1-252

BELGISCHE SENAAT


GEWONE ZITTING 1998-1999
____


BEKNOPT VERSLAG


PLENAIRE VERGADERING

Ochtend - Donderdag 11 maart 1999

________



INHOUD



REGELING VAN DE WERKZAAMHEDEN

PERSOONLIJK FEIT

HERVATTING VAN DE BESPREKING

PERSOONLIJK FEIT

WETSVOORSTEL TOT WIJZIGING VAN HET GERECHTELIJK WETBOEK EN VAN DE WET VAN 5 AUGUSTUS 1991 TOT BESCHERMING VAN DE ECONOMISCHE MEDEDINGING (van de heer Jacques D'Hooghe cs., Gedr. St. 1-614)

WETSVOORSTEL TOT INVOEGING VAN EEN ARTIKEL 309bis IN HET GERECHTELIJK WETBOEK EN WIJZIGING VAN ARTIKEL 20 VAN DE WET VAN 5 AUGUSTUS 1991 TOT BESCHERMING VAN DE ECONOMISCHE MEDEDINGING (van de heren Hugo Vandenberghe en Fred Erdman, Gedr. St. 1-417)
Algemene bespreking. (Sprekers : de heren Hotyat en D'Hooghe, verslaggevers; de heer Coene, mevrouw Willame-Boonen en de heer Di Rupo, vice-eerste minister en minister van economie en telecommunicatie, belast met buitenlandse handel.)
Aanneming van de artikelen.

WETSVOORSTEL TOT WIJZIGING VAN ARTIKEL 1 VAN HET DECREET VAN 4 JULI 1806 AANGAANDE DE MANIER VAN OPSTELLING VAN DE AKTE WAARBIJ DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND CONSTATEERT DAT HEM EEN LEVENLOOS KIND WERD VERTOOND (van mevrouw Joëlle Milquet, Gedr. St. 1-623)

WETSVOORSTEL TOT WIJZIGING VAN HET DECREET VAN 4 JULI 1806 AANGAANDE DE MANIER VAN OPSTELLING VAN DE AKTE WAARBIJ DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND CONSTATEERT DAT HEM EEN LEVENLOOS KIND WERD VERTOOND (van de heer Bert Anciaux cs., Gedr. St. 1-711)

WETSVOORSTEL TOT WIJZIGING VAN HET DECREET VAN 4 JULI 1806 AANGAANDE DE MANIER VAN OPSTELLING VAN DE AKTE WAARBIJ DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND CONSTATEERT DAT HEM EEN LEVENLOOS KIND WERD VERTOOND (van de heer Alain Destexhe, Gedr. St. 1-892)
Algemene bespreking. (Sprekers : mevrouw Delcourt-Pêtre, verslaggever; de heer Anciaux, mevrouw Milquet en de heer Van Parys, minister van justitie.)
Aanneming van de artikelen.

WETSONTWERP BETREFFENDE DE HERVORMING VAN DE GERECHTELIJKE KANTONS (Gedr. St. 1-1139)
Algemene bespreking. (Sprekers : de heren Goris en Van Parys, minister van justitie.)
Artikelsgewijze bespreking. - Aangehouden stemmingen.

WETSONTWERP TOT OPHEFFING VAN ARTIKEL 1056, 1°, TWEEDE LID, VAN HET GERECHTELIJK WETBOEK (Gedr. St. 1-1063)
Tweede behandeling.

WETSONTWERP HOUDENDE WIJZIGING VAN ARTIKEL 70, § 1, VAN DE WETTEN OP DE RAAD VAN STATE, GECOORDINEERD OP 12 JANUARI 1973 (Gedr. St. 1-879)
Aanneming van de artikelen.

WETSONTWERP TOT WIJZIGING VAN DE ARTIKELEN 318 TOT 323 VAN DE NIEUWE GEMEENTEWET BETREFFENDE DE GEMEENTELIJKE VOLKSRAADPLEGING (Gedr. St. 1-1133) (Evocatieprocedure)

WETSONTWERP TOT WIJZIGING VAN DE ARTIKELEN 140-1 TOT 140-6 VAN DE PROVINCIEWET BETREFFENDE DE PROVINCIALE VOLKSRAADPLEGING (Gedr. St. 1-1134) (Evocatieprocedure)
Algemene bespreking. (Sprekers : de heren Caluwé, verslaggever; Vergote en Anciaux.)

WETSONTWERP TOT WIJZIGING VAN DE GEMEENTEKIESWET, GECOORDINEERD OP 4 AUGUSTUS 1932 EN VAN DE ORGANIEKE WET VAN 8 JULI 1976 BETREFFENDE DE OPENBARE CENTRA VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN (Gedr. St. 1-1275)
Aanneming van de artikelen.

VOORSTEL VAN BIJZONDERE WET TOT WIJZIGING VAN DE BIJZONDERE WET VAN 8 AUGUSTUS 1980 TOT HERVORMING DER INSTELLINGEN (van de heer Fred Erdman, cs., Gedr. St. 1-1262)
Aanneming van de artikelen.

WETSONTWERP BETREFFENDE DE OPSTELLING VAN DE LIJST VAN DE IN HET BUITENLAND GEVESTIGDE BELGISCHE KIEZERS VOOR DE VERKIEZING VAN DE FEDERALE WETGEVENDE KAMERS (Gedr. St. 1-1305)
Algemene bespreking. (Sprekers : mevrouw Lizin, verslaggever en de heer Anciaux.)
Aanneming van de artikelen.




_____________






VOORZITTER : DE HEER PHILIPPE MAHOUX,
EERSTE ONDERVOORZITTER


____


De vergadering wordt om 9.05 u. geopend.





REGELING VAN DE WERKZAAMHEDEN



De Voorzitter. - Ik stel voor het wetsontwerp betreffende de opstelling van de lijst van de in het buitenland gevestigde Belgische kiezers voor de verkiezing van de federale Wetgevende Kamers (Gedr. St. 1-1305) toe te voegen aan de agenda van vandaag. De verslaggever zal straks mondeling verslag uitbrengen. (Instemming.)

Voorts deel ik u mede dat de punten 8 en 14 tot 20 van onze agenda worden uitgesteld, aangezien het verslag betreffende punt 8 niet binnen de bepaalde termijn is rondgedeeld en de andere punten nog niet in de commissie zijn besproken.

Bijgevolg zal een nieuwe agenda van onze vergaderingen van vandaag op de banken worden rondgedeeld.

De heer Coene (VLD). - Ik had graag dat de bespreking van de twee wetsvoorstellen over de economische mededinging werd uitgesteld tot deze namiddag. Volgens het reglement moet het verslag worden rondgedeeld uiterlijk de dag vóór de algemene bespreking. De bedoeling van deze bepaling is, de leden 24 uur tijd te geven om kennis te nemen van het verslag. Het gaat om een ingewikkelde materie en het verslag werd pas gisterennamiddag ter beschikking gesteld van de commissieleden.

De heer Hatry (PRL-FDF) (in het Frans). - Ik deel de mening van de heer Coene. Ik heb overigens gisterochtend naar de voorzitter van de Senaat geschreven om hem erop te wijzen dat er zich in plenaire vergadering een incident kon voordoen. Ik heb pas met de post van vanochtend het aanvullend verslag ontvangen, samen met de beide daarbijhorende stukken.

Ik wil daaraan toevoegen dat ik uit mijn persoonlijke naam gisteren aan de secretaris-generaal heb gevraagd dat hij mij die stukken zou bezorgen, wat gebeurd is.

Mevrouw Willame-Boonen (PSC) (in het Frans). - Ik stel vast dat het hier gaat om de laatste episode in een lange reeks pogingen om de behandeling van dit ontwerp te vertragen. In de commissie was beslist dat het ontwerp tijdens de plenaire vergadering van vanochtend zou worden besproken en alle leden van de commissie hadden zich daarmee eens verklaard. Ik protesteer met klem tegen dit nieuwe vertragingsmanoeuvre.

De heer D'Hooghe (CVP) (in het Frans). - De heer Coene geeft zelf impliciet toe dat de bespreking van deze voorstellen deze voormiddag kan worden aangevat conform het reglement.

Ik vind het schandalig dat de heer Hatry een opmerking maakte. Als commissievoorzitter is hij erin geslaagd de verslagen weg te stoppen. Zijn houding is een oud-minister en commissievoorzitter onwaardig.





PERSOONLIJK FEIT



De heer Hatry (PRL-FDF) (in het Frans). - Ik wordt aangevallen door een jonge senator die niet op de hoogte is van de gebruiken van de Senaat. Hij slaat een toon aan die ik niet kan aanvaarden. In die omstandigheden zal ik niet deelnemen aan de werkzaamheden van onze assemblee en zal mijn fractie tegen het ontwerp stemmen. Voorts eis ik excuses. (De heer Hatry verlaat de zaal.)





HERVATTING VAN DE BESPREKING



De heer Di Rupo, vice-eerste minister en minister van economie en telecommunicatie, belast met buitenlandse handel (in het Frans). - De regel wil dat een minister zijn kalmte bewaart. Ik zal mij aan die regel houden. Ik wil echter zeggen dat ik diep ontgoocheld ben door de vaststelling dat een commissievoorzitter zijn rol niet vervult. Dit voorstel wordt al maanden in de commissie besproken. Er hebben zich veel wederwaardigheden voorgedaan. De collega's hebben enorm veel werk verzet. Ik roep op blijk te geven van gezond verstand. De stukken zijn gisteren per taxipost verstuurd. Bovendien waren zij reeds in de commissie rondgedeeld. Ik herinner eraan dat het niet meer om fundamenteel werk gaat, maar om de opsplitsing van een voorstel op basis van de artikelen.

Ik dring er bij de voorzitter van de Senaat op aan de bespreking voort te zetten. Ik kan niet aanvaarden dat een voorzitter van een commissie, zelfs als hij tot de oppositie behoort, het parlementaire werk op deze manier blokkeert. Men zou de regels toch enigzins moeten naleven. Blijkbaar kan dat echter niet meer. (Applaus van mevrouw Willame-Boonen.)

De heer Coene (VLD). - De toon van dit debat verbaast mij. De opmerking van de heer D'Hooghe is totaal onterecht en naast de kwestie. Een minimum van beleefdheid dient in acht te worden genomen. Dat de bespreking in de commissie zolang heeft aangesleept, is zeker niet de schuld van de oppositie en van de commissievoorzitter. De meerderheid en de regering dienden steeds weer nieuwe amendementen in. Bovendien was de minister meer dan eenmaal afwezig wegens opdrachten in het buitenland.

Wij willen deze voorstellen vandaag nog behandeld zien. Wij vragen enkel dat de bespreking wordt uitgesteld tot deze namiddag. De teksten werden gisterenmorgen om 10 uur met taxipost thuis besteld. Dat was zinloos en nutteloos want op dit ogenblik waren de meeste collega's reeds vertrokken. Wel hebben we rond 14.30 uur in de commissie het verslag gekregen. Een termijn van 24 uur lijkt mij normaal.

De Voorzitter. - Ik verzoek de parlementsleden, bij het uiten van hun mening, zo beleefd mogelijk te blijven.

Het verslag is gisteren per taxipost verstuurd. Het reglement bepaald dat de verslagen uiterlijk de dag voor de bespreking in plenaire vergadering naar de parlementsleden moeten worden gestuurd. Aangezien dat gebeurd is, blijft dit punt op onze agenda.

Mag ik er voor de rest van uitgaan dat de Senaat instemt met de voorgestelde wijziging van onze agenda ? (Instemming.)





PERSOONLIJK FEIT



De heer D'Hooghe (CVP). - Ik heb niet de gewoonte om onbeleefd te zijn. Wat in de jongste maanden in de commissie is gebeurd, blijf ik schandalig vinden. De voorzitter heeft zich gepermitteerd de zaak te vertragen door stukken weg te stoppen en het personeel in het ongewisse te laten.





WETSVOORSTEL TOT WIJZIGING VAN HET GERECHTELIJK WETBOEK EN VAN DE WET VAN 5 AUGUSTUS 1991 TOT BESCHERMING VAN DE ECONOMISCHE MEDEDINGING (van de heer Jacques D'Hooghe cs., Gedr. St. 1-614)

WETSVOORSTEL TOT INVOEGING VAN EEN ARTIKEL 309bis IN HET GERECHTELIJK WETBOEK EN WIJZIGING VAN ARTIKEL 20 VAN DE WET VAN 5 AUGUSTUS 1991 TOT BESCHERMING VAN DE ECONOMISCHE MEDEDINGING (VAN DE HEREN HUGO VANDENBERGHE EN FRED ERDMAN (Gedr. St. 1-417)

Algemene bespreking


De heer Hotyat (PS) (in het Frans). - Dit wetsvoorstel is het resultaat van talrijke vergaderingen van de commissie voor de Financiën en de Economische Aangelegenheden. Aan de basis van dit voorstel lag de volgende vaststelling : in ons land wordt de naleving van de mededingingsregels onvoldoende gecontroleerd. Om dit te verhelpen heeft onze collega Jacques D'Hooghe een wetsvoorstel ingediend. Dat gaf de regering de gelegenheid om zich in het debat te mengen via een algemeen amendement.

De commissie heeft als naar gewoonte alle betrokken actoren gehoord. Er werd ook rekening gehouden met de werkzaamheden van het seminarie van de Vereniging voor de Studie van het Mededingingsrecht.

Daar het verslag meer dan 300 pagina's telt, beperk ik mij tot de krachtlijnen van de hervorming. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen de twee essentiële opdrachten van de controle-instanties voor de mededinging : een preventieve opdracht en een a posteriori-opdracht. Op het preventieve vlak moeten bepaalde concentratiepraktijken, zoals groeperingsoperaties, die een invloed hebben op de werking van de heel grote ondernemingen aan de Dienst voor de Mededinging worden meegedeeld. Teneinde over een betrouwbaar criterium te beschikken besliste men dat deze verplichting geldt voor alle bedrijven op basis van hun omzet. Men vond het criterium marktaandeel onvoldoende betrouwbaar.

De Raad voor de Mededinging zal de vastgestelde drempel regelmatig evalueren. Zodra die drempel wordt overschreden, moeten de bedrijven de geplande operaties meedelen en toelating krijgen om die door te voeren. Die toelating wordt toegekend of geweigerd op basis van een analyse van de economische situatie die voortvloeit uit de geplande operaties. De Dienst voor de Mededinging laat een studie uitvoeren door het korps verslaggevers, dat allerhande onderzoeksopdrachten kan uitvoeren. Dat korps brengt dan verslag uit aan de Raad voor de Mededinging, die een uitspraak doet na de zaak te hebben behandeld tijdens een zitting waarop de betrokken partijen hun stem kunnen laten horen.

De kans bestaat evenwel dat de ministerraad over de zaak een beslissing moet nemen en dat die eventueel afwijkt van die van de Raad voor de Mededinging. Tegen de beslissing van de ministerraad kan beroep worden ingesteld bij de Raad van State, maar dat beroep is niet opschortend.

De tweede opdracht van de controle-instanties voor de mededinging bestaat in een controle a posteriori. Dit veronderstelt een bewezen schending van de mededinging.

Vooraleer tot die tweede opdracht wordt overgegaan moet uiteraard een klacht zijn ingediend. De klacht is het voorwerp van een echt onderzoek door het korps verslaggevers. Elkeen die een belang heeft kan het dossier raadplegen behalve als dit het zakengeheim schendt. De verslaggevers delen hun klachten mee aan de betrokken bedrijven zodat die hun opmerkingen kunnen geven. Vervolgens doet de Raad voor de Mededinging een uitspraak. Die beslissing kan worden aangevochten bij het Hof van Beroep van Brussel.

Naast deze opdrachten hebben de bevoegde organen ook een adviesfunctie. De werking en de samenstelling van die organen worden grondig herzien. Er werd een aanvullend verslag opgemaakt na de overzending van de twee wetsvoorstellen aan onze commissie teneinde de teksten te splitsen conform het advies van de overlegcommissie Kamer-Senaat.

Ik wijs er namens mijn fractie op dat de commissie een groot aantal uitgebreide hoorzittingen heeft gehouden. Dit voorstel is het resultaat van intensieve arbeid en maakt een merkelijke verbetering van de controle op de mededinging mogelijk. Dit was nodig om de economische dynamiek te waarborgen en ervoor te zorgen dat de consument de effectieve winnaar is. De socialistische fractie zal voor stemmen. (Applaus van talrijke leden.)

De heer D'Hooghe (CVP), verslaggever. - Het wetsvoorstel nummer 417 werd enkele jaren geleden ingediend door de heren Vandenberghe en Erdman met de bedoeling het statuut van de leden van de Raad voor de Mededinging te verbeteren. De oorspronkelijke tekst wijzigde de samenstelling van de Raad en gaf de leden ervan een beter statuut. Het werd nadien gekoppeld aan de wijziging van de procedure van de Raad. Bijgevolg werden nieuwe bepalingen ingevoegd.

Dit verklaart waarom sommige bepalingen onder artikel 77 van de Grondwet vielen en andere onder artikel 78. Op 14 januari 1999 besliste de plenaire vergadering dat de commissie de splitsingstheorie moest volgen. In het voorstel 417 werden alle bicamerale materies ondergebracht. De optioneel bicamerale bepalingen werden verzameld in het voorstel nummer 614. De Raad van State gaf een omstandig advies en de commissie heeft dit nauwgezet opgevolgd. Beide teksten moeten samen worden gelezen.

De eerste amendementen op het voorstel 417 kwamen van de regering na het eerste advies van de Raad van State van maart 1998. De functies van de Raad voor de Mededinging worden kosteloos uitgeoefend maar er worden billijke vergoedingen aan verbonden, die parallel lopen met de wedden voor de rechters in de rechtbanken van eerste aanleg.

Er komen vier voltijdse functies in de Raad voor de Mededinging. Het mandaat duurt zes jaar en de benoemingen gebeuren bij een in Ministerraad overlegd KB.

Enkele leden van de commissie vonden dan het beperkt aantal wijzigingen geen oplossing ten gronde bood voor de problemen die voortvloeiden uit de wet van 1991. Daarom werd de tekst samengevoegd met de bespreking van de grondige hervorming van de procedures.

De vervanging van de magistraten met een opdracht in de Raad, is een andere verbetering. Het secretariaat wordt versterkt.

De commissie keurde het wetsvoorstel goed met 9 stemmen tegen 1 bij 1 onthouding. Het verslag werd door de negen aanwezige leden eenparig goedgekeurd.

Ik wil in het bijzonder ook de medewerkers bedanken. Ik zou niet graag in hun plaats zijn, want soms kregen zij van de commissievoorzitter onmogelijke opdrachten.

De CVP verheugt zich erover dat deze wetsvoorstellen vandaag zullen worden goedgekeurd. De teksten beantwoorden aan de basisprincipes van mijn wetsvoorstel. Zij versterken de autonomie van de Dienst en van de Raad voor de Mededinging. Er komt ook een striktere functiescheiding tussen de Raad en de Dienst. De relatie tussen beiden organen werd structureel en procedureel vastgelegd.

De leiding van zowel de Raad als de Dienst wordt versterkt. Ook krijgen zij meer middelen ter beschikking.

De rechten van de verdediging worden beter beschermd.

Er komen realistische, controleerbare en relevante drempels.

De CVP vindt het ook positief dat zowel voor de restrictieve mededingingspraktijken als voor de procedures inzake concentraties, strikte termijnen worden ingeschreven waarbinnen beslissingen moeten worden genomen. Hierdoor zal de rechtszekerheid van de betrokken partijen worden vergroot.

Artikel 12 van de wet van 1991 voorziet in de mogelijkheid om inzake concentraties een ontwerp-overeenkomst aan te melden. Hierdoor moet het mogelijk zijn vrij snel na te gaan of een bepaalde praktijk valt onder de « buiten toepassingverklaring » of een beslissing te nemen over een negatieve verklaring. Ontwerp-overeenkomsten kunnen evenwel niet worden aangewend om de procedure ten gronde te voeren en dus ook niet om de voorziene termijnen in de gewone procedure te verstoren.

Verder krijgt de Raad onomstootbare rechtsmacht om maatregelen te nemen ten aanzien van vrije beroepen en Ordes. Daarover was in het verleden al meermaals discussie ontstaan. De Raad zal de talrijke klachten die ingediend worden tegen de Ordes nu kunnen behandelen dank zij de nieuwe middelen die hem ter beschikking worden gesteld.

De Raad voor de Mededinging biedt de nodige waarborgen voor het rechtsverloop, temeer omdat in een beroepsmogelijkheid is voorzien. (Applaus bij de meerderheid.)

De heer Coene (VLD). - Ik wil eerst het gebrek aan hoffelijkheid van mijn collega's van de meerderheid aanklagen: zij weigerden de bespreking tot vanmiddag te verdagen.

Niemand betwist dat de wet van 1991 geen legistiek meesterwerk was. De wet vertoonde belangrijke tekortkomingen, vooral wat de verhouding tussen de Raad en de Dienst voor de Mededinging betrof.

De Belgische wetgeving tot bescherming van de economische mededinging is een aanvulling op de Europese regelgeving. Het is dan ook merkwaardig dat men er niet in slaagt om ze behoorlijk te organiseren.

Er zijn een aantal positieve elementen in dit ontwerp, namelijk de verlenging van de termijn tot indiening van een aanvraag, de mogelijkheid voor de betrokken bedrijven om bezwaar in te dienen tegen een fusie en de mogelijkheid om gegevens te verwijderen die de concurrentie in het gedrang brengen. Fundamenteel echter houdt het ontwerp geen verbetering in ten opzichte van de oude wetgeving.

Een fundamentele tekortkoming is dat iedere fusie vanaf een omzet van 400 miljoen, moet aangemeld worden. Er is echter pas sprake van concentraties die de mededinging in het gedrang brengen als er een aanzienlijk marktaandeel mee gemoeid is. In België zijn er 3 700 ondernemingen met een omzet boven 400 miljoen en voor het overgrote deel daarvan is er bij fusie geen concentratiegevaar. Toch worden ze verplicht om een dossier in te dienen, wat voor al die bedrijven een bijkomende administratieve last betekent.

De afschaffing van de drempel van het marktaandeel betekent geen wezenlijke verbetering van de concurrentie. Een van de problemen waarmee de Raad voor de mededinging te kampen had was de toevloed van dossiers als gevolg van een te lage drempel. Na de afschaffing van die drempel zal de Raad zeker geen tijd meer hebben om zich met de echte problemen bezig te houden. De VLD pleit voor een forse verhoging van de omzetdrempels.

Een tweede fundamentele tekortkoming is dat de ministerraad een fusie, die door de raad voor de mededinging werd afgewezen, toch kan toestaan op grond van het « algemeen belang », waaronder in België zowat alles verstaan kan worden. Een puur economisch dossier wordt aldus op onaanvaardbare wijze gepolitiseerd. Een bijkomend probleem is dat de vertrouwelijkheid van de dossiers niet langer gewaarborgd is.

Het derde fundamentele gebrek is dat er uitgebreide bevoegdheden worden toegekend aan niet-magistraten bij het verrichten van huiszoekingen en verzegelingen. Het gebrek aan toezicht daarop zal misbruiken in de hand werken.

De meerderheid heeft blijkbaar geen oor voor onze fundamentele bezwaren. Daarom gaat het de verkeerde kant op met deze regelgeving. De VLD kan daarom dit ontwerp onmogelijk goedkeuren.

Tenslotte betreur ik het knoeiwerk dat in de commissie werd verricht om de tekst, na het advies van de Raad van State, alsnog klaar te krijgen.

Mevrouw Willame-Boonen (PSC) (in het Frans). - Ik ben er niet zeker van dat de heer Coene onbeleefd geweest is tegenover onze collega Hatry. Integendeel, ik denk dat wij ons beheerst hebben en dat de heer Hatry overdreven gevoelig heeft gereageerd, wat ik betreur. Hoewel hij enkele vertragingsmanoeuvers geprobeerd heeft, heeft hij veel bijgedragen tot de werkzaamheden in commissie.

Ik stel ook vast dat de opmerkingen van de heer Coene steunen op de documenten van het VBO. Men verwijt links dikwijls dat het verwijst naar standpunten van de vakbond. Als wetgever is het nuttig de twee kanten van het probleem te kennen.

De heer Coene (VLD). - Toen ik sprak over een gebrek aan hoffelijkheid had ik het niet over de heer Hatry, maar wel over de weigering om deze bespreking pas heden namiddag te voeren.

De opmerking van mevrouw Willame-Boonen betreffende het VBO vind ik zeer goedkoop en haar onwaardig.

Mevrouw Willame-Boonen (PSC) (in het Frans). - De wetgeving op de mededinging is zowel door de Europese Commissie als door de OESO bekritiseerd. Het was dus van belang ze te wijzigen.

In 1997 zijn bij de Senaat twee wetsvoorstellen ingediend tot wijziging van de wet van 5 augustus 1991 tot bescherming van de economische mededinging. Toen de belangstelling van de regering voor dit probleem gewekt was, heeft ze beslist een eigen ontwerp in te dienen. Het duurde tot juli 1998 vooraleer de senaatscommissie zich uitsprak over een tekst, die echter geen voldoening schonk. In samenspraak met de regering is het ontwerp in december 1998 herzien, wat geleid heeft tot de ontwerpen die vandaag worden besproken.

De wet van 1991 strekte ertoe de prijzen te beïnvloeden, de kwaliteit en de technologische vooruitgang te verzekeren, de werkgelegenheid dankzij concurrentie te bevorderen en, tenslotte, de keuzevrijheid van de consument te waarborgen.

Daartoe zijn drie controleorganen opgericht : de Raad, de Dienst en de Commissie voor de Mededinging.

De toepassing van deze wet is moeilijk gebleken. De Raad moest bepaalde onderwerpen prioritair behandelen en andere dossiers zonder gevolg laten, wat ten koste ging van de rechtszekerheid. Er was ook een gebrek aan personeel en aan financiële middelen. Het regeringsontwerp voorziet in de aanwijzing van vier voltijdse leden van die Raad. Naast de magistraten zullen ook personen worden benoemd die deskundig zijn op economisch gebied. Overigens zullen de financiële middelen aanzienlijk worden verhoogd.

Dat is echter niet het enige probleem. De wet van 1991 heeft tot onduidelijkheid geleid wat de draagwijdte van verschillende bepalingen betreft, inzonderheid met betrekking tot de bevoegdheidszones van de Dienst en de Raad.

Om de zelfstandigheid en de autonomie van de organen te verzekeren stelt het ontwerp een nieuw orgaan in : het korps van verslaggevers, die de opdracht hebben de dossiers te onderzoeken waarover de Raad voor de Mededinging zich moet uitspreken.

Voortaan worden termijnen opgelegd, zowel voor het onderzoek als voor de beslissing. Zo wordt de rechtszekerheid voor de ondernemingen beter gewaarborgd.

In verband met een van de laatste kritische opmerkingen die over de Belgische wetgeving inzake mededinging zijn gemaakt, moet er aan worden herinnerd dat elke onderneming die zou beslissen om een fusie aan te gaan daartoe door de Raad voor de Mededinging moet worden gemachtigd.

In feite moeten de ondernemingen hun concentratieproject meedelen als dat project tot een dominante marktpositie leidt. De huidige wetgeving bepaalt dat het project op straffe van sancties moet worden meegedeeld als de totale omzet en het marktaandeel een bepaalde drempelwaarde overschrijden. In dat geval moet de Raad voor de Mededinging zich uitspreken.

Die drempelwaarden waren betwistbaar zowel in het licht van de rechtszekerheid als van de doelstellingen van het mededingingsrecht. Omdat het moeilijk is de « relevant market » te bepalen, komt dat criterium te vervallen in de fase van de mededeling. Dat criterium wordt echter behouden voor de beoordeling door de Raad voor de Mededinging van een concentratie.

Ook een andere belangrijke wijziging moet worden benadrukt. Het mededingingsbeleid is een zaak van de uitvoerende macht en moet dat ook blijven. Bijgevolg hebben wij bepaald dat de ministerraad, in geval van een negatieve beslissing van de Raad voor de Mededinging over de voorgenomen concentratie, die toch kan toestaan wegens hogere economische belangen van de Staat.

Tenslotte hebben wij de rechten van verdediging, het zakengeheim en de procedures van beroep tegen de beslissingen van de onderscheiden instanties voor de mededinging opnieuw onder de loep genomen ten einde voor de ondernemingen een grotere rechtszekerheid te garanderen. (Applaus.)

De heer Di Rupo, vice-eerste minister en minister van economie en telecommunicatie, belast met buitenlandse handel (in het Frans). - Wij hebben hard gewerkt. Dit wetsontwerp heeft al een hele weg afgelegd. Ik dank de leden van de oppositie en van de meerderheid die tot de totstandkoming ervan hebben bijgedragen. Voorts is de hulp van magistraten en experts ingeroepen. Nu zijn wij in staat deze voorstellen te bespreken en de voorgestelde tekst goed te keuren.

Aan de heer Coene zeg ik, wat het criterium van het marktaandeel betreft, dat de commissie 25 dossiers heeft behandeld die ze niet had hoeven te behandelen. De ondernemingen dachten dat het percentage overschreden was terwijl de omzet het enige criterium was. De Raad voor de Mededinging zal echter wel met het marktaandeel rekening houden.

Die handelwijze sluit aan bij de wensen van de Europese Commissie. Wanneer de ondernemingen meer dan 25 % van de markt controleren, is de concentratie toelaatbaar.

Op basis van de verslagen van de magistraten zouden huiszoekingen kunnen worden gedaan. Momenteel kan de minister van economische zaken aanzetten tot huiszoekingen in de ondernemingen. Voor een huiszoeking in de privé-woning is echter een gerechtelijke beslissing nodig.

Het kwetst mij dat men mij verwijt dat ik aan politiek doe terwijl ik minister ben. De Kamer, de Senaat en de regering zijn toch de plaatsen bij uitstek om aan politiek te doen ? Men moet een onderscheid maken tussen politiek en onpartijdige beslissingen van de regering. Wie aan politiek doet, mag de billijkheid geen geweld aandoen.

Als de Raad voor de Mededinging een concentratie weigert, kan de zaak aanhangig worden gemaakt bij de regering, die deze concentratie kan toestaan als het algemeen belang van het land die fusie rechtvaardigt.

Men zegt dat de regering de vertrouwelijke aard van zulke aangelegenheden naast zich legt. Toen wij een tweede telecomoperator hebben aangewezen, wist tot op het laatste ogenblik niemand van buitenaf om welke onderneming het ging. De regering is in staat zulke geheimen te bewaren. Als de regering dat niet doet, kan de minister trouwens strafrechtelijk verantwoordelijk worden gesteld.

Met dit wetsontwerp staan wij voor op andere landen wat de regeling van de mededinging betreft. Het mechanisme is klaar en duidelijk. Het geeft de ondernemingen rechtszekerheid en biedt de Raad voor de Mededinging uitstekende werkomstandigheden.

Ik dank de leden van de commissie die tot de totstandkoming van dit ontwerp hebben bijgedragen.

- De algemene bespreking is gesloten.

De Voorzitter. - De commissie stelt de volgende nieuwe opschriften voor :

Wetsvoorstel tot wijziging van sommige artikelen van de wet van 5 augustus 1991 tot bescherming van de economische mededinging (Gedr. St. 417).

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 5 augustus 1991 tot bescherming van de economische mededinging. (Gedr. St. 614).

- De artikelen van beide voorstellen worden zonder opmerking aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.





WETSVOORSTEL TOT WIJZIGING VAN ARTIKEL 1 VAN HET DECREET VAN 4 JULI 1806 AANGAANDE DE MANIER VAN OPSTELLING VAN DE AKTE WAARBIJ DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND CONSTATEERT DAT HEM EEN LEVENLOOS KIND WERD VERTOOND, VAN MEVROUW JOËLLE MILQUET (Gedr. St. 1-623)

WETSVOORSTEL TOT WIJZIGING VAN HET DECREET VAN 4 JULI 1806 AANGAANDE DE MANIER VAN OPSTELLING VAN DE AKTE WAARBIJ DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND CONSTATEERT DAT HEM EEN LEVENLOOS KIND WERD VERTOOND, VAN DE HEER BERT ANCIAUX CS. (Gedr. St. 1-711)

WETSVOORSTEL TOT WIJZIGING VAN HET DECREET VAN 4 JULI 1806 AANGAANDE DE MANIER VAN OPSTELLING VAN DE AKTE WAARBIJ DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND CONSTATEERT DAT HEM EEN LEVENLOOS KIND WERD VERTOOND, VAN DE HEER ALAIN DESTEXHE (Gedr. St. 1-892)

Algemene bespreking


Mevrouw Delcourt-Pêtre (PSC) (in het Frans). - In het huidig rechtssysteem is het niet mogelijk een voornaam te geven aan een kind dat dood ter wereld komt. Het voorstel van mevrouw Milquet en dat van de heer Anciaux voorzag in de mogelijkheid voor de ouders die zulks wensten om een voornaam te geven aan een doodgeboren kind.

Van bij de aanvang van de bespreking heeft de regering een amendement ingediend dat de regeling volledig wijzigt. Dat amendement strekt ertoe een artikel 80bis in te voegen in het burgerlijk wetboek en het decreet van 4 juli 1806 te doen vervallen. Er wordt inzonderheid bepaald dat de akte van aangifte van een levenloos kind op haar dagtekening wordt ingeschreven in het register van de akten van overlijden, zonder dat daaruit kan worden afgeleid of het kind al dan niet heeft geleefd. Hoewel er is voorzien in de mogelijkheid om een voornaam te geven aan een doodgeboren kind, heeft de regering het niet nodig geacht de mogelijkheid in te voeren om een naam te geven, want de toekenning van een naam is naar Belgisch recht een gevolg van de afstamming, die bij doodgeboren kinderen niet altijd juridisch is vastgesteld.

De minister heeft beklemtoond wat volgens hem de grootste zorg van de ouders leek : het toekennen van een voornaam aan een levenloos kind.

De minister meende dat het wenselijk is de zin « zonder dat hieruit kan worden afgeleid of het kind al of niet heeft geleefd » te behouden, aangezien thans de vaststelling van de geboorte kan geschieden door een arts of een vroedvrouw, of door de ambtenaar van de burgerlijke stand, die een geboorteakte opstelt, of een akte dat hem een levenloos kind werd vertoond.

Op de vraag van een lid dat ongerust is over de rechtszekerheid in verband met het overlijden, dat hier niet altijd wordt vastgesteld door een ambtenaar van de burgerlijke stand, wijst een ander lid erop dat de belangrijkste doelstelling van het voorstel niet uit het oog mag worden verloren, namelijk een pijnlijke toestand op een menselijke manier oplossen.

De minister wees er ook op dat de akte van aangifte slechts mag worden opgemaakt indien de geboorte heeft plaatsgevonden meer dan zes maanden na de verwekking. Een lid vraagt wat er gebeurt als de ouders het niet eens zijn over de keuze van de voornaam.

De minister antwoordt dat de rechter dan moet beslissen. Hij wijst er ook op dat de toekenning van een voornaam vooral een symbolische betekenis heeft.

Daarna begon de bespreking van het amendement dat voorziet in een overgangsbepaling die ouders van wie een kind levenloos geboren werd vóór de inwerkingtreding van deze wet, de mogelijkheid biedt te vragen dat een voornaam wordt vermeld in de marge van de in artikel 2 bedoelde akte. Sommige leden hadden kritiek op deze terugwerkende kracht.

De minister meende dat het belangrijk is alle ouders die zulks wensen gedurende een welbepaalde periode het recht te geven om hun doodgeboren kind een voornaam te geven. Sommige leden meenden dat het de wetgever niet toekomt zich in de plaats van de ouders te stellen om te oordelen wat voor hen het beste is. Het gaat hier om het respect voor de mensen. Hiervoor volstaat het te zien hoeveel energie de ouders die met zo'n probleem geconfronteerd worden, hebben aangewend in de strijd om de wet te doen wijzigen. Er is een subamendement ingediend dat in een overgangsperiode van één jaar voorziet.

Het regeringsamendement werd eenparig door de 9 aanwezige leden aangenomen. Het subamendement van mevrouw de Béthune, mevrouw Milquet en de heer Anciaux werd aangenomen met 7 stemmen en 2 onthoudingen. (Applaus van talrijke leden.)

De heer Anciaux (VU). - Het gaat om een zeer positief voorstel. Ik ben blij dat we daarover vandaag kunnen stemmen. De rapporteur heeft terecht gewezen op de boeiende commissiebesprekingen en ik dank haar voor haar uitstekend verslag.

De VZW « Met Lege Handen », behandelt reeds jarenlang de psychologische problemen van gezinnen die worden geconfronteerd met doodgeboren kinderen of kinderen die kort na de geboorte overlijden. Bij de aangifte botsen zij dan op een koude bureaucratie die hen een nieuwe schok bezorgt.

Het aantal gevallen is niet te verwaarlozen. Het betreft een zeshonderdtal overlijdens per jaar. De vermelde VZW heeft dit jaar al een driehonderd koppels bijgestaan. Ik ben dan ook blij met de aandacht in de Senaat voor dit probleem en de positieve reactie van de minister en de administratie.

Ik ben ook verheugd dat een subamendement werd aanvaard waardoor ouders van wie een kind levenloos werd geboren voor de inwerkingtreding van deze wet tot een jaar na de inwerkingtreding nog een beroep kunnen doen op de bepalingen ervan, alsmede met het regeringsamendement waardoor het oude decreet van 1806 geschiedenis wordt. (Applaus.)

Mevrouw Milquet (PSC) (in het Frans). - De stap die wij vandaag op basis van deze enkele voorstellen ondernemen, strekt ertoe het beleid opnieuw af te stemmen op wat essentieel is voor mensen die met een te pietepeuterig bestuur worden geconfronteerd.

Een gewone verklaring dat een levenloos kind is vertoond, maakte het niet mogelijk een doodgeboren kind als persoon te laten erkennen. Het was niet mogelijk een voornaam te geven aan een kind dat, zij het alleen psychologisch, tot het gezin werd gerekend.

Het kwam er niet zozeer op aan het kind rechtspersoonlijkheid te geven, maar ervoor te zorgen dat de burgerlijke stand met de negen maanden zwangerschap rekening houdt. Voorts is het belangrijk dat dit een mogelijkheid blijft en geen verplichting wordt, aangezien iedereen een rouwproces op een andere manier doormaakt. Voorts was het belangrijk dat de mensen die aan de basis van deze voorstellen hebben gelegen, hun kind kunnen laten inschrijven, ook als het al jaren geleden is overleden.

Ik verheug mij dan ook over de aanneming van dit voorstel, dat misschien niet wereldschokkend lijkt maar voor de betrokken personen van groot belang is. (Applaus.)

De heer Van Parys, minister van justitie (in het Frans). - Ik sluit mij aan bij het betoog van mevrouw Milquet en de heer Anciaux. De commissie voor de Justitie van de Senaat heeft belangrijk werk verricht op het stuk van overleg tussen de indieners van het voorstel en de regering opdat de noodzakelijke elementen voor een goede wetgeving kunnen worden aangenomen.



(Verder in het Nederlands.)

De voorstellen komen tegemoet aan de behoefte van de ouders om hun doodgeboren kind een eigen identiteit te kunnen geven. Dit maakt deel uit van het verwerkingsproces.



(Verder in het Frans.)

Dat die stap niet verplicht is, is belangrijk, aangezien iedereen het probleem zo op zijn eigen manier kan benaderen.



(Verder in het Nederlands.)

Het amendement dat ouders de mogelijkheid geeft om nog gedurende één jaar de voornamen van hun doodgeboren kind te laten inschrijven, beantwoordt eveneens aan een reële nood.

Ik hoop dat de Kamer dit voorstel zo spoedig mogelijk zal willen behandelen.

- De algemene bespreking is gesloten.

De Voorzitter. - De commissie stelt volgend nieuw opschrift voor : « Wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 80bis in het Burgerlijk Wetboek en tot opheffing van het decreet van 4 juli 1806 aangaande de manier van opstelling van de akte waarbij de ambtenaar van de burgerlijke stand constateert dat hem een levenloos kind werd vertoond. »

- De artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.





WETSONTWERP BETREFFENDE DE HERVORMING VAN DE GERECHTELIJKE KANTONS (Gedr. St. 1-1139)

AIgemene bespreking


De heer Goris (VLD). - Dit wetsontwerp was noodzakelijk. Het is hoogtijd dat de gerechtelijke kantons worden heringericht en dat daarbij rekening wordt gehouden met de gemeentegrenzen.

Ik stel voor de klasse-indeling van de vredegerechten op geregelde tijdstippen te herzien zodat het personeelsbestand van de griffies kan worden aangepast.

Het verheugt me dat de regering het eens is met de praktische wijzigingen die Kamer en Senaat nog hebben aangebracht.

Ik heb nog een vraag over de kantons met twee zetels. Op welke wijze zal worden bepaald bij welke zetel een zaak moet worden ingeleid ? Wat gebeurt er als het kanton bijvoorbeeld uit drie gemeenten bestaat ? Zal de regering de betrokken vrederechters raadplegen ?

De VLD-fractie zal dit ontwerp goedkeuren.

De heer Van Parys, minister van justitie. - De gemeentegrenzen zijn het criterium voor de toewijzing van een zaak aan zetel. Als dit moeilijkheden oplevert, zullen wij de vrederechters raadplegen.

- De algemene bespreking is gesloten.



Artikelsgewijze bespreking


Bij artikel 5 :

Afdeling 4. - Brussel-Hoofdstad

Het gedeelte van het grondgebied van de gemeente Anderlecht gelegen ten oosten van de middellijn van de Louis Mettewielaan, de Prins van Luiklaan, de Cyriel Buyssestraat, de Edmond Delcourtstraat, de Jef Dillensquare, de Formatiestraat, de Veeweidestraat en de Bergensesteenweg, vormt het eerste gerechtelijk kanton Anderlecht; de zetel van het gerecht is gevestigd te Anderlecht.

De gemeente Sint-Agatha-Berchem en het gedeelte van het grondgebied van de gemeente Anderlecht gelegen ten westen van de middellijn van de Louis Mettewielaan, de Prins van Luiklaan, de Cyriel Buyssestraat, de Edmond Delcourtstraat, de Jef Dillensquare, de Formatiestraat, de Veeweidestraat en de Bergensesteenweg vormen het tweede gerechtelijk kanton Anderlecht; de zetel van het gerecht is gevestigd te Anderlecht.

De gemeenten : Oudergem, Watermaal-Bosvoorde, vormen een gerechtelijk kanton; de zetel van het gerecht is gevestigd te Oudergem.

Het gedeelte van het grondgebied van de stad Brussel begrensd door de middellijnen van de Maurice Lemonnierlaan, het Fontainasplein, de Anspachlaan, de Kiekenmarkt, de Grasmarkt, de Bergstraat, de Berlaimontlaan, de Collegialestraat, de Wilde Woudstraat, Treurenberg, Jonkerstraat, Koloniënstraat, de Houtmarkt, Kantersteen, Keizerslaan, Hoogstraat en de scheidingslijn tussen de stad Brussel en de gemeente Sint-Gillis, vormt het eerste gerechtelijk kanton Brussel; de zetel van het gerecht is gevestigd te Brussel.

Het gedeelte van het grondgebied van de stad Brussel begrensd door de middellijnen van de Hoogstraat, de Keizerslaan, Kantersteen, de Houtmarkt, de Koloniënstraat, de Jonkerstraat, Treurenberg, de Wetstraat, de Regentlaan, de scheidingslijn tussen de stad Brussel en de gemeente Elsene, het gehele grondgebied van de stad Brussel gelegen ten zuid-oosten van het Louizaplein, de scheidingslijn tussen de stad Brussel en de gemeente SintGillis tot de middellijn van de Hoogstraat, vormt het tweede gerechtelijk kanton Brussel; de zetel van het gerecht is gevestigd te Brussel.

Het gedeelte van het grondgebied van de stad Brussel begrensd door de middellijnen van het Saincteletteplein, Sainctelettesquare, het IJzerplein, en de lijn die de Antwerpselaan van de Boudewijnlaan scheidt tot de middellijn van de Adolphe Maxlaan, de middellijn van Adolphe Maxlaan, het De Brouckèreplein, de Anspachlaan, de Maurice Lemonnierlaan tot de grens van de stad Brussel, vormt het derde gerechtelijk kanton Brussel; de zetel van het gerecht is gevestigd te Brussel.

Het gedeelte van het grondgebied van de stad Brussel begrensd door de middellijnen van de Anspachlaan, het De Brouckèreplein, de Adolphe Maxlaan, de scheidingslijn tussen de stad Brussel en de gemeente Sint-Joost-ten-Node, de scheidingslijn tussen de stad Brussel en de gemeente Schaarbeek, de scheidingslijn tussen de stad Brussel en de gemeente Etterbeek, de scheidingslijn tussen de stad Brussel en de gemeente Elsene, en de middellijnen van de Regentlaan, de Wetstraat, van het gedeelte van de Koningstraat tot aan Treurenberg, Treurenberg, de Wilde Woudstraat, de Collegialestraat, de Berlaimontlaan, de Bergstraat, de Grasmarkt, de Kiekenmarkt, vormt het vierde gerechtelijk kanton Brussel; de zetel van het gerecht is gevestigd te Brussel.

Het gedeelte van het grondgebied van de stad Brussel begrensd ten oosten door de middellijn van het Saincteletteplein, de Willebroekse vaart, de van Praetbrug, de Jules van Praetlaan en de Meiselaan, vormt het vijfde gerechtelijk kanton Brussel; de zetel van het gerecht is gevestigd te Brussel.

Het gedeelte van het grondgebied van de stad Brussel begrensd ten westen door de middellijn van het Saincteletteplein, de Willebroekse vaart, de van Praetbrug, de Jules van Praetlaan en de Meiselaan, ten zuiden door de middellijn van het Saincteletteplein, Sainctelettesquare, IJzerplein en door de lijn die de scheiding vormt tussen de Antwerpselaan en de Boudewijnlaan, vormt het zesde gerechtelijk kanton Brussel; de zetel van het gerecht is gevestigd te Brussel.

De gemeente : Etterbeek, vormt een gerechtelijk kanton; de zetel van het gerecht is gevestigd te Etterbeek.

De gemeente : Vorst, vormt een gerechtelijk kanton; de zetel van het gerecht is gevestigd te Vorst.

De gemeente : Elsene, vormt een gerechtelijk kanton; de zetel van het kanton is gevestigd te Elsene.

De gemeenten : Ganshoren, Jette, Koekelberg, vormen een gerechtelijk kanton; de zetel van het gerecht is gevestigd te Jette.

De gemeente : Sint-Jans-Molenbeek, vormt een gerechtelijk kanton; de zetel van het gerecht is gevestigd te Sint-Jans-Molenbeek.

De gemeente : Sint-Gillis, vormt een gerechtelijk kanton; de zetel van het gerecht is gevestigd te Sint-Gillis.

De gemeenten : Evere, Sint-Joost-ten-Node, vormen een gerechtelijk kanton; de zetel van het gerecht is gevestigd te Sint-Joost-ten-Node.

Het gedeelte van het grondgebied van de gemeente Schaarbeek gelegen links van de middellijn van de Paviljoenstraat, de Vleugelsstraat, de Jeruzalemstraat, de Azalealaan, de Ernest Cambierlaan, de Leuvense Steenweg, van het Generaal Meiserplein tot aan de grens met de gemeente Sint-Joost-ten-Node, vormt het eerste gerechtelijk kanton Schaarbeek; de zetel van het gerecht is gevestigd te Schaarbeek.

Het gedeelte van het grondgebied van de gemeente Schaarbeek gelegen rechts van de middellijn van de Paviljoenstraat, de Vleugelsstraat, de Jeruzalemstraat, de Azalealaan, de Ernest Cambierlaan, de Leuvensesteenweg, van het Generaal Meiserplein tot aan de grens met de gemeente Sint-Joost-ten-Node, vormt het tweede gerechtelijk kanton Schaarbeek; de zetel van het gerecht is gevestigd te Schaarbeek.

De gemeente : Ukkel, vormt een gerechtelijk kanton; de zetel van het gerecht is gevestigd te Ukkel.

De gemeenten : Sint-Lambrechts-Woluwe, Sint-Pieters-Woluwe, vormen een gerechtelijk kanton; de zetel van het gerecht is gevestigd te Sint-Pieters-Woluwe.

De Voorzitter. - De heren Desmedt en Foret hebben een amendement nr. 15 ingediend dat ertoe strekt in het voorgestelde artikel 1, afdeling 4, het twaalfde lid te vervangen door de volgende bepaling :

« Het gedeelte van het grondgebied van de gemeente Elsene gelegen ten noorden van de middellijn van de Scepterstraat, het Raymond Blyckaertsplein, de Malibranstraat, het Eugene Flageyplein en de Lesbroussartstraat vormt het eerste gerechtelijk kanton Elsene; de zetel van het gerecht is gevestigd te Elsene.

Het gedeelte van het grondgebied van de gemeente Elsene gelegen ten zuiden van de middellijn van de Malibranstraat, het Eugene Flageyplein en de Lesbroussartstraat en het gedeelte van het grondgebied van de gemeente Elsene gelegen ten westen van het grondgebied van de stad Brussel waarvan de Louizalaan deel uitmaakt, vormen het tweede gerechtelijk kanton Elsene; de zetel van het gerecht is gevestigd te Elsene. »

De heren Desmedt en Foret hebben ook een amendement nr. 16 ingediend dat ertoe strekt in het voorgestelde artikel 1, afdeling 4, het zeventiende lid te vervangen als volgt :

« Het gedeelte van het grondgebied van de gemeente Schaarbeek afgebakend door de middellijnen van de Paviljoenstraat, de Vleugelsstraat, de Jeruzalemstraat, de Louis Bertrandlaan, de Voltairelaan en de Paul Deschanellaan vormt het eerste gerechtelijk kanton Schaarbeek; de zetel van het kanton is gevestigd te Schaarbeek.

Het gedeelte van het grondgebied van de gemeente Schaarbeek afgebakend door de middellijnen van de Charles Gilisquetlaan, de Chazallaan, de Prévost-Delaunaysquare, de generaal Eisenhowerlaan, de Azalealaan, de Voltairelaan, de Louis Bertrandlaan, de Jeruzalemstraat, de Vleugelsstraat en de Paviljoenstraat vormt het tweede gerechtelijk kanton Schaarbeek; de zetel van het kanton is gevestigd te Schaarbeek.

Het gedeelte van het grondgebied van de gemeente Schaarbeek afgebakend door de middellijn van de Charles Gilisquetlaan en de Chazallaan, ten zuiden van de middellijnen van de Prévost-Delaunaysquare, de generaal Eisenhowerlaan, en de Azalealaan, ten oosten van de middellijn van de Paul Deschanellaan vormt het derde gerechtelijk kanton Schaarbeek; de zetel van het kanton is gevestigd te Schaarbeek. »

Bij artikel 7 :

In artikel 3 van hetzelfde bijvoegsel worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° Het punt 2 wordt vervangen door de volgende bepaling :

« 2. Te Mechelen : Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van het gerechtelijk arrondissement Mechelen. »

2° Het punt 3 wordt opgeheven.

3° In punt 7 worden de woorden « negen kantons Brussel » vervangen door de woorden « zes kantons Brussel », de woorden « twee kantons Elsene«  vervangen door de woorden « het kanton Elsene » en de woorden « drie kantons Schaerbeek » door de woorden « twee kantons Schaarbeek ».

4° Het punt 8 wordt vervangen door de volgende bepaling :

« 8. Te Vilvoorde : Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van de kantons Asse, Grimbergen, Meise, Overijse-Zaventem en Vilvoorde. »

5° Het punt 9 wordt vervangen door de volgende bepaling :

« 9. Te Halle : Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van de kantons Halle, Herne-Sint-Pieters-Leeuw, Kraainem-Sint-Genesius-Rode en Lennik. »

6° Het punt 19 wordt vervangen door de volgende bepaling :

« 19. Te Dendermonde : Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van de kantons Dendermonde-Hamme en Wetteren-Zele. »

De Voorzitter. - De heer Loones heeft een amendement (nr. 20) ingediend dat ertoe strekt tussen het 5° en het 6°, dat het 8° wordt, een 6° en een 7° in te voegen, luidende :

« 6° In punt 17, worden de woorden « het gerechtelijk arrondissement Kortrijk » vervangen door de woorden « de twee kantons Kortrijk en de kantons Harelbeke en Menen ».

7° Een punt 17bis wordt ingevoegd, luidende :

« 17bis. Te Roeselare : Deze rechtbank heeft rechtsmacht over het grondgebied van de kantons Roeselare, Waregem en Izegem. »

Bij artikel 8 :

Artikel 4 van hetzelfde bijvoegsel wordt vervangen door de volgende bepaling :

« Art. 4. 1. De twaalf kantons van Antwerpen en de kantons Boom, Brasschaat, Kapellen, Kontich, Schilde en Zandhoven vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Antwerpen.

2. De kantons Heist-op-den-Berg, Lier, Mechelen en Willebroek vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Mechelen.

3. De kantons Arendonk, Geel, Herentals, Hoogstraten, Mol, Turnhout en Westerlo vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Turnhout.

4. Het kanton Beringen, de twee kantons Hasselt, de kantons Houthalen-Helchteren, Neerpelt-Lommel en Sint-Truiden vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Hasselt.

5. De kantons Bilzen, Borgloon, Bree, Genk, Maaseik, Maasmechelen en Tongeren-Voeren vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Tongeren.

6. De kantons Eigenbrakel, Geldenaken-Perwijs, Nijvel, Tubeke en de twee kantons van Waver vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Nijvel.

7. De twee kantons van Anderlecht, het kanton Asse, de zes kantons van Brussel, het kanton Elsene, de kantons Etterbeek, Grimbergen, Halle, Herne-Sint-Pieters-Leeuw, Jette, Kraainem-Sint-Genesius-Rode, Lennik, Meise, Oudergem en Overijse-Zaventem, de twee kantons Schaarbeek, de kantons Sint-Gillis, Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Joost-ten-Node, Sint-Pieters-Woluwe, Ukkel, Vilvoorde, Vorst vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Brussel.

8. De kantons Aarschot, Diest, Haacht, Landen-Zoutleeuw, de drie kantons van Leuven en het kanton Tienen vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Leuven.

9. De twee kantons Aalst, de kantons Beveren, Dendermonde-Hamme, Lokeren, Ninove, de twee kantons Sint-Niklaas en het kanton Wetteren-Zele vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Dendermonde.

10. De kantons Deinze, Eeklo, de vijf kantons Gent, de kantons Merelbeke, Zelzate en Zomergem vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Gent.

11. De kantons Geraardsbergen-Brakel, Oudenaarde-Kruishoutem, Ronse en Zottegem-Herzele vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Oudenaarde.

12. De vier kantons van Brugge, de twee kantons van Oostende, de kantons Tielt en Torhout vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Brugge.

13. Het eerste kanton Ieper, het tweede kanton Ieper-Poperinge en het kanton Wervik vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Ieper.

14. De kantons Harelbeke, Izegem, de twee kantons van Kortrijk, de kantons Menen, Roeselare en Waregem vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Kortrijk.

15. De kantons Diksmuide en Veurne-Nieuwpoort vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Veurne.

16. De kantons Eupen en Sankt-Vith vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Eupen.

17. De kantons Hamoir, Hoei-Hannuit en Hoei vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Hoei.

18. De kantons Borgworm, Fléron, Grace-Hollogne, Herstal, de vier kantons van Luik, de kantons Saint-Nicolas, Seraing, Sprimont en Wezet vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Luik.

19. De kantons Limburg-Aubel, Malmedy-Spa-Stavelot, het eerste kanton Verviers-Herve en het tweede kanton Verviers vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Verviers.

20. De kantons Aarlen-Messancy en Virton-Florenville-Etalle vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Aarlen.

21. De kantons Marche-en-Famenne-Durbuy en Vielsalm-La-Roche-en-Ardenne-Houffalize vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Marche-en-Famenne.

22. De kantons Bastenaken-Neufchateau en Saint-Hubert-Bouillon-Paliseul vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Neufchateau.

23. De kantons Beauraing-Dinant-Gedinne, Ciney-Rochefort, Couvin-Philippeville en Florennes-Walcourt vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Dinant.

24. De kantons Andenne, Fosses-la-Ville, Gembloux-Eghezée en de twee kantons van Namen vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Namen.

25. De kantons Beaumont-Chimay-Merbes-le-Château, Binche, de vijf kantons van Charleroi, de kantons Châtelet, Fontaine-l'Eveque, Seneffe en Thuin vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Charleroi.

26. De twee kantons van Bergen, de kantons Boussu, Dour-Colfontaine, Edingen-Lens, La Louvière en Zinnik-Le Roeulx, vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Bergen.

27. De kantons Aat-Lessen, Moeskroen-Komen-Waasten, Péruwelz-Leuze-en-Hainaut en de twee kantons Doornik vormen een gerechtelijk arrondissement.

De zetel van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel is gevestigd te Doornik. »

De Voorzitter. - De heren Desmedt en Foret hebben een amendement nr. 17 ingediend dat ertoe strekt in het voorgestelde artikel 4, punt 7, de woorden « het kanton Elsene » te vervangen door de woorden « de twee kantons Elsene. »

De heren Desmedt en Foret hebben ook een amendement nr. 18 ingediend dat ertoe strekt in het voorgestelde artikel 4, punt 7, de woorden « de twee kantons Schaarbeek » te vervangen door « de drie kantons Schaarbeek ».

Bij artikel 22 :

§ 1. De vrederechter die, op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet, titularis is van een gerechtelijk kanton dat wordt gehandhaafd, wordt rechter van dit kanton, zelfs indien het rechtsgebied ervan is gewijzigd, de zetel ervan wordt verplaatst of de benaming ervan wordt gewijzigd.

Het vorige lid is ook van toepassing op de vrederechters die meerdere kantons bedienen die ingevolge deze wet worden samengevoegd tot een kanton.

§ 2. Wanneer ingevolge de bepalingen van deze wet, door de samenvoeging van de kantons, en ongeacht eventuele wijzigingen van hun rechtsgebied, meerdere vrederechters titularis worden van éénzelfde kanton, dan zijn deze vrederechters bevoegd voor het volledige rechtsgebied van dit kanton. De verdeling van de dienst en de leiding berust bij de oudstbenoemde. Wanneer ingevolge ambtsbeëindigingen één vrederechter overblijft wordt deze, zonder dat artikel 287 van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing is, titularis van dit kanton zonder nieuwe eedaflegging.

§ 3. Wanneer twee of meerdere kantons die op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet, worden bediend door éénzelfde titularis, ingevolge de bepalingen ervan, autonome kantons worden of blijven, ongeacht eventuele wijzigingen van hun rechtsgebied, laat deze vrederechter binnen zes maand na de inwerkingtreding van deze wet via de minister van justitie aan de Koning weten welk kanton hij verkiest. Hij wordt, zonder dat artikel 287 van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing is, in het kanton van zijn keuze benoemd zonder nieuwe eedaflegging.

Wanneer twee of meerdere kantons die op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet, worden bediend door eenzelfde titularis, ingevolge de bepalingen ervan, worden gesplitst waarbij één kanton autonoom wordt en de andere eventueel worden toegevoegd aan bestaande kantons, ongeacht eventuele wijzigingen van hun rechtsgebied, wordt deze vrederechter zonder dat artikel 287 van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing is, titularis van het kanton dat autonoom wordt en dit zonder nieuwe eedaflegging.

Wanneer twee of meerdere kantons die op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet, worden bediend door éénzelfde titularis, ingevolge de bepalingen ervan, worden gesplitst waarbij deze kantons of gedeelten ervan met andere kantons of gedeelten ervan worden samengesmolten, ongeacht eventuele wijzigingen van hun rechtsgebied, wordt deze vrederechter zonder dat artikel 287 van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing is, titularis van het kanton waarvoor geen titularis beschikbaar is en dit zonder nieuwe eedaflegging.

Indien er een titularis is, wordt de in het vorig lid bedoelde vrederechter ten persoonlijken titel toegevoegd vrederechter bij de betrokken kantons. Bij ambtsbeëindiging van een in het vorige lid bedoelde titularis, wordt de toegevoegde rechter, zonder toepassing van artikel 287 van het Gerechtelijk Wetboek, titularis van het kanton zonder nieuwe eedaflegging.

Wanneer een kanton, ingevolge de bepalingen van deze wet, wordt gesplitst waarbij gedeelten van dit kanton worden samengesmolten met andere kantons of gedeelten ervan, ongeacht eventuele wijzigingen van hun rechtsgebied, wordt de vrederechter van dit kanton zonder dat artikel 287 van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing is, titularis van het kanton waarvoor geen titularis beschikbaar is en dit zonder nieuwe eedaflegging.

Indien er een titularis beschikbaar is, wordt de in het vorig lid bedoelde vrederechter ten persoonlijke titel toegevoegd vrederechter bij de betrokken kantons. Bij ambtsbeëindiging van een in het vorig lid bedoelde titularis, wordt de toegevoegde rechter, zonder toepassing van artikel 287 van het Gerechtelijk Wetboek, titularis van het kanton zonder nieuwe eedaflegging.

§ 4. Voor wat betreft de toepassing van deze wet worden de kantons in Brussel als volgt hernummerd :

1° Brussel 1 omvat het voormalige kanton Brussel 1 en een deel van het voormalige kanton Brussel 3;

2° Brussel 2 omvat het voormalige kanton Brussel 2 en een deel van het voormalige kanton Brussel 3;

3° Brussel 3 omvat de voormalige kantons Brussel 5 en Brussel 6;

4° Brussel 4 omvat de voormalige kantons Brussel 4 en Brussel 7 en een deel van het voormalige kanton Brussel 3;

5° Brussel 5 omvat het voormalige kanton Brussel 8;

6° Brussel 6 omvat het voormalige kanton Brussel 9.

Voor wat betreft de toepassing van deze wet worden de kantons in Schaarbeek als volgt hernummerd :

1° Schaarbeek 1 omvat het voormalige kanton Schaarbeek 1 en een deel van het voormalige kanton Schaarbeek 3;

2° Schaarbeek 2 omvat het voormalige kanton Schaarbeek 2 en een deel van het voormalige kanton Schaarbeek 3.

§ 5. De bepalingen van §§ 1 en 3 zijn van toepassing op de plaatsvervangende vrederechters, uitgezonderd het bepaalde inzake de verdeling van de dienst.

De plaatsvervangende vrederechters verbonden aan de kantons bedoeld in § 2 worden plaatsvervangers voor alle vrederechters van het nieuwe kanton.

De Voorzitter. - De heren Desmedt en Foret hebben een amendement nr. 19 ingediend dat ertoe strekt in § 4 het tweede lid te doen vervallen.

- De stemming over deze amendementen en artikelen wordt aangehouden.

- De overige artikelen worden zonder opmerking aangenomen.





WETSONTWERP TOT OPHEFFING VAN ARTIKEL 1056, 1°, TWEEDE LID, VAN HET GERECHTELIJK WETBOEK (Gedr. St. 1-1063) (Tweede behandeling)

- Over het geheel zal later worden gestemd.





WETSONTWERP HOUDENDE WIJZIGING VAN ARTIKEL 70, § 1, VAN DE WETTEN OP DE RAAD VAN STATE, GECOORDINEERD OP 12 JANUARI 1973 (Gedr. St. 1-879)

- De artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.





WETSONTWERP TOT WIJZIGING VAN DE ARTIKELEN 318 TOT 323 VAN DE NIEUWE GEMEENTEWET BETREFFENDE DE GEMEENTELIJKE VOLKSRAADPLEGING (Gedr. St. 1-1133) (Evocatieprocedure)

WETSONTWERP TOT WIJZIGING VAN DE ARTIKELEN 140-1 TOT 140-6 VAN DE PROVINCIEWET BETREFFENDE DE PROVINCIALE VOLKSRAADPLEGING (Gedr. St. 1-1134) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking


De heer Caluwé (CVP), verslaggever. - Deze ontwerpen werden goedgekeurd door de Kamer op 29 oktober 1998 en geëvoceerd door de Senaat op 22 november 1998. Sommige bepalingen waren strijdig met artikel 41 van de Grondwet. Ze kennen immers aan de inwoners van gemeenten en provincies het recht toe om referenda te organiseren zonder dat de lokale overheden dat kunnen weigeren. Het was dus aangewezen om te wachten tot de herziening van artikel 41 van de Grondwet was goedgekeurd in de Senaat.

De beide ontwerpen zijn het gevolg van het overleg in de werkgroep Langendries over de nieuwe politieke cultuur en hebben tot doel de directe democratie te bevorderen.

De meeste leden van de commissie waren voorstander van de volgende principes : het recht van de bevolking om een volksraadpleging te organiseren, een verlaging van de drempel van 40 %, een verlaging van de leeftijd voor deelnemers en aanvragers van 18 tot 16 jaar en een uitbreiding van de voorwaarden om deel te nemen tot niet Belgen.

Een eerste punt van discussie was het bindend karakter van de referenda. De tegenstanders ervan voerden aan dat een referendum polariserend werkt en dat het vooral nuttig is om de mening van de bevolking te leren kennen. Voorstanders van bindende referenda argumenteerden dat het niet opgaat om een debat te organiseren over een kwestie en dan geen rekening te houden met de uitgedrukte wens van de bevolking. Uiteindelijk werd het voorstel om referenda bindend te maken door de commissie verworpen.

Wat betreft de kwestie van de drempelbepaling voor het aantal deelnemers aan referenda stelde de commissie vast dat er in kleinere gemeenten in verhouding veel meer handtekeningen nodig zijn dan in grote gemeenten. Via amendering werden de drempels daarom aangepast : voor gemeenten met minder dan 15 000 inwoners werd de drempel vastgelegd op 20 %; voor gemeenten met een inwonersbestand tussen 15 en 30 000 werd een drempel voorgesteld van 3 000 handtekeningen en voor gemeenten en steden met meer dan 30 000 inwoners geldt een drempel van 10 %.

Het wetsontwerp over provinciale referenda werd niet geamendeerd.

De CVP-fractie is voorstander van lokale referenda en meer democratie. Referenda zijn echter niet de enige instrumenten voor meer democratie. Er zijn ook de adviesraden, ombudsmannen en hoorzittingen. De komende jaren moet dit instrument alleszins verfijnd en geëvalueerd worden. Op dit moment vindt de CVP het nuttig om er een aantal voorwaarden aan te koppelen. Een hoge drempel kan lichtvaardig gebruik van dit instrument voorkomen. Wij kiezen ook voor niet-bindende referenda omdat de verantwoordelijkheid moet liggen bij de verkozenen die een globalere visie hebben en die zich moeten verantwoorden.

De heer Vergote (VLD). - De VLD pleitte in een resolutie van april 1998 reeds voor het referendum op het vlak van de districten, de gemeenten, de provincies, de deelstaten en de federatie. De uitvoerende macht zou het referendum organiseren en een onafhankelijk orgaan in de schoot van het Arbitragehof zou het controleren. Ten minste 10 % van de burgers zouden een referendum kunnen uitlokken en het resultaat zou bindend zijn indien ten minste 25 % van de gegadigden hun stem uitbrachten in algemene kwesties en 50 % in grondwetkwesties. De deelnemers moeten ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters, van Belgische nationaliteit zijn en ten minste 16 jaar oud zijn.

Een vergelijking tussen deze ontwerpen en de voorstellen van de VLD gaat niet op. Het resultaat is niet bindend. De participatiedrempel zou moeten worden verlaagd. Wel gaan wij akkoord met de verlaging van de leeftijdsdrempel van 18 tot 16 jaar.

De VLD zal zich daarom onthouden.

De heer Anciaux (VU). - Deze ontwerpen zijn een stap terug. Wij verheugen ons over de afschaffmg van de nationaliteitsvereiste en de verlaging van de leeftijdsvereiste van 18 naar 16 jaar. Toch betreuren we dat de term « kiesgerechtigden » werd vervangen door « inwoners ». Hierdoor wordt de drempel veel hoger. Er zullen heel wat meer handtekeningen nodig zijn om een referendum te kunnen uitlokken. De gemeenten en provincies kunnen een referendum niet meer weigeren als er voldoende handtekeningen zijn, maar het resultaat is niet bindend. Indien een gekozene geen rekening houdt met het resultaat komt hij in conflict met de bevolking, en indien hij er wel rekening mee houdt kan hij last krijgen met zijn partij.

Met de voorgestelde oplossing gaan we regelrecht naar conflicten. De bevolking wordt immers niet ernstig genomen. De 68'ers zijn erin geslaagd de bewustwording van het volk aan te zwengelen, maar de heersende politieke klasse blijft betuttelend optreden. De bevolking wordt afkerig van de politiek omdat de politiek geen rekening houdt met de bevolking.

Wij stellen voor dat een referendum zou worden gehouden zodra 10 % van de bevolking het vraagt op lokaal vlak en 50 % op extraprovinciaal vlak. De uitspraak moet bindend zijn zodra 20 % van de kiesgerechtigden zijn stem heeft uitgebracht.

Bij de lancering van het idee van het referendum zei Guy Verhofstadt destijds dat het referendum de meest individuele uiting is van de meest individuele persoonlijke vrijheid. Ik huiverde toen bij die uitspraak. Maar als men het referendum ziet als het tot stand brengen van een maatschappelijk debat, dan is het de beste manier om de directe democratie te realiseren. In die zin is het referendum één van de grote uitdagingen van de volgende jaren.

Indien politici geen respect opbrengen voor de bevolking, dan kunnen zij moeilijk enig respect verwachten vanwege die bevolking. De liefde moet van beide kanten komen. Deze ontwerpen zullen daar zeker niet toe bijdragen.

- De algemene bespreking is gesloten.

De Voorzitter. - In zowel de Franse als de Nederlandse tekst is een technische wijziging aangebracht. De woorden « aan de raadpleging hebben deelgenomen » gelden voor de drie vermelde gevallen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.





WETSONTWERP TOT WIJZIGING VAN DE GEMEENTEKIESWET, GECOORDINEERD OP 4 AUGUSTUS 1932 EN VAN DE ORGANIEKE WET VAN 8 JULI 1976 BETREFFENDE DE OPENBARE CENTRA VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN (Gedr. St. 1-1275)

- De artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.





VOORSTEL VAN BIJZONDERE WET TOT WIJZIGING VAN DE BIJZONDERE WET VAN 8 AUGUSTUS 1980 TOT HERVORMING DER INSTELLINGEN, VAN DE HEER FRED ERDMAN CS. (Gedr. St. 1-1262)

- De artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.





WETSONTWERP BETREFFENDE DE OPSTELLING VAN DE LIJST VAN DE IN HET BUITENLAND GEVESTIGDE BELGISCHE KIEZERS VOOR DE VERKIEZING VAN DE FEDERALE WETGEVENDE KAMERS (Gedr. St. 1-1305)

Algemene bespreking


Mevrouw Lizin (PS), verslaggever (in het Frans). - Dat dit ontwerp dringend op de agenda wordt gebracht, is noodzakelijk als men wil dat de wet zin heeft. De wet is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 31 december 1998 en is op 10 januari 1999 in werking getreden. De in het buitenland gevestigde Belgen zullen aan de verkiezingen kunnen deelnemen op voorwaarde dat zij zich in een register laten inschrijven. Voor die inschrijving zijn veel formaliteiten vereist. Aangezien de kiezerslijsten op 1 april 1999 worden afgesloten, zullen in het buitenland gevestigde Belgen niet de tijd hebben om al die formaliteiten te vervullen.

Dit ontwerp bepaalt dat de lijsten, bij wijze van uitzondering, zullen worden afgesloten de veertigste dag voor de verkiezingen. De tekst is in de commissie eenparig aangenomen.

De heer Anciaux (VU). - Ik vind dit ontwerp een goede zaak, maar als een dergelijke aanpassing vlak voor de verkiezingen wordt doorgevoerd, moeten we erop letten dat er geen misbruik wordt van gemaakt door politieke partijen. Ik zou dan ook willen vragen hoe de Belgen in het buitenland op de hoogte zullen worden gebracht van deze wijziging. Hoe zullen zij worden geïnformeerd ? Zal dat op objectieve wijze gebeuren ? Als het niet objectief gebeurt, vrees ik misbruik door politieke partijen.

Mevrouw Lizin (PS), verslaggever. - De minister heeft in de commissie geantwoord dat de ambtenaren worden geïnformeerd, maar dat er geen bijzondere informatiecampagne komt.

De heer Anciaux (VU). - Dan vrees ik dat er misbruiken zullen komen.

Mevrouw Lizin (PS), verslaggever. - Er zal wel informatie worden gegeven via de vereniging der Belgen in het buitenland.

- De algemene bespreking is gesloten.

- De artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.

- De vergadering wordt om 11.25 uur gesloten.





VERHINDERD



De heren Destexhe, Nothomb, met opdracht in het buitenland; mevrouw Dua en de heer Urbain, wegens ambtsplichten; de heer Bock, om persoonlijke redenen; de heer Santkin, om familiale redenen, en de heer Coveliers, om gezondheidsredenen.





Het Beknopt Verslag geeft een samenvatting van de debatten

Het volledig verslag verschijnt in de Parlementaire Handelingen