5-129

5-129

Belgische Senaat

5-129

Handelingen - Nederlandse versie

DONDERDAG 5 DECEMBER 2013 - NAMIDDAGVERGADERING


Waarschuwing: de blauwe kleur geeft aan dat het gaat om uit het Frans vertaalde samenvattingen.


Mondelinge vragen

Wetsontwerp houdende hervorming van de bevoegdheid, de procedureregeling en de organisatie van de Raad van State (Stuk 5-2277)

Wetsvoorstel tot wijziging van de gecoördineerde wetten van 12 januari 1973 op de Raad van State (van de heer Peter Van Rompuy c.s.; Stuk 5-1579/1)

Wetsvoorstel tot wijziging van de gecoördineerde wetten van 12 januari 1973 op de Raad van State (van de heer Guido De Padt; Stuk 5-1965/1)

Mondelinge vragen

Wetsvoorstel tot aanvulling van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen met een set aanvullende indicatoren voor het meten van levenskwaliteit, menselijke ontwikkeling, de sociale vooruitgang en de duurzaamheid van onze economie (van de heer Etienne Schouppe c.s.; Stuk 5-2258)

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen en de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling, wat de aanvullende indicatoren voor de bepaling van het bbp betreft (van mevrouw Cécile Thibaut c.s.; Stuk 5-1503)

Wetsontwerp tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de kwaliteitsrekening van advocaten betreft (Stuk 5-2288)

Wetsvoorstel tot wijziging van de hypotheekwet van 16 december 1851 wat betreft de derdenrekening (van de heer Karl Vanlouwe en mevrouw Inge Faes; Stuk 5-1243)

Wetsvoorstel tot wijziging van de wetgeving wat de kwaliteitsrekening van advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders en de afscheiding van vermogens betreft (van mevrouw Sabine de Bethune, de heer Peter Van Rompuy en mevrouw Martine Taelman; Stuk 5-1354)

Wetsontwerp tot wijziging van de artikelen 1322bis en 1322undecies van het Gerechtelijk Wetboek (Stuk 5-2310)

Wetsontwerp houdende diverse bepalingen met het oog op de verbetering van de positie van het slachtoffer in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten (Stuk 5-2328)

Wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en van de wet van 22 maart 1999 betreffende de identificatieprocedure via DNA-onderzoek in strafzaken, met het oog op de oprichting van een DNA-gegevensbank "Vermiste personen" (Stuk 5-1633) (Art. 81, derde lid, en art. 79, eerste lid, van de Grondwet)

Statuut van de deskundigen in strafzaken (Stuk 5-2138)

Voorstel van resolutie betreffende de bescherming van albino's in Afrika (van mevrouw Fatiha Saïdi c.s.; Stuk 5-1349)

Wetsontwerp tot wijziging van de artikelen 41 en 43 van de wet van ... met betrekking tot medische hulpmiddelen en van artikel 605quater van het Gerechtelijk Wetboek (Stuk 5-2331)

Ontwerp van bijzondere wet houdende wijziging van de bijzondere wetten van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten en opheffing van de wet van 27 december 1994 tot goedkeuring van het Verdrag inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagens, ondertekend te Brussel op 9 februari 1994 door de Regeringen van het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, en tot invoering van een Eurovignet overeenkomstig richtlijn 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 oktober 1993, ingevolge de invoering van de kilometerheffing (Stuk 5-2354)

Wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, inzake de aftrekbaarheid van gewestelijke belastingen, heffingen en retributies (Stuk 5-2368) (Evocatieprocedure)

Inoverwegingneming van voorstellen

Overlijden van een oud-senator

Stemmingen

Regeling van de werkzaamheden

Berichten van verhindering

Bijlage

Naamstemmingen

In overweging genomen voorstellen

Vragen om uitleg

Evocaties

Niet-evocaties

Boodschappen van de Kamer

Grondwettelijk Hof - Arresten

Grondwettelijk Hof - Prejudiciële vragen

Grondwettelijk Hof - Beroepen

Nationale Arbeidsraad

Centrale Raad voor het Bedrijfsleven

Europees Parlement


Voorzitter: de heer Louis Ide, eerste ondervoorzitter

(De vergadering wordt geopend om 15 uur.)

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer Hassan Bousetta aan de minister van Werk over «het actieplan tegen sociale dumping» (nr. 5-1201)

De heer Hassan Bousetta (PS). - Het vrije verkeer van werknemers - een fundamenteel beginsel in het gemeenschapsrecht - hangt nauw samen met het thema sociale dumping en detachering van werknemers.

Het optreden van de Europese Unie heeft tot doel het vrije verkeer binnen haar grenzen mogelijk en eenvoudig te maken, inzonderheid wat de socialezekerheidsstelsels betreft.

Een ander principe dat niet uit het oog verloren mag worden, is dat tegenover gelijk werk gelijk loon moet staan.

We herinneren ons echter allen nog de controverse die destijds ontstaan is door de richtlijn-Bolkestein, genaamd naar de gewezen Europese commissaris, die de liberalisering van het dienstenaanbod binnen de Europese Unie beoogde.

Toen merkten sommige waarnemers op dat in 2005 het schrikbeeld van een veralgemeende sociale dumping tot gevolg had dat het ontwerp van constitutioneel verdrag verworpen werd. In dezelfde beweging werd ook het genaamde voorstel-Bolkestein verworpen. De business van goedkope arbeidskrachten is zich wel blijven uitbreiden krachtens de Europese richtlijn van 1996.

Eigenlijk wordt elke harmonisering van de rechten en belangen van de werknemers geweigerd, wat de basis vormt van de sociale dumping, en lijkt men voorrang te geven aan het recht om te werken, dat wil zeggen, te werken voor om het even welke prijs.

Nu merkt men hier en daar toch dat er verandering begint te komen, en volgens mij moet dat ook in Europa. Misbruik moet overal worden bestreden.

De regering heeft duidelijk oor voor de moeilijkheden die onze ondernemingen ondervinden en de voorwaarden voor de werknemers. De eerste minister heeft immers een regeringsplan tegen sociale dumping aangekondigd.

Welke initiatieven overweegt de minister op Europees niveau voor te stellen, eventueel samen met haar collega's, om de informatie-uitwisseling tussen de nationale inspectiediensten te verbeteren en de naleving van de rechten en belangen van de werknemers beter te garanderen?

Mevrouw Monica De Coninck, minister van Werk. - Ik heb heel onlangs een samenwerkingsakkoord gesloten met Roemenië, dat net de bedoeling heeft de informatie-uitwisseling tussen de nationale diensten te ontwikkelen en te verbeteren. Dergelijke bilaterale akkoorden bestaan met Polen, Portugal, Frankrijk en Luxemburg. Deze akkoorden zijn efficiënt op het vlak van de informatie-uitwisseling en de kennis van de rechtsstelsels waarin elke inspectie plaatsheeft. In het kader van bepaalde akkoorden worden gezamenlijke controles uitgevoerd. Zo kunnen Belgische inspecteurs deelnemen aan controles in het Groothertogdom Luxemburg en kunnen Luxemburgse inspecteurs hun Belgische collega's vergezellen bij controles in België.

In de grensstreek tussen Nederland, België en Duitsland komen de verschillende inspectiediensten van de betrokken landen elk jaar bijeen om informatie uit te wisselen en gezamenlijke acties te plannen. Die samenwerking bestaat reeds verschillende jaren en wordt nog versterkt door het Benelux-Verdrag.

Ik benadruk ook de noodzaak om gegevensbanken te ontwikkelen op Europees niveau en intensief gebruik te maken van het informatiesysteem interne markt (IMI), het Europees instrument voor informatie-uitwisseling tussen de bevoegde diensten van de lidstaten voor de controle op de naleving van richtlijn 96/71.

Ik zal alle initiatieven steunen die tot doel hebben de samenwerking tussen inspecties op Europees niveau te versterken, waardoor de strijd tegen de sociale dumping beter kan worden gevoerd. Ik steun de initiatieven van het Toezicht op de sociale wetten om deel te nemen aan diverse Europese projecten voor de opleiding van de inspecteurs inzake detachering.

Voor mij is het van het hoogste belang sociale dumping te verhinderen. Om dat verschijnsel effectief te kunnen bestrijden, moeten alle betrokken actoren erkennen dat de strijd tegen sociale dumping een prioriteit is.

De heer Hassan Bousetta (PS). - Ik dank de minister voor haar inzet en haar vastberadenheid om het probleem van de sociale dumping aan te pakken. Bilaterale akkoorden kunnen op dat vlak uiteraard een eerste element zijn, maar ze zijn volkomen ontoereikend. In dat verband is vanzelfsprekend een gemeenschappelijke actie nodig. Ik noteer dat de regering daaraan blijft werken.

Mondelinge vraag van de heer Gérard Deprez aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen over «de strijd tegen cyberhaat en het respecteren van de vrije meningsuiting» (nr. 5-1199)

De voorzitter. - De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit en voor Staatshervorming, antwoordt.

De heer Gérard Deprez (MR). - In juni jongstleden heeft het college van procureurs-generaal een circulaire gepubliceerd waardoor de strijd tegen cyberhaat een prioriteit wordt voor Justitie. Volgens de circulaire heeft het begrip "cyberhaat" betrekking op haatdragende uitdrukkingen - stalking, pesterijen, beledigingen, discriminerende uitlatingen - op het internet tegen personen.

Op 24 oktober jongstleden heeft een onwaarschijnlijk voorval in Verviers veel reacties teweeggebracht op het internet. Tijdens een achtervolging zijn twee politievoertuigen van de weg afgeraakt terwijl de achtervolgde bromfiets kon ontkomen. Een verbazingwekkend scenario. Op de site van een dagblad hebben veel internetgebruikers ironische en spottende opmerkingen geplaatst.

De agenten van de politiezone Vesder konden die kritiek niet waarderen en er werden vijf processen-verbaal naar het parket van Verviers gezonden. Dat laatste besliste geen vervolging in te stellen, maar heeft de dossiers overgezonden aan de stadsambtenaar van Verviers die aan de internetgebruikers een boete van 250 euro wegens smaad heeft opgelegd.

In een van de reacties stonden ironische opmerkingen over het plaatsen van wegversperringen, het opstellen van processen-verbaal voor stommiteiten, en werden agenten vergeleken met Lucky Luke. Die reactie is de politieagenten van de zone in het verkeerde keelgat geschoten en moet volgens de sanctionerende ambtenaar van Verviers als een vorm van smaad en dus als een overtreding worden beschouwd. Dergelijke taal komt men nochtans vaak tegen over allerlei onderwerpen op verschillende sites.

Vreest de minister niet dat door het opleggen van dergelijke boetes aan internetgebruikers die kritisch en ietwat scherp commentaar leveren op het optreden van de politie, de vrijheid van meningsuiting sterk beperkt wordt als het over de politie gaat? Acht ze dergelijke boetes in overeenstemming met de geest van het wetsontwerp op de gemeentelijke administratieve sancties dat we onlangs hebben goedgekeurd?

Elke dag lokt het gemengde nieuws in dagbladen vele racistische of hatelijke commentaren uit zonder dat het tot strafvervolging komt. Is de minister niet van oordeel dat de leuze "meer blauw op straat" moet worden aangevuld met "meer blauw op het internet", zoals in Finland, waar politieagenten het internet controleren en preventief optreden tegen cyberhaat, die een stijgende trend vertoont?

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit en voor Staatshervorming. - Ik verontschuldig de minister van Binnenlandse Zaken, die een JBZ-Raad bijwoont.

In verband met het specifieke geval van Verviers herinner ik eraan dat de burger die een aan hem opgelegde administratieve sanctie ongegrond acht, beroep kan aantekenen bij de politierechtbank, die beslist of de sanctie al dan niet gegrond is.

Het komt de minister dus niet toe zich te mengen in een debat dat wellicht voor de rechtbank zal worden gevoerd, zoals bepaald in artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet. Ze heeft haar administratie een uitgebreide nota over deze gevoelige kwestie gevraagd.

De heer Gérard Deprez (MR). - Mijn vraag bestond uit twee delen.

Is het opleggen van een boete in een dergelijk geval niet tegen de geest van de wet op de uitbreiding van de gemeentelijke administratieve sancties, die we hebben goedgekeurd?

Ik heb trouwens al verschillende keren de vraag gesteld welke maatregelen worden genomen in de zones om het besturen van politievoertuigen te verbeteren. Ik heb daar nog steeds geen ernstig antwoord op gekregen. Het is toch verwonderlijk dat twee politievoertuigen die een bromfiets achtervolgen, van de weg afraken, met twee gewonden op de koop toe! Een opleiding voor het rijden in noodsituaties of aan hoge snelheid lijkt me noodzakelijk.

Ik kom ook terug op het eerste deel van mijn vraag. Ik sta versteld van het aantal haatboodschappen die op het internet worden verspreid, zonder dat de politie enige opsporings- of preventiemaatregel neemt. Hoe is het mogelijk dat men bloggers die een beetje sarcastisch zijn bestraft terwijl halve criminelen die allerlei haatboodschappen verspreiden, ongestraft blijven? (Applaus)

Het antwoord volstaat absoluut niet.

Mondelinge vraag van de heer Filip Dewinter aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen over «de foto op het internet waarop de minister staat te poseren met een salafist, lid van Al Qaida» (nr. 5-1209)

De voorzitter. - De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit en voor Staatshervorming, antwoordt.

De heer Filip Dewinter (VB). - Op diverse sociale media circuleert al een tijdje een foto van Iliass Azaouaj met een lachende minister Milquet. De foto staat ook vandaag nog op de website van de betrokkene, een haatprediker van een Anderlechtse moskee die zich tot Al Qaida rekent. (Onderbreking van de heer Deprez).

De betrokkene is in april naar Syrië vertrokken en hij rekruteert ook in ons land jonge moslims om te strijden aan de zijde van salafistische rebellen in dat land.

De foto heeft heel wat opschudding veroorzaakt, en niet alleen omdat de minister zich met een dergelijke figuur laat fotograferen. Ook wordt de foto op allerlei salafistische websites uit het Midden-Oosten gebruikt om aan te tonen dat de minister, en bij uitbreiding de Belgische regering, het Syrische verzet zouden steunen. Het gaat daarbij om het Al-Nusra Front, het meest radicale onderdeel van het verzet, dat in Syrië een kalifaat wil oprichten.

Minister Milquet beweert van niets te weten en ze heeft het over een "hasard innocent". Haar kabinetschef heeft het zelfs over een groot politiek complot tegen de minister van Binnenlandse Zaken. Minister Milquet ontkent evenwel niet dat de foto is genomen. Het ging volgens haar echter om een toeval. Ze was aanwezig op een evenement met honderden mensen en iedereen wilde met haar op de foto, alsof ze de Astrid Bryan van de Belgische regering is.

Het is jammer dat de minister niet de politieke moed opbrengt om persoonlijk op mijn vraag te komen antwoorden. Foto's laten nemen is voor haar geen probleem, in het parlement vragen beantwoorden is blijkbaar iets minder evident. De minister zal alleszins niet in mijn gezelschap willen worden gefotografeerd, een gevoel dat geheel wederzijds is.

Hoe is het mogelijk dat, gelet op de gebeurtenissen in Syrië en op de strijd tegen het terrorisme, uitgerekend een minister bevoegd voor die strijd tegen het terrorisme, met een dergelijk heerschap op de foto gaat?

Waarom neemt de minister geen enkel initiatief om ervoor te zorgen dat tenminste op de website van de betrokkene, dergelijke foto's worden verwijderd? Waarom protesteert zij niet, hoewel de foto nog altijd circuleert?

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit en voor Staatshervorming. - Sta me toe te beklemtonen dat minister Milquet hier niet aanwezig kan zijn omdat ze momenteel een belangrijke vergadering bijwoont en dat ze niet de gewoonte heeft een debat uit de weg te gaan, integendeel zelfs.

Minister Milquet is verbaasd dat een aantal kranten een onbeduidende foto hebben gepubliceerd en daarbij verbijsterende commentaren hebben geschreven. Zoals wel vaker gebeurt, is de foto gemaakt met een smartphone door een persoon die de minister niet kende, maar die graag met haar op de foto wilde. Dat is gebeurd op een openbaar evenement waar een honderdtal mensen aanwezig waren, onder meer vertegenwoordigers van liefdadigheidsverenigingen. Ook kinderen en nog andere volwassenen die daar aanwezig waren, wilden met de minister op de foto.

Politici die zich in het openbaar vertonen, krijgen geregeld van burgers de vraag om met hen gefotografeerd te worden. Meestal gaan politici daar ook op in.

Het is dan ook onaanvaardbaar om aan de foto in kwestie een of andere conclusie te verbinden, te meer omdat minister Milquet zich als niemand anders inzet voor de strijd tegen radicalisme. Gisteren nog heeft ze daarvan het bewijs geleverd.

Zoals dat meestal het geval is voor politici, kon minister Milquet voor die bewuste dag niet achterhalen wie precies al die mensen waren met wie ze werd gefotografeerd. Ook Azaouaj Iliass is lang onbekend geweest voor de toezichthoudende diensten. En blijkbaar heeft Azaouaj Iliass zich ook al laten fotograferen met bekende artiesten en Brusselse politieke verantwoordelijken, maar vreemd genoeg circuleren die foto's niet op het net.

Elke dag gaan journalisten, artiesten, voetballers en andere bekende personen met onbekenden op de foto. Betekent dat daarom dat die bekende personen fan zijn van de personen die om de foto vragen? Zeker niet. Waarom dan foute conclusies trekken voor politici en waarom foto's waarop zij staan maar die niets te betekenen hebben, dan toch publiceren alsof ze wel inhoud hebben?

Moeten we dan tot een situatie komen waarbij we burgers verbieden nog met bekende personen op de foto te gaan of aan politici of bekende personen opleggen elke vraag voor een foto met een smartphone of zo af te wijzen. Op die vragen is het antwoord van de minister duidelijk "neen".

De heer Filip Dewinter (VB). - Het antwoord van de minister voldoet wat mij betreft helemaal niet.

De minister zegt niet altijd precies te weten met wie zij op de foto gaat. Ik heb daar respect en begrip voor. Maar ik twijfel er sterk aan dat het uiteindelijk zou gaan om een politiek complot, zoals haar kabinetschef beweerd heeft.

De vraag is echter niet welke gevolgen wij of de media daaruit trekken. De vraag is wel hoe die foto wordt misbruikt door salafisten, door organisaties die gelinkt zijn aan Al Qaida, door Al Nusra en dergelijke. Die organisaties pakken met die foto uit, met de boodschap dat de minister van Binnenlandse Zaken aan hun kant staat. En dan wordt het link!

Ik begrijp niet dat de Staatsveiligheid dat soort foto's niet detecteert. De bewuste foto stond al meer dan twee weken op de website, op de Facebookpagina en op het Twitteraccount van Iliass Azaouaj, die de foto verspreidde in het sociaal netwerk van de salafisten. Dan had de Staatsveiligheid toch kunnen ingrijpen en de minister op de hoogte brengen zodat die zou kunnen reageren?

Het verwondert mij dat die foto vandaag nog steeds op die website en die Facebookpagina staat, zonder dat de minister ter zake ook maar enig initiatief neemt. Zij is alleen maar verontwaardigd ten opzichte van diegenen die de foto naar buiten brengen en daar vervolgens politieke vragen over stellen. De minister viseert de verkeerde personen, zij zou diegenen moeten viseren die de foto misbruiken en op hun Facebookpagina hebben geplaatst.

Mondelinge vraag van mevrouw Dalila Douifi aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen over «een circulaire inzake de gemeentelijke administratieve sancties» (nr. 5-1213)

De voorzitter. - De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit en voor Staatshervorming, antwoordt.

Mevrouw Dalila Douifi (sp.a). - Op 1 januari 2014 treedt de nieuwe wet op de gemeentelijke administratieve sancties (GAS) in werking. Die wet zal het mogelijk maken misdrijven zoals het beschadigen van auto's en bepaalde parkeerovertredingen met een GAS-boete te sanctioneren.

Volwassenen kunnen een GAS-boete tot 350 euro krijgen. Naast de GAS-boetes kan de gemeente aan veroorzakers van overlast een gemeenschapsdienst opleggen of een plaatsverbod voor maximaal drie maanden.

Voor minderjarigen boven de veertien jaar kan de boete tot 175 euro oplopen. Bij minderjarigen is bovendien een bemiddeling verplicht, waarbij de ouders betrokken worden. Ze kunnen ook een gratis advocaat nemen tijdens de procedure. Gemeenten die GAS-boetes voor minderjarigen willen invoeren, zullen hun reglement eerst voor advies moeten voorleggen aan hun eigen jeugdraden.

Dat zijn slechts enkele bepalingen uit de nieuwe wet, waarmee gemeenten beter kunnen optreden tegen overlastgedrag en kleine criminele feiten die bij de bevolking tot veel onvrede leiden.

Helaas berichtten de media de voorbije twee jaar geregeld over ontspoorde GAS-boetes op basis van absurde regeltjes. Die regeltjes verbieden het opeten van boterhammen op de trappen van een kerk mag opeten, het gooien met confetti of het uitkloppen van matten boven de openbare weg. Het laatste nieuwsfeit in dat verband vond plaats in Verviers, waar de lokale politie proces-verbaal opstelde tegen enkele mensen die haar beledigd hadden op de website van de krantengroep Sudpresse. Volgens de stad hoort het internet ook tot de publieke ruimte en valt het dus onder haar politiereglement.

Uiteraard verdient het beginsel van de lokale autonomie respect. Iedere gemeente bepaalt zelf op grond van de lokale situatie of gevoeligheden welke vormen van overlast ze in haar politiereglement wil opnemen. Bij de voorbereiding van de wet werd een limitatieve lijst niet nodig geacht. Het ging immers om een kaderwet die zeer duidelijk was en bovendien had de wetgever vertrouwen in de burgemeesters in het algemeen.

De aangehaalde onnozelheden ondergraven evenwel het draagvlak van de GAS bij de bevolking en de goede pedagogische bedoelingen die achter de wet schuilen. Om zijn doel te bereiken heeft de wet behoefte aan veel meer medestanders.

Is het daarom niet wenselijk aan de gemeenten een circulaire te sturen om de doelstellingen en de geest ervan nogmaals aan de burgemeesters toe te lichten? Dat laatste kan bijvoorbeeld met een aantal voorbeelden van feiten die prioritair te sanctioneren zijn.

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit en voor Staatshervorming. - Een concrete vraag verdient een concreet antwoord.

Mijn administratie legt de laatste hand aan een circulaire over de nieuwe wet betreffende de administratieve sancties. Vanaf volgende week zal naar alle gemeenten een pedagogisch schrijven over de administratieve sancties worden gestuurd. Dat zal, enerzijds, de eerste informatie bevatten over de wet en, anderzijds, de aanvullende informatie over de koninklijke besluiten die voor de gemeenten van belang zijn. Die koninklijke besluiten zullen morgen goedgekeurd worden.

Mevrouw Dalila Douifi (sp.a). - Mag ik uit het antwoord afleiden dat ik een positief antwoord heb gekregen op al mijn vragen? Zal de circulaire ook voorbeelden bevatten, of een limitatieve opsomming?

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit en voor Staatshervorming. - De circulaire zal volgende week worden verstuurd.

Mevrouw Dalila Douifi (sp.a). - De circulaire is dus bijna klaar. Ik zou nog eens een oproep willen doen, alvorens die circulaire effectief wordt verstuurd, om ervoor te zorgen dat hij zeer duidelijk is voor de burgemeesters.

In het algemeen gebruiken de gemeenten hun gezond verstand als het over GAS-boetes gaat. De verbetering van de wet heeft trouwens geleid tot positieve zaken zoals bemiddeling, een gratis advocaat, of het verplichte advies van jeugdraden.

Een aantal burgemeesters gebruikt de GAS-boetes echter op een onnozele manier, en zou zo het hele systeem in diskrediet kunnen brengen. De circulaire zou dus zeer duidelijk moeten zijn over wat kan en over wat helemaal niet kan.

Mondelinge vraag van mevrouw Christine Defraigne aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «het universitair verslag over het Tadamproject» (nr. 5-1200)

Mevrouw Christine Defraigne (MR). - Ongeveer twee weken geleden heb ik de minister reeds een vraag gesteld over dit onderwerp, maar dat was te vroeg, aangezien het Tadamrapport pas op 3 december officieel zou worden voorgesteld.

Het rapport lijkt gunstig. Het heeft betrekking op een vervangende behandeling voor ernstig verslaafden, vooral heroïneverslaafden. De behandeling met diacetylmorfine lijkt efficiënter te zijn dan de behandeling met methadon, maar ze is ook duurder.

Uit het rapport blijkt ook dat de verplichte stopzetting van de behandeling kan leiden tot een snelle achteruitgang van de conditie van de patiënt. Als ik me niet vergis, pleit het dus voor een voortzetting van de behandeling.

Wat is de analyse van de minister over dit over het algemeen positieve rapport? Welke conclusies trekt ze eruit?

Hoeveel heeft het Tadamproject gekost? De stad Luik schreef in zijn begroting jaarlijks een bedrag van 940 000 euro in, maar dat bedrag staat niet meer in de begroting 2014. Hoe staat het met de financiering?

De academici die de studie gemaakt hebben, vragen zich of om men denkt aan een Tadamcentrum bis. Zij zijn van mening dat hun werk voltooid is en geven de fakkel door aan het beleid.

Kan de federale Staat tegemoetkomen in de financiering van een nieuw soortgelijk project of wat kunnen we concreet verwachten?

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen. - De conclusies van het wetenschappelijk team van de ULg over Tadam zijn duidelijk. De studie heeft aangetoond dat de behandeling met diacetylmorfine beter is voor verschillende variabelen, maar er kon niet worden aangetoond dat ze over het algemeen efficiënter is. Dat betekent dus dat de behandeling efficiënt is voor een welbepaalde groep, onder strikte voorwaarden.

In het licht van de bekomen resultaten heeft het wetenschappelijk team vier aanbevelingen geformuleerd.

De behandeling moet een tweedelijnsbehandeling blijven. Ze mag maar worden voorgeschreven als de klassieke vervangende behandelingen met methadon geen resultaat geven. De behandeling moet niet langer beperkt worden tot twaalf maanden, zoals tijdens het experiment.

De doelgroep aan wie de behandeling kan worden voorgeschreven, moet beantwoorden aan specifieke voorwaarden. Zo moet bijvoorbeeld een heroïneverslaving sedert minstens twee jaar worden aangetoond.

De diacetylmorfine moet worden verstrekt in een centrum voor de behandeling met methadon om de kosten te beperken en de medische teams ter plaatse maximaal te kunnen inzetten.

In de veronderstelling dat er een behandeling met diacetylmorfine komt, moeten er wetswijzigingen worden doorgevoerd, want volgens de huidige wetgeving mag deze behandeling niet worden gegeven buiten een experimentele fase.

Gelet op de aanbevelingen en de uitvoering van de zesde staatshervorming zullen de deelgebieden moeten beslissen of ze dergelijke behandelingen aanbieden in een ambulant centrum.

De federale regering moet echter haar verantwoordelijkheid op wetgevend vlak nemen om het statuut van diacetylmorfine te regelen, en de voorwaarden voor de verstrekking te bepalen, ingeval de gewesten zouden beslissen om die behandeling aan te bieden. Zo moet worden vastgelegd of het al dan niet in de apotheek wordt verkocht, wat het wettelijk aspect is van het voorschrift, en of de doktersraadplegingen worden terugbetaald.

Ikzelf ben voorstander van een verduidelijking van de wetgeving op deze verschillende punten. Ik zal uiteraard alle initiatieven in die zin steunen. Ondertussen heb ik het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten gevraagd deze zaak te bestuderen en mij voorstellen te bezorgen.

Mevrouw Christine Defraigne (MR). - Ik dank de minister voor haar duidelijke en precieze antwoord. Ik leid eruit af dat we de komende maanden op financieel vlak niets moeten verwachten van het federale niveau.

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen. - Eerst moet de wet gewijzigd worden.

Mevrouw Christine Defraigne (MR). - Als de politieke wil daarvoor aanwezig is, is het mogelijk. De financiële kwestie zal echter lastig blijven.

Mondelinge vraag van de heer André du Bus de Warnaffe aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «het colloquium over chronische ziektes» (nr. 5-1204)

De heer André du Bus de Warnaffe (cdH). - Precies twee weken geleden besloot de minister haar antwoord op mijn vraag over diabetes met de uitnodiging om deel te nemen aan de nationale conferentie "Zorg voor chronisch zieken" georganiseerd op haar initiatief op donderdag 28 november.

Ik heb dus deelgenomen aan dat colloquium, dat zeer belangrijk is gebleken - een spreker noemde het zelfs een historisch moment. De opkomst was zeer groot, wat aantoont dat het beantwoordde aan een zeer grote vraag.

De motivatie van de minister luidde als volgt: "Gezien de behandeling van chronische ziekten een grote uitdaging vormt, hebben de verschillende gezondheidsministers de wens uitgedrukt samen na te denken over de wijze waarop hun acties gecoördineerd kunnen worden ten bate van een gezondheidsbeleid dat rekening houdt met de behoeften van de patiënten en hun omgeving, maar eveneens met het potentieel en de verwachtingen van de zorgverstrekkers."

Op het einde van de dag werd een oriëntatienota voorgesteld: "Zorg voor chronisch zieken. Geïntegreerde visie op de zorg voor chronisch zieken in België". Die nota is tot stand gekomen na uitgebreid overleg. Ze is gericht op zes actiedomeinen en stelt twintig acties voor. Ze zou moeten uitmonden in een samenwerkingsakkoord tussen de federale overheid en de deelstaten op de volgende vergadering van de interministeriële conferentie Volksgezondheid, gepland op 24 februari eerstkomend.

Zullen er voor het einde van de regeerperiode nog acties tot een goed einde worden gebracht? De minister heeft het idee van een nieuw statuut voor de chronische patiënt vermeld, met een vermindering van het plafond van de maximumfactuur met 100 euro. Kan de minister dat project nog uitvoeren voor de verkiezingen? Verschillende deelnemers aan de conferentie hebben die wens geuit.

De tweede vraag is slechts bijkomstig. De ministers van de federale overheid en van de deelstaten waren uitgenodigd. De minister van Volksgezondheid van de Franse Gemeenschap was afwezig en niet vertegenwoordigd terwijl zijn collega, minister Vandeurzen, aanwezig was. Is het mogelijk dat die afwezigheid het nationaal actieplan verzwakt? Ik veronderstel van niet, maar ik had daar graag bevestiging over.

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen. - Mijnheer du Bus, u bent een klikspaan. U komt op het spreekgestoelte in de Senaat de aan- en afwezigen op de conferentie vermelden. Wat is daarvan de relevantie?

Ik antwoord daarop dat we met alle verantwoordelijke ministers en hun teams hebben samengewerkt, in overeenstemming met elkaar.

Het was een mooie conferentie, samen met de ziekenfondsen, de patiëntenverenigingen en de artsenvertegenwoordigers, en ik ben blij dat een nieuwe benadering van de behandeling van chronisch zieken vorm krijgt. Het is een meer holistische benadering, via een beleid van netwerken tussen de ziekenhuizen, de artsen, de verpleegkundigen en een hele reeks hulp- en zorgorganisaties rond de persoon. Over die benaderingswijze bestaat een algemene consensus die ik hoop in de realiteit te kunnen vertalen.

Wat zal ik nog doen voor het einde van de regeerperiode? Eerst zullen we, hoop ik, het samenwerkingsakkoord bekrachtigen op de interministeriële conferentie van 24 februari 2014. We zullen aldus over een stappenplan beschikken voor de toekomst, waardoor we de chronisch zieke anders kunnen benaderen.

Voor het overige is het statuut van de chronisch zieke zo goed als afgewerkt. Ik heb dat beloofd en de wettelijke en reglementaire bepalingen zijn bijna klaar.

Voor de vermindering van de maximumfactuur van chronisch zieken hebben we ook in een budget voorzien. Die bepaling zal in werking treden voor het einde van de regeerperiode. Dat geldt ook voor het hele derdebetalerbeleid voor de chronisch zieken - maar dat is op 1 januari 2015, geloof ik.

Ik ga binnen mijn bevoegdheden door met het werk voor de chronisch zieken. Voor het overige werken we samen met de Gemeenschappen en de Gewesten aan een nieuw systeem van tenlasteneming van de chronisch zieke met federale, gewestelijke en gemeenschapsinstellingen.

De moderator van de conferentie, de journalist Guy Tegenbos, heeft onderstreept dat de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid de conferentie is die het best werkt. Ik kan dat beamen en ik neem de gelegenheid te baat om al mijn collega's mijn erkentelijkheid daarvoor te betuigen.

De heer André du Bus de Warnaffe (cdH). - Ik dank de minister voor haar antwoord, en ik ga niet stilstaan bij de kwetsende benaming die ze mij geeft.

Ik ben blij dat de minister vooruitgang kan boeken met betrekking tot het statuut van de patiënt die aan een chronische ziekte lijdt. Ik veronderstel dat dit ook het geval is voor het zorgtraject, dat op dezelfde manier evolueert.

Mondelinge vraag van mevrouw Elke Sleurs aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «direct-to-consumer genetic testing» (nr. 5-1210)

Mevrouw Elke Sleurs (N-VA). - In april laatstleden verscheen het rapport van de Hoge Gezondheidsraad over direct-to-consumer (beter bekend als DTC) genetic testing, genetische tests die via internet te koop worden aangeboden. Het verschijnsel is onder andere in de Verenigde Staten al langer bekend. Daar werden er echter onlangs maatregelen genomen. De FDA verbiedt een van de grootste firma's om nog tests aan te bieden tot er verder onderzoek is gedaan en er een regelgeving is uitgewerkt.

Bij ons waarschuwde de Hoge Gezondheidsraad in zijn rapport dat de Belgische wetgeving betreffende genetische tests ontoereikend is, in tegenstelling tot die van Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Portugal.

Het was een kwestie van tijd vóór ook wij met het fenomeen zouden worden geconfronteerd. En inderdaad, sinds vorige week adverteert een firma uit Leuven via internet voor genetische tests en maakt ze ook gebruik van de sociale media. Ik citeer - in vertaling uit het Engels - uit de Facebookpagina van het bedrijf: "Gentle biedt een revolutionaire DNA-test aan, die screent op meer dan 1700 aandoeningen, en uw gezondheid én die van uw (toekomstige) kinderen beschermt." Zijn missie omschrijft het als volgt: "Gentle wil de persoonlijke genetische revolutie `doorstarten' door een baanbrekende genetische test aan te bieden die meer dan 1700 aandoeningen dekt."

Die praktijk roept heel wat ethische, sociale en juridische vragen op. Hoe staat het met de kwaliteit van de tests? Hoe worden patiënten geïnformeerd? Wat met vals positieve of vals negatieve resultaten? Welke controle is er op het aanbieden van dergelijke tests? Enzovoort.

De Hoge Gezondheidsraad formuleerde al in april zeven aanbevelingen, die gaan van het geven van informatie aan zorgverstrekkers tot het dringend aanpassen van de Belgische wetgeving rond het aanbieden van genetische tests in alle mogelijke vormen.

Aangezien deze aanbevelingen al dateren van april, het fenomeen absoluut niet nieuw is én de tests ondertussen ook bij ons worden aangeboden, heb ik één prangende vraag: hoe zal de minister het fenomeen eindelijk aanpakken om de burger te beschermen tegen mogelijk niet goed begrepen, ongewenste of foute testresultaten?

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen. - Ik heb mijn diensten een studie gevraagd over de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad.

We zouden voorwaarden kunnen opleggen in de context van de wetgeving over de uitoefening van de geneeskunde of de patiëntenrechten. De federale volksgezondheidsautoriteiten zijn hiervoor bevoegd, maar als er geen beroepsbeoefenaars interveniëren, dan kunnen geen voorwaarden worden opgelegd. Aangezien de patiëntenrechtenwet gebaseerd is op de verhouding tussen beroepsbeoefenaar en patiënt, is het moeilijk om in dat kader voorwaarden op te leggen.

Op Europees niveau werkt men aan een verordening over medische hulpmiddelen. Die verordening zal eveneens betrekking hebben op DNA-tests, ook deze die aangeboden worden via het internet. De Europese Commissie categoriseert deze tests als zogenaamde "lifestyletests", wat ik overigens merkwaardig vind.

De Commissie vindt het wenselijk dat het aanbieden van dergelijke DNA-tests gereglementeerd wordt omdat ze belangrijke en verregaande gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid en de levenskwaliteit van diegene die ze aanvraagt.

Op Belgisch niveau wordt vordering gemaakt met de wetgeving over medische hulpmiddelen. Het Federaal Agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten zal toezicht houden op deze producten. Op grond van deze wetgeving zal publieksreclame voor medische hulpmiddelen binnenkort worden verboden.

Ik zal het departement Economische Zaken consulteren over de mogelijkheden om het markttoezicht op het aanbod van deze tests te structureren.

Mevrouw Elke Sleurs (N-VA). - Er zal een multidisciplinaire aanpak nodig zijn. We kunnen de evolutie niet tegengaan, maar de gevolgen zijn niet te overzien. Als mensen bepaalde resultaten krijgen, kan dit een weerslag hebben op de uitgaven voor onze gezondheidszorg.

De Europese richtlijnen zijn nogal summier. We moeten in ons land verdergaande maatregelen nemen en bepalen wat kan en wat niet kan en in welke mate een gezondheidsverstrekker betrokken moet worden om de tests juist te interpreteren. Er moet alleszins iets gebeuren alvorens er foute diagnoses gesteld worden op grond van tests die via het internet zijn aangekocht. Ik zal de initiatieven van de minister verder volgen.

Mondelinge vraag van de heer Yoeri Vastersavendts aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de uitsluiting van holebi's als bloeddonors» (nr. 5-1211)

De heer Yoeri Vastersavendts (Open Vld). - Het probleem van het bloedtekort in ons land is bekend. Het Rode Kruis blijft holebi's als bloeddonor weigeren, tenzij ze nog nooit seks hebben gehad met een andere man. Het enige relevante criterium dat van tel moet zijn bij de vraag wie al of niet bloed mag geven, moet de volksgezondheid zijn en niet de geaardheid van de kandidaat-bloedgever. Wetenschappers stellen dat de uitsluiting van homo's en biseksuelen opnieuw moet worden geëvalueerd. Ik meen dat de minister trouwens al gezegd heeft een nieuwe evaluatie te overwegen.

In Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Portugal, Italië, Spanje en Zweden is dat verbod onlangs opgeheven. Het enige relevante criterium is het risicogedrag en niet de geaardheid. Het uitsluiten van homo's als bloeddonor is achterhaald en discriminerend.

Zou het niet correcter zijn indien het Rode Kruis homo's die altijd veilig vrijen of die een monogame, vaste relatie hebben, wel zou toelaten als bloeddonor? Het klopt dat het hiv-virus de eerste maanden van de besmetting niet te traceren is in het bloed en die grond wordt terecht door het Rode Kruis naar voren geschoven, doch waarom een monogame homo die al minstens één jaar een vaste relatie heeft, uitsluiten. In dat geval is het risico toch even groot of klein als bij een hetero in dezelfde situatie? Naar verluidt ligt een wet aan de basis van de uitsluiting.

Is de minister bereid de bestaande uitsluiting opnieuw te laten evalueren op wetenschappelijke basis teneinde uitsluitingscriteria te bepalen die alleen het risicogedrag beogen en niet de mannelijke homogemeenschap in haar geheel uitsluit, naar het recente voorbeeld van onder meer Zweden, Portugal, Spanje en Italië en Duitsland? Kan ze dit inhoudelijk toelichten? Wanneer kunnen we die evaluatie verwachten? Begrijpt ze dat velen de huidige criteria als discriminerend ervaren?

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen. - Ik herhaal wat ik al verschillende keren heb gezegd: de uitsluiting van een bloedgift moet gebaseerd zijn op risicogedrag en niet op de seksuele geaardheid.

We mogen uiteraard in geen geval naar bepaalde personen met een beschuldigende vinger wijzen, maar we moeten ook de veiligheid van het transfusiebloed waarborgen. De veiligheid van de patiënt die het bloed krijgt, is het belangrijkste element is.

We volgen de evolutie van de epidemiologische gegevens op basis waarvan de criteria zouden kunnen worden gewijzigd, op de voet. We kunnen er echter niet aan voorbijgaan dat vandaag 46% van de geregistreerde nieuwe gevallen van hiv-besmettingen mannen zijn die seks met andere mannen hebben gehad.

Het Rode Kruis van België en ook de andere bloedtransfusie-instellingen passen de Europese donorselectiecriteria toe teneinde de kwaliteit van het afgenomen bloed maximaal te garanderen.

De Raad van Europa heeft einde maart jongstleden een resolutie goedgekeurd met een reeks aanbevelingen.

Aanbevolen wordt onder andere de gegevens betreffende risicovol seksueel gedrag met een impact op het beheer van de bloeddonoren en op de transfusieveiligheid op gestandaardiseerde wijze te verzamelen zodat de daarmee samenhangende uitsluitingscriteria op internationaal vak eenvormig kunnen worden geïnterpreteerd. Verder wordt aanbevolen om epidemiologische gegevens te verzamelen over de incidentie en prevalentie van seksueel overdraagbare besmettingen onder de bevolking in het algemeen, onder de bloeddonoren, en onder de individuen met een risicovol seksueel gedrag, teneinde over een basis te beschikken voor het donorenselectiebeleid. Ten slotte wordt aanbevolen om gegevens te verzamelen over risicovol seksueel gedrag via gestandaardiseerde postdonatiegesprekken met de donoren waarvan de positieve screeningresultaten op hiv, hbv, hepatitis C-virus, het hcv, en/of syfilis bevestigd zijn.

Er wordt in de resolutie ook voorgesteld om de resolutie door het Ministercomité te laten herbekijken, op basis van de ervaring verworven bij de toepassing van de aanbevelingen, en dat uiterlijk vijf jaar na de goedkeuring ervan of vroeger indien nieuwe ontwikkelingen, de evolutie van de kennis of nieuwe gegevens dat verantwoorden.

Het Federaal Agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten zal op 18 december aanstaande de epidemiologische resultaten inzake hemovigilantie voorstellen. Die resultaten zijn de vrucht van de verwerking van de inlichtingen die bij alle bloedtransfusie-instellingen in België zijn verzameld.

In het licht van die resultaten en van de definitief goedgekeurde Europese resolutie zal ik de deskundigengroep vragen om weer bijeen te komen en voorstellen te doen om de criteria te wijzigen, in zoverre dat tenminste verenigbaar is met de veiligheid van de bloedreceptor.

De heer Yoeri Vastersavendts (Open Vld). - Ik ben blij verrast en ik hoop dat de deskundigen na 18 december tot dezelfde bevindingen zullen komen als hun collega's uit Zweden, Duitsland, Portugal, Spanje en Italië.

Mondelinge vraag van de heer Guido De Padt aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de dringende medische hulp geleverd door brandweerkorpsen» (nr. 5-1212)

De heer Guido De Padt (Open Vld). - In ons land wordt zowat de helft van de dringende medische hulp geleverd door de brandweerkorpsen van openbare besturen, dus van de steden en gemeenten.

Ze doen daarvoor grote inspanningen en lijden daarbij heel wat verlies, vooral wegens het ontbreken van een correcte financiering door de federale overheid. Men kan zich trouwens de vraag stellen waarom de steden en gemeenten die tekorten ten laste moeten blijven nemen. Mijn stad die 32 000 inwoners telt, levert een maandelijkse bijdrage van 35 000 euro om de dienst 100 te exploiteren, terwijl de werking van de dienst de stads- en gemeentegrenzen overschrijdt en dus ook bewoners van de aangrenzende gemeenten gebruik maken van onze medische hulp.

Binnen het kader van de brandweerhervorming wordt gewerkt aan een nieuw statuut van het brandweerpersoneel, maar naar verluidt zouden de diensten voor dringende medische hulpverlening geen deel meer uitmaken van de hulpverleningszones die op 1 januari 2015 met volledige rechtsbevoegdheid van start zullen gaan. De beslissing over de integratie van de dringende medische hulpverlening in de hulpverleningszones wordt volgens het kabinet van minister Milquet aangestuurd door het departement van Volksgezondheid.

Een en ander baart ons uiteraard grote zorgen. Als de ambulancediensten niet ingeschakeld worden in de hulpverleningszones, kunnen geen vrijwillige brandweermensen meer worden ingezet en moeten ze vervangen worden door beroepspersoneel. Dat zou de doodsteek betekenen voor vele openbare dringende medische hulpverleningsdiensten, omdat de lokale besturen de extra kosten onmogelijk zullen kunnen dragen.

Wil de minister duidelijkheid verschaffen over de situatie, met melding van het totaal aantal 100-diensten in ons land en het aantal daarvan dat door brandweerkorpsen wordt geëxploiteerd? Hoeveel vrijwillig brandweerpersoneel wordt daarvoor ingezet?

Wil de minister aangeven onder welk statuut de openbare ambulancediensten en de vrijwillige brandweermannen die daarvan nu deel uitmaken, zullen moeten opereren? Zullen ze geïntegreerd worden binnen de hulpverleningszones, of los daarvan geëxploiteerd worden?

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen. - In 2012 waren er 230 erkende ziekenwagendiensten die een ziekenwagenvertrek organiseerden vanop 257 standplaatsen, met 516 ziekenwagens. Daarvan worden er 143 uitgebaat door brandweerkorpsen.

In 2012 waren bij mijn administratie 9671 personen geregistreerd met een geldige badge van hulpverlener-ambulancier, van wie 9077 vast in dienst waren bij een ziekenwagendienst, 4380 personen werkten als vrijwilliger.

Er is de laatste weken intensief overleg gepleegd tussen de beleidscellen van de overheidsdiensten, met name Binnenlandse Zaken en Sociale Zekerheid. Er waren verschillende opties mogelijk en de keuze is uiteindelijk gevallen op één statuut voor alle vrijwilligers van de civiele bescherming, met inbegrip van de vrijwillige ambulanciers.

Zij zullen worden onderworpen aan de algemene regeling van de sociale zekerheid voor werknemers, onder dezelfde voorwaarden als de vrijwillige brandweerlieden, voor zover de hen toegekende vergoedingen een bepaald bedrag bereiken.

Ze zullen echter in alle situaties verzekerd zijn voor arbeidsongevallen en beroepsziekten.

Thans wordt nog gewerkt aan het ontwerp van koninklijk besluit.

De heer Guido De Padt (Open Vld). - Ik ben tevreden dat het statuut er komt. Zo voorkomen we dat de diensten in een flou artistique moeten opereren. Hopelijk is alles vlug rond.

Ook moet de financiering van de lokale ambulancediensten dringend worden herbekeken. Het risico bestaat dat die ambulancediensten in de toekomst zullen afhaken. Ik heb reeds aangegeven dat Geraardsbergen 35 000 euro per maand moet betalen voor ongeveer vier ritten per dag. Een pak geld dus. Daarbij moeten vijf professionele en twintig vrijwillige brandweerlieden worden ingezet.

(Voorzitster: mevrouw Sabine de Bethune.)

Mondelinge vraag van mevrouw Helga Stevens aan de minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden over «de toegankelijkheid van de infrastructuur van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen voor personen met een beperking» (nr. 5-1206)

Mevrouw Helga Stevens (N-VA). - De problematiek van de toegankelijkheid van het openbaar vervoer in België voor personen met een beperking ligt me na aan het hart. De voorgangers van de minister kunnen hiervan meespreken want ik stelde hen hierover verschillende vragen.

De NMBS heeft inmiddels stappen in de goede richting gezet. Zo voldoen steeds meer voertuigen van de NMBS aan de vereisten voor toegankelijkheid. Met de komst van de nieuwe treinstellen zal dat cijfer nog stijgen. Het aantal toegankelijke stations, een tweede belangrijke schakel in de vervoersketting, is daarentegen nog relatief beperkt en ook de inrichting van het openbaar domein blijft een groot pijnpunt.

In afwachting dat alle stations, perrons en treinen integraal toegankelijk zullen zijn, verleent de NMBS assistentie in de stations. Voorwaarde is wel dat de personen met een beperking dit tijdig, minstens 24 uur op voorhand, aanvragen. Dat blijkt met de regelmaat van de klok fout te lopen. Goede bedoelingen zijn in deze niet voldoende. Indien assistentie is beloofd, dan moet die ook werkelijk worden verleend. Dat moet echt wel worden gegarandeerd. Anders wordt het voor mensen met een beperking echt wel moeilijk om de trein te nemen omdat ze niet zeker zijn dat effectief assistentie beschikbaar zal zijn.

De minister moet dus nog veel drempels aanpakken. Het is absoluut nodig dat hij een versnelling hoger schakelt. De ervaringen van schrijver en rolstoelgebruiker Mustafa Kör die deze week worden weergegeven in De Standaard bewijzen dat.

Bovendien is het openbaar vervoer voor een grote groep personen met een beperking vaak de enige of toch zeker de belangrijkste manier om zich te kunnen verplaatsen. Zonder mobiliteit is voor mensen met een beperking geen volwaardige inclusie mogelijk. Vervoer maakt immers een belangrijk deel uit van onze dagelijkse activiteiten; we verplaatsen ons om te gaan werken, om boodschappen te doen, om naar school te gaan enzovoort.

Welke bijkomende acties zal de minister in de onmiddellijke toekomst ondernemen om de integrale toegankelijkheid van het spoorwegvervoer voor mensen met een beperking te verbeteren? Ik denk hierbij aan de inkorting of de afschaffing van de reserveringstermijn van 24 uur.

Kan de minister garanderen dat in de toekomst de gevraagde assistentie ook daadwerkelijk wordt verleend?

De heer Jean-Pascal Labille, minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden. - De toegankelijkheid voor personen met beperkte mobiliteit is inderdaad een erg belangrijk aandachtspunt en de stappen die tot een integraal toegankelijkheidsbeleid moeten leiden, worden actief voortgezet.

De beheerscontracten van de drie huidige entiteiten van de Groep vermelden onder de titel van de toegankelijkheid de verbintenissen die de toegang tot het spoorvervoer voor personen met functiebeperkingen of gezondheidsproblemen moeten vergemakkelijken. De naleving van de verbintenissen van de beheerscontracten wordt nauwgezet gecontroleerd. Er worden ook rondetafelgesprekken met betrekking tot de toegankelijkheid gehouden.

Het Meerjareninvesteringsplan 2013-2025 voorziet op mijn verzoek in een investeringsbedrag van 400 tot 450 miljoen euro voor deze periode om de toegankelijkheid tot de infrastructuur en het rollend materieel te verbeteren. Parallel hiermee laat de Groep weten dat er sensibiliserings- en vormingsacties worden georganiseerd over het onthaal van personen met beperkte mobiliteit voor de medewerkers van de NMBS en dat er permanent contact wordt onderhouden met de Nationale Hoge Raad voor personen met een handicap.

Mevrouw Helga Stevens (N-VA). - Ik dank de minister. Ik heb evenwel geen antwoord gekregen op mijn vraag of hij kan garanderen dat de aangevraagde assistentie in bepaalde stations ook effectief zal worden aangeboden.

Zelf heb ik veel contact met blinden en rolstoelgebruikers, die zich bij mij beklagen over het feit dat ze op voorhand een assistent dienen aan te vragen en ter plaatse dan moeten vaststellen dat die er op het afgesproken tijdstip niet is. Nochtans vormt dit een belangrijk onderdeel van de integrale toegankelijkheid.

Het is dus essentieel dat de assistentie wordt aangeboden zoals ze werd aangevraagd. Ik acht het ook wenselijk de reservatietermijn in te korten. Het is immers moeilijk om steeds 24 uur vooraf te reserveren. Wie geen handicap heeft, kan op om het even welk ogenblik beslissen om de trein nemen. Daarenboven verwijs ik naar het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, dat België mede ondertekend heeft. Ik hoop op de medewerking van de minister.

Mondelinge vraag van mevrouw Cécile Thibaut aan de minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden over «het treinaanbod naar universiteitssteden in het begin en op het einde van de week» (nr. 5-1207)

Mevrouw Cécile Thibaut (Ecolo). - Aan de voorgangers van de minister werden al meermaals vragen gesteld over de vervoersproblemen van studenten die op zondagavond naar de universiteitssteden sporen en op vrijdagavond terug huiswaarts keren. Op sommige lijnen zitten de treinen daardoor steevast overvol. Tal van studenten kunnen nooit een zitplaats bemachtigen, en sommigen leggen een traject af van meerdere uren.

Dit geldt bijvoorbeeld voor Luxemburgse studenten die in Louvain-la-Neuve, in Luik of in Brussel op kot zitten en naar die steden sporen via lijn 161-162. Tweemaal per week komt de grote studententrek op gang. Duizenden studenten stromen toe in de stations op de lijn Brussel-Luxemburg. En dan volgt een grote opstopping. Het is een bekend weerkerend probleem dat met de jaren nog verslechtert.

Het is bovendien een zeer slecht signaal aan die jonge treingebruikers.

In deze sinterklaasperiode hebben meer dan 700 Luxemburgse en Naamse studenten een humoristische postkaart verstuurd waarin ze aan de NMBS als Sinterklaascadeau stipte en minder volle treinen vragen.

Worden er maatregelen overwogen om tegemoet te komen aan het plaatsgebrek op de treinen die op zondag en op vrijdag de universiteitssteden aandoen? Denkt men eraan om te voorzien in bijkomende rijtuigen of speciale treinen om te voldoen aan de grote vraag op die momenten op lijn 161-162?

De heer Jean-Pascal Labille, minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden. - Dit probleem bestond al in de jaren '80, toen ik het zelf heb ervaren, en er moest dus iets aan gedaan worden.

Door het in gebruik nemen van nieuw materiaal kunnen de problemen van overbezetting geleidelijk worden opgelost.

Meer bepaald op lijn 161-162 bestaat de trein die om 15 uur uit Louvain-la-Neuve vertrekt sedert 2 september op weekdagen uit twee Desirotreinstellen waarin 560 zitplaatsen zijn in plaats van 360 voorheen.

Vanaf 16 december zullen de treinen van 16 uur en 17 uur die vanuit Louvain-la-Neuve vertrekken nog een bijkomend Desirotreinstel krijgen, waardoor er 560 extra zitplaatsen bijkomen.

De NMBS deelt mij mee dat het probleem zich vooral voordeed op trein 2141 die op zondag rijdt. Die trein verbindt Luxemburg met Brussel en om operationele redenen moet de NMBS afspraken maken met de Luxemburgse collega's met betrekking tot de samenstelling van de treinen, rekening houdend met de aankomst in het station van Luxemburg. Intussen werd dit probleem ook opgelost en vanaf volgende week zondag zal die trein ook uitgebreid worden. Hij zal uit vijf dubbeldekrijtuigen bestaan en vier internationale rijtuigen, wat neerkomt op 160 plaatsen meer in vergelijking met de huidige toestand.

Er wordt niet voorzien in speciale treinen. De NMBS breidt de treinen indien nodig uit, afhankelijk van de beschikbaarheid van het materieel. Zo worden op zondagavond bijvoorbeeld M6-dubbeldekrijtuigen gebruikt voor de drukst bezette treinen.

De bezetting van de treinen wordt voortdurend opgevolgd en de NMBS past het aanbod aan met de middelen waarover ze beschikt.

Mevrouw Cécile Thibaut (Ecolo). - Ik dank de minister voor zijn antwoord. Aangezien hij zelf met het probleem werd geconfronteerd, zal hij begrijpen dat het niet normaal is dat een student van Étalle op zondagavond de trein moet nemen in Aarlen om zeker te zijn van een zitplaats, of dat een student die op vrijdagavond naar Muno wil, doordat hij zijn aansluiting in Libramont mist, twee uur moet wachten en dan toch niet meer thuis raakt.

De voorgestelde oplossingen zullen de toets in de praktijk moeten doorstaan. Desirotreinstellen zijn niet bedoeld voor lange trajecten. Ik ben dus niet helemaal gerustgesteld. Misschien is het slechts een voorlopige oplossing.

Mondelinge vraag van de heer Bart De Nijn aan de minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden over «de Diabolo-trein naar Zaventem» (nr. 5-1208)

De heer Bart De Nijn (N-VA). - Het ziet ernaar uit dat de eerste publiek-private samenwerking van de NMBS met private partners op korte termijn onder de verwachtingen zal blijven. Hoewel Infrabel, de NMBS of Northern Diabolo geen concrete cijfers vrijgeven, laat Brussels Airport uitschijnen dat op het ogenblik 19% van alle passagiers - wat overeenkomt met zo'n 3,6 miljoen mensen per jaar - de trein naar de luchthaven neemt. Dat zijn duidelijk tegenvallende cijfers.

Intern wordt de kritiek op de tegenvallende resultaten gepareerd door erop te wijzen dat het Diaboloproject een langetermijnproject is, dat begonnen is in 2012 en eindigt in 2047. Bovendien wordt er verwezen naar de nieuwe maatregelen die genomen zijn. Die omvatten nieuwe promotiecampagnes via de NMBS en in Brussels Airport, en nieuwe lijnen die de luchthaven zullen aandoen, zoals de lijn Oostende-Brussel-Schaarbeek en een nieuwe lijn tussen Brussels Airport en de Europese wijk. Die maatregelen zouden moeten leiden tot een stijging van het aantal passagiers.

De reizigersvereniging TreinTramBus heeft een heel andere mening. Die vereniging stelt dat mensen die duurzaam naar Brussels Airport willen reizen, gestraft worden door een te hoge toeslag van 4,44 euro. Vanaf volgend jaar stijgt die toeslag zelfs tot 5 euro. Daar staat tegenover dat de toeslag ook op de trein kan worden aangekocht, maar dat controles vaak uitblijven. De NMBS zou die controle graag willen overlaten aan Brussels Airport, maar de luchthaven weigert dat.

Mensen die relatief dicht bij Zaventem wonen, betalen evenveel als iemand die veel verder woont. De prijs is daardoor niet in verhouding met de afstand. Ten slotte zegt TreinTramBus dat het treinaanbod te ondermaats is om structureel veel passagiers via de trein naar de luchthaven te transporteren.

De return on investment dreigt zo - hoewel dat een uiting van kortetermijndenken is - toch zeer sober te zijn in verhouding tot de gedane investeringen, namelijk 678 miljoen euro. Dat kan vooral de NMBS zuur opbreken. Het wurgcontract dat de NMBS met Northern Diabolo sloot, stipuleert dat die laatste de concessie kan opzeggen wanneer minder dan 75% van de vooropgestelde reizigersaantallen gebruik maakt van de Diabolo-verbinding. Infrabel zou in dat geval de investeringskosten moeten overnemen en bovendien moeten instaan voor de kloof tussen de reële en de verwachte winst. Die schade zou oplopen tot 1 miljard euro.

Kan de minister duidelijke cijfers geven over het aantal passagiers dat de Diaboloverbinding neemt? Hoe verschilt dat aantal van het gewenste en vooropgestelde aantal? Kan de minister cijfers geven inzake de rendabiliteit van de Diaboloverbinding? Welke maatregelen zal de minister verder nog nemen met betrekking tot het beperkte aanbod, de weinige controles en de toeslagen, die in mijn ogen toch vrij hoog zijn?

De heer Jean-Pascal Labille, minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden. - De NMBS-Groep meldt me dat in het eerste semester van 2013 een bijdrage in het kader van het Diaboloproject werd aangerekend aan ongeveer 1,7 miljoen reizigers. Dat aantal ligt ongeveer 9000 eenheden lager dan de minimumverwachtingen die werden vooropgesteld in de financiële prognoses van de private partner. Het tekort bedraagt dus ongeveer een halve procent.

De concessieovereenkomst voor deze complexe PPP-financiering is een privaatrechtelijk contract. De verschillende inkomstenbronnen werden bij aanvang van de procedure bepaald en nadien vastgelegd in de wet van 30 april 2007.

De inkomsten omvatten niet alleen de bijdragen van alle treinreizigers die de nationale luchthaven als aankomst of bestemming kiezen. Er is ook een jaarlijkse financiële tegemoetkoming van Infrabel en de spooroperator, de NMBS.

De investeerder neemt het zogenaamde vraagrisico ten laste. Die delicate verbintenis vereist als basisvoorwaarde dat het afgesproken aantal treinverbindingen van en naar de luchthaven effectief wordt gehaald. Momenteel is dat laatste nog niet volledig het geval. Daarom moet de NMBS haar aanbod verder aanvullen zoals is gepland bij de lancering van het nieuwe vervoersplan einde 2014 en bij de indienststelling van de nieuwe spoortunnel Schuman-Josaphat einde 2015.

De NMBS meldt me dat in haar voorstel van nieuw vervoersplan een aantal nieuwe verbindingen worden vooropgesteld. In het totaal komen er tien contractuele verbindingen, waarvan de laatste een feit zullen worden na de indienststelling van de tunnel Schuman-Josaphat.

Volgens de NMBS-Groep vertonen de maanden september en oktober een aanmoedigende trend. Ik heb de groep ook verzocht de nodige maatregelen te nemen om haar contractuele verplichtingen na te komen. In die zin zijn nu belangrijke acties aan de gang om de bereikbaarheid en de zichtbaarheid van de treinverbinding te vergroten, met onder meer een aangepaste communicatie in de luchthaven en promotiecampagnes.

De NMBS-Groep heeft me eveneens meegedeeld dat ze voor de controles denkt aan een poortjessysteem in het station van de luchthaven. Die analyse zal onder meer met praktische overwegingen en veiligheidsfactoren verband houden.

De heer Bart De Nijn (N-VA). - In zijn antwoord heeft de minister vele elementen bevestigd die al in mijn vraag aan bod zijn gekomen.

Het verheugt me dat de reizigersaantallen de laatste maanden toch beter blijken uit te vallen. Ik stel mijn hoop op het nieuwe vervoersplan dat einde 2014 in werking treedt, en de promotiecampagne die de minister heeft aangekondigd. Het zou een goede zaak zijn mocht de NMBS op die manier kunnen ontsnappen aan het zwaard van Damocles dat de Diaboloverbinding voor haar betekent.

Mondelinge vraag van de heer Bert Anciaux aan de minister van Justitie over «de toenemende onverdraagzaamheid tegenover veroordeelden en geïnterneerden en het volkomen gemis aan mededogen door Justitie» (nr. 5-1205)

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Het kan overkomen als naïef, maar ik stel vast dat er steeds minder voorwaardelijke invrijheidstellingen gebeuren en ook steeds minder vormen van verlof of invrijheidstelling op proef. Bovendien willen de strafuitvoeringsrechtbanken en de commissies tot bescherming van de maatschappij geen risico's meer nemen op het voorlopig of voorwaardelijk in vrijheid stellen van gedetineerden of geïnterneerden.

Vergeven en een tweede kans bieden lijken dus niet meer van deze tijd te zijn. Verder komen gratiemaatregelen meer en meer in diskrediet. Dat er sinds het aantreden van koning Filip elf genadeverzoeken zijn ingewilligd, haalde immers wel de actualiteit. Het debat daarover kan en moet gebeuren. Maar is het niet beter daarmee enkele maanden te wachten, naar aanleiding van de grondwetsartikelen die voor herziening vatbaar zullen worden verklaard?

De vraag of de koning een genaderecht moet hebben of niet, kan terecht worden gesteld. Een alternatief daarvoor is evenwel niet zo vanzelfsprekend. Toch ging het debat vooral over de kwestie of er nog een genaderecht mag zijn. Persoonlijk vind ik dat zo'n recht wel nog zin heeft, zij het dat het bezwaarlijk kan worden toevertrouwd aan een FOD of aan een rechtbank. Dat we hiervoor een passende oplossing moeten zoeken, is duidelijk.

Ik heb de indruk dat de publieke opinie er steeds meer van overtuigd is dat vervroegde en voorwaardelijk invrijheidstelling niet meer nodig is en dat alleen straf en boete van belang zijn. Mededogen, vergiffenis en het bieden van een tweede kans zijn steeds minder een bekommernis. Nochtans meen ik dat voorwaardelijke invrijheidstelling en proefverlof eigenlijk zorgen voor meer veiligheid. Nu verlaten de mensen de gevangenis op het einde van hun straf, vaak zonder voorwaarden, zonder begeleiding. De wet-Lejeune is verstrengd, maar in de praktijk wordt hij amper of niet meer toegepast. Mensen komen nog zelden vrij zonder dat ze hun hele straf hebben uitgezeten. Ik maak me daar zorgen over. Vaak denken mensen immers ten onrechte dat dit voor een veiligere samenleving zorgt, terwijl ik er echt van overtuigd ben dat het net die begeleidingsmaatregelen en voorwaarden zijn die voor meer veiligheid zorgen.

Steunt de minister deze visie?

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. - Ik ben blij dat rust en rede zijn teruggekeerd in het gratiedossier. Op basis van cijfers die in een krant stonden, was er maandag een ongezien opbod aan misinterpretatie en feitelijke onjuistheden, vanuit heel veel verschillende partijen, zowel van de oppositie als van de meerderheid. Nochtans worden de cijfers van het aantal gratieverleningen regelmatig bekendgemaakt in het parlement en zijn ze op geen enkele manier geheim. Die cijfers maken één ding duidelijk: gratie of genade is een gebruik dat in frequentie sterk is gedaald, zowel bij degene die de gratie verleent, als bij degenen die een aanvraag tot gratie indienen. Ik geef een overzicht. In 2009 waren er 1 332 gratieverzoeken, waarvan er 96 werden ingewilligd. In 2010 waren er 1 256 verzoeken, waarvan er 75 werden ingewilligd. In 2012 waren er 995 verzoeken en werden er 53 ingewilligd. Sinds het aantreden van koning Filip is er aan 11 mensen gratie verleend.

Het gratierecht is een koninklijk prerogatief dat is ingesteld bij artikel 110 van de Grondwet. Dat artikel vermeldt: "De Koning heeft het recht de door de rechters uitgesproken straffen kwijt te schelden of te verminderen, behoudens hetgeen ten aanzien van de ministers en van de leden van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen is bepaald." Genaderecht behoort tot de discretionaire bevoegdheid van de Koning. Wie gratie wil vragen, stuurt een brief aan de Koning, die zich nadien richt tot de bevoegde minister om het dossier te onderzoeken. Voor het gemene strafrecht is dat bijvoorbeeld de minister van Justitie, voor de sociale wetgeving is dat de minister van Sociale Zaken. Na advies door parket en administratie op basis van criteria wordt al dan niet een positief advies verleend.

Vandaag moeten we ons afvragen of het genaderecht, zoals het nu bestaat, nog van deze tijd is. Willen we anno 2013 nog dat de uitvoerende macht, de Koning, uiteraard gedekt door de regering, de ultieme kans op genade kan bieden? Of vinden we dat dat eerder een taak is van de rechterlijke macht, via een onafhankelijke instantie, bijvoorbeeld de strafuitvoeringsrechtbank? Of vinden we dat genade niet meer mogelijk moet zijn? Persoonlijk vind ik van wel, want volgens mij heeft iedereen altijd recht op een tweede kans. Die discussie moeten we in het parlement uitgebreid voeren, want het gaat om een fundamentele aanpassing van de Grondwet. Willen we nog gratie of niet en wie moet ze dan verlenen? Voor mij is duidelijk dat gratie op een of andere manier moet blijven bestaan, zeker wanneer ik zie welke aanvragen we krijgen en welke dossiers worden goedgekeurd. Het gaat inderdaad om een tweede kans, een licht aan het einde van een lange tunnel en vaak ook een kans om zich te herpakken. Laten we vooral ook niet vergeten dat het in veel van de gratiedossiers gaat om een halvering van de boete of een gratie onder voorwaarden en niet om een lineaire strafvermindering.

Die tweede kans is voor mij essentieel. Ik weet dat niet alle partijen hier hetzelfde over denken. Dit debat moet de komende maanden worden gevoerd bij de vastlegging van de artikelen die de volgende legislatuur al dan niet voor herziening vatbaar worden verklaard. Zo'n fundamenteel debat moet in alle sereniteit kunnen verlopen en daarom heb ik beslist tijdens deze periode geen positieve adviezen meer door te sturen naar de Koning. Ik wil immers niet dat het debat over de Grondwet gevoerd wordt op basis van emoties. Velen hebben de voorbije dagen kritiek uitgebracht zonder de dossiers te kennen. Er werd alleen commentaar gegeven op een titel in een artikel.

Mijnheer Anciaux, ik vind ook dat gedetineerden een tweede kans verdienen. Daarom hecht ik ook zoveel belang aan het zorgen voor een goed aanbod aan werk en opleidingen binnen de gevangenismuren. Volgende week lanceert de Bond Zonder Naam een campagne om aandacht te vragen voor de gedetineerden. Dit jaar zal deze campagne, met de slogan "uit de bak, aan de bak", in het teken staan van re-integratie en het belang van het vinden van werk voor ex-gedetineerden.

Via de campagne zullen werkgevers gesensibiliseerd worden om ex-gedetineerden een kans te geven op een job. Ik ondersteun deze campagne volledig, en zal volgende week mee de aanzet geven, want in een moderne Westerse samenleving is dit van cruciaal belang.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Het antwoord van de minister is degelijk en genuanceerd. Over gratie moet inderdaad kunnen worden gedebatteerd.

Het gratierecht als dusdanig, draagt een zekere waarde in zich, maar de vraag is: wie moet die gratie verlenen?

Ik vraag de minister aandacht voor de andere aspecten van de vraagstelling, namelijk de rol van de strafuitvoeringsrechtbanken en Commissies tot Bescherming van de Maatschappij.

Er is veel angst om beslissingen te nemen over de invrijheidstelling van gedetineerden. Als de wet- Lejeune niet meer wordt toegepast, ontstaat er in feite een strafverhoging. Rechtbanken houden bij de uitspraak immers vaak rekening met de wet-Lejeune. Men gaat ervan uit dat de veroordeelde na het uitzitten van een derde of twee derde van de straf vrijkomt, maar in de praktijk is dat niet meer het geval.

Ik stel de minister voor hierover een gesprek aan te gaan met de parketten, zodat men weer de durf heeft om wat dat betreft risico's te nemen.

Wetsontwerp houdende hervorming van de bevoegdheid, de procedureregeling en de organisatie van de Raad van State (Stuk 5-2277)

Wetsvoorstel tot wijziging van de gecoördineerde wetten van 12 januari 1973 op de Raad van State (van de heer Peter Van Rompuy c.s.; Stuk 5-1579/1)

Wetsvoorstel tot wijziging van de gecoördineerde wetten van 12 januari 1973 op de Raad van State (van de heer Guido De Padt; Stuk 5-1965/1)

Algemene bespreking

De voorzitster. - Ik stel voor het wetsontwerp en de wetsvoorstellen samen te bespreken. (Instemming)

De heer Yoeri Vastersavendts (Open Vld), corapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

Mevrouw Cécile Thibaut (Ecolo), corapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

De heer Gérard Deprez (MR). - Ik wil in de eerste plaats hulde brengen aan de collega's die voorstellen hebben ingediend nog voor we vernamen dat de regering een wetsontwerp voorbereidde. Die wetsvoorstellen zijn overigens in de commissie voor de Binnenlandse Aangelegenheden besproken.

Ik bedank de minister, die haar belofte is nagekomen om het wetsontwerp eerst in de Senaat in te dienen.

Dit goede ontwerp verbetert de rechten van de rechtzoekenden aanzienlijk en het stelt hen dankzij een reeks welgerichte maatregelen in staat vlotter toegang te krijgen tot de Raad van State.

Iedereen betreurde dat de Raad van State slechts over een beperkt aantal middelen beschikte. Zo kon hij bepaalde beslissingen simpelweg vernietigen, met zeer schadelijke gevolgen, en dat soms slechts voor futiliteiten. Nu krijgt de Raad van State een heel nieuw arsenaal aan middelen en kan hij administratieve overheden injuncties opleggen, dwangsommen bepalen en, via de bestuurlijke lus, bepaalde zuivere vormfouten doen herstellen die tot nu toe alleen tot de vernietiging van de bestuurshandeling aanleiding konden geven.

Andere maatregelen betreffen de interne organisatie van de Raad van State. Net als mijn collega's vind ik die positief. Om die reden zal de hele MR-fractie het wetsontwerp goedkeuren.

Mevrouw Inge Faes (N-VA). - Onze fractie zal dit wetsontwerp goedkeuren. We hebben in de commissie wel enkele bemerkingen geuit. Zo hebben we een amendement ingediend om de adviezen van de afdeling Wetgeving jaarlijks te publiceren, maar ons amendement werd niet aanvaard.

Ik heb in de commissie voorbehoud geformuleerd bij de artikelen 35 en volgende over de personeelsformatie. Ik heb erop gewezen dat er rekening moet worden gehouden met de huidige budgettaire schaarste. Uit de cijfers die de minister gaf, bleek wel degelijk dat de achterstand vermindert. Bijgevolg vonden we het niet gerechtvaardigd om de personeelssterkte te behouden.

Ondanks die bemerkingen, zullen we het wetsontwerp goedkeuren omdat er dringend nood is aan een hervorming.

Mevrouw Cécile Thibaut (Ecolo). - Na het korte debat in de commissie stel ik vast dat de hervorming een breed draagvlak heeft. Hoewel wat de minister voorstelt positieve punten voor de rechtzoekende en het bestuur bevat, ben ik toch ongerust.

De rechtzoekende gaat er op drie vlakken op vooruit: de toegang voor de rechtspersonen, de verbetering van de procedure in kort geding dankzij het verlaten van het "moeilijk te herstellen ernstig nadeel" en de verhaalbaarheid van de erelonen van de advocaten. Dat laatste punt is slechts deels een vooruitgang want het is mogelijk een tweesnijdend zwaard. Dat is slechts weinig in vergelijking met de voordelen van de hervorming voor het bestuur.

Welk voordeel haalt de burger uit de bestuurlijke lus? Die lus bestaat erin dat de Raad van State aan de auteur van de bestreden bestuurshandeling kan voorstellen dat hij zijn akte wijzigt. Wel moeten eerst alle middelen worden onderzocht. Dat is goed, maar zal zeker niet leiden tot een kortere onderzoekstermijn. Ik maak me ook zorgen over de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de Raad van State bij het gebruik van die bestuurlijke lus.

De Raad zal in zijn tussenarrest ook mogen aangeven wat moet worden gewijzigd. De lus zal het dus vooral mogelijk maken dat akten in de rechtsorde behouden blijven die onwettig zijn, maar waarvan de onwettigheid kan worden gecorrigeerd. Dat lijkt volkomen overbodig.

Veel vragen bleven onbeantwoord. De doelstelling van de aan te brengen correctie is in de tekst niet duidelijk gedefinieerd. Wat met de gebreken die de verzoeker niet heeft opgeworpen en de gebreken van openbare orde? Ook de identiteit van de auteur van het herstel is een probleem want de wetgever doet uitschijnen dat dit niet noodzakelijk de auteur van de bestreden akte moet zijn.

In Nederland kan de toepassing van de lus nooit de rechten van derden aantasten. Die voorwaarde is niet in het Belgische ontwerp overgenomen. Kunnen de derden een nieuw beroep instellen tegen de gecorrigeerde of tegen de nieuwe beslissing?

Twee van de talrijke amendementen die ik in de commissie heb ingediend, maar die niet zijn aangenomen, betreffen de bekendmaking van de debatten van de Raad van State en het recht van verenigingen om in rechte op te treden. De voorzitter van de commissie belooft dat dit laatste punt binnenkort weer aan bod komt.

De minister kondigt al twee jaar een hervorming aan. We hebben de minister laten werken omdat die hervorming vanuit de `basis' zou komen. Nu heb ik echter de indruk dat het om een compromis tussen de vier korpschefs en haar kabinet gaat.

We dienen in plenaire vergadering ook een nieuw amendement in teneinde de organen van de Raad van State zo paritair mogelijk samen te stellen. Ons amendement strekt ertoe een artikel 13 toe te voegen dat bepaalt dat minstens 40% van de leden in het auditoraat en het coördinatiebureau van een verschillend geslacht moeten zijn.

Die vraag gaat ook op voor het Grondwettelijk Hof.

Dat cijfer halen we uit de richtlijn die op 20 november 2013 door het Europees Parlement is aangenomen. Krachtens die tekst moeten er tegen 2020 40% vrouwen zitten in de raden van bestuur van de Europese ondernemingen.

De heer Guido De Padt (Open Vld). - Onze fractie steunt de hoofddoelstelling van het wetsontwerp, namelijk de modernisering van de Raad van State ten dienste van de burger. Dit wetsontwerp zal de efficiëntie van de administratieve rechtspraak, in het bijzonder door de Raad van State, gevoelig verbeteren.

We hebben daartoe zelf een wetsvoorstel ingediend en we zijn tevreden dat in grote mate aan onze wensen werd tegemoet gekomen.

We hebben er altijd voor gepleit om de Raad van State meer mogelijkheden te geven om bestuurlijke geschillen ten aanzien van de burger op een efficiëntere manier op te lossen. Tot vandaag is de mogelijkheid van de Raad van State beperkt tot de vernietiging van bestuurshandelingen. Dat is te legalistisch en te weinig gericht op het vinden van een oplossing. Daarom moeten de mogelijkheden van de Raad van State worden uitgebreid. We waren voorstander van de mogelijkheid van bemiddeling door de Raad van State. Ten tweede ijverden we voor de invoering van de zogenaamde bestuurlijke lus of tussenuitspraak. Die twee mogelijkheden zijn tot onze tevredenheid opgenomen in het ontwerp.

Een bemiddeling biedt een belangrijk aantal voordelen, van sneller en goedkoper, over grotere betrokkenheid, duurzamere en creatievere oplossingen tot een herstel en verbetering van de relatie tussen de betrokkenen. Zelfs wanneer de bemiddeling mislukt, zijn de betrokkenen doorgaans tevreden over de poging om het in der minne op te lossen. Omdat de retroactieve werking van een vernietigingsarrest vervelende gevolgen kan hebben, moet het mogelijk zijn voor de Raad van State om te bepalen welke gevolgen al dan niet moeten worden gehandhaafd en voor welke termijnen.

De bemiddeling, een alternatieve manier om conflicten op te lossen, wordt aangemoedigd door het beter afstemmen van deze procedure op de procedure die van toepassing is bij het hoge rechtscollege. Voortaan kan de rechtzoekende een beroep doen op een bemiddelaar om tot een oplossing te komen voor zijn geschil met een administratie, zonder dat de mogelijkheden van beroep bij de Raad van State daardoor worden aangetast. De vervaltermijn van zestig dagen binnen welke het beroep moet worden aangetekend zal maximaal gedurende vier maanden worden geschorst. De bemiddelaar van zijn kant zal zijn werk van bemiddeling kunnen voortzetten terwijl al een procedure bij de Raad van State loopt.

Die bepalingen bevorderen de dialoog tussen de partijen en verminderen het risico op een beroep, doordat ze een minnelijke schikking bevorderen. Enkel bemiddelaars die zijn aangesteld door een wet, een decreet of een ordonnantie kunnen worden gevraagd. Dat moet hun onafhankelijkheid garanderen. De bemiddeling zal nadien wel nog moeten worden geëvalueerd en verbeterd waar nodig. The proof of the pudding is in the eating.

De tussenuitspraak of bestuurlijke lus biedt het voordeel dat bestuurlijke overheden procedure- en vormfouten en feitelijke vergissingen kunnen herstellen binnen een bepaalde termijn. De bestuurlijke lus moet de overheden de mogelijkheid bieden een kleine onwettigheid te herstellen onder controle van de Raad van State. Zo zal de finale beslissing onderworpen zijn geweest aan een tegensprekelijk debat. Onder kleine onwettigheden worden onwettigheden verstaan die aan het einde van de administratieve procedure opduiken en die geen invloed hebben gehad op de zin van de beslissing.

Open Vld is ook tevreden over de bepalingen over organisatie van de Raad van State. We stellen de Raad zo breed mogelijk open zonder evenwel uit het oog te verliezen dat de Raad zich in de eerste plaats dient toe te leggen op de beroepen en de verzoeken die van reëel belang zijn voor de rechtzoekenden. We kijken er ook op toe dat de magistraten zich meer kunnen concentreren op hun dossiers zodat ze de geschillen sneller kunnen beslechten. De bundeling van alle activiteitsverslagen in één enkel jaarverslag is ook een goede maatregel ter bevordering van de administratieve vereenvoudiging.

Onze fractie zal het wetsontwerp dan ook met veel enthousiasme goedkeuren.

De heer Dirk Claes (CD&V). - We zijn zeer tevreden dat de hervorming van de Raad van State, waarvoor we al zo lang vragende partij zijn, vandaag wordt behandeld.

Een aantal voorbeelden uit een recent, maar ook uit een minder recent verleden legden een aantal echte tekortkomingen bloot.

Een bekend voorbeeld is het stilleggen van de aanleg van een tramlijn naar Wijnegem. Vaak wordt dan met de beschuldigende vinger gewezen naar de Raad van State als een wereldvreemde rechtbank die voor de samenleving onbegrijpelijke beslissingen neemt. Dat verwijt getuigt evenwel van intellectuele oneerlijkheid, want de instelling kan maar roeien met de riemen die ze heeft, en de raadsheren kunnen alleen de instrumenten inzetten die de wetgever hun ter beschikking stelt. Over de aanleg van een tramlijn naar Wijnegem kon de Raad dus eigenlijk geen enkele ander arrest vellen.

In die context staat de CD&V al lang een uitbreiding van het instrumentarium van de Raad van State voor. In geval van procedurefouten zou de Raad over passende instrumenten moeten kunnen beschikken om nodeloos oponthoud te vermijden. Daarom heeft onze fractie begin 2012 al een wetsvoorstel ingediend om het de Raad van State mogelijk te maken via verschillende procedures een uitspraak te doen. De verschillende onderdelen van ons voorstel zijn trouwens opgenomen in het onderhavige wetsontwerp.

Tijdens de lange regeringsonderhandelingen werd ook een tekst over de hervorming van de Raad van State voorgesteld die uiteindelijk in het regeerakkoord is opgenomen.

Tijdens die onderhandelingen heeft CD&V erop aangedrongen dat deze bepaling zou worden opgenomen. We zijn de minister dan ook dankbaar dat ze zich aan het regeerakkoord heeft gehouden en voor de inspanningen die zij en haar kabinet hiervoor hebben geleverd. We danken haar ook voor het feit dat het wetsontwerp eerst in de Senaat werd ingediend. Dat was ook een vraag van de senatoren, omdat de discussie over de hervorming hier al aan de gang was, onder meer op basis van ons eigen wetsvoorstel. In het kader daarvan werden ook hoorzittingen gehouden met de leden van de Raad van State, onder wie de eerste voorzitter, de heer Robert Andersen.

Wat de inhoud van het wetsontwerp betreft, wensen we eerst en vooral de drie punten te benadrukken die ook de kern vormden van ons wetsvoorstel.

Ten eerste, het principe van de bestuurlijke lus. De Raad van State krijgt nu de mogelijkheid om een zaak hangende te houden en de overheid een bepaalde termijn te geven om bepaalde vormfouten en andere fouten te verhelpen. Daardoor hoeft geen vernietiging meer te worden uitgesproken wegens procedurefouten. De Raad van State stelt dus wel nog een onwettigheid vast, maar kent de bevoegde instantie een bepaalde termijn toe om deze onwettigheid recht te zetten.

We vinden dit zonder twijfel een goede zaak. Op die manier kunnen immers niet-doorslaggevende procedurefouten nog worden rechtgezet zonder het volledige dossier te torpederen. Daardoor zal men in de toekomst nodeloze vertragingen kunnen vermijden. Dat betekent logischerwijze niet dat procedurefouten zomaar zijn toegelaten. Indien ze niet worden of kunnen worden rechtgezet zal het resultaat uiteraard hetzelfde zijn als voordien.

Ten tweede, de aanpassing van de gevolgen van een vernietiging van een bestuurshandeling. Voortaan zal na een dergelijke vernietiging de afdeling Bestuursrechtspraak de mogelijkheid krijgen om de bevoegde administratieve overheid instructies te geven over de modaliteiten waaraan een nieuwe beslissing moet voldoen om rechtsgeldig te zijn.

Ten derde, de beslissingen met een individueel karakter. Bij beslissingen met een reglementair karakter kan de Raad van State onderdelen aanduiden die tijdelijk of permanent gehandhaafd blijven. De Raad van State had deze mogelijkheid evenwel niet voor individuele beslissingen. Ons wetsvoorstel voorzag dan ook in de mogelijkheid om voor alle vernietigde akten en reglementen de gevolgen aan te duiden die volgens de Raad van State wel gehandhaafd moesten blijven. Als het ware zou de Raad van State de mogelijkheid krijgen over te gaan tot een gedeeltelijke vernietiging van een beslissing, zonder dat de correcte punten uit dezelfde beslissing vernietigd worden.

Naast deze drie voor ons belangrijke punten maakt het wetsontwerp werk van een betere afstemming tussen de procedure bij de Raad van State en de bemiddeling via de federale ombudsmannen. Ook worden de voorwaarden voor de toegang van rechtspersonen tot de Raad van State vereenvoudigd. Verder voorziet het ontwerp nog in een verbetering van de rechtspleging in kort geding en in het toekennen van een injunctierecht aan de Raad van State, met de mogelijkheid tot het opleggen van een dwangsom.

We mogen evenwel niet verwachten dat door deze hervorming in de toekomst geen discussies meer zullen ontstaan. Er is immers ook een belangrijke taak weggelegd voor de verschillende besturen. Deze wijzigingen betekenen vanzelfsprekend niet dat de verschillende bestaande regels en procedures in de toekomst niet meer gevolgd moeten worden. Elk bestuur moet voor zichzelf grondig nagaan of de regelgeving zelf niet te ingewikkeld is of soms zelfs tegenstrijdig. Vaak ligt daar immers de bron van vele problemen.

CD&V is het zeker eens met deze tekst. We zijn tevreden dat we hiermee een deel van het regeerakkoord kunnen uitvoeren.

De heer Francis Delpérée (cdH). - Ik was niet van plan het woord te nemen. Het leek me evident dat de voorgestelde hervorming nuttig en zelfs noodzakelijk is om de goede werking van de afdeling bestuursrechtspraak te verzekeren.

Ik voel me echter verplicht op sommige commentaren te reageren.

Zo stelde iemand de vraag of de magistraten van de Raad van State onafhankelijk zullen zijn. Het is de eerste maal dat ik een dergelijke brutale, weinig genuanceerde en vooral totaal niet onderbouwde beschuldiging hoor.

De bestuurlijke lus biedt de Raad van State geen discretionaire bevoegdheid en ze brengt zeker niet de onafhankelijkheid in het gedrang van degenen die recht moeten spreken.

De heer Deprez heeft in zijn verslag het mechanisme van de nieuwe procedures toegelicht. Als een vormgebrek wordt vastgesteld, dan vernietigt de Raad van State gewoonlijk de bestuurshandeling. De administratieve procedure moet dan vanaf het begin worden hervat en nieuwe beroepen met betrekking tot de vorm of de grond van de akte zijn mogelijk. Dan vraagt mevrouw Thibaut of de nieuwe procedure niet tot de compleet incoherente situatie zal leiden dat een bestuurshandeling die op een bepaald punt onwettig is, toch in de rechtsorde behouden blijft.

Welnu, die situatie is niet zo verwonderlijk.

Eén: als tegen een onwettige handeling geen beroep wordt ingediend binnen zestig dagen, dan blijft ze bestaan.

Twee: als een beroep wordt ingediend, maar het vormgebrek niet wordt opgeworpen, dan zal de bestuurshandeling werking blijven hebben, ondanks het vormgebrek.

Drie: als het vormgebrek niet substantieel is in de zin van artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, dan brengt het de wettigheid en het bestaan van de bestuurshandeling niet in het gedrang.

We moeten dus aanvaarden dat in het juridische systeem heel wat situaties bestaan waarin de onwettigheid niet wordt opgeworpen of gesanctioneerd en de handeling blijft bestaan.

Ik heb de amendementen met betrekking tot de bijna paritaire samenstelling van de Raad van State gelezen. Het is nogal vergezocht om een ontwerpwetgevingsresolutie van het Europees Parlement inzake de raden van bestuur van ondernemingen erbij te halen. Hier gaat het om instellingen van Justitie. Dat is iets totaal anders dan ondernemingen, de regering, het parlement ...

Mevrouw Cécile Thibaut (Ecolo). - We hebben het vooral over gelijkheid, mijnheer Delpérée.

De heer Francis Delpérée (cdH). - Ik lees in uw voorstel dat het idee van het loopbaanbeleid voor vrouwen en hun promotiekansen belangrijk is en dat de rechterlijke macht het voorbeeld moet geven. Ik moet erop wijzen dat de Raad van State niet tot de rechterlijke macht behoort.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(Voor de tekst geamendeerd door de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden, zie stuk 5-2277/4.)

De voorzitster. - Mevrouw Khattabi c.s. heeft amendement 20 ingediend (zie stuk 5-2277/5) dat ertoe strekt een nieuw artikel 13/1 in te voegen.

Op artikel 14 heeft mevrouw Khattabi c.s. amendement 21 ingediend (zie stuk 5-2277/5).

Op artikel 39 heeft mevrouw Khattabi c.s. amendement 22 ingediend (zie stuk 5-2277/5).

-De stemming over de amendementen en over de artikelen waarop zij betrekking hebben wordt aangehouden.

-De overige artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

-De aangehouden stemmingen en de stemming over het wetsontwerp in zijn geheel hebben later plaats.

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer Louis Siquet aan de minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken over «een mogelijk nieuw akkoord tot voorkoming van dubbele belasting tussen de Bondsrepubliek Duitsland en België» (nr. 5-1202)

De heer Louis Siquet (PS). - Ik heb vernomen dat op 9 en 10 december 2013 een samenkomst plaatsvindt met betrekking tot een nieuw akkoord tot voorkoming van dubbele belasting tussen de Bondsrepubliek Duitsland en België.

Mijnheer de minister, ik weet dat u goed op de hoogte bent van de verschillen tussen de Duitse en de Belgische fiscale wetgeving, die aanleiding geven tot enorme problemen.

In Duitsland wordt elke persoon belast op grond van zijn individuele inkomsten, wat niet geldt voor de Belgische gezinnen.

In dat verband zijn momenteel ongeveer 12 000 Belgische gezinnen het slachtoffer van discriminatie omdat ze er niet in slagen hun Duitse fiscale aangifte naar behoren, dat wil zeggen met individuele gegevens, in te vullen.

De Rijksdienst voor Pensioenen (RVP) weigert de splitsing van het pensioen op de pensioenfiche van wie recht heeft op een gezinspensioen en van wie de echtgenote geen recht heeft op een individueel pensioen, zoals gebruikelijk is voor feitelijk gescheiden echtgenoten of voor de berekening van het gewaarborgd inkomen.

Het probleem is te complex om het in enkele zinnen samen te vatten.

Het is essentieel dat de wetgevingen met betrekking tot de individuele inkomsten beter op elkaar worden afgestemd, bijvoorbeeld op basis van het huwelijksquotiënt.

Een akkoord tussen Nederland en de Bondsrepubliek Duitsland bepaalt dat alle rentes van minder dan 15 000 euro in het land van de woonplaats worden belast.

Zou de minister kunnen preciseren welke oplossing hij overweegt in het vooruitzicht van de belangrijke vergaderingen van 9 en 10 december 2013 en zou hij ons de inhoud van het akkoord dat op stapel staat, kunnen voorstellen in de Senaatscommissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden?

De heer Koen Geens, minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken. - U beklemtoont terecht hoe complex de problematiek wel is.

Het akkoord tot voorkoming van dubbele belasting tussen Duitsland en België bepaalt welk land bevoegd is om een dergelijk inkomen te belasten.

Het bepaalt dat een gezinspensioen toegekend door de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP) in België belastbaar is. Dat stemt overeen met de internationale norm en België past die toe inzake de dubbele belasting.

Voor de redenen waarom de RVP de pensioenen van wie recht heeft op een gezinspensioen en van wie de echtgenote geen recht heeft op een persoonlijk pensioen, niet kan splitsen op de pensioenfiche, kan ik u alleen maar doorverwijzen naar de minister van Pensioenen.

Ik wijs er echter op dat de fiscale administratie er wettelijk toe gehouden is de door de RVP opgestelde pensioenfiche te aanvaarden.

Het probleem dat u beschrijft, houdt verband met de mogelijkheid voor de belastingplichtige om in Duitsland onbeperkt belastingplichtig te zijn. Spijtig genoeg is het onmogelijk om middels een akkoord tot voorkoming van dubbele belasting, de interne wetgeving van een lidstaat te wijzigen.

Tot slot kunnen de belastingplichtigen met al hun vragen over het akkoord tussen België en Duitsland terecht bij het BELINTAX-callcenter dat mijn administratie daartoe heeft opgericht.

De heer Louis Siquet (PS). - Mijnheer de minister, u blijft het antwoord schuldig op de vraag of u de afspraken kunt toelichten waartoe u zich in het raam van de vergaderingen op 9 en 10 december denkt te verbinden, en of we een en ander in de Senaatscommissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden kunnen bespreken. Ik betreur dat want dat was de belangrijkste vraag.

Zou het akkoord niet kunnen worden voorgesteld in de Senaatscommissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden?

Mondelinge vraag van de heer Ahmed Laaouej aan de minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken over «de toestand bij de Federale Overheidsdienst Financiën en de protestacties van de ambtenaren» (nr. 5-1203)

De heer Ahmed Laaouej (PS). - Sedert enkele dagen vormen de personeelsleden van Financiën en hun representatieve organisaties een gemeenschappelijk front om uiting te geven aan hun ongenoegen over de kanteling in de nieuwe structuur van de FOD Financiën.

Twee weken geleden stelde ik de minister hierover al vragen en vestigde ik zijn aandacht op het gevaar voor de toenemende wrevel bij het personeel van Financiën. Intussen leidde dit tot protestacties in Wallonië, Vlaanderen en Brussel.

De grieven van het personeel zijn bekend: gebrek aan duidelijke informatie, absurde en onzekere situaties voor een te groot aantal personeelsleden die niet weten wat hun opdracht in de toekomst zal zijn, ontoereikende communicatie ten aanzien van contractuele personeelsleden die dreigen ontslagen te worden wegens ongeschiktheid, of omdat geen rekening gehouden wordt met hun vakbekwaamheid of beroepservaring in bepaalde materies of diensten bij de vaststelling van hun nieuwe opdracht, enz.

Mijn vraag is ook ingegeven door het feit dat het personeel van Financiën bestaat uit ambtenaren met zin voor verantwoordelijkheid die een belangrijke rol spelen in de goede werking van de staat. Het is geen bagatel als er zaken mislopen met de overheidsfinanciën in de moeilijke budgettaire context die we vandaag kennen. De strijd tegen de fiscale fraude kan eronder lijden, evenals de dienstverlening aan de burger. Wat is de motivering achter situaties waarin een ambtenaar die zich al twintig jaar met btw bezighoudt, van de ene dag op de andere vragen over de inkomstenbelasting moet beantwoorden?

Overal in Wallonië, Vlaanderen en Brussel wordt actie gevoerd. Een beschuldigende vinger wordt uitgestoken naar het management, meer bepaald het management van personeel en organisatie. De vakbonden zullen het de minister uitleggen indien hij hen daartoe de kans geeft, want ik denk dat er een overleg gepland is, maar ik wil het vanop deze banken in de Senaat herhalen, omdat het ook een politieke boodschap is. Als het management van personeel en organisatie verantwoordelijk is voor de onrust, welke concrete maatregelen stelt de minister dan op korte termijn voor om het vertrouwen te herstellen en aangepaste oplossingen te vinden?

De heer Koen Geens, minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken. - We hebben gepoogd om een evenwicht te vinden tussen wat de vakbonden willen, namelijk een algemeen systeem van vrije keuze door de ambtenaren, en ons initieel voorstel van automatische doorstroming op basis van de bekwaamheden.

Iedereen is het erover eens dat het departement Financiën een moderne invulling moet krijgen en niemand ontkent dat dit een moeilijke oefening wordt. We moeten proberen de hervorming tot een goed einde te brengen, zowel voor de belastingplichtigen, voor het personeel als voor de staat.

Wat de communicatie betreft, worden informatiesessies georganiseerd van anderhalf uur in alle grote steden van het land. In totaal gaat het om 214 sessies in november en december 2013 over kanteling drie. Meer dan 10 000 deelnemers hebben zich hiervoor ingeschreven. De medewerkers kunnen vooraf vragen insturen via e-mail of ze tijdens de vergadering stellen.

Er zijn steeds meer contacten met de vakbonden. Gisteren, 4 december, is een comité met vertegenwoordigers van het management en van de vakbonden samengekomen in een sfeer van openheid en vertrouwen. Op 17 december komt opnieuw een comité samen om de hervorming en de gevolgen ervan van nabij op te volgen. Het doel is mogelijke repercussies zo goed mogelijk, op een soepele en pragmatische manier op te vangen. Ik heb deze morgen overigens een regionale delegatie van de vakbonden ontvangen. Ik zal een nationale afvaardiging ontmoeten op 23 december.

Er zullen in de komende dagen ook bilaterale contacten plaatsvinden tussen de voorzitter en elke vakbond.

We hebben de medewerkers van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit de mogelijkheid gegeven om naast hun standplaats ook een pijler te kiezen: particulieren, KMO's of grote bedrijven.

Het is aan de medewerker om aan te geven wat prioritair is, de standplaats of de pijler, wanneer er geen overeenstemming is tussen de standplaats en de gewenste pijler. De keuze op basis van de pijler zal gedeeltelijk samenvallen met de ervaring en de beroepsbekwaamheid. Maar voor medewerkers die absoluut prioriteit willen geven aan de standplaats wordt er voorzien in bijscholingsprogramma's.

We kunnen overigens rekenen op de zin voor verantwoordelijkheid van onze personeelsleden: een zekere werkrotatie is niet noodzakelijk nadelig voor de organisatie en draagt bij tot de motivering van sommige mensen die zich willen inwerken in nieuwe materies en daarin nieuwe uitdagingen zien.

De strijd tegen de fiscale fraude is helemaal niet in gevaar, want de nieuwe aanwervingen bij de algemene administratie van de bijzondere belastinginspectie zorgen voor een substantiële versterking.

De standplaatsen van de belastingkantoren van de algemene administratie van de bijzondere belastinginspectie blijven onveranderd.

De hervorming brengt wijzigingen van de interne structuren en van de operationele procedures met zich mee, die erop gericht zijn een betere selectie te maken van de te behandelen fraudezaken.

Voortaan zullen de teams nog meer op multidisciplinaire en polyvalente wijze te werk gaan.

De heer Ahmed Laaouej (PS). - Ik dank de minister voor zijn antwoord.

Ik wil eerst een nuance aanbrengen. Men kan zich verheugen over de versterking van de bijzondere belastinginspectie, maar die houdt zich bezig met grote fraudezaken. Naast die belangrijke functie is er ook het werk van de andere controlediensten binnen de belastingadministratie, die veel meer te maken hebben met problemen van demotivatie en onzekerheid ten gevolge van de kanteling in het nieuwe systeem. Die twee aspecten mogen niet met elkaar verward worden.

De minister zegt dat hij vandaag contact gehad heeft met een regionale delegatie en dat op 23 december een werkvergadering gepland is met een nationale delegatie. Beter laat dan nooit ...

Volgens mijn analyse en de vele elementen waarover ik beschik, schiet het management van de dienst personeel en organisatie van de FOD Financiën al verschillende weken tekort. Ik wil de persoon die belast is met het operationele beheer niet aanvallen. Maar ik neem het die dienst wel kwalijk dat hij gefaald heeft bij de uitvoering van de kantelingsoperatie. Ook al worden er tal van informatiesessies georganiseerd, met veel inschrijvingen, en al is er een mogelijkheid om per e-mail vragen te stellen, toch is dat kwalitatief geen garantie dat daarmee aan de verwachtingen wordt voldaan.

Ik ben dus blij dat de minister zich verder zal buigen over dit dossier, samen met de voorzitter van het directiecomité. We zijn echt van oordeel dat een interventie van de medewerkers van de minister op het niveau van het kabinet absoluut noodzakelijk is. Er moet worden bijgestuurd in dit dossier.

Tot slot roep ik ook op om voortdurend en formeel sociaal overleg te plegen met de representatieve organisaties.

Wetsvoorstel tot aanvulling van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen met een set aanvullende indicatoren voor het meten van levenskwaliteit, menselijke ontwikkeling, de sociale vooruitgang en de duurzaamheid van onze economie (van de heer Etienne Schouppe c.s.; Stuk 5-2258)

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen en de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling, wat de aanvullende indicatoren voor de bepaling van het bbp betreft (van mevrouw Cécile Thibaut c.s.; Stuk 5-1503)

Algemene bespreking

De voorzitster. - Ik stel voor deze wetsvoorstellen samen te bespreken. (Instemming)

De heer Louis Siquet (PS), corapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

De heer Patrick De Groote (N-VA), corapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

De heer Richard Miller (MR). - Het wetsvoorstel betreffende de aanvullende indicatoren voor het meten van levenskwaliteit, menselijke ontwikkeling, de sociale vooruitgang en de duurzaamheid van onze economie werd ingediend door onze CD&V-collega, de heer Schouppe, en ik ben blij dat ik een van de medeondertekenaars mocht zijn.

Dit voorstel is het resultaat van intensief parlementair werk. De heer Peter Van Rompuy nam het initiatief voor de oprichting van een specifieke werkgroep en het organiseren van een symposium.

Van bij het begin werd ik door de MR-fractie aangesteld om aan deze werkzaamheden deel te nemen. Ik verwijs hiernaar, niet om te zegen wat ik doe, maar om aan te tonen hoe belangrijk de liberale fractie de doelstellingen van voorliggend wetsvoorstel vindt. Het gaat namelijk niet alleen over de omschrijving, maar ook over het hanteren van meer menselijke economische indicatoren, naast het bbp, dat veel te weinig zegt over de kwaliteit van wat achter de cijfers schuilgaat.

Dit is voor mij als liberaal parlementslid een fundamenteel ideologisch punt, want het onderscheidt het liberalisme van het kapitalisme op zich. Het betreft een principe dat de onderliggende verhouding regelt tussen de liberale democratie en de vrije markt. Ik zal mijn socialistische vrienden niet proberen te overtuigen - men kan geen ijzer met handen breken -, maar soms is het goed bepaalde principes in herinnering te brengen. In 1996 zei ik in een manifest dat ik samen met Louis Michel heb geschreven dat welvaartscreatie vrijheid moet voortbrengen, de collectieve vooruitgang in de moet hand werken en iedereen de kans moet geven zich te ontplooien. In 2010, op een congres van mijn partij, onder het voorzitterschap van de heer Reynders, heb ik erop gewezen dat de groei geen doel op zich is, maar een middel ten behoeve van de bevolking. De welvaart van een staat moet niet alleen worden geëvalueerd op basis van statistieken van het bruto binnenlands product, maar in functie van het reële welzijn van de mensen.

Met dit onderscheid tussen een ethisch beleid en een kapitalisme dat een einddoel op zich is, heb ik deelgenomen aan de werkzaamheden rond dit belangrijke onderwerp.

Het bbp meet de prestaties van de economische activiteit, de welvaartscreatie in een land of een regio, ongeacht het doel, het gebruik, de herverdeling en de monopolisering ervan.

Anders gezegd: met een heel laag bbp is er geen welzijn mogelijk, maar een hoog nationaal of regionaal bbp betekent niet noodzakelijk welzijn en welvaart voor de gewone mensen. Een hoog bbp met gunstige economische, financiële en budgettaire cijfers kan immers een ongunstige menselijke en sociale realiteit verbergen.

De jongste jaren beginnen heel wat economen en onderzoekers, maar ook beleidsmakers de systematische verwijzing naar het bruto nationaal product alleen ter discussie te stellen. Een belangrijk moment was niet het Charter van Quaregnon, maar het initiatief van de Franse president Nicolas Sarkozy, die in februari 2008 enkele van de belangrijkste experts ter wereld bijeenbracht in een commissie over het meten van economische prestaties en sociale vooruitgang.

Die commissie werd voorgezeten door Joseph Stiglitz; met de liberale econoom Amartya Sen als raadgever en Jean-Paul Fitoussi, als coördinator. Het doel van deze commissie was de beperkingen van het bbp te laten zien, de nadruk te leggen op de daaraan verbonden problemen, maar vooral te zoeken naar bijkomende informatie die nuttig zou kunnen zijn voor het opstellen van alternatieve indicatoren voor de sociale vooruitgang, om de haalbaarheid van nieuwe meetinstrumenten te evalueren, enzovoort.

Het zoeken naar nieuwe indicatoren betekent niet dat we het bbp op zich als instrument moeten verwerpen. Het meetinstrument is niet belangrijk, wel wat men wil meten en wat men ermee wil doen.

Voor het meten van de handelsactiviteit van een land is het bbp uiteraard een nuttig instrument, want de econoom kan er een hele reeks informatie uit afleiden. Als beleidsverantwoordelijken moeten we keuzes maken. Daarbij gaat het niet om de economische activiteit zelf, maar om het welzijn van de bevolking.

Ik lees in het rapport van Stiglitz, Sen en Fitoussi dat de beleidsdoelstelling niet de verhoging van het bbp mag zijn, maar de verbetering van het welzijn van de bevolking. President Sarkozy heeft de commissie opgericht om de maatschappelijke ontwikkelingen te kunnen meten: wat kunnen, wat moeten de meetinstrumenten zijn voor het meten van het welzijn van de samenleving, of nog, wat zijn de instrumenten om het geluk van de mensen te meten?

Ik zal niet dieper ingaan op de "gebroken ruit" van de liberaal-econoom Frédéric Bastiat, maar ik wil toch de nadruk leggen op wat hij ons in 1850 via die parabel heeft bijgebracht: er zijn in het economisch handelen zaken die we zien en zaken die we niet zien. Anders gezegd, bij het maken van keuzes over het economisch handelen moet men altijd kijken naar eventuele, vaak verborgen, effecten. Om de goede keuzes te maken moet men echter over de juiste criteria beschikken; goede indicatoren voor de economische prestaties en sociale vooruitgang.

Hier komen we weer bij het vertrekpunt, het voorstel van de heer Schouppe. Het bbp is immers een onmisbaar macro-economisch geheel om bijvoorbeeld een macro-economische visie te ontwikkelen over België, Europa of de Verenigde Staten. Het is echter onvoldoende en zelfs misleidend als men meer wenst te weten over het welzijn van de bevolking, of als men bijvoorbeeld dieper wil ingaan op de economische gevolgen, het algemeen welzijn of het duurzaam beheer van de grondstoffen op middellange termijn.

Anders gezegd, het bbp is een nuttig, noodzakelijk en onmisbaar instrument. Het is een macro-economisch meetinstrument, dat een momentopname geeft van de realiteit. Het geeft de samenhang weer in tijd en ruimte. Het meet echter niet de welzijnsgraad van de bevolking. Het bbp mag niet als belangrijkste doelstelling voor het economisch beleid worden beschouwd, ook niet vanuit liberaal oogpunt. Het bbp moet worden verfijnd, gerelativeerd en aangevuld door andere indicatoren.

Tot slot wil ik reageren op de opmerkingen van onze N-VA-collega's in de commissie.

De N-VA lijkt niet echt met de problemen van de mensen begaan. Dat is eigenaardig, maar we nemen er akte van. Naar het schijnt, is het niet het moment om met naïeve bespiegelingen voor de dag te komen, het is crisis en het bbp is de enige indicator van belang. In de strijd van de staten, de internationale instellingen, de banken en de ratingagentschappen bepalen de groeistatistieken inderdaad de spelregels.

Andere stemmen laten inmiddels van zich horen. De huidige crisis, die ook een maatschappijcrisis is, kan een kantelmoment zijn voor het herstellen van het evenwicht of de aanleiding zijn tot een vermenselijking van de economische meetinstrumenten. Het gaat niet om het vergelijken van statistieken. Het gaat niet om het in twijfel trekken van het bbp als indicator, maar om het ontwikkelen van aanvullende indicatoren.

Een ander, niet te verwaarlozen element voor wie de zaken eerlijk bekijkt, is dat het fameuze criterium van de algemene meting, het bbp, in geen geval een alarmerende rol heeft gespeeld bij de nadering van de huidige crisis. Niets in de bbp-structuur, noch in de triple A van de ratingagentschappen die ermee in correlatie staan, hebben op de opeenvolgende crisisgolven, de Amerikaanse subprime-crisis, de bankencrisis, de economische crisis of de crisis van de overheidsschulden kunnen anticiperen.

Tijdens de vergadering van de commissies van het Waals parlement en van het parlement van de Franse Gemeenschap werd gisteren lang gedebatteerd over de ratificatie van het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur. De groeinorm blijft evenwel de belangrijkste indicator.

De voorliggende tekst is slechts een enkele stap voorwaarts. Het zal nog lang duren voor men verplicht rekening zal moeten houden met de welzijnsindicator bij het maken van budgettaire keuzes. Met dergelijke indicatoren kan het beleid evenwel beter worden geëvalueerd, meer bepaald inzake sociale uitgaven die hun doel niet bereiken. Deze indicatoren zijn geen bijkomende stimulansen voor de verzorgingsstaat die, zoals Philippe Maystadt zei, ten einde loopt, maar ze vormen de basis voor betere analyses, zodat de best mogelijke keuzes kunnen worden gemaakt.

Ik vraag dan ook voorliggende tekst van de heer Schouppe goed te keuren. Het is misschien maar een begin, maar zoals Plato al zei is het begin het belangrijkste deel van het werk.

Mevrouw Nele Lijnen (Open Vld). - De Open VLD-fractie is zeer tevreden met het breed gedragen voorstel dat nieuwe indicatoren nastreeft voor economische prestaties, sociale vooruitgang, levenskwaliteit en geluk. Reeds in 2004 pleitte Roland Duchátelet in zijn boek De weg naar meer netto binnenlands geluk voor een aanvullende indicator naast de traditionele bbp-indicator.

Het bbp is immers een goede indicator voor marktproductiestromen, maar het is beperkt als meetinstrument voor materiële levensomstandigheden en het houdt geen rekening met factoren die normaal verwijzen naar belangrijke aspecten van maatschappelijk en individueel welzijn.

De indieners van het wetsvoorstel willen een aanvullende indicator ontwikkelen om duurzaam welzijn te meten. Ik besef dat de publieke opinie hier soms nog sceptisch tegenover staat. Zo stelden sommigen smalend dat de Senaat op zoek ging naar geluk, toen bekend werd dat een werkgroep zich over dit voorstel zou buigen. Inmiddels raakten alvast heel wat collega's overtuigd van de relevantie van de aanvullende indicatoren.

Die indicatoren hebben een dubbele functie. Enerzijds zorgen ze voor een betere ontwikkeling, evaluatie en aanpassing van beleidsmaatregelen die ertoe strekken het welzijn te maximaliseren. Anderzijds dragen ze ook bij tot een beter onderbouwd publiek debat over de gewenste richting voor onze samenleving. Er kan immers maar een goed beleid worden gevoerd als goede indicatoren voorhanden zijn.

Om die reden zal onze fractie het voorliggende wetsvoorstel met zeer veel enthousiasme goedkeuren.

De heer André du Bus de Warnaffe (cdH). - Dit wetsvoorstel heeft betrekking op een essentieel onderwerp. Ik waardeer het werk dat Peter Van Rompuy heeft aangevat en dat daarna werd overgenomen door Etienne Schouppe.

Deze fractie had van bij de aanvang de bedoeling een wetsvoorstel uit te werken. Afgezien van de meningsverschillen over de modaliteiten, stel ik vast dat deze tekst, wat de inhoud betreft, de senatoren verenigt over de traditionele partijgrenzen heen, juist omdat hij betrekking heeft op een essentieel onderwerp. Dit voorstel is dus meer dan ooit nodig.

Op economisch, financieel en sociaal vlak en op dat van energie en milieu, wordt onze maatschappij geconfronteerd met tal van crisissen. Die crisissen dwingen ons ertoe na te denken over onze maatschappij, en ons model te baseren op andere waarden dan individualisme en materialisme. We moeten opnieuw een diepere zin vinden, onder meer in de relatie tot de andere en de sociale verbanden, om er ons maatschappelijk project te verankeren.

Ons handelen moet erop gericht zijn een betere toekomst voor te bereiden om het vertrouwen te wekken dat morgen echt beter zal zijn dan vandaag. We maken niet het einde van een tijdperk mee, maar het begin van een nieuw tijdperk. Daartoe moeten we samen nieuwe doelstellingen bepalen.

Ik denk bijvoorbeeld aan de menselijke ontwikkeling. We hebben te dikwijls de neiging om op zicht te varen, met doelstellingen die niet altijd voldoende duidelijk zijn en we laten ons te weinig leiden door vragen over het doel van onze acties en ons maatschappijproject.

Het bruto binnenlands product alleen kan onmogelijk een voldoende duidelijk beeld geven van onze welvaart en ons welzijn. Dat wisten we al lang, maar we moesten concreet werken.

Dit wetsvoorstel heeft een ambitieuze doelstelling omdat het rekening houdt met de evolutie van onze acties op lange termijn, het geeft ons een horizon, een richting, een toekomst, en wel die van de menselijke ontwikkeling.

De menselijke ontwikkeling steunt op een nieuwe definitie van de werkelijke rijkdom van onze samenleving. Voor cdH bestaat die rijkdom in het welzijn van de burgers, het respect voor de natuur en de aandacht voor de levenskwaliteit van eenieder. Zonder deze drie dimensies heeft economische groei geen zin.

Om onze ontwikkelingswijze te veranderen, moet iedereen op zijn niveau bijdragen, maar met collectieve en gemeenschappelijke doelstellingen voor de hele maatschappij. Daarom moet België op federaal niveau nieuwe indicatoren aanwenden, als aanvulling op het bbp, om de inspanningen van politici en burgers te begeleiden en te verenigen. Die indicatoren moeten dienst doen als bakens om het bestuur te verbeteren, bepaalde elementen van het overheidsbeleid te heroriënteren en ons welzijn te bieden in ruime zin.

De invoering van deze nieuwe indicatoren is van wezenlijk belang om ons ontwikkelingsmodel radicaal te hervormen.

We zullen de follow-up en de steun die alle politieke partijen aan deze impulsen voor verandering zullen geven, met aandacht volgen. De verandering begeleiden is immers even belangrijk als de verandering zelf.

Mevrouw Fauzaya Talhaoui (sp.a). - Ik nodig de leden van de Senaat uit zich een mens in te beelden wiens ideeën de vorm krijgen van beelden en foto's. Die mens krijgt in de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden een uiteenzetting over onze economie en over de welvaart en het welzijn van onze burgers.

Hoe stelt die mens zich het bbp voor? Als een eindeloze stoet vrachtwagens, volgeladen met prefabkeukens, vast tapijt, staaldraad, rollen roofing, isolatie- en gipsplaten, witlof, spruitjes en appelen, biefstukken en braadkippen, en wat nog meer dat in België wordt geproduceerd? Of stelt hij zich het nationale inkomen voor als een loonbrief op een affiche van tachtig vierkante meter? Of ziet hij ergens in België een Jan-met-de-pet lopen met een T-shirt met het opschrift "Ik verdiende dit jaar het modale inkomen" of ene Mie met het opschrift "Ik verdiende dit jaar het gemiddelde inkomen"?

Of ziet hij, zoals vroeger op school in de turnles, een rij verdieners, met ergens in de rij Jan met zijn `modaal' T-shirt en Mie met haar `gemiddeld' T-shirt?

Stel dat er evenveel mensen links en rechts staan van Jan. Stel dat als iedereen die links van Mie staat zijn inkomen samenlegt, de totale som even groot is als die rechts van haar. Kortom, de vraag rijst hoe de inkomens van Jan en Mie zich verhouden tegenover die van de mensen die voor en na hen staan?

In deze assemblee wordt regelmatig over welvaart, welzijn en armoede gepraat. Kunnen wij, goed verdienende senatoren, ons daarbij meer dan een fractie voorstellen van de overlevingsrealiteit van mensen in armoede? Wie zijn de middenklasse? Ik ontmoet geregeld mensen die van zichzelf denken dat ze middenklassers zijn, maar die in de realiteit reeds in armoede leven. Wat betekent armoede in de praktijk?

Hoe vertaalt men het gegeven dat 23% van de kinderen in het Antwerpse onderwijs geen toilet of douche heeft in hun appartement, maar er één moet delen met minstens één ander gezin? Hoe vertaalt men het gegeven dat er geen stromend water is in huis? Hoe vertaalt men het gegeven dat kinderen geen boterhammen meekrijgen in hun lunchpakket?

In Brave New World leven alle mensen van eenzelfde kaste samen. Ook in 1984 van Orwell draagt iedereen het uniform van zijn of haar sociale groep.

Ik nodig iedereen uit eens op straat rond te kijken. Zijn er verschillen met die twee nachtmerries? Zijn de verschillen tussen de mensen op straat niet merkbaar? De Kanaalwijk in Molenbeek is niet echt vergelijkbaar met de villa's in Sint-Martens-Latem. Waar en hoe mensen leven kan men zo van de mensen aflezen.

De uitdrukking "meten is weten" zegt enorm veel over de wijze waarop wij tegen de samenleving aankijken. Zijn de cijfers door hun abstractievermogen niet zodanig komen los te staan van de realiteit dat ze er nog nauwelijks een beeld van geven?

Niet voor niets spreken journalisten politici aan op cijferhygiëne en cijferfetisjisme. Beseffen wij wel wat cijfers vertellen, wat de verschillen uitdrukken? Hoe maken wij politici de cijfers aanschouwelijk en bevattelijk voor de beleidsmakers? Op die vraag een antwoord bieden vormt de kern van dit wetsvoorstel dat nieuwe aanvullende indicatoren wil invoeren naast die van het bnp.

Onder impuls van Peter Van Rompuy en later van Etienne Schouppe werd in de Senaat een werkgroep aangesteld die moest nadenken over die aanvullende indicatoren. Daarnaast werd een studiedag georganiseerd onder de deskundige leiding van professor Frank Vandenbroucke, die daarop ook experts van de OESO, UNDP, Eurostat en Belgische universiteiten heeft uitgenodigd. Doorgaans zijn we vooral gefocust op de bnp-indicator maar dank zij die studiedag hebben we ingezien dat er nog aanvullende indicatoren zijn die ook het welzijn van mens en maatschappij kunnen meten.

In de Scandinavische landen wordt al langer met die aanvullende indicatoren gewerkt. Zelfs Vlaanderen peilt met zijn VRIND-indicatoren naar duurzaamheid, de staat van zijn onderwijs, het psychisch welbevinden en naar de leefbaarheid in de samenleving.

Met voorliggend belangrijk wetsvoorstel geven we het Federaal Planbureau de opdracht berekeningen te maken op basis van de nieuwe set aanvullende indicatoren inzake levenskwaliteit, de menselijke ontwikkeling, de sociale vooruitgang en de duurzaamheid van de economie. Als het Planbureau klaar is met het wetenschappelijk werk rond de nieuwe gegevens zal ons land internationaal kunnen meespreken over andere indicatoren dan die van het bnp, maar ook kunnen aantonen dat we bekommerd zijn om wat in het Engels social and psychological well-being heet en wat door sommigen wel eens "geluk" wordt genoemd.

De sp.a wil met veel enthousiasme meebouwen aan het geluk van de mensen. Daarom zullen we met nog meer enthousiasme dit wetsvoorstel goedkeuren.

De heer Ahmed Laaouej (PS). - In de eerste plaats bedank ik oud-collega Peter Van Rompuy, de initiatiefnemer van de werkgroep, die ertoe heeft geleid dat het voorliggende wetsvoorstel werd uitgewerkt en waarschijnlijk wordt aangenomen.

We gaan de kwaliteit van ons democratische leven versterken. Democratie is immers ook debat, en debat vereist diepgang. Met het bbp als enige indicator of als belangrijkste meetinstrument van het ontwikkelingsniveau blijven we aan de oppervlakte. Het bbp zal altijd een referentie blijven om de staatsschuld of het overheidstekort te meten, vooral voor internationale vergelijkingen. Met dit voorstel geven we onszelf echter de mogelijkheid om de evolutie van de samenleving te meten op vier fundamentele domeinen: de levenskwaliteit, de menselijke ontwikkeling, de sociale vooruitgang en de duurzaamheid van onze economie.

Tijdens de bespreking van de financieringswet deze week betreurden sommigen dat voor de financiering van het onderwijs geen rekening wordt gehouden met de noden. We maken vandaag geen vanzelfsprekende, maar een politieke keuze. Economische groei is slechts waardevol als de gecreëerde rijkdom echt wordt gedeeld, via een degelijke financiering van de overheidsdiensten en een niveau van sociale bescherming dat iedereen tegen de levensrisico's verzekert. Ik ben blij dat we onszelf vandaag de mogelijkheid geven om dat te meten.

Ik had niet verwacht dat het "sarkozysme" opnieuw zou opduiken als bron om de sociale vooruitgang en de menselijke ontwikkeling te meten. Ik dank de heer Miller omdat hij ons, al dan niet bewust, aan het lachen heeft gebracht. Lachen is gezond, dus hij heeft de indicator van de levenskwaliteit al doen stijgen.

Mevrouw Cécile Thibaut (Ecolo). - Net als mijn collega's dank ik de heer Van Rompuy, die het initiatief nam voor oprichting van de Werkgroep "Nieuwe indicatoren voor economische prestaties, sociale vooruitgang, levenskwaliteit en geluk".

In het regeerakkoord staat dat de regering de ontwikkeling van nieuwe indicatoren wil ondersteunen. We zijn verder gegaan. Na het symposium was iedereen ervan overtuigd dat het Belgische systeem nieuwe instrumenten moet ontwikkelen, temeer daar de gewesten het voorbeeld al hebben gegeven.

Er komt verandering in het economisch model. De bedrijfsleiders hebben lang voor ons begrepen dat men rekening moet houden met de sociale en omgevingsindicatoren om aan de spits te blijven.

Ik hoop dat de verkozenen van de Kamer volgend jaar de resultaten en de methodologie van de aanvullende indicatoren zullen evalueren.

Men heeft spijtig genoeg de nieuwe indicatoren niet door de burgers laten goedkeuren. Het zijn nochtans in de eerste plaats de burgers die betrokken partij zijn; ze hebben zeker iets over welzijn te zeggen.

De heer Etienne Schouppe (CD&V). - Ik dank de commissieleden voor het werk dat ze hebben verzet onder mijn impuls en tevens daarvoor. De commissie heeft aanvullende indicatoren gezocht bij de parameters die ons bnp vastleggen, met als doel in deze tijden van economische crisis de gegevens niet te beperken tot macro-economische gegevens, maar ook gegevens over het welzijn en de toestand van ons land op te nemen.

De indicatoren van de politieke economie wijzen uit dat het in de Verenigde Staten beter gaat. De voor het vorige kwartaal aanvankelijk geschatte groei van 2,8% is uiteindelijk toegenomen tot 3,4%. Ze tonen aan dat het ook in Groot-Brittannië beter gaat. Daar worden de economische groeiverwachtingen thans berekend op een groei van 1,4%, waar in maart nog werd gerekend op 0,6%. Voor 2014 mikken de Britten nu op een groei van 2,4%, waar eerst 1,8% werd berekend.

Met andere woorden, om de situatie in een land aan te geven maakt men uitsluitend gebruik van macro-economische gegevens, budgettaire elementen, financiële parameters en kwantitatieve onderdelen.

Toen we in de werkgroep tot de vaststelling kwamen dat naast kwantitatieve elementen ook kwalitatieve elementen moeten worden gevonden, werd er na de hoorzittingen een consensus bereikt over de richting waarin de indicatoren moet gaan.

We zijn het er allemaal over eens dat het bruto binnenlands product zoals we het vandaag kennen en dat zowat de basis vormt van het beleid van de Europese Unie ten behoeve van de verschillende lidstaten, niet goed weergeeft wat er in de maatschappij effectief gebeurt. Elk land zoekt aan de hand van eigen criteria en met eigen middelen naar betere indicatoren. De benadering blijft dus jammer genoeg nationaal.

In de werkgroep vroeg om over een internationaal instrument te beschikken om de evoluties in de verschillende landen met elkaar te kunnen vergelijken. Op basis van die vergelijking kunnen de beleidsverantwoordelijken van ons land immers het sociale en economische beleid bepalen, op basis van andere dan zuiver kwantitatieve gegevens. De kwaliteit van de evolutie van de economie is veel belangrijker dan we tot nu toe hebben aangenomen. Er daarom zijn dus aanvullende indicatoren nodig.

In Europa wordt, net zoals in andere economische belangrijke werelddelen, het beleid gebaseerd op de kwantitatieve macro-economische gegevens. Dat criterium moet worden aangevuld. Dat is absoluut noodzakelijk om een andere politiek te kunnen voeren. Nieuwe criteria moeten echter een internationale basis hebben om bruikbaar te zijn bij de bepaling van het beleid in de verschillende staten, zeker binnen de Europese Unie. Aan de hand van nieuwe criteria moet kunnen worden nagegaan hoe de gerealiseerde rijkdom op de meest adequate en sociaal verantwoorde manier kan worden verdeeld.

Laat ik even aanhalen wat er nu bestaat. De Verenigde Naties hebben de Human Development Index, de OESO heeft de Better Life Index en de Europese Unie heeft de indicatoren voor Sustainable Development Indicators. Op de hoorzitting vernam ik dat ons eigen Federaal Planbureau niet minder dan 78 indicatoren gebruikt bovenop het bruto binnenlands product. Maar toch beschikken onze beleidsverantwoordelijken niet over de geschikte instrumenten om de juiste keuzes te maken naargelang van de noden van onze bevolking.

Bijgevolg is er behoefte aan een aanvullend stel of geheel van indicatoren om adequaat een beleid te kunnen bepalen, niet alleen op federaal vlak, maar ook ter ondersteuning van wat er in de deelstaten Vlaanderen, Wallonië en Brussel gebeurt. Dat is zonneklaar gebleken uit de bespreking in de commissie en ik dank dus de collega's van de commissie voor hun eenduidige benadering van het probleem.

De bestaande informatie moet op een coherente manier worden verzameld. België moet dat minimaal doen op het Europese vlak en daartoe een beroep doen op de instellingen die binnen zijn federale administratie reeds bezig zijn met de gegevensverzameling. Die instellingen beschikken immers al over tal van elementen en moeten samen met hun buitenlandse collega's de beste indicatoren uitzoeken ten behoeve van de beleidsverantwoordelijken. Die verantwoordelijken kunnen op die manier niet alleen over strikt kwantitatieve gegevens, maar ook over de vereiste kwalitatieve elementen beschikken om de politieke beleidsvoering beter te sturen dan vandaag.

Zoals sommige collega's duidelijk hebben gezegd, gaat het om een eerste, maar wel belangrijke stap. Een gemeenschappelijk besef is inderdaad absoluut noodzakelijk. Alleen dan zijn alle partijen te overtuigen en kan de regering de nodige impulsen geven opdat onze administratie op internationaal vlak de gewenste gegevensstroom effectief tot stand kan brengen.

Ik vertolk de verwachtingen van de werkgroep en de commissie, als ik de wens uitspreek dat alles snel kan gebeuren. Er zijn voldoende basiselementen waarop kan worden gesteund. Ik hoop dat tegen 2015-2016 de absoluut nuttige en nodige beleidsinstrumenten een feit zullen zijn.

Volgens het voorstel moet elk jaar een presentatie gebeuren van de kwalitatieve evoluties. In het licht daarvan hoop ik vooral dat daarmee de basis kan worden gelegd voor een andere sociale beleidsvoering in ons land en in de andere Europese landen. Die andere beleidsvoering kan dan op zowel kwantitatieve als op kwalitatieve evoluties aansluiten om het lot van de bevolking te verbeteren.

Mijn dank dus voor de eenduidige inzichten. Het is mijn hoop dat na de stemming hier de collega's van de Kamer ons daarin zullen volgen, zodat de regering zo snel mogelijk het geheel van kwalitatieve indicatoren als beleidsinstrument zal kunnen gebruiken.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(Voor de tekst geamendeerd door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden, zie stuk 5-2258/4.)

-De artikelen 1 tot 4 worden zonder opmerking aangenomen.

-De stemming over het wetsvoorstel in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de kwaliteitsrekening van advocaten betreft (Stuk 5-2288)

Wetsvoorstel tot wijziging van de hypotheekwet van 16 december 1851 wat betreft de derdenrekening (van de heer Karl Vanlouwe en mevrouw Inge Faes; Stuk 5-1243)

Wetsvoorstel tot wijziging van de wetgeving wat de kwaliteitsrekening van advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders en de afscheiding van vermogens betreft (van mevrouw Sabine de Bethune, de heer Peter Van Rompuy en mevrouw Martine Taelman; Stuk 5-1354)

Algemene bespreking

De voorzitster. - Ik stel voor het wetsontwerp en de wetsvoorstellen samen te bespreken. (Instemming)

De heer Ahmed Laaouej (PS), corapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

De heer Yoeri Vastersavendts (Open Vld), corapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

Namens onze fractie wil ik daaraan nog toevoegen dat dit een belangrijke wetswijziging is die bij bepaalde beroepsgroepen, bijvoorbeeld advocaten, zorgt voor een scheiding tussen de derdenrekening en hun persoonlijk vermogen. Dat is zeer goed voor de rechtzoekenden.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Justitie is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 53-3099/1.)

-De artikelen 1 tot 4 worden zonder opmerking aangenomen.

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van de artikelen 1322bis en 1322undecies van het Gerechtelijk Wetboek (Stuk 5-2310)

Algemene bespreking

De heer Ahmed Laaouej (PS), corapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

De heer Yoeri Vastersavendts (Open Vld), corapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Justitie is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 53-2991/4.)

-De artikelen 1 tot 4 worden zonder opmerking aangenomen.

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp houdende diverse bepalingen met het oog op de verbetering van de positie van het slachtoffer in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten (Stuk 5-2328)

Algemene bespreking

Mevrouw Els Van Hoof (CD&V), corapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

De heer Guy Swennen (sp.a), corapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

Mevrouw Inge Faes (N-VA). - Ik wil gewoon even benadrukken dat we dit ontwerp zullen goedkeuren, hoewel volgens onze fractie twee zaken meer aandacht verdienen, namelijk een preciezere en meer slachtoffergerichte motiveringsplicht voor de rechters en de informatie aan de burgerlijke partij en het slachtoffer voor de zitting van een strafuitvoeringsrechtbank. We rekenen er dan ook op dat beide punten in een later stadium verder worden uitgewerkt.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Justitie is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 53-2999/6.)

-De artikelen 1 tot 35 worden zonder opmerking aangenomen.

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en van de wet van 22 maart 1999 betreffende de identificatieprocedure via DNA-onderzoek in strafzaken, met het oog op de oprichting van een DNA-gegevensbank "Vermiste personen" (Stuk 5-1633) (Art. 81, derde lid, en art. 79, eerste lid, van de Grondwet)

Algemene bespreking

De heer Hassan Bousetta (PS), rapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

Mevrouw Inge Faes (N-VA). - Het ontwerp komt terug van de Kamer, waar het werd aangepast om enkele technische punten coherenter in de wet in te schrijven. Dat is volgens mij goed geslaagd.

Ik wil de collega's nog eens bedanken voor hun steun aan ons voorstel. Het is voor de familie van mensen die langdurig vermist zijn, echt belangrijk dat ze snel en duidelijk antwoord krijgen over hun dierbaren.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Justitie is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 53-2985/5.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Statuut van de deskundigen in strafzaken (Stuk 5-2138)

Bespreking

De voorzitster. - De heer Vastersavendts verwijst naar zijn schriftelijk verslag.

Mevrouw Inge Faes (N-VA). - Als voorzitter van de werkgroep wil ik toch even aanstippen dat het een nuttige oefening was om samen met de deskundigen op het terrein te bekijken wat momenteel de problemen zijn.

Zes punten zijn belangrijk: de regeling van een wettelijk statuut, de oprichting van een nationaal register, een duidelijke regelgeving voor de rol van de deskundigen, de nood aan organisatie en erkenning van de opleiding van forensische psychiatrie voor deskundigen, de dringende nood aan een snelle en correcte vergoeding en tot slot de nood aan uniforme statistieken en een betere wetenschappelijke ondersteuning.

Vele mensen op het terrein wachten op een duidelijke structuur en een duidelijk kader. Om te vermijden dat de deskundigen in de strafrechtsketen afhaken, moet daar dringend werk van worden gemaakt.

Mevrouw Anke Van dermeersch (VB). - Er is inderdaad een grote vraag naar een betere verloning en een betere manier van werken.

De Senaat moet nagaan wat precies verbeterd kan worden. Het is goed dat het statuut van deskundigen in strafzaken op de agenda staat, maar het statuut van dit statuut blijft onduidelijk. Het is een stap in de goede richting, maar het betreft alleen maar het statuut van de deskundigen. Dit is geen wetsvoorstel. Er zal meer nodig zijn dan wat er nu voorligt. Om die reden zal de Vlaams Belangfractie zich onthouden.

-De bespreking is gesloten.

-De stemming over de aanbevelingen van de commissie voor de Justitie heeft later plaats.

Voorstel van resolutie betreffende de bescherming van albino's in Afrika (van mevrouw Fatiha Saïdi c.s.; Stuk 5-1349)

Bespreking

(Voor de tekst aangenomen door de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging, zie stuk 5-1349/5.)

De heer Patrick De Groote (N-VA), rapporteur. - Ik wil het verslag even toelichten omdat heel wat collega's wellicht niet weten waarover het gaat.

De commissie heeft dit voorstel van resolutie besproken tijdens haar vergaderingen van 26 juni 2012 en 26 november 2013.

De indiener van het voorstel van resolutie, mevrouw Saïdi, heeft in de inleidende uiteenzetting geschetst wat albinisme precies inhoudt.

Albinisme is een genetische ziekte die overal in de wereld voorkomt. De aandoening wordt gekenmerkt door het onvermogen van het lichaam om melanine aan te maken. Het ontbreken van melanine resulteert in een ontkleuring van de huid, de ogen en het haar.

Terwijl in de Verenigde Staten en Europa één persoon op 20 000 albino is, is dat in Afrika maar liefst 1 op 4 000. In Afrika is het leven voor albino's een drama. In Afrika moeten albino's niet enkel zien om te gaan met hun ziekte en de handicaps die hieruit voortvloeien, maar tevens met de afwijzing van de maatschappij. Ze krijgen immers af te rekenen met heel wat vooroordelen en negatief bijgeloof, waardoor ze marginalen in hun samenleving zijn. In Tanzania schrijft het volksgeloof de albino's nog een andere reeks "magische" krachten toe. Hun haar, bloed, vlees en beenderen worden door medicijnmannen-genezers bereid als wondermedicijnen.

Het voorstel van resolutie roept de regering op de inspanningen van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties om albino's in Afrika te beschermen, te steunen. Het roept de regering ook op de betrokken regeringen, de ngo's en het maatschappelijk middenveld te steunen in hun inspanningen om een telling van de albinobevolking te verrichten. Het voorstel vraagt tevens een betere opleiding van gezondheidswerkers en het organiseren van workshops voor onderwijzers en ouders.

Tijdens de algemene bespreking stipuleerde de vertegenwoordiger van de minister dat er in verschillende landen wel degelijk een probleem is.

Hij had ook enkele opmerkingen over de punten D en I van de considerans en de punten 4, 7, 9, 12 en 13 van het dispositief. Ik zal die opmerkingen niet herhalen. Met de amendementen die zijn aangebracht, komt mevrouw Saïdi tegemoet aan de verzuchtingen van de vertegenwoordiger van de minister.

Alle amendementen op de considerans zijn aangenomen.

Amendement nr. 2 stelt een nieuw punt 4bis in het dispositief voor. Daarnaast heeft mevrouw Matz met haar amendementen een aantal verduidelijkingen aangebracht.

Mevrouw Saïdi heeft amendement nr. 3 ingediend om het punt 13 te vervangen. Ikzelf had opgemerkt dat asielzoekers die worden vervolgd, zich kunnen beroepen op de procedure die bepaald is in de Conventie van Genève. De regering kan niet zomaar procedures die internationaalrechtelijk en nationaalrechtelijk bepaald zijn wijzigen voor een bepaalde groep mensen.

Mevrouw Saïdi heeft met haar amendement nog voorgesteld om een studie te laten uitvoeren. Die studie moet de omvang van het probleem bepalen.

Alle amendementen zijn eenparig aangenomen. Het geamendeerde voorstel van resolutie werd door de negen aanwezige leden eenparig aangenomen.

De heer Richard Miller (MR). - De MR is de resolutie van onze uitstekende collega Fatiha Saïdi over de bescherming van de albino's in Afrika gunstig gezind.

De erkenning van minderheden wordt in Afrika immers al te vaak afgedaan als een luxeprobleem. De rechten van minderheden zouden privileges zijn; de bestrijding van de discriminatie van minderheden zou veel minder dringend zijn dan bijvoorbeeld de aids- en armoedebestrijding.

Beste collega's, de situatie van de albino's in bepaalde Afrikaanse landen is intrinsiek verbonden met het aldaar gevoerde beleid inzake onderwijs, volksgezondheid en bescherming van de mensenrechten.

In westerse landen genieten albino's gezondheidszorg, krijgen ze de vereiste medische aandacht en leiden ze een vrij gewoon leven, maar in Afrika kampen ze niet alleen met medische problemen, maar ook met vooroordelen, archaïsche overtuigingen en doodsbedreigingen.

Tussen 2007 en 2009 werden in Burundi en in Kenia een zestigtal albino's geëxecuteerd en in stukken gesneden.

Die moorden hebben meer dan tienduizend Keniaanse en Burundese Tanzanianen met albinisme ertoe aangezet hun dorp te verlaten om in de steden ondergedoken te gaan leven.

De oorzaak van die vervolgingen is even simpel als smerig. In het traditionele geloof worden magische krachten toegeschreven aan het bloed en de organen van albino's. Dankzij de rituele afkooksels en drankjes die ervan worden gebrouwen, kan men succesvolle zaken doen, het hart van zijn geliefde veroveren, erotische en zelfs electorale successen boeken.

Een albinohand wordt in Tanzania op duizend dollar geschat en een volledig in stukken gesneden albinolichaam kan tot 75 000 dollar opbrengen.

De situatie van de albino's in Burundi is zeer onrustwekkend vanwege de geweldplegingen en de discriminaties waarvan ze het slachtoffer zijn, maar ook omdat ze slechts beperkte, economische, sociale en culturele rechten genieten.

De jongste gewelddaden op levende mensen dateren van mei 2012. In augustus 2012 werden ook graven van albino's vernietigd te Bugarama in de provincie Muramvya.

Die weerzinwekkende en ronduit angstaanjagende gevallen van extremisme mogen evenwel het dagelijkse lot van de albino's niet overschaduwen.

Talloze Afrikaanse albino's leven in de marge; ze worden meestal opgevoed door alleenstaande moeders die er zoals steeds van verdacht worden verantwoordelijk te zijn voor de afwijking; ze zijn arm, hebben geen toegang tot de onontbeerlijke medische zorg en hebben geen basisschool gelopen.

De aids-pandemie heeft in Zimbabwe een nieuw en bijzonder smerig bijgeloof doen ontstaan. Seksuele betrekkingen met een albinovrouw zouden een seropositieve man kunnen genezen.

Niet alleen die ziekte weegt op hen, ook de sociale discriminatie.

Het geldgewin dat met die geloofspraktijken wordt nagestreefd, is zonder enige twijfel een van de meest verbazende en verbijsterende aspecten van de gewelddaden tegen die personen in Oost-Afrika.

De diep van archaïsch bijgeloof doordrongen geest van de bevolking en haar moeilijke verhouding met het anders-zijn vormden zeker de voedingsbodem waarop eenvoudige animistische vooroordelen zijn uitgegroeid tot moorddadige waanzin. Winstbejag zorgde voor de rest.

In een dergelijke context lopen albinokinderen het grootste risico en zijn ze de eerste slachtoffers van verschrikkelijke misdaden, vooral dan als hun ouders zelf zich medeplichtig maken aan orgaan- en kinderhandel.

We steunen de plaatsvervangend Hoge Commissaris voor de Mensenrechten en moedigen haar aan om haar werk ten gunste van de albino's voort te zetten. We danken onze collega voor haar voorstel.

Mevrouw Fatiha Saïdi (PS). - Ik dank de rapporteur, de mede-indieners en de leden van de commissie die het voorstel van resolutie betreffende de bescherming van de albino's in Afrika met eenparigheid van stemmen hebben aangenomen.

De heren De Groote en Miller hebben beiden een goed overzicht gegeven van de discriminaties waarvan die personen het slachtoffer worden. Het voorstel van resolutie is een uitnodiging aan de Belgische regering om de internationale initiatieven tot een verhoogde bescherming van de albino's te steunen. Voorts roept het de overheden van de landen ten zuiden van de Sahara, de ngo's en het middenveld op om beter samen te werken en de klemtoon te leggen op de voorlichting en de opvoeding van de bevolking om de stereotypen te bestrijden.

Het verheugt ons dat de VN-Mensenrechtenraad in zijn bezorgdheid over de straffeloosheid die voor misdaden tegen albino's vaak de regel is, einde juni een resolutie heeft aangenomen betreffende de agressie tegen en de discriminatie van deze mensen. De resolutie werd bij consensus aangenomen. De Afrikaanse landen hebben dus de verschillende daden van agressie tegen albino's op internationaal niveau officieel erkend. In die zin is de resolutie van historisch belang. Ze bevestigt ons eigen voorstel van resolutie dat in november 2011, in tempore non suspecto in overweging werd genomen.

Beste collega's, ik dank u voor uw aandacht en uw steun. (Applaus)

-De bespreking is gesloten.

-De stemming over het voorstel van resolutie heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van de artikelen 41 en 43 van de wet van ... met betrekking tot medische hulpmiddelen en van artikel 605quater van het Gerechtelijk Wetboek (Stuk 5-2331)

Algemene bespreking

De voorzitster. - Het woord is aan mevrouw Tilmans voor een mondeling verslag.

Mevrouw Dominique Tilmans (MR), rapporteur. - Het ontwerp inzake medische hulpmiddelen werd in twee stukken opgesplitst ten gevolge van een opmerking van de Raad van State.

Het wetsontwerp in zijn geheel heeft betrekking op de hervorming van het systeem van vergoeding van implantaten en invasieve medische hulpmiddelen waarmee administratieve vereenvoudiging, grotere transparantie en tariefzekerheid voor de patiënt werd beoogd. Het volgt uiteraard ook op de hele heisa rond de PIP-implantaten.

De bepalingen over de bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg en van het hof van beroep werden opgenomen in een apart wetsontwerp. Uit de bepalingen van artikel 77, eerste lid, 3º samen met die van artikel 77, eerste lid, 9º van de Grondwet vloeit immers voort dat de vaststelling van de bevoegdheid van hoven en rechtbanken een volstrekt bicamerale aangelegenheid is. Daarom moet over de vijf artikelen van dit wetsontwerp gestemd worden in de Senaat.

De artikelen werden al eenparig aangenomen in de Kamer van volksvertegenwoordigers en in de commissie voor de Sociale Aangelegenheden van afgelopen dinsdag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Sociale Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 53-3058/3.)

-De artikelen 1 tot 5 worden zonder opmerking aangenomen.

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Ontwerp van bijzondere wet houdende wijziging van de bijzondere wetten van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten en opheffing van de wet van 27 december 1994 tot goedkeuring van het Verdrag inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagens, ondertekend te Brussel op 9 februari 1994 door de Regeringen van het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, en tot invoering van een Eurovignet overeenkomstig richtlijn 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 oktober 1993, ingevolge de invoering van de kilometerheffing (Stuk 5-2354)

Wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, inzake de aftrekbaarheid van gewestelijke belastingen, heffingen en retributies (Stuk 5-2368) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitster. - Ik stel voor deze wetsontwerpen samen te bespreken. (Instemming)

Het woord is aan de heer Laaouej voor een mondeling verslag.

De heer Ahmed Laaouej (PS), rapporteur. - Het ontwerp van bijzondere wet houdende wijziging van de bijzondere wetten van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten en opheffing van de wet van 27 december 1994 tot goedkeuring van het Verdrag inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagens, ondertekend te Brussel op 9 februari 1994 door de Regeringen van het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, en tot invoering van een Eurovignet overeenkomstig richtlijn 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 oktober 1993, ingevolge de invoering van de kilometerheffing, werd ingediend bij de Senaat op 21 november 2013.

Het wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, inzake de aftrekbaarheid van gewestelijke belastingen, heffingen en retributies (Stuk Kamer 53-3109/1), waarvoor de optioneel bicamerale procedure van toepassing is, werd ingediend bij de Kamer van volksvertegenwoordigers en op 28 november 2013 eenparig door de 137 aanwezige leden aangenomen. Het wetsontwerp werd dezelfde dag nog aan de Senaat overgezonden en op 2 december 2013 geëvoceerd.

De commissie heeft beide wetsontwerpen besproken op 3 december 2013.

De minister van Financiën heeft beide wetsontwerpen inhoudelijk toegelicht aan de commissie.

Met de voorgestelde wijzigingen wordt een juridisch raamwerk geschapen waarin de bevoegde gewestelijke overheden alle vereiste decretale, reglementaire en administratieve schikkingen kunnen treffen om de kilometerheffing op juridisch vlak te implementeren.

In dat verband overwegen de gewesten om de verkeerstaksen die momenteel geen eigenlijke gewestbelastingen zijn, te vervangen door een kilometerheffing onder de vorm van een eigenlijke gewestbelasting of van een retributie, naargelang de wegen al dan niet in concessie zijn gegeven.

De regering wil niet dat de gewijzigde aard van de bovengenoemde belastingen de belastingplichtigen benadeelt door de eventuele weerslag ervan op de fiscale aftrekbaarheid van de kosten. De voorgestelde wijziging van artikel 198, §1, 5º, WIB 92 heeft tot doel de fiscale aftrekbaarheid van de gebruiksrechten voor het gebruik van voertuigen of voor het gebruik van de openbare weg te waarborgen.

Geen van beide wetsontwerpen gaven aanleiding tot enige extra discussie in de commissie.

Het bijzondere wetsontwerp 5-2354 werd eenparig aangenomen door de tien aanwezige leden en het wetsontwerp 5-2368 werd eenparig aangenomen door de elf aanwezige leden.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor een mondeling verslag in de plenaire vergadering.

Mevrouw Anke Van dermeersch (VB). - Over het ontwerp van bijzondere wet en over het wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wil ik absoluut het woord nemen, omdat het onderdelen zijn van een groter geheel dat moet leiden tot de invoering van de kilometerheffing. Het ontwerp van wet is niet zo spectaculair: het strekt ertoe een juridisch kader te scheppen voor de hervorming van de verkeersbelasting. In principe heb ik daartegen geen bezwaar; alles hangt er evenwel van af welke richting de hervorming uitgaat.

Hier gaat het nu evenwel om de mogelijkheid voor de Gewesten om een kilometerheffing in te voeren en daarmee kan ik niet akkoord gaan. Mocht ik zelf over de hervorming van de verkeersbelasting kunnen beslissen, dan zou ze een andere richting uitgaan. Ik weet wel dat in januari 2011 een politiek akkoord is gesloten om een kilometerheffing in te voeren voor vrachtwagens van minstens 3,5 ton en om de belasting op lichtere vrachtwagens te hervormen. De hervorming van de verkeersbelasting evolueert naar de vervanging ervan door een autonome gewestbelasting, met name de kilometerheffing, die eigenlijk een retributie is voor het gebruik van de infrastructuur.

Dankzij het nieuwe juridische kader kan men ook afzien van de inning van het Eurovignet door de Gewesten en wordt onze wetgeving in overeenstemming gebracht met een Europese richtlijn van 1999 die verbiedt dat tolrechten worden geheven voor het gebruik van eenzelfde infrastructuur als waarvoor ook al een retributie wordt geheven. Met onderhavige ontwerpen wil men daar nu een mouw aan passen. Op zich is daarmee niets mis, maar het is een kleine stap op de lange weg naar de invoering van de kilometerheffing of het rekeningrijden. En dat is geen gunstige ontwikkeling.

Mijns inziens wordt het bijzonder moeilijk om het rekeningrijden praktisch te verwezenlijken en bovendien is rekeningrijden asociaal en discriminerend omdat het vooral de actieve bevolking treft, namelijk de werkende Vlaming met een laag of gemiddeld inkomen.

Momenteel worden natuurlijk alleen vrachtwagens van minstens 3,5 ton en lichtere vrachtwagens geviseerd, maar ik vrees dat op termijn ook op personenwagens wordt gemikt.

Ik vrees ook dat het basistarief van 3 cent per kilometer, waarmee men wil beginnen, in 2018 uiteindelijk zal uitkomen op een gemiddelde van 6,7 cent, zoals voorspeld. Het basistarief dat nu geïnd zal worden, zal later kunnen uitmonden in een spitsuurtarief. Het is onduidelijk voor welke wegen uiteindelijk een kilometerheffing zal worden ingevoerd. Zullen het alleen autosnelwegen zijn of later ook secundaire wegen?

Kortom, men begint met een heel kleine heffing, maar uiteindelijk zal de werkende Vlaming de rekening moeten betalen. Ik vraag mij ook af wat de impact van de invoering ervan voor vrachtwagens vanaf 3,5 ton en voor lichtere vrachtwagens zal zijn voor de transportsector. De rekening zal volgens mij doorgeschoven worden naar de eindconsument.

Men zegt dikwijls dat de mobiliteit milieuvriendelijk moet zijn, maar volgens mij kan men dat niet afdwingen met een kilometerheffing. Pendelaars die op een afgelegen plaats wonen en zich niet eenvoudig met het openbaar vervoer kunnen verplaatsen, kunnen niet kiezen voor een meer milieuvriendelijke weg en zullen dus moeten betalen. Ook het effect op de verkeersstromen is niet voldoende onderzocht om te weten of het efficiënt zal zijn.

Daarom zullen wij tegen het ontwerp van bijzondere wet en het wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, inzake de aftrekbaarheid van gewestelijke belastingen, heffingen en retributies stemmen, vooral wat de mogelijkheid tot het invoeren van een kilometerheffing betreft. Het rekeningrijden is nu eigenlijk al een feit. Wie een auto koopt, betaalt immers van de eerste tot de laatste dag: belasting op de aankoop van het voertuig, belasting op de inverkeerstelling, de jaarlijkse verkeersbelasting, en de zware belasting op brandstof. Dat is een verkapte vorm van kilometerheffing. We kunnen dan ook niet akkoord gaan met dit ontwerp.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking van het Ontwerp van bijzondere wet houdende wijziging van de bijzondere wetten van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten en opheffing van de wet van 27 december 1994 tot goedkeuring van het Verdrag inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagens, ondertekend te Brussel op 9 februari 1994 door de Regeringen van het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, en tot invoering van een Eurovignet overeenkomstig richtlijn 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 oktober 1993, ingevolge de invoering van de kilometerheffing (Stuk 5-2354)

(Voor de tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën, zie stuk 5-2354/3.)

-De artikelen 1 tot 10 worden zonder opmerking aangenomen.

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, inzake de aftrekbaarheid van gewestelijke belastingen, heffingen en retributies (Stuk 5-2368) (Evocatieprocedure)

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 53-3109/3.)

-De artikelen 1 tot 3 worden zonder opmerking aangenomen.

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Inoverwegingneming van voorstellen

De voorzitster. - De lijst van de in overweging te nemen voorstellen werd rondgedeeld.

Zijn er opmerkingen?

Aangezien er geen opmerkingen zijn, beschouw ik die voorstellen als in overweging genomen en verzonden naar de commissies die door het Bureau zijn aangewezen.

(De lijst van de in overweging genomen voorstellen wordt in de bijlage opgenomen.)

Overlijden van een oud-senator

De voorzitster. - De Senaat heeft met groot leedwezen kennis gekregen van het overlijden van de heer Dany Vandenbossche, gewezen senator.

Uw voorzitster heeft het rouwbeklag van de Vergadering aan de familie van ons betreurde gewezen medelid betuigd.

Stemmingen

(De naamlijsten worden in de bijlage opgenomen.)

Wetsontwerp houdende hervorming van de bevoegdheid, de procedureregeling en de organisatie van de Raad van State (Stuk 5-2277)

De voorzitster. - We stemmen over amendement 20 van mevrouw Khattabi c.s.

Stemming 1

Aanwezig: 56
Voor: 3
Tegen: 40
Onthoudingen: 13

Mevrouw Nele Lijnen (Open Vld). - Ik heb een stemafspraak met mevrouw Piryns.

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitster. - We stemmen over amendement 21 van mevrouw Khattabi c.s.

Stemming 2

Aanwezig: 57
Voor: 3
Tegen: 41
Onthoudingen: 13

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitster. - We stemmen nu over artikel 14.

Stemming 3

Aanwezig: 56
Voor: 48
Tegen: 0
Onthoudingen: 8

-Artikel 14 is aangenomen.

De voorzitster. - We stemmen over amendement 22 van mevrouw Khattabi c.s.

Stemming 4

Aanwezig: 57
Voor: 3
Tegen: 41
Onthoudingen: 13

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitster. - We stemmen nu over artikel 39.

Stemming 5

Aanwezig: 57
Voor: 49
Tegen: 0
Onthoudingen: 8

-Artikel 39 is aangenomen.

De voorzitster. - We stemmen nu over het wetsontwerp in zijn geheel.

Stemming 6

Aanwezig: 57
Voor: 49
Tegen: 0
Onthoudingen: 8

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

-Ten gevolge van deze stemming vervallen:

-het wetsvoorstel tot wijziging van de gecoördineerde wetten van 12 januari 1973 op de Raad van State (van de heer Peter Van Rompuy c.s.; Stuk 5-1579/1);

-het wetsvoorstel tot wijziging van de gecoördineerde wetten van 12 januari 1973 op de Raad van State (van de heer Guido De Padt; Stuk 5-1965/1).

Wetsvoorstel tot aanvulling van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen met een set aanvullende indicatoren voor het meten van levenskwaliteit, menselijke ontwikkeling, de sociale vooruitgang en de duurzaamheid van onze economie (van de heer Etienne Schouppe c.s.; Stuk 5-2258)

Stemming 7

Aanwezig: 56
Voor: 45
Tegen: 0
Onthoudingen: 11

De heer Patrick De Groote (N-VA). - Veel gerenommeerde onderzoeksinstituten zoals de OESO, met de Better Life Index, en Eurostat leveren nu reeds heel wat onderzoeksmateriaal en -methodiek. In het wetsvoorstel wordt ook verwezen naar de metingen van die instellingen. Ze hebben tevens een helikopterperspectief en ze zijn onafhankelijk.

Wanneer dergelijke internationale instituten de resultaten van hun metingen publiceren, wordt in België al te vaak geen gevolg gegeven aan hun aanbevelingen en signalen. Ik roep de beleidsmakers op om in de eerste plaats gebruik te maken van het bestaande onderzoeksmateriaal teneinde de valkuilen te dichten.

Inzake de sociale indicatoren staan de knipperlichten voor België al jaren op rood: hoge werkloosheidscijfers, een groot aantal gezinnen in armoede ... Een snelle blik op de statistieken van de OESO, de Better Life Index, leert ons onmiddellijk dat België historisch gezien opvallend onderpresteert op het vlak van tewerkstelling, werkzekerheid, structurele werkloosheid of persoonlijke betrokkenheid in het bestuur.

Nochtans lijkt het me evident dat een significante verbetering op die terreinen kan leiden tot een substantiële verhoging van de persoonlijke eigenwaarde, van de levenskwaliteit en ook van het geluksgevoel van de burger. Gaan we een nieuwe meeteenheid ontwerpen? Gaan we blijven meten? Of gaan we de problemen echt aanpakken?

Collega Schouppe zegt dat we met dit nieuwe meetinstrument een beter beleid kunnen uitstippelen. Dat hoop ik alvast.

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

-Ten gevolge van deze stemming vervalt het wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen en de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling, wat de aanvullende indicatoren voor de bepaling van het bbp betreft (van mevrouw Cécile Thibaut c.s.; Stuk 5-1503).

Wetsontwerp tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de kwaliteitsrekening van advocaten betreft (Stuk 5-2288)

Stemming 8

Aanwezig: 58
Voor: 46
Tegen: 0
Onthoudingen: 12

Mevrouw Inge Faes (N-VA). - De N-VA-fractie heeft zich onthouden; niet omdat we bezwaar hebben tegen de inhoud van het wetsvoorstel, maar wel omdat we zelf een wetsvoorstel hadden ingediend dat veel verder ging dan de voorliggende tekst.

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

-Ten gevolge van deze stemming vervallen:

-het wetsvoorstel tot wijziging van de hypotheekwet van 16 december 1851 wat betreft de derdenrekening (van de heer Karl Vanlouwe en mevrouw Inge Faes; Stuk 5-1243);

-het wetsvoorstel tot wijziging van de wetgeving wat de kwaliteitsrekening van advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders en de afscheiding van vermogens betreft (van mevrouw Sabine de Bethune, de heer Peter Van Rompuy en mevrouw Martine Taelman; Stuk 5-1354).

Wetsontwerp tot wijziging van de artikelen 1322bis en 1322undecies van het Gerechtelijk Wetboek (Stuk 5-2310)

Stemming 9

Aanwezig: 58
Voor: 58
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

Wetsontwerp houdende diverse bepalingen met het oog op de verbetering van de positie van het slachtoffer in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten (Stuk 5-2328)

Stemming 10

Aanwezig: 58
Voor: 58
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

Wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en van de wet van 22 maart 1999 betreffende de identificatieprocedure via DNA-onderzoek in strafzaken, met het oog op de oprichting van een DNA-gegevensbank "Vermiste personen" (Stuk 5-1633) (Art. 81, derde lid, en art. 79, eerste lid, van de Grondwet)

Stemming 11

Aanwezig: 58
Voor: 58
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-De Senaat heeft het wetsontwerp ongewijzigd aangenomen en derhalve ingestemd met de tekst zoals die door de Kamer van volksvertegenwoordigers werd geamendeerd. Het ontwerp zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Statuut van de deskundigen in strafzaken (Stuk 5-2138)

Stemming 12

Aanwezig: 57
Voor: 53
Tegen: 0
Onthoudingen: 4

-De aanbevelingen van de commissie zijn aangenomen.

-Ze zullen worden meegedeeld aan de eerste minister en aan de minister van Justitie.

Voorstel van resolutie betreffende de bescherming van albino's in Afrika (van mevrouw Fatiha Saïdi c.s.; Stuk 5-1349)

Stemming 13

Aanwezig: 58
Voor: 54
Tegen: 0
Onthoudingen: 4

-De resolutie is aangenomen. Zij zal worden overgezonden aan de eerste minister en aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken.

Wetsontwerp tot wijziging van de artikelen 41 en 43 van de wet van ... met betrekking tot medische hulpmiddelen en van artikel 605quater van het Gerechtelijk Wetboek (Stuk 5-2331)

Stemming 14

Aanwezig: 58
Voor: 58
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

Wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, inzake de aftrekbaarheid van gewestelijke belastingen, heffingen en retributies (Stuk 5-2368) (Evocatieprocedure)

Stemming 15

Aanwezig: 57
Voor: 53
Tegen: 4
Onthoudingen: 0

De heer Huub Broers (N-VA). - Ik heb voorgestemd.

-De Senaat heeft het wetsontwerp ongewijzigd aangenomen. Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Ontwerp van bijzondere wet houdende wijziging van de bijzondere wetten van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten en opheffing van de wet van 27 december 1994 tot goedkeuring van het Verdrag inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagens, ondertekend te Brussel op 9 februari 1994 door de Regeringen van het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, en tot invoering van een Eurovignet overeenkomstig richtlijn 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 oktober 1993, ingevolge de invoering van de kilometerheffing (Stuk 5-2354)

Stemming 16

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 32
Voor: 28
Tegen: 4
Onthoudingen: 0

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

Franse taalgroep

Aanwezig: 25
Voor: 25
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Het quorum en de gewone meerderheid zijn bereikt.

De Duitstalige gemeenschapssenator heeft voor gestemd.

De tweederdemeerderheid is bereikt.

-Het ontwerp van bijzondere wet is aangenomen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Regeling van de werkzaamheden

De voorzitster. - Het Bureau stelt voor volgende week deze agenda voor:

Donderdag 12 december 2013

's ochtends om 10 uur

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie teneinde euthanasie voor minderjarigen mogelijk te maken (van de heer Philippe Mahoux c.s.); Stuk 5-2170/1 en 2.

Evocatieprocedure
Wetsontwerp houdende wijziging van de wet van 31 januari 2003 houdende de geleidelijke uitstap uit kernenergie voor industriële elektriciteitsproductie en houdende wijziging van de wet van 11 april 2003 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales; Stuk 5-2367/1. [Pro memorie]

Voorstel van resolutie betreffende het stimuleren van het Europa van de Defensie voor de Europese Top van 19 en 20 december 2013 (van de heer Armand De Decker c.s.); Stuk 5-2378/1. [Pro memorie]

's namiddags om 15 uur

Actualiteitendebat en mondelinge vragen.

Hervatting van de agenda.

Inoverwegingneming van voorstellen.

Vanaf 17 uur: Naamstemming over het afgehandelde agendapunt in zijn geheel.

's avonds om 19 uur

Hervatting van de agenda.

-De Senaat is het eens met deze regeling van de werkzaamheden.

De voorzitster. - De agenda van deze vergadering is afgewerkt.

De volgende vergadering vindt plaats op donderdag 12 december 2013 om 10 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 18.45 uur.)

Berichten van verhindering

Afwezig met bericht van verhindering: mevrouw Piryns, met moederschapsverlof, mevrouw Pehlivan, om gezondheidsredenen, de heer Daems, met opdracht in het buitenland, mevrouw Detiège, om familiale redenen, mevrouw Vogels en de heer Mahoux, wegens andere plichten.

-Voor kennisgeving aangenomen.

Bijlage

Naamstemmingen

Stemming 1

Aanwezig: 56
Voor: 3
Tegen: 40
Onthoudingen: 13

Voor

Marcel Cheron, Benoit Hellings, Cécile Thibaut.

Tegen

Bert Anciaux, Wouter Beke, François Bellot, Hassan Bousetta, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Dirk Claes, Alain Courtois, Mohamed Daif, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Guido De Padt, Gérard Deprez, Filip Dewinter, Dalila Douifi, André du Bus de Warnaffe, Cindy Franssen, Jean-François Istasse, Ahmed Laaouej, Bart Laeremans, Bertin Mampaka Mankamba, Vanessa Matz, Richard Miller, Philippe Moureaux, Jan Roegiers, Fatiha Saïdi, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Dominique Tilmans, Anke Van dermeersch, Els Van Hoof, Yoeri Vastersavendts, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Frank Boogaerts, Huub Broers, Jurgen Ceder, Patrick De Groote, Bart De Nijn, Inge Faes, Louis Ide, Nele Lijnen, Lieve Maes, Veerle Stassijns, Helga Stevens, Wilfried Vandaele, Sabine Vermeulen.

Stemming 2

Aanwezig: 57
Voor: 3
Tegen: 41
Onthoudingen: 13

Voor

Marcel Cheron, Benoit Hellings, Cécile Thibaut.

Tegen

Bert Anciaux, Marie Arena, Wouter Beke, François Bellot, Hassan Bousetta, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Dirk Claes, Alain Courtois, Mohamed Daif, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Guido De Padt, Gérard Deprez, Dalila Douifi, André du Bus de Warnaffe, Cindy Franssen, Jean-François Istasse, Ahmed Laaouej, Bart Laeremans, Bertin Mampaka Mankamba, Vanessa Matz, Richard Miller, Philippe Moureaux, Jan Roegiers, Fatiha Saïdi, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Dominique Tilmans, Anke Van dermeersch, Els Van Hoof, Yoeri Vastersavendts, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Frank Boogaerts, Huub Broers, Patrick De Groote, Bart De Nijn, Filip Dewinter, Inge Faes, Louis Ide, Nele Lijnen, Lieve Maes, Veerle Stassijns, Helga Stevens, Wilfried Vandaele, Sabine Vermeulen.

Stemming 3

Aanwezig: 56
Voor: 48
Tegen: 0
Onthoudingen: 8

Voor

Bert Anciaux, Marie Arena, Wouter Beke, François Bellot, Frank Boogaerts, Hassan Bousetta, Huub Broers, Jacques Brotchi, Jurgen Ceder, Dirk Claes, Alain Courtois, Mohamed Daif, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Patrick De Groote, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Guido De Padt, Gérard Deprez, Dalila Douifi, André du Bus de Warnaffe, Inge Faes, Cindy Franssen, Louis Ide, Jean-François Istasse, Ahmed Laaouej, Lieve Maes, Bertin Mampaka Mankamba, Vanessa Matz, Richard Miller, Philippe Moureaux, Jan Roegiers, Fatiha Saïdi, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Veerle Stassijns, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Dominique Tilmans, Wilfried Vandaele, Els Van Hoof, Yoeri Vastersavendts, Sabine Vermeulen, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Yves Buysse, Marcel Cheron, Filip Dewinter, Benoit Hellings, Bart Laeremans, Nele Lijnen, Cécile Thibaut, Anke Van dermeersch.

Stemming 4

Aanwezig: 57
Voor: 3
Tegen: 41
Onthoudingen: 13

Voor

Marcel Cheron, Benoit Hellings, Cécile Thibaut.

Tegen

Bert Anciaux, Marie Arena, Wouter Beke, François Bellot, Hassan Bousetta, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Dirk Claes, Alain Courtois, Mohamed Daif, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Guido De Padt, Gérard Deprez, Dalila Douifi, André du Bus de Warnaffe, Cindy Franssen, Jean-François Istasse, Ahmed Laaouej, Bart Laeremans, Bertin Mampaka Mankamba, Vanessa Matz, Richard Miller, Philippe Moureaux, Jan Roegiers, Fatiha Saïdi, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Dominique Tilmans, Anke Van dermeersch, Els Van Hoof, Yoeri Vastersavendts, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Frank Boogaerts, Huub Broers, Patrick De Groote, Bart De Nijn, Filip Dewinter, Inge Faes, Louis Ide, Nele Lijnen, Lieve Maes, Veerle Stassijns, Helga Stevens, Wilfried Vandaele, Sabine Vermeulen.

Stemming 5

Aanwezig: 57
Voor: 49
Tegen: 0
Onthoudingen: 8

Voor

Bert Anciaux, Marie Arena, Wouter Beke, François Bellot, Frank Boogaerts, Hassan Bousetta, Huub Broers, Jacques Brotchi, Jurgen Ceder, Dirk Claes, Alain Courtois, Mohamed Daif, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Patrick De Groote, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Bart De Nijn, Guido De Padt, Gérard Deprez, Dalila Douifi, André du Bus de Warnaffe, Inge Faes, Cindy Franssen, Louis Ide, Jean-François Istasse, Ahmed Laaouej, Lieve Maes, Bertin Mampaka Mankamba, Vanessa Matz, Richard Miller, Philippe Moureaux, Jan Roegiers, Fatiha Saïdi, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Veerle Stassijns, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Dominique Tilmans, Wilfried Vandaele, Els Van Hoof, Yoeri Vastersavendts, Sabine Vermeulen, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Yves Buysse, Marcel Cheron, Filip Dewinter, Benoit Hellings, Bart Laeremans, Nele Lijnen, Cécile Thibaut, Anke Van dermeersch.

Stemming 6

Aanwezig: 57
Voor: 49
Tegen: 0
Onthoudingen: 8

Voor

Bert Anciaux, Marie Arena, Wouter Beke, François Bellot, Frank Boogaerts, Hassan Bousetta, Huub Broers, Jacques Brotchi, Jurgen Ceder, Dirk Claes, Alain Courtois, Mohamed Daif, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Patrick De Groote, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Bart De Nijn, Guido De Padt, Gérard Deprez, Dalila Douifi, André du Bus de Warnaffe, Inge Faes, Cindy Franssen, Louis Ide, Jean-François Istasse, Ahmed Laaouej, Lieve Maes, Bertin Mampaka Mankamba, Vanessa Matz, Richard Miller, Philippe Moureaux, Jan Roegiers, Fatiha Saïdi, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Veerle Stassijns, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Dominique Tilmans, Wilfried Vandaele, Els Van Hoof, Yoeri Vastersavendts, Sabine Vermeulen, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Yves Buysse, Marcel Cheron, Filip Dewinter, Benoit Hellings, Bart Laeremans, Nele Lijnen, Cécile Thibaut, Anke Van dermeersch.

Stemming 7

Aanwezig: 56
Voor: 45
Tegen: 0
Onthoudingen: 11

Voor

Bert Anciaux, Marie Arena, Wouter Beke, François Bellot, Hassan Bousetta, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Marcel Cheron, Dirk Claes, Alain Courtois, Mohamed Daif, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Guido De Padt, Gérard Deprez, Filip Dewinter, Dalila Douifi, André du Bus de Warnaffe, Cindy Franssen, Benoit Hellings, Jean-François Istasse, Ahmed Laaouej, Bart Laeremans, Nele Lijnen, Bertin Mampaka Mankamba, Vanessa Matz, Richard Miller, Philippe Moureaux, Jan Roegiers, Fatiha Saïdi, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Cécile Thibaut, Dominique Tilmans, Anke Van dermeersch, Els Van Hoof, Yoeri Vastersavendts, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Frank Boogaerts, Huub Broers, Jurgen Ceder, Bart De Nijn, Inge Faes, Louis Ide, Lieve Maes, Veerle Stassijns, Helga Stevens, Wilfried Vandaele, Sabine Vermeulen.

Stemming 8

Aanwezig: 58
Voor: 46
Tegen: 0
Onthoudingen: 12

Voor

Bert Anciaux, Marie Arena, Wouter Beke, François Bellot, Hassan Bousetta, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Marcel Cheron, Dirk Claes, Alain Courtois, Mohamed Daif, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Guido De Padt, Gérard Deprez, Filip Dewinter, Dalila Douifi, André du Bus de Warnaffe, Cindy Franssen, Benoit Hellings, Jean-François Istasse, Ahmed Laaouej, Bart Laeremans, Nele Lijnen, Bertin Mampaka Mankamba, Vanessa Matz, Richard Miller, Philippe Moureaux, Jan Roegiers, Fatiha Saïdi, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Cécile Thibaut, Dominique Tilmans, Anke Van dermeersch, Els Van Hoof, Yoeri Vastersavendts, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Frank Boogaerts, Huub Broers, Patrick De Groote, Bart De Nijn, Inge Faes, Louis Ide, Lieve Maes, Elke Sleurs, Veerle Stassijns, Helga Stevens, Wilfried Vandaele, Sabine Vermeulen.

Stemming 9

Aanwezig: 58
Voor: 58
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Bert Anciaux, Marie Arena, Wouter Beke, François Bellot, Frank Boogaerts, Hassan Bousetta, Huub Broers, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Marcel Cheron, Dirk Claes, Alain Courtois, Mohamed Daif, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Patrick De Groote, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Bart De Nijn, Guido De Padt, Gérard Deprez, Filip Dewinter, Dalila Douifi, André du Bus de Warnaffe, Inge Faes, Cindy Franssen, Benoit Hellings, Louis Ide, Jean-François Istasse, Ahmed Laaouej, Bart Laeremans, Nele Lijnen, Lieve Maes, Bertin Mampaka Mankamba, Vanessa Matz, Richard Miller, Philippe Moureaux, Jan Roegiers, Fatiha Saïdi, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Elke Sleurs, Veerle Stassijns, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Cécile Thibaut, Dominique Tilmans, Wilfried Vandaele, Anke Van dermeersch, Els Van Hoof, Yoeri Vastersavendts, Sabine Vermeulen, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.

Stemming 10

Aanwezig: 58
Voor: 58
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Bert Anciaux, Marie Arena, Wouter Beke, François Bellot, Frank Boogaerts, Hassan Bousetta, Huub Broers, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Marcel Cheron, Dirk Claes, Alain Courtois, Mohamed Daif, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Patrick De Groote, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Bart De Nijn, Guido De Padt, Gérard Deprez, Filip Dewinter, Dalila Douifi, André du Bus de Warnaffe, Inge Faes, Cindy Franssen, Benoit Hellings, Louis Ide, Jean-François Istasse, Ahmed Laaouej, Bart Laeremans, Nele Lijnen, Lieve Maes, Bertin Mampaka Mankamba, Vanessa Matz, Richard Miller, Philippe Moureaux, Jan Roegiers, Fatiha Saïdi, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Elke Sleurs, Veerle Stassijns, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Cécile Thibaut, Dominique Tilmans, Wilfried Vandaele, Anke Van dermeersch, Els Van Hoof, Yoeri Vastersavendts, Sabine Vermeulen, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.

Stemming 11

Aanwezig: 58
Voor: 58
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Bert Anciaux, Marie Arena, Wouter Beke, François Bellot, Frank Boogaerts, Hassan Bousetta, Huub Broers, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Marcel Cheron, Dirk Claes, Alain Courtois, Mohamed Daif, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Patrick De Groote, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Bart De Nijn, Guido De Padt, Gérard Deprez, Filip Dewinter, Dalila Douifi, André du Bus de Warnaffe, Inge Faes, Cindy Franssen, Benoit Hellings, Louis Ide, Jean-François Istasse, Ahmed Laaouej, Bart Laeremans, Nele Lijnen, Lieve Maes, Bertin Mampaka Mankamba, Vanessa Matz, Richard Miller, Philippe Moureaux, Jan Roegiers, Fatiha Saïdi, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Elke Sleurs, Veerle Stassijns, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Cécile Thibaut, Dominique Tilmans, Wilfried Vandaele, Anke Van dermeersch, Els Van Hoof, Yoeri Vastersavendts, Sabine Vermeulen, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.

Stemming 12

Aanwezig: 57
Voor: 53
Tegen: 0
Onthoudingen: 4

Voor

Bert Anciaux, Marie Arena, Wouter Beke, François Bellot, Frank Boogaerts, Hassan Bousetta, Huub Broers, Jacques Brotchi, Jurgen Ceder, Marcel Cheron, Dirk Claes, Alain Courtois, Mohamed Daif, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Patrick De Groote, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Bart De Nijn, Guido De Padt, Gérard Deprez, Dalila Douifi, André du Bus de Warnaffe, Inge Faes, Cindy Franssen, Benoit Hellings, Louis Ide, Jean-François Istasse, Ahmed Laaouej, Nele Lijnen, Lieve Maes, Bertin Mampaka Mankamba, Vanessa Matz, Richard Miller, Philippe Moureaux, Jan Roegiers, Fatiha Saïdi, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Elke Sleurs, Veerle Stassijns, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Dominique Tilmans, Wilfried Vandaele, Els Van Hoof, Yoeri Vastersavendts, Sabine Vermeulen, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Yves Buysse, Filip Dewinter, Bart Laeremans, Anke Van dermeersch.

Stemming 13

Aanwezig: 58
Voor: 54
Tegen: 0
Onthoudingen: 4

Voor

Bert Anciaux, Marie Arena, Wouter Beke, François Bellot, Frank Boogaerts, Hassan Bousetta, Huub Broers, Jacques Brotchi, Jurgen Ceder, Marcel Cheron, Dirk Claes, Alain Courtois, Mohamed Daif, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Patrick De Groote, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Bart De Nijn, Guido De Padt, Gérard Deprez, Dalila Douifi, André du Bus de Warnaffe, Inge Faes, Cindy Franssen, Benoit Hellings, Louis Ide, Jean-François Istasse, Ahmed Laaouej, Nele Lijnen, Lieve Maes, Bertin Mampaka Mankamba, Vanessa Matz, Richard Miller, Philippe Moureaux, Jan Roegiers, Fatiha Saïdi, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Elke Sleurs, Veerle Stassijns, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Cécile Thibaut, Dominique Tilmans, Wilfried Vandaele, Els Van Hoof, Yoeri Vastersavendts, Sabine Vermeulen, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Yves Buysse, Filip Dewinter, Bart Laeremans, Anke Van dermeersch.

Stemming 14

Aanwezig: 58
Voor: 58
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Bert Anciaux, Marie Arena, Wouter Beke, François Bellot, Frank Boogaerts, Hassan Bousetta, Huub Broers, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Marcel Cheron, Dirk Claes, Alain Courtois, Mohamed Daif, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Patrick De Groote, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Bart De Nijn, Guido De Padt, Gérard Deprez, Filip Dewinter, Dalila Douifi, André du Bus de Warnaffe, Inge Faes, Cindy Franssen, Benoit Hellings, Louis Ide, Jean-François Istasse, Ahmed Laaouej, Bart Laeremans, Nele Lijnen, Lieve Maes, Bertin Mampaka Mankamba, Vanessa Matz, Richard Miller, Philippe Moureaux, Jan Roegiers, Fatiha Saïdi, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Elke Sleurs, Veerle Stassijns, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Cécile Thibaut, Dominique Tilmans, Wilfried Vandaele, Anke Van dermeersch, Els Van Hoof, Yoeri Vastersavendts, Sabine Vermeulen, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.

Stemming 15

Aanwezig: 57
Voor: 53
Tegen: 4
Onthoudingen: 0

Voor

Bert Anciaux, Marie Arena, Wouter Beke, François Bellot, Frank Boogaerts, Hassan Bousetta, Jacques Brotchi, Jurgen Ceder, Marcel Cheron, Dirk Claes, Alain Courtois, Mohamed Daif, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Patrick De Groote, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Bart De Nijn, Guido De Padt, Gérard Deprez, Dalila Douifi, André du Bus de Warnaffe, Inge Faes, Cindy Franssen, Benoit Hellings, Louis Ide, Jean-François Istasse, Ahmed Laaouej, Nele Lijnen, Lieve Maes, Bertin Mampaka Mankamba, Vanessa Matz, Richard Miller, Philippe Moureaux, Jan Roegiers, Fatiha Saïdi, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Elke Sleurs, Veerle Stassijns, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Cécile Thibaut, Dominique Tilmans, Wilfried Vandaele, Els Van Hoof, Yoeri Vastersavendts, Sabine Vermeulen, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.

Tegen

Yves Buysse, Filip Dewinter, Bart Laeremans, Anke Van dermeersch.

Stemming 16

Nederlandse taalgroep

Aanwezig: 32
Voor: 28
Tegen: 4
Onthoudingen: 0

Voor

Bert Anciaux, Wouter Beke, Frank Boogaerts, Huub Broers, Jurgen Ceder, Dirk Claes, Sabine de Bethune, Patrick De Groote, Bart De Nijn, Guido De Padt, Dalila Douifi, Inge Faes, Cindy Franssen, Louis Ide, Nele Lijnen, Lieve Maes, Jan Roegiers, Etienne Schouppe, Elke Sleurs, Veerle Stassijns, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Wilfried Vandaele, Els Van Hoof, Yoeri Vastersavendts, Sabine Vermeulen.

Tegen

Yves Buysse, Filip Dewinter, Bart Laeremans, Anke Van dermeersch.

Franse taalgroep

Aanwezig: 25
Voor: 25
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Marie Arena, François Bellot, Hassan Bousetta, Jacques Brotchi, Marcel Cheron, Alain Courtois, Mohamed Daif, Armand De Decker, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Willy Demeyer, Gérard Deprez, André du Bus de Warnaffe, Benoit Hellings, Jean-François Istasse, Ahmed Laaouej, Bertin Mampaka Mankamba, Vanessa Matz, Richard Miller, Philippe Moureaux, Fatiha Saïdi, Cécile Thibaut, Dominique Tilmans, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.

Duitstalige gemeenschapssenator

Voor

Louis Siquet.

In overweging genomen voorstellen

Wetsvoorstellen

Artikel 81 van de Grondwet

Wetsvoorstel tot aanvulling van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 met het oog op de invoering van een uitzondering van roerende voorheffing voor lokale overheden bij verrichtingen zonder winstoogmerk (van de heren Dirk Claes en Etienne Schouppe; Stuk 5-2381/1).

-Commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden

Voorstellen van resolutie

Voorstel van resolutie betreffende het stimuleren van het Europa van de Defensie voor de Europese Top van 19 en 20 december 2013 (van de heer Armand De Decker c.s.; Stuk 5-2378/1).

-Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging

Voorstel van resolutie betreffende het eerherstel voor de geïnterneerde soldaten in Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog (van de heer Patrick De Groote c.s.; Stuk 5-2380/1).

-Commissie voor de Justitie

Vragen om uitleg

Het Bureau heeft volgende vragen om uitleg ontvangen:

Evocaties

De Senaat heeft bij boodschappen van 29 november en 2 december 2013 aan de Kamer van volksvertegenwoordigers ter kennis gebracht dat tot evocatie is overgegaan, op die datum, van de volgende wetsontwerpen:

Wetsontwerp houdende invoeging van boek VI "Marktpraktijken en consumentenbescherming" in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van de definities eigen aan boek VI, en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan boek VI, in de boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht (Stuk 5-2361/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europese Parlement (Stuk 5-2365/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.

Wetsontwerp betreffende het politionele informatiebeheer en tot wijziging van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en het Wetboek van strafvordering (Stuk 5-2366/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.

Wetsontwerp houdende wijziging van de wet van 31 januari 2003 houdende de geleidelijke uitstap uit kernenergie voor industriële elektriciteitsproductie en houdende wijziging van de wet van 11 april 2003 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales (Stuk 5-2367/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, inzake de aftrekbaarheid van gewestelijke belastingen, heffingen en retributies (Stuk 5-2368/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 19 mei 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van het Europees Parlement en tot wijziging van de wet van 19 mei 1994 tot regeling van de verkiezingscampagne en tot beperking en aangifte van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van het Vlaams Parlement, het Waals Parlement, het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, alsmede tot vaststelling van de toetsingsnorm inzake officiële mededelingen van de overheid (Stuk 5-2377/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden.

Niet-evocaties

Bij boodschappen van 4 december 2013 heeft de Senaat aan de Kamer van volksvertegenwoordigers terugbezorgd, met het oog op de bekrachtiging door de Koning, de volgende niet-geëvoceerde wetsontwerpen:

Wetsontwerp houdende invoeging van het Boek XII, "Recht van de elektronische economie", in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de definities eigen aan boek XII en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan boek XII, in de boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht (Stuk 5-2342/1).

Wetsontwerp houdende invoeging van het Boek XIII "Overleg", in het Wetboek van economisch recht (Stuk 5-2344/1).

Wetsontwerp tot uitvoering van de Verordening (EU) Nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad, en tot opheffing van diverse bepalingen (Stuk 5-2345/1).

Wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging (Stuk 5-2346/1).

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, wat betreft het dosimetrisch toezicht (Stuk 5-2347/1).

Wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake landbouw (Stuk 5-2348/1).

-Voor kennisgeving aangenomen.

Boodschappen van de Kamer

Bij boodschappen van 28 november 2013 heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers aan de Senaat overgezonden, zoals ze ter vergadering van dezelfde dag werden aangenomen:

Artikel 77 van de Grondwet

Wetsontwerp houdende invoeging van de bepalingen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, in boek XVII "Bijzondere rechtsprocedures" van het Wetboek van economisch recht (Stuk 5-2363/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden.

Ontwerp van bijzondere wet tot hervorming van de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, tot uitbreiding van de fiscale autonomie van de gewesten en tot financiering van de nieuwe bevoegdheden (Stuk 5-2369/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden.

Wetsontwerp met betrekking tot het klimaatresponsabiliseringsmechanisme (Stuk 5-2370/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden.

Ontwerp van tekst houdende herziening van artikel 143 van de Grondwet (Stuk 5-2371/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden.

Ontwerp van tekst houdende invoeging van een artikel 39bis in de Grondwet (Stuk 5-2372/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden.

Ontwerp van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof en van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen, teneinde de organisatie van gewestelijke volksraadplegingen toe te laten (Stuk 5-2373/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden.

Ontwerp van tekst houdende herziening van artikel 142 van de Grondwet (Stuk 5-2374/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden.

Ontwerp van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof (Stuk 5-2375/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, van het Kieswetboek, van de wet van 19 mei 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van het Europees Parlement en van de wet van 19 mei 1994 tot regeling van de verkiezingscampagne en tot beperking en aangifte van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van het Vlaams Parlement, het Waals Parlement, het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, alsmede tot vaststelling van de toetsingsnorm inzake officiële mededelingen van de overheid (Stuk 5-2376/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden.

Artikel 78 van de Grondwet

Wetsontwerp houdende invoeging van boek VI "Marktpraktijken en consumentenbescherming" in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van de definities eigen aan boek VI, en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan boek VI, in de boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht (Stuk 5-2361/1).

-Het wetsontwerp werd ontvangen op 29 november 2013; de uiterste datum voor evocatie is maandag 16 december 2013.

-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 28 november 2013.

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp houdende invoeging van boek XVII "Bijzondere rechtsprocedures" in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van een aan boek XVII eigen definitie en sanctiebepalingen in hetzelfde Wetboek (Stuk 5-2362/1).

-Het wetsontwerp werd ontvangen op 29 november 2013; de uiterste datum voor evocatie is maandag 16 december 2013.

-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 28 november 2013.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling (Stuk 5-2364/1).

-Het wetsontwerp werd ontvangen op 29 november 2013; de uiterste datum voor evocatie is maandag 16 december 2013.

-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 28 november 2013.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europese Parlement (Stuk 5-2365/1).

-Het wetsontwerp werd ontvangen op 29 november 2013; de uiterste datum voor evocatie is maandag 16 december 2013.

-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 28 november 2013.

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.

Wetsontwerp betreffende het politionele informatiebeheer en tot wijziging van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en het Wetboek van strafvordering (Stuk 5-2366/1).

-Het wetsontwerp werd ontvangen op 29 november 2013; de uiterste datum voor evocatie is maandag 16 december 2013.

-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 28 november 2013.

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, inzake de aftrekbaarheid van gewestelijke belastingen, heffingen en retributies (Stuk 5-2368/1).

-Het wetsontwerp werd ontvangen op 29 november 2013; de uiterste datum voor evocatie is maandag 16 december 2013.

-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 28 november 2013.

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 19 mei 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van het Europees Parlement en tot wijziging van de wet van 19 mei 1994 tot regeling van de verkiezingscampagne en tot beperking en aangifte van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van het Vlaams Parlement, het Waals Parlement, het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, alsmede tot vaststelling van de toetsingsnorm inzake officiële mededelingen van de overheid (Stuk 5-2377/1).

-Het ontwerp werd ontvangen op 29 november 2013; de uiterste datum voor evocatie is maandag 16 december 2013.

-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 28 november 2013.

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden.

Artikel 80 van de Grondwet

Wetsontwerp houdende wijziging van de wet van 31 januari 2003 houdende de geleidelijke uitstap uit kernenergie voor industriële elektriciteitsproductie en houdende wijziging van de wet van 11 april 2003 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales (Stuk 5-2367/1).

-Het wetsontwerp werd ontvangen op 29 november 2013; de uiterste datum voor evocatie is woensdag 4 december 2013.

-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 28 november 2013.

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Grondwettelijk Hof - Arresten

Met toepassing van artikel 113 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, geeft de griffier van het Grondwettelijk Hof kennis aan de voorzitter van de Senaat van:

-Voor kennisgeving aangenomen.

Grondwettelijk Hof - Prejudiciële vragen

Met toepassing van artikel 77 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, geeft de griffier van het Grondwettelijk Hof aan de voorzitter van de Senaat kennis van:

-Voor kennisgeving aangenomen.

Grondwettelijk Hof - Beroepen

Met toepassing van artikel 76 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, geeft de griffier van het Grondwettelijk Hof kennis aan de voorzitter van de Senaat van:

-Voor kennisgeving aangenomen.

Nationale Arbeidsraad

Bij brief van 27 november 2013 heeft de Voorzitter van de Nationale Arbeidsraad, overeenkomstig artikel 1 van de organieke wet van 29 mei 1952 tot inrichting van de Nationale Arbeidsraad, aan de Senaat overgezonden:

goedgekeurd tijdens zijn plenaire vergadering van 26 november 2013.

-Verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Centrale Raad voor het Bedrijfsleven

Bij brief van 18 november 2013 heeft de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, overeenkomstig artikel 1 van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven aan de Senaat overgezonden:

goedgekeurd tijdens zijn plenaire vergadering van 4 november 2013.

-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Europees Parlement

Bij brief van 18 november 2013 heeft de voorzitter van het Europees Parlement aan de Senaat volgende tekst overgezonden:

aangenomen tijdens de vergaderperiode van 21 tot en met 24 oktober 2013.

-Verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging en naar het Federaal Adviescomité voor Europese Aangelegenheden.