1-189

BELGISCHE SENAAT


GEWONE ZITTING 1997-1998
____


BEKNOPT VERSLAG


PLENAIRE VERGADERING

Namiddagvergadering - Donderdag 28 mei 1998

________



INHOUD




MONDELINGE VRAAG
van de heer Van Hauthem (octopusoverleg.)

INOVERWEGINGNEMING

MONDELINGE VRAGEN
van de heer Anciaux (veiligheidsbeleid in Brussel);
van de heer Goris (verbod op de verkoop van sigaretten en alcoholische dranken);
van de heer Vandenberghe (personenbelasting);
van de heer Coveliers (internationale adoptie);
van mevrouw Merchiers (jeugdbescherming);
van de heer Destexhe (bezoek aan Hertoginnedal op 16 en 17 mei);
van mevrouw Willame-Boonen (omzetting van de Europese richtlijnen) en
van de heer Olivier (interne werking van de NMBS.)

REGELING VAN DE WERKZAAMHEDEN

NAAMSTEMMING
over het wetsontwerp betreffende de radiocommunicatie van de hulp- en veiligheidsdiensten (evocatieprocedure.)

RESOLUTIE BETREFFENDE DE HERVORMING VAN DE POLITIEDIENSTEN EN VAN DE GERECHTELIJKE ORGANISATIE
Aangehouden stemmingen. - Naamstemming over het geheel.

NAAMSTEMMING
over de inoverwegingneming van het wetsvoorstel houdende de invoer van een terugkeerregeling voor personen van vreemde nationaliteit. - Verwerping.

VRAGEN OM UITLEG
van de heer Olivier (spreiding, tarifering van prestaties en terugbetalingen van nucleair magnetische resonantietomografen) aan de minister van sociale zaken. (Sprekers : de heer Olivier en mevrouw De Galan, minister van sociale zaken);
van de heer Anciaux (toekomst van de motorenwerkplaats van Sabena Technics) aan de minister van vervoer. (Sprekers : de heren Anciaux et Daerden, minister van vervoer.)

INOVERWEGINGNEMING

INDIENING VAN WETSONTWERPEN

INDIENING VAN VOORSTELLEN

ARBITRAGEHOF

EUROPEES PARLEMENT

ECONOMISCHE OVERHEIDSBEDRIJVEN





_____________







VOORZITTER : DE HEER SWAELEN

____



De vergadering wordt om 15.10 u. geopend.





MONDELINGE VRAAG

Octopusoverleg


De heer Van Hauthem (Vlaams Blok). - Tijdens het Octopusoverleg bleek dat de 19 gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet wilden meestappen in de voorgestelde politiehervormingen. Daardoor zou het status quo in Brussel behouden blijven. Blijkbaar wilden de 19 burgemeesters geen macht afstaan.

Noch de minister-president van het Vlaamse Gewest, noch de minister-president van het Waalse Gewest, werden op het overleg uitgenodigd om het standpunt van de gemeenten van hun regio te vertolken. Waarom werd dan wel de minister-president van het Brussels Gewest uitgenodigd ? In welke hoedanigheid werd hij gehoord ? Waarom werd de burgemeester van Brussel-Hoofdstad gehoord ? Sprak hij namens al zijn collega's ? Kort gezegd, hoe is het te verklaren dat de burgemeesters van het Brussels Gewest de hervormingen kunnen afwijzen terwijl de burgemeesters van andere gemeenten helemaal niets te vertellen hebben ?

Zal de hervorming aan de Brusselse gemeenten worden opgelegd ? Over welke middelen beschikt de minister om hen te dwingen de hervormingen door te voeren ?

De heer Dehaene, eerste minister. - Het overleg dat plaatsvond in zaal D van de Senaat was een overleg tussen partijdelegaties, onder leiding van de partijvoorzitters, vergezeld van twee politieke mandatarissen. De heer de Donnéa was één van de mandatarissen van de PRL en de heer Picqué was een mandataris van de PS. Zij traden dus niet op als vertegenwoordiger van hun gemeente, respectievelijk de Brusselse Gewestregering.

De hervorming heeft betrekking op heel het land. In Brussel waren totnogtoe geen IPZ's opgericht. De regeling kon er dus nog geen toepassing vinden. Intussen is een dynamiek tot stand gekomen en wordt het duidelijk dat Brussel in het geheel van de hervormingen zal meestappen. Dat betekent dat er ook fusies van lokale politiekorpsen de zones heen zullen gebeuren.

De heer Van Hauthem (Vlaams Blok). - Het feit dat de heren Picqué en de Donnéa namens hun partij optraden maakt de zaak nog erger. Zij spraken niet namens de 19 gemeenten of namens het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, maar wel met het gezag van hun functie.

Het is juist dat er in Brussel nog geen IPZ was tot stand gekomen. In het verleden gebeurde de oprichting van een IPZ op vrijwillige basis terwijl dit nu verplicht wordt. De vraag die hierbij rijst is over welke dwangmiddelen men beschikt indien Brussel weigert zich in de dynamiek in te schakelen.





INOVERWEGINGNEMING



De Voorzitter. - Aan de orde is thans de stemming over de inoverwegingneming van voorstellen.

U hebt de lijst van de verschillende in overweging te nemen voorstellen ontvangen met opgave van de commissies waarnaar het Bureau voornemens is ze te verwijzen.

Ik verzoek de leden die opmerkingen mochten willen maken, mij daarvan vóór het einde van de vergadering kennis te geven.

De heer Erdman (SP). - Wij vragen de stemming over de inoverwegingneming van resolutie nr. 1936/1 omdat deze resolutie een inbreuk is op de principes van het Verdrag van de Rechten van de Mens.

De heer Verreycken (Vlaams Blok). - Vooraleer gezwollen verklaringen af te leggen adviseer ik mijn collega's om na te gaan welke voorstellen in het verleden wel in overweging worden genomen. Ik denk bijvoorbeeld aan een wetsvoorstel uit 1992 ingediend door de heren Gol en Beysen. Ik zal dit straks bij de stemverklaring nader toelichten.

Mevrouw Willame-Boonen (PSC). - Ik vraag ook de stemming over het door de heer Erdman aangehaalde punt.

De Voorzitter. - Ik stel dan ook voor dat wij ons tijdens de stemming uitspreken over de inoverwegingneming van dit voorstel.

Indien intussen van geen bezwaren blijkt, wordt het andere voorstel in overweging genomen en verwezen naar de commissie die door het Bureau is aangeduid. (Instemming.)





MONDELINGE VRAGEN

Veiligheidsbeleid in Brussel


De heer Anciaux (VU). - Het veiligheidsbeleid in het Brusselse Gewest is één van de belangrijkste pijlers van een goed beleid. De actuele politiehervormingen leken in Brussel de versnippering in 19 korpsen te bestendigen. Schoorvoetend moesten de Franstalige politici in Brussel toegeven dat zij niet konden achterblijven. Daarmee is de zaak niet opgelost. De federale regering beschikt over sterke instrumenten om een goed beleid te ondersteunen. Zij beschikt over de financiële middelen voor de hervorming en is financier van de veiligheidscontracten. Is het niet mogelijk deze instrumenten aan te wenden om tot een grensoverschrijdende samenwerking in het hoofdstedelijk gebied te komen ? Is geen dringende evaluatie van de huidige veiligheidscontracten nodig ? Bestaat het gevaar niet dat door de lopende gemeentelijke projecten er opnieuw versnippering dreigt ? Zijn de veiligheidscontracten geen instrument om tot een globaal en geïntegreerd veiligheidsbeleid in de 19 Brusselse gemeenten te komen ?

De heer Tobback, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken. - Er zijn een tiental veiligheidscontracten en een drietal preventiecontracten in Brussel van toepassing. Zij vertegenwoordigen vele miljoenen. Zij hebben bijgedragen tot een grote verbetering van de korpsen. Onder meer in Molenbeek zijn er een andere sfeer en opnieuw eigen waarde gekomen. Mijn voorganger heeft de contracten reeds gebruikt om tot bovengemeentelijke samenwerking te komen.

In Brussel is er nog geen IPZ maar bestaan er wel zeven dispatchingzones.

Het hervormingsakkoord betekent een drastische stap inzake de lokale samenwerking. De nog te maken wet zal op iedereen van toepassing zijn, dus ook op de 19 Brusselse gemeenten. Er is reeds de mogelijkheid om tot één of meerdere IPZ's in Brussel te komen. De meningen daarover lopen evenwel uiteen. In de jongste 36 uur is er daarover veel beweging geweest. We moeten nu zien dat dit in een goede richting gaat en dat de middelen optimaal worden gebruikt. Ik wacht met enig geduld op voorstellen terzake. Ik meen evenwel dat het geen goede oplossing is op dit moment om in Brussel de veiligheidscontracten als een drukkingsmiddel te gebruiken.

De heer Anciaux (VU). - Ik ben het ermee eens dat de veiligheidscontracten beter niet als drukkingsmiddel worden gehanteerd. De bedoeling van mijn vraag was echter om de veiligheidscontracten meer op het bovengemeentelijke niveau binnen de 19 Brusselse gemeenten te brengen.

De heer Tobback, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken. - Tot nu toe werden de veiligheids- en preventiecontracten enkel met de gemeenten afgesloten. Het Brusselse Gewest heeft geen politionele bevoegdheid. Contracten zijn dus enkel mogelijk en afdwingbaar met de gemeenten.



Verbod op verkoop
van sigaretten en alcoholische dranken


De heer Goris (VLD). - De centrale administratie van douane en accijnzen heeft de controleurs aangemaand om op te treden tegen het verbod op verkoop van sigaretten en alcoholische dranken in winkelautomaten. Er moet echter niet worden geverbaliseerd. Volgens Het Belang van Limburg kan elke minderjarige echter wel sigaretten of alcoholische dranken kopen. Het zou enkel de bedoeling zijn de takszegels op de sigaretten te controleren. Heel wat eigenaars van winkelautomaten moeten de producten verwijderen maar ze krijgen geen proces-verbaal dat zij zouden kunnen aanvechten voor de rechtbank. Komen er binnenkort duidelijke richtlijnen ? Hoe komt het dat de wet op verschillende manier wordt toegepast ?

De heer Maystadt, vice-eerste minister en minister van financiën en buitenlandse handel. - De centrale administratie van douane en accijnzen is er zich van bewust dat ook accijnsproducten via automatische verdeelapparaten worden aangeboden. Een onderzoek van de directeur-generaal moet leiden tot uniforme richtlijnen. De bepalingen van de wet van 13 augustus 1990 op het fabriceren en de inhandelbrengen van tabaksproducten, de wet van 18 december 1983 over het vergunningsrecht en de wet van 6 juli 1967 op de slijterij zijn essentieel. Voor tabaksproducten wil de administratie overtredingen signaleren aan het ministerie van volksgezondheid. Ze wil tevens de verkoop verbieden omdat ze niet in de mogelijkheid is om de toepassing van de bepalingen te controleren. De overtredingen op het vergunningsrecht zullen aan de hand van een proces-verbaal aan de procureur des Konings ter kennis worden gebracht.

Er wordt ook gecontroleerd of de geautomatiseerde winkel als reizende slijterij werd aangegeven. Overtredingen van het verkoop van tabaksproducten of alcoholische dranken aan minderjarigen zal ook worden verboden.

De heer Goris (VLD). - De verschillen in het vervolgbeleid tussen de verschillende regio's leiden tot onduidelijkheid. Het is jammer dat geen PV wordt opgesteld, omdat sommige winkeliers een eventueel PV voor de rechtbank willen aanvechten. Wij wachten op het rapport van de directeur-generaal.

De heer Maystadt, vice-eerste minister en minister van financiën en buitenlandse handel. - Het is de bedoeling de reglementering uniform toe te passen.



Belastingaangifte


De heer Vandenberghe (CVP). - Naar aanleiding van mijn parlementaire vraag over het laattijdig versturen van deel II van de belastingaangifte antwoordde de minister vorig jaar dat de wettelijke termijn van één maand zou worden gerespecteerd. Ik heb de minister om begrip verzocht voor de complexiteit van de aangifte. Ook doorsneebelastingsplichtigen doen soms een beroep op deskundige medewerkers, en die hebben meestal een drietal maanden nodig. Waarom wordt getalmd met de publicatie van het aangifteformulier deel II van dit jaar ? Hoe zal de belastingadministratie reageren op de aanvraag tot uitstel ? Wat zal de minister ondernemen om dit euvel te verhelpen ?

De heer Maystadt, vice-eerste minister en minister van financiën en buitenlandse handel. - Deel II van de belastingaangifte zal voor eind mei verstuurd zijn. Daar de uiterste datum voor het indienen van dit deel op 30 juni is vastgesteld, zal de wettelijke termijn gerespecteerd zijn. De aanvragen om uitstel zullen op de gebruikelijke manier worden behandeld. Normaal kunnen de betrokkenen zich op het invullen tijdig voorbereiden.

De heer Vandenberghe (CVP). - Het antwoord van de minister is formeel juridisch correct. De fiscalisten kunnen hun cliënten echter niet ten dienste zijn zonder vooraf een model van aangifteformulieren te hebben bezorgd. Daarvoor hebben ze meer tijd nodig dan één maand.



Internationale adoptie


M. Coveliers (VLD). - Krachtens een decreet van het Vlaams Gewest moet voor een adoptie in Vlaanderen een toestemming worden gevraagd aan « Kind en Gezin ». Er is een verplicht onderzoek en een voorbereidende cursus. De vereiste van deze toestemming werd nog niet in het Burgerlijk Wetboek opgenomen, zodat de rechtbanken dit document niet vereisen. Ingevolge deze discrepantie werken vele kandidaat-adoptanten via illegale circuits. Ons land is nog steeds geen beschermd adoptieland omdat de interlandelijke adoptie-overeenkomst van 29 mei 1993 nog steeds niet geratificeerd is.

De heer Van Parys, minister van justitie. - De ratificatie van het Verdrag van Den Haag is één van de hoofdbekommernissen van mijn kabinet en administratie. Om de daadwerkelijke toepassing ervan te garanderen moet evenwel nog het probleem van het toepasselijk recht worden geregeld en moeten de voorwaarden worden bepaald waaraan internationale adopties moeten voldoen.

Terzelfdertijd moet het Belgisch adoptierecht worden aangepast. We zullen van de gelegenheid gebruik maken om de problemen op te lossen die door de toepassing van het huidige adoptierecht zijn geprezen.

Overleg tussen de federale overheid en de gemeenschappen is noodzakelijk, vermits zowel de gemeenschappen als de federale overheid bevoegd zijn. Dit overleg vindt plaats in een werkgroep. Het heeft geleid tot een voorontwerp van wet. Ik hoop dit nog vóór het zomerreces aan de Ministerraad te kunnen voorleggen.

Overigens had ik vorige maandag nog een onderhoud met de Vlaamse minister Luc Martens.

De heer Coveliers (VLD). - Dit antwoord bevredigt mij. De problematiek van de internationale adopties is bijzonder complex. Door de Belgische staatsstructuur wordt het nog ingewikkelder. Er bestaan heel wat risico's op misbruiken. Ik zal deze problematiek alleszins verder opvolgen.



Jeugdbescherming


Mevrouw Merchiers (SP). - De plaatsingsproblematiek in de Bijzondere Jeugdzorg staat in de actualiteit. Zelf diende ik een voorstel in tot schrapping van artikel 53 van de wet op de jeugdbescherming. Wat zijn de intenties van de minister daaromtrent ?

De commissaris Cornelis stelde in 1995 voor om een jeugdsanctierecht uit te bouwen. Wat denkt de minister daarover ?

Hoe ziet de minister de bevoegdheidsverdeling tussen justitie en de Gemeenschappen inzake de gesloten instellingen de toepassing van een jeugdsanctierecht of een maatregelenrecht ?

De heer Van Parys, minister van justitie. - Ik sluit mij aan bij de initiatieven van mijn voorganger. De reden waarom de inwerkingtreding van de definitieve schrapping van artikel 53 werd uitgesteld, is het tekort aan voldoende alternatieven zowel in de Franse als in de Vlaamse Gemeenschap. Ik blijf de contacten van mijn voorganger met de Gemeenschappen verder zetten met de bedoeling artikel 53 definitief te schrappen.

De Commissie-Cornelis werkt nu aan een ontwerp dat de wet op de jeugdbescherming moet hervormen. Deze hervorming steunt op de volgende opties : allereerst de overgang van een beschermingsmodel naar een sanctiemodel, dat streeft naar de responsabilisering van de jongeren en het herstel van de schade. Het belang van de openbare veiligheid wordt indien nodig in aanmerking genomen. Het gerechtelijk optreden moet subsidiair blijven. De voorkeur wordt gegeven aan een bemiddeling tussen de jongere en het slachtoffer. Als bewarende maatregelen kan enkel overwogen worden de jongere in een gesloten instelling te plaatsen, ten hoogste voor zes maanden. Tenslotte moet het gerecht snel reageren.

De bevoegdheidsverdeling tussen de verschillende instanties stelt een belangrijk probleem. Ik wil het overleg met de Gemeenschappen voortzetten. Ik had reeds een gesprek met minister Martens en er zijn ook contacten met het kabinet van mevrouw Onkelinx.

Over de oprichting van een jeugdgevangenis werd nog geen beslissing genomen. Het woord « gevangenis » is zeker geen geschikte term maar er zullen altijd gespecialiseerde gesloten instellingen nodig zijn om bepaalde jeugddelinquenten op te vangen.

We moeten de jeugddelinquentie in haar geheel aanpakken. Daarbij moet ook gedacht worden aan preventie.

Mevrouw Merchiers (SP). - Het gebrek aan alternatieven voor het opsluiten van minderjarigen in de gevangenis is een probleem dat reeds bestaat sinds 1992. De bijzondere jeugdzorg heeft voldoende signalen gegeven om oplossingen te zoeken. Ik stel voor dat men de zaken omdraait : indien het opsluiten van jongeren in de gevangenis niet meer zou zijn toegelaten, zou men gedwongen zijn om alternatieven te vinden.

Of men ze nu jeugdgevangenissen of gesloten instellingen noemt, een gesloten instelling moet als laatste optie behouden blijven. Ook indien men bewarende maatregelen voor zes maanden mogelijk maakt, moet men de integratie van de minderjarigen en de trajectbegeleiding op de eerste plaats stellen. Die filosofie stond reeds in de wet van 1965, maar de nodige mensen en middelen om deze filosofie in de praktijk om te zetten ontbreken.

De heer Van Parys, minister van justitie. - Ik ben zelf doordrongen van de filosofie van de wet van 1965. De ideeën moeten in concrete realiteit worden omgezet. In laatste instantie moet worden gekozen voor een gesloten instelling met begeleiding. Het is juist dat het probleem van een gebrek aan alternatieven voor gesloten instellingen reeds jaren aansleept. Daarom heb ik spoedoverleg gepleegd met minister Martens over dit probleem. Ik ben bereid om te doen wat binnen mijn bevoegdheid ligt, maar iedereen moet zijn verantwoordelijkheid opnemen !



Het bezoeken van Hertoginnedal op 16 en 17 mei


De heer Destexhe (PRL-FDF) (in het Frans). - Tijdens het weekend van 16 en 17 mei 1998, werd het domein van Hertoginnedal voor het grote publiek opengesteld. Er waren zo'n 25 000 bezoekers. Een groot aantal onder hen vonden het jammer dat het verboden was het gehele domein te bezoeken en in het bijzonder de gebouwen. U heeft zelf geweigerd, zogezegd om veiligheidsredenen, heel het domein open te stellen. In de Verenigde Staten wordt het Witte huis - en zelfs het ovale bureau - vaak voor het publiek opengesteld. Waarom dit verbod ? Ik stel voor dat u ministens eenmaal per jaar een bezoek aan het domein zou organiseren, ook aan de gebouwen.

De heer Daerden, minister van vervoer (in het Frans). - Ik antwoord namens de heer Derycke. Er is nooit bewuste wil geweest om het bezoek aan het domein van Hertoginnedal te weigeren. Op 5 november 1997 heeft de schepen van animatie van de gemeente Oudergem, bij wijze van grote uitzondering, gevraagd om onder optimale veiligheidsvoorwaarden de paden van het domein voor bezoekers open te stellen. Na onderzoek door zijn diensten, heeft de heer Derycke dit verzoek ingewilligd. Daarbij moesten wel, gelet op de bijzondere eisen inzake veiligheid, de aanwijzingen van de intendant in acht genomen worden en moesten alle veiligheidsmaatregelen in overleg met de rijkswacht genomen worden. Tenslotte verklaart de heer Derycke dat alle aanvragen voor het bezoeken van heel het domein welwillend zullen worden onderzocht, rekening houdend met het beschikbare personeel en de veiligheidseisen.

De heer Destexhe (PRL-FDF) (in het Frans). - Ik dank de minister voor dit antwoord, dat mij nochthans enigzins verbaast. Ik zal een PRL-gemeenteraadslid verzoeken de burgemeester hierover te interpelleren.





Omzetting van Europese richtlijnen



Mevrouw Willame-Boonen (PSC). - De Europese Commissie publiceert elk jaar haar verslag over de controle op de toepassing van het Gemeenschapsrecht. In het verslag van 1997 over het jaar 1996 stond dat België 92,68% van de richtlijnen in Belgisch recht had omgezet. Voor het jaar 1997 zou België volgens de pers achterop liggen op de 14 andere partners. Deze toestand staat in schril contrast met de Europese ambities die de regering tentoonspreidt.

Welke vooruitgang is er in vergelijking met de voorbije jaren ? Wat is de evolutie met betrekking tot de betwiste zaken ? In welke materies is de vertraging in de omzetting het grootst ? Waaraan is deze vertraging te wijten ? Welke maatregelen stelt de regering in het vooruitzicht om dit te verhelpen ? Stelt België zich niet bloot aan financiële sancties ?

De heer Daerden, minister van vervoer (in het Frans). - Ik antwoord namens de heer Derycke. Men moet een onderscheid maken tussen het jaarverslag van 1997 en het specifieke tijdschema in verband met de voltooiing van de eenheidsmarkt. België staat op de laatste plaats wat de eenheidsmarkt betreft : 7,1% van de richtlijnen werden nog niet omgezet, wat een vooruitgang is in vergelijking met november 1997, toen dit cijfer 8,5% was.

Van de Europese richtlijnen was 88,7% op 31 december 1997 in Belgisch recht omgezet. Het aantal betwiste gevallen bedroeg eind maart 1998 ongeveer dertig. In de domeinen waar er het meest op Europees vlak wordt gelegfifereerd, is de achterstand het grootst. Inzake de eenheidsmarkt heeft België zich ertoe verbonden om de achterstand tegen eind 1998 weg te werken. De vertraging is te wijten aan uiteenlopende factoren, waaronder het feit dat vele richtlijnen de bevoegdheid van verschillende federale ministers of ministers van deelgebieden betreffen. Er is een stuurdepartement dat de omzetting in Belgisch recht coördineert. De complexiteit van sommige richtlijnen noopt de administratieve diensten ertoe nauwgezet te werk te gaan.

Op initiatief van de heer Derycke worden structuren opgericht om de zaken te bespoedigen. De omzetting van elke richtlijn wordt beheerd door een stuurdepartement en in overleg met de Europese diensten worden vergaderingen georganiseerd om na te gaan wat de hinderpalen zijn en hoe dit probleem verholpen moet worden.

Overeenkomstig artikel 171 van het Verdrag kunnen aan België financiële sancties worden opgelegd wegens het niet-toepassen van het Europees recht indien hierover tot tweemaal toe een veroordeling werd uitgesproken door het Hof van Justitie.

De Belgische regering is zich bewust van de onvolkomenheden inzake omzetting. Sedert meer dan een jaar brengt de minister van buitenlandse zaken in dit verband geregeld verslag uit aan de Ministerraad en geeft hij aan welke knelpunten het spoedigst moeten worden opgelost.

De heer Derycke dringt er ook op aan dat alles in het werk wordt gesteld om de achterstand in te lopen.

Mevrouw Willame-Boonen (PSC) (in het Frans). - Ik dank u voor uw antwoord maar denk niettemin dat het interessant zou zijn de vraag en het antwoord aan het federale adviescomité voor te leggen.



Dienstverlening van de NMBS


De heer Olivier (CVP). - Op 24 mei startte de NMBS met een nieuwe dienstregeling. Ondertussen zijn er een aantal duidelijke knelpunten geformuleerd. De NMBS kent een personeelstekort van 250 treinbestuurders en -begeleiders. Bij de recente wervingscampagne hebben slechts weinigen gesolliciteerd. De wervingscampagne is pas de jongste weken echt van start gegaan. De campagne voor de treingebruiker over het nieuwe treinaanbod is te laat opgestart en verliep zeer gebrekkig. Ook na 24 mei komen er klachten van vertragingen en overbezette treinen.

Is de minister zich bewust van deze problemen ? Wat is zijn antwoord en dat van de NMBS-top op het grote ongenoegen rond de interne werking en dienstverlening van de NMBS ? Denkt de NMBS voldoende commercieel en klantgericht ?

De heer Daerden, minister van vervoer. - Het huidig kader treinbestuurders en -begeleiders volstaat om een normale exploitatie te verzorgen. In het vooruitzicht van de invoering van de arbeidsduurvermindering en pensionering in 1999 heeft de NMBS een wervingscampagne gestart. Sinds 1996 en 1997 werden 83 begeleiders en 210 aspirant-bestuurders aangeworven. Begin 1998 werden 42 begeleiders en 55 aspirant-bestuurders aangeworven. De aanwervingscampagne wordt verdergezet. Het nieuwe treinaanbod ligt 8 % hoger, maar een betere organisatie van de diensten en ploegenregeling maakt het mogelijk de prestaties van 150 treinbestuurders terug te winnen om ze te heraffecteren.

Reeds vanaf juli van vorig jaar werden vele acties gevoerd voor de informatie van het nieuwe IC/IR-plan. De NMBS heeft alle informatiemiddelen gebruikt zoals persconferenties, publiciteit in de media, gratis verdeling van diskettes en brochures en aanplakking in de stations. Toch gebeurden er de laatse weken nog aanpassingen om tegemoet te komen aan de wensen van het cliënteel. Daardoor was het niet altijd mogelijk alle informatie tijdig te bezorgen. Om zo vlug mogelijk de actuele problemen op te lossen, heeft de NMBS een coördinatiecomité belast met een dagelijkse evaluatie van de toestand en het realiseren van de aanpassingen om de overbezettingen en vertragingen te verhelpen. De volgende weken wordt een globale evaluatie gemaakt om de structurele problemen op te lossen die nog bestaan na de opstartfase.

De heer Olivier (CVP). - Ik ben blij dat de minister de problemen erkent. Het is begrijpelijk dat de gebruiker bijzonder ontgoocheld is. Het personeel werd onvoldoende voorbereid. Zulke zaken mogen in de toekomst niet meer gebeuren. Ik hoop dat met alle klachten wordt rekening gehouden.





REGELING VAN DE WERKZAAMHEDEN



De Voorzitter. - Ziehier de voorgestelde agenda voor volgende week. Woensdag 3 juni om 9.30 u. bespreken wij het wetsontwerp houdend instemming met diverse internationale akten, het wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag van Amsterdam, de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen en sommige bijhorende akten, de evaluatie van het Verdrag van Amsterdam betreffende de gelijkheid van vrouwen en mannen, het voorstel van resolutie betreffende de goedkeuring van het Verdrag van Amsterdam, het Verdrag van Amsterdam houdende wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie, de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen en sommige bijhorende akten. Het verslag over het wetsontwerp op het gebruik der talen in gerechtszaken wordt woensdagmorgen uitgedeeld. Ik hoop dat de Senaat zal ingaan op het verzoek van de leden van de commissie om het ontwerp woensdagnamiddag te bespreken.

De heer Desmedt (PRL-FDF) (in het Frans). - Is het niet mogelijk de door de commissie goedgekeurde tekst vroeger te ontvangen ?

De Voorzitter. - U krijgt zeer binnenkort het beschikkend gedeelte van het voorstel.

's Namiddags om 14 uur bespreken wij de wetsontwerpen tot wijziging van de artikelen 45, § 5, en 43 quinquies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken tot aanvulling van artikel 43 van dezelfde wet en tot invoeging van een artikel 43septies in die wet (belangenconflict). Vervolgens horen wij vragen om uitleg van mevrouw Nelis-Van Liedekerke en van de heer Devolder.

Donderdag 4 juni, na de inoverwegingneming van voorstellen, horen wij de mondelinge vragen.

Vanaf 16.30 u. kunnen de stemmingen plaatshebben, waarna een vraag om uitleg van mevrouw Leduc volgt.





NAAMSTEMMING



De Voorzitter. - Wij stemmen nu over het wetsonterp betreffende de radiocommunicatie van de hulp- en veiligheidsdiensten (Evocatieprocedure).

De heer Buelens (Vlaams Blok). - Het Vlaams Blok zal het ontwerp goedkeuren. Toch betreuren wij het dat bij afwezigheid van amendementen het ontwerp in de commissie in de kortste keren erdoor werd gejaagd. De partijen die hebben aangedrongen op de evocatieprocedure komen zelf niet eens opdagen.

De heer Coene (VLD). - De VLD is wel overtuigd van het nut van de radiocommunicatie voor politiediensten en urgentiediensten, maar zal zich toch onthouden. De gunning van de opdracht is een aanfluiting van de gebruikelijke procedure.

De heer Coveliers (VLD). - De minister van binnenlandse zaken werd in kennis gesteld van ons akkoord om dit probleem in de commissie te behandelen. Daarom zagen we niet in waarom we amendementen moesten indienen.

Ik ben voor de stemmingen afgesproken met mevrouw Thijs.

De heer Loones (VU). - De Volksunie zal dit ontwerp niet goedkeuren vanwege de financiële implicaties en de onduidelijke rol die aan de gemeenten werd toebedeeld.

De heer Boutmans (Agalev). - Agalev zal tegenstemmen omdat dit ontwerp in vijf minuten door de commissie werd gejaagd. Wij begrijpen ook niet waarom de staatsveiligheid, de politie- en de urgentiediensten hetzelfde radiocommunicatiesysteem moeten hebben.

De heer Daras (Ecolo) (in het Frans). - Ik betreur de wijze waarop het geëvoceerde wetsontwerp betreffende de radiocommunccatie van de hulp- en veiligheidsdiensten in de Senaat is behandeld. In de commissie voor de binnenlandse aangelegenheden werden er amper tien minuten aan gewijd. In dergelijke omstandigheden heeft evocatie nog weinig zin. Er zijn nochtans problemen in verband met de financiering van dit ontwerp. Wij kunnen het niet goedkeuren.

De heer Foret (PRL-FDF) (in het Frans). - De PRL-FDF zal zich onthouden om coherent te blijven met onze collega's van de Kamer. De heer Hatry zal de persoonlijke beweegredenen toelichten die de leden van onze fractie ertoe aanzetten zich te onthouden.

- Het wetsontwerp betreffende de radiocommunicatie van de hulp- en veiligheidsdiensten wordt met 41 tegen 7 stemmen aangenomen; 16 leden hebben zich onthouden.



Voor hebben gestemd : de leden :

Bourgeois, Buelens, Busquin, Caluwé, Cantillon, Chantraine, Ph. Charlier, de Bethune, Delcourt-Pêtre, Delcroix, D'Hooghe, Erdman, Happart, Hostekint, Hotyat, , Jeanmoye, Lallemand, Lizin, Mahoux, Maximus, Merchiers, Milquet, Moens, Nothomb, Olivier, Pinoie, Poty, Raes, Santkin, Sémer, Staes, Swaelen, Urbain, Vandenberghe, Van der Wildt, Van Goethem, Van Hauthem, Verreycken, Weyts, Willame-Boonen.



Tegen hebben gestemd : de leden :

Boutmans, Daras, Dardenne, Dua, Jonckheer, Loones, Vandenbroeke,



Onthouden hebben zich : de leden :

Bock, Coene, Cornet d'Elzius, Coveliers, De Decker, Desmedt, Destexhe, Devolder, Foret, Goovaerts, Goris, Hatry, Leduc, Mayence-Goossens, Nelis-Van Liedekerke, Vergote.

De Voorzitter. - Aangezien wij dit ontwerp ongewijzigd hebben aangenomen, wordt de Senaat geacht beslist te hebben het niet te amenderen. Het ontwerp zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de koninklijke bekrachtiging.

De heer Hatry (PRL-FDF) (in het Frans). - De leden van mijn fractie hebben beslist om zich te onthouden bij deze stemming. Men heeft de gewoonte om zo maar miljarden uit te geven. In dit geval werd 18 miljard uitgegeven in enkele seconden tijd. Er was geen sprake van een ernstige bespreking. De Gaulle placht te zeggen : de materiële invulling komt later vanzelf. In dit geval kwam ze eerst. Er wordt over contracten gesproken terwijl de wetteksten niet klaar zijn. Er zijn heel wat gegadigden voor dit contract. Inzake radiocommunicatie evolueert alles zeer snel. Het is een vergissing om het bij de drie huidige kandidaten te houden. Ik vrees dat wij met een nieuw Dassault- of Agustaprobleem te maken krijgen. (Applaus van de PRL-FDF.)





VOORSTEL VAN RESOLUTIE BETREFFENDE
DE HERVORMING VAN DE POLITIEDIENSTEN
EN VAN DE GERECHTELIJKE ORGANISATIE


Aangehouden stemmingen


Amendement nr. 1 van de heer Verreycken wordt niet aangenomen.

Amendement nr. 2 van de heren Boutmans en Jonckheer wordt niet aangenomen.

De Voorzitter. - We stemmen nu over het voorstel van resolutie.

De heer Verreycken (Vlaams Blok). - Ik vraag een afzonderlijke stemming over de drie punten.

De heer Erdman (SP). - De resolutie vormt een geheel. Ik zie niet in waarom over de drie punten afzonderlijk moet worden gestemd.



De Voorzitter. - Volgens het reglement moet een vraag tot splitsing van rechtswege worden ingewilligd.

We zullen dus eerst over de drie punten stemmen en vervolgens over het geheel.

- De 1° « de reorganisatie van de politiediensten » wordt aangenomen.

- De 2° « de oprichting van een Hoge Raad voor de Justitie » wordt aangenomen.

- 3° « de krachtlijnen inzake de hervorming van de gerechtelijke organisatie » wordt aangenomen.

De Voorzitter. - We stemmen nu over het geheel.

De heer Verreycken (Vlaams Blok). - Het is duidelijk dat dit voorstel niet uit een Senaatscommissie komt. Anders zou mijn amdement zijn aangenomen, evenals taalkundige verbeteringen.

De kurkdroge commentaar van de Nederlandse televisie luidde als volgt : « Het besluit werd getroffen tussen partijvoorzitters. Dat zal wel typisch Belgisch zijn. » Belgischer kan het inderdaad niet. Een goede hervorming is noodzakelijk, maar een dictaat is niet duldbaar. Wij zullen tegen de resolutie stemmen, wat niets zegt over ons stemgedrag als we de voorstellen zullen behandelen. (Applaus bij het Vlaams Blok.)

De heer Boutmans (Agalev). - Ik heb gewezen op de zwakke plekken van dit akkoord. Ik heb ook gezegd dat wij over de politiehervorming en over een aantal principes van de gerechtelijke hervorming, niet negatief oordelen. Dat is een eerste reden waarom wij ons onthouden.

Een tweede reden van onthouding heeft betrekking op de laatste zin van de resolutie. Ik noteer wel dat verschillende sprekers akkoord gingen met een grondige parlementaire behandeling van de voorstellen. Maar wat nu in de resolutie staat, betekent niets. Ik kan mij er niet toe verbinden iets goed te keuren dat er niet is.

De heer Daras (Ecolo) (in het Frans). - Wij kunnen deze resolutie niet goedkeuren, want wij zijn het niet eens met bepaalde punten. Ik merk trouwens op dat de acht leden die het ontwerp van resolutie hebben besproken, niet meer dezelfde houding hebben ten opzichte van het project Astrid. We zullen ook niet tegenstemmen, want we willen concreet en positief zijn.

Het voorstel van resolutie betreffende de hervorming van de politiediensten en van de gerechtelijke organisaties wordt met 58 tegen 4 stemmen aangenomen; 5 leden hebben zich onthouden.



Voor hebben gestemd : de leden :

Anciaux, Bock, Bourgeois, Busquin, Caluwé, Cantillon, Chantraine, Ph. Charlier, Coene, Cornet d'Elzius, Coveliers, de Bethune, De Decker, Delcourt-Pêtre, Delcroix, Desmedt, Destexhe, Devolder, D'Hooghe, Erdman, Foret, Goovaerts, Goris, Happart, Hatry, Hostekint, Hotyat, , Jeanmoye, Lallemand, Leduc, Lizin, Loones, Mahoux, Maximus, Mayence-Goossens, Merchiers, Milquet, Moens, Nelis-Van Liedekerke, Nothomb, Olivier, Pinoie, Poty, Santkin, Sémer, Staes, Swaelen, Urbain, Vandenberghe, Vandenbroeke, Van der Wildt, Van Goethem, Vautmans, Vergote, Verhofstadt, Weyts, Willame-Boonen.



Tegen hebben gestemd : de leden :

Buelens, Raes, Van Hauthem, Verreycken.



Onthouden hebben zich : de leden :

Boutmans, Daras, Dardenne, Dua, Jonckheer.





NAAMSTEMMING



De Voorzitter. - We stemmen nu over de inoverwegingneming van het wetsvoorstel houdende de invoering van een terugkeerregeling voor personen van vreemde nationaliteit.

De heer Verreycken (Vlaams Blok). - Op 27 februari 1992 dienden de heren Beysen en Gol in de Kamer een wetsvoorstel in waarin sprake was van een terugkeerpremie voor vreemdelingen. Ik ben ervan overtuigd dat als een dergelijk wetsvoorstel door mij zou zijn ingediend, men het niet in overweging zou nemen. Alleen de identiteit van de indiener is bepalend voor de afwijzing of aanvaarding van een wetsvoorstel. Waarom dat niet toegeven ? Ik vraag de Senaat rekening te houden met de inhoud van het voorstel en niet met de identiteit van de indiener.

De heer Jonckheer (Ecolo) (in het Frans). - Als ik mij niet vergis, moet over dit soort inoverwegingneming een naamstemming worden gehouden.

De Voorzitter. - Gewoonlijk stemmen wij over dit soort inovewegingnemingen bij zitten en opstaan, behalve indien de voorzitter het anders beslist, bijvoorbeeld als er twijfel bestaat over de uitslag. Dit gezegd zijnde, zie ik geen bezwaar tegen een naamstemming.

Met een meerderheid van 50 tegen 4 stemmen wordt het wetsvoorstel houdende de invoering van een terugkeerregeling van personen van vreemde nationaliteit niet in overweging genomen; 12 leden hebben zich onthouden.



Voor hebben gestemd : de leden :

Buelens, Raes, Van Hauthem, Verreycken.



Tegen hebben gestemd : de leden :

Anciaux, Bock, Bourgeois, Boutmans, Busquin, Caluwé, Cantillon, Chantraine, Ph. Charlier, Cornet d'Elzius, Daras, Dardenne, de Bethune, De Decker, Delcourt-Pêtre, Delcroix, Desmedt, Destexhe, D'Hooghe, Dua, Erdman, Foret, Happart, Hostekint, Hotyat, , Jeanmoye, Jonckheer, Lallemand, Lizin, Mahoux, Maximus, Mayence-Goossens, Merchiers, Milquet, Moens, Nothomb, Olivier, Pinoie, Poty, Santkin, Sémer, Staes, Swaelen, Urbain, Vandenberghe, Van der Wildt, Van Goethem, Weyts, Willame-Boonen.



Onthouden hebben zich : de leden :

Coene, Coveliers, Devolder, Goovaerts, Goris, Hatry, Leduc, Loones, Nelis-Van Liedekerke, Vandenbroeke, Vautmans, Vergote.





VRAAG OM UITLEG VAN DE HEER OLIVIER AAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN
over « de spreiding, tarifering van prestaties en terugbetalingen van nucleair magnetische resonantie-tomografen (NMR's)


Voorzitter : de heer Moens


De heer Olivier (CVP). - Omdat de nucleair magnetische resonantie-tomografen heel dure scanners zijn, is hun aantal in België beperkt tot maximaal 32 of één toestel per 300 000 inwoners. Naar verluidt zouden er bovenop deze 32 toestellen ten minste 5 illegale scanners bestaan. Het bestaan van deze illegale scanners staat zelfs vermeld in de meest recente nota van de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen. Ik heb dan ook de volgende vragen.

Hoeveel nucleair magnetische resonantie-tomograafdiensten zijn in ons land actief ? Ik bedoel zowel de legale als de niet-legale toestellen.

Voor de subsidiëring van de NMR's is een RIZIV-erkenning nodig. Zijn alle NMR's door het RIZIV erkend ?

Welke andere criteria bestaan er voor de subsidiëring van deze toestellen ?

In welke mate besteedt men bij de erkenning aandacht aan de regionale spreiding van de NMR's ? Zo staan er in Brugge twee NMR's opgesteld en in Roeselare één, terwijl Kortrijk over geen enkel toestel beschikt.

Bestaan er sancties voor het ingebruiknemen van niet-erkende NMR's en worden deze sancties toegepast ?

Hoe worden de prestaties in NMR-diensten getarifeerd en hoe gebeurt dit voor de illegale toestellen ?

Mevrouw De Galan, minister van sociale zaken. - Het aantal legale NMR-toestellen in België bedraagt inderdaad 32 en het aantal illegale NMR-toestellen bedraagt 4. Voor één ander NMR-toestel dat nog niet is geplaatst, is de erkenning voorgesteld aangezien het voldoet aan de normen van het koninklijk besluit van 27 oktober 1989.

De subsidiëring vanuit federaal niveau gebeurt pas na het bericht van erkenning van de bevoegde gemeenschap. Er is een dubbele financiering van de NMR : enerzijds voor de investerings- en werkingskosten via het budget van financiële middelen van ziekenhuizen afhankelijk van het ministerie van volksgezondheid. Anderzijds worden de honoraria via de nomenclatuur van de verrichte prestaties gefinancierd. Aangezien er tot op heden geen afzonderlijke NMR-nomenclatuurnummers bestaan, gebeurt deze vergoeding via een assimiliatie met de nomenclatuurnummers van CTscan-onderzoeken. Recent zijn echter aparte NMR-prestaties ontworpen.

Alle voorwaarden tot erkenning van een dienst voor medische beeldvorming met NMR zijn vervat in het vermelde koninklijk besluit van 27 oktober 1989.

De regionale spreiding is in de voormelde erkennings-normen vervat.

De federale overheid kan sanctionerend optreden. Ze kan overgaan tot het inhouden van 20 % van het budget van financiële middelen van het ziekenhuis dat een niet-erkende NMR-dienst uitbaat.

Tot op heden werd een sanctie van 10 % van het budget opgelegd aan één ziekenhuis in het Brusselse. Er kan pas sanctionerend worden opgetreden na ontvangst van het proces-verbaal opgesteld door de bevoegde gemeenschap.

In beginsel wordt het toekennen van een verzekeringstegemoetkoming voor verstrekkingen in een medisch-technische dienst afhankelijk gesteld van de erkenning door de bevoegde gemeenschapsminister. Deze medisch-technische diensten moeten dus beantwoorden aan de door de Koning vastgestelde erkenningsnormen.

Zoals reeds vermeld, bestaat het probleem er echter in dat er tot op heden geen afzonderlijke NMR-prestaties in de nomenclatuur zijn vervat. Financiering voor de prestaties geschiedt dus via assimilatie van de CTscan-prestaties. Vermits de meeste ziekenhuizen over een erkende medisch-technische dienst met CTscan beschikken, is het momenteel onmogelijk de prestaties verricht met illegale NMR-toestellen op te sporen.

Op advies van de overlegstructuur inzake ziekenhuizen zal een uitbreiding van het aantal NMR-toestellen gebeuren. Deze uitbreiding is noodzakelijk wegens de opgedane ervaring, de technologische evolutie, de goedkopere aankoopkosten, de bestaande wachtlijsten, enz... Een goed gebruik van de NMR-technologie verhoogt niet alleen de kwaliteit, maar kan ook een besparend effect hebben op andere prestaties. België heeft momenteel het laagst aantal NMR's van de Westerse wereld.

De wet laat de gemeenschapsinspecteurs alleen toe inspecties op de sites uit te voeren. Ik ben bereid de federale wetgeving aan te passen om de gemeenschapsinspecteurs toe te laten ook op andere plaatsen te inspecteren. Het federale niveau moet ook de PV's van de gemeenschapsinspecteurs ontvangen. Soms gebeurt dat echter niet. In de toekomst zullen wij ook meer inzicht moeten krijgen in wat NMR en CT-scanners zijn.

De heer Olivier (CVP). - Ik sta perplex over het antwoord. Het ligt voor de hand dat men de zaken niet meer onder controle heeft als alles afhangt van het doorsturen van PV's. De meeste ziekenhuizen hebben CT en NMR. Het betreft grote investeringen die aanleiding kunnen zijn tot concurrentie tussen ziekenhuizen. Wij hebben dan ook vragen over de aanwezigheid van verschillende NMR in eenzelfde ziekenhuis.

Er moeten afspraken komen over de spreiding en de investeringen. Wat met scanners die zich buiten de ziekenhuizen bevinden ? Er moet zo vlug mogelijk klaarheid komen over de budgettaire implicaties en bij dat alles moet het belang van de patiënt prioritair blijven.

Mevrouw De Galan, minister van sociale zaken. - Er is zeker de bereidheid om de inspectie aan te passen en de gemeenschappen de nodige juridische middelen te geven. De speciale prestatie NMR wordt ook opgenomen in een bijzondere nomenclatuur. Bovendien moet er een liberalisering qua inplanting komen.

Tenslotte moeten we kunnen zien waar en door wie de prestaties gebeuren.

- Het incident is gesloten.





VRAAG OM UITLEG VAN DE HEER ANCIAUX AAN DE MINISTER VAN VERVOER,
over « de toekomst van de motorenwerkplaats van Sabena Technics »


De heer Anciaux (VU). - Op 19 mei bracht het vorstelijk echtpaar een bezoek aan Sabena. De directie heeft toen beklemtoond hoe goed het wel met Sabena gaat. De financiële resultaten zijn inderdaad verbeterd en de bezettingsgraad is verhoogd. Toch zijn er besparingen voor dit jaar gepland. Het is opmerkelijk dat Swissair in Sabena voor 100 % de lakens uitdeelt met minder dan 50 % aandelen. De vertegenwoordigers van de Belgische Staat in Sabena zitten er slechts als applausmachine. Dat is nefast voor de tewerkstelling en hypothekeert de toekomst van de luchtvaart in ons land.

Het Amerikaanse luchtruim werd in de jaren '70 geliberaliseerd en dat had grote concurrentie, concentratie en prijsdumping tot gevolg. De tewerkstelling nam toe maar evenzeer de onzekerheid. Europa volgt dezelfde tendens. Vanaf 1 april 1997 kwam het tot een volledige liberalisering wat tot grotere samenwerkingsverbanden aanleiding was. Ook in Europa steeg de concentratie, kwamen er lagere prijzen en groeide de onzekerheid. Sinds Reutlinger de teugels in Sabena overnam, is er geen groot sociaal conflict meer geweest. Ook de vakbonden zijn zich bewust van de onvermijdelijke nieuwe eisen maar de broze sociale vrede wordt bedreigd.

De minister moet het wel bijzonder druk hebben want ik kreeg nog steeds geen antwoord op mijn vraag van juli vorig jaar over de liberalisering van het luchtruim.

Ik ben ervan overtuigd dat bepaalde afdelingen van Sabena worden gesloten en dat Brussel complementair wordt met Z|$$ürich.

Tegen eind juni 1997 moest een beslissing worden genomen over de vlootvernieuwing. Hoewel Sabena Technics gespecialiseerd is in Boeingtoestellen werd toch voor Airbus gekozen. Inmiddels is voor die Airbus-toestellen hetzelfde type motor gekozen als bij Swissair. Het is dus niet uitgesloten dat binnen vijf jaar geen enkel Sabena-vliegtuig nog de revisie passeert van de motorenafdeling van Sabena Technics.

Swissair voelt blijkbaar de hete adem. Er zou immers worden gedacht aan een joint venture met CFMI voor de motorenafdeling van Sabena Technics. Op de lange duur is een delocalisatie van de motorenafdeling niet uitgesloten. Daarom pleit ik voor een verankering d.m.v. een participatie van de Belgische Staat in het kapitaal van deze hoogtechnologische en winstgevende afdeling.

Waarom werden bij de aankoop van motoren geen garanties bedongen zoals bij aankoop van de Airbus-toestellen ? Waarom verhuist het onderhoud naar Zürich ?

Hoever staan de onderhandelingen tussen CFMI, Sabena en Swissair ?

Wat is de vermoedelijke verkoopprijs van de motorenafdeling ?

Wat is het aandeel van Sabena in de motorenwerkplaats ?

Is de regering bereid de tewerkstelling van hoog technologische kwaliteit te garanderen ?

De heer Daerden, minister van vervoer. - De zes Belgische bestuurders in de raad van bestuur van Sabena verdedigen de onderneming door dik en dun. De recente beslissing over de Airbus-toestellen bewijst van hun bekommernis voor de toekomst van Sabena en de evolutie van de tewerkstelling. Swissair en Airbus hebben zich expliciet geëngageerd om de tewerkstelling bij Sabena Technics gedurende tien jaar op peil te houden.

Ik zal nu antwoorden op de vijf vragen die de heer Anciaux heeft gesteld.

De CFM-56-5B-motoren werden gekozen omdat ze de beste economische resultaten leveren en ook beter zijn voor het milieu. Ze zullen inderdaad in Zürich worden onderhouden. Als compensatie krijgt Sabena Technics bijkomend werk.

Het onderhoud van de Sabena-motoren vertegenwoordigt nu 12 % van de activiteiten van de motorenafdeling. Als Swissair de nieuwe motoren zal onderhouden, zal deze verhouding hierdoor niet drastisch veranderen.

Vermits de onderhandelingen met SNECMA nog lopen, is het voorbarig hierover informatie te geven.

De onderhandelingen over de verkoopprijs van een eventuele participatie en het aandeel dat Sabena zou houden, zijn evenmin afgerond.

De Belgische Staat volgt dit dossier op via zijn vertegenwoordigers in de raad van bestuur. Alle bestuurders volgen de tewerkstelling en de rendabiliteit van Sabena op de voet.

De heer Anciaux (VU). - De minister heeft geantwoord op mijn vijf vragen, maar ik ben daar niet veel wijzer van geworden. De minister mag niet altijd geloven wat ze hem wijs maken. De minister moet eens nagaan welke actieve rol de Belgische bestuurders spelen in de raad van bestuur. Misschien zal hij dan niet meer zo gerust zijn.

Ik dacht dat Sabena een belangrijke bevoegdheid was van de minister van vervoer. Ik zou dan ook willen dat de hoofdaandeelhouder een politieke keuze zou maken en dat hij dat niet zou overlaten aan zijn applausmachine in de raad van bestuur.

De minister zegt dat er nog onderhandelingen lopen. Maar wat is de visie van de minister ? Als aandeelhouder willen wij weten welk beleid we voeren.

De minister zegt als 12 % van de activiteiten van de motorenafdeling wegvalt, er niets verandert. Dat is natuurlijk niet zo. Welke garanties heeft de minister dat Sabena het onderhoud voor derde klanten zal blijven doen ?

Het antwoord van de minister getuigt alles behalve van visie. Dit is niet correct.

De heer Daerden, minister van vervoer (in het Frans). - Ik probeer u te antwoorden op uw vraag.

Het is niet de eerste maal dat dit soort princiepsdebat wordt gehouden over de rol van de meerderheidsaandeelhouder in het bedrijf. Dat probleem rijst voor de autonome overheidsbedrijven en voor bedrijven als Sabena, waar er, wat het beheer betreft, nog slechts een formele band bestaat tussen de bestuurder en de aandeelhouder. Die band wordt immers alleen nog geconcretiseerd bij de aanwijzing van de bestuurders en tijdens de algemene vergadering.

De Raad van Bestuur kan uiteindelijk volledig vrij optreden maar paradoxaal genoeg moet de minister zich in het openbaar verantwoorden, wat hem in een delicate situatie dringt. In de autonome overheidsbedrijven is er nog een beheerscontract, dat wij hier niet hebben.

De heer Anciaux (VU). - Dit is een nieuw en interessant debat. Het gaat niet op dat de Staat zijn hoofdaandeelhouderschap niet gebruikt om een winstgevend en hoogtechnologisch bedrijf economisch te verankeren.

- Het incident is gesloten.





INOVERWEGINGNEMING

In overweging te nemen voorstellen


Artikel 81 :

Wetsvoorstel houdende uitbreiding van verschillende werkgelegenheidsbevorderende maatregelen tot de werklozen wier recht op werkloosheidsuitkeringen is geschorst met toepassing van de artikelen 80 tot 88 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering van Mevr. Andrée Delcourt-Pêtre. (Gedr. St. 1-973/1).

Het voorstel van wet wordt in overweging genomen.





INDIENING VAN WETSONTWERPEN



De Voorzitter. - De regering heeft volgende wetsontwerpen ingediend :

Wetsontwerp houdende instemming met de aanvullende Overeenkomst ondertekend te Brussel op 6 maart 1995, tot wijziging van de Overeenkomst tussen België en Portugal tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van sommige andere aangelegenheden inzake belastingen naar het inkomen, en van het slotprotocol, ondertekend te Brussel op 16 juli 1969 (Gedr. St. 1-995/1).

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van Roemenië tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, gedaan te Brussel op 4 maart 1996 (Gedr. St. 1-996/1).

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Mauritius tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Brussel op 4 juli 1995 (Gedr. St. 1-997/1).

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Zuid-Afrika tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Pretoria op 1 februari 1995 (Gedr. St. 1-998/1).

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Republiek Belarus tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Brussel op 7 maart 1995 (Gedr. St. 1-999/1).

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen Spanje en België tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Brussel op 14 juni 1995 (Gedr. St. 1-1000/1).





INDIENING VAN VOORSTELLEN



De Voorzitter. - De volgende voorstellen werden ingediend :

A. Wetsvoorstel :

Artikel 77 :

Wetsvoorstel betreffende de vacantverklaring van de ambten van procureur-generaal en procureur des Konings, van de heer Eddy Boutmans cs. (Gedr. St. 1-1004/1).

B. Voorstel van resolutie :

Voorstel van resolutie betreffende de Conventie van de Raad van Europa inzake de rechten van de mens en de biogeneeskunde, van de heer Door Buelens (Gedr. St. 1-1003/1).





ARBITRAGEHOF



De Voorzitter. - Met toepassing van artikel 76 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Arbitragehof aan de voorzitter van de Senaat kennis van :

de beroepen tot vernietiging van het decreet van het Vlaamse Gewest van 15 juli 1997 houdende de regeling van de successietarieven tussen samenwonenden, ingesteld door A. Michaux e.a., door N. Segers e.a. en door de Ministerraad (rolnummers 1315, 1318, 1319 en 1320, samengevoegde zaken);

de beroepen tot vernietiging van de artikelen 2, 3, 5 en 6 van de wet van 10 december 1997 houdende verbod op de reclame voor tabaksproducten, ingesteld door de VZW RUMESM (rolnummers 1321 en 1332, samengevoegde zaken).

Met toepassing van artikel 77 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Arbitragehof aan de voorzitter van de Senaat kennis van :

de prejudiciële vraag over artikel 37 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 4 maart 1991 betreffende hulpverlening aan de jeugd, gesteld door de Jeugdrechtbank te Luik (rolnummer 1331);

de prejudiciële vraag over artikel 394, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Nijvel (rolnummer 1325).

Met toepassing van artikel 113 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Arbitragehof kennis aan de voorzitter van de Senaat van :

het arrest nr. 49/98, uitgesproken op 20 mei 1998, inzake de prejudiciële vraag over artikel 15 van de wet van 14 juli 1994 betreffende de financiering van het Instituut voor veterinaire keuring, gesteld door de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde (rolnummer 1081);

het arrest nr. 50/98, uitgesproken op 20 mei 1998, inzake de prejudiciële vraag betreffende artikel 362, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (rolnummer 1086);

het arrest nr. 51/98, uitgesproken op 20 mei 1998, inzake het beroep tot vernietiging van artikel 47, § 2, 38° en § 3, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen, zoals gewijzigd bij de artikelen 40 en 41 van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 20 december 1996 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1997, ingesteld door de gemeente Wemmel (rolnummer 1109);

het arrest nr. 52/98, uitgesproken op 20 mei 1998, inzake de prejudiciële vragen over :

artikel 317 van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap, zoals aangevuld bij artikel 133 van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 8 juli 1996 betreffende het onderwijs VII;

de artikelen 133 en 148, 5°, van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 8 juli 1996 betreffende het onderwijs VII;

artikel 323, § 2, van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 13 juli 1994 betrefffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap, gesteld door de Raad van State (rolnummers 1131, 1132, 1133 en 1150);

het arrest nr. 54/98, uitgesproken op 20 mei 1998, inzake de prejudiciële vraag betreffende artikel 7bis van de jachtwet van 28 februari 1882, gesteld door de vrederechter van het kanton Quevaucamps (rolnummer 1154);

het arrest nr. 54/98, uitgesproken op 20 mei 1998, inzake de prejudiciële vraag betreffende artikel 332, vierde en vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven (rolnummer 1161);

het arrest nr. 55/98, uitgesproken op 20 mei 1998, inzake de prejudiciële vraag betreffende artikel 19, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gesteld door de Raad van State (rolnummer 1187);

het arrest nr; 56/98, uitgesproken op 20 mei 1998, inzake de prejudiciële vragen over artikel 55, derde lid, van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, gesteld door het Hof van beroep van Bergen (rolnummer 1188).





EUROPEES PARLEMENT



De Voorzitter. - Bij brief van 12 mei 1998 heeft de voorzitter van het Europees Parlement aan de Senaat overgezonden :

een resolutie over de mededeling van de Commissie inzake het concurrentievermogen van de bouwnijverheid;

een resolutie over de mededeling van de Commissie over het concurrentievermogen van de Europese informatie- en communicatietechnologie (ICT) industrie;

een resolutie over het convengentieverslag van het Europees Monetair Instituut en het Commissiedocument d.d. 25 maart 1998 getiteld « Euro 1999-Verslag over de stand van de convergentie en bijbehorende aanbeveling met het oog op de overgang naar de derde fase van de Economische en Monetaire Unie »;

een resolutie over de mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's getiteld « Groei en werkgelegenheid in het op stabiliteit gerichte kader van de EMU-Overwegingen betreffende het economische beleid met het oog op de aanstaande vaststelling van de globale richtsnoeren voor 1998 », aangenomen tijdens de vergaderperiode van 29 en 30 april 1998.





ECONOMISCHE OVERHEIDSBEDRIJVEN



De Voorzitter. - Met toepassing van artikel 27, § 3, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, heeft de vice-eerste minister en minister van economie en telecommunicatie, bij brief van 26 mei 1998, aan de voorzitter van de Senaat overgezonden, de jaarrekening over het boekjaar 1997 van het autonome overheidsbedrijf Belgacom, evenals een exemplaar van het jaarverslag en van het verslag van het college van commissarissen.

- De vergadering wordt om 18 uur gesloten.

- Woensdag, 3 juni 1998, om 9.30 uur en 14 uur, openbare vergadering.





BERICHTEN VAN VERHINDERING



Mevrouw Thijs, om persoonlijke redenen, de heren Ceder en Hazette, wegens beroepsplichten.





Het Beknopt Verslag geeft een samenvatting van de debatten


Het volledig verslag verschijnt in de Parlementaire Handelingen