2-223

2-223

Belgische Senaat

2-223

Handelingen - Nederlandse versie

DONDERDAG 18 JULI 2002 - NAMIDDAGVERGADERING


Waarschuwing: de blauwe kleur geeft aan dat het gaat om uit het Frans vertaalde samenvattingen.


Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa en Assemblee van de West-Europese Unie.

Mondelinge vragen

Vraag om uitleg van mevrouw Anne-Marie Lizin aan de minister van Justitie over «de toestand in de gevangenissen» (nr. 2-852)

Mondelinge vragen

Intrekking van een wetsvoorstel

Samenstelling van commissies

Aanwijzing van een Nederlandstalig effectief lid (hoogleraar) van de Hoge Raad voor de Justitie (Stuk 2-1238)

Stemmingen

Aanwijzing van een Nederlandstalig effectief lid (hoogleraar) van de Hoge Raad voor de Justitie (Stuk 2-1238)

Voordracht van kandidaten voor een mandaat van lid van de Nationale Evaluatiecommissie inzake de toepassing van de wetgeving betreffende de zwangerschapsafbreking (Stuk 2-1239)

Stemmingen

Regeling van de werkzaamheden

Voordracht van kandidaten voor een mandaat van lid van de Nationale Evaluatiecommissie inzake de toepassing van de wetgeving betreffende de zwangerschapsafbreking (Stuk 2-1239)

Voordracht van kandidaten voor een mandaat van lid van de Federale Controle- en Evaluatiecommissie inzake de toepassing van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie (Stuk 2-1240)

Ontwerp van programmawet (Stuk 2-1248) (Evocatieprocedure)

Berichten van verhindering

Bijlage


Voorzitter: de heer Armand De Decker

(De vergadering wordt geopend om 15.15 uur.)

Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa en Assemblee van de West-Europese Unie.

De voorzitter. - De volgende wijziging wordt voorgesteld in de samenstelling van de Senaatsafvaardiging bij de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa en de Assemblee van de West-Europese Unie:

De heer Josy Dubié zou de heer Marc Hordies als plaatsvervangend vertegenwoordiger vervangen vanaf 18 september 2002. (Instemming)

-Hiervan zal kennis worden gegeven aan de minister van Buitenlandse Zaken en aan de voorzitters van beide Europese vergaderingen.

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van mevrouw Anne-Marie Lizin aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken over «de dood van de dochter van een Kazakse journaliste, naar aanleiding van haar onthullingen over het onderzoek naar verdachte rekeningen, waarbij de Kazakse zakenwereld betrokken is» (nr. 2-1061)

Mevrouw Anne-Marie Lizin (PS). - Dit belangrijk dossier betreft het onderzoek naar de verdachte Zwitserse rekeningen in verband met de zaak Tractebel.

De minister werd zeker op de hoogte gebracht van het feit dat de Kazakse journaliste Lira Bayseitova het slachtoffer werd van een bijzondere operatie. De dag na de publicatie van een artikel van haar hand in de Kazakse oppositiepers over dat onderzoek in verband met de zaak Tractebel, werd haar dochter ontvoerd en werden de lokalen van het tijdschrift overhoop gehaald. Verleden week werd de dochter dood teruggevonden.

Hoe reageert België op deze gebeurtenissen? Kunnen wij mevrouw Bayseitova helpen door de strijd tegen de corruptie en door de persvrijheid in Kazakstan aan te moedigen?

Is de minister nagegaan of er eventueel een verband is tussen dit dossier en mogelijke acties op Belgisch grondgebied van Kazakse of Belgische burgers die verband houden met de activiteiten van Tractebel in de kritieke periode of met de onderhandelingen met deze maatschappij?

De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - In mei laatsleden hebben de gezagsdragers in Kazakstan in de loop van één maand, onder diverse voorwendsels, 22 kranten en privé-televisiestations doen sluiten als gevolg van onderzoeken van journalisten naar beschuldigingen van fraude tegen bepaalde Kazakse gezagsdragers.

Het door u geciteerde voorval van een dood teruggevonden dochter van een journaliste is geen alleenstaand geval van intimidatie door de geheime diensten.

Op 29 mei verklaarde de EU zich ten zeerste bezorgd over de recente aanvallen tegen de onafhankelijke media in Kazakstan. Ze vroeg de Kazakse overheid om opheldering. De Unie verwacht een snel en afdoend onderzoek om de verantwoordelijken van die gewelddaden te kunnen identificeren en vervolgen.

De Samenwerkingsraad EU-Kazakstan, die eind juli zal plaatshebben, biedt de gelegenheid aan deze vraag te herinneren.

Ik ben niet bevoegd om onderzoek te doen naar eventuele op Belgisch grondgebied gepleegde feiten door Kazakse of Belgische burgers, zelfs als ze te maken hebben met fraude. Dat behoort tot de bevoegdheid van Justitie.

Mondelinge vraag van de heer Michiel Maertens aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken over «het ontbieden van de Israëlische ambassadeur in België met toepassing van het Europees kaderbesluit inzake terrorismebestrijding en de Belgische genocidewet» (nr. 2-1063)

De heer Michiel Maertens (AGALEV). - De Belgische ambassadeur in Israël, de heer Geens, werd door de Israëlische regering ontboden om uitleg te geven bij de voorgestelde wijziging aan de Belgische genocidewet.

In het Palestijns-Israëlisch conflict dat daarmee toch verband houdt, rijst onder meer het probleem van de definitie van daden van terrorisme, zoals beschreven in het Europese kaderbesluit terzake.

Eergisteren nog heeft de minister onze collega's Lizin en Van Quickenborne uitvoerig ingelicht over de lijst van de terroristische organisaties en over de Hezbollah. Het kaderbesluit is onder het Belgische voorzitterschap tot stand gekomen en is inmiddels al geformaliseerd. Dit besluit bevat zeer belangrijke informatie over wat terrorisme is.

Kan naast een organisatie ook een staat zich schuldig maken aan terrorisme in de zin van het besluit?

Vallen een aantal overtredingen van de Genève-IV-akkoorden en de mensenrechten door het Israëlisch leger in Palestina niet onder de definitie en de opsomming uit dit besluit? Zo ja, heeft de minister de Israëlische ambassadeur terzake reeds ontboden, wanneer, en met welk resultaat? Zo neen, waarom niet?

Mijn laatste vraag is vrij theoretisch. Zullen op basis van de voorgestelde wijzigingen aan de genocidewet - waarover een consensus bestaat bij de meerderheidspartijen - en de mogelijke wijziging van artikel 123 van het statuut van het Internationaal Strafhof, naast personen ook organisaties en staten kunnen worden gedagvaard voor het Internationaal Strafhof?

De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - Ik zal trachten deze mondelinge vraag binnen het daartoe voorziene tijdsbestek zo volledig mogelijk te beantwoorden. Deze vraag bevat echter stof voor een vraag om uitleg.

De Belgische ambassadeur in Israël werd inderdaad door de Israëlische regering ontboden. Het onderwerp van de convocatie betrof enkel de werkzaamheden van het Belgisch Parlement met betrekking tot de herziening van de Belgische genocidewet en de Israëlische houding terzake.

Mijn departement heeft regelmatig contact met de Israëlische ambassadeur in Brussel, maar recentelijk werd noch over de toepassing van het Europese kaderbesluit inzake terrorisme, noch over de Belgische genocidewet van gedachten gewisseld.

Uitgaande van een eerste voorlopige studie moet ik op de eerste vraag negatief antwoorden. Het Europese kaderbesluit blijft immers beperkt tot de operationele elementen van terroristische misdrijven, die over het hele Europese grondgebied strafbaar zijn. Het Europese kaderbesluit inzake terrorismebestrijding voorziet echter wel in beperkingen wanneer het staten betreft of activiteiten van hun strijdkrachten in tijden van gewapend conflict. Ik verwijs hiervoor naar paragraaf 11 van de preambule, waarin expliciet staat dat dit kaderbesluit niet van toepassing is op handelingen van strijdkrachten tijdens een gewapend conflict, zoals dat gedefinieerd wordt in en onderworpen aan het internationaal humanitaire recht. Dit laatste is onder meer een referentie aan de humanitaire conventies van Genève.

De vragen in dat verband, zijn uiteraard niet alleen politiek, maar zijn ook juridisch zo ingewikkeld dat het niet mogelijk is er in enkele uren een volledig en gefundeerd antwoord op te formuleren.

Voor het Internationaal Strafhof kunnen momenteel alleen personen en geen organisaties of staten worden gedagvaard. Het kan nog jaren duren alvorens het statuut van het Internationaal Strafhof wordt gewijzigd. Er moeten daarvoor nieuwe onderhandelingen worden gevoerd tussen de verdragsluitende partijen. Het is op dit ogenblik dus onmogelijk te voorspellen of organisaties en staten in de toekomst kunnen worden gedagvaard.

De heer Michiel Maertens (AGALEV). - De minister heeft gelijk wanneer hij zegt dat het hier gaat om een bijzonder moeilijk aspect van het internationaal publiek recht. Ik wenste echter vooral duidelijk te maken dat de manier waarop Israël onze ambassadeur ondervraagt, neerkomt op een inmenging in onze parlementaire werkzaamheden en dat wij daar kunnen op reageren. We zouden ook kunnen uitzoeken wat zij op het terrein uitvoeren. We kunnen hen bij ons ontbieden om hen te vragen of ze zich bewust ervan zijn dat ze sommige bepalingen van de vierde Conventie van Genève of van het EVRM schenden.

Ik weet dat de minister op tijd en stond zijn verantwoordelijkheid op zich neemt en met hen gesprekken voert. Ik weet echter niet op welke wijze hun ambassadeur reageert op de vragen die hem daarover worden gesteld. Hoe interpreteren zij die overtredingen?

De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - Wanneer ik die delicate thema's aansnijd in mijn gesprekken met de ambassadeur of met een lid van de regering, wordt er rond de pot gedraaid. Ik krijg geen antwoord op mijn vragen, zelfs geen diplomatisch antwoord. Dat komt trouwens nog voor.

Mondelinge vraag van de heer Jurgen Ceder aan de minister van Binnenlandse Zaken en aan de minister van Justitie over «het gratis laten testen van drugs tijdens een muziekfestival» (nr. 2-1060)

De heer Jurgen Ceder (VL. BLOK). - Op het recente muziekfestival in Dour waren vertegenwoordigers aanwezig van de vzw's Dune en Spiritek. Ze hadden er een stand waarop festivalgangers hun drugs - XTC-pillen, amfetamines en hallucinogenen - konden laten testen op eventueel gevaarlijke substanties. Dit gebeurde allemaal vrij openlijk, op initiatief van de vereniging Modus Vivendi die wordt gesubsidieerd door het Brussels Gewest en de Franse Gemeenschap.

Het probleem is niet alleen dat drugs als aanvaardbare en normale fenomenen worden voorgesteld, maar ook dat de drugs slechts worden getest op welbepaalde substanties en dat andere, eventueel gevaarlijke elementen verborgen blijven. Het gevolg is dat sommige drugs als ongevaarlijk worden gecatalogeerd hoewel ze dat niet zijn.

De Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen - VAD - zegt hierover: `Zulke acties stimuleren alleen het drugsgebruik en geven een vals gevoel van veiligheid. Na die test krijgt de jongere een misplaatst kwaliteitslabel voor zijn drug. Bovendien hangt het drugsgebruik ook af van zoveel elementen, zoals de gezondheid van de gebruiker.'

Volgens Het Laatste Nieuws laat de politie de kwaliteitscontroles oogluikend toe. Klopt dat? Heeft de politie enige instructie dienaangaande gekregen? Zal de minister ervoor zorgen dat de politie in de toekomst optreedt tegen dergelijke nefaste initiatieven waarbij aan drugs onterecht kwaliteitslabels worden toegekend en in feite wordt aangezet tot drugsgebruik? Wat is het standpunt van Justitie ten opzichte van dit soort initiatieven?

De heer Marc Verwilghen, minister van Justitie. - De organisatoren van het muziekfestival van Dour hebben dit jaar, net zoals de voorbije jaren, een stand voorbehouden voor een vereniging die instaat voor pill testing. Die actie stond onder het toezicht van de lokale politie, die om de toestemming van de procureur des Konings te Bergen heeft verzocht. Het parket te Bergen heeft met het initiatief ingestemd in het raam van het beleid van minister Maréchal.

Mijn departement was niet op de hoogte. Hadden de organisatoren ons om toestemming gevraagd, dan hadden we die geweigerd.

Er werd aan de politiediensten geen enkele instructie gegeven om de genoemde praktijk te tolereren. Deze praktijk is ingevoerd in het raam van het beleid inzake het geringste risico, dat door de vorige regering werd gevoerd. De federale politie heeft richtlijnen gekregen om een dergelijke praktijk te verbieden.

Bij de uitwerking van het federale plan voor de drugsbestrijding is om verscheidene redenen beslist initiatieven inzake pill testing op geen enkele wijze te steunen.

De eerste en meest fundamentele reden is van morele aard. De geteste pil wordt nadat ze goed bevonden is immers teruggegeven aan de verbruiker, hoewel het geteste product, zelfs onversneden, in alle gevallen schadelijk is.

Ten tweede, de praktijk verleent ongewild een kwaliteitslabel aan de producten verkocht door de dealers en kan een slecht voorgelicht publiek ertoe aanzetten dit soort van verdovende middelen - synthetische drugs - te gebruiken.

Ten slotte kan er op grond van de test enkel worden vastgesteld dat het wel degelijk een al dan niet versneden synthetische drug betreft, maar er kan niet worden nagegaan of het product bepaalde bijzonder gevaarlijke amfetamines bevat, zoals PMA, dat vorig jaar verscheidene sterfgevallen heeft veroorzaakt. Het gaat om een totaal ondoeltreffende praktijk, die wordt afgeraden bij een aantal bijzonder gevaarlijke synthetische drugs, die aan de hand van de gebruikte methodes niet kunnen worden opgespoord.

Het initiatief van minister Maréchal verbaast mij. Gelet op de opgesomde argumenten mag deze praktijk, die in andere Europese landen vrij courant is en die bij ons werd ingevoerd in het raam van het door de vorige regering gevoerde beleid inzake het geringste risico, in de toekomst op generlei wijze nog worden toegestaan. Ik zal erop toezien dat de parketten daartoe de vereiste maatregelen treffen.

Mondelinge vraag van de heer Vincent Van Quickenborne aan de minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, aan de minister van Binnenlandse Zaken en aan de minister van Justitie over «het kleinschalig gebruik van cannabis op muziekfestivals» (nr. 2-1064)

De heer Vincent Van Quickenborne (VU-ID). - Zoals ieder jaar hebben in de zomer tal van muziekfestivals plaats: pop, jazz, wereldmuziek, reggae, enzovoort.

Bij nogal wat muziekfestivals is het niet moeilijk vast te stellen dat er een kleinschalig drugsgebruik plaatsvindt, voor zover bekend alleen van cannabisproducten.

Waren er dit jaar doelgerichte acties van de politie naar cannabisgebruik op deze festivals? Wat was de omvang ervan?

Wordt het cannabisgebruik er als een probleem beschouwd, door het beleid of door de organisatoren zelf? Zijn die festivals het voorwerp van enig bijzonder beleid terzake?

Wat vindt de minister van het initiatief van zijn Waalse collega? Verdient het navolging?

De heer Marc Verwilghen, minister van Justitie. - Deze zomer zijn er inderdaad heel wat muziekfestivals die gepaard kunnen gaan met drugsgebruik, ongeacht of het cannabis, XTC of andere drugs betreft.

In een dergelijke context besteden de politiediensten bijzondere aandacht aan het probleem waarbij ze geen onderscheid maken tussen het soort drug dat wordt gebruikt. Er is dit jaar dus geen enkele actie die specifiek gericht is op één bepaalde drug; alle drugs krijgen dezelfde aandacht.

Op deze plaatsen waar enorm veel volk samenkomt, is de bestrijding van het individuele gebruik bijzonder moeilijk. Een bestrijding kan slechts resultaat opleveren door het drugsaanbod te beperken. Daarom richt de politie zich al enkele jaren op dealers die van een dergelijke manifestatie gretig gebruik maken. Daartoe organiseert de politie vooral wegcontroles in de omgeving van de festivals.

Op de festivalplaatsen zelf werken de organisatoren en de politiediensten samen om de dealers te bestrijden. Tijdens het festival van Dour heeft de procureur des Konings te Bergen overigens maatregelen in die zin genomen. Ik beschik nog niet over resultaten van deze controles.

Met betrekking tot het initiatief van mevrouw Maréchal, verwijs ik in eerste instantie naar het antwoord op de vraag van de heer Ceder.

Minister Duquesne en ik zijn geen voorstander van die aanpak, maar aanvaarden dat het om een preventieve bevoegdheid van de gemeenschappen gaat. We betreuren dit initiatief ten zeerste. De federale regering heeft beslist om in geen geval dit soort acties te steunen waarvan de nefaste gevolgen niemand zijn ontgaan.

Hoewel het juist is dat binnen een beleid van risicopreventie het `intellectueel' interessant is om een consument in te lichten over de risico's die hij loopt door een versneden drug te gebruiken, moeten ook de nefaste gevolgen die deze praktijk meebrengt in aanmerking worden genomen. Voor de federale regering wegen de nadelen zwaarder door dan de voordelen. Deze praktijk verleent immers een `kwaliteitslabel' aan de producten van de dealer. Bovendien biedt ze de gebruiker ook een morele `waarborg'.

De absolute wetenschappelijke strengheid van de tests is slechts oppervlakkig, vermits niet exact kan worden vastgesteld over welk soort synthetische drug het gaat. De veiligheid van de gebruiker is zelfs onbestaand. De vraag rijst ook of deze schijnbare veiligheid niet stimuleert tot gebruik of zelfs aanzet om voor de eerste keer te gebruiken.

Ik zal onmiddellijk alle nodige maatregelen nemen opdat de parketten zich voortaan tegen een dergelijke praktijk verzetten. Ik zal ook mevrouw Maréchal van mijn opmerkingen op de hoogte brengen.

De heer Vincent Van Quickenborne (VU-ID). - De minister zegt dat er geen onderscheid gemaakt tussen de soorten drugs en dat prioritair de dealers worden vervolgd. Nochtans bestaat er een richtlijn die de laagste prioriteit geeft aan het cannabisgebruik. De andere drugs vallen onder het gewone vervolgingsbeleid van het parket. Door zijn uitspraken werkt de minister de rechtsonzekerheid in de hand.

Mondelinge vraag van de heer Jan Steverlynck aan de minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, belast met Middenstand, over «de nieuwe tarieven van De Post en de zegels met blijvende frankeerwaarde (zonder faciale waarde)» (nr. 2-1065)

De voorzitter. - De heer Marc Verwilghen, minister van Justitie, antwoordt namens de heer Rik Daems, minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, belast met Middenstand.

De heer Jan Steverlynck (CD&V). - De Post maakte onlangs bekend dat vanaf half november nieuwe tarieven zullen gelden. Standaardzegels worden iets duurder en voor tragere zendingen komt er een nieuw en lager tarief.

Heel wat mensen kochten in de loop der jaren de vaak zelfklevende zegels met blijvende frankeerwaarde, zonder nominale waarde. Veel mensen hebben trouwens heel wat dergelijke zegels in voorraad. Die zegels hebben volgens de algemene voorwaarden van De Post een blijvende waarde voor genormaliseerde briefwisseling tot 20 gram in het binnenland.

Binnen de nieuwe tariefstructuur wordt echter een onderscheid gemaakt tussen prioritaire en niet-prioritaire zendingen. De eerste moeten bij de bestemmeling worden geleverd de dag na het posten van de brief, de andere ten laatste drie dagen na het posten.

Zullen de zegels met blijvende frankeerwaarde nog kunnen worden gebruikt voor de prioritaire zendingen van brieven tot 20 gram? Hoelang nog? Onder welke voorwaarden? Wat gebeurt met deze zegels na de overgangsperiode?

Bestaat het risico niet dat mensen nu snel deze zegels zullen aankopen of wordt de verkoop van deze zegels stopgezet?

De heer Marc Verwilghen, minister van Justitie. - De Post zal vanaf 15 november nieuwe postzegels uitgeven waardoor de prioritaire zendingen kunnen worden geïdentificeerd.

Met de zegels zonder nominale waarde die momenteel in omloop zijn, kan niet in alle gevallen een onderscheid worden gemaakt. Omdat De Post technisch niet kan garanderen dat de zendingen die uitsluitend met deze zegels gefrankeerd zijn, prioritair worden behandeld, wordt dit probleem nu verder onderzocht.

De Post heeft de productie van de zegels zonder nominale waarde evenwel reeds stopgezet, maar de verkoop loopt tot nader order door.

Mondelinge vraag van mevrouw Mia De Schamphelaere aan de vice-eerste minister en minister van Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie en aan de minister van Binnenlandse Zaken over «de omzendbrieven van 24 juni aan de OCMW's over de huisvesting van asielzoekers» (nr. 2-1056)

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Een evenwichtig asielbeleid vereist samenwerking tussen de lokale besturen, de federale overheid en de gemeenschappen.

Samenwerking betekent overleg en inspraak en die begrippen staan haaks op retroactieve beslissingen, op rondzendbrieven die wetteksten afschaffen en op de invoering van een omkering van bewijslast. De rondzendbrieven die op 24 juni bij de OCMW's toekwamen, gaan uit van het vermoeden van afwezigheid van gemeentelijke huisvesting, als asielzoekers niet in de toegewezen gemeenten wonen.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat heel veel OCMW's hun protest hebben laten horen. De voorgestelde maatregelen gaan er immers vanuit dat de OCMW's verantwoordelijk zijn voor de concentratie van asielzoekers in de steden en hun effectief verblijf in een andere gemeente. Deze hypothese is echter fundamenteel fout. Asielzoekers zijn immers niet verplicht te verblijven in de gemeente die hen werd toegewezen als inschrijvingsplaats. Zij behouden de vrijheid te gaan en staan waar ze willen en zich te vestigen waar ze dat wensen in België.

Ondertussen is er overleg geweest met de protesterende OCMW's overlegd. Wat was het resultaat van dit overleg? Bent u bereid om terug te komen op de retroactieve toepassing van de rondzendbrieven en op de omkering van bewijslast?

Komt er een grondige evaluatie van het spreidingsplan en wordt er gedacht aan een verplicht verblijf van de asielzoekers in de toegewezen gemeenten?

Naar verluidt zouden sinds de invoering van de lifo-methode nog 37.000 asielaanvragen op behandeling wachten. Binnen welke termijn zullen deze achterstallige dossiers worden weggewerkt? Wat is de exacte planning?

De heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie. - De omzendbrief werd opgesteld op expliciete vraag van heel wat OCMW's die niet akkoord gaan met de manier van werken van sommige andere openbare centra.

De wet legt de bewijslast expliciet bij de gemeenten. Volgens de wet moet de gemeente bewijzen dat ze de asielzoeker een woning heeft aangeboden. Daaraan is dus niets veranderd. Vroeger kon een OCMW echter gewoon met een typeformulier aangeven dat een asielzoeker niet in de gemeente woont, ondanks geleverde inspanningen. De formule van het typeformulier wordt nu niet meer aanvaard. Er moet een individueel verslag zijn, gebaseerd op het sociaal verslag van de maatschappelijk assistent. Dat werd op het overleg dat we hieromtrent maandag met de OCMW's hebben gevoerd, aanvaard.

Het lag niet in mijn bedoeling te werken met terugwerkende kracht. Ik neem het op mij dat niet alles even duidelijk was. In de tekst stond dat de vorige omzendbrief werd ingetrokken, maar dat geldt natuurlijk alleen voor de toekomst, voor alle personen die vanaf 1 juli 2002 naar het OCMW worden gestuurd en niet in een lokaal opvanginitiatief terechtkunnen. Hiermee ging de Vereniging van Belgische Steden en Gemeenten akkoord.

Soms worden asielzoekers die aan een gemeente worden toegewezen, in een andere gemeente gehuisvest, terwijl de eerste gemeente wel asielzoekers uit nog een andere gemeente opvangt. Voor deze `uitwisseling' werd een regeling getroffen. Uiteraard is een uitwisseling tussen een kleine gemeente en Antwerpen niet aanvaardbaar. Het moet gaan om gemeenten waaraan nog asielzoekers worden toegewezen.

De OCMW's worden niet meer vergoed als meer dan 95% van de toegewezen asielzoekers elders wordt gehuisvest. De gemeenten die beweren die 5% asielzoekers niet te kunnen huisvesten, kunnen nog altijd met een lokaal opvanginitiatief werken. De lokale opvanginitiatieven worden gesubsidieerd een vereisen dus geen financiële inspanning van de gemeente. De OCMW's erkennen dat. Er is natuurlijk de vrijheid van vestiging, maar 5% van de toegewezen asielzoekers huisvesten is echt niet zo veel. In vijftig gemeenten is er een probleem. De overige 539 gemeenten, waaronder heel wat kleine, slagen er wel in die 5% of meer te halen.

De Vlaamse en Brusselse afdelingen van de Vereniging van Steden en Gemeenten gingen met deze regeling akkoord, maar aan Waalse kant waren er tegenkantingen, zodat er over het geheel geen akkoord is. We hebben afgesproken de vijftig gemeenten die niet aan de criteria voldoen, één na één uit te nodigen om ze de nodige uitleg te geven en een afspraak te maken.

Hadden we misschien beter vooraf meer overleg gepleegd? Misschien wel, maar misschien ook niet. Over de invoering van de principes en van de lokale opvanginitiatieven is vooraf altijd overlegd. In dat overleg hebben we ook geregeld gezegd dat er iets moest gebeuren, maar we stelden vast dat er niets gebeurde. Een klein schokgolfje heeft ervoor gezorgd dat in één week acht van de achtenvijftig OCMW's plots wel konden wat ze vijf jaar lang niet konden. Nu is er opnieuw een constructieve dialoog. Het was dus goed even aan de boom te schudden.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Ik ben verheugd over de hernieuwde dialoog met de OCMW's. Een van mijn vragen was ook of er een evaluatie van het spreidingsplan komt. Natuurlijk blijft er een spanning bestaan tussen de prijs van de huisvesting in grootsteden en in landelijke gemeenten, maar ook tussen de spreiding en de vrijheid van vestiging. Asielzoekers, die zich in een kwetsbare situatie bevinden, willen liever niet geïsoleerd gehuisvest worden, zodat ze met cultuur- of landgenoten een sociale omgeving kunnen opbouwen. Een evaluatie van het spreidingsplan zou bijvoorbeeld kunnen uitmonden in een plan om vluchtelingen in groep samen met landgenoten over het land te spreiden.

Ik had ook een vraag gesteld over de achterstand sinds de invoering van de lifo-methode.

De heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie. - Dit laatste moet u aan mijn collega van Binnenlandse Zaken vragen. Dat valt niet onder mijn bevoegdheid.

De vraag over de spreiding ben ik inderdaad vergeten te beantwoorden. Met de OCMW's hebben we afgesproken tweemaandelijks overleg te plegen.

Vraag van mevrouw Marie Nagy aan de vice-eerste minister en minister van Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie en aan de minister van Binnenlandse Zaken over «het verloop van de uitzettingen vanaf de open centra» (nr. 2-1067)

Mevrouw Marie Nagy (ECOLO). - De voorbije weken berichtte de pers over de moeilijkheden in de open centra die voortvloeien uit de manier waarop afgewezen asielzoekers verwijderd worden.

Onze fractie is bezorgd over de rol die de toezichthoudende overheid, het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers (FAO), aan het personeel van de open centra oplegt.

Het FAO heeft in een dienstnota van 11 juli 2002 aan de directeurs van de open centra richtlijnen gegeven inzake de concrete uitvoering van de verwijdering van het grondgebied. De beroepsethiek van de sociale werkers komt daarbij in het gedrang.

De verantwoordelijken van de centra zouden immers een lijst moeten opmaken van de personen die aan de voorwaarden voor verwijdering beantwoorden. Ze moeten gegevens doorspelen over hun gewoonten en ze moeten de afgewezen asielzoekers identificeren op het ogenblik van de verwijdering. uit het centrum.

Een ander probleem betreft de zin van het beroep bij de Raad van State, wanneer de verwijdering plaatsvindt terwijl het beroep nog in behandeling is. Men zou kunnen verwachten dat de vrijwillige verwijdering vergemakkelijkt wordt eens de asielzoeker weet dat het beroep afgewezen is.

Moet er geen strikt onderscheid gemaakt worden tussen de rol van de opvangcentra en de uitzettingsprocedure?

Moet de specifieke beroepsethiek van de sociale werkers in de opvangcentra niet worden in achtgenomen? Blijven de richtlijnen van het FAO van 11 juli 2002 van toepassing op de opvangcentra?

Moet het effect van het beroep bij de Raad van State niet versterkt worden door te verhinderen dat mensen worden verwijderd van wie het beroep nog in behandeling is?

De heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie. - Er is enige verwarring ontstaan tussen wat gezegd werd en wat gedaan werd.

We gaan terzake als volgt tewerk: eerst worden de mensen opgevangen in open centra. Op het einde van de procedure, in principe na de beslissing van de commissaris-generaal en tijdens de procedure voor de Raad van State, worden ze overgebracht naar één van de drie centra die gespecialiseerd zijn in de aanpak van moeilijke situaties zoals uitzetting. Deze manier van werken wordt al enkele maanden gevolgd.

Momenteel zijn er in de drie centra een vijftigtal plaatsen vrij. Er wordt een vierde centrum ingericht, waarschijnlijk in het Klein Kasteeltje, om tegemoet te komen aan een eventueel plaatsgebrek.

In de klassieke open centra is de rol van het personeel en met name van de maatschappelijke werkers zeer duidelijk. In de specifieke centra zijn de verschillende taken goed omschreven: enkel de directeur houdt contact met de diensten die er binnenkomen, met name de politie.

Het probleem is dat beslist werd om de mensen die zich al in open centra bevonden voor deze maatregel werd toegepast, niet systematisch over te plaatsen. Momenteel zijn er 1.500 asielzoekers die een beroep hebben ingediend bij de Raad van State.

Theoretisch zouden ze in gespecialiseerde centra moeten worden ondergebracht. De Dienst Vreemdelingenzaken kan uiteraard steeds de uitzetting bevelen.

Die oplossing wijkt af van onze basisoptie. Het is een overgangsmaatregel tot alle betrokkenen naar een gespecialiseerd centrum worden overgebracht. De directeur van het FAO verklaarde dat de mensen zouden worden samengebracht. Daartoe werd geen opdracht gegeven. Er werd enkel een nota verstuurd met de vraag hoe dit probleem kan worden aangepakt.

In die nota wordt uitdrukkelijk verwezen naar de Dienst Vreemdelingenzaken. Er is niet de minste verwarring mogelijk wat de afbakening van de taken betreft. De lijst waarvan Mevrouw Nagy spreekt, heeft een specifiek doel. De Dienst Vreemdelingenzaken deelt de namen mee van de mensen die moeten worden uitgezet. De centra verwittigen de DVZ indien de mensen daar niet meer verblijven of om humanitaire redenen niet kunnen worden uitgezet. Deze procedure wordt ook gevolgd voor de mensen die nog in open centra verblijven in afwachting dat ze naar een specifiek centrum worden overgeplaatst. Op die manier kunnen we nutteloze maatregelen voorkomen. Er bestaat dus blijkbaar een misverstand over die lijst. Hij maakt het de directeur mogelijk te verhinderen dat mensen die niet mogen worden uitgezet toch naar een gespecialiseerd centrum worden overgeplaatst. Deze maatregel is dus in de eerste plaats bedoeld om de betrokkenen te beschermen.

Ons beleid met betrekking tot de gespecialiseerde centra blijft overeind. De respectieve taken zijn welomlijnd. We wilden enkel een oplossing bieden voor die 1.500 mensen die zich in een onzekere situatie bevinden.

Verschillende wetsvoorstellen worden voorbereid om deze materie te regelen, onder meer door de heer Cornil en door mevrouw Pehlivan. Ik hoop dat ze worden aangenomen omdat een wettelijke regeling altijd te verkiezen is boven een reeks gedragsregels.

(Voorzitter: de heer Armand De Decker.)

Mevrouw Marie Nagy (ECOLO). - We moeten mekaar goed begrijpen, mijnheer de minister.

Het personeel van de centra is ongerust. In Hastière is een hongerstaking aan de gang en ook in Redu worden problemen vastgesteld. De asielzoekers, die kennis hebben genomen van de jongste richtlijnen, zijn wanhopig. Ze hebben de indruk dat wordt aangestuurd op een rolvervaging tussen de opvangcentra en de Dienst Vreemdelingenzaken. Het is ons wel om de opvangcentra te doen.

U zegt ons dat die maatregelen worden genomen met het oog op een correcte toepassing van de uitwijzingsmaatregelen, om een klimaat te creëren dat de vrijwillige terugkeer aanmoedigt. U zou die instructies moeten verduidelijken bij de Federale Asieladministratie, want in een nota van die administratie wordt duidelijk gevraagd dat de directie van het opvangcentrum de lijst van de betrokken personen opstelt. U beweert dat de Dienst Vreemdelingenzaken over de lijst van uitwijsbare personen beschikt, en dat gevraagd wordt tot welke van de vier betrokken categorieën die personen behoren. Men gaat dus in de richting van een actieve samenwerking tussen de werknemers van de centra en de Dienst Vreemdelingenzaken.

Er moet een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen de rol van de personen die instaan voor de humanitaire en sociale begeleiding en die van de ambtenaren van de Dienst Vreemdelingenzaken.

De heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie. - Dat is niet waar. In de nota staat dat de directie van de opvangstructuur een lijst van betrokken personen opstelt. De lijst wordt dagelijks bijgewerkt.

Mevrouw Marie Nagy (ECOLO). - Het is dus wel degelijk de directie die de lijst opstelt en niet de Dienst Vreemdelingenzaken die ze voorlegt...

De heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie. - U probeert er een mengelmoes van te maken!

Mevrouw Marie Nagy (ECOLO). - Helemaal niet. Ik probeer de situatie te verduidelijken. Wat is de geldigheid van de richtlijnen van het FAO?

De heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie. - Er bestaan geen richtlijnen! De directeurs werden alleen uitgenodigd voor een bespreking. Zij hadden daar zelf om verzocht! En dan zegt men dat het om richtlijnen gaat. Dat is zeer gevaarlijk. Dat betekent dat de directeur van het FAO niet meer met de directeurs van de centra kan discussiëren!

De lijst van betrokken personen wordt dagelijks bijgewerkt. De Dienst Vreemdelingenzaken deelt de bevestiging van de beslissingen om het grondgebied te verlaten mee. Dan moet het centrum de personen aanwijzen die wel en die niet mogen worden uitgewezen. Dat is de enige geldige methode. We moeten immers voorkomen dat de politie en de Dienst Vreemdelingenzaken telkens zelf moeten overgaan tot verificaties in de centra, want dat is een bron van moeilijkheden.

Met het oog op een goed beheer hebben de directeurs vier of vijf maanden geleden aanvaard om die lijst op te maken. Die beslissing is het gevolg van de consensus die we hebben bereikt bij de oprichting van de specifieke opvangcentra in het kader van de beroepen bij de Raad van State.

Mevrouw Marie Nagy (ECOLO). - Ja, maar die lijst is bestemd voor de andere directeurs en niet alleen voor hen.

De heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie. - Neen, er is overeengekomen dat die lijst bestemd is voor de andere directeurs, niet voor de directeurs die de centra `Raad van State' leiden. Deze laatsten zijn niet verplicht die lijst op te stellen, want de personen die niet mogen worden uitgewezen, zoals de zieken, gaan niet naar dat soort centra.

De bedoeling is dat ze niet zonder reden naar een ander centrum gaan.

Mevrouw Marie Nagy (ECOLO). - Bevestigt u nu eigenlijk de nota van 11 juli 2002, mijnheer de vice eerste minister?

De heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie. - Ik bevestig niets.

Eerst creëert men een administratie, die besprekingen voert met de directeurs, dat is normaal. Ik denk dat de besprekingen nog aan de gang zijn. Het is niet heel duidelijk hoe u die lijst interpreteert. De lijst waarover u spreekt is niet het gevolg van deze richtlijn, maar van een richtlijn die de directeurs vijf maanden geleden hebben gevraagd.

De wil om een onderscheid te maken tussen de opvangcentra en de centra die personen herbergen die een beroep hebben ingediend bij de Raad van State, blijft intact. Er wordt zelfs nog een extra centrum gecreëerd.

Het overige is een kwestie van besprekingen binnen het centrum, liefst zonder bijgedachten, op basis van een tekst die al twee maanden bestaat. Ik heb overigens vastgesteld dat daarover bij de directeurs een consensus bestaat.

Mondelinge vraag van de heer Jean-Marie Dedecker aan de vice-eerste minister en minister van Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie over «de advocaten die werden aangesteld door de federale regering om haar te vertegenwoordigen bij het Arbitragehof voor wat betreft de zogenaamde Lambermontwetten» (nr. 2-1069)

De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - Graag kreeg ik van de minister een antwoord op volgende drie vragen.

Ten eerste, welke raadslieden-advocaten heeft de federale regering aangesteld om haar te vertegenwoordigen bij het Arbitragehof wat betreft de zogenaamde Lambermontwetten?

Ten tweede, welke bedragen zijn daarvoor al uitgekeerd?

Ten derde, zullen er nog meer prestaties moeten worden vergoed?

De heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie. - Voor de belangrijke en principiële zaak van de Lambermontwetten bij het Arbitragehof zijn volgende vier raadslieden aangesteld: Patrick Peeters, Rusen Ergec, Bart Bronders en Marc Smout.

Aangezien de ministers van Institutionele Hervormingen geen eigen budget hebben, worden de erelonen betaald door de diensten van de Eerste Minister. Ik kan alleen informatie geven over de ereloonstaten die ik toevallig heb gezien. De heer Ergec richtte een ereloonstaat aan de diensten van de Eerste Minister en stuurde mij een kopie. Hij vraagt in die ereloonstaat 33.651 euro.

De heer Bronders stuurde een ereloonstaat van ongeveer 1.750 euro naar mijn kabinet. Dat werd doorgestuurd naar de diensten van de Eerste Minister.

De andere ereloonstaten heb ik nog niet ontvangen.

Vraag om uitleg van mevrouw Anne-Marie Lizin aan de minister van Justitie over «de toestand in de gevangenissen» (nr. 2-852)

Mevrouw Anne-Marie Lizin (PS). - Kan de minister ons de inhoud meedelen van de akkoorden die de spanningen in de gevangenissen hebben doen afnemen?

Volgens mijn informatie zijn er in vele gevangenissen nog geen sociaal assistenten. Dat zorgt voor grote vertragingen in de dossiers en creëert vele problemen. Het is wel positief dat de positie van het personeel dat onder de Copernicushervorming valt, duidelijk werd geregeld.

Het ongenoegen is echter niet helemaal verdwenen. De begeleiding blijft onvoldoende om de spanning weg te nemen. Ik denk aan het feit dat sommige gedetineerden de macht overnemen als ze tegenover slecht betaalde gevangenisbeambten staan die het gevoel hebben dat ze hun taak niet naar behoren kunnen vervullen.

De heer Marc Verwilghen, minister van Justitie. - De dingen zijn sterk geëvolueerd sinds uw vraag om uitleg werd ingediend. De akkoorden van 23 mei en 12 juli betekenen een echte hervorming van het geldelijk statuut van het gevangenispersoneel.

Door het akkoord van 12 juli tussen de minister van Ambtenarenzaken, mezelf en de representatieve vakbonden is het probleem dat u hebt aangehaald, nu opgelost.

Het aantal sociaal assistenten werd met 16 verhoogd en 44 contractuele ambten werden statutair gemaakt. In totaal geeft dat 143 ambten in plaats van 83. De personeelsformatie is dus bijna verdubbeld en moet volstaan om de werklast op te vangen.

Mevrouw Anne-Marie Lizin (PS). - In de gevangenis van Hoei ontbreekt nog steeds een sociaal assistent.

-Het incident is gesloten.

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer René Thissen aan de minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu over «de MPA-crisis» (nr. 2-1068)

Mondelinge vraag van de heer Hugo Vandenberghe aan de minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu over «de MPA-crisis» (nr. 2-1066)

De voorzitter. - Ik stel voor deze mondelinge vragen samen te voegen. (Instemming)

De heer René Thissen (CDH). - De affaire-Bioland, namelijk de besmetting van de voedselketen met het MPA-hormoon, wordt steeds verontrustender. Vandaag zouden mogelijk elf EU-landen te maken hebben met besmetting. In België staan steeds meer landbouwbedrijven onder toezicht.

Is de lijst van Belgische bedrijven die besmet veevoeder hebben ontvangen, definitief of kunnen er nog bedrijven bijkomen?

Hoeveel landbouwbedrijven staan thans onder toezicht in België?

Hoeveel landbouwbedrijven mochten op basis van de eerste analyse- en controleresultaten hun activiteiten hervatten? Gebeurt de controle in die bedrijven selectief of gelden daarvoor bepaalde criteria? Zo ja, welke?

Bestaat er gevaar voor de gezondheid van de consumenten?

Werd in de Europese Raad van ministers van Landbouw, waar mevrouw Neyts België vertegenwoordigde, beslist de Europese regels voor de uitvoer van afvalstoffen te verstrengen? Werd als gevolg van die Raad, in overleg met de gewesten overwogen de controles in België te verstrengen?

Wat de geblokkeerde landbouwbedrijven betreft, zou ik willen weten binnen welke termijn de analyses uitgevoerd zullen zijn en wanneer die bedrijven dus hun activiteiten zullen mogen hervatten. De boeren vrezen immers dat ze in dezelfde situatie als die van de voorbije jaren zullen terechtkomen.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Het MPA-schandaal, waarbij verboden groeihormonen via glucosestroop in frisdrank en veevoeder terecht kwamen, blijft voor beroering zorgen. Terecht, want dit is de dioxinecrisis in de overtreffende trap. Maandag 15 juli haalde de Duitse minister van Consumentenzaken Künast op de voorpagina van de Frankfurter Allgemeine - een krant die door 78 procent van de toplaag van de Duitse bevolking wordt gelezen - zwaar uit naar de Belgische autoriteiten. Ze zei het volgende: `Wanneer een onderneming twee jaar lang met hormonen besmette additieven voor voeder en levensmiddelen kan verkopen, zonder dat iemand dit merkt, dan is het controlemechanisme zo lek als een zeef'. Ze voegde hieraan toe dat de situatie duidt op een structureel probleem. Bovendien houdt de Duitse minister rekening met schadeclaims van de getroffen bedrijven. Volgens de recentste informatie werd 1.300 maal aan Duitse bedrijven geleverd. Die leveringen bevatten mogelijk het groeihormoon MPA. Als gevolg daarvan dreigt voor honderden landbouwbedrijven in Duitsland een tijdelijk verbod om hun producten op de markt te brengen.

Ik stel deze vraag ook omdat ik voorzitter ben van de Parlementaire Unie Duitsland-België en omdat ik wil pogen onze goede betrekkingen met Duitsland niet in het gedrang te brengen.

Graag had ik van de minister het volgende vernomen. Aan hoeveel Belgische en buitenlandse bedrijven heeft Bioland glucosestroop geleverd? Zijn al deze bedrijven reeds in kaart gebracht?

Hoeveel van deze Belgische bedrijven werden reeds geblokkeerd? Om hoeveel dieren gaat het? Wat is de totale marktwaarde van al deze dieren?

Acht de minister het noodzakelijk op korte termijn de zware beschuldigingen van de Duitse minister van Consumentenzaken op Europees niveau uit te klaren?

Acht de minister het wenselijk bijkomende maatregelen te nemen om de MPA-crisis onder controle te krijgen of denkt de minister dat het nemen van bijkomende maatregelen overbodig is?

Is de minister zich bewust van de aanzienlijke schadeclaims die het tekortschieten van de Belgische overheid met zich kan brengen?

Mevrouw Magda Aelvoet, minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu. - Ik antwoord eerst op de vragen van de heer Thissen.

De lijst van de bedrijven die besmet veevoeder hebben ontvangen, is definitief, in die zin dat alle bekende afnemers van mogelijk besmet veevoeder onder toezicht staan. Het kan evenwel niet worden uitgesloten dat nog meer leveringen van mogelijk besmette ingrediënten, bijvoorbeeld uit Nederland, de komende dagen worden gemeld.

Wat de interne markt betreft, blijkt uit het gerechtelijk onderzoek dat alles onder controle is. Dat is echter niet het geval voor de uit Nederland ingevoerde voedingsmiddelen op basis van melasse waarin glucosetroop is verwerkt.

Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen een geblokkeerd landbouwbedrijf en een bedrijf dat onder toezicht staat. In België werden slechts acht landbouwbedrijven geblokkeerd omdat ze zwaar besmet veevoeder hebben ingevoerd uit Nederland. Twee bedrijven moesten worden geblokkeerd omdat ze biggetjes ontvangen hebben uit Nederland.

Alleen in die gevallen werden bedrijven geblokkeerd. De andere bedrijven werden onder toezicht geplaatst. Op 18 juli 2002 stonden 940 bedrijven onder toezicht.

Op basis van de eerste analyse- en controleresultaten van de stroop die gebruikt werd voor de aanmaak van veevoeder, mochten sedert het begin van de besmetting 280 bedrijven hun activiteiten hervatten.

De controle van de landbouwbedrijven gebeurt volgens vooraf bepaalde criteria: als uit de analyseresultaten blijkt dat de veevoederketen niet besmet is, wordt het toezicht op de bedrijven waaraan die keten heeft geleverd, opgeheven. Als uit de analyseresultaten echter blijkt dat de keten besmet is, wordt een steekproef uitgevoerd in de bedrijven van die keten.

De analyses worden uitgevoerd in een representatief aantal bedrijven die door die keten worden bevoorraad. In die bedrijven worden twee varkens getest op de aanwezigheid van de contaminant op een aantoonbaar niveau in het dier en in dierlijke producten. Als de resultaten van die tests gunstig zijn, worden alle bedrijven van de keten vrijgegeven.

Uit de elementen waarover ik beschik, kan ik opmaken dat het veevoeder geen enkel risico voor de gezondheid van de consumenten inhoudt. Als de situatie in negatieve zin evolueert, zullen het Federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) en ikzelf de consumenten daar rechtstreeks over inlichten.

Wat de productie van frisdranken betreft, die thans niet meer in de handel zijn, werden vertegenwoordigers van het wetenschappelijk comité van het FAVV om een dringend advies verzocht over de toxiciteit van MPA.

Hun conclusie is dat, op basis van de strengste norm voor de dagelijkse toegestane hoeveelheid MPA en van de analyseresultaten van de glucosestroop waarmee de frisdranken werden gemaakt, de dagelijkse toegestane dosis werd overschreden. Ze vestigen er evenwel de aandacht op dat bij het bepalen van de dagelijkse toegelaten dosis rekening werd gehouden met een ruime veiligheidsmarge.

De Europese Raad van ministers van Landbouw is niet bevoegd voor de Europese regelgeving betreffende de uitvoer van afvalstoffen.

Wat de controles in België betreft, heeft het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen al contact opgenomen met de betrokken administraties van de gewesten om de controles te versterken. In dit geval heeft OVAM een milieuvergunning afgegeven met de vermelding dat ze met het Agentschap contact zou opnemen. Dat is echter niet gebeurd.

De fraude situeert zich dus duidelijk op dat niveau. Wat de invoer van farmaceutische afvalstoffen betreft, is de fraude gebeurd in de Ierse Republiek, want de afvalstoffen staan op de oranje en rode lijst. In dat geval moet het exportland het importland op de hoogte brengen. Dat is niet gebeurd.

Inzake de vraag van de heer Vandenberghe aan hoeveel Belgische en buitenlandse bedrijven Bioland glucosestroop heeft geleverd, wil ik onderscheid maken tussen dierenvoeder en humane voeding. In de tweede categorie zijn er twee Belgische bedrijven waar stalen van de glucosestroop van Bioland werden aangetroffen. De monsters zijn meegenomen en worden nu bijgehouden voor analyse. Van de 21 stalen die bij de twee frisdrankproducenten werden genomen, werden de analyseresultaten op 8 juli jongstleden bekendgemaakt en op 9 juli werden deze vervolledigd. Achttien stalen werden negatief bevonden. Drie stalen bevatten achtereenvolgens 0,52 ppm, 0,40 ppm en 0,35 ppm MPA. In de drie stalen werd eveneens 17-β-oestradiol in zeer lage concentraties gevonden. De met MPA gecontamineerde glucosestroop aangemaakte frisdranken hadden een maximale houdbaarheidsdatum van 19 juni 2002 of vroeger. Een derde bedrijf heeft tijdens de periode maart-mei 2000 drie partijen sacharosestroop geleverd van Bioland. Hiervan waren geen stalen beschikbaar.

In het buitenland kreeg een Nederlands bedrijf leveringen van Bioland. Dat Nederlands bedrijf hield twee jaar geleden echter op te bestaan, zodat recentere leveringen zeer onwaarschijnlijk zijn.

Een Duits bedrijf uit de regio Berlijn kreeg anderhalf jaar geleden leveringen van Bioland. Beide lidstaten werden via een RAS-bericht verwittigd.

Gedurende het gerechtelijk onderzoek dat nog lopend is, werden ook de gegevens van andere bedrijven gevonden. Het is niet duidelijk of deze bedrijven al of niet beleverd werden. Uit voorzorg werd deze lijst bezorgd aan de EU-Commissie.

Bioland leverde geen glucosestroop aan de Belgische diervoederindustrie. Het onderzoek bracht enkel de leveringen aan twee Nederlandse voederbedrijven aan het licht.

Momenteel zijn slechts acht landbouwbedrijven effectief geblokkeerd omdat ze biggen invoerden uit zwaar gecontamineerde Nederlandse bedrijven, of omdat ze zwaar gecontamineerd voeder ontvingen. In deze bedrijven samen staan er 24.643 varkens geblokkeerd.

Daarnaast werd een aanzienlijk aantal landbouwbedrijven onder verhoogd toezicht geplaatst omdat zij voeder ontvingen dat gecontamineerd werd via melasse die kleinere gehalten MPA bevatte. Die toestand was en is tijdelijk en kan evolueren. Zo werden reeds heel wat bedrijven vrijgegeven.

Ik ben erg verbaasd over de beschuldigingen van mijn Duitse collega, temeer omdat er in alle bilaterale contacten, noch op technisch noch op politiek niveau, een `beschuldigende' sfeer heerst.

Ik benadruk dat alle leveringen die momenteel problemen opleveren in Duitsland afkomstig zijn uit Nederland, uiteraard van bedrijven die bevoorraad zijn uit Belgische bedrijven die op hun beurt bevoorraad zijn uit Ierland. De Nederlandse bedrijven waren GMP-gecertificeerde bedrijven. In veel gevallen is hier net als bij ons sprake van een secundaire contaminatie via melassestroop, die in Nederland heeft plaatsgevonden.

Ik stel vast dat de autocontrole door veevoederbedrijven, meer bepaald voor de screening van de grondstoffen, nog niet waterdicht is.

Alle nodige maatregelen werden genomen om het hoofd te bieden aan deze MPA-zaak: bedrijven werden geblokkeerd die gecontamineerde dieren of zwaar gecontamineerde voeder ontvingen; de karkassen van uit Nederland ingevoerde slachtvarkens werden getraceerd; bedrijven die via het gebruik van melasse licht gecontamineerd voeder ontvingen, werden onder verhoogd toezicht geplaatst; in Bioland werd een onderzoek uitgevoerd; er werd een onderzoek uitgevoerd in de Belgische voedingsmiddelenbedrijven die producten van Bioland ontvingen. Ook wordt nagegaan of deze bedrijven een deugdelijk HACCP-kwaliteitssysteem toepassen. Indien ze dat hadden gedaan, zouden ze moeten hebben controleren welk soort bedrijf Bioland was. Alle nodige informatie werd gemeld aan de EU-Commissie en de lidstaten: de staalname en de resultaten van de analyses van grondstoffen van veevoeders, veevoeders en dierlijke producten. Er werd ook een permanente coördinatie met betrokkenheid van het wetenschappelijk comité verzekerd.

Daarnaast werden in overleg met de gewesten reeds voorstellen geformuleerd. Er werd afgesproken dat het Vlaams Gewest de volledige lijsten van de bedrijven die met afvalstoffen te maken hebben - ook in de grijze zone - aan ons overzendt. Hetzelfde is gevraagd aan het Brusselse en het Waalse Gewest.

Dit voorval vloeit duidelijk voort uit frauduleuze en malafide praktijken. Nu reeds is duidelijk dat het MPA België binnenkwam vanuit Ierland en dat bij deze transacties de Europese regelgeving niet werd toegepast. De verplichte notificatie voor dergelijke afvalproducten heeft niet plaats gevonden. Bovendien heeft de betrokken firma Bioland zich op geen enkele wijze gemeld bij het FAVV. Ik stel vast dat de EU-reglementering trouwens geen systematische erkenning inhoudt voor veevoederbedrijven. We worden hier geconfronteerd met een Europees probleem. De Belgische overheid levert maximale inspanningen om optimaal samen te werken met alle getroffen lidstaten.

De heer René Thissen (CDH). - Er staan 940 bedrijven onder toezicht. De minister zegt dat 280 van die bedrijven hun activiteiten al mochten hervatten. Dus blijven er nog 660 onder toezicht.

Hoeveel tijd verloopt er tussen het ogenblik waarop een bedrijf onder toezicht wordt geplaatst en het ogenblik waarop het zijn activiteiten mag hervatten? De boeren zouden dat ook willen weten.

Mevrouw Magda Aelvoet, minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu. - De duur van het toezicht hangt af van de resultaten van de analyses. Vorige week hebben we de analysecapaciteit verhoogd om over zo veel mogelijk resultaten te kunnen beschikken.

Er is dus geen algemene regel, want elke keten wordt gecontroleerd. We verwachten wel dat het toezicht op de meeste bedrijven binnen een week wordt opgeheven.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ik dank de minister voor haar antwoord. Wij hebben daarbij echter zoveel commentaar dat de ons toegemeten tijd sterk zou worden overschreden. Wij zullen er later moeten op terugkomen.

Mondelinge vraag van mevrouw Iris Van Riet aan de vice-eerste minister en minister van Mobiliteit en Vervoer over «de verkoop van radarverstoorders via het internet» (nr. 2-1059)

De voorzitter. - Mevrouw Magda Aelvoet, minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, antwoordt namens mevrouw Isabelle Durant, vice-eerste minister en minister van Mobiliteit en Vervoer.

Mevrouw Iris Van Riet (VLD). - Met 1.500 verkeersslachtoffers per jaar geniet België een erg kwalijke reputatie in Europa. Ik juich dan ook toe dat de regering van het terugdringen van het aantal slachtoffers én van het verhogen van de verkeersveiligheid topprioriteiten heeft gemaakt.

Het is dus verwerpelijk dat een Nederlandse firma via het internet radarverstoorders en speciale folie die de nummerplaat onleesbaar maakt voor verkeerscamera's, te koop aanbiedt. Ik kan hier aan de minister en aan geïnteresseerde collega's overigens een afdruk tonen van het internetbeeld met als titel: `Eén jaar garantie tegen snelheidsovertredingen.'. Via een GSM-nummer voor enerzijds Nederlandstaligen en anderzijds Franstaligen worden in ons land potentiële belangstellenden geronseld. Hiermee worden eigenlijk verkeersovertredingen aangemoedigd.

Is de minister op de hoogte van dit soort praktijken?

Zo ja, is zij bereid hiertegen op te treden? Welke middelen heeft zij hiervoor ter beschikking?

Mevrouw Magda Aelvoet, minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu. - Mevrouw Durant heeft op 22 mei jongstleden in de Kamercommissie voor de Infrastructuur geantwoord op een identieke vraag van de heer Leterme.

De minister is op de hoogte van het bestaan van radarverstoorders en ontwijksystemen. Op grond van de wet op de radioberichtgeving, de wegverkeerswet en de wet betreffende de technische vereisten van voertuigen kunnen de Belgische politiediensten daartegen optreden.

Zodra de diensten kennis krijgen van websites met verboden publiciteit doen ze daarvan aangifte bij de Federal Computer Crime Unit. Het is de bedoeling daarvan testcases te maken en de bestaande wetgeving op basis daarvan te evalueren.

Eventueel kan daaraan ruchtbaarheid worden gegeven om tot ontrading te komen. Meer details prijsgeven kan echter het lopende onderzoek schaden en op een sisser doen uitlopen.

Enig realisme is wel geboden. De toestellen en ontwijksystemen die worden aangeprezen, zijn niet noodzakelijk effectief. Een toestel dat radiogolven detecteert, kan verkeerdelijk verwittigen voor een controle en niet effectief zijn voor snelheidsmetingen bij verkeerslichten of voor onbemande camera's omdat die laatste metingen gebeuren op basis van de lusdetectie en niet op basis van het dopplereffect in het domein van de microgolven.

Mevrouw Iris Van Riet (VLD). - Had ik geweten dat die vraag al in de Kamer was gesteld, dan zou ik ze hier niet hebben gesteld. Anderzijds ben ik de minister dankbaar voor het antwoord.

Ik heb die publiciteit nauwelijks een week geleden ontvangen. Blijkbaar heeft de aanpak van de minister nog niet het verhoopte ontradende effect gehad.

Mevrouw Magda Aelvoet, minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu. - Ik dank mevrouw Van Riet voor die informatie. Ik zal ze aan minister Durant bezorgen.

Mondelinge vraag van mevrouw Marie-José Laloy aan de minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu over «de opschorting van de verkoop van bepaalde geneesmiddelen» (nr. 2-1062)

Mevrouw Marie-José Laloy (PS). - Het aromatherapiebedrijf Pranarôm was onlangs het voorwerp van een gerechtelijk onderzoek en van een onderzoek van de farmaceutische inspectie.

Die inspectie heeft de schorsing van de verkoop van bepaalde producten bevolen omdat werd voorgehouden dat ze waren geproduceerd door de farmaceutische afdeling van die firma.

De firma heeft echter geen vergunning om geneesmiddelen te produceren en is vooral gespecialiseerd in aromatherapie en essentiële oliën.

Onder de uit de handel genomen producten zijn er `antikanker'-bereidingen die worden verkocht met een lichtzinnigheid die verontrustend is voor de volksgezondheid.

De twijfelachtige producten werden verspreid onder het merk Aromaceutic's en de samenstelling van de geneesmiddelen stond niet op de verkochte flesjes. Die werden, naargelang het geval, zowel als preventief werkend als genezend voorgesteld.

Kan de minister meer informatie geven over de door haar departement terzake genomen beslissingen? Betreft het een alleenstaand geval? Welke maatregelen werden genomen om de volksgezondheid te behoeden voor dergelijke onaanvaardbare praktijken?

Mevrouw Magda Aelvoet, minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu. - De processen-verbaal van de Algemene Farmaceutische Inspectie met betrekking tot dit onderzoek werden op 15 juli naar het parket van Bergen gestuurd. De inspecteurs kunnen proces-verbaal opmaken, maar vanaf het ogenblik dat ze het dossier aan het parket overzenden, behandelt dit de zaak verder.

De inspectie reageerde op de leugenachtige verklaringen van Pranarôm International. Aangezien het onderzoek aan de gang is, kan ik geen gedetailleerde inlichtingen geven.

Dit geval wordt geregeld door het koninklijk besluit betreffende de registratie, productie en distributie van geneesmiddelen en de grondstoffen die door apothekers worden gebruikt. Het gaat om een alleenstaand, maar niet uniek geval. Dat soort zaken komt van tijd tot tijd voor. Over het algemeen wordt klacht ingediend door burgers die met zulke reclame worden geconfronteerd, of door een concurrerende onderneming. In dit geval gaat het om essentiële oliën die geen enkel nut hebben voor de behandeling of voorkoming van kanker.

Het is belangrijk dat die praktijken worden gesignaleerd zodat we kunnen optreden, te meer omdat we over adequate wettelijke instrumenten beschikken. Volgens de wetgeving mag de inspectie optreden, met name wanneer geneesmiddelen op de markt worden gebracht zonder geregistreerd te zijn, wanneer de distributiecircuits niet worden gerespecteerd of wanneer een firma geneesmiddelen verdeelt zonder daarvoor een vergunning te hebben.

De geldende wettelijke voorschriften en de controle-instrumenten staan garant voor de volksgezondheid.

De reclame van Pranarôm International heeft gedurende een korte periode zeker een effect gehad. Wij zijn echter, zoals steeds in dergelijke gevallen, snel opgetreden.

(De vergadering wordt geschorst om 16.45 uur. Ze wordt hervat om 17.10 uur.)

Intrekking van een wetsvoorstel

De voorzitter. - Aan de Senaat wordt medegedeeld dat de heer Cornil c.s. het wetsvoorstel tot interpretatie van artikel 7, eerste lid, van de wet van 16 juni 1993 betreffende de bestraffing van ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht (2-1237/1) wenst in te trekken.

Ik stel dus voor dit voorstel van onze agenda af te voeren. (Instemming)

Samenstelling van commissies

De voorzitter. - Bij de Senaat is een voorstel ingediend om in de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden de heer Marc Hordies door de heer Paul Galand te vervangen als plaatsvervangend lid en dit vanaf 31 juli 2002. (Instemming)

Aanwijzing van een Nederlandstalig effectief lid (hoogleraar) van de Hoge Raad voor de Justitie (Stuk 2-1238)

De voorzitter. - Bij brief van 29 mei 2002 verzoekt de heer Alain De Nauw, overeenkomstig artikel 259bis-3, §3, 1º, van het Gerechtelijk wetboek, om ontslag als effectief lid niet-magistraat van de Hoge Raad voor de Justitie.

De Senaat dient, overeenkomstig artikel 259bis-5, §2, van hetzelfde wetboek, over te gaan tot de aanwijzing van een opvolger voor de resterende duur van het mandaat. Deze opvolger dient te worden aangewezen uit de lijst van niet-benoemde kandidaten bedoeld in artikel 259bis-2, §4, derde lid, van hetzelfde wetboek.

De heer De Nauw zetelde in de Hoge Raad in de hoedanigheid van hoogleraar. Op de voornoemde lijst van niet-benoemde kandidaten bevinden er zich drie Nederlandstalige hoogleraars, namelijk:

De commissie voor de Justitie organiseerde op 9 juli 2002 een hoorzitting tijdens welke de heer Jean Laenens en mevrouw Cathy Van Acker werden gehoord. De heer Christian De Wulf was niet aanwezig op de hoorzitting en liet ook telefonisch aan de diensten van de Senaat weten dat hij niet meer geïnteresseerd is in het mandaat.

Overeenkomstig artikel 151, §2, tweede lid, van de Grondwet, en artikel 259bis-2, §2, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek moet een lid `niet-magistraat' met een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen worden benoemd door de Senaat.

De lijst van de kandidaten werd rondgedeeld onder het nummer 2-1238/1. Alle senatoren hebben kennis kunnen nemen van het curriculum vitæ van de kandidaten.

Het lot wijst de heer Ramoudt en mevrouw Vanlerberghe aan om de functie van stemopnemers te vervullen.

De stemming begint met de naam van de heer Siquet.

(Tot de geheime stemming wordt overgegaan.)

Stemmingen

(De naamlijsten worden in de bijlage opgenomen.)

Wetsvoorstel tot instelling van advocaten voor minderjarigen (van mevrouw Kathy Lindekens, Stuk 2-256) (Nieuw opschrift)

Stemming 1

Aanwezig: 61
Voor: 55
Tegen: 0
Onthoudingen: 6

-Het wetsvoorstel is aangenomen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Wetsvoorstel tot wijziging van verschillende bepalingen over het recht van minderjarigen om door de rechter te worden gehoord (van mevrouw Sabine de Bethune c.s., Stuk 2-554)

Stemming 2

Aanwezig: 61
Voor: 55
Tegen: 0
Onthoudingen: 6

-Het wetsvoorstel is aangenomen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Wetsvoorstel betreffende het recht van minderjarigen op toegang tot de rechter (van mevrouw Martine Taelman c.s., Stuk 2-626)

Stemming 3

Aanwezig: 61
Voor: 55
Tegen: 0
Onthoudingen: 6

-Het wetsvoorstel is aangenomen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

De voorzitter. - Ik feliciteer de hoofdindieners van deze wetsvoorstellen, de dames Lindekens, de Bethune en Taelman. (Applaus)

Wetsvoorstel tot wijziging van de artikelen 259bis-12 en 259bis-18 van het Gerechtelijk Wetboek (van de heer Josy Dubié c.s., Stuk 2-1153)

Stemming 4

Aanwezig: 61
Voor: 61
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsvoorstel is aangenomen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Wetsontwerp houdende maatregelen inzake gezondheidszorg (Stuk 2-1245) (Evocatieprocedure)

Mevrouw Sfia Bouarfa (PS). - Ik spreek namens de PS-fractie.

Dit wetsontwerp bevat belangrijke maatregelen die zo spoedig mogelijk moeten worden toegepast. Het wetsontwerp bevat een toekomstplan voor de huisartsgeneeskunde, essentiële bepalingen voor de sector van de klinische biologie, de medische beeldvorming en de dialyse. Een belangrijk hoofdstuk behandelt het wegwerken van de verschillen tussen de standaardprocedures in ziekenhuizen.

Wij hadden ook veel belangstelling voor de bepalingen betreffende de administratieve bestraffing van de zorgverstrekkers die zich niet houden aan de voorgeschreven honoraria en die betreffende de invoering van een nieuw financieringssysteem voor de rusthuizen.

De laatste twee hoofdstukken beogen de aanpassing van het systeem van vertegenwoordiging in de RIZIV-organen en de vernieuwing van de regeling van de gezondheidszorg.

We zijn dan ook verheugd over de verklaringen van de minister over zijn belangrijke contacten met de vertegenwoordigers van de twee representatieve organisaties van kinesitherapeuten. Het overleg verloopt in een positieve sfeer. We zijn het eens met het principe dat een reeks nieuwe vergoedingen voor huisartsen niet alleen zal afhangen van de toegekende budgetten, maar ook van de mobilisatie op het terrein. Het is ook positief dat in een wettelijk kader is voorzien dat het mogelijk maakt een voordeel toe te kennen aan artsen die beantwoorden aan kwantitatieve of kwalitatieve vereisten. Wij zijn er dan ook voorstander van dat meer aandacht gaat naar het medisch dossier. Dat beklemtoont immers de belangrijke rol van de huisarts en de communicatie tussen de verschillende echelons.

Net als onze collega's van de Kamer van volksvertegenwoordigers hebben wij met genoegen de maatregel goedgekeurd die de kosten ten laste van de patiënt integreren in de maximumfactuur. Dat is een belangrijke sociale vooruitgang, want het zal niet meer toegestaan zijn een bijdrage van de patiënt te eisen. Wij hadden ook veel belangstelling voor de oprichting van een financiële commissie in elk ziekenhuis. Daardoor zal de dialoog ongetwijfeld worden bevorderd.

Dit ontwerp regelt niet de verantwoordelijkheid van de zorgverstrekkers. In verband daarmee kijken we uit naar het wetsontwerp dat de minister heeft aangekondigd tegen het nieuwe parlementaire jaar. We nemen er akte van dat uitvoerig overleg werd georganiseerd.

Dit wetsontwerp bevat dus een groot aantal positieve elementen voor de sector van de gezondheidszorg. Het verbetert de controle van de ziekenhuisgegevens, het versterkt de eerstelijnsgeneeskunde en de rol van de huisarts in het RIZIV. De PS zal het ontwerp met genoegen steunen.

De heer Paul Galand (ECOLO). - Ook onze fractie is verheugd over de belangrijke en langverwachte vooruitgang die dit ontwerp voor de huisartsgeneeskunde betekent. Het stemt ons tevreden dat de paarsgroene meerderheid op dit gebied vooruitgang heeft geboekt, vooral met betrekking tot de erkenning van de intellectuele handeling en de beschikbaarheidspremie voor artsen met wachtdienst. Onze fractie zal het wetsontwerp zeker goedkeuren.

De heer Michel Barbeaux (CDH). - Onze fractie zal zich bij de stemming onthouden. Het ontwerp bevat weliswaar positieve elementen, vooral voor de artsen met wachtdienst, maar we hebben enig voorbehoud in verband met de maatregelen betreffende de universitaire ziekenhuizen. We betreuren ook dat volkomen gegronde amendementen, bijvoorbeeld ter correctie van een vergissing met betrekking tot de data van inwerkingtreding, verworpen werden om te voorkomen dat het ontwerp naar de Kamer moet worden teruggezonden. Dat doet vragen rijzen over de efficiëntie van de evocatieprocedure.

De heer Philippe Mahoux (PS). - Minister Vandenbroucke heeft zich er meermaals toe verbonden de bestaande situatie in de ziekenhuizen met meer dan 75 universitaire bedden te handhaven.

In tegenstelling tot zijn partijgenoot en burgemeester van Dinant is de heer Barbeaux voorstander van overleg en onderhandeling. Minister Vandenbroucke en ikzelf zijn eveneens voorstander van die methode, want daarmee worden resultaten bereikt. Ik spoor de heer Barbeaux ertoe aan zijn partijgenoot te vragen geen misplaatste verklaringen af te leggen, die door de vakbond trouwens aan de kaak zijn gesteld.

De voorzitter. - We stemmen nu over het wetsontwerp in zijn geheel.

Stemming 5

Aanwezig: 63
Voor: 44
Tegen: 0
Onthoudingen: 19

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Aanwijzing van een Nederlandstalig effectief lid (hoogleraar) van de Hoge Raad voor de Justitie (Stuk 2-1238)

Uitslag van de geheime stemming

De voorzitter. - Hier volgt de uitslag van de geheime stemming:

Aantal stemmenden: 56.

Blanco of ongeldige stembriefjes: 0.

Geldige stemmen: 56.

Tweederde meerderheid: 38.

Mevrouw Van Acker behaalt 42 stemmen.

De heer Laenens behaalt 14 stemmen.

Bijgevolg wordt mevrouw Van Acker, die de tweederde meerderheid der stemmen behaald heeft, uitgeroepen tot Nederlandstalig effectief lid van de Hoge Raad voor de Justitie, in de hoedanigheid van hoogleraar.

Van deze aanwijzing zal kennis worden gegeven aan de voorzitter van de Hoge Raad voor de Justitie en aan de minister van Justitie.

Voordracht van kandidaten voor een mandaat van lid van de Nationale Evaluatiecommissie inzake de toepassing van de wetgeving betreffende de zwangerschapsafbreking (Stuk 2-1239)

De voorzitter. - De Senaat dient overeenkomstig artikel 1, §2, derde lid, van de wet van 13 augustus 1990 houdende oprichting van een commissie voor de evaluatie van de wet van 3 april 1990 betreffende de zwangerschapsafbreking, tot wijziging van de artikelen 348, 350, 351 en 352 van het strafwetboek en tot opheffing van artikel 353 van hetzelfde Wetboek, over te gaan tot de voordracht van een dubbele lijst van 16 kandidaten voor een mandaat van lid van voornoemde commissie.

De commissie bestaat uit zestien leden van wie negen vrouwen en zeven mannen. Acht leden zijn geneesheer van wie minstens vier hoogleraar in de geneeskunde aan een Belgische universiteit zijn. Vier leden zijn hoogleraar in de rechten aan een Belgische universiteit of advocaat. Vier leden komen uit kringen die belast zijn met de opvang en de begeleiding van vrouwen in een noodsituatie.

De leden van de commissie worden, met inachtneming van de taalpariteit en op grond van een pluralistische vertegenwoordiging, bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit benoemd uit een dubbele lijst, voorgedragen door de Senaat, en voor een termijn van vier jaar die kan worden verlengd. De kandidaten die niet als effectieve leden zijn aangewezen, worden tot plaatsvervangende leden benoemd.

Het gedrukte stuk met de lijst van alle kandidaten voor de te begeven mandaten, werd rondgedeeld onder het nr. 2-1239/1. Alle senatoren hebben kennis kunnen nemen van het curriculum vitæ van de kandidaten en hebben hun verdiensten kunnen vergelijken.

Gelet op de veelheid van de criteria waaraan de samenstelling van de commissie moet voldoen, is tijdens de vergadering van het Bureau van heden afgesproken dat de Senaat zich zou uitspreken over een modellijst. Deze modellijst bevat een aantal kandidaten dat gelijk is aan het aantal openstaande mandaten. De leden die het eens zijn met de modellijst worden verzocht het stemvakje boven de lijst zwart te maken. Zij die daarentegen de modellijst niet wensen goed te keuren, kunnen 16 voorkeurstemmen uitbrengen, waarvan niet meer dan 8 voor Nederlandstalige kandidaten en 8 voor Franstalige kandidaten. Het staat elke senator zodoende vrij te stemmen voor de kandidaat van zijn keuze. Mocht de modellijst niet de vereiste meerderheid krijgen, dan zal het Bureau zich beraden over de te volgen procedure.

(Tot de geheime stemming wordt overgegaan.)

Stemmingen

Wetsontwerp tot wijziging van de wet betreffende de afschaffing of herstructurering van instellingen van openbaar nut en andere overheidsdiensten, gecoördineerd op 13 maart 1991 (Stuk 2-1233)

Stemming 6

Aanwezig: 62
Voor: 43
Tegen: 19
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

Wetsontwerp betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten (Stuk 2-1241) (Evocatieprocedure)

Stemming 7

Aanwezig: 62
Voor: 62
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van ... betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen (Stuk 2-1242)

Stemming 8

Aanwezig: 62
Voor: 62
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en het Koninkrijk Saudi-Arabië inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, gedaan te Jeddah op 22 april 2001 (Stuk 2-1190)

De heer Philippe Mahoux (PS). - Telkens als we over dit soort wetsontwerpen moeten stemmen, herinner ik de minister van Buitenlandse Zaken aan zijn belofte om in de akkoorden van de Belgisch-Luxemburgse economische unie sociale en milieubepalingen op te nemen. Wij wachten nog steeds. Wij dringen erop aan dat de wijziging van de typebepalingen van de akkoorden betreffende de bescherming van de investeringen op de agenda van een volgende vergadering van de Belgisch-Luxemburgse economische unie wordt geplaatst, teneinde in de akkoorden sociale en milieubepalingen op te nemen.

Stemming 9

Aanwezig: 62
Voor: 54
Tegen: 0
Onthoudingen: 8

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, en met de Bijlagen I en II, gedaan te Aarhus op 25 juni 1998 (Stuk 2-1235)

Stemming 10

Aanwezig: 63
Voor: 63
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Regeling van de werkzaamheden

De voorzitter. - Het Bureau stelt voor morgen, vrijdag 19 juli 2002, deze agenda voor:

's ochtends om 9.30 uur

Evocatieprocedure

Ontwerp van programmawet; Stuk 2-1248/1 tot 7 (Hervatting)

Evocatieprocedure

Wetsontwerp betreffende de rechten van de patiënt; Stuk 2-1250/1 tot 3.

Toe te voegen:

Wetsvoorstel betreffende de rechten van de patiënt (van de heer Patrik Vankrunkelsven); Stuk 2-474/1 en 2;

Wetsvoorstel betreffende het medisch zorgcontract en de rechten van de patiënt (van mevrouw Ingrid van Kessel); Stuk 2-486/1 en 2;

Wetsvoorstel tot aanvulling, wat het klachtrecht van de patiënt betreft, van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 (van mevrouw Ingrid van Kessel); Stuk 2-492/1 en 2.

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 10 van de wet van 24 december 1996 betreffende de vestiging en de invordering van de provincie- en gemeentebelastingen (van mevrouw Anne-Marie Lizin); Stuk 2-570/1 tot 3.

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 69 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (van mevrouw Jeannine Leduc c.s.); Stuk 2-1226/1 tot 3.

Voorstel van resolutie betreffende de op humanitair vlak en op het gebied van het internationaal humanitair recht alarmerende situatie in Oost-Congo (van mevrouw Erika Thijs c.s.); Stuk 2-1193/1 tot 4.

's namiddags om 14 uur

Inoverwegingneming van voorstellen.

Hervatting van de agenda.

Vanaf 17 uur: Naamstemmingen over de afgehandelde agendapunten in hun geheel.

Eventueel 's avonds om 19 uur

Hervatting van de agenda.

Naamstemmingen over de afgehandelde agendapunten in hun geheel.

-De Senaat is het eens met deze regeling van de werkzaamheden.

Voordracht van kandidaten voor een mandaat van lid van de Nationale Evaluatiecommissie inzake de toepassing van de wetgeving betreffende de zwangerschapsafbreking (Stuk 2-1239)

Uitslag van de geheime stemming

De voorzitter. - Hier volgt de uitslag van de geheime stemming:

Aantal stemmenden: 62.

Blanco of ongeldige stembriefjes: 2.

Geldige stemmen: 60.

Volstrekte meerderheid: 31.

De modellijst behaalt 53 stemmen.

Daar de modellijst de volstrekte meerderheid der stemmen heeft behaald, wordt door de Senaat een eerste lijst voorgedragen met de heren Marc Cosyns, Alfons Van Orshoven en Serge De Cooman, mevrouw Lise Thiry, de heer Paul Deschepper, de dames Chantal Kortmann, Annie Champion en Françoise Kruyen, de heren Herman Nys, Roger Lallemand en Jules Messine en de dames Jacqueline Dalcq-Depoorter, Karen François, Arlette Geuens, Trees Dehaene en Monique Riflet, en een tweede lijst met de heren Paul Devroey, Guido Van Hoorde en Luc Roegiers, mevrouw Isabelle Salmon, de heer Luc Kiebooms, de dames Maria Goossens, Mireille Fontanieu en Véronique Lheureux, de heren Stefaan Callens, Patrick Mandoux en Pierre Jaumotte en de dames Pascale Vielle, Griet Demeestere, Simonne Janssens-Vanoppen, Elly Van Assche en Claire Quevrin.

De individuele uitslagen van de kandidaten zullen worden opgenomen in de Bijlagen bij de Handelingen van deze vergadering.

Van deze voordracht zal kennis worden gegeven aan de minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu en aan de voorzitters van de Nationale Evaluatiecommissie inzake de toepassing van de wetgeving betreffende de zwangerschapsafbreking.

Voordracht van kandidaten voor een mandaat van lid van de Federale Controle- en Evaluatiecommissie inzake de toepassing van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie (Stuk 2-1240)

De voorzitter. - De Senaat dient, overeenkomstig artikel 6, §2, derde lid, van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie, over te gaan tot de voordracht van een dubbele lijst van 16 kandidaten voor een mandaat van lid van de Federale Controle- en Evaluatiecommissie inzake de toepassing van de wet betreffende de euthanasie.

De commissie bestaat uit zestien leden. Zij wordt samengesteld met inachtneming van de taalpariteit, waarbij elke taalgroep minstens drie leden van elk geslacht telt.

Acht leden zijn doctor in de geneeskunde, van wie er minstens vier hoogleraar zijn aan een Belgische universiteit. Vier leden zijn hoogleraar in de rechten aan een Belgische universiteit of advocaat. Vier leden komen uit kringen die belast zijn met de problematiek van ongeneeslijk zieke patiënten.

De leden van de Commissie worden, op grond van een pluralistische vertegenwoordiging, bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, benoemd uit een dubbele lijst, voorgedragen door de Senaat, voor een termijn van vier jaar die kan worden verlengd. De kandidaten die niet als effectief lid zijn aangewezen, worden tot plaatsvervanger benoemd, in de orde van opvolging die volgens een lijst bepaald wordt.

Het gedrukte stuk met de lijst van alle kandidaten voor de te begeven mandaten, werd rondgedeeld onder het nr. 2-1240/1. Alle senatoren hebben kennis kunnen nemen van het curriculum vitæ van de kandidaten en hebben hun verdiensten kunnen vergelijken.

Gelet op de veelheid van de criteria waaraan de samenstelling van de commissie moet voldoen, is tijdens de vergadering van het Bureau van heden afgesproken dat de Senaat zich zou uitspreken over een modellijst. Deze modellijst bevat een aantal kandidaten dat gelijk is aan het aantal openstaande mandaten. De leden die het eens zijn met de modellijst worden verzocht het stemvakje boven de lijst zwart te maken. Zij die daarentegen de modellijst niet wensen goed te keuren, kunnen 16 voorkeurstemmen uitbrengen, waarvan niet meer dan 8 voor Nederlandstalige kandidaten en 8 voor Franstalige kandidaten. Het staat elke senator zodoende vrij te stemmen voor de kandidaat van zijn keuze. Mocht de modellijst niet de vereiste meerderheid krijgen, dan zal het Bureau zich beraden over de te volgen procedure.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Voor diegenen die niet voor de modellijst willen stemmen, doet zich een probleem voor. Er is een lijst met Nederlandstalige en Franstalige kandidaten, maar we kunnen geen onderscheid maken tussen effectieven en plaatsvervangers.

De voorzitter. - Er zijn twee lijsten met zestien namen. De minister heeft dus de keuze tussen de twee lijsten.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ik heb één lijst gekregen. Diegenen die niet willen stemmen voor de modellijst, kunnen hun stem niet uitbrengen vermits ze niet het onderscheid kunnen maken tussen effectieven en plaatsvervangers.

De heer Philippe Mahoux (PS). - Er is geen sprake van effectieve en plaatsvervangende leden, maar van de voordracht van een dubbele lijst.

Als we de criteria willen naleven, rijst er inderdaad een probleem, want de kandidaten staan niet gerangschikt volgens criteria. De heer Vandenberghe kent de kandidaatstellingen goed, want hij heeft ze grondig geanalyseerd.

Aangezien een dubbele lijst moet worden voorgelegd, moeten er dubbel zoveel kandidaten worden voorgedragen als er posten te geven zijn. Voor degenen die niet voor de typelijst kiezen, moeten we proberen rekening te houden met de criteria die we langdurig hebben besproken bij de behandeling van het wetsvoorstel betreffende het levenseinde en de euthanasie.

De voorzitter. - Zij die voor individuele kandidaten willen stemmen en niet voor de dubbele lijst, stemmen voor 32 kandidaten. De minister maakt dan een keuze tussen de effectieve en de plaatsvervangende leden. Hij wijst 16 leden aan en zij die niet op de lijst voorkomen, staan automatisch op de lijst van plaatsvervangende leden. Ik zie niet in hoe het anders zou kunnen.

De heer Patrik Vankrunkelsven (VU-ID). - Ik was ook van mening dat we eerst voor de eerste en daarna voor de tweede lijst zouden stemmen. Dat zou de oppositie de kans bieden tweemaal zestien namen aan te duiden.

De heer Frans Lozie (AGALEV). - De modellijst omvat zowel effectieven als plaatsvervangers. Als de modellijst onvoldoende stemmen haalt, moeten twee afzonderlijke stemmingen worden gehouden, eerst over de effectieven en vervolgens over de plaatsvervangers.

De voorzitter. - Ik stel voor dat we overgaan tot de stemming.

(CD&V en CDH verlaten het halfrond.)

(Tot de geheime stemming wordt overgegaan.)

(De vergadering wordt geschorst om 18.00 uur. Ze wordt hervat om 18.10 uur.)

Uitslag van de geheime stemming

De voorzitter. - Hier volgt de uitslag van de geheime stemming:

Aantal stemmenden: 43.

Blanco of ongeldige stembriefjes: 2.

Geldige stemmen: 41.

Volstrekte meerderheid: 21.

De modellijst behaalt 41 stemmen.

Daar de modellijst de volstrekte meerderheid der stemmen heeft behaald, wordt door de Senaat een eerste lijst voorgedragen met de heren Wim Distelmans, Jozef Vermylen en Marc Englert, mevrouw Dominique Bron, de heren Raymond Mathys en Philippe Maassen, de dames Olga Van de Vloed en Jacqueline Vandeville, de heren Fernand Van Neste, Walter De Bondt, Roger Lallemand, Yves-Henri Leleu en Fred Fouad Mabrouk en de dames Sabien Bauwens, Joyce ter Heerdt en Jacqueline Herremans, en een tweede lijst met de heren Simon Van Belle, Bart Van den Eynden en Nathan Clumeck, mevrouw Béatrice Figa, de heren Luc Proot en Jean Bury, de dames Margaretha Van Emelen en Dominique Bouckenaere, de heren Fernand Keuleneer, Michel Magits, Christian Panier, Pierre Gothot en Gérard Magnette en de dames Arlette Geuens, Marie-Louise Van Houdt en Nicole De Voght.

De individuele uitslagen van de kandidaten zullen worden opgenomen in de Bijlagen bij de Handelingen van deze vergadering.

Van deze voordracht zal kennis worden gegeven aan de minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu en aan de minister van Justitie.

Ontwerp van programmawet (Stuk 2-1248) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ik raad iedereen Mémoires van Saint-Simon te lezen waarin hij een sociologische analyse geeft van het politieke beleid van Lodewijk XIV. In dat boek beschrijft de auteur hoeveel nutteloze rituelen die de geloofwaardigheid van de besluitvorming beïnvloeden, in stand werden gehouden zonder dat zij die de rituelen uitvoerden, beseften dat ze nutteloze dingen deden. Dit wordt met veel mooie anekdotes geïllustreerd.

De vaststelling van Saint-Simon gaat op voor het Senaatsdebat over de programmawet. Dit debat is totaal nutteloos, ondanks het feit dat de meerderheid een unieke kans heeft. De voorbije jaren werden al onze opmerkingen en amendementen op de programmawetten, zelfs als ze betrekking hadden op kennelijke fouten, steeds van tafel geveegd met als alibi dat de Kamer in reces ging.

Welnu, de Kamer zal volgende week vergaderen. Het politieke argument van de meerderheid vervalt. De Kamerleden hebben vanmiddag beslist dat ze uitgeput zijn en dat ze 48 uur rust zullen nemen alvorens zaterdag de hervorming van de kieswet te bespreken. Als dan nog adviezen worden gevraagd aan de Raad van State, dan zal de Kamer einde juli nog bijeenkomen.

We hebben vandaag en morgen dus de mogelijkheid om amendementen aan te nemen. Het alibi vervalt en eindelijk kan worden gedebatteerd over de inhoud. In de commissie is een inhoudelijke discussie nooit mogelijk gebleken omdat de meerderheid daar alle mogelijke amendementen van de oppositie heeft verworpen. De meerderheid geeft hierbij aan dat de oppositie volgens haar maar twee soorten amendementen indient. De ene helft getuigt van onbekwaamheid; ze moeten worden verworpen omdat de oppositie niet weet waarover ze praat. De andere helft getuigt van systematisch kwade trouw. Dit lot was onze amendementen de afgelopen drie jaar bij de bespreking van de programmawet beschoren.

Ik roep de leden van de Senaat dan ook op om morgen bij de artikelsgewijze bespreking rekening te houden met de beloften die ze in 1999 aan hun kiezers hebben gedaan. Zo hebben de liberalen beloften gedaan over deregulering en wettelijke kwaliteit.

We krijgen met de programmawet vandaag echter nogmaals een mooi voorbeeld van wettelijke inflatie. Op economisch vlak is die gelukkig niet te hoog, op wettelijk vlak daarentegen wordt ze verzekerd.

Ik had verwacht dat de liberalen en de groenen zich zouden vinden in een groot nieuw bondgenootschap. De enen zijn immers voor deregulering en de anderen voor zuinigheid. We hadden dus eindelijk rustig grote beginselwetten kunnen bespreken.

De eminente leden van de meerderheid zouden toch Montesquieu in gedachten moeten houden, die ons voorhield dat `les lois inutiles affaiblissent les nécessaires.' Ze kunnen toch niet beweren dat de programmawetten die alle zes maanden ter stemming worden voorgelegd des lois nécessaires zijn. Ze zijn, naar het woord van Portalis, inutiles.

De regering begint met 145 artikelen en eindigt er met 207, een toename met ongeveer 25% die volgens ons wordt veroorzaakt door het gevoel van nutteloosheid van de leden van de meerderheid in Kamer en Senaat. Het fenomeen van nutteloosheid werd bestudeerd in de gedragspsychologie, maar hierop zullen mijn collega's desgevallend morgen dieper op ingaan.

De nieuwe Franse eerste minister Raffarin - niet `Raffarien', zoals sommigen hem noemen - zei in de regeringsverklaring van 3 juni: `La vie des Français est devenu bien compliquée et l'État n'a pas contribué à la simplifier avec des lois trop nombreuses, une intervention trop fréquente, des procédures trop complexes.' De nieuwe Franse president Chirac parafraseert met betrekking tot zijn programma als het ware Portalis: `Trop de loi tue la loi.' Hij klaagt aan `l'inflation normative paralysante qui pénalise les plus faibles et entrave l'esprit d'entreprise au seul bénéfice des spécialistes qui font écran entre les citoyens et le droit.'

Nutteloze activiteiten en wetten hebben enkel tot doel een scherm op te trekken tussen de burger en het leven. We mogen niet langer met een onbevangen blik naar het leven en de mensen kijken, we moeten ze met een ideologische blik bekijken. De natuur bestaat niet meer, de natuur is voor de kunstenaar en de dichter. Voor de politiek bestaat nog enkel de wet. En wij zijn verplicht voortdurend in het aanschijn te leven van de wetten waaraan de meerderheid permanent honderden artikelen toevoegt in een onleesbaar verhaal dat de burger koud laat. De wet die we vandaag behandelen heeft als belangrijkste kenmerk dat ze een reparatiewet is voor een wet die we zes maanden eerder goedkeurden en die op haar beurt een reparatiewet was voor een wet van zes maanden daarvoor. Wat een verspilling van energie en creativiteit. Wat een mentaliteit. Wat een grond voor onvrede bij de oppositie die een tempo opgelegd krijgt dat niet verzoenbaar is met degelijk parlementair werk in een reflectiekamer. Des faits inutiles, des lois inutiles, des manoeuvres inutiles, dat is vandaag de dominerende cultuur in de Senaat. Drie jaar lang zijn we daartegen ingegaan. We hebben voorstellen geformuleerd, amendementen ingediend, het ene al beter dan het andere, maar bij de bespreking van de programmawet heeft de meerderheid niet één amendement aanvaard. Esprit d'ouverture? Elke match draait uit op honderd-nul, al weet iedereen wel dat dit de realiteit niet weerspiegelt. Zo kom ik terug bij mijn uitgangspunt: Saint-Simon die inzag dat de rituelen niet meer aangepast waren aan de tijd en de problemen van de mensen. We zijn in een microkosmoscultuur beland, die wordt opgelegd door enkele propagandaofficieren, waarbij de parlementsleden hun representatieve rol niet langer spelen. Waarom altijd schermen met de gevaren van het populisme, als het parlement zelfs de kans niet krijgt om zijn rol te spelen. Een representatieve democratie veronderstelt een overleg en een besluitvorming in het licht van het algemeen welzijn. Dat sluit natuurlijk geen partijpolitieke standpunten uit. Alleen is de goede werking van de representatieve democratie een état d'esprit, een benadering gebaseerd op duurzaamheid. Waarom geen duurzame politieke verdedigen zoals sommigen de duurzame economie verdedigen? Hier elke week zoveel wetten moeten aanpassen en goedkeuren, die overigens niet toegankelijk zijn voor de burger, is alleszins niet verzoenbaar met duurzame politiek. De afstand tussen de burger en het politieke leven wordt alleen maar groter, het scherm tussen de politiek en het werkelijk leven - ik verwijs weer naar de Franse president Chirac - wordt steeds dikker.

Dat is het echte probleem van de ongeloofwaardigheid van de politiek; een gesloten microkosmos waarbij de politieke actie in hoofdzaak neerkomt op het stemmen van nutteloze en erg gecompliceerde wetten.

Met een regeringsprogramma dat alleen in hoofdletters geschreven was, wil de oppositie van de regering wel een ander antwoord krijgen dan `het was vroeger ook zo'. Dat is toch geen argument en bovendien had de regering een totaal nieuw beleid en een nieuwe bestuursstijl aangekondigd. De regering zou de sociaal-economische en politieke problemen anders aanpakken. Maar als we de regering met die beloften confronteren dan krijgen we nooit een inhoudelijk antwoord, maar worden we steevast afgewimpeld met `het was vroeger ook zo'. Waarom moest er dan een andere meerderheid komen?

De regering maakt zich politiek ongeloofwaardig en geeft zo de indruk dat we niet meer in een representatieve democratie leven, maar in een `karteldemocratie'. Een kartel van partijen zegt aan de kiezers dat het over heel wat punten fundamenteel van mening verschilt, maar dat het einde nabij is als ze voor een andere partijen durven te stemmen. Eenmaal aan de macht hebben de kartelpartijen maar één programmapunt: het behoud van de macht en daarvoor wordt het ene compromis na het andere gesloten.

De vorige regering kreeg van de pers meer dan eens het verwijt dat haar ministers pluchevast waren, dat ze geen rekening hielden met de publieke opinie. De pers vroeg meer politieke geloofwaardigheid, consequent politiek gedrag. Vandaag zien we dat er veel ergere dingen gebeuren dan toen. De regering geeft sommige fouten zelfs toe, maar ze trekt daar nooit conclusies uit. Zo een houding kan alleen maar het beeld van de karteldemocratie versterken.

Typisch voor die karteldemocratie is dat ze nooit een probleem heeft met de problemen van de mensen. De karteldemocratie heeft maar één probleem en dat is de oppositie. Van een regering die politieke vernieuwing wil, wordt verwacht dat ze de politiek dichter bij de mensen brengt. Dat kan door het herstel van het dualisme. Dat betekent een spanning die tot uiting komt in een democratisch debat tussen parlement en regering.

Dat zou een nieuwe debatcultuur zijn, maar de meerderheid maakt er iets totaal anders van, zij beperkt het debat tot de meerderheidspartijen. Alleen tussen de regeringspartijen wordt er nog gediscussieerd, zelfs in het openbaar. En als dat debat rond is komt de regering naar het parlement, waar de meerderheid nog maar een zaak te doen heeft: alle voorstellen van de oppositie verwerpen. Met de oppositie willen de meerderheidspartijen geen debat, want voor hen is die in de karteldemocratie van vandaag nog de enige tegenstrever. Dat is de essentie van de politieke cultuur die steeds arroganter vormen aanneemt en die - onderschat dat vooral niet - het ons steeds moeilijker maakt om te doen wat wij als oppositie vanuit democratisch oogpunt moeten doen. Elementen die voor ons evidenties waren in de werkzaamheden van de beide kamers, worden verlaten en ondergeschikt aan de eisen van deze karteldemocratie.

Daarom zullen ikzelf en andere leden van de CD&V-fractie morgen tijdens de bespreking van de programmawet alle deelaspecten - de buitenlandse politiek, de fiscaliteit, de sociaal-economische politiek, de politiehervorming, ... - nogmaals aan de orde stellen.

De algemene beschouwingen die ik vandaag heb uiteengezet zijn een oproep aan de senatoren van de meerderheid. Het is de laatste maal in deze legislatuur dat we in de maand juli een programmawet behandelen. De voorbije drie jaar hebben we bij gelijkaardige programmawetten telkens ernstige amendementen voorgesteld en opgeroepen tot een open debat. Vandaag en morgen kan deze meerderheid alsnog blijk geven van haar wil om in de geest en volgens de letter van de grondwet met ons de discussie te voeren over de problemen waar ons land voor staat. Ze kan blijk geven van een wil om goede wetgeving te maken, wat altijd de eerste taak is van een parlement en die de zin is van het mandaat van alle senatoren. Ze kan ook verder gaan in de vorm van democratie die ik heb beschreven. Ik ben er zeker van dat de dag komt- niemand weet wanneer- dat de publieke opinie daaraan een einde maakt.

De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - Voor de Vlaams Blok-fractie is deze programmawet een vuilbakwet, een vergaarbakwet die niets nieuws bevat. In de tien jaar dat ik senator ben, maak ik het nu al voor de zoveelste keer mee dat de meerderheid ons een dergelijke vuilbakwet in de maag duwt. Met andere woorden, de regering die alles anders ging doen, heeft daar niets aan veranderd.

Het eigenaardige aan deze vergaarbakwet is dat ze ook een reparatiewet moet worden voor wetten die wij, senatoren, niet mochten amenderen. Ik denk bijvoorbeeld aan de wet op de politiehervorming. In deze programmawet herken ik tal van artikelen die echte doorslagen zijn van amendementen die destijds werden afgewezen. De Senaat mocht toen geen amendement goedkeuren, maar vandaag brengt de regering in een programmawet hetzelfde verhaal als die amendementen, maar nu is ook dat verhaal te nemen of te laten. Dit bijzonder eigenaardige fenomeen toont aan dat de regering alleszins niet vies is van een nummertje tekst- en ideeënpikkerij, als het maar de eigen eer en glorie dient.

De Senaat is een loutere bekrachtigingsmachine in plaats van een denkmachine. Een goed voorbeeld daarvan is het wetsontwerp over de patiëntenrechten. Iedereen zegt dat dit een hoogst belangrijk onderwerp is, maar het moet wel op twee dagen door de Senaat worden gejaagd. Indien dit ontwerp echt zo belangrijk is, hebben we er meer tijd voor nodig. Voor sommige zaken moeten we nu eenmaal rustig, in een eerlijke debatcultuur, de tijd nemen. Het bevel om het ontwerp vlug door de Senaat te laten behandelen komt dan nog wel van een minister die zelfs de juridische bezwaren niet begrijpt indien ze geen telefoontje krijgt van haar premier of kan overleggen met iemand uit haar eigen fractie. Ik begrijp niet dat zo een onkunde in de Senaat wordt aanvaard. Volgend jaar zullen wij opnieuw een reparatiewet krijgen met wijzigingen aan de wet op de patiëntenrechten. Wij zullen die dan opnieuw moeten slikken, zonder er iets over te kunnen zeggen.

De programmawet wordt ook gebruikt om dingen door onze strot te duwen die in gewone omstandigheden niet haalbaar zijn. Ik denk bijvoorbeeld aan de invoering van het Engels in de militaire school. De minister zegt in de commissie dat dit enkel gebeurt voor het onderwijs in de luchtvaart en de informatica. Er speelt echter nog iets anders mee: het Engels is een toegankelijke taal voor alle vreemdelingen. In de programmawet kondigt de minister aan dat hij Europese vreemdelingen tot het leger wil toelaten. Uiteraard zal hij de vreemdelingen toestaan Engels te praten. De minister neemt dus mensen in dienst die geen affiniteit hebben met het land dat zij geacht worden te verdedigen, maar geen van de landstalen spreken. Het vreemdelingenlegioen van minister Flahaut zal Engelstalig zijn. Dan is er maar één oplossing: het leger splitsen in een Vlaams leger en een Waals leger. Klinkt dat belachelijk? Welnu, in 1989 heb ik hier gepleit voor een splitsing van de NMBS. Vandaag schrijft een minister in de programmawet dat zij voorstander is van de `uniciteit' van de NMBS, terwijl Vlaamse ministers de splitsing van de NMBS voluit verdedigen. Wat wij in 1989 hier verdedigden, wordt nu gevolgd door sommige ministers. Het Engelstalige leger dat minister Flahaut ons wil opdringen mag wat mij betreft volledig worden gesplitst in een Vlaams en een Waals leger die terug affiniteit hebben met het volk dat zij worden geacht te verdedigen. De artificiële Belgische staat kan niet langer affiniteit teweeg brengen bij degenen die nu in het leger in dienst zijn.

De programmawet is ook een reparatiewet voor het droevige vervolgverhaal van de politiehervorming. De politiehervorming zal worden geregeld met weer eens een nieuwe raad, de federale politieraad. Er is reeds een federale politieraad, een adviesraad van burgemeesters, de Vereniging van Steden en Gemeenten, parlementaire commissies, vakbonden, en zo meer. Er zijn zoveel verschillende adviesraden inzake de politiehervorming dat de minister enkel hoeft ja te knikken tegenover die drukkingsgroepen en hun eisen opnemen in de eerstvolgende programmawet.

Ik ga verder met mijn bewust fragmentarisch betoog. Het gaat tenslotte om een algemene bespreking.

In verband met de dienst 100 houdt dezelfde minister staande dat een deel van de kosten die gedragen worden door de zetelgemeenten, zullen worden gespreid over alle gemeenten, ook over de gemeenten die geen zetelfunctie hebben en dus geen dienst 100 herbergen. Dan vraag je natuurlijk meteen aan die minister of een deel 5% is dan wel 95%. Wat wordt er bedoeld met een deel? Hangt dat af van de politieke samenstelling van de gemeenteraad? Vermindert dat deel als er een vriend van Bernie Ecclestone in de gemeenteraad zitting heeft? Volgens welke parameter wordt dat deel bepaald?

De minister antwoordt dat hij dat zal bepalen in een ministerieel besluit. Volgens hem moeten parlementsleden hierover blijkbaar niet precies worden ingelicht. Hij heeft in de commissie verklaard dat niemand zijn pen hoeft vast te houden, met andere woorden hij weigert de parameters te vermelden in de wet en in de toelichting. De meerderheid zal deze vernedering aanvaarden en zich ook dit dictaat door de strot laten drukken.

Een laatste opmerking in mijn fragmentarisch overzicht betreft de dichting van de digitale kloof. Dat klinkt enorm, maar het komt erop neer dat 93.000 tot 155.000 mensen een informatica-interface en een voorafbetaalde toegang tot het internet kunnen krijgen. Het zullen wel kniesoren zijn en onbenullen in staatsfinanciën, die menen dat hiervoor iemand zal moeten betalen. Niets is immers gratis.

Als de volgende regering een gat zal vinden in de schatkist en het gratis ter beschikking stellen van een informatica-interface zal willen terugschroeven, dan zullen er senatoren opstaan en met tremolo's in de stem betogen dat de vierde wereld al die dingen gratis moet krijgen en dat aan de verworven rechten van de anderen niet mag worden geraakt.

Ik heb daar problemen mee. Mijns inziens stevenen wij af op een alles-gratis-Staat waar enkele mensen zullen moeten betalen voor allen, want niks is gratis. Wie dat durft vast te stellen op de tribune, zal van deze hoera-regering altijd ongelijk krijgen. Dat zal ons niet beletten om op dezelfde nagel te blijven slaan.

Deze wet rammelt aan alle kanten, de huidige regering doet niets beters of anders dan de vorige.

Heren van de regering, kom hier niet langer pronken met `wij doen alles anders, sneller, efficiënter...'. Er is niets verbeterd of veranderd. Het door de strot duwen heeft vandaag ongekende proporties aangenomen. Dit berokkent schade aan de politieke geloofwaardigheid, aan de uwe en aan de onze, aan het recht op een tweede lezing voor de Senaat, aan ons amenderingsrecht en vooral aan onze amenderingsplicht wanneer wij een fout zien in een wettekst. De grootste schadelijder van dit wanbeleid is echter de bestuurde, de burger.

Waarde regering, waarde leden van de meerderheid, vóór u nog eens een programmamonster op ons kunt afvuren, zien wij elkaar terug in juni 2003, als de burger het woord krijgt.

De voorzitter. - We zetten onze werkzaamheden voort vanavond om 20.30 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 18.50 uur.)

Berichten van verhindering

Afwezig met bericht van verhindering: de heer Timmermans, met opdracht in het buitenland, en de heer Vandenbroeke, wegens andere plichten.

-Voor kennisgeving aangenomen.

Bijlage

Naamstemmingen

Stemming 1

Aanwezig: 61
Voor: 55
Tegen: 0
Onthoudingen: 6

Voor

Michel Barbeaux, Sfia Bouarfa, Ludwig Caluwé, Marcel Cheron, Marcel Colla, Christine Cornet d'Elzius, Jean Cornil, Georges Dallemagne, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Paul De Grauwe, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Jacques D'Hooghe, Josy Dubié, Paul Galand, André Geens, Jean-Marie Happart, Marc Hordies, Jean-François Istasse, Meryem Kaçar, Theo Kelchtermans, Mimi Kestelijn-Sierens, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Frans Lozie, Michiel Maertens, Philippe Mahoux, Johan Malcorps, Jean-Pierre Malmendier, Guy Moens, Philippe Monfils, Jacky Morael, Marie Nagy, Clotilde Nyssens, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Jan Remans, François Roelants du Vivier, Louis Siquet, Jan Steverlynck, Martine Taelman, Erika Thijs, René Thissen, Louis Tobback, Hugo Vandenberghe, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Vincent Van Quickenborne, Iris Van Riet, Paul Wille.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Gerda Staveaux-Van Steenberge, Joris Van Hauthem, Wim Verreycken.

Stemming 2

Aanwezig: 61
Voor: 55
Tegen: 0
Onthoudingen: 6

Voor

Michel Barbeaux, Sfia Bouarfa, Ludwig Caluwé, Marcel Cheron, Marcel Colla, Christine Cornet d'Elzius, Jean Cornil, Georges Dallemagne, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Paul De Grauwe, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Jacques D'Hooghe, Josy Dubié, Paul Galand, André Geens, Jean-Marie Happart, Marc Hordies, Jean-François Istasse, Meryem Kaçar, Theo Kelchtermans, Mimi Kestelijn-Sierens, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Frans Lozie, Michiel Maertens, Philippe Mahoux, Johan Malcorps, Jean-Pierre Malmendier, Guy Moens, Philippe Monfils, Jacky Morael, Marie Nagy, Clotilde Nyssens, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Jan Remans, François Roelants du Vivier, Louis Siquet, Jan Steverlynck, Martine Taelman, Erika Thijs, René Thissen, Louis Tobback, Hugo Vandenberghe, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Vincent Van Quickenborne, Iris Van Riet, Paul Wille.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Gerda Staveaux-Van Steenberge, Joris Van Hauthem, Wim Verreycken.

Stemming 3

Aanwezig: 61
Voor: 55
Tegen: 0
Onthoudingen: 6

Voor

Michel Barbeaux, Sfia Bouarfa, Ludwig Caluwé, Marcel Cheron, Marcel Colla, Christine Cornet d'Elzius, Jean Cornil, Georges Dallemagne, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Paul De Grauwe, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Jacques D'Hooghe, Josy Dubié, Paul Galand, André Geens, Jean-Marie Happart, Marc Hordies, Jean-François Istasse, Meryem Kaçar, Theo Kelchtermans, Mimi Kestelijn-Sierens, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Frans Lozie, Michiel Maertens, Philippe Mahoux, Johan Malcorps, Jean-Pierre Malmendier, Guy Moens, Philippe Monfils, Jacky Morael, Marie Nagy, Clotilde Nyssens, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Jan Remans, François Roelants du Vivier, Louis Siquet, Jan Steverlynck, Martine Taelman, Erika Thijs, René Thissen, Louis Tobback, Hugo Vandenberghe, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Vincent Van Quickenborne, Iris Van Riet, Paul Wille.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Gerda Staveaux-Van Steenberge, Joris Van Hauthem, Wim Verreycken.

Stemming 4

Aanwezig: 61
Voor: 61
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Michel Barbeaux, Sfia Bouarfa, Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Marcel Cheron, Marcel Colla, Christine Cornet d'Elzius, Jean Cornil, Frank Creyelman, Georges Dallemagne, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Paul De Grauwe, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Jacques D'Hooghe, Josy Dubié, Paul Galand, André Geens, Jean-Marie Happart, Marc Hordies, Jean-François Istasse, Meryem Kaçar, Theo Kelchtermans, Mimi Kestelijn-Sierens, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Frans Lozie, Michiel Maertens, Philippe Mahoux, Johan Malcorps, Jean-Pierre Malmendier, Guy Moens, Philippe Monfils, Jacky Morael, Marie Nagy, Clotilde Nyssens, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Jan Remans, François Roelants du Vivier, Louis Siquet, Gerda Staveaux-Van Steenberge, Jan Steverlynck, Martine Taelman, Erika Thijs, René Thissen, Louis Tobback, Hugo Vandenberghe, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Vincent Van Quickenborne, Iris Van Riet, Wim Verreycken, Paul Wille.

Stemming 5

Aanwezig: 63
Voor: 44
Tegen: 0
Onthoudingen: 19

Voor

Sfia Bouarfa, Marcel Cheron, Marcel Colla, Christine Cornet d'Elzius, Jean Cornil, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Paul De Grauwe, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Josy Dubié, Paul Galand, André Geens, Jean-Marie Happart, Marc Hordies, Jean-François Istasse, Meryem Kaçar, Mimi Kestelijn-Sierens, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Frans Lozie, Michiel Maertens, Philippe Mahoux, Johan Malcorps, Jean-Pierre Malmendier, Guy Moens, Philippe Monfils, Jacky Morael, Marie Nagy, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, Jan Remans, François Roelants du Vivier, Louis Siquet, Martine Taelman, Louis Tobback, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Vincent Van Quickenborne, Iris Van Riet, Paul Wille.

Onthoudingen

Michel Barbeaux, Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Georges Dallemagne, Sabine de Bethune, Mia De Schamphelaere, Jacques D'Hooghe, Theo Kelchtermans, Clotilde Nyssens, Gerda Staveaux-Van Steenberge, Jan Steverlynck, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Wim Verreycken.

Stemming 6

Aanwezig: 62
Voor: 43
Tegen: 19
Onthoudingen: 0

Voor

Sfia Bouarfa, Marcel Cheron, Marcel Colla, Christine Cornet d'Elzius, Jean Cornil, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Paul De Grauwe, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Josy Dubié, Paul Galand, André Geens, Jean-Marie Happart, Marc Hordies, Jean-François Istasse, Meryem Kaçar, Mimi Kestelijn-Sierens, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Frans Lozie, Michiel Maertens, Philippe Mahoux, Johan Malcorps, Jean-Pierre Malmendier, Guy Moens, Philippe Monfils, Jacky Morael, Marie Nagy, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Jan Remans, François Roelants du Vivier, Louis Siquet, Martine Taelman, Louis Tobback, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Vincent Van Quickenborne, Iris Van Riet, Paul Wille.

Tegen

Michel Barbeaux, Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Georges Dallemagne, Sabine de Bethune, Mia De Schamphelaere, Jacques D'Hooghe, Theo Kelchtermans, Clotilde Nyssens, Gerda Staveaux-Van Steenberge, Jan Steverlynck, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Wim Verreycken.

Stemming 7

Aanwezig: 62
Voor: 62
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Michel Barbeaux, Sfia Bouarfa, Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Marcel Cheron, Marcel Colla, Christine Cornet d'Elzius, Jean Cornil, Frank Creyelman, Georges Dallemagne, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Paul De Grauwe, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Jacques D'Hooghe, Josy Dubié, Paul Galand, André Geens, Jean-Marie Happart, Marc Hordies, Jean-François Istasse, Meryem Kaçar, Theo Kelchtermans, Mimi Kestelijn-Sierens, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Frans Lozie, Michiel Maertens, Philippe Mahoux, Johan Malcorps, Jean-Pierre Malmendier, Guy Moens, Philippe Monfils, Jacky Morael, Marie Nagy, Clotilde Nyssens, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Jan Remans, François Roelants du Vivier, Louis Siquet, Gerda Staveaux-Van Steenberge, Jan Steverlynck, Martine Taelman, Erika Thijs, René Thissen, Louis Tobback, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Vincent Van Quickenborne, Iris Van Riet, Wim Verreycken, Paul Wille.

Stemming 8

Aanwezig: 62
Voor: 62
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Michel Barbeaux, Sfia Bouarfa, Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Marcel Cheron, Marcel Colla, Christine Cornet d'Elzius, Jean Cornil, Frank Creyelman, Georges Dallemagne, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Paul De Grauwe, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Jacques D'Hooghe, Josy Dubié, Paul Galand, André Geens, Jean-Marie Happart, Marc Hordies, Jean-François Istasse, Meryem Kaçar, Theo Kelchtermans, Mimi Kestelijn-Sierens, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Frans Lozie, Michiel Maertens, Philippe Mahoux, Johan Malcorps, Jean-Pierre Malmendier, Guy Moens, Philippe Monfils, Jacky Morael, Marie Nagy, Clotilde Nyssens, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Jan Remans, François Roelants du Vivier, Louis Siquet, Gerda Staveaux-Van Steenberge, Jan Steverlynck, Martine Taelman, Erika Thijs, René Thissen, Louis Tobback, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Vincent Van Quickenborne, Iris Van Riet, Wim Verreycken, Paul Wille.

Stemming 9

Aanwezig: 62
Voor: 54
Tegen: 0
Onthoudingen: 8

Voor

Michel Barbeaux, Sfia Bouarfa, Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Marcel Colla, Christine Cornet d'Elzius, Jean Cornil, Frank Creyelman, Georges Dallemagne, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Paul De Grauwe, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Jacques D'Hooghe, André Geens, Jean-Marie Happart, Jean-François Istasse, Theo Kelchtermans, Mimi Kestelijn-Sierens, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Frans Lozie, Michiel Maertens, Philippe Mahoux, Johan Malcorps, Jean-Pierre Malmendier, Guy Moens, Philippe Monfils, Clotilde Nyssens, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Jan Remans, François Roelants du Vivier, Louis Siquet, Gerda Staveaux-Van Steenberge, Jan Steverlynck, Martine Taelman, Erika Thijs, René Thissen, Louis Tobback, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Vincent Van Quickenborne, Iris Van Riet, Wim Verreycken, Paul Wille.

Onthoudingen

Marcel Cheron, Jacinta De Roeck, Josy Dubié, Paul Galand, Marc Hordies, Meryem Kaçar, Jacky Morael, Marie Nagy.

Stemming 10

Aanwezig: 63
Voor: 63
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Michel Barbeaux, Sfia Bouarfa, Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Marcel Cheron, Marcel Colla, Christine Cornet d'Elzius, Jean Cornil, Frank Creyelman, Georges Dallemagne, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Paul De Grauwe, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Jacques D'Hooghe, Josy Dubié, Paul Galand, André Geens, Jean-Marie Happart, Marc Hordies, Jean-François Istasse, Meryem Kaçar, Theo Kelchtermans, Mimi Kestelijn-Sierens, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Frans Lozie, Michiel Maertens, Philippe Mahoux, Johan Malcorps, Jean-Pierre Malmendier, Guy Moens, Philippe Monfils, Jacky Morael, Marie Nagy, Clotilde Nyssens, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, Jan Remans, François Roelants du Vivier, Louis Siquet, Gerda Staveaux-Van Steenberge, Jan Steverlynck, Martine Taelman, Erika Thijs, René Thissen, Louis Tobback, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Vincent Van Quickenborne, Iris Van Riet, Wim Verreycken, Paul Wille.

Voordracht van kandidaten voor een mandaat van lid van de Nationale Evaluatiecommissie inzake de toepassing van de wetgeving betreffende de zwangerschapsafbreking (Stuk 2-1239)

Uitslag van de geheime stemming

1. Hoogleraar geneeskunde

2. Geneesheer

3. Hoogleraar in de rechten of advocaat

4. Opvangkringen vrouwen in een noodsituatie

Voordracht van kandidaten voor een mandaat van lid van de Federale Controle- en Evaluatiecommissie inzake de toepassing van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie (Stuk 2-1240)

Uitslag van de geheime stemming

Naam Stemmen

Franstalige kandidaten

Allard André M. 0

Body Jean-Jacques 0

Bouckenaere Dominique 41

Bron Dominique 41

Bury Jean 41

Clumeck Nathan 41

Colla Emmanuel 0

Derriks Elisabeth 0

Desmedt Marianne 0

De Voght Nicole 41

Englert Marc 41

Estienne Nicolas 0

Figa Béatrice 41

Gothot Pierre 41

Hanson Bernard 0

Henry Sabine 0

Herremans Jacqueline 41

Junion Anne 0

Lallemand Roger 41

Leleu Yves-Henri 41

Lossignol Dominique 0

Maassen Philippe 41

Mabrouk Fred Fouad 41

Magnette Gérard 41

Michel Luc 0

Panier Christian 41

Rondal Pierre 0

Schamps Geneviève 0

Vandeville Jacqueline 41

Van Vooren Jean-Paul 0

Nederlandstalige kandidaten

Aubry Chris 0

Bauwens Sabien 41

Bossuyt Inge 0

Broeckaert Bert 0

Callens Stefaan 0

Carly Birgit 0

Custermans Lisette 0

De Bondt Walter 41

Demeyer Rik 0

Distelmans Wim 41

Geldhof Maria-Anna 0

Geuens Arlette 41

Hutsebaut Frank 0

Keirse Emmanuël 0

Keuleneer Fernand 41

Lievens Yolande 0

Magits Michel 41

Marchand Marianne 0

Mathys Raymond 41

Menten Johan 0

Mullie Arsène 0

Nys Herman 0

Proot Luc 41

ter Heerdt Joyce 41

Van Belle Simon 41

Van den Berghe Greta 0

Van den Eynden Bart 41

Van de Vloed Olga 41

Van de Voorde Wim 0

Van Emelen Margaretha 41

Van Houdt Marie-Louise 41

Van Neste Fernand 41

Van Royen Paul 0

Vermylen Jozef 41