2-1

2-1

Belgische Senaat

Buitengewone Zitting 1999

Plenaire vergaderingen

Donderdag 1 juli 1999

Openingsvergadering

Beknopt Verslag

Inhoudsopgave

Opening van de buitengewone zitting 1999

Samenstelling van de commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven

Voorstel van de voorzitter

Verslag van het college van deskundigen belast met de controle van de geautomatiseerde stemmingen en stemopneming

Geldigverklaring van geloofsbrieven en eedaflegging

Overlijden van een oud-senator

Ontslag en benoeming van regeringsleden

Regeling van de werkzaamheden

Voorzitter: de heer Louis Tobback

(De vergadering wordt geopend om 14.05 uur.)

Opening van de buitengewone zitting 1999

De voorzitter. - De vergadering is geopend.

Overeenkomstig artikel 1 van het reglement moet ik de heer Vincent Van Quickenborne en mevrouw Gerda Staveaux-Van Steenberge, die als jongste leden van de Vergadering met mij het voorlopig bureau vormen, vragen naast mij plaats te nemen.

De Senaat vergadert heden, overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 4 mei 1999 houdende bijeenroeping van de kiescolleges voor de federale wetgevende Kamers, het Europees Parlement en de Gemeenschaps- en Gewestraden, en bijeenroeping van de nieuwe federale Kamers.

Ik verklaar de buitengewone zitting 1999 voor geopend.

Samenstelling van de commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven

De voorzitter. - Overeenkomstig artikel 2 van het reglement, vormen de zeven oudste leden in jaren, gekozen door het kiezerskorps de commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven.

Het zijn de heren Roland Raes, Guy Moens, Philippe Monfils en Philippe Moureaux, mevrouw Jeannine Leduc, de heer Josy Dubié en ikzelf.

Voorstel van de voorzitter

De voorzitter. - Bij de Senaat zijn dossiers aanhangig betreffende de verkiezing van de senatoren en van de senatoren-opvolgers gekozen door het kiezerskorps op 13 juni 1999.

Overeenkomstig artikel 2 van het Reglement, stel ik u voor, deze dossiers voor onderzoek te verzenden naar de commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven, die verslag over die verkiezing moet uitbrengen.

Bij het Bureau is een bezwaarschrift ingekomen van de heer Materne, die de vernietiging van de stemming van 13 juni 1999 vraagt, evenals van de resultaten.

Bij het Bureau is eveneens een bezwaarschrift ingekomen van de heren Michel, Mommaerts, Kisters en Vandersmissen, die de vernietiging vragen van de verkiezingen voor het Europees Parlement, de Senaat, de Brusselse Gewestraad, de Waalse Gewestraad en de Vlaamse Raad.

Ik verzoek de leden van de commissie onmiddellijk te vergaderen in de zaal van de Quaestuur ten einde zich te constitueren en vervolgens tot het onderzoek der dossiers over te gaan.

Ik stel u voor de vergadering te schorsen totdat de commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven haar werkzaamheden zal hebben beëindigd. (Instemming)

(De vergadering wordt geschorst om 14.10 uur en hervat om 14.35 uur.)

Verslag van het college van deskundigen belast met de controle van de geautomatiseerde stemmingen en stemopneming

De voorzitter. - Met toepassing van de wet van 18 december 1998 tot organisatie van de geautomatiseerde stemopneming door middel van een systeem voor optische lezing en tot wijziging van de wet van 11 april 1994 tot organisatie van de geautomatiseerde stemming, heeft de Senaat, zoals de andere assemblees, twee deskundigen aangewezen. Dat gebeurde op 11 maart jongst leden. Wij zijn in het bezit van het verslag van het college van deskundigen, verslag dat wordt voorgeschreven door bovengenoemde wet; de commissie voor het onderzoek van de geloofsbrieven heeft kennis genomen van de conclusies van dit verslag die luiden als volgt:

"Het college heeft geen fouten of fraudepogingen kunnen vaststellen die het gebruik en de goede werking van de geautomatiseerde systemen voor het stemmen en de stemopneming tijdens de verkiezingen op 13 juni belemmerden. Het doel de stemmen uit te brengen, te registreren en te tellen volgens de wettelijke bepalingen werd bereikt."

- Waarvan akte.

Geldigverklaring van geloofsbrieven en eedaflegging

De voorzitter. - Aan de orde is het onderzoek van de geloofsbrieven van de senatoren-titularissen en de senatoren-opvolgers die op 13 juni 1999 werden gekozen door het Nederlandse kiescollege en door het Franse kiescollege.

Het woord is aan mevrouw Jeannine Leduc om voorlezing te doen van het verslag van de commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven over de verkiezing van de senatoren-titularissen en de senatoren-opvolgers gekozen door het Nederlandse kiescollege.

Mevrouw Jeannine Leduc (VLD), rapporteur. - Op 13 juni 1999 is het Nederlandse kiescollege overgegaan tot de verkiezing van 25 senatoren.

Uit het proces-verbaal van het collegehoofdbureau blijkt dat het aantal geldige biljetten 3.877.210 bedraagt en de kiesdeler 137.664 is

Het kiescijfer van lijst 2 (Agalev) is 438.931 en geeft recht op 3 zetels; dat van lijst 3 (SP) is 550.657 en geeft recht op 4 zetels; dat van lijst 4 (VLD) is 952.116 en geeft recht op 6 zetels; dat van lijst 6 (Vl. Blok) is 583.208 en geeft recht op 4 zetels; dat van lijst 7 (VU-ID) is 317.830 en geeft recht op 2 zetels; dat van lijst 8 (CVP) is 913.508 en geeft recht op 6 zetels.

Derhalve zijn door het collegehoofdbureau tot leden van de Senaat gekozen verklaard:

Lijst 2 (Agalev): mevrouw Vogels (M.B.C.C.), de heer Lozie (F.M.J.C.) en mevrouw De Roeck (J.J.V.I.);

Lijst 3 (SP): de heer Tobback (L.M.J.), mevrouw Vanlerberghe (M.L.), de heer Colla (M.G.B.) en de heer Moens (G.J.V.M.);

Lijst 4 (VLD): de heer Verwilghen (M.E.E.R.J.), de heer Verhofstadt (G.M.M-L.), Mevrouw Leduc (J.A.J.), de heer De Grauwe (P.C.J.), Mevrouw Taelman (M.M.R.) en de heer Dedecker (J-M.L.);

Lijst 6 (Vl. Blok): de heer Verreycken (W.M.), de heer Ceder (J.), de heer Raes (R.H.T.) en mevrouw Staveaux-Van Steenberge (G.);

Lijst 7 (VU-ID): de heer Vankrunkelsven (P.J.M.) en de heer Van Quickenborne (V.P.M.);

Lijst 8 (CVP): de heer Dehaene (J-L.J.M.), mevrouw de Bethune (S.L.C.M.), de heer Moreels (R.G.M.), mevrouw Thijs (E.A.C.), de heer Vandenberghe (H.J.) en de heer Kelchtermans (T.R.)

Tot senatoren-opvolgers zijn door datzelfde bureau gekozen verklaard:

Lijst 2 (Agalev): mevrouw Kaçar (M.), de heer Van Hecke (S.), mevrouw Boden (R.M.A.), de heer Van Bouchaute (B.G.C.), de heer Luyckx (F.E.M.R.V.) en de heer Lodewyckx (H.M-J.M.);

Lijst 3 (SP): de heer Stevaert (S.R.J.), de heer Van Goethem (G.A.G.), mevrouw Deconinck (V.Y.M.), de heer De Clercq (J.H.J.), mevrouw Duroi (H.J.C.), mevrouw Maximus (L.H.J.);

Lijst 4 (VLD): mevrouw Van Riet (I.A.C.), de heer Geens (A.L.P.), de heer Bracquené (H.H.), mevrouw Van den Eeckhout (E.G.A.), de heer Bouckaert (B.R.A.) en de heer Lavigne (J.P.G.);

Lijst 6 (Vl. Blok): de heer Buysse (Y.R.R.), de heer Joris (M.J.J.), de heer Vergult (G.J.V.R.), mevrouw Colombie-Wenmeekers (H.M.) en de heer Dewinter (Ph.M.F.);

Lijst 7 (VU-ID): mevrouw Vanhaegendoren (M.R.P.), de heer Vangermeersch (S.C.E.V.), de heer Goossens (C.J.A.) en de heer Caudron (J.J.);

Lijst 8 (CVP): de heer Steverlynck (J.B.L.), de heer D’Hooghe (J.G.I.C.), de heer Defreyne (P.F.M.), mevrouw Brouwers (K.F.B.), de heer Vleugels (K.P.L.) en mevrouw Demeester-Demeyer (W.C.F.).

Alle gekozen senatoren-titularissen hebben blijk gegeven te voldoen aan de grondwettelijke eisen van verkiesbaarheid.

Uw commissie heeft derhalve de eer u voor te stellen hen als lid van de Senaat toe te laten.

Met uitzondering van de heer Van Bouchaute en Mevrouw Colombie-Wenmeekers, hebben alle gekozen senatoren-opvolgers de bewijzen van hun verkiesbaarheid geleverd.

Uw commissie stelt u derhalve voor hun geloofsbrieven goed te keuren en aan de heer Van Bouchaute en Mevrouw Colombie-Wenmeekers 7 dagen uitstel te verlenen om de bewijzen van hun verkiesbaarheid te leveren.

Bovendien heeft uw commissie vastgesteld dat aan het voorschrift van artikel 67, §2, eerste lid, van de Grondwet nog niet is voldaan aangezien geen enkele senator gekozen door het Nederlandse kiescollege op de dag van zijn verkiezing zijn woonplaats in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad had.

Voor wat de verkiezing van de gemeenschapssenatoren betreft, heeft de Commissie kennis genomen van de 10 quotiënten vermeld in artikel 211, §2, van het Kieswetboek; deze quotiënten werden door de diensten van de Senaat berekend, aangezien zij niet door het collegehoofdbureau werden berekend.

Overeenkomstig artikel 211, §§1 en 2, bepalen deze quotiënten het aantal zetels voor de gemeenschapssenatoren toegekend aan elke politieke formatie die vertegenwoordigd is:

1° door ten minste één rechtstreeks gekozen senator en,

2° in de betrokken Raad, door ten minste evenveel raadsleden als er zetels voor gemeensschapssenatoren zijn waarop die politieke formatie recht heeft.

Bijgevolg is het aantal zetels:

- 1 voor Agalev

- 1 voor de SP

- 3 voor de VLD

- 1 voor het Vlaams Blok

- 1 voor VU-ID

- 3 voor de CVP.

Overeenkomstig artikel 211, §1, van het Kieswetboek, zal de Griffier deze gegevens aan de Voorzitter van de Vlaamse Raad mededelen.

De voorzitter. - Het woord is aan de heer Philippe Moureaux om voorlezing te doen van het verslag van de commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven over de verkiezing van de senatoren-titularissen en de senatoren-opvolgers gekozen door het Franse kiescollege.

De heer Philippe Moureaux (PS), rapporteur. - Op 13 juni 1999 is het Franse kiescollege overgegaan tot de verkiezing van 15 senatoren.

Uit het proces-verbaal van het collegehoofdbureau blijkt dat het aantal geldige biljetten 2.317.161 bedraagt en de kiesdeler 124.667 is.

Het kiescijfer van lijst 1 (Ecolo) is 458.658 en geeft recht op 3 zetels; dat van lijst 5 (PRL-FDF) is 654.961 en geeft recht op 5 zetels; dat van lijst 9 (PS) is 597.890 en geeft recht op 4 zetels; dat van lijst 10 (PSC) is 374.002 en geeft recht op 3 zetels

Derhalve zijn door het collegehoofdbureau tot leden van de Senaat gekozen verklaard:

Lijst 1 (Ecolo): mevrouw Nagy Patino (M.I.), de heer Morael (J.D.M.G.) en de heer Dubié (J.L.J.M.);

Lijst 5 (PRL-FDF): de heer Michel (L. H.O.C.), de heer Hasquin (M.H.G.C.), mevrouw de T’Serclaes (N.M.J.N.J.G.), de heer Monfils (Ph.J.F.) en de heer Bodson (Ph.A.E.);

Lijst 9 (PS): de heer Happart (J.), de heer Moureaux (Ph.G.G.Ch), de heer Mahoux (Ph.M.J.), mevrouw Lizin (A.-M.);

Lijst 10 (PSC): de heer Maystadt (Ph.M.P.J.), mevrouw Willame-Boonen (M.M.C.E.D.G.), en de heer Dallemagne (G.J.F.G.M.G.).

Tot senatoren-opvolgers zijn door datzelfde bureau gekozen verklaard:

Lijst 1 (Ecolo): de heer Derenne (Ch.E.D.M.), mevrouw De Groote (H.M.F.), de heer Javaux (J.M.E.G.), mevrouw Lahaye (M.-H.G.N.J.), mevrouw Durant (I.A.J.) en de heer Defeyt (Ph.J.V.);

Lijst 5 (PRL-FDF): de heer Destexhe (A.R.O.H.), mevrouw Cornet d’Elzius (Ch.M.R.L.), de heer Duquesne (R.P.T.J.M.), mevrouw Gilson (N.J.M.V.J.), mevrouw Riche-Wyffels (V.M.P.) en de heer Knoops (E.J.J.J.);

Lijst 9 (PS): de heer Happart (J.-M.D.), mevrouw Bouarfa (S.), de heer Notte (D.O.A.G.), de heer Schetgen (M.J.P.), mevrouw Maton (S.I.E.) en de heer Taminiaux (W.);

Lijst 10 (PSC): de heer Barbeaux (M.A.N.M.), de heer Dreze (B.J.), mevrouw Nyssens (Cl.M.B.O.), mevrouw Sengier-Pollet (N.M.L.), de heer Cammarata (Fr.) en de heer Goes (B.C.F.B.)

De Commissie heeft kennis genomen van de bezwaarschriften van de heer Materne en van die van de heren Michel, Mommaerts, Kisters en Vandersmissen.

1° Bezwaar van de heer Materne.

Bij een brief van 14 juni 1999 vraagt de heer Ph. Materne dat de Senaatsverkiezingen nietig verklaard worden.

Het bezwaar van de verzoeker komt hierop neer dat de verschillende stemmethodes bij de verkiezingen van 13 juni 1999 een discriminatie tot stand brengen tussen de kiezers die een papieren stembiljet hebben ingevuld en de kiezers die elektronisch hebben gestemd, wat in strijd is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

Volgens artikel 48 van de Grondwet onderzoekt elke Kamer de geloofsbrieven van haar leden en beslecht de geschillen die hieromtrent rijzen. Artikel 231, eerste lid, van het Kieswetboek voegt hieraan toe dat alleen de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat uitspraak doen, zowel wat hun leden als wat de opvolgers betreft, over de geldigheid van de kiesverrichtingen.

Binnen het kader van de geldigverklaring van de verkiezingen is de Senaat dus niet bevoegd om zich uit te spreken over principiële bezwaren die de grondwettigheid aanvechten van de wet van 11 april 1994 tot organisatie van de geautomatiseerde stemming en de koninklijke en ministeriële besluiten die deze wet ten uitvoer leggen.

In zijn bezwaar voert de verzoeker geen enkel concreet element aan dat zou wijzen op geknoei of op technische fouten in de kantons waar elektronisch is gestemd. In zijn verslag van 25 juni 1999 is het College van deskundigen belast met de controle van de geautomatiseerde stemmingen en stemopneming tot het besluit gekomen dat het "geen fouten of fraudepogingen heeft kunnen vaststellen die het gebruik en de goede werking van de geautomatiseerde systemen voor het stemmen en de stemopneming tijdens de verkiezingen van 13 juni belemmerden".

Om die redenen meent de commissie dat het bezwaar niet kan worden aangenomen en dat er ook geen grond is om in te gaan op het verzoek om aan het Arbitragehof een prejudiciële vraag te stellen.

Tot besluit stelt de commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven voor het bezwaar van de heer Materne te verwerpen.

2° Bezwaren van de heren Michel, Mommaerts, Kisters en Vandersmissen.

Bij een brief van 28 juni 1999 vragen de heren L. Michel, L. Mommaerts, F. Kisters en J.P. Vandersmissen dat de Senaatsverkiezingen van 13 juni 1999 nietig verklaard worden.

De verzoekers voeren aan dat de wet van 18 december 1998 tot wijziging van het Kieswetboek om het stemrecht toe te kennen aan de Belgen die gevestigd zijn in het buitenland, voor de verkiezing van de federale Wetgevende Kamers, sommige bepalingen van de wet van 18 december 1998 tot regeling van de gelijktijdige of kort opeenvolgende verkiezingen voor de federale Wetgevende Kamers, het Europees Parlement en de Gewest- en Gemeenschapsraden en de wet van 18 december 1998 tot organisatie van de geautomatiseerde stemopneming door middel van een systeem voor optische lezing en tot wijziging van de wet van 11 april 1994 tot organisatie van de geautomatiseerde stemming in strijd zijn met, al naar het geval, de artikelen 10 en 11, 62, derde lid, en de artikelen "25 tot 30 (oud)" van de Grondwet.

Om dezelfde redenen als bij het eerste bezwaar stelt de commissie voor dit bezwaar en de verzoeken om een prejudiciële vraag te stellen te verwerpen.

Bij brieven van 29 juni 1999 vragen de heren Michel en Mommaerts dat de verkiezingen van 13 juni 1999 voor het Europees Parlement, wat betreft het Frans kiescollege, en voor de Kamer en de Waalse Gewestraad, wat betreft de arrondissementen Luik en Nijvel, eveneens nietig verklaard worden.

De Senaat is niet bevoegd om zich uit te spreken over de geldigheid van de verkiezingen voor het Europees Parlement, de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Waalse Gewestraad. Deze verzoeken zijn klaarblijkelijk onontvankelijk.

Aangezien de heer José Happart bij brief van 25 juni 1999 heeft laten weten dat hij van zijn mandaat afziet, stelt uw Commissie voor onmiddellijk de heer Jean-Marie Happart, eerste opvolger van lijst 9 (PS) waartoe de heer Happart behoort, toe te laten.

Alle gekozen senatoren-titularissen hebben blijk gegeven te voldoen aan de grondwettelijke eisen van verkiesbaarheid.

Uw commissie heeft derhalve de eer u voor te stellen hen als lid van de Senaat toe te laten.

Met uitzondering van de heer Cammarata, hebben alle gekozen senatoren-opvolgers de bewijzen van hun verkiesbaarheid geleverd.

Uw commissie stelt u derhalve voor hun geloofsbrieven goed te keuren en aan de heer Cammarata 7 dagen uitstel te verlenen om de bewijzen van zijn verkiesbaarheid te leveren.

Bovendien heeft uw commissie vastgesteld dat zeven senatoren gekozen door het Franse kiescollege op de dag van hun verkiezing hun woonplaats in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad hadden. Aan de vereiste van artikel 67, §2, tweede lid, van de Grondwet is derhalve voldaan.

Voor wat de verkiezing van de gemeenschapssenatoren betreft, heeft de Commissie kennis genomen van de 10 quotiënten vermeld in artikel 211, §2, van het Kieswetboek; deze quotiënten werden door de diensten van de Senaat berekend, aangezien zij niet werden berekend door het collegehoofdbureau.Overeenkomstig artikel 211, §§1 en 2, bepalen deze quotiënten het aantal zetels voor de gemeenschapssenatoren toegekend aan elke politieke formatie die vertegenwoordigd is:

1° door ten minste één rechtstreeks gekozen senator en,

2° in de betrokken Raad, door ten minste evenveel raadsleden als er zetels voor gemeensschapssenatoren zijn waarop zij recht heeft.

Bijgevolg is het aantal zetels:

- 3 voor Ecolo

- 3 voor de PRL-FDF

- 3 voor de PS

- 1 voor de PSC.

Overeenkomstig artikel 211, §1, van het Kieswetboek, zal de Griffier deze gegevens aan de Voorzitter van de Franse Gemeenschapsraad mededelen.

- De besluiten van de verslagen worden eenparig aangenomen.

De voorzitter. - Ik verzoek de leden die werden gekozen door het Nederlandse kiescollege en wier geloofsbrieven geldig zijn verklaard, de grondwettelijke eed af te leggen.

- Mevrouw Mieke Vogels, de heer Frans Lozie, mevrouw Jacinta De Roeck, de heer Louis Tobback, mevrouw Myriam Vanlerberghe, de heren Marcel Colla, Guy Moens, Marc Verwilghen en Guy Verhofstadt, mevrouw Jeannine Leduc, de heer Paul De Grauwe, mevrouw Martine Taelman, de heren Jean-Marie Dedecker, Wim Verreycken, Jurgen Ceder en Roland Raes, mevrouw Gerda Staveaux-Van Steenberge, de heren Patrick Van Krunkelsven, Vincent Van Quickenborne en Jean-Luc Dehaene, mevrouw Sabine de Bethune, de heer Réginald Moreels, mevrouw Erika Thijs en de heren Hugo Vandenberghe en Theo Kelchtermans leggen de eed af.

De voorzitter. - Ik geef deze leden akte van hun eedaflegging en verklaar hen aangesteld in hun functie van senator.

Ik verzoek de leden die werden gekozen door het Franse kiescollege en wier geloofsbrieven geldig zijn verklaard, de grondwettelijke eed af te leggen.

- Mevrouw Marie Nagy Patino, de heren Jacky Morael, Josy Dubié, Louis Michel en Hervé Hasquin, mevrouw Nathalie de T'Serclaes, de heren Philippe Monfils, Philippe Bodson, Philippe Moureaux en Philippe Mahoux, mevrouw Anne-Marie Lizin, de heren Jean-Marie Happart en Philippe Maystadt, mevrouw Magdeleine Willame-Boonen en de heer Georges Dallemagne leggen de eed af.

De voorzitter. - Ik geef deze leden akte van hun eedaflegging en verklaar hen aangesteld in hun functie van senator.

Overlijden van een oud-senator

De voorzitter. - De Senaat heeft met groot leedwezen kennis gekregen van het overlijden van de heer Guy Cudell, eresenator, gewezen senator voor het arrondissement Brussel.

Uw voorzitter betuigt het rouwbeklag van de Vergadering aan de familie van ons betreurd gewezen medelid.

Ontslag en benoeming van regeringsleden

De voorzitter. - Bij brief van 1 juni 1999 heeft de eerste minister mij een afschrift overgezonden van het koninklijk besluit van dezelfde datum houdende ontslag en benoeming van regeringsleden.

Regeling van de werkzaamheden

De voorzitter. - Tijdens de volgende vergadering zullen de senatoren aangewezen door de Raden de eed afleggen. De datum van die vergadering hangt af van het ogenblik waarop wij de namen van die senatoren ontvangen. Bijgevolg stel ik de Senaat voor vertrouwen te willen schenken aan de voorzitter om, zodra de namen bekend zijn, een datum voor die vergadering voor te stellen. Naar alle waarschijnlijkheid zal dit donderdag 8 juli a.s. zijn om 14 uur. (Instemming)

- De Senaat gaat tot nadere bijeenroeping uiteen.

(De vergadering wordt gesloten om 15.00 uur.)