supplementen op tweepersoonskamers rechtvaardigen? De kwaliteit van de zorg hangt niet af van het kamertype en, als in ons land het solidariteitsprincipe geldt, mag de zorgkwaliteit evenmin afhangen van de prijs die de patiënt voor zijn verblijf betaalt.
Chronisch zieken worden voortaan beter opgevangen, in het bijzonder dankzij het Kankerplan.
In de strijd tegen aids moeten de inspanningen ten aanzien van niet-gediagnosticeerde seropositieven zowel hier als in de landen van het zuiden worden opgedreven. De prijs van de geneesmiddelen moet daartoe overigens nog dalen.
Ik wil de 4,5%-norm niet ter discussie stellen, maar een eventueel surplus moet in de sector van de sociale zekerheid blijven. Laten we evenwel voorzichtig zijn, want door een uitbreiding van de griepepidemie zouden de voorziene kosten wel eens overschreden kunnen worden. Hierover is hard onderhandeld, maar de minister van Sociale Aangelegenheden heeft haar slag thuisgehaald.
Voor de kwetsbare groepen en voor de strijd tegen de armoede voorziet de begroting in extra maatregelen. Onze collega, Olga Zrihen, leidt op dit ogenblik overigens een colloquium over de problematiek in dit Parlement.
De maatregelen inzake het werkgelegenheidsbeleid blijven gehandhaafd. Men verwacht dat het aantal werklozen in ons land zeer aanzienlijk zal stijgen. Rampen worden nooit met zekerheid voorspeld, maar we moeten wel klaarstaan om ze het hoofd te bieden.
We steunen uiteraard alle werkgelegenheidsmaatregelen, meer bepaald de maatregelen om jongeren aan de slag te krijgen, die aansluiten bij het beleid van de gewesten en de gemeenschappen.
We hebben ook rekening gehouden met het verplegend personeel en loonsverhogingen voor hen goedgekeurd.
Voortaan zijn de opvangkosten voor mindervaliden tot de leeftijd van achttien jaar in plaats van tot twaalf jaar aftrekbaar.
Alle sprekers hebben benadrukt dat de financiële wereld een bijdrage levert aan de begroting. Ik vind het normaal dat de bewindvoerders van de financiële wereld instaan voor de kosten van de crisis zodat de werknemers geen twee keer moeten betalen, één keer via de belasting aan de Staat, een tweede maal door de inkrimping van hun koopkracht of door extra belastingen op hun arbeid. Verschillende commissies in Kamer en Senaat buigen zich over de gevolgen van de financiële crisis. Wat wordt er van de gemengde commissie van Kamer en Senaat? Welk karakter heeft de commissie F?
Ik zou twee opmerkingen willen maken over de kernenergie en een derde aan het adres van de staatssecretaris van Begroting. Eerst wil ik verwijzen naar mijn verklaring bij de stemming over de wet betreffende de kernuitstap. Ik heb toen expressis verbis verklaard dat voor ons de stemming over die wet even belangrijk was als de stemming over de uitzonderingen in die wet.
Mijn tweede opmerking betreft de verbijsterende zekerheden van de heer Daras. Persoonlijk blijf ik een gezonde twijfel koesteren. In dat verband raad ik het boek Génétique du péché originel (Genetica van de erfzonde) van Nobelprijswinnaar Geneeskunde Christian de Duve aan. Hij legt uit wat zijn verhouding als aanhanger van het vrije onderzoek is met de wetenschap. Mijnheer Daras, soms heb ik de indruk dat het er in bepaalde milieus op aankomt om de vooruitgang te betwisten, ook de wetenschappelijke dimensie van die vooruitgang.
Mijnheer de staatssecretaris, de bijdrage van de sector kernenergie aan de begroting verdient enige precisering. Als ik het goed begrijp, betwist de sector voor het Grondwettelijk Hof de bijdrage van 250 miljoen die hij in 2008 heeft betaald en zelfs de 250 miljoen die hij in 2009 nog niet heeft betaald. Dat maakt samen 500 miljoen euro.
Mijnheer de staatssecretaris, zou u namens de regering kunnen bevestigen dat wel degelijk dat bedrag wordt betwist en niet een akkoord voor de toekomst? Dan beschikken we over dezelfde gegevens en kunnen we een standpunt bepalen op grond van de feiten.
Tijdens het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie moeten we wellicht de toepassing van het Verdrag van Lissabon in goede banen leiden, in elk geval als de Tsjechische voorzitter het gebaar stelt dat iedereen wenst.
Ik vind het zeer belangrijk dat we de sociale en de milieuproblematiek op de dagorde van ons voorzitterschap zetten. Die problemen lijken me belangrijker voor de beeldvorming over België dan de Europese institutionele problemen, waarvan de nationale versie ons imago al voldoende heeft geschaad.
Ik beklemtoon nog dat we voortaan 0,7% van het bbp besteden aan ontwikkelingssamenwerking.
Dan is er nog de gigantische opdracht met betrekking tot de hervorming van Justitie. We moeten eerst de doelstellingen definiëren: de toegankelijkheid, de gerechtelijke achterstand, die de rechtsbedeling belemmert, de inrichting, de transparantie en een beter imago voor de rechtzoekende. Hervormingen van die afmetingen moeten wij uiteraard vanop een zekere afstand bekijken, maar we zullen met veel goede wil en een kritische geest meewerken aan die opdracht.
Tot slot juich ik het akkoord inzake de regularisaties toe, dat de regering met de beslissende inbreng van de premier wist te sluiten. We waren al maandenlang vragende partij voor een akkoord dat rekening houdt met de menselijke aspecten. De regering is er de jongste weken in geslaagd om dat op haar actief te schrijven.
(De naamlijsten worden in de bijlage opgenomen.)
Stemming 1
Aanwezig: 46
Voor: 34
Tegen: 0
Onthoudingen: 12
-De Senaat heeft het wetsontwerp ongewijzigd aangenomen. Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.
De heer José Daras (Ecolo). - Mijn fractie heeft zich, zoals aangekondigd, onthouden. Ik kan niet aan de verleiding weerstaan op te merken dat de meerderheid het quorum niet bereikt, niettegenstaande de belangrijkheid van het onderwerp. Men spot met ons! Men heeft aangedrongen op onze aanwezigheid en men slaagt er zelfs niet in om 36 senatoren van de meerderheid bijeen te krijgen.
De voorzitter. - Op het ogenblik waarop u uw tussenkomst beëindigt, zijn we precies met 36, maar 34 leden hebben gestemd.
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - In de regeringsverklaring wordt terecht veel aandacht besteed aan de economische crisis. In de verklaring wordt eraan herinnerd dat een werkgroep werd opgericht om conclusies te trekken uit de werkzaamheden van de gemengde parlementaire commissie die de financiële crisis heeft onderzocht, en uit de aanbevelingen van het Lamfalussycomité. De werkgroep heeft zich in de eerste plaats geconcentreerd, zoals de eerste minister heeft gezegd, op drie fundamentele kwesties: de invoering van een zogenaamde crisiswet, de hervorming van de toezichtstructuur en een betere consumentenbescherming. De crisiswet moet de operationele bevoegdheden van de overheid preciseren en waar nodig verruimen. De overheid heeft inderdaad als eerste opdracht de financiële stabiliteit te verzekeren, maar daarvoor moet ze over de nodige instrumenten beschikken. Op dit aspect van de regeringsverklaring wil ik dan ook graag ingaan, ook al omdat ik kennis heb genomen van de recente persberichten over de Fortiszaak en de juridische afwikkeling ervan.
De Fortiszaak illustreert de specifieke juridische leemtes bij een acute bankcrisis. Natuurlijk kan men zich bij de talrijke lekken in de pers de vraag stellen of er strafbare feiten zijn gepleegd met betrekking tot de schending van het beroepsgeheim en het geheim van het onderzoek, of moet ik zeggen le secret de Polichinelle. Over dit concrete punt wil ik geen beoordeling geven, maar ik stel meer algemeen wel vast dat de hele Fortiszaak verdient vanuit een bredere juridisch-maatschappelijke invalshoek te worden bekeken.
De toenmalige commentaren, suggestieve opmerkingen en impliciete beschuldigingen aan het adres van premier Leterme en minister Vandeurzen werden na het arrest van het hof van beroep te Brussel in december 2008 een politiek feit van betekenis. Het was de aanleiding, na tussenkomst van de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie en de eerste voorzitter van het hof van beroep te Brussel, voor het ontslag van de regering Leterme, nadat eerst de minister van Justitie, de heer Vandeurzen, meende ontslag te moeten nemen. Wanneer een gerechtelijke uitspraak of een gerechtelijk optreden politieke en algemeen maatschappelijke gevolgen heeft, wordt het automatisch een politiek feit, dat in het parlement ter beoordeling komt. Wij kunnen echter enkel spreken op grond van lekken, die we echter niet kunnen laten voorbijgaan aangezien er voortdurend over wordt gesproken.
Over de individuele schuldvragen kan op geen enkele wijze een uitspraak worden gedaan. De politieke weerslag van wat is gebeurd en de vraag of er al dan niet de juiste politieke conclusies worden getrokken behoren tot op vandaag wel tot het free speech-recht van elk parlementslid en derhalve kan de beoordeling van de Fortiszaak niet alleen worden beoordeeld vanuit een strafrechtelijk, privaatrechtelijk of vennootschapsrechtelijk standpunt.
De heer Bart Tommelein (Open Vld). - Ik voel me enigszins aangesproken omdat ik de Fortiscommissie in de Kamer heb voorgezeten. De commissie heeft zich nooit uitgesproken over individuele schuldvragen. Dat was ook niet haar opdracht. De belangrijkste opdracht van de commissie was na te gaan of er een schending van de scheiding van de machten heeft plaatsgevonden, met andere woorden of er ongeoorloofde contacten tussen het gerecht en de politiek zijn geweest. Er werden contacten in die zin vastgesteld. Ook uit het gerechtelijk onderzoek van onderzoeksrechter Heimans bleken er contacten te zijn geweest. Die contacten hadden ook betrekking op leden van de oppositie. De Fortiszaak is met andere woorden inderdaad niet enkel te herleiden tot een juridische kwestie. Er zijn twee aspecten aan de Fortiszaak verbonden. In de eerste plaats is het de bedoeling na te gaan in welke mate er een schending van de scheiding der machten is geweest? Op dat punt heeft de commissie duidelijk geantwoord dat er aanwijzingen voor een schending waren. Voor het overige is het onderzoek van onderzoeksrechter Heimans een puur juridische zaak, die los staat van de politiek, waaruit blijkt dat sommige magistraten inderdaad doelbewust lekken hebben georganiseerd.
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ik heb niets gezegd over de werking van de onderzoekscommissie in de Kamer. Mijn opmerkingen betroffen de reacties meteen na het arrest in de Fortiszaak. Onmiddellijk werd politieke beïnvloeding gesuggereerd. De tv-camera's stonden op het bordes van de Kamer het snelrecht ten aanzien van CD&V'ers te filmen. Snelrecht is nooit recht, maar tv-journalisten stelden meteen de vraag of de ministers geen ontslag moesten nemen. Dat leek me meer een politieke lynchpartij dan wat anders. Dat de scheiding der machten wordt besproken is terecht, maar het kwam er toen op neer dat de regering ontslag moest nemen omdat een politiek complot werd gesuggereerd, omdat de uitvoerende macht al of niet rechtstreeks wou verhinderen dat een arrest in de Fortiszaak nadelig zou zijn voor de Belgische staat. Dat is samengevat de teneur van het verhaal en dat verhaal heeft door het optreden van de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie en van de eerste voorzitter van het Hof van beroep een zekere geloofwaardigheid gekregen. Er werd onmiddellijke een sanctie geëist. Snelrecht dus, maar snelrecht is geen recht, en politiek snelrecht nog veel minder. Als we puur naar de feiten kijken, moeten we dus vaststellen dat een regering ontslag moest nemen op grond van suggesties en impliciete beschuldigingen zonder dossier.
Mijnheer Tommelein, u moet ons wel toestaan erop te wijzen dat er een probleem is gerezen in een strafdossier en in een strafonderzoek. Nochtans breng ik die zaak niet terug tot een strafzaak, want door het ontslag van de regering is het een politieke zaak geworden.
Zelf vind ik dat de Kamer of sommige Kamerleden de rust te weinig hebben bewaard. Ik viseer niet de onderzoekscommissie, maar de feiten zouden wel eens kunnen aantonen dat het Belgische politieke milieu blijk heeft gegeven van een gebrek aan sereniteit, aan loyaliteit om de werkelijke toedracht van die zaak onder ogen te nemen. Dat stel ik vast.
Dat heeft natuurlijk andere consequenties. Indien het juist is dat we de Fortiszaak en de parlementaire activiteiten en dus het probleem van de scheiding der machten niet mogen terugbrengen tot een juridische kwestie, mogen we ons wel afvragen - ik vraag me dat alleszins af - of de procedure voor het hof van beroep te Brussel beantwoordt aan de vereiste van een onpartijdige en onafhankelijke rechtspraak. Die vraag is mijns inziens terecht!
Het hof van beroep te Gent zal het strafrechtelijk aspect beoordelen en ik druk me dus in de voorwaardelijke wijs uit, alhoewel ik zie dat de media daarover regelmatig berichten. Indien het strafrechtelijk onderzoek niet aantoont dat er sprake was van een complot, met andere woorden als het aantoont dat het verzoekschrift tot heropening van de debatten is ingediend omdat, zoals de onderzoekscommissie stelt, daartoe reeds vroeger was beslist en dat er dus wel een samenloop is van data, maar niet van besluitvorming, dan beantwoordt het verzoekschrift tot heropening der debatten aan alle wettelijke vereisten en dan kan het hof geen complot inroepen om er niet op in te gaan. Volgens de wet had het hof er dan moeten op ingaan, maar het is er niet op ingegaan omdat het ervan uitgegaan is dat er sprake was van een complot. Dat stelt ons voor een groot juridisch probleem.
Ik spreek geen oordeel uit, noch een strafrechtelijk, noch een ander, maar na een jaar spreek ik hierover voor het eerst in het openbaar en heb ik het recht om daarover vragen te stellen.
De vraag rijst of de onpartijdigheid en de onafhankelijkheid van de rechtspraak gewaarborgd was. Dat is de essentie van het vertrouwen in de magistratuur. Magistraten moeten zich onafhankelijk en onpartijdig opstellen. Uit de innoverende rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens weten we dat de onpartijdigheid twee dimensies heeft die de publieke opinie dikwijls verwart. Ten eerste is er de subjectieve onpartijdigheid, de vooringenomenheid, het partijbelang, de haat of de vijandschap tegenover een of andere partij. Ten tweede is er de objectieve onpartijdigheid, waarnaar het Hof te Straatsburg verwijst in de zaak Delcourt t. België uit 1970 met het adagium Justice must be seen to be done. Dat betekent dat lang voor de media dat thema aansneden, het Hof heeft beklemtoond dat rechtspraak ook een kwestie van perceptie is. De perceptie van onpartijdigheid moet aanwezig zijn.
Ik lees in de media wat ik lees, maar ik druk me nogmaals uit in de voorwaardelijke wijs. Indien de voorzitter van de betrokken kamer - de heer Tommelein heeft erop gealludeerd - na het vellen van het arrest 40-maal gedurende 1 000 minuten met de heer Van der Maelen zou hebben getelefoneerd om het arrest uit te leggen, dan rijst er een ernstig probleem.
Ik had nooit gedacht dat betrokkene zo kort van begrip was dat hij duizend minuten nodig heeft om een arrest van het hof van beroep te laten uitleggen.
Men zegt: `Het is na het arrest'. Ik beschuldig niemand, ik stel vragen. Ik heb nooit geleerd dat het beroepsgeheim niet telt na het arrest.
Ten tweede: de objectieve partijdigheid - Justice must be seen to be done - kan blijken door het optreden van de rechter na het arrest.
Volgens de rechtspraak van Straatsburg is het niet alleen de schijn van partijdigheid zoals die bestaat bij de belanghebbende partijen die in aanmerking komt, het gaat ook om de vraag of die partijdigheid als zodanig door de publieke opinie wordt ervaren, door de derde als geloofwaardig wordt ondersteund.
Ik sta 43 jaar in het juridisch leven en ik heb het nog nooit meegemaakt dat een magistraat mij om kwart voor zeven 's morgens opbelt om mij een arrest uit te leggen, of dat hij mij daartoe 40-maal opbelt. Ik concludeer daar nu niets uit, maar ik denk dat de Senaat mij steunt in mijn verklaring dat dit minstens ongebruikelijk is en vragen oproept.
Een andere vaststelling is dat een andere raadsheer eveneens contacten zou hebben gehad, met anderen, die eventueel verbonden zijn met andere procespartijen.
Justice must be seen to be done. Het betreft hier de belangrijkste justitiële zaak sedert de overname van de Generale Bank op het einde van de jaren tachtig. Het lot van de belangrijkste financiële zaak in ons land sedert twintig jaar, waarbij 40 000 arbeidsplaatsen op het spel staan, wordt bepaald door een arrest. Is het dan niet raadzaam de grootste voorzichtigheid en de grootste onpartijdigheid en onafhankelijkheid aan de dag te leggen zodat de uitspraak boven elke twijfel verheven wordt en de kwaliteit van de motivering het bewijs is van de onpartijdigheid?
Als men de heropening van de debatten vraagt, wat geweigerd wordt op grond van de complottheorie, terwijl achteraf blijkt dat er geen complot was en de complottheorie toch heeft geleid tot de val van de regering, dan is er inderdaad een probleem van de scheiding der machten, mijnheer Tommelein, maar dan voor ons.
Ik vind ook dat kabinetsleden niet moeten bellen naar magistraten. Ik heb dat nooit gedaan.
Een advocaat pleit, de zaak is in beraad en hij zwijgt. Hij leest het vonnis en gaat in beroep indien hij niet akkoord gaat. Dat zijn de regels. Als advocaat kan je nooit voorzichtig genoeg zijn, maar je hebt een recht van free speech, daarmee kan je alles zeggen, daar ligt je wapen en daarmee moet je het doen.
De CD&V-fractie vindt dat ze de verdere ontwikkeling moet volgen. Wij veroordelen niemand, maar op bepaalde ogenblikken zullen wij in de komende maanden uit dit alles politieke en juridische conclusies moeten trekken.
Ik geef dit voorbeeld om terug te komen tot de verklaring van de eerste minister dat we nood hebben aan een crisiswet, want de regering beschikte niet over een juridisch vangnet om op te treden in een crisissituatie. Het gemeen recht is geen oplossing.
Het faillissement van de bank als aanknopingspunt voor het juridisch optreden is niet opportuun aangezien men het faillissement precies wil verhinderen om de spaarders te beschermen, de financiële stabiliteit en het systeem te verzekeren, enz.
Aangezien alle Europese landen met het probleem geconfronteerd werden, heeft het IMF voorstellen gedaan. Het schuift twee sporen naar voren: ofwel een specifieke bankinsolventieregeling die alle noodzakelijke ingrepen mogelijk maakt, ofwel het gemeen recht. De Fortiszaak is gelopen volgens het gemeen recht en is verkeerd uitgedraaid. Er was geen specifieke wetgeving. Daar moeten we een oplossing voor vinden.
Het gemeen recht, met haar faillissementsrecht, optreden van een curator, goedkeuring door de handelsrechtbank en dergelijke, kan evenmin zorgen voor het vereiste snelle optreden. Er is een gemis aan inzicht in het dossier. Er moet dus een keuze gemaakt worden tussen de louter justitiële weg en de politiek-administratieve weg met juridische toetsing, waarvoor ik pleit. Deze geeft aan de overheid de mogelijkheid om de passende maatregelen te nemen zoals curatele, beheer, tijdelijk beheer, overdracht, aandeelhoudersherschikking en kredietverlening. Daarvoor hebben we natuurlijk een wettelijk kader nodig. Ik verheel niet dat er een spanningsveld bestaat tussen het nastreven van het algemeen belang door de overheid op grond van haar zorgvuldigheidsplicht om snel op te treden en de verantwoorde bescherming van de rechten van de aandeelhouders. We hebben dus een specifieke regeling nodig om het hoofd te bieden aan dergelijke crisisscenario's.
Als we kijken naar de wetgeving in Engeland en Duitsland, is het duidelijk dat de urgentie van het optreden in een crisis betekent dat de aandeelhouders bepaalde rechten ten aanzien van de besluitvorming niet meer kunnen uitoefenen. Achteraf moet wel een juridische toetsing mogelijk zijn. We moeten immers voorkomen dat dringende beslissingen, die een zwaar maatschappelijk engagement inhouden van bijvoorbeeld 100 miljard euro, achteraf worden vernietigd. De maatschappelijke schade van een dergelijke besluitvorming is niet te herstellen. We moeten dus voorzien dat er na afloop van de crisis voor de rechtbanken kan worden gedebatteerd over de schade die de aandeelhouders mogelijk hebben geleden. In crisissituaties moet het echter mogelijk zijn dat bepaalde lidmaatschapsrechten van aandeelhouders niet uitgeoefend kunnen worden, maar dat de raad van bestuur of andere organen beslissen.
Op dat punt is de regeringsverklaring zeer positief. Ze kondigt drie wetsontwerpen aan: de hervorming van het financieel toezicht, de crisiswet en de bescherming van de consument ten aanzien van de financiële producten. De vraag rijst of we daarvoor nog aandacht moeten hebben. Toen ik met mijn toespraak begon, had ik de indruk dat de crisis reeds lang voorbij was, want men was opnieuw bezig de klassieke koeien te laten grazen op de herfstweiden.
Mijnheer de voorzitter, u kent ook wel de theorie van Kondratjev, de theorie van de lange golfbewegingen in de economie over zestig of zeventig jaar. Die Russische econoom heeft op grond van de analyse van de economische wetmatigheden tussen de achttiende en het begin van de twintigste eeuw gezegd dat de economie een golfbeweging volgt van zestig tot vijfenzestig jaar, die verloopt volgens de natuurwet, namelijk de vier seizoenen: de lente, de zomer, de herfst en de winter. Vandaag is het herfst, maar volgens de beschrijvingen van Kondratjev zitten we in de winter. De crisis van de jaren 1920 wordt nu vergeleken met die cyclus en als we de theorie van deze econoom toepassen is de financiële winter begonnen in het jaar 2000 en eindigt hij in 2015. Ik wil mijn collega-senatoren geen schrik aanjagen, want ik weet hoe moeilijk het is een parlementair mandaat in te vullen. Ik ben echter ook gerustgesteld, want zelden zijn voorspellingen zo verkeerd als die van economen. We zitten niet aan het einde van de crisis, maar misschien wel aan het begin van het einde. De exit zal noodzakelijk zijn, want de overheden in West-Europa kunnen niet tot 2015 financiële middelen ter beschikking blijven stellen om de economie draaiende te houden. Ik denk dan ook, net als de Europese Commissie en de andere landen, dat we de volgende maanden dringend de noodzakelijke financiële wetgeving met betrekking tot deze drie punten moeten bespreken en goedkeuren. Daarom zijn de werkzaamheden van de opvolgingscommissie zo belangrijk. Het Parlement kan een inbreng doen, want dit is geen partijpolitieke discussie. Ik denk dat én de Fortiszaak en alles wat daarmee samenhangt én de scheiding der machten veel te belangrijk zijn om ze te herleiden tot een partijpolitiek systeem. Ik vind echter dat de Kamer uit de bocht is gegaan en ik ben dan ook tevreden dat we in België nog een tweekamerstelsel hebben, dat er een kamer is die nog rustiger over deze problemen kan debatteren, maar, wat nog belangrijker is, dat er nog altijd een kamer is die opkomt voor de fundamentele rechten, wat de aard van de discussie ook is, wie de discussie ook start. Sommige zaken staan immers boven het partijbelang en die moet men op een bepaald ogenblik voor ogen houden.
(De vergadering wordt gesloten om 12.30 uur.)
Afwezig met bericht van verhindering: mevrouw Tindemans en de heer Verwilghen, om gezondheidsredenen, mevrouw Van Ermen, wegens andere plichten..
-Voor kennisgeving aangenomen.
Stemming 1
Aanwezig: 46
Voor: 34
Tegen: 0
Onthoudingen: 12
Voor
Berni Collas, Christophe Collignon, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Jean-Jacques De Gucht, Francis Delpérée, Caroline Désir, Alain Destexhe, Roland Duchatelet, Jan Durnez, Philippe Fontaine, Richard Fournaux, Cindy Franssen, Céline Fremault, Louis Ide, Nahima Lanjri, Nele Lijnen, Philippe Mahoux, Vanessa Matz, Philippe Monfils, Philippe Moureaux, Caroline Persoons, Jean-Paul Procureur, Els Schelfhout, Franco Seminara, Ann Somers, Dominique Tilmans, Bart Tommelein, Johan Vande Lanotte, Pol Van Den Driessche, Patrik Vankrunkelsven, Tony Van Parys, Christiane Vienne, Olga Zrihen.
Onthoudingen
Yves Buysse, Jurgen Ceder, José Daras, Benoit Hellings, Nele Jansegers, Zakia Khattabi, Geert Lambert, Freya Piryns, Cécile Thibaut, Luckas Vander Taelen, Joris Van Hauthem, Karim Van Overmeire.