1-207

BELGISCHE SENAAT


GEWONE ZITTING 1997-1998
____


BEKNOPT VERSLAG


PLENAIRE VERGADERING

Ochtendvergadering - Dinsdag 14 juli 1998

________



INHOUD




EVALUATIE VAN DE WET VAN 15 DECEMBER 1980 BETREFFENDE DE TOEGANG TOT HET GRONDGEBIED, HET VERBLIJF, DE VESTIGING EN DE VERWIJDERING VAN VREEMDELINGEN
Bespreking. (Sprekers : mevrouw Lizin en mevrouw de Bethune, rapporteurs; mevrouw Cornet d'Elzius, mevrouw Leduc, mevrouw Thijs, mevrouw Merchiers, mevrouw Milquet, de heren Buelens, Daras, Boutmans en Tobback, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken.)





_____________







VOORZITTER : DE HEER MAHOUX,
EERSTE ONDERVOORZITTER


____



De vergadering wordt om 9.10 u. geopend.





EVALUATIE VAN DE WET VAN 15 DECEMBER 1980 BETREFFENDE DE TOEGANG TOT HET GRONDGEBIED, HET VERBLIJF, DE VESTIGING EN DE VERWIJDERING VAN VREEMDELINGEN


Bespreking


Mevrouw Lizin (PS) (in het Frans). - Dit verslag is het resultaat van een werk van lange adem over een zeer ingewikkelde aangelegenheid. De wet van 1980 kan het bestaan van duizenden beÔnvloeden. Aangezien het om een uiterst gevoelig probleem gaat, hebben wij veel voorzorgen moeten nemen. De wet van 1980 is in vijftien jaar tijd een tiental keer gewijzigd. Die wijzigingen hebben geleid tot de wijziging van andere wetten, zoals die op de OCMW's en die op de Raad van State. De wet van 1980 vormde een samenhangend geheel. Sommige juristen hebben zelfs gezegd dat, voor het eerst in honderd vijftig jaar, de voorwaarden voor de aanwezigheid van vreemdelingen in BelgiŽ eindelijk verduidelijkt waren. De wet is alsmaar ingewikkelder geworden voor de juristen, de overheidsdiensten en voor de vreemdelingen zelf. Er is steeds meer gebruik - en soms zelfs misbruik - gemaakt van circulaires, wat ten nadele van de rechtszekerheid gaat. Naar aanleiding van de laatste wijzigingen, die in 1996 zijn aangebracht, heeft de Senaat beslist het dossier naar zich toe te trekken.

Ik zal u nu op basis van de structuur van de wet van 1980 een overzicht geven van de aanbevelingen die in het verslag zijn opgenomen.

Een eerste punt dat wij onder ogen nemen, is de situatie van de vreemdeling die toegang tot het grondgebied krijgt of daarom verzoekt. Het visum zou binnen een termijn van ťťn maand moeten kunnen worden afgegeven, aangezien de huidige technieken dat mogelijk maken. De vervoersmaatschappijen zijn aansprakelik zodra zij een vervoersbewijs hebben afgegeven. Het systeem van ę akkoord en boete Ľ dat voor de vervoersmaatschappijen geldt, is onvoldoende, aangezien in de eerste plaats de Staat verantwoordelijk is voor de opvang van de vreemdelingen. Er mag geen sprake van zijn die opdracht op een verdoken manier aan de privť-sector toe te vertrouwen.

Door de wijzigingen van 1996 is het systeem van de tenlasteneming veralgemeend, hoewel zo'n tenlasteneming vaak zwaar is voor de persoon die de last op zich trekt. Dat systeem moet aan de verschillende soorten verblijf worden aangepast. De gemeenten moeten beter ingelicht worden, aangezien zij de eerste betrokkenen zijn wanneer een probleem rijst.

Wat het centrum voor de opvang van vluchtelingen in de luchthaven betreft, vinden wij dat de betrokkenen gemakkelijker een beroep moeten kunnen doen op personen zoals maatschappelijk assistenten, artsen, advocaten, enz. Wat de terugzending naar een andere Staat betreft, leeft BelgiŽ de Conventie van Dublin perfect na. BelgiŽ zou echter een pioniersrol kunnen spelen door zich te verzetten tegen het terugsturen van een vreemdeling naar een land met een totaal verschillende cultuur. Ik heb zelf kunnen vaststellen dat het bestuur overstelpt is met werk en dan ook niet in staat is alle asielaanvragen correct te onderzoeken.

Wij wensen dus een inspanning op het gebied van voortgezette opleiding, want in de internationale politiek wordt dagelijks geschiedenis geschreven. De dienst vreemdelingenzaken heeft erop gewezen dat hij extra personeel nodig heeft om de in het Senaatsverslag opgesomde taken te vervullen. Ook daar is dus een inspanning vereist. Op het gebied van communicatie zijn sommige infrastructuren verouderd, ontoereikend en zelfs archaÔsch. Aangezien de factor tijd in dit soort procedures een belangrijke rol speelt, kan een gebrekkige doorstroming van informatie de betrokkenen ernstige schade berokkenen. Er is een efficiŽnte interne controle nodig om na te gaan of de doelstellingen worden bereikt. Er moet ook een oplossing worden gevonden in verband met het administratieve statuut van het commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de Staatlozen en om de enorme achterstand van de vaste beroepscommissie weg te werken.

Inzake verblijf zorgt het beroep op het OCMW en het toekennen van sociale hulp voor een fundamenteel probleem. Het OCMW komt slechts in de tweede lijn tussenbeide, na de opvangdiensten. U kunt zich de ongerustheid indenken van de OCMW's die sociale hulp moesten toekennen aan gezinnen zonder zeker te zijn dat de federale Staat die hulp terugbetaalt. Een gewezen minister zei dat de OCMW's hun verantwoordelijkheden op zich moeten nemen. Wij wensen dat het immigratiebeleid federaal blijft, ook al zijn daarvoor meer middelen nodig.

Na de wijzigingen van 1996 kon iemand plots zonder inkomsten vallen, ook al had hij of zij beroep aangetekend tegen de maatregelen tot verwijdering. In zijn arrest van 22 april 1998 besliste het Arbitragehof dat iedereen recht heeft op een effectief beroep, en dat dit beroep niet effectief kan zijn als die persoon geen bestaansmiddelen meer krijgt. Vandaag interpreteren niet alle OCMW's deze beslissing van het Hof echter op dezelfde wijze. Als hun problemen blijven bestaan, zullen wij hen aanraden de Staat te vervolgen wegens niet-terugbetaling.

Het Hof van Cassatie bevestigde dat de administratieve detentie van een vreemdeling kan worden verlengd als hij of zij niet meewerkt aan zijn vertrek. Zoals het Arbitragehof benadrukte, denken wij evenwel dat dit een straf is en een vorm van chantage.

Op het gebied van dringende medische hulpverlening wensen wij betere informatie van alle actoren van de gezondheidszorg. Wij willen ook een wijziging van het nieuwe artikel 77 van de wet van 1980, dat het ę solidariteitsmisdrijf Ľ invoert. Iemand die een illegale vreemdeling helpt kan immers worden gestraft. Bij de Senaat zijn onlangs twee voorstellen ingediend om deze toestand te verhelpen.

De PS wenst geen beleid van regulering gebaseerd op beperkende criteria. Wij hebben een evenwicht gezocht tussen onaanvaardbare willekeur en een soepelheid naargelang van het geval. Met een lijst van criteria is het risico tot uitsluiting immers groter. Wij hebben gepleit voor een coherent beleid dat steunt op een geÔndividualiseerde analyse van elk geval en criteria die enkele grote lijnen omschrijven.

Europees en internationaal wordt gezocht naar een statuut voor tijdelijke bescherming. BelgiŽ werd gevraagd deze regelgeving die bestaat, maar slechts van weinig landen steunt krijgt, te promoten. Het komt erop neer dat aan bepaalde personen een tijdelijk statuut van ťťn jaar wordt toegekend, dat kan worden verlengd, en waardoor ze sociale hulp en een arbeidsvergunning kunnen krijgen. Op deze wijze kan rekening worden gehouden met talrijke personen die, zoals de Kosovaren, niet wensen te blijven, maar naar hun land willen terugkeren als de toestand daar gewijzigd is. Men kan moeilijk iemand die in een onzekere toestand leeft, vragen een document te ondertekenen waarin hij of zij zich verbindt terug te keren op grond van criteria die moeilijk te controleren zijn. Besprekingen voeren met ServiŽ over de terugkeer van Albanese Kosovaren is uiteraard niet de beste oplossing, evenmin als deze Kosovaren naar Duitsland te sturen, dat met ServiŽ een overeenkomst heeft ondertekend die voorziet in de automatische terugzending van de Kosovaren.

De huisvestingscentra zijn in slechte staat. Minister Flahaut poogt daar wat aan te doen. Toch blijft een aanzienlijke inspanning nodig, met name wat de ontspanning, de informatie en de sociale, juridische en medische bijstand betreft.

De termijn gedurende welke de asielzoekers administratief worden vastgehouden moet teruggebracht worden van acht tot vijf maanden. Ondanks de kwade trouw van sommigen lijkt deze verkorting mogelijk via een aanpassing van de wet. Wij hebben een wetsvoorstel in die zin ingediend, maar het zal pas in het zog van deze evaluatie worden behandeld.

Wij zijn altijd van mening geweest dat de wet van 1996 al te bescheiden was, of zelfs gekenmerkt werd door een overdreven klemtoon op het veiligheidsaspect. In het verslag wordt een redelijker duur overwogen, die in overeenstemming is met de mensenrechten maar die niet in strijd is met de dagdagelijkse werkelijkheid, noch met de administratieve praktijk. Via een voluntaristisch beleid kan men komen tot duurzame oplossingen. De regering moet geen moeite sparen, met name wat de vrijwillige terugkeer betreft.

De beslissingsinstrumenten waarover de administratie beschikt, moeten verbeterd worden met het oog op een betere coŲrdinatie en het aanpassen van de procedure.

Vrouwen en minderjarigen zijn bijzonder kwetsbaar. Voor hen moeten er bijzondere opvangformules zijn naar het voorbeeld van het Zwitserse en het Nederlandse systeem.

Uit de praktijk blijkt dat vrouwelijke asielzoekers veel moeite hebben met het procedurele en administratieve arsenaal. Niet alleen zijn ze vaak niet op de hoogte van hun rechten, maar soms laten de omstandigheden waarin ze worden geÔnterviewed, te wensen over.

De conventie betreffende de vluchtelingen moet worden bijgewerkt om rekening te houden met discriminatie op basis van het geslacht.

Met het oog op de totstandbrenging van een echte code van de vreemdeling en zijn rechten in BelgiŽ moet de wetgeving gecoŲrdineerd worden. Een dergelijk beleid vergt een dialoog. Het Centrum voor gelijkheid van kansen kan daarbij een actieve rol spelen. Sedert de oprichting van dit centrum heeft het immers aangetoond wat het nut kan zijn van een onafhankelijk orgaan.

De migratiepolitiek wordt niet alleen bepaald door de federale overheid. De arbeidsvergunning behoort tot de bevoegdheid van de gewesten. Op basis van geregelde openbare en transparante verslagen zou de samenhang van het migratiebeleid, dat de voorbije jaren op chaotische wijze is geŽvolueerd kunnen geŽvalueerd worden.

Uit onze werkzaamheden is gebleken dat de ongerustheid die werd geuit toen de wet van 1996 werd aangenomen, gegrond was. Wij blijven streven naar een meer humane aanpak, meer transparantie en een betere naleving van de mensenrechten, net zoals de betrokken verenigingen.

Ook moeten wij onszelf doen respecteren. Zo bepaalt de rondzendbrief over de verstoting dat deze moet vermeld worden op de documenten van de man en van de vrouw. In de praktijk wordt ze slechts in ťťn richting toegepast.

Als deze aanbevelingen worden toegepast en daarvoor de nodige budgettaire inspanningen worden geleverd en ook voldoende aandacht wordt besteed aan dit onderwerp, zal BelgiŽ een model worden inzake eerbiediging van de mensenrechten. Vooral de vrouwelijke senatoren, gesteund door talrijke mannelijke collega's, zullen tevreden zijn dat zij dit debat in onze maatschappij op gang hebben gebracht.

Mevrouw de Bethune (CVP), verslaggever. - Dit verslag is het resultaat van talrijke bezoeken en vergaderingen en van uitgebreid overleg met de regering.

Ik dank de diensten van de Senaat voor hun medewerking. Toch vraag ik voor de toekomst een betere omkadering om overhaast werk en nachtwerk te voorkomen. Ik dank ook de mensen van het middenveld voor hun medewerking die vroeger nooit gehoor hebben gevonden bij de politici. Het verheugt me dat de commissie voor binnenlandse zaken hun spreekbuis is geworden. Ik dank ook de collega's, de beide ministers van binnenlandse zaken en hun medewerkers voor het constructief gesprek in de schoot van de commissie.

De aanbevelingen uit het rapport zijn met een consensus aanvaard. Dat is niet gebruikelijk in het parlementaire werk. Het is het resultaat van een jaar lang debat waarbij de standpunten naar elkaar zijn toegegroeid.

De aanbevelingen zijn niet de meest vergaande maar zijn een soort minimum programma dat iedereen steunt. De commissie doet dan ook een oproep tot de regering om prioritair werk te maken van de aanbevelingen uit dit rapport. Dat zou liefst nog vůůr het einde van de legislatuur moeten gebeuren.

Vier aspecten lopen doorheen het rapport als een rode draad. Een eerste aspect is de betekenis die wordt gehecht aan de transparantie van het beleid inzake vreemdelingenbeleid en asielrechten. In het rapport wordt aanbevolen om een jaarlijks rapport te maken over de evolutie van het beleid. De commissie hecht eveneens belang aan de dialoog met het middenveld. Hun deskundigheid moet meer gevaloriseerd worden. Een adviesorgaan met vertegenwoordigers van de NGO's moet inspraak krijgen in het beleid.

Een tweede aspect dat voorkomt in het rapport is de nadruk op een humaan beleid.

Het is de bezorgdheid van de commissie om naast een efficiŽnt beleid een humaan beleid te voeren. Dat komt tot uitdrukking in tal van aanbevelingen. Voorbeelden hiervan zijn de exceptie in de OCMW-wet waarin personen die illegaal in ons land verblijven, toch recht hebben op dringende medische verzorging. Dat recht moet volgens de commissie worden uitgebreid tot een aantal basisrechten zoals voeding en onderdak. Een ander voorbeeld zijn de aanbevelingen in verband met een doelgroepenbeleid ten aanzien van minderjarigen, vrouwen en zo meer. Een ander voorbeeld is de aanbeveling omtrent de kwaliteit van de interviewtechnieken en de aanbeveling omtrent de controle op de transporteurs die illegalen repatriŽren.

Een derde aspect dat naar voor komt in het rapport is de waarde die gehecht wordt aan de diensten die instaan voor het beleid. De opdracht van de dienst vreemdelingenzaken is zwaar. Deze dienst beschikt niet steeds over de gepaste middelen om haar opdracht uit te voeren.

Een vierde aspect is de nadruk die werd gelegd op de noodzaak van een geÔntegreerd beleid. Het vreemdelingenbeleid is niet enkel een beleid van de minister van binnenlandse zaken. Het beleid raakt aan tal van bevoegdheden op federaal niveau. Ook een betere samenwerking met de Gemeenschappen is noodzakelijk. Ik denk hier inzonderheid aan het beleid inzake minderjarigen.

Ook met de gemeenten en provincies is een betere samenwerking en communicatie nodig.

De commissie had nog beter werk kunnen verrichten rond regularisatie. Het rapport doet hierover enkel algemene aanbevelingen. Ik betreur dat wij geen concrete aanbevelingen op wetgevend vlak hebben kunnen geven. Na het zomerreces zal het dossier van de regularisatie opnieuw besproken moeten worden.

Er moet dringend werk worden gemaakt van het B-statuut. Dat is het statuut voor vluchtelingen die niet aan de voorwaarden van de vluchtelingenconventie voldoen. In het rapport wordt gepleit voor maatregelen op Europees vlak. Ik steun dit maar toch zullen individuele landen het voortouw moeten nemen. Misschien is hier een taak weggelegd voor BelgiŽ.

Ik hoop dat het rapport een mijlpaal in het democratisch debat mag zijn. In het verleden heeft de overheid vooral nadruk gelegd op het beheersing van de migratiestromen. Dat is inderdaad een belangrijke voorwaarde voor het voeren van een humaan beleid, maar toch is het beleid te veel uitgegroeid tot ontrading met alle negatieve gevolgen vandien.

Op dat punt vormt het rapport een keerpunt en een aanvulling op het tot nu toe gevoerde beleid. Het heeft oog voor de vluchteling als humaan wezen. In de toekomst moeten we erop toezien dat zo'n humaan beleid wordt ingevuld. Maar we moeten nog een stap verder zetten. We moeten een globale visie ontwikkelen op de vreemdelingenproblematiek in een zich snel wijzigende wereld waarin de internationale contacten voortdurend toenemen. We moeten een preventief beleid uitstippelen dat de angsten die deze evoluties opwekken, kan opvangen. Dat punt is niet weerhouden in de commissie. Ik doe dan ook een oproep om dergelijke opdracht toe te vertrouwen aan een onafhankelijke groep. Voor mij kan dat het Centrum voor racismebestrijding zijn. Ik eindig mijn pleidooi dus met een oproep voor een globaal beleid.

Ik ben verheugd over de consensus waarmee dit rapport werd goedgekeurd dat veel aanbevelingen bevat met klemtonen voor een humaan beleid. Dat getuigt niet alleen van respect voor de andere, in dit geval de vluchteling, maar ook van respect voor onszelf, voor het volk en de democratie die we willen zijn. (Applaus.)

Mevrouw Cornet d'Elzius (PRL-FDF) (in het Frans). - Overeenkomstig de verbintenis die onze vergadering had aangegaan, heeft de commissie voor de binnenlandse aangelegenheden van de Senaat zich gedurende vele maanden gebogen over de uitvoering en de werking van de ingevoerde regeling.

De PRL-FDF-fractie stelt met grote genoegdoening dat de Senaat in dezen zijn grondwettelijke rol van reflectiekamer maar ook van voorstellenkamer perfect heeft vervuld.

Inzake de toegang tot het grondgebied stelt de commissie een doorzichtig beleid voor de afgifte van visa voor waarbij de personen met meer respect worden behandeld. Dat veronderstelt dat de beslissingen tot weigering van de toekenning moeten worden gemotiveerd en dat een strikte termijn wordt ingevoerd voor de afgifte van visa.

Zelf heb ik erop aangedrongen dat de voorwaarden en de termijn van de tenlasteneming van de personen die toegang krijgen tot ons grondgebied zouden worden aangepast aan het soort verblijf dat de vreemdeling voor ogen staat.

Wat de asielprocedure betreft, lijkt het mij onontbeerlijk dat de voorwaarden voor de interviews van de asielzoekers in de Dienst Vreemdelingenzaken aanzienlijk worden verbeterd. De interviewers moeten eindelijk een gedegen opleiding krijgen.

Wat het probleem van het verblijf op het Belgische grondgebied betreft, verlangt de commissie een aanzienlijke verbetering van de efficiŽntie van het spreidingsplan van de personen wier asielaanvraag ontvankelijk is verklaard. Voorts moet de vicieuze cirkel van ę geen huisvesting zonder maatschappelijke bijstand, geen maatschappelijke bijstand zonder huisvesting Ľ worden doorbroken.

Ik verheug mij erover dat de commissie een versoepeling voorstelt van de voorwaarden voor de afgifte van de noodzakelijke bestuursdocumenten aan personen die niet voldoen aan de voorwaarden om tot het grondgebied toegang te krijgen maar, bijvoorbeeld, met een Belgische onderdaan willen trouwen.

Voorts vind ik dat op basis van objectieve criteria een samenhangend regularisatiebeleid moet worden uitgewerkt. Dat gezinnen die perfect geÔntegreerd zijn in BelgiŽ wegens een beslissing die soms meer dan vijf jaar op zich heeft laten wachten, uit het land worden gezet, is immers onaanvaardbaar.

De commissie roept de regering uitdrukkelijk op alle nodige maatregelen te treffen opdat de uitgeprocedeerden en de illegalen sociale bijstand en dringende medische verzorging krijgen.

Wij hebben de wens geuit dat een specifiek statuut wordt toegekend aan personen die niet voor de status van politiek vluchteling in aanmerking komen maar die, wegens de vervolgingen waarvan zij het slachtoffer zouden zijn indien zij naar hun land van herkomst terugkeren, niet kunnen worden uitgewezen. Volgens het Verdrag van GenŤve kan de status van politiek vluchteling immers alleen worden toegekend aan personen die door hun plaatselijke overheid worden vervolgd. De bescherming van die status geldt dus niet voor personen die worden bedreigd door terroristische groepen, zoals het FIS in Algerije.

Wat de verwijdering van het grondgebied betreft, moeten de huisvestings- en detentievoorwaarden van personen van wie de verwijderingsprocedure aan de gang is aanzienlijk worden verbeterd.

De overgangsregeling die voorziet in de mogelijkheid van een vasthouding van onbepaalde duur heeft niet tot excessen geleid en is zelfs volledig nutteloos gebleken. De acht maanden van het huidige stelsel lijken evenmin nodig, zodat een maximumduur van vijf maanden kan volstaan, met een uitzonderlijke verlenging van drie maanden in geval de openbare orde bedreigd zou zijn.

Inzake repatriŽring moet alles in het werk worden gesteld om vrijwillige terugkeer aan te moedigen. Bij gedwongen repatriŽring is het onontbeerlijk dat de menselijke waardigheid niet uit het oog wordt verloren.

De PRL-FDF-fractie meent dat het onontbeerlijk is om economische samenwerkingsovereenkomsten te sluiten met de landen van herkomst van migranten die bij ons aankloppen en om op Europees niveau het vreemdelingenbeleid echt te harmoniseren. Wij wensen dat deze procedure in alle stadia wordt aangepast aan de minderjarigen en de vrouwelijke asielzoekers.

De werkzaamheden zijn zeer bevredigend verlopen. Onze fractie keurt deze aanbevelingen dan ook goed. Nu moet alles in het werk worden gesteld opdat ze ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Bij de toepassing ervan moet een voldoende efficiŽnte controle behouden worden om de belangrijke netwerken van mensenhandel te ontmantelen. Onze fractie blijft bijzonder waakzaam in verband met de opvolging door de regering van onze werkzaamheden. (Applaus.)

Mevrouw Leduc (VLD). - Allereerst dank ik mijn collega's verslaggeefsters voor het uitvoerige en degelijke verslag. Ik dank ook de NGO's, verenigingen en diensten die aan de evaluatie meewerkten. Met een goede juridische onderbouw zijn de problemen immers niet opgelost. Een permanente evaluatie en dialoog met het werkveld zijn even imperatief als een goede regelgeving. Ik dank ook de diensten van de minister voor hun constructieve medewerking.

Met deze evaluatie is het werk niet af. Een permanente evaluatie van het vreemdelingenbeleid is essentieel.

De VLD-fractie staat achter de aanbevelingen, met dien verstande dat de fundamentele humanitaire principes, de rechtszekerheid en de internationaalrechterlijke verplichtingen heel belangrijk zijn, maar ook rekening gehouden moet worden met de wetten en de rechten van de Natie.

Wij zijn het eens met de minister dat het verwijderingsbeleid het noodzakelijke sluitstuk moet zijn van een consequent asielbeleid. Daarbij moet evenwel altijd rekening gehouden worden met de menselijke waardigheid. Bovendien vindt de VLD dat de bijkomende voorwaarden gesteld mogen worden aan het verlenen van een verblijfsvergunning. Deze maken het voorwerp uit van een inburgeringscontract.

De vluchtelingeninstanties moeten over voldoende middelen beschikken om de asielaanvragen op korte termijn te kunnen behandelen. Wij zijn blij met de initiatieven die de minister heeft aangekondigd, maar we zullen zijn woorden wel toetsen aan zijn daden.

Een algemene regularisatie van illegaal in het land verblijvende vreemdelingen wijst onze fractie af. Asielzoekers kunnen wel voor een individuele regularisatie in aanmerking komen als zij zich hebben geÔntegreerd en niet ten laste van de samenleving vallen.

Wij zijn het eens met de minister dat de meeste kritiek op de grenscontrole ongegrond is. Niettemin moet streng worden opgetreden tegen misbruiken en moeten de mensenrechtenorganisaties nauw bij dit toezicht worden betrokken.

De werking van de DVZ verdient bijzondere aandacht. Het door de minister aangekondigd vormingsproject juichen wij toe. De VLD-fractie apprecieert de inspanningen van de DVZ en van de minister. Wel moet de duur van de procedures, zowel van de DVZ als van de Vaste beroepscommissie dringend worden aangepast.

De wet van 1 januari 1997 beperkt de rol van de gemeenten tot de legalisatie van de handtekening en het doorgeven van informatie en advies aan de DVZ. De gemeenten zouden in de toekomst ook de solvabiliteit kunnen natrekken. Heeft de minister de gemeenten hierover al geÔnformeerd ?

De zwakkeren en dan de vrouwen en de minderjarigen, moeten meer aandacht krijgen. Vooral vraag ik de aandacht van de minister voor het onderwijs van de kinderen en de niet-begeleide minderjarigen. Zij moeten in het regulier onderwijs kunnen worden opgevangen. Heeft de minister in dit verband al contact gehad met de Vlaamse minister van onderwijs ?

Eťn gespecialiseerde dienst moet zich met de opvang van minderjarigen bezighouden. Tenslotte mag niemand medische zorgen worden ontzegd. Voor mij is essentieel dat mensen, in elke omstandigheden, op een menswaardige wijze behandeld wordt.

Dit geldt, meer nog dan in de dood, voor de levende mensen. Onze bijzondere aandacht moet gaan vooral naar de zwaksten : de kinderen, de jongeren, de vrouwen en zieken. Zij mogen niet uitgewezen worden zolang zij zorgen nodig hebben die in hun land van herkomst niet verstrekt kunnen worden of waarvan ze verstoken moeten blijven.

Ik wens te waarschuwen voor inhumane handelswijzen bij de uitwijzing van vreemdelingen. Duidelijkheid, doorzichtigheid en eenvoudige toepassingsregels zouden het vreemdelingenbeleid moeten kenmerken. Misbruiken moeten worden geweerd. Wij moeten de vreemdelingen als mensen behandelen : dit moet de leidraad zijn bij de toepassing van de wet van 15 december 1980.

De VLD meent dat de toetsing van de wet van fundamenteel belang is. Het verslag wijst op onopgeloste structurele problemen en op misbruiken. Wij gaan akkoord met de conclusies van het verslag. Er is nog heel wat werk voor de regering ! (Applaus.)

Mevrouw Thijs (CVP). - Migratiestromingen zijn moeilijk te beheersen : ze zijn meestal afhankelijk van bepaalde toestanden in bepaalde landen. Het vreemdelingenbeleid kan niet van de rest van het beleid worden geÔsoleerd. De kracht van een goed beleid ligt in de regulerende werking met het doel voorwaarden te creŽren voor de toelating en het verblijf op het grondgebied. Daartoe moeten op alle niveaus, inclusief het Europees niveau afspraken worden gemaakt. We mogen de grenzen niet sluiten voor wie hier werkelijk moet kunnen verblijven.

In december 1996 hebben wij de nieuwe vreemdelingenwet met gemengde gevoelens goedgekeurd. De Senaat mocht immers geen wijzigingen aanbrengen. Ik heb nooit beweerd dat de wet Vande Lanotte onuitvoerbaar was. Een goede wet is echter niet altijd een humane wet.

Teneinde problemen bij de toepassing van de wet te kunnen onderkennen hebben wij in 1996 aangedrongen op een regelmatige evaluatie van de wet. Wij hadden immers bedenkingen bij de menselijke aspecten van de recente wetswijzigingen.

Uiteraard kan niet iedereen toegang krijgen tot ons land. Al wie hier wel komt en de procedure doorloopt, moet echter op een humane behandeling kunnen rekenen.

In sommige gevallen duurt het erg lang voor men een visum krijgt. De weigering wordt niet of slecht gemotiveerd met de vrees dat de aanvrager zich in BelgiŽ zal vestigen. Bovendien kampt de dienst met een personeelsgebrek en een tekort aan middelen.

Een ander probleem is de tenlasteneming. De wet bepaalt dat enkel een natuurlijk persoon borg kan staan. We pleiten derhalve voor een uitbreiding van artikel 3bis tot de rechtspersonen, zoals religieuze instituten en humanitaire organisaties.

De uitgeprocedeerde vreemdelingen die niet naar hun land kunnen of willen terugkeren, zijn de nieuwe vogelvrijverklaarden van onze maatschappij. Daar hun elk recht op sociale hulpverlening wordt ontzegd, geraken ze aan de bedelstaf of proberen ze door kleine criminaliteit of zwartwerk aan hun middelen te komen. Soms worden ze na een tijdelijke opsluiting in een gesloten centrum vrijgelaten, omdat de dienst vreemdelingenzaken geen bestemming voor hen vindt. Ze hebben wel recht op sociale steun indien ze er zich schriftelijk toe verbinden ons land te verlaten wanneer de problemen in het land van bestemming voorbij zijn. Deze mogelijkheid wordt echter weinig gebruikt. Daarom pleiten wij voor een bijkomend beschermingsstatuut. Kan BelgiŽ het voortouw nemen in de Europese Unie ?

Het rapport is niet zeer duidelijk over de asielcentra. Vorige week besliste de regering zonder enig overleg met de plaatselijke autoriteiten een nieuw centrum in Beringen en Sint-Truiden te openen. Staatssecretaris Peeters wijst het overleg af omdat de gemeenten toch niet akkoord zouden gaan. Een betere informatie zou de gemeenten echter wel van mening kunnen doen veranderen. Ook is er een duidelijke visie nodig inzake het spreidingsplan van de asielzoekers.

Ook de regularisatie is een probleem. Doordat er op dit ogenblik geen totaalvisie bestaat op het vlak van het regularisatiebeleid wordt er een beleid ę ŗ la carte Ľ gevoerd. Omdat procedures vaak jarenlang aanslepen, ontstaan menselijke tragedies die wij niet langer kunnen verdragen.

Er dient nog een hele weg te worden afgelegd. De eerste evaluatie is een feit. Dank zij de medewerking van vele organisaties hebben wij waardevolle informatie kunnen omzetten in aanbevelingen. Vanuit onze fractie hopen wij dat de grondige kennis over de asielproblematiek niet zal verloren gaan. De aanbevelingen die wij maakten, moeten worden gebruikt om de vreemdelingenwet humaner te maken. (Applaus.)

Mevrouw Merchiers (SP). - Il wil op mijn beurt mijn waardering en dank uiten aan alle NGO's, maar ook aan de diverse diensten die wij deze evaluatie hun verhaal brachten tijdens de talrijke hoorzittingen. Mijn waardering gaat ook naar de diensten van de Senaat die gedurende tien maanden veel werk hebben verzet om tot een goed gestructureerd verslag te komen.

Voor de SP was deze evaluatie zinvol omdat we tijdens de vele hoorzittingen heel wat relevante informatie kregen.

Voor ons blijft het uitgangspunt van een vreemdelingenwet dat elke mens die legaal is ons land verblijft steeds op dezelfde wijze als alle Belgen moet worden behandeld. Bovendien hebben ook mensen die illegaal in BelgiŽ verblijven in enkele duidelijk omschreven situaties een recht op maatschappelijke dienstverlening, maar dit is dan een tijdelijk recht.

We denken hierbij aan de dringende medische hulp, het leerplichtonderwijs voor de kinderen en sedert de recente uitspraak van het Arbitragehof eveneens een recht op hulpverlening vanwege de OCMW's voor de uitgeprocedeerde asielzoekers die beroep aantekenen bij de Raad van State.

Migratie is al een oud gegeven en vormt op zichzelf geen probleem. Het vertrek uit eigen land kan positieve gevolgen hebben, zowel voor de migrant zelf als voor de ontvangende samenleving, maar migratie kan ook problemen opleveren als de ontvangende samenleving een gering opnamevermogen heeft en er te zeer op schaarse middelen een beroep moet worden gedaan. Bovendien kan de massale migratie van mensen met een andere ethnische of levensbeschouwelijke afkomst leiden tot spanningen in de regio van vestiging.

Migratie ontstaat nog steeds ten dele uit armoede en ten dele uit politieke onrust en conflicten. Zo zijn ook de meeste West-Europese landen netto-immigratielanden geworden.

De grote kloof tussen rijk en arm zal migratie in de hand blijven werken. Tevens brengt de uitbreiding en de profesionalisering van netwerken van mensensmokkel met zich mee dat mensen op illegale wijze het land binnenkomen en de asielprocedure misbruiken.

Het beleid van de afzonderlijke lidstaten van de Europese Unie en de samenwerking binnen deze Unie inzake migratie, was de jongste jaren hoofdzakelijk gericht op de beheersing van de komst van migranten.

Elk land beseft evenwel dat de migratiedruk aanhoudt en dat een beleid dat zich enkel richt op het beheersen van migratie geen oplossing op lange termijn biedt. Daarom pleiten wij voor een vierledige aanpak in de toekomst. Ten eerste moet er aandacht gaan naar preventief optreden. Ten tweede moet het beleidskader voor de opvang van migratie en van vluchtelingen worden versterkt. Ten derde moet het toelatingsbeleid verder worden uitgewerkt. Tenslotte moet het recht van ieder mens om naar zijn land van herkomst terug te keren gevrijwaard worden.

Een preventief optreden betekent een internationaal beleid dat gericht is op duurzame ontwikkelingssamenwerking. BelgiŽ moet samenwerken en overleggen met de herkomstlanden en in bilaterale samenwerkingsprogramma's moet migratie een vast agendapunt worden. Informatie over legale mogelijkheden tot vestiging, verblijf of tewerkstelling moet snel en correct worden gegeven. Illegale migratie en mensenhandel moeten ontmoetigd worden. Wij pleiten ook voor een stimulering van de onderlinge samenwerking tussen de ontwikkelingslanden op het gebied van onderwijs om zo het fenomeen van de braindrain te beperken.

Bij de opvang van migranten ontstaan de meeste problemen bij de opvang van vluchtelingen. De meeste landen hebben zich, door de ondertekening van de Conventie van GenŤve in 1951 over het statuut van de vluchtelingen, en het Protocol van New-York in 1967, geŽngageerd om vluchtelingen die vervolging ontvluchten, tot hun land toe te laten en te beschermen. Daarnaast is het ook de verantwoordelijkheid van de rijkere landen om ontwikkelingslanden bij te staan bij de opvang van massale migratiestromen. Bovendien moeten zogenaamde ontheemden op een speciale vorm van tijdelijke bescherming kunnen rekenen.

In het verslag zijn er bij de aanbevelingen accenten gelegd om tijdens de verschillende fases van de asielprocedure zowel de opvang als de begeleiding van asielzoekers te verbeteren. De SP-fractie onderschrijft de door de commissie goedgekeurde aanbevelingen. Enkele van deze aanbevelingen zijn voor ons prioritair. Ik had deze aanbevelingen overigens vroeger reeds, met collega Lizin, geformuleerd.

De nood aan een specifieke opvang voor niet-begeleide minderjarigen lijkt ons een absolute prioriteit. De opvang van deze groep minderjarigen is niet enkel een zaak van de federale regering maar de gemeenschappen kunnen hierbij een zeer grote rol spelen, vooral inzake begeleiding. Wij hopen dat de gestarte onderhandelingen met de verschillende gemeenschappen zullen uitmonden in een gecoŲrdineerd beleid inzake deze opvang. Uit het antwoord van de minister konden we afleiden dat de regering een specifiek beleid ontwikkelt voor de minderjarigen en dat er projecten op stapel staan om dit beleid nog te verbeteren. Ik denk bijvoorbeeld aan het projet ę Het Achterhuis Ľ in het Klein Kasteeltje. Daarnaast worden minderjarigen ook opgevangen in een specifieke jongerenopvang in het centrum van Kapellen en in het Rode Kruis-centrum te Deinze.

Zeer belangrijk voor minderjarige asielzoekers is dat zij op een goed georganiseerde voogdij kunnen terugvallen. Daarom dringen wij aan op een coherente organisatie van deze voogdij, bij voorkeur vanuit een federaal initiatief.

De eerste opvang van vrouwelijke asielzoekers is een even belangrijke vraag. Het solidariteitsmisdrijf en de vervolgingen in dit kader, zoals ze ondermeer plaats hadden in Brugge, kunnen worden vermeden. Wij dringen er daarom op aan dat ons wetsvoorstel uit juni 1997 tot interpretatie van artikel 77 van de wet van 1996 dringend op de agenda zou worden geplaatst.

Voor andere aanbevelingen die onze bijzondere aandacht verdienen, verwijs ik naar het verslag.

We pleiten voor een goed toelatingsbeleid.

Bij verlenen van asiel mogen de grenzen van rechtvaardigheid en zorgvuldigheid niet voorbij worden gegaan. BelgiŽ heeft de verplichtingen van het Vluchtelingenverdrag onderschreven maar door de toenemende complexiteit van de migratie is de conventie van 1951 gedeeltelijk achterhaald. Een vorm van legale aanwezigheid is echter de enige manier waarop wij bescherming kunnen bieden tegen schendingen van mensenrechten.

Het Europa zonder grenzen moet een gemeenschappelijk en humaan asielbeleid ontwikkelen. Die harmonisering mag niet betekenen dat de mogelijkheden op asiel worden beperkt.

Een gemeenschappelijk asielbeleid moet leiden tot betere afspraken over verdeling en opvang van asielzoekers. Het toekennen van bescherming aan vreemdelingen die buiten hun wil niet kunnen terugkeren en aan vreemdelingen zonder papieren, horen ook elementen van zo'n Europees asielbeleid te zijn.

Een illegaal verblijf geeft geen recht op een verblijfsvergunning. Daartegenover staat dat een strikt toelatingsbeleid steeds weer tot illegaal verblijf blijft leiden. In het dilemma tussen de noodzaak van een duidelijk toelatingsbeleid en de menselijke plicht om aandacht te schenken aan humanitaire noden moet het individuele aspect doorwegen.

De vierde pijler is het recht van elke mens om terug te keren naar het land van herkomst. Elk land dat zijn toelatingsbeleid serieus neemt, ontkomt niet aan de noodzaak om mensen zonodig te dwingen het land te verlaten.

Als het asielverzoek definitief is afgewezen, moet de asielzoeker BelgiŽ bij voorkeur vrijwillig of anders onder begeleiding verlaten.

BelgiŽ voert een vrij goed beleid inzake de beperkte duur van detentie van illegalen. De gemiddelde duur bedroeg in 1997 slechts vijfenveertig dagen. Het moet mogelijk zijn om de maximale duur van vasthouding nog te verminderen. Daarom diende ik mee een voorstel in om een maximum van vijf maanden in te stellen. Bovendien willen we een toezichtscommissie voor de gesloten centra creŽren. De deelname van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding is hiervoor aangewezen. Dat zal het beleid in de centra transparanter maken. BelgiŽ is terzake trouwens zeker niet het strengste land in Europa. In Duitsland kan een illegaal voor ťťn jaar worden vastgehouden en in vele andere Europese landen is de vasthouding onbeperkt.

Er zijn nog verschillende voorstellen geformuleerd, zoals een betere communicatie tussen de diensten van het vreemdelingenbeleid en een ruimer aanbod aan vormingspakketten voor het personeel van de Dienst Vreemdelingenzaken en het Commissariaat-Generaal. Via een adviesraad voor vreemdelingen kan de maatschappelijke dialoog worden bevorderd en een jaarlijkse verslaggeving aan het Parlement moet de transparantie van het beleid garanderen en de Senaatscommissie in staat stellen het beleid bij te sturen.

De SP blijft voorstander van een genuanceerd en humaan migratiebeleid dat duidelijke beslissingen neemt.

Wij willen gecontroleerde grenzen en een duidelijke verantwoordelijkheid voor elke nieuwkomer die de toelating kreeg in BelgiŽ te wonen. De verantwoordelijke diensten moeten bewust beslissen wie wordt toegelaten.

Deze vluchtelingen zijn samen met mensen die via gezinshereniging en gezinsvorming naar ons land komen welkom.

Voor de SP moet het altijd zo blijven dat elke mens die illegaal in BelgiŽ verblijft op dezelfde wijze als alle Belgen wordt behandeld. (Applaus.)

Mevrouw Milquet (PSC) (in het Frans). - In zijn openingstoespraak meende de voorzitter van de Senaat dat ťťn van de belangrijkste taken van onze assemblee de evaluatie van de wetteksten moest zijn. De werkzaamheden van de commissie mondden uit op een algemene bezinning. Ik hoop dat wij in de toekomst op deze wijze kunnen blijven werken. Daarvoor hebben wij extra logistieke middelen en personeel nodig.

De Senaat heeft enigszins de politieke controle op de regering verloren; ik denk dan ook dat hij de werking van de Staat beter moet kunnen evalueren. Ik hoop dat wij naar aanleiding van onze werkzaamheden in verband met de hervorming van de politiediensten en in de commissie voor de binnenlandse aangelegenheden in de volgende regeerperiode een debat kunnen hebben over de rol van de Senaat. Wij hebben een zaak ten gronde gekozen, die niet noodzakelijk actueel is, maar toch van fundamenteel belang is voor onze democratie. Ik leg de nadruk op onze methodologische aanpak. Wij wilden ons niet afzonderen, maar luisteren naar de burger en gaan kijken op het terrein.

Ik hoop dat wij in de toekomst dezelfde methodologie zullen gebruiken om aangelegenheden ten gronde te evalueren. De politieke keuze die wij in commissie hebben gemaakt om onze aanbevelingen te formuleren, is eveneens zeer belangrijk.

Wij hebben geopteerd voor een verantwoordelijke en pragmatische oplossing door redelijke aanbevelingen te formuleren en willen dat de regering onze aanbevelingen maximaal toepast.

Eťn van de essentiŽle aanbevelingen betreft de regularisatie om humanitaire redenen. De wet van 1980 geeft immers een te ruime appreciatievrijheid aan de administratie.

De commissie beveelt de oprichting aan, binnen de Dienst Vreemdelingenzaken, van een speciale cel belast met het onderzoek van de aanvragen tot regularisatie. Wij vinden dat men verder moet gaan en een verblijfscommissie moet oprichten, bestaande uit een magistraat, een advocaat en een vertegenwoordiger van het Centrum voor gelijkheid van kansen, die een gemotiveerd advies moeten verlenen aan de minister. Ook moeten objectieve criteria voor de appreciatie van de aanvragen tot regularisatie worden vastgelegd. Ik heb een wetsvoorstel in die zin ingediend. Het doorslaggevende en belangrijkste criterium is dat van de abnormaal lange duur van de procedure.

De goed geÔntegreerde asielzoekers die noodgedwongen gedurende een lange termijn een definitieve beslissing van de administratie moeten afwachten, moeten snel kunnen worden geregulariseerd.

De ministeriŽle rondzendbrief over de vreemdelingen die niet verwijderd kunnen worden, regelt alleen de procedure volgens welke een vreemdeling die het bevel gekregen heeft het grondgebied te verlaten, dit bevel kan laten schorsen. Wie niet naar zijn land durft terug te keren omdat hij vreest voor zijn leven, moet een voorlopig asiel krijgen met de toestemming om de werken en de toekenning van sociale bijstand.

De commisie stelt ook dat het recht op dringende medische bijstand moet worden aangevuld met een recht op voeding en in voorkomend geval, op huisvesting. Bovendien moet de sociale uitkering behouden blijven wanneer een beroep tot schorsing is ingediend bij de Raad van State of een aanvraag tot regularisatie. De meeste OCMW's voldoen niet aan de noden van een asielzoeker die, wanneer hij een woning zoekt, eerst een huurwaarborg en een maand huurgeld moet storten. De OCMW's die dat zouden doen, zouden in dat geval van de Staat geen subsidie krijgen. De asielzoekers van wie de aanvraag ontvankelijk werd verklaard, moeten dus een startpremie kunnen krijgen.

De Senaat heeft zich vroeger al beziggehouden met het probleem van de opvang van niet vergezelde minderjarige vreemdelingen.

Voor de asielaanvragen van minderjarigen bestaat geen specifieke reglementering. Er moet een procedure worden ingevoerd waarbij de psychische kwetsbaarheid van de kinderen in aanmerking wordt genomen. De voogdij over de niet-vergezelde minderjarigen is aan de OCMW's toevertrouwd maar die opdracht wordt slechts op marginale wijze vervuld. Die voogdij is door geen enkel samenhangend systeem geregeld. Dat leidt tot een juridische onzekerheid die de trauma's van de kinderen vergroot en elk educatief of pedagogisch project op de helling zet. Er moet dan ook een bureau worden opgericht dat de voogdij van niet-vergezelde minderjarigen op zich neemt. Daarnaast stelt de commissie voor de mogelijkheid om minderjarigen op te sluiten te beperken tot uitzonderlijke omstandigheden en tot een zo kort mogelijke termijn.

BelgiŽ is van de Europese landen met de langste detentietermijnen. Bovendien is het nutteloos die termijn te verlengen wanneer de vreemdelingen niet kunnen worden uitgewezen. Het Arbitragehof heeft onderstreept dat de enige reden voor de detentie het doel is dat daarmee wordt nagestreefd, namelijk de verwijdering van het grondgebied. In dit verband moet men over exacte gegevens kunnen beschikken, moet de detentietermijn tot maximaal vijf maanden worden beperkt en moet het mogelijk zijn beroep in te stellen. Voorts moeten de algemene detentievoorwaarden worden verbeterd.

De organisaties die door de commissie gehoord werden, pleiten vooral voor een humanere verwijderingsprocedure. Vrijwillige terugkeer verdient de voorkeur boven gedwongen repatriŽring.

Men moet asielzoekers die niet gemachtigd werden om in ons land te verblijven ertoe aanzetten vrijwillig terug te keren. Het programma dat de regering in samenwerking met de internationale organisatie voor immigratie heeft opgezet, werkt goed maar er zouden ook andere initiatieven moeten worden genomen. De commissie stelt bovendien voor het bedrag van terugkeerpremie op te trekken.

De commissie pleit voor een rechtvaardiger, humaner en doorzichter beleid. Ik kan mij alleen aansluiten bij de aanbeveling waarin aan de Raad van State wordt gevraagd om vůůr het jaar 2000 een nieuwe coŲrdinatie uit te werken van die wet, die te ingewikkeld is geworden en moeilijk toegankelijk is voor al degenen die met de toepassing ervan zijn belast.

Overigens is het onontbeerlijk dat de ministeriŽle circulaires terzake gepubliceerd worden. Men dient zich trouwens vragen te stellen bij het steeds veelvuldiger gebruik van circulaires. Een humaner beleid vergt onder meer een specifieke opleiding van alle ambtenaren die met de problemen van de vreemdelingen worden geconfronteerd.

Om de sociale dialoog te bevorderen moet de Adviesraad voor de vreemdelingen het nationaal orgaan worden waar de burgermaatschappij en de openbare overheid over het beleid inzake immigratie overleg plegen.

Ik vraag mij trouwens af of er geen commissie moet worden opgericht die met de algemene hervorming van de procedure kan worden belast.

Tenslotte zou ik alle leden van de commissie willen bedanken. Ik verheug mij erover dat wij deze wet hebben kunnen evalueren en dat de aanbevelingen eenparig werden aangenomen. Dit debat mag echter geen eindpunt zijn van de evaluatie. (Applaus.)

De heer Buelens (Vlaams Blok). - Ik heb het verslag inderdaad goedgekeurd, maar wens mij toch te distanciŽren van de aanbevelingen die erin opgenomen zijn.

Bij de goedkeuring van dit ontwerp in 1996 verklaarde de minister van buitenlandse zaken dat hij geen bezwaar had tegen een eventuele stijging van het aantal asielzoekers. Wij bekleedden toen de derde of vierde plaats in Europa. Na de evaluatie vinden vooral onze vrouwelijke collega's dat de procedure nog vlotter zou moeten verlopen. Dit zette de minister aan tot de verklaring dat na alle procedures te hebben uitgeprobeerd sommige asielzoekers toch nog op een gunstig advies rekenden.

De enorme bevolkingsexplosie in de Derde-Wereldlanden is de belangrijkste reden voor het stijgend aantal vluchtelingen. In ons land steeg het aantal van 2 723 in 1980 naar 26 464 in 1993. Daarvan zijn 80 ŗ 90 % economische vluchtelingen. Velen organiseren een perfiede mensenhandel.

Schijnhuwelijken zijn schering en inslag geworden. De opstootjes zijn al niet meer beperkt tot grootsteden.

Toch dringt het rapport aan op de verwijdering van al wie niet gerechtigd is om in ons land te verblijven. Waarom werd het recente voorstel van onze fractieleider dan verworpen ? De beursstudenten zouden ook strenger moeten worden aangepakt. Zij doen er beter aan hun opgedane kennis ten dienste van hun eigen volk te gebruiken. Asielzoekers die blijk geven van enige wil tot integratie moeten wel een kans krijgen.

Enkel in gesloten centra kan men het onderscheid maken tussen echte politieke vluchtelingen en gelukzoekers, tussen hen die misleid werden en terroristen. Bij een te laks beleid wordt de echte asielzoeker de dupe van bedriegers. Niet-Europese vreemdelingen zouden beter in hun buurlanden worden opgevangen.

Zij leunen dichter aan bij de cultuur en levenswijze van de betrokkenen. De reÔntegratie zou dan ook minder kosten. De multiculturele droom van sommigen is een utopie.

Het Vlaams Blok blijft pleiten voor een humane, sociale en financieel begeleide terugkeer van het merendeel der niet-Europese hier verblijvende vreemdelingen. Wij blijven protesteren tegen de leugenachtige aantijging van de zogenoemde politiek correcten. Als volksnationalisten hebben wij respect voor de eigenheid en de waardigheid van elk volk. Het Vlaams Blok keurt daarom elke gedwongen integratie af. Wij zullen, zoals het in de menselijke natuur ligt, blijven zorgen voor eigen volk eerst. (Applaus bij het Vlaams Blok.)

De heer Daras (Ecolo) (in het Frans). - Ik apprecieer de werkzaamheden van de commissie. Soortgelijke initiatieven zouden een gewoonte moeten worden. Er wordt te zelden een evaluatie van een wetgeving gemaakt. Het parlement moet daartoe uiteraard over de nodige middelen beschikken.

Na de evaluatie komen de conclusies. Wij gaan akkoord met de meeste aanbevelingen van het verslag. Ik betreur echter dat in de commissie teveel naar een consensus wordt gezocht over soortgelijke aangelegenheden. Dat is onvoldoende. We moeten kunnen omgaan met uiteenlopende opvattingen. Er is kennelijk een kloof tussen de kwaliteit van de verslagen en de schuchtere conclusies.

De verbetering van de wet is onze verantwoordelijkheid. Wij hebben voorstellen ingediend. Ik hoop dat ze snel worden aangenomen. Ik denk in het bijzonder aan artikel 77 en het solidariteitsmisdrijf.

De regularisatie ligt ons nauw aan het hart. Men kan veronderstellen dat in ons land tienduizenden illegalen verblijven. De meesten verstoppen zich zelfs niet. Anderen verblijven hier al lange tijd. Als men ze wil uitwijzen, komt de bevolking voor hen op.

Alle illegalen terugsturen, zoals het Vlaams Blok wil, kan eenvoudig lijken, maar is in ieder geval geen oplossing.

Regularisatie is een belangrijk probleem. Een democratie lijdt geen gezichtsverlies als ze een wet wijzigt die niet wordt nageleefd door tienduizenden personen. Men moet een humane oplossing zoeken in plaats van te doen alsof men de wet toepast.

Wij mogen niet aanvaarden dat in BelgiŽ mensen leven die administratief niet bestaan. Wij weten dat ze er zijn, dat hun kinderen naar school gaan, en dat ze vaak zwartwerk doen. En plots worden sommigen uitgewezen, blijkbaar op willekeurige wijze. Wij worden niet overspoeld door clandestienen. Zij hebben niet veel baat bij de huidige situatie, in tegenstelling tot de personen die ze uitbuiten.

Zij moeten worden geregulariseerd op basis van regels en niet door een willekeurige ministeriŽle oplossing.

In Frankrijk hebben 150 000 clandestiene illegalen een regularisatie gevraagd. Ongeveer 50 % onder hen heeft ze gekregen. Dat is weinig, maar beter dan in BelgiŽ.

Wij zullen een nieuw debat aangaan over dit probleem van de criteria, althans als de meerderheid dit toelaat.

Het statuut van collectieve tijdelijke opvang waarin de aanbeveling voorziet, zou op Europees niveau moeten worden aangenomen. Als Europa aarzelt, moet BelgiŽ zijn verantwoordelijkheid op zich nemen en zich niet verschuilen achter Europese moeilijkheden. Een specifiek statuut voor een bevolking in moeilijkheden is mogelijk naar het voorbeeld van wat gedaan is voor de vluchtelingen van ex-JoegoslaviŽ en voor de Vietnamese boat people.

Een hoofdstuk van de aanbevelingen is voor Ecolo bijzonder moeilijk te aanvaarden. Het betreft de gesloten centra en de vasthoudingsduur in die centra. Die ę gesloten centra Ľ zijn in feite gevangenissen met prikkeldraad en cellen. Daar worden mensen in vastgehouden die geen ander misdrijf hebben begaan dan illegaal op het grondgebied te verblijven. Drie- of vierhonderd van hen worden vastgehouden terwijl er tienduizenden clandestiene illegalen zijn. Waarom de ene wel en de andere niet ? In Frankrijk wordt heftig gediscussieerd over de verlenging van de vasthouding van tien tot twaalf dagen. Bij ons blijft het acht maanden. Het is onaanvaardbaar en nutteloos. Ofwel moeten de vastgehouden personen gerepatrieerd worden en is er geen reden om ze acht maanden te laten wachten; ofwel kunnen ze het land niet uitgezet worden en heeft het vasthouden geen zin.

Dat hoofdstuk kunnen wij moeilijk aanvaarden en ik weet nog niet hoe Ecolo donderdag zal stemmen.

Het is niet populair om de niet-Belgen te verdedigen. Wij wijzen erop dat er in BelgiŽ weinig asielzoekers zijn. In Afrika zijn er miljoenen mensen die zich in afgrijselijke omstandigheden van het ene land naar het andere begeven.

Wij moeten dus een serener, democratischer en opener beleid voeren. Ik weet dat een democratische partij, als ze zich aan de kiezer voorstelt, een standpunt moet innemen waarbij ze naar een evenwicht zoekt tussen politieke moed en de wil om niet in te gaan tegen hen die gewoonlijk voor haar stemmen. Alle democratische partijen worden hiermee geconfronteerd. Sommige zaken zijn niet echt populair, zoals de verdediging van asielzoekers en niet-Belgen. Misschien moeten wij vandaag blijk geven van de nodige politieke moed die onze democratie siert. (Applaus van de meeste leden.)

De heer Boutmans (Agalev). - Ik feliciteer de rapporteurs voor hun uitstekend verslag en de commissieleden voor de nuttige evaluatie die werd gemaakt van een belangrijke wetgeving.

Het immigratiebeleid is haast uitsluitend gericht op de inperking van de immigratie. Daarom moeten de toelatingsmogelijkheden worden beperkt, wordt de uitwijzing vergemakkelijkt en wordt het verblijf van asielzoekers bemoeilijkt. Dit indammingsbeleid vormt geen antwoord op de oorzaken van de migratie waaronder de triomf van ťťn wereldbeeld, oorlog, armoede en dictatuur. De Conventie van GenŤve en de gezinshereniging zijn de enige kansen op immigratie geworden en het is dan ook niet toevallig dat zij onder druk staan. Enerzijds bestaat er een afwending van de rechten en anderzijds een druk op de regeringen om de Conventie uit te hollen. Sommigen willen nog verder gaan en beogen een waterdichte immigratiestop. Uiteindelijk komt dat neer op totalitaire maatregelen. Wat is trouwens het verschil tussen een absolute emigratiestop, zoals die tot voor kort in Oost-Europa werd gehanteerd, en een absolute immigratiestop ? Er zullen dan ook altijd humane en realistische correcties nodig zijn.

Het Europees beleid veroorzaakt veel onnodig leed, ook bij ongewijzigd beleid. Opsluiting, terwijl men weet dat mensen niet terug kunnen, is niet efficiŽnt. Toch zijn er in de praktijk weinig repatriŽringen. De verwijdering van het grondgebied gebeurt vaak met fysiek geweld. Het jongste jaarrapport van de Commissie voor de Preventie tegen Folteringen bevestigt dat.

Controle daarop bestaat echter niet en de waarheid is dan ook niet gekend. Er zijn ook de lange wachttermijnen voor visa om familieleden of vrienden te laten overkomen. Er is het terugsturen na een huwelijk, wat kan worden omschreven als een bureaucratische pesterij. Ik betreur trouwens dat hierover slechts een zwakke aanbeveling werd aangenomen. Huwen is een mensenrecht. Ook het recht op medische opvang moet opnieuw mogelijk worden gemaakt. Ik verwijs hier naar een arrest van het Arbitragehof en een advies van het Raadgevend Comitť voor de Bio-ethiek. De reden vooral die maatregelen is steeds het hoger staatsbelang. Maar wat is daaraan rechtvaardiger dan aan de talrijke mensenrechtenschendingen in andere landen, die eveneens het hoger staatsbelang inroepen.

Een humaan asielbeleid moet dus meer mogelijkheden scheppen om mensen op te vangen. Dit impiceert het uitbouwen van een ontheemden- of B-statuut. Ook een echte, eenmalige collectieve regularisatie op grond van de duur van het verblijf is noodzakelijk. Er bestaat een voorstel om dit mogelijk te maken na tien jaar verblijf en na vijf jaar zou er reeds een principieel recht ontstaan. We moeten daarnaast toezien op de toepassing van de bestaande wet. Er moet controle komen op de Dienst vreemdelingenzaken, met name op de kwaliteit van het eerste verhoor. Daarover bestaan, net zoals in Nederland, heel wat klachten. Er bestaat geen toetsingsmogelijkheid over de gegrondheid van die klachten maar dit rechtvaardigt scepsis over het staatsbelang.

Over het algemeen kan ik de aanbevelingen van de commissie bijtreden. Zij zijn onvoldoende en onvolledig maar hun implementatie zou al een belangrijke stap in de goede richting zijn. Wel is de inperking van de maximale detentieperiode van acht maanden tot vijf maanden zwaar beneden dat wat mag worden verwacht. Eťn van de belangrijkste aspecten voor de toekomst blijft de politieke evaluatie van deze wetgeving. (Applaus.)



(Voorzitter : de heer Moens.)


De heer Tobback, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken. - Ik werd in het debat betrokken op het ogenblik dat men aan de aanbevelingen toe was. Ik zal me niet over elk onderdeel van de aanbevelingen uitspreken. Aan de hand van het rapport zal ik een verslag opstellen en dit in de herfst aan de regering voorleggen. De regering zal ook ten aanzien van de parlementaire initiatieven haar standpunt bepalen.

Mijn voorganger heeft ingestemd met een jaarlijkse evaluatie. Het parlement kan hiervoor op de medewerking van de regering rekenen.

Het beleid evolueert, vooral omdat de omstandigheden op het terrein bijzonder snel veranderen. In de jaren '80 discussieerden we over 2 000 asielaanvragen per jaar. Toen we tien jaar later met hetzelfde of een geÔmproviseerd instrumentarium, 30 000 asielaanvragen wilden onderzoeken, is het misgelopen. We hebben sinds 1992 gepoogd het probleem te beheersen. Ik aanvaard de pejoratieve bijklank niet die hieraan soms wordt gegeven. De overheid moet een evolutie beheren en beheersen, niet ondergaan. Zoniet geeft zij ruimte aan xenofobie en angstreflexen. Een maatschappij moet functioneren op basis van legaal aanwezige mensen. Als zij functioneert op basis van illegaliteit, loopt het mis. Als men wil komen tot integratie en aanvaarding moet dat gebeuren in orde.

Ik wens consequent te blijven en wil noch in het Nederlands, noch in het Frans situatie terecht komen. In het regeerakkoord dat in Nederland nu in de maak is, wil men de asielprocedure bijzonder streng maken.



(Verder in het Frans.)

Ik stel overigens vast dat het beleid dat momenteel in Frankrijk wordt gevoerd niet overeenstemt met wat men verwacht had. Geconfronteerd met de dagdagelijkse werkelijkheid is men anders te werk gegaan dan wat eergisteren nog mogelijk werd geacht. Persoonlijk wil ik een duidelijke lijn volgen en niet van koers veranderen.



(Verder in het Nederlands.)

Ik heb vastgesteld dat er soms sprake is van begripsvervuiling.



(Verder in het Frans.)

De heer Daras zegt dat een gesloten centrum een gevangenis is. Dan weet hij niet waar wij vandaan komen. Als er geen gesloten centra meer zijn, blijven nog alleen de gevangenissen over. Die situatie bestond tot in het begin van de jaren '90. De gesloten centra zijn opgericht omdat er in de gevangenissen niet meer voldoende plaats was. Ik ken trouwens geen enkele gevangenis waarin men met het heel gezin kan verblijven en waar men elke dag buiten mag.

De personen die zich in een gesloten centrum bevinden werd al minstens driemaal gevraagd het grondgebied te verlaten, maar ze weigerden te vertrekken. In ons land is het niet de minister die het statuut van asielzoeker toekent. Die beslissing komt in eerste instantie toe aan de dienst vreemdelingenzaken, die afhangt van de minister. De beslissing van de commissaris-generaal wordt volledig onafhankelijk genomen en de vaste commissies worden beschouwd als onafhankelijke rechtscolleges.

In de gesloten centra bevinden zich personen die na twee procedures, geleid door onafhankelijke instellingen, niet als asielzoeker worden beschouwd. Deze werkwijze is uniek in Europa.



(Verder in het Nederlands.)

Waarom moet een rechtstreeks beroep op de minister mogelijk blijven nadat twee onafhankelijke instanties de asielzoeker hebben uitgeprocedeerd ? Artikel 9, 3į gaat uit van bijzondere omstandigheden die dit beroep eventueel zouden kunnen rechtvaardigen. Jammer genoeg roepen sommige advocaten systematisch dit artikel in om hun cliŽnt zes maanden later te laten genieten van sociale uitkeringen. Het is schandelijk dat de Orde van de Advocaten tegen het misbruik van deze bepaling niet optreedt. Ik ga ermee akkoord dat asielzoekers moeten worden geregulariseerd indien de lange wachttijd veroorzaakt is door de overheid. Indien de betrokkenen zelf alle mogelijke spitsvondigheden gebruikt om zolang mogelijk in ons land te kunnen verblijven, dan ben ik niet voor de regularisatie.

Ik zal geen initiatief nemen voor de regularisatie. Ik kan de wetgever uiteraard niet beletten dit wel te doen. Het is vrijwel onmogelijk het eens te worden over niet arbitraire en eerlijke criteria. Ik ben niet tegen individuele regularisatie, maar wel tegen een algemene. Het aantrekkingseffect van dergelijke maatregel zal enorm zijn. De multiculturele maatschappij die er onvermijdelijk komt, zal niet op basis van anarchie maar wel op basis van orde worden opgebouwd.

Een eventueel B-statuut kan slechts tijdelijk zijn en in verhouding tot de gebeurtenissen in het betrokken land. Europees overleg is terzake noodzakelijk.

Een omzendbrief aan de OCMW's in verband met het arrest van het Arbitragehof is noodzakelijk. Herhaaldelijk wordt verwezen naar ťťn enkele bepaling in het arrest van het Arbitragehof, maar men vergeet dat een achttal andere punten werden afgewezen. Door het arrest kan ik als minister nog wel iemand op het vliegtuig zetten maar kan ik evenzeer hen verdere steun laten genieten. In overleg met de ministers van onderwijs werd er gezorgd voor onderwijs voor de kinderen van illegalen. Men weigert toch ook geen geneeskundige verzorging aan om het even wie die zich in BelgiŽ bevindt.

De discussie over het asielbeleid mist enige inname. Ik vraag mevrouw Thys me een lijst te bezorgen van gemeenten die na grondige informatie akkoord zouden gaan met de opening van een asielcentrum op hun grondgebied. Als die er zijn kan de beslissing om in Bevingen een centrum voor 350 personen op te richten nog worden afgeblazen.

Mijn ervaring leert dat, eens de vluchtelingen in een gemeente aanwezig zijn, dit goed loopt en er zelfs een goede relatie ontstaat met de bevolking.

Er is dus een algemeen beleid noodzakelijk. Als men echter iemand in het wit van de ogen moet kijken, heeft men niet de moed om te zeggen dat die persoon weg moet. Op basis van emoties kan men geen algemeen beleid voeren.

De meesten willen geen open grenzen. Er zijn er ook die consequent zijn en voorstander zijn van open grenzen, maar dat zou tot een volksopstand leiden. Diegenen die geen open grenzen willen moeten aanvaarden dat er algemene regels zijn en dat die regels moeten worden gerespecteerd, desnoods met gesloten centra. Bij de discussie in 1996 heeft het me getroffen dat men op basis van individuele gevallen een minister onmenselijkheid verwijt.

De Dienst vreemdelingenzaken heeft in een periode van ongeveer vijf jaar een verviervoudiging van personeel gekend. Er is veel geÔnvesteerd in opleiding en recrutering. Er heerste een enorme achterstand. Op de Dienst vreemdelingenzaken heeft men te maken met een enorm personeelsverloop. De personeelsleden worden er geconfronteerd met de miserie van heel de wereld maar ook met de kwade trouw van heel de wereld. De buitenstaanders geven de Dienst vreemdelingenzaken steeds ongelijk. Er is heel lange opleiding en ervaring nodig om in dossiers het bedrog van de werkelijkheid te onderscheiden.

De Dienst vreemdelingenzaken moet functioneren in zeer ondankbare omstandigheden. Dat de lijnen voortdurend bezet zijn heeft niets te maken met een personeelstekort maar met het feit dat mensen voortdurend tussenbeide komen in individuele zaken. Ik geef enkele voorbeelden van de moeilijke omstandigheden waarin de Dienst moet werken. Voor het verlenen van een visum aan Russen moet men voorzichtig zijn omwille van de Russische maffia, maar terzelfdertijd krijgt men kritiek als men een Rus niet onmiddellijk een visum geeft. Hetzelfde geldt voor de Chinezen. Men zou ook aan alle Rwandezen een B-statuut moeten geven maar terzelfdertijd moet men er voor zorgen dat er geen asiel wordt verleend aan oorlogsmisdadigers. Ik heb dus besloten een lijn te trekken en me aan die lijn te houden. (Applaus.)

- De bespreking is gesloten.

- Over de aanbevelingen zal later worden gestemd.

- De vergadering wordt om 13 uur gesloten.

- Morgen, woensdag 15 juli, om 9, 14 en 19.30 uur openbare vergaderingen.





BERICHTEN VAN VERHINDERING



De heren Urbain, met opdracht in het buitenland, en Foret, wegens beroepsplichten.





Het Beknopt Verslag geeft een samenvatting van de debatten


Het volledig verslag verschijnt in de Parlementaire Handelingen