3-55

3-55

Belgische Senaat

3-55

Handelingen - Nederlandse versie

DONDERDAG 29 APRIL 2004 - NAMIDDAGVERGADERING


Waarschuwing: de blauwe kleur geeft aan dat het gaat om uit het Frans vertaalde samenvattingen.


Verzoekschriften

Inoverwegingneming van voorstellen

Regeling van de werkzaamheden

Mondelinge vragen

Herziening van artikel 67 van de Grondwet - Voorstel van de heer Armand De Decker c.s. (Stuk 3-639)

Voorstel van bijzondere wet tot aanvulling van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen teneinde uitdrukkelijk te bepalen wanneer het mandaat van de leden van de gemeenschaps- en gewestraden eindigt (van de heer Jean-François Istasse c.s., Stuk 3-481)

Wetsvoorstel tot aanvulling van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap teneinde uitdrukkelijk te bepalen wanneer het mandaat van de leden van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap eindigt (van de heer Jean-François Istasse c.s., Stuk 3-482)

Stemmingen

Regeling van de werkzaamheden

Stemmingen

Eedaflegging van de heer Luc Blondeel, nieuwe griffier

Huldebetoon aan de heer Willy Henrard, secretaris-generaal, aftredend griffier.

Berichten van verhindering

Bijlage


Voorzitter: de heer Armand De Decker

(De vergadering wordt geopend om 15.10 uur.)

Verzoekschriften

De voorzitter. - Bij brief van 19 april 2004 heeft de heer Karel Servranckx, burgemeester van Steenokkerzeel, aan de Senaat overgezonden, een verzoekschrift met betrekking tot de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde en het gerechtelijk arrondissement Brussel.

-Verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.

De voorzitter. - Bij brief van 2 april 2004 heeft mevrouw Magda De Galan, voorzitster van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad, aan de Senaat overgezonden een resolutie waarbij de federale en de gemeenschapsoverheden verzocht worden om rekening te houden met de specifieke kenmerken van Brussel bij het uitdenken en het doorvoeren van de hervormingen die noodzakelijk zijn om het taalonderricht op school en meer in het bijzonder het onderricht van de twee talen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te verbeteren, onder meer door middel van een taalbad op school.

-Verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.

Inoverwegingneming van voorstellen

De voorzitter. - De lijst van de in overweging te nemen voorstellen werd rondgedeeld.

Leden die opmerkingen mochten hebben, kunnen die vóór het einde van de vergadering mededelen.

Tenzij er afwijkende suggesties zijn, neem ik aan dat die voorstellen in overweging zijn genomen en verzonden naar de commissies die door het Bureau zijn aangewezen. (Instemming)

(De lijst van de in overweging genomen voorstellen wordt in de bijlage opgenomen.)

Regeling van de werkzaamheden

De heer Michel Guilbert (ECOLO). - Mijnheer de voorzitter, vorige week heeft mijn collega Isabelle Durant gevraagd dat de bevoegde commissie snel zou beginnen met de bespreking van het ontwerp over de financiering van de antidemocratische partijen, dat de Kamer in februari heeft goedgekeurd. U zei welk belang u aan die tekst hechtte. Ik hoop dat het Bureau dit vanmiddag heeft besproken en dat de tekst weldra op de agenda zal staan.

De voorzitter. - Het bureau van de commissie en de commissie zelf bepalen de agenda van de commissie. De commissie heeft vorige dinsdag vergaderd. In de huidige stand van zaken is het een illusie te denken dat men een commissie kan dwingen om tegen de wil van haar leden een of ander punt te bespreken. De commissie zal dus democratisch beslissen welke punten zij op haar agenda plaatst.

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer Lionel Vandenberghe aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken over «de opheffing van het wapenembargo tegen China» (nr. 3-297)

De heer Lionel Vandenberghe (SP.A-SPIRIT). - Volgens De Standaard van 27 april jongstleden heeft de minister op maandag 26 april tijdens de Raad van Ministers van Buitenlandse Zaken van de EU gepleit voor de onvoorwaardelijke opheffing van het wapenembargo tegen China.

Volgens de federale wapenwet van maart 2003 en volgens de Europese Gedragscode inzake wapenuitvoer van mei 1998 kunnen wapens niet worden uitgevoerd indien ze kunnen bijdragen tot mensenrechtenschendingen of indien er een duidelijk risico bestaat dat de beoogde uitvoer wordt gebruikt voor binnenlandse onderdrukking.

China wordt door alle internationale mensenrechtenorganisaties bestempeld als een land dat op een flagrante wijze de mensen- en volkenrechten schendt. De Chinese overheid reageert op elke roep om hervormingen en op elke vorm van kritiek met harde repressie. Religieuze groeperingen als de Falun Gong, etnisch-culturele minderheden als de Oeigoeren, het bezette Tibetaanse volk, mensenrechtenactivisten, journalisten en vakbondsafgevaardigden worden door het Chinese regime als een bedreiging voor de eenheid en de stabiliteit van het land beschouwd. Wanneer deze groepen actie ondernemen worden ze vervolgd, gevangen genomen, gemarteld en in schijnprocessen berecht. Volgens het jaarrapport van Amnesty International van 2003 werden sinds april 2001 in China 1.921 doodstraffen uitgesproken, waarvan er 1060 werden uitgevoerd.

Het wapenembargo werd opgelegd na de studentenopstand in 1989 op het Tiananmenplein, het Plein van de Hemelse Vrede. Na 15 jaar zitten er nog steeds Tiananmenactivisten in de Chinese gevangenissen.

Heeft de minister er bij zijn collega's van de EU voor gepleit het wapenembargo tegen China onvoorwaardelijk op te heffen?

Is dit het standpunt van de hele federale regering?

Hoe is een pleidooi voor de onvoorwaardelijke opheffing van het wapenembargo tegen China in overeenstemming te brengen met het streven naar een `ethisch geïnspireerd buitenlands beleid', zoals aangekondigd in het regeerakkoord?

De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - Op de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen van afgelopen maandag heb ik de Europese Unie opgeroepen om na te denken over het verdere politieke nut van het embargo, rekening houdend met de huidige realiteit, die verschilt van deze van 1989. Het opheffen van het embargo zal volgens mij nog gemakkelijker en eenvoudiger worden indien de eerbiediging van de mensenrechten door China nog verder wordt geïllustreerd door bepaalde gestes, zoals bijvoorbeeld de vrijlating van de laatste veroordeelden van 1989 of de toetreding van China tot het International Covenant on Civil and Political Rights, zonder dat deze twee gestes noodzakelijk als een voorwaarde moeten worden voorgesteld.

Tezelfdertijd heb ik op de Raad gepleit om de huidige Europese gedragscode inzake wapenuitvoer te herzien en deze dwingend te maken als een element van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid. Vier jaar geleden al heb ik gevraagd om, net als in België, de gedragscode in geheel Europa verplicht te maken. Dat kan mogelijk zelfs een voorafgaande voorwaarde zijn voor de opheffing van het wapenembargo tegen China.

In geval van opheffing van het embargo zou de Europese gedragscode inzake wapenuitvoer ook voor China worden toegepast, net zoals voor alle landen. Het opheffen van het embargo betekent immers niet meteen dat België wapens aan China moet beginnen verkopen. Hiervoor gelden onze eigen regels, die nu door de gewesten worden toegepast.

Om duidelijk te zijn en om te voorkomen dat men mij woorden in de mond legt die ik niet heb uitgesproken, zeg ik dat ik ervoor gepleit heb om na te gaan welk nut het heeft het embargo tegen China in stand te houden. Ik heb gezegd dat wij China moeten vragen een gebaar te stellen, bijvoorbeeld de vrijlating van de laatste dertien gevangenen van de Tiananmenincidenten of de ondertekening van het International Covenant on Civil and Political Rights.

Ik heb dat gebaar echter niet als voorwaarde gesteld. Wel heb ik de opheffing van het embargo verbonden aan het afdwingbaar maken van de Gedragscode van de Europese Unie betreffende wapenuitvoer. Een afdwingbare gedragscode die kracht van wet heeft, zou doeltreffender zijn dan gelijk welke andere maatregel.

Dat heb ik verklaard op de Europese Raad. Er is nog geen besluit genomen over de opheffing van het embargo. In deze fase wordt er gediscussieerd en worden ideeën geopperd in een poging om China te bewegen tot belangrijke stappen op het vlak van de mensenrechten en van de wapenuitvoer.

Het standpunt dat ik heb verdedigd, wordt vandaag door bijna iedereen onderschreven, zelfs door de hevigste tegenstanders van de opheffing van het embargo.

De heer Lionel Vandenberghe (SP.A-SPIRIT). - Ik heb begrepen dat de minister wel degelijk enkele voorwaarden verbindt aan de opheffing van het wapenembargo. Maar hij sprak de hele tijd uit eigen naam. Wil dat zeggen dat de regering zich nog niet over zijn standpunt heeft uitgesproken?

De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - Op een dergelijke vergadering kan ik me geheel vrij uitspreken om te horen hoe de andere deelnemers over een kwestie denken en eventueel zoeken welke argumenten tot de beste beslissing kunnen leiden. Als de vergadering echter de knoop moet doorhakken of ze het wapenembargo al dan niet wil opheffen, zou ik uiteraard vooraf de regering en misschien ook het parlement raadplegen. Ik heb namelijk niet de bevoegdheid of de macht om daar alleen over te beslissen.

De heer Lionel Vandenberghe (SP.A-SPIRIT). - Ik dank de minister voor zijn belangrijke mededeling dat hij het parlement zal horen, vooraleer hij tot een definitieve...

De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - Neen, mijnheer Vandenberghe, ik heb alleen gezegd dat ik de regering en misschien ook het parlement zal raadplegen. Nu heb ik principieel geen enkel bezwaar om voor dit soort aangelegenheden ook het parlement te raadplegen. Dat kan mogelijk zelfs belangrijk en interessant zijn. Maar, wees gerust, mijnheer Vandenberghe, de regering houdt goed voeling met wat er in het parlement leeft.

De heer Lionel Vandenberghe (SP.A-SPIRIT). - Ik mag het hopen, mijnheer de minister. U weet dat commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging onder leiding van mevrouw Lizin op dit ogenblik intens bezig is met de mensenrechtenproblematiek.

De voorzitter. - Ik wil hieraan toevoegen dat het Bureau van de Senaat in december vorig jaar in China is geweest en dat we deze kwestie urenlang hebben bediscussieerd met de Chinese regering.

Belangrijk in het antwoord van de minister is dat de Gedragscode van de Europese Unie minstens even doeltreffend is als een embargo.

De heer Lionel Vandenberghe (SP.A-SPIRIT). - Hebt u daar bijvoorbeeld ook gesproken over de bezetting van Tibet?

De voorzitter. - Wij hebben zeer vele en uiteenlopende onderwerpen gediscussieerd, waaronder ook de kwestie van de mensenrechten.

De heer Lionel Vandenberghe (SP.A-SPIRIT). - Een volgende keer wil ik graag meegaan...

De voorzitter. - In de delegatie van het Bureau was er ook iemand die u vertegenwoordigt, mijnheer Vandenberghe.

Mondelinge vraag van de heer Wim Verreycken aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over «het munitietekort voor schietoefeningen bij de politie» (nr. 3-292)

De voorzitter. - De heer Didier Reynders, minister van Financiën, antwoordt namens de heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken.

De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - De politie verwordt blijkbaar meer en meer tot een symbool van bureaucratie. Onze fractie heeft de minister daarover al herhaaldelijk vragen gesteld. Het belachelijk lang uitblijven van de politie-uniformen is een voorbeeld van de toestand bij de politie. Brice De Ruyver beschuldigde een tweetal maanden terug de top van de federale politie van schromelijke tekortkomingen omtrent de gigantische papierberg die de agenten moeten doorworstelen. Voor dergelijke problemen bestaat een staatssecretaris, maar ik vermoed dat hij daar niet veel aan doet.

En nu maakte de politievakbond onlangs bekend dat alle schietoefeningen van de Brusselse federale politie al drie maanden waren opgeschort wegens een tekort aan kogels. Nochtans zijn alle leden van de federale recherche verplicht jaarlijks vier schietoefeningen te houden. Ook de examens voor de aanstelling van nieuwe rechercheurs kwamen in het gedrang. De minister van Binnenlandse zaken heeft mij beloofd er bij de bevoegde instantie, de Centrale Dienst, op aan te dringen zo snel mogelijk werk te maken van nieuwe leveringen.

Ook nu weer rommelt het in de Brusselse politieschool. De aspirant-inspecteurs kunnen door het gebrek aan munitie geen schietoefeningen meer houden. Op televisie worden beelden getoond van groots opgezette controles met politieagenten die wapens dragen, maar zij kunnen die wapens niet gebruiken wegens gebrek aan oefening. Politiecommissaris Surkyn wijt dit probleem aan het uitblijven van een federale dotatie of aan de erg ingewikkelde aankoopprocedure.

Hoe lang zit de Brusselse politieschool al zonder munitie?

In hoeverre komt hiermee de opleiding van politieagenten in het gedrang?

Hoe verloopt de aankoopprocedure van munitie?

Wat schort er aan de overheidsdotaties?

Moet de aankoopprocedure niet worden herzien?

Zijn de schietoefeningen van de Brusselse federale politie reeds opnieuw opgestart?

Heeft de minister nog weet van munitietekorten bij andere politiescholen of -korpsen? Op een vorige vraag werd immers geantwoord dat er voor heel België maar één schietstand is die geschikt is om met gevechtsmunitie te oefenen.

De heer Didier Reynders, minister van Financiën. - De erkende politiescholen, waaronder de Brusselse politieschool, krijgen geld van de federale overheid voor het organiseren van de basisopleiding. De school koopt de munitie zelf aan met die federale middelen. Bijkomend stelt de federale overheid aan de erkende politiescholen 300 patronen per aspirant ter beschikking.

Het tijdelijke gebrek aan munitie is derhalve niet te wijten aan de overheidsdotaties. De scholen moeten zelf tijdig de aankoopprocedure starten. Volgens de administratief coördinator van de Brusselse politieschool is er sinds enkele dagen geen munitie meer. Volgens de woordvoerder komt hierdoor de opleiding van de toekomstige politieambtenaren evenwel niet in het gedrang.

De geschorste schietoefeningen kunnen immers op een later tijdstip in de opleiding worden georganiseerd. Volgens de administratief coördinator van de Brusselse politieschool is de aankoopprocedure voor munitie aan de gang. Zodra de munitie is geleverd, zal er opnieuw met de schietoefeningen worden begonnen.

In tegenstelling met wat beweerd wordt, is er geen tekort aan munitie voor de federale recherche. De federale politie beschikt vandaag over een voorraad van meer dan 300.000 oefenkogels. In de komende weken zal een bijkomende levering van meer dan één miljoen oefenkogels plaatsvinden.

De andere erkende politiescholen kampen niet met een munitietekort.

De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - Zou minister Dewael niet de administratieve chaos waarop ik heb gewezen, kunnen verhelpen?

Het antwoord had het over 300 kogels per rechercheur in opleiding, maar de regels van de politieschool schrijven voor een rechercheur in opleiding 750 kogels voor. Voor 450 kogels zijn dus de meest uiteenlopende handtekeningen en dotaties vereist. Eén politieschool zit effectief zonder kogels, maar in geen enkele politieschool wordt er nog geoefend, omdat de gevechtsmunitie te scherp is voor de oefenstanden.

De regering moet dringend een oplossing zoeken voor die administratieve chaos. Het is niet ernstig om mensen met een revolver in conflictsituaties te sturen, maar ze niet te trainen in het beheersen van die wapens.

Mondelinge vraag van mevrouw Marie-José Laloy aan de minister van Werk en Pensioenen en aan de staatssecretaris voor Arbeidsorganisatie en Welzijn op het werk over «de maatregelen die door sommige werkgevers worden genomen om zwangere werkneemsters ertoe aan te zetten een deel van het zwangerschapsverlof op te nemen vóór de geboorte van het kind» (nr. 3-289)

Mevrouw Marie-José Laloy (PS). - In ons land duurt het zwangerschapsverlof vijftien weken: één week moet vóór de vermoedelijke datum van de bevalling worden opgenomen, acht weken na de geboorte. De overige zes weken mogen vóór of na de bevalling worden opgenomen.

Naar verluidt zetten sommige werkgevers zwangere werkneemsters ertoe aan om met zwangerschapsverlof te gaan vanaf de zesde maand van de zwangerschap. Zij beroepen zich op de bepaling die het mogelijk maakt zwangere werkneemsters bepaalde taken zoals het herhaaldelijk dragen van lasten niet te laten uitvoeren.

De werkgever zou dus druk uitoefenen en de werkneemster verplichten om de zes weken facultatief verlof vóór de geboorte op te nemen. Zij kan dat dan niet meer doen na de geboorte, wat nochtans beter zou zijn voor haar eigen gezondheid en die van haar kind.

Ik hoop dat deze ontoelaatbare praktijk niet de regel worden op de arbeidsmarkt. Heeft de regering aandacht voor dit dossier? Welke maatregelen zou zij kunnen nemen?

Mevrouw Kathleen Van Brempt, staatssecretaris voor Arbeidsorganisatie en Welzijn op het werk, toegevoegd aan de minister van Werk en Pensioenen. - De maatregel waarnaar u verwijst, heeft tot doel om zwangere werkneemsters te ontlasten van gevaarlijke en schadelijke taken. Voor de bescherming van de zwangere werkneemster en haar ongeboren kind is dat een uitstekende maatregel.

Om misbruik te voorkomen heeft de wetgever voorzien in vrij strikte procedures. Zo moet de werkgever een evaluatie maken van de beroepsactiviteiten waarbij zwangere werkneemsters aan bijzondere risico's kunnen worden blootgesteld. Die evaluatie moet gebeuren in samenspraak met de arbeidsgeneesheer en de dienst voor veiligheid en gezondheid. Op grond van die evaluatie stelt de werkgever een document op met de algemene maatregelen die moeten worden genomen. Dit document wordt voor advies voorgelegd aan het Comité voor preventie en bescherming of aan de syndicale afvaardiging.

Als de evaluatie een risico aangeeft, neemt de werkgever op advies van de arbeidsgeneesheer de vereiste maatregelen. Deze moeten in een welbepaalde volgorde worden uitgevoerd. Eerst komt de voorlopige aanpassing van de arbeidsomstandigheden of de werktijden, dan het toewijzen van een andere taak en tenslotte de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. Een volgende maatregel mag pas worden genomen indien de vorige technisch en objectief onuitvoerbaar is. Bovendien bestaat er een lijst van taken die verboden zijn voor zwangere vrouwen. Het is dus zeer moeilijk om een werkneemster zonder reden naar huis te sturen vanaf de zevende week vóór de vermoedelijke datum van de bevalling.

Voor de bevalling kan het beter zijn dat een vrouw zich niet te zeer vermoeit op haar werk en dat zij op het gepaste ogenblik met zwangerschapsverlof gaat. Hierover kan zij overleg plegen met de arbeidsgeneesheer. Wat er ook van zij, de werkgever mag haar niet dwingen, noch druk op haar uitoefenen. Misbruik is echter altijd mogelijk. De betrokkene kan altijd een beroep doen op de arbeidsgeneesheer-inspecteur bij de Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk, die dan snel kan optreden. Wanneer gerechtelijke stappen worden ondernomen, moet de arbeidsrechtbank een uitspraak doen.

Elk geval van misbruik is er één te veel. Enkele gevallen betekenen echter niet dat er een algemene tendens bestaat op de arbeidsmarkt. Naast de maatregel van Oostende waarmee het facultatief prenataal verlof met één week wordt ingekort en het postnataal verlof met één week wordt verlengd, zal ik niets anders ondernemen.

Mochten de inspectiediensten formeel melding maken van een tendens, dan zal ik onderzoeken welke maatregelen kunnen worden genomen.

Mevrouw Marie-José Laloy (PS). - Ik dank de staatssecretaris. Er werden me misbruiken gemeld in de fastfoodsector. Het dragen van dienbladen lijkt me niet noodzakelijk gevaarlijk voor de gezondheid. Ik ken nog andere voorbeelden. Ik zal de betrokkenen voorstellen deze misbruiken bij de staatssecretaris te melden.

Mevrouw Kathleen Van Brempt, staatssecretaris voor Arbeidsorganisatie en Welzijn op het werk, toegevoegd aan de minister van Werk en Pensioenen. - Die informatie interesseert mij ten zeerste, want in de fastfoodbranche kunnen alternatieve taken uitgevoerd worden.

Mevrouw Marie-José Laloy (PS). - De zwangere werkneemsters worden inderdaad te weinig ingeschakeld in een andere functie.

Mevrouw Kathleen Van Brempt, staatssecretaris voor Arbeidsorganisatie en Welzijn op het werk, toegevoegd aan de minister van Werk en Pensioenen. - De wet is nochtans duidelijk. Het probleem ligt bij de inspectie.

Mevrouw Marie-José Laloy (PS). - Ik denk dat de betrokkenen alle rechtsmiddelen hebben uitgeput. Zonder resultaat.

Mondelinge vraag van de heer Frank Creyelman aan de vice-eerste minister en minister van Begroting en Overheidsbedrijven en aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over «de bijkomende bevoegdheden van B-Security» (nr. 3-291)

De heer Frank Creyelman (VL. BLOK). - Het openbaar vervoer werd onlangs geconfronteerd met een zeer driest voorval van agressiviteit, waarbij een veiligheidsagent het leven liet. Ook dit weekend werd een conducteur zwaar toegetakeld door twee vechtersbazen. De personeelsleden wezen al geruime tijd op de escalerende agressie in stations en op treinen en op het gebrek aan macht en middelen om deze agressie in te tomen. In de eerste helft van 2003 is het aantal gevallen van lichamelijk geweld tegen conducteurs verdubbeld in vergelijking met dezelfde periode van het jaar voordien. De criminaliteit in treinen en stations is sinds 2001 gestegen van 10.853 tot 23.558 feiten in 2003. Dit komt neer op ongeveer 75 feiten per dag. Eén op 10 agressors zou een wapen dragen. Jaarlijks komen zo'n 20.000 hulpoproepen binnen van personeelsleden die zich onveilig voelen!

B-Security, de bewakingsdienst van de NMBS, beschikt niet over politiële bevoegdheden. Het gebrek aan doeltreffende bevoegdheden maakt de dienst zo goed als lam. De agenten kunnen niet eens een proces-verbaal opstellen, mogen geen identiteitscontroles doen en beschikken niet over een wapen om zich te beschermen. Sommige leden gebruiken momenteel uit noodzaak - en op eigen initiatief - handboeien.

De eis om bijkomend personeel en meer bevoegdheden voor de veiligheidsagenten en begeleiders is aldus meer dan terecht.

In een mededeling liet Binnenlandse Zaken twee weken geleden weten het gebruik van handboeien te willen toelaten om de agressor te immobiliseren in afwachting van de komst van de politie. Daarenboven pleit de minister voor een optimale samenwerking tussen de politie en de privé-bewakingsdiensten.

In antwoord op de vraag van mijn collega Jan Mortelmans in de kamercommissie heeft de minister de huidige samenwerking tussen de politie en de beveiligingsdienst reeds uit de doeken gedaan. Momenteel lopen nog onderhandelingen en ligt er een ontwerp van KB klaar. Toch zijn bepaalde zaken nog niet helemaal duidelijk.

Welke initiatieven zal de minister nemen om de ellenlange wachttijden te beperken voordat bijstand wordt verleend door de politiediensten?

Is de minister ervan overtuigd dat handboeien volstaan om de agressie in te dijken? Hoe denkt de minister de B-Security-agenten veiligheidsgaranties te geven tegen gewapende agressors? Is de minister van plan voor deze agenten het gebruik van pepperspray en wapenstok te legitimeren? Zullen zij in de toekomst identiteitscontroles kunnen uitvoeren? Welke bijkomende bevoegdheden worden toegekend aan trein-, bus- en metrobegeleiders?

Op de vraag van Jan Mortelmans antwoordde de minister dat voor de beveiligingsdiensten voorzien is in gerichte trainingen voor geweldsbeheersing. Klopt het dat deze trainingen drastisch worden beperkt door personeelsgebrek?

Welke tien stations genieten nu veiligheidsprioriteit? Wordt dit aantal uitgebreid?

De heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Begroting en Overheidsbedrijven. - De eerste vraag van de heer Creyelman heeft betrekking op de samenwerking tussen de verschillende politiediensten en de openbare vervoersmaatschappijen. Ik zou niet zover gaan om te spreken over ellenlange wachttijden. Er doen zich aan beide zijden wel eens problemen voor. Op dit ogenblik wordt gewerkt aan een protocol en ik kan u zeggen dat er reeds vooruitgang was geboekt vóór het recente dramatische ongeluk.

Welke geweldmiddelen zullen worden toegelaten? Ik wil niet vooruitlopen op de werkgroep die vóór 1 juli conclusies moet trekken. Ik onthoud mij dus van commentaar. Het spreekt voor zich dat er meer middelen nodig zullen zijn en dat men verder zal gaan dan nu, maar na 1 juli zal alles duidelijker zijn. Alle maatregelen moeten worden ingepast in een totaalbeleid voor de interne bewakingsdiensten, privé-beveiligingsfirma's en de desbetreffende inspectiediensten. Er komt een verhoogde bevoegdheidsomschrijving, maar de precieze definitie zal nog even op zich laten wachten.

Ik benadruk nogmaals dat het initiatief om hierover een werkgroep te starten er niet gekomen is naar aanleiding van het incident. Ik wil ook niet verhelen dat het om zeer moeilijke discussies gaat. Er zijn privé-beveiligingsfirma's, interne bewakingsdiensten en de politiediensten, en het is zeer moeilijk om de verschillen correct te bepalen. De minister van Binnenlandse Zaken is het met mij echter eens dat er meer bevoegdheden moeten worden toegekend. We zullen natuurlijk proberen om nog vóór 1 mei rond te zijn.

Wat de opleiding betreft, wordt voor elke bediende jaarlijks in tien trainingssessies van drie uur voorzien. Er werd mij verzekerd dat dit programma wordt voortgezet. Vanmorgen was er overigens een bijeenkomst met de verantwoordelijken voor de geweldbeheersing bij de federale politie en bij B-Security.

Er werden een aantal risicostations geïdentificeerd. In principe wordt geen onderscheid gemaakt tussen de stations. Alle treinstations krijgen dezelfde veiligheidsprioriteit, maar toch zijn er op dit ogenblik tien stations die extra aandacht krijgen. De federale politie moet bijzondere inspanningen leveren om samen met de lokale politiediensten de politiezorg te verzekeren. Bovendien is de aanwezigheid van de spoorwegpolitie in die stations opgedreven. De betrokken stations zijn: Brussel-Zuid, Brussel-Noord, Leuven, Brugge, Gent, Antwerpen, Luik, Bergen, Charleroi en Namen. De grootte van de stations werkt de veiligheidsproblemen enigszins in de hand omdat er meer anonimiteit heerst.

Mondelinge vraag van mevrouw Isabelle Durant aan de minister van Financiën over «de financiering van bedrijven die vuile wapens produceren» (nr. 3-296)

Mevrouw Isabelle Durant (ECOLO). - Een recent rapport van Netwerk Vlaanderen over de betrokkenheid van bepaalde bankinstellingen bij de productie van bijzonder controversiële wapens, plaatst het ethisch beleggen opnieuw in de schijnwerper. Volgens het rapport financieren verschillende grote Belgische banken de productie van antipersoonsmijnen en fragmentatiebommen.

De betrokkenheid kent uiteenlopende vormen: de opening van kredietlijnen, het beheer van fondsen die in de wapenindustrie investeren of deelname in hun kapitaal. Een Aziatische bevek investeert in STE, een firma in Singapore die gespecialiseerd is in antipersoonsmijnen. België was nochtans een van de allereerste landen die de moed opbrachten om dit wapen te verbieden. De ING Bank heeft inmiddels aangekondigd dat zij haar banden met die onderneming zou verbreken.

De vraag rijst of men Belgische bedrijven laat investeren in de productie van `vuile' wapens, dan wel of de regering of de wetgever hiertegen moeten optreden.

Persoonlijk denk ik dat de investeringen die strijdig zijn met de internationale akkoorden over bijvoorbeeld antipersoonsmijnen, chemische en biologische wapens, kernwapens, wapens met verarmd uranium of fragmentatiebommen, moeten geweerd worden uit de korf van een bevek of enig ander financieel product.

De consumenten zouden hun financiële producten met kennis van zaken kunnen kiezen als de samenstelling van de beveks transparanter was. Die transparantie kan er komen op initiatief van de sector of van de overheid. Als het Europese kader dit bemoeilijkt, zou ons land stappen kunnen doen op Europees niveau.

Wat denkt u van het rapport, mijnheer de minister? Bent u eveneens van mening dat investeringen die strijdig zijn met de internationale akkoorden betreffende vernietigingswapens uit de korf van beveks moeten worden geweerd?

Wat denkt u van meer transparantie in de samenstelling van beveks zodat de consument weet wat hij koopt?

Bent u van plan dit dossier met de sector te bespreken, overweegt u een initiatief van de regering of denkt u aan Europa?

De heer Didier Reynders, minister van Financiën. - Ik stem goeddeels in met de reactie van mevrouw Durant op de publicatie van dit soort informatie.

Het rapport dat mevrouw Durant aanhaalt, ken ik alleen uit krantenartikels. Ik zal me er zeker van voorzien en eerst en vooral de gegevens en de informatiebronnen checken.

Een tweede belangrijk element is dat de beveks in België niet noodzakelijkerwijze in de handel worden gebracht door instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht. Zij kunnen ook naar het recht zijn van één van de lidstaten van de EU. Zoals vaak in dergelijke materies belandt men dan in een debat dat op Europees niveau of nog breder moet worden gevoerd.

Derde element: het jaarverslag van elke bevek vermeldt de vennootschappen waarin wordt geïnvesteerd. Voor de investeerder die de informatie vraagt, is ze transparant.

Ik ben mij ervan bewust dat wij de voorlichting en de transparantie nog moeten verbeteren. Het wetsontwerp over de instellingen voor collectieve belegging gaat net als de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen, de CBFA, in die richting. Ik heb al verschillende keren bij de sector aangedrongen op verbintenissen.

Ik signaleer ook dat de regering op de ministerraad te Raversijde aan de minister die bevoegd is voor duurzame ontwikkeling heeft gevraagd om de Interdepartementale Commissie Duurzame Ontwikkeling te gelasten met een onderzoek naar de verplichtingen van de instellingen voor collectieve belegging inzake de transparantie van bepaalde investeringen.

Eerst en vooral moet transparantie de regel zijn. Via de reglementering en de gedragscodes die zijn vastgelegd door de instellingen moet men de informatie over de samenstelling van het vermogen van een bevek volledig toegankelijk maken. Ik herhaal dat ook de investeerder soms enige inspanning moet doen. De informatie moet wel zo eenvoudig mogelijk beschikbaar zijn, wat vandaag kan dankzij het internet.

Voor het overige moet men het opstellen van gedragscodes bij de instellingen zelf aanmoedigen. Zoals u zelf hebt gezegd, mevrouw Durant, hebben sommige instellingen gereageerd op de informatie die werd verspreid.

Ik zal contact opnemen met de sector om na te gaan op welke manier er nog beter kan worden gereageerd. Ik zie twee mogelijkheden.

Ten eerste, zowel de Belgische als de Europese en de internationale regelgeving moeten worden versterkt. Het is onaanvaardbaar dat er rechtstreeks of via een beleggingsfonds wordt geïnvesteerd in ondernemingen die de internationale regelgeving met voeten treden. U hebt een aantal voorbeelden opgesomd. Wij moeten in die richting evolueren.

Een tweede stap bestaat erin om beleggingen aan te moedigen die de regelgeving respecteren. Ook daarover zal ik met de sector discussiëren.

Er is een hele tijd sprake geweest van beleggingen in zogenaamde ethische fondsen, maar het blijft moeilijk om te weten welke lading die vlag dekt. In persknipsels heb ik bijvoorbeeld gelezen dat elke belegging in wapenfabrieken uitgesloten wordt. Ik zie dat u net zo reageert als ik. Het is uiteraard bijzonder moeilijk om die benadering te aanvaarden. We moeten twee dingen doen. Enerzijds moeten we investeringen in producten die strijdig zijn met de internationale regelgeving verbieden, of doen verbieden op andere niveaus of dat verbod doen opnemen in de gedragscodes. Anderzijds moeten we trachten om verantwoorde investeringen en instellingen voor collectieve belegging - de beveks dus - aan te moedigen. Dat werd dan ethisch beleggen genoemd. Ook daarvoor moet echter een steekhoudende definitie worden gevonden, die niet te veel sectoren uitsluit.

Ik bevestig dat ik de sector hierover zal aanspreken, want voor de belegger moet er meer klaarheid worden geschapen in de verschillende financiële producten.

Mevrouw Isabelle Durant (ECOLO). - Ik dank de minister voor zijn antwoord.

Zodra hij de sector heeft ontmoet en iedereen kennis zal hebben kunnen nemen van het rapport, zal ik aan de voorzitter van de Senaatscommissie een discussie over de criteria voorstellen. Wij zouden enerzijds kunnen onderzoeken welke initiatieven de Senaat kan nemen en anderzijds de minister aanmoedigen en steunen in de stappen die hij op Europees en internationaal vlak doet.

Mondelinge vraag van mevrouw Sabine de Bethune aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking en aan de minister van Financiën over «de schuldkwijtschelding aan de Democratische Republiek Congo (DRC)» (nr. 3-290)

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Via de pers vernamen we dat de Belgische officiële ontwikkelingshulp voor 2003 tot 0,63% van het BBP is gestegen. Op mijn vraag van vorige week hoeveel de officiële ontwikkelingshulp zou bedragen en op welke post ze zou worden ingeschreven, moest minister Verwilghen me het antwoord schuldig blijven. Er rijzen wat dat betreft dan ook vragen bij de transparantie en de openheid van de regering.

De stijging bedraagt maar liefst 47% ten opzichte van 2002, wat grotendeels is toe te schrijven aan de schuldkwijtschelding aan de Democratische Republiek Congo. Hoewel die werkwijze conform de DAC-normen van de OESO is, hebben de NGO's en de Europese Raad bezwaren tegen de inschrijving van de schuldkwijtschelding van exportkredieten in het budget van Ontwikkelingssamenwerking, aangezien de ODA-bijdrage eenmalig en kunstmatig wordt opgedreven. Het is uiteraard goed dat de schuld wordt kwijtgescholden, maar het is geen structurele operatie. Er moet dienaangaande een structureel beleid worden uitgewerkt.

Enkele punten moeten worden verduidelijkt. De nominale waarde van de schuldvermindering bedraagt ongeveer 540 miljoen euro terwijl die schuld volgens berekeningen van het ministerie van Financiën slechts een reële waarde van 13 miljoen euro heeft. Zal de regering deze commerciële schuld in een keer afschrijven? Ze werd immers volledig mee verrekend in het totale bedrag van de ontwikkelingshulp.

Ontwikkelingssamenwerking neemt conform een akkoord 50% van de nominale waarde van de schuldkwijtschelding in het kader van de Club van Parijs op zich. Over welke periode wordt deze kost voor Ontwikkelingssamenwerking gespreid? Gebeurt dat lineair of degressief, tegen welk percentage en over welke periode? Ik veronderstel dat het plan inmiddels concreet genoeg is om te weten op welke manier de operatie budgettair zal worden verwerkt.

Bestaat er een akkoord tussen Ontwikkelingssamenwerking en de Delcrederedienst in verband met de compensatie aan de Delcrederedienst voor de hele schuldkwijtscheldingsoperatie? Past ze in het raam van bestaand akkoord of werd er een ander akkoord bereikt?

Het bestaande akkoord voorziet in een opname op de begroting van Ontwikkelingssamenwerking van 15 à 16 miljoen euro per jaar voor schuldafschrijving. Zal de compensatie voor deze schuldkwijtschelding voor Congo binnen de grenzen vallen van het bedrag dat met de Delcrederedienst werd afgesproken? Het zou uiteraard positief zijn te vernemen dat dit bedrag niet in het budget van Ontwikkelingssamenwerking wordt verrekend.

De heer Didier Reynders, minister van Financiën. - Tijdens de jongste vergadering van de Wereldbank heeft de OESO voor België het cijfer van 0,61 procent in 2003 naar voren geschoven. Ik heb inderdaad ook een grote operatie voor Congo aangekondigd.

De totale nominale waarde van de kwijtschelding van commerciële schuldvorderingen bedraagt 633 miljoen euro waarvan 540 miljoen voor rekening van de Staat. Alleen de bedragen die verzekerd werden voor rekening van de Staat, kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage in de Ontwikkelingssamenwerking. Voor 2003 werd een overeenkomst gesloten tussen de Nationale Delcrederedienst en Ontwikkelingssamenwerking die betrekking heeft op een gedeelte van het bedrag van 540 miljoen in het kader van de financiële sanering van de Delcrederedienst. Deze bijdrage had betrekking op een bedrag in nominale waarde van 27,2 miljoen waarvoor Ontwikkelingssamenwerking een bedrag stortte van 13,6 miljoen, hetzij 50 procent van de nominale waarde zoals gestipuleerd in de algemene overeenkomst van 1991 aangaande de financiële sanering van de Delcrederedienst.

Het bedrag van 13,6 miljoen werd aangerekend op de begroting Ontwikkelingssamenwerking 2003. Elk jaar wordt met Ontwikkelingssamenwerking overeengekomen welke bedragen in aanmerking komen voor een bijdrage. Het bedrag dat in overeenstemming met de DAC-normen als officiële ontwikkelingshulp aangegeven werd aan de OESO is gelijk aan de nominale waarde van de totale schuldkwijtschelding omdat het grotendeels om DRC-achterstallen ging. Voor andere landen is dit veel minder het geval omdat het meestal gaat om toekomstige vervaldagen waardoor de kwijtschelding in fases kan gebeuren. De grootte van het kwijtgescholden bedrag heeft uiteraard een belangrijk effect op de ODA voor 2003.

Voor de volgende jaren werd nog geen beslissing genomen over welke kwijtscheldingen voor een bijdrage in aanmerking komen. Er bestaat dus geen overeenkomst tussen Ontwikkelingssamenwerking en de Delcrederedienst over de gehele schuldverlichting ten gunste van de DRC.

De toekomstige compensatie aan de Delcrederedienst van de schuldkwijtschelding voor Congo hangt af van de jaarlijkse onderhandelingen over de selectie van de landen en de bedragen die in aanmerking komen voor bijdragen in het raam van de saneringsoperatie.

Het gaat om een zeer belangrijke operatie, die wellicht meer structureel van aard is dan mevrouw de Bethune zei. De vermindering of de afschaffing van een schuld is een structurele ingreep. Ik geef toe dat dit niet volstaat en we meer directe hulp moeten verlenen.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Het verbaast me dat geen plan voor de budgettaire verrekening werd uitgetekend. Voor 2003 werd 50% verrekend. Ik neem aan dat de minister ervan uitgaat dat dit in de toekomst zo verder zal gaan. Het is zeer bevreemdend en betwistbaar dat voor dergelijke grote uitgaven inzake ontwikkelingssamenwerking geen groeipad werd vastgelegd. Dit is geen teken van goed bestuur. Dit neemt niet weg dat we achter het idee van de schuldafbouw blijven staan.

De heer Didier Reynders, minister van Financiën. - In dit stadium zijn slechts ideeën geopperd door de verschillende departementen en de Delcrederedienst. Er is echter nog geen akkoord.

Mondelinge vraag van mevrouw Christel Geerts aan de minister van Financiën, aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en aan de staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap over «het Alimentatiefonds» (nr. 3-295)

Mevrouw Christel Geerts (SP.A-SPIRIT). - Deze week slaakten niet minder dan zeventien vrouwenverenigingen een noodkreet over het Alimentatiefonds.

Naast een aantal inhoudelijke zorgpunten - het fonds heeft volgens hen een te beperkte taakstelling - wijzen ze vooral op het feit dat zelfs de vooropgestelde doelstellingen en timing niet zullen worden gerealiseerd.

Heeft de minister een timing opgelegd voor de voorbereidende stappen met het oog op de oprichting van de hiertoe bestemde dienst?

Wordt die timing gerespecteerd?

De heer Didier Reynders, minister van Financiën. - De nieuwe wet moet correct worden toegepast. Dat betekent dat de nieuwe alimentatiedienst op 1 juni 2004 van start gaat. Vanaf 1 januari 2004 is alles in het werk gesteld om de nieuwe dienst operationeel te maken.

Wat de concrete organisatie betreft, zullen de 29 kantoren der domeinen de klanten ontvangen en hen helpen bij de invulling van het aanvraagformulier en de samenstelling van het dossier. Die kantoren zullen ook het onderhoudsgeld invorderen. Daarnaast zullen de registratiekantoren, die over 145 locaties verspreid zijn, de aanvragen ontvangen en doorsturen naar een kantoor der domeinen. Die laatste kantoren dienen enkel als postbus.

Er werd een nieuw aanvraagformulier ontworpen dat de specifieke informatie vraagt, die noodzakelijk is voor de invordering van het onderhoudsgeld. Dit formulier wordt momenteel gedrukt in een oplage van ongeveer 100.000 exemplaren en zal ter beschikking van het publiek worden gesteld via de registratiekantoren, de domeinkantoren en de OCMW's. Het kan ook via internet worden aangevraagd.

Er wordt tevens een nieuw informaticaplatform ontworpen door informatici die hiertoe speciaal uit de privé-sector werden aangezocht. Ze zijn reeds klaar met het eerste deel van het programma, wat het mogelijk maakt om de aanvraagformulieren, na codering in het programma, te verwerken; ook genereert het automatisch alle kennisgevingen aan de onderhoudsplichtigen en onderhoudsgerechtigden.

Het programma maakt het eveneens mogelijk automatisch betalingsberichten te versturen aan de onderhoudsplichtigen en de betalingen te verrekenen. Dat deel wordt nu getest op fouten. Tijdens de testfase wordt ook begonnen met het deel betreffende de gedwongen invordering.

De timing wordt gerespecteerd. Dat wil zeggen dat de kantoren, belast met de opdrachten van de dienst voor alimentatievorderingen, de klanten op 1 juni 2004 zullen kunnen ontvangen en dat de aanvraagformulieren kunnen worden ingebracht in het programma.

Na de wettelijk voorziene beslissingstermijn zullen de betalingsberichten op geautomatiseerde wijze aan de onderhoudsplichtigen worden verstuurd en kunnen de betalingen worden verrekend.

De streefdatum voor het ter beschikking stellen van de aanvraagformulieren aan het publiek is 17 mei 2004. Er zijn geen aanwijzingen dat die datum niet zal worden gehaald.

Inmiddels zijn een deel van de ambtenaren die hun medewerking zullen verlenen aan de dienst voor alimentatievorderingen in opleiding.

Ik vat samen. Enerzijds wordt gevraagd verder te gaan met voorschotten en andere aangelegenheden. Dat is mogelijk, maar dat moet eerst worden geëvalueerd. Anderzijds zal de nieuwe wet vanaf 1 juni 2004 in werking treden. In de kantoren zal worden gestart met een nieuw informaticaprogramma en nieuwe aanvraagformulieren.

Ik hoop in de toekomst meer te bereiken, eventueel ook op het vlak van voorschotten. Maar tot op heden gaat het alleen om invordering bij Financiën.

Mevrouw Christel Geerts (SP.A-SPIRIT). - Ik dank de minister voor zijn geruststellende antwoord en verzeker hem dat we die aangelegenheid met de nodige waakzaamheid blijven opvolgen.

Mondelinge vraag van de heer Hugo Vandenberghe aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over «een omstreden vonnis van de rechtbank te Kortrijk en de vordering tot onmiddellijke aanhouding» (nr. 3-294)

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - De publieke opinie was enigszins geschokt door het vonnis van vorige week van de Kortrijkse correctionele rechtbank, die een kippenboer veroordeelde tot een jaar effectieve cel voor het neerschieten van de kippen van zijn buurman.

Vanzelfsprekend is het niet aan de Senaat om over dit vonnis te oordelen, maar het openbaar ministerie vorderde daarbij de onmiddellijke aanhouding, volgens sommige persberichten op suggestie van de rechter zelf. Daarop werd ingegaan, maar de kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep te Gent liet de betrokkene onmiddellijk vrij.

Graag had ik in verband met het politieke beleid van het openbaar ministerie vernomen of er richtlijnen zijn van het college van procureurs-generaal of het betrokken parket-generaal, die aanduiden in welke omstandigheden de onmiddellijke aanhouding ter zitting kan worden gevorderd. Is het redelijk om de onmiddellijke aanhouding enkel in functie van de strafmaat of het onttrekkingsgevaar aan het strafproces in te vullen? Is het niet raadzaam ook rekening te houden met de aard en de ernst van de feiten en bij een naar het oordeel van het openbaar ministerie totaal onredelijke strafmaat de aanhouding niet te vorderen?

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie. - Ik mag geen commentaar leveren op de beslissingen van de rechterlijke macht. Voor een minister is het niet steeds makkelijk zich aan deze regel te houden, maar het is een essentiële regel van de democratie. Ik zal dus enkel antwoorden op de technische vragen.

De onmiddellijke aanhouding wordt geregeld door artikel 33, paragraaf 2 van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis. Ingeval van een veroordeling tot een gevangenisstraf van ten minste één jaar kan de rechter de onmiddellijke aanhouding bevelen. De voorwaarden daarvoor zijn de volgende. Een: de aanhouding wordt gevorderd door het openbaar ministerie. Twee: de vrees bestaat dat de veroordeelde persoon zich aan de uitvoering van de straf zal onttrekken en de elementen die deze vrees wettigen, worden uiteengezet. Drie: er heeft over de onmiddellijke aanhouding een afzonderlijk debat plaatsgevonden en de beklaagde en zijn raadsman werden, indien ze aanwezig waren, gehoord.

In een gemeenschappelijke circulaire van het College van procureurs-generaal van 23 november 1990 over de toen nieuwe wet op de voorlopige hechtenis, wordt de wettelijke bepaling van artikel 33 kort becommentarieerd. Vervolgens is er een soortgelijke richtlijn van de procureur-generaal van Gent van 2 juni 1994 die handelt over de gevolgen die het aantekenen van hoger beroep heeft voor een uitgesproken onmiddellijke aanhouding. In een dienstnota van de procureur-generaal van Gent van 3 april 1996 aan de procureurs des Konings van zijn ressort wordt tot slot nogmaals herinnerd aan de wettelijke bepalingen en wordt er meer specifiek op gewezen dat het vonnis van onmiddellijke aanhouding moet aangeven welke omstandigheden van de zaak de vrees voor onttrekking aan de strafuitvoering wettigen. Deze omstandigheden - zo benadrukt de dienstnota - moeten dan ook door de procureurs des Konings voor de rechtbank worden uiteengezet.

De wet zelf is zeer duidelijk omtrent de voorwaarden waaronder de onmiddellijke aanhouding kan worden gevorderd. Niettemin besliste de procureur-generaal van Gent de parketmagistraten van zijn ressort nogmaals te sensibiliseren voor deze problematiek.

Artikel 33 van de wet betreffende de voorlopige hechtenis bepaalt dat het beslissende criterium het gevaar van onttrekking aan de straf is. In zijn arrest van 12 augustus 1991 heeft het Hof van Cassatie verduidelijkt dat het de rechter niet verboden is om de ernst van de gepleegde feiten of de opgelegde straf als concrete elementen in aanmerking te nemen als grond voor de vrees dat iemand zich zou onttrekken aan de uitspraak. Het is dus niet gerechtvaardigd om de onmiddellijke aanhouding te vorderen enkel op basis van de zwaarte van de straf als er geen gevaar bestaat dat de betrokkene zich zal onttrekken aan de uitspraak.

Naar aanleiding van het bedoelde voorval heeft de procureur des Konings van Kortrijk de magistraten van zijn parket herinnerd aan die principes. Hij heeft er ook op gewezen dat de onmiddellijke aanhouding slechts kan worden gevorderd indien te vrezen is dat de veroordeelde persoon zich poogt te onttrekken aan de strafuitvoering. Argumenten als gevaar voor recidive, de ernst van de feiten of de zwaarte van de straf zijn op zichzelf onvoldoende, tenzij ze het gevaar vergroten dat de betrokkene zich zal onttrekken aan de uitspraak.

Er werd ook gezegd dat er geen enkele verplichting is om de onmiddellijke aanhouding te vorderen.

De intentie om al dan niet de onmiddellijke aanhouding te vorderen moet trouwens intern worden gemotiveerd. Overigens kan het openbaar ministerie niet altijd voorspellen of er een effectieve gevangenisstraf zal worden uitgesproken, in het bijzonder als die straf niet wordt gevorderd. Het gezond verstand van de magistraat speelt inderdaad een rol in het kader van een globaal crimineel beleid.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ik dank de minister voor haar antwoord, dat zeer klaar en duidelijk is.

Mondelinge vraag van de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over «het chronisch tekort aan magistraten op het niveau van de politierechtbanken en de vredegerechten» (nr. 3-293)

De heer Christian Brotcorne (CDH). - De toestand in de politierechtbank van Doornik is problematisch, zowel voor de rechtsonderhorigen als voor de advocaten. De gerechtelijke achterstand is er uitermate zorgwekkend, meer bepaald op het vlak van de burgerlijke zaken. De dossiers die nu kunnen worden gepleit, worden ingeschreven op de rol voor einde 2006.

Toen de politierechtbank van het gerechtelijk arrondissement Doornik in 1995 werd opgericht, was de personeelsformatie blijkbaar reeds ontoereikend. Volgens de voorafgaande studie waren er minimaal 2,6 magistraten nodig. Er werden er slechts twee benoemd in plaats van drie. Sindsdien is er steeds achterstand geweest. Het zou onrechtvaardig zijn de twee magistraten ervan te beschuldigen dat ze te weinig werken. Het parket van de procureur des Konings agendeert ongeveer zeventig zaken op elke strafzitting. De magistraten grijpen dit aan om de burgerlijke zittingen `lichter' te maken.

Nog niet zo lang geleden hebben advocaten geregeld zittingen moeten leiden in de hoedanigheid van plaatsvervangend rechter, hoewel de benoemde magistraten beschikbaar waren. Die situatie werd aangeklaagd bij de orde van advocaten van Doornik, die kort voor de verkiezingen van mei 2003 hierover een memorandum indiende.

Er zijn dus duidelijk te weinig rechters in Doornik. Denkt de minister eraan het aantal magistraten te verhogen tot drie? Of heeft ze andere oplossingen in petto?

Toen ik deze vraag uitschreef, dacht ik aan mijn ervaringen als advocaat in mijn kanton Leuze-en-Hainaut/Péruwelz. Naast problemen van reorganisatie hebben we te kampen met de langdurige ziekte van een vastbenoemde magistraat. De vrederechter is afwezig sinds november 2003. Hij komt misschien terug in september 2004, maar dat is verre van zeker. Die situatie benadeelt de rechtsonderhorigen, want de vervangende rechters-advocaten, die hun uiterste best doen, kunnen een dergelijke last niet lang op zich nemen. Vandaag loopt de uitspraak van de vonnissen al vertraging op. Voor de zaken die werden gepleit in november of december van vorig jaar is nog geen vonnis geveld. Een openbare dienst zoals Justitie mag geen genoegen nemen met een dergelijke situatie.

Hoe zal de minister deze twee concrete situaties verhelpen?

Mevrouw Nyssens en ikzelf hebben een wetsvoorstel ingediend om de formule van toegevoegde rechters uit te breiden tot de politierechtbanken en de vredegerechten. Die formule heeft haar nut bewezen in de rechtbanken van eerste aanleg. Los van mijn twee concrete vragen wou ik graag weten of de minister bereid is ons voorstel te steunen om het steeds weerkerende probleem definitief op te lossen.

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie. - Ik kijk uit naar het wetsvoorstel. Zowel de politieke fracties als de regering nemen heel wat initiatieven om een oplossing te vinden voor de problemen bij Justitie. De heer Brotcorne gaf ons een voorbeeld van die problemen.

Aangezien dit een mondelinge vraag is, zal mijn antwoord kort zijn. We kunnen uitgebreider debatteren in de commissie voor de Justitie, waar ik een overzicht kan geven van alle oplossingen die ik voorstel. Eén van de oplossingen die me werd voorgesteld om de moeilijke situatie bij de politierechtbank van Doornik te verhelpen, bestaat erin het aantal magistraten te verhogen van twee naar drie.

Ik ben daar helemaal geen tegenstander van. Andere politierechtbanken hebben echter eveneens een verhoging van het aantal rechters gevraagd. We zijn bezig met een studie om alle beoordelingselementen te bepalen zodat een globale benadering mogelijk wordt van de moeilijkheden waarmee de politierechtbanken van het Rijk te kampen hebben.

De wetgever zelf heeft de Koning opgedragen om vast te stellen op welke wijze de werklast van de rechter wordt geregistreerd en op welke de wijze deze geregistreerde gegevens worden geëvalueerd. Ik verwijs hiermee naar artikel 352bis van het gerechtelijk wetboek. Deze zaak zal ook ter sprake komen tijdens het debat over de begroting voor 2005.

De heer Brotcorne wees tevens op de moeilijkheden die zich voordoen in de vredegerechten als de benoemde magistraat gedurende een lange periode afwezig is, bijvoorbeeld wegens ernstige ziekte. De senator weet dat de administratieve gezondheidsdienst een onderzoek kan doen. Pas aan het einde van die procedure kan een ambt vacant worden verklaard. De taken van de benoemde vrederechter worden tijdens die periode uitgevoerd door advocaten, die optreden als plaatsvervangend rechter. In sommige rechtbanken levert die manier van werken geen problemen op. Jammer genoeg is dat niet overal het geval. Ik zal de wettelijke mogelijkheden onderzoeken om dat soort moeilijkheden zo vlug mogelijk te verhelpen.

Een betere mobiliteit van de magistraten kan een oplossing zijn. We moeten ook denken aan een reserve van beschikbare magistraten die kunnen inspringen in geval van een crisissituatie.

Op dit ogenblik biedt het gerechtelijke wetboek enkele oplossingen. Krachtens artikel 60 kan een vrederechter tevens benoemd worden als politierechter. In bepaalde omstandigheden kan er een toegevoegde rechter worden benoemd. Bovendien kan een vrederechter of een politierechter door de eerste voorzitter van het hof van beroep gemachtigd worden om tegelijkertijd de functies van vrederechter of politierechter uit te oefenen, samen met de functie waarin hij is benoemd. Die gelijktijdige uitoefening is tijdelijk en gebeurt met instemming van de betrokkene.

Het is waar dat dit slechts lapmiddelen zijn, dat de oorzaken van de problemen moeten worden onderzocht en dat er globale oplossingen moeten komen. Toch kunnen we in noodsituaties gebruik maken van die bepalingen van het gerechtelijk wetboek in afwachting van structurele oplossingen.

Ik hoop dat we al de recente voorstellen in verband met deze problemen uitvoerig zullen kunnen bespreken.

De heer Christian Brotcorne (CDH). - Als zo vaak bevinden de minister van Justitie en ikzelf ons op dezelfde golflengte.

De mobiliteit van de magistraten kan inderdaad een oplossing bieden. In dat verband werden reeds stappen ondernomen bij de rechtbanken van eerste aanleg. Bij de politierechtbanken en de vredegerechten is een gelijkaardige inspanning nodig.

Herziening van artikel 67 van de Grondwet - Voorstel van de heer Armand De Decker c.s. (Stuk 3-639)

Voorstel van bijzondere wet tot aanvulling van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen teneinde uitdrukkelijk te bepalen wanneer het mandaat van de leden van de gemeenschaps- en gewestraden eindigt (van de heer Jean-François Istasse c.s., Stuk 3-481)

Wetsvoorstel tot aanvulling van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap teneinde uitdrukkelijk te bepalen wanneer het mandaat van de leden van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap eindigt (van de heer Jean-François Istasse c.s., Stuk 3-482)

Bespreking

De heer Christian Brotcorne (CDH), rapporteur. - De gemeenschapssenatoren die niet herkozen worden als lid van een raad verliezen hun hoedanigheid van lid van die raad en bijgevolg ook hun hoedanigheid van gemeenschapssenator. Dat gebeurt op de dag van de volledige vernieuwing van de raden, dus op 13 juni 2004. Ze kunnen vanaf dat ogenblik niet meer deelnemen aan de werkzaamheden van de Senaat.

Aangezien de gemeenschapsenatoren ten vroegste vervangen worden bij de eerste vergadering van de vernieuwde raden, in dit geval op 6 juli 2004, zal een aantal mandaten vacant zijn gedurende bijna drie weken.

Die situatie kan een weerslag hebben op het verloop van de werkzaamheden van de Senaat tijdens de periode tussen de vernieuwing van de raden en de installatie ervan. Dat één of meer mandaten vacant zijn, verhindert niet dat de Senaat zijn werk voortzet. Als het echter gaat om een groter aantal mandaten, kan dat tijdelijk een weerslag hebben op de politieke verhoudingen in de Senaat. In tijden van drukke activiteit in het federale parlement is dat belangrijk. Wij denken meer bepaald aan de stemming over de artikelen van de programmawet.

In een poging om dit te verhelpen had de heer Istasse samen met leden van verschillende fracties twee wetsvoorstellen ingediend die voor advies aan de Raad van State werden voorgelegd. De analyse van de Raad van State was vrij vernietigend.

De Raad van State verzet zich tegen de voorgestelde verlenging van het mandaat van de uittredende niet herkozen leden na de datum van de verkiezingen. Hij beriep zich op het onaantastbare principe dat in de raden gekozen zijn, degenen die aldus uitgeroepen zijn op de avond van de verkiezingen.

Daarom heeft de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden na een intern debat de juridische dienst van de Senaat opgedragen het probleem te onderzoeken. Dit onderzoek leverde vier werkhypotheses op.

De eerste oplossing bestaat erin geen wetgevend initiatief te nemen. Dit zou betekenen dat we er ons bij neerleggen dat de Senaat gedurende ongeveer drie weken een aantal leden mist. De gemeenschapsenatoren die niet herkozen zijn tot lid van een Raad kunnen vanaf de dag van de verkiezingen van die Raden niet meer deelnemen aan de werkzaamheden van onze assemblee.

De tweede oplossing bestond erin beide wetsvoorstellen, eventueel gewijzigd, aan te nemen in weerwel van het advies van de Raad van State. Algauw bleek evenwel dat deze hypothese onvoldoende rechtszekerheid bood en dus moest worden verlaten.

De derde oplossing bestond erin de periode tussen de dag van de verkiezing en de aanwijzing van de gemeenschapsenatoren zo kort mogelijk te houden. Het bleek vlug dat deze hypothese niet werkbaar was. De Franse gemeenschapsraad bestaat immers niet alleen uit alle verkozenen van de Waalse gewestraad maar ook uit afgevaardigden uit de Brusselse Hoofdstedelijke Raad. Men zou ten hoogste acht dagen kunnen winnen.

De vierde hypothese bestond erin te opteren voor de herziening van artikel 67, §1, van de Grondwet, dat de samenstelling van de Senaat en bijgevolg het lot van de gemeenschapssenatoren bepaalt.

Het kan wat overdreven lijken de Grondwet te wijzigen om een probleem op te lossen dat alleen rijst als de verkiezing van de raden niet op hetzelfde tijdstip plaatsvindt als die van de Senaat.

Deze oplossing bleek evenwel vlug de enige formule te zijn die een formeel en fundamenteel antwoord geeft op de bezwaren van de Raad van State en tezelfdertijd maximale juridische garanties biedt.

De commissie heeft het debat over die hypothese vervolgens aangevat en heeft gekozen voor het voorstel van de juridische dienst van de Senaat. Het werd enigszins herzien en verbeterd door de heer Hugo Vandenberghe. Vandaag kunnen we een oplossing voorstellen die politiek, electoraal en juridisch voldoening geeft.

Dit voorstel beoogt artikel 67, §1, van de Grondwet aan te vullen met het volgende lid: "Bij de algehele vernieuwing van hun Raad die niet samenvalt met de vernieuwing van de Senaat, behouden de senatoren bedoeld in het eerste lid, 3º tot 5º," - met andere woorden de gemeenschapsenatoren - "die geen zitting meer hebben in hun Raad, het mandaat van senator tot de opening van de eerste zitting na de vernieuwing van hun Raad".

Na een gedachtewisseling konden alle commissieleden instemmen met deze tekst. Alle democratische politieke krachten van onze assemblee zijn het dus eens om deze aanvulling op artikel 67, §1, van onze Grondwet voor te stellen.

De heer Berni Collas (MR). - Ich fühle mich von der vorliegenden Problematik in zweierlei Hinsicht angesprochen. Erstens, generell, als Mitglied des Senates, weil es sich hier um eine Verfassungsrevision handelt. Zweitens, persönlich und insbesondere als Senator der Deutschsprachigen Gemeinschaft, wobei ich in aller Bescheidenheit glaube davon ausgehen zu können, das ich am 13. Juni wieder gewählt werde.

Als Anlass zur Verfassungsreform wurden uns zwei Gesetzesvorschläge von Herrn Istasse unterbreitet mit dem Ziel das Ende des Mandates in den Gemeinschafts- und Regionalräten festzulegen. Einerseits handelt es sich um einen Vorschlag eines Sondergesetzes zur Abänderung des Sondergesetzes vom 8. August 1980 über institutionelle Reformen und zur Abänderung des Sondergesetzes vom 12. Januar 1989 über die Brüsseler Institutionen. Andererseits ging es um ein einfaches Gesetz zur Abänderung des Gesetzes vom 31. Dezember 1983 über die Deutschsprachige Gemeinschaft.

Der Berichterstatter hat darauf hingewiesen, dass der Staatsrat ein aüsserst negatives Gutachten dazu erstellt hat. Wir haben den Dienst Evaluierung der Gesetzgebung gebeten, eine Note zu erstellen, die übrigens wie immer von ausgezeichneter Qualität war. Beide Dokumente sind bereits ausreichend kommentiert und beleuchtet worden.

So möchte ich Ihnen jedoch nicht das begründete Gutachten des Rates der Deutschsprachigen Gemeinschaft, das in Ausführung von Artikel 78 unseres Gesetzes vom 31. Dezember 1983 erstellt worden ist, vorenthalten und mich auf die wesentlichen Elemente aus diesem Gutachten berufen.

Die grundsätzliche Bemerkung ist die folgende. Die Autoren des Gesetzesvorschlags gehen davon aus, dass die Neubildung des Gemeinschaftsrates während der Legislaturperiode des Senates keinerlei Einfluss auf die Mandatsausübung des amtierenden Gemeinschaftssenators hat, insofern dieser wieder in den Gemeinschaftsrat gewählt wird. Diese Auslegung der bestehenden Rechtstexte is aus Sicht des Senats durchaus verständlich.

Der Rat der Deutschsprachigen Gemeinschaft (RDG) vertritt allerdings prinzipiell den Standpunkt, dass es möglich sein sollte, den Gemeinschaftssenator nach der vollständigen Erneuerung des Rates - gegebenenfalls unter Berücksichtigung der veränderten Mehrheitsverhältnisse im Rat - neu zu bestimmen, wobei man wissen muss, dass wir einen Gemeinschaftssenator aus dem Rat hierhin entsenden. In diesem Sinne knüpft die Auffassung des Rates eher an die föderale Logik an, derzufolge die Rolle der Gemeinschaftssenatoren darin besteht, als Bindeglied zwischen dem Senat und dem Gemeinschaftsrat aufzutreten. Diese Anschauung wird übrigens auch vom Staatsrat aufgegriffen.

Der RDG erachtet die Absicht des Gesetzgebers, das Mandatsende der Ratsmitglieder einheitlich festzulegen, als durchaus nachvollziehbar und interessant. Nichtsdestotrotz ist der Rat der Meinung, dass die im vorliegenden Gesetzesvorschlag und in den dazugehörigen Abänderungsvorschlägen festgelegten Anpassungen des Gesetzes vom 31. Dezember 1983 über institutionelle Reformen für die Deutschsprachige Gemeinschaft nicht verabschiedet werden sollten, da sie eben laut Staatsrat teilweise verfassungswidrig, teilweise wirkungslos - dieser Meinung war auch Herr Hugo Vandenberghe - und teilweise diskriminerend seien.

Ik voel me in twee opzichten betrokken bij deze aangelegenheid. Op de eerste plaats en in het algemeen als lid van de Senaat, want het gaat om een herziening van de Grondwet. Op de tweede plaats, persoonlijk en in het bijzonder als senator van de Duitstalige Gemeenschap, waarbij ik in alle bescheidenheid aanneem dat ik op 13 juni opnieuw wordt verkozen.

De aanleiding tot deze herziening van de Grondwet waren twee wetsvoorstellen die werden ingediend door de heer Istasse c.s. teneinde te bepalen wanneer het mandaat van de leden van de gemeenschaps- en gewestraden eindigt. Enerzijds was er het voorstel van bijzondere wet tot aanvulling van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen. Anderzijds was er het wetsvoorstel tot aanvulling van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap.

De rapporteur heeft erop gewezen dat de Raad van State hierover een uiterst negatief advies uitbracht. We hebben dan aan de dienst Wetsevaluatie gevraagd een nota op te stellen die, zoals trouwens steeds, van uitstekende kwaliteit was. Over beide documenten is reeds uitvoerig gesproken.

Ik wil echter wel de belangrijkste passages aanhalen van het gemotiveerd advies dat de Raad van de Duitstalige Gemeenschap uitbracht conform artikel 78 van de wet van 31 december 1983.

De bemerking ten gronde luidt dat de indieners van de wetsvoorstellen ervan uitgaan dat de verkiezing van een gemeenschapsraad tijdens de legislatuurperiode van de Senaat geen invloed heeft op het mandaat van een zetelende gemeenschapssenator als hij tenminste opnieuw gekozen wordt in de gemeenschapsraad. Vanuit het standpunt van de Senaat valt deze interpretatie van de bestaande wetteksten zeer goed te begrijpen.

De Raad van de Duitstalige Gemeenschap (RDG) meent echter principieel dat het mogelijk moet zijn om na de algehele verkiezing van de raad de gemeenschapssenator opnieuw aan te wijzen en daarbij dus in voorkomend geval rekening te houden met veranderde krachtsverhoudingen binnen de raad. De gemeenschapssenator wordt immers door de raad naar hier gestuurd. Deze opvatting sluit meer aan bij de federale logica die wil dat de rol van de gemeenschapssenatoren erin bestaat een band te smeden tussen de Senaat et de gemeenschapsraad. De Raad van State wijst daar trouwens eveneens op.

De RDG vindt de intentie van de wetgever om het einde van het mandaat van de leden van de raden op uniforme wijze te regelen uitvoerbaar en interessant. Desalniettemin is de RDG van mening dat de voorgestelde wijzigingen van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap niet dienen te worden goedgekeurd, vermits ze volgens de Raad van State deels ongrondwettig zijn, deels zonder uitwerking - de heer Hugo Vandenberghe vond dat eveneens - en deels discriminerend.

Tot zover het gemotiveerde advies van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap, opgesteld in uitvoering van artikel 78 van de wet van 31 december 1983.

Mevrouw de T' Serclaes en ikzelf waren van oordeel dat het niet absoluut nodig was dat de wetgever optrad, want de weerslag van de verkiezingsuitslagen op het aantal niet herverkozen gemeenschapssenatoren kan in ieder geval moeilijk worden ingeschat.

De heer Philippe Mahoux (PS). - Vergeet niet: regeren is vooruitzien.

De heer Berni Collas (MR). - Dat is juist. We vroegen ons echter af of het de moeite loonde om een initiatief te nemen. Een eminente collega, de heer Hugo Vandenberghe, was het met ons eens.

We hebben ons dus aangesloten bij het advies van de diensten Wetsevaluatie en Juridische Zaken die ons, na van het negatieve advies van de Raad van State, een herziening van de Grondwet aanbevolen hebben. Mevrouw de T' Serclaes en ikzelf steunen dan ook deze oplossing, die de meeste juridische waarborgen biedt.

Het gaat hier in feite om het verlengen van de mandaten van de gemeenschapssenatoren die niet verkozen zijn in hun respectieve raden. Ik ben ervan overtuigd dat ze ons dankbaar zullen zijn dat ze vier weken langer zullen mogen zetelen in dit eerbiedwaardige huis.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - De heer Brotcorne bracht zopas namens de commissie verslag uit over de wijzigingen die we in de Grondwet willen aanbrengen om tegemoet te komen aan een probleem dat rijst bij de hernieuwing van de gemeenschapsraden.

De heer Collas toonde aan op welke wijze het advies van de Raad van State onze discussies heeft belicht. Door het advies konden we een oplossing zoeken die conform de Grondwet is, die de stabiliteit verzekert en die de volledige samenstelling van de Senaat als Senaat van de gemeenschappen en gewesten mogelijk maakt door, zoals het advies aangeeft, aan de gemeenschapssenatoren democratische legitimiteit toe te kennen op het ogenblik van de eedaflegging, meer bepaald bij de installatie van de gemeenschapsraden.

Het was een relatief moeilijke, maar toch interessante oefening. Nu is duidelijk geworden dat over de samenstelling van de Senaat beslist wordt bij de verkiezing van de Senaat. We hadden het ook anders kunnen benaderen. We hadden kunnen zeggen dat de gemeenschapssenatoren worden aangewezen op grond van de krachtsverhoudingen van de verkiezingen voor de gewest- en gemeenschapsraden. In dat geval was de Senaat een samengesteld orgaan waarvan de verkiezingen trapsgewijze gebeuren. Nu is het echter de verkiezing van de Senaat die de toewijzing van de zetels bepaalt. Het statuut van de gemeenschapssenatoren wordt dus bepaald in het licht van die stemming.

In de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden hebben we daarover aan de hand van het merkwaardige advies van de Raad van State een open debat gevoerd en we zijn mijns inziens tot een oplossing gekomen die iedereen tevreden stelt.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Ik heb niet de hele discussie in de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden kunnen meemaken, maar ik blijf wel met een vraag zitten. Kan de Senaat dit Grondwetsartikel, als we het vandaag wijzigen, tijdens deze legislatuur nog eens wijzigen?

De voorzitter. - Het is een belangrijke vraag, waar ik nu niet onmiddellijk een antwoord op heb. We zullen dat tijdens de volgende vergadering van de commissie bekijken.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Er zijn verschillende antwoorden mogelijk. We kunnen dus nu niet zo maar met een ja of een neen op deze interessante vraag antwoorden. We kunnen die kwestie, zoals de voorzitter voorstelt, op een volgende vergadering van de commissie agenderen.

-De bespreking is gesloten.

Bespreking van het enig artikel (Herziening van artikel 67 van de Grondwet)

(Voor de tekst aangenomen door de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden, zie stuk 3-639/3.)

-De stemming over het enig artikel heeft later plaats.

Stemmingen

(De naamlijsten worden in de bijlage opgenomen.)

Wetsvoorstel houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht (van mevrouw Jeannine Leduc c.s., Stuk 3-27)

Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Ik heb gisteren als rapporteur en niet namens onze fractie gesproken omdat het verslag zo lang was.

Onze fractie zal dit Wetboek uiteraard goedkeuren, maar heeft enkele bedenkingen.

Iedereen heeft het over de rechtszekerheid die de tekst biedt. Ik wil het enthousiasme toch wat temperen. De keuzecriteria die aan de partijen en de rechter worden gegeven, zijn van die aard dat die rechtszekerheid niet wordt gewaarborgd. Die criteria moeten worden beoordeeld en het komt de rechter toe zijn keuze voor een bepaald recht met redenen te omkleden.

Dit Wetboek heeft trouwens een subsidiair karakter, want het laat de toepassing van internationale conventies en het Europees recht onverlet.

Inzake namen en voornamen wordt alleen een oplossing gegeven voor personen met een dubbele nationaliteit van de Europese Unie en niet voor de anderen.

Personen die in België in het huwelijk treden, vallen onder de Belgische wetgeving. Eigenlijk gaat het vooral om de verblijfsvoorwaarden. De minister verklaarde dat ze voor personen van hetzelfde geslacht een meer open oplossing wenste dan de huidige. Die huwelijken zijn bovendien erg onzeker omdat ze in het buitenland niet erkend worden of niet geldig zijn.

Ik betreur de verwerping van het amendement dat ertoe strekt de ambtenaar van de burgerlijke stand te vragen de partijen te informeren over het feit dat hun huwelijk wel geldig is in België, maar niet in hun land van oorsprong waar bepaalde wetten, onder meer inzake het homohuwelijk, niet bestaan.

Tot slot nog iets over de verstoting. Ik was rapporteur van het adviescomité waarin we op een consequente wijze met de vrouwen van het terrein hebben samengewerkt. Ik denk dat de oplossing die we uitgewerkt hebben, mede zal voorkomen dat de vrouw twee keer slachtoffer wordt en ervoor zorgt dat de in het buitenland verstoten vrouw de juridische effecten van een huwelijksontbinding in België kan laten gelden. In bepaalde gevallen en onder cumulatieve en restrictieve voorwaarden moest de verstoting in ons land kunnen worden erkend.

De heer Philippe Mahoux (PS). - We verheugen ons over de tekst en zullen hem goedkeuren, maar met hetzelfde voorbehoud als bij de algemene bespreking.

Met de goedkeuring van dit voorstel zouden we de vrijheid in ons recht en de bescherming van de zwakste burgers moeten kunnen waarborgen. We moeten blijven streven naar een harmonisering van de wetgevingen op Europees vlak.

We moeten ons verzetten tegen elke vorm van erkenning van de verstoting, opdat de vrouw niet twee keer slachtoffer wordt. De oplossing die er na een uitgebreid overleg gekomen is, voldoet volgens mij aan het respect voor de beginselen, maar ook aan de bescherming van de zwakkeren, in dit geval de vrouw die wordt verstoten.

De heer Jurgen Ceder (VL. BLOK). - Wij betreuren het dat een zekere aanvaarding wordt gegeven aan een aantal rechtsfiguren zoals de verstoting. Er waren volgens ons elegantere oplossingen mogelijk, zoals bijvoorbeeld in het amendement van CD&V. Indien het amendement van CD&V wordt verworpen zullen wij ons onthouden op het geheel.

Mevrouw Anne-Marie Lizin (PS). - Onze fractievoorzitter heeft het standpunt van de fractie uiteengezet. Ik geef dus mijn persoonlijke standpunt.

Ik zal het amendement van mevrouw de Bethune steunen. In vind het principieel verkeerd om, in welk domein van het Belgische recht dan ook, de mogelijkheid, zij het uitzonderlijk, te openen om een beroep te doen op een totaal onjuist principe zoals dat van de verstoting - en dus de eenzijdige echtscheiding - waartegen de vrouwen al meer dan dertig jaar strijden.

In onthoud mij dus op het geheel, hoewel ik erkentelijk ben voor de enorme inspanningen die gedaan werden om een formulering te vinden. Ik betreur echter dat wij op dat vlak niet trotser zijn op ons recht.

De voorzitter. - We stemmen eerst over amendement 64 van mevrouw de Bethune c.s.

De heer Philippe Mahoux (PS). - Onze fractie zal dit amendement verwerpen omdat we van oordeel zijn dat het al te gemakkelijk is zich achter principes te verschuilen en de verantwoordelijkheid te leggen bij de slachtoffers, die de gevolgen van onze principiële houding moeten ondergaan.

We herhalen dat wij de verstoting niet aanvaarden omdat ze strijdig is met de mensenrechten en bijgevolg ook met de rechten van de vrouw. We mogen geen slachtoffers maken bij volmacht. Er moet een rode draad lopen doorheen de solidariteit.

Stemming 1

Aanwezig: 64
Voor: 16
Tegen: 46
Onthoudingen: 2

-Het amendement is niet aangenomen.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ik ben afgesproken met collega Coveliers. Volgens die afspraak zal ik bij de eindstemming wel een ja-stem uitbrengen.

De voorzitter. - We stemmen nu over artikel 57.

Stemming 2

Aanwezig: 63
Voor: 51
Tegen: 8
Onthoudingen: 4

De voorzitter. - We stemmen nu over het wetsvoorstel in zijn geheel.

Stemming 3

Aanwezig: 64
Voor: 53
Tegen: 0
Onthoudingen: 11

-Het wetsvoorstel is aangenomen.

-Het wetsontwerp zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Wetsvoorstel betreffende de follow-up van het optreden van de regering op het stuk van de Millenniumdoelstellingen inzake ontwikkeling (van mevrouw Anne-Marie Lizin c.s., Stuk 3-579)

De heer Michel Guilbert (ECOLO). - Ik vind het een uitstekend idee om de regering hierover een jaarverslag te vragen. We stellen echter vast dat de regering de middelen van Ontwikkelingssamenwerking ook aanwendt voor het politiek asiel, het bereiken van de Kyotonormen en zelfs voor de Delcrederedienst.

Tegelijkertijd weigert men de toegang tot het grondgebied aan burgers die volkomen legaal ons land willen binnenkomen. De meerderheid zou beter echte middelen zoeken om de kloof tussen de landen van het Noorden en het Zuiden te dichten en om de opvangregels toe te passen en een soort Tobin- of Spahnbelasting in te voeren. Ik stel vast dat dit allemaal heel traag vooruitgaat.

De tekst, waarmee we op zich geen probleem hebben, is veel te kort om ons een gerust geweten te geven.

Om die reden zullen mijn collega en ik ons onthouden.

De voorzitter. - We stemmen nu over het wetsvoorstel in zijn geheel.

Stemming 4

Aanwezig: 63
Voor: 52
Tegen: 0
Onthoudingen: 11

-Het wetsvoorstel is aangenomen.

-Het wetsontwerp zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Wetsontwerp inzake experimenten op de menselijke persoon (Stuk 3-585) (Evocatieprocedure)

De voorzitter. - We stemmen eerst over amendement 4 van de dames De Schamphelaere en de Bethune.

Stemming 5

Aanwezig: 64
Voor: 19
Tegen: 45
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor de amendementen 5 tot 8 van de dames De Schamphelaere en de Bethune. Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 9 van de dames De Schamphelaere en de Bethune.

Stemming 6

Aanwezig: 64
Voor: 16
Tegen: 45
Onthoudingen: 3

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 10 van de dames De Schamphelaere en de Bethune.

Stemming 7

Aanwezig: 64
Voor: 16
Tegen: 45
Onthoudingen: 3

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor amendement 11 van dames De Schamphelaere en de Bethune. Het amendement is dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 13 van de dames De Schamphelaere en de Bethune.

Stemming 8

Aanwezig: 64
Voor: 19
Tegen: 45
Onthoudingen: 0

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor de amendementen 18, 20, 26, 28, 30 tot 32, 34 en 35 van dames De Schamphelaere en de Bethune. Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen nu over het wetsontwerp in zijn geheel.

De heer Philippe Mahoux (PS). - Op het ethische vlak voorziet de tekst in de geïnformeerde toestemming van de personen die aan de experimenten deelnemen en beschermt hij vooral de zwaksten, namelijk de onbekwamen, de beschermde personen en de minderjarigen.

Hij versterkt bovendien de rol van de lokale ethische comités, wat wenselijk was, en voert tot slot een onontbeerlijk onderscheid in tussen de experimenten met commerciële en die met niet-commerciële oogmerken. Op die manier zal het onderzoek in de ziekenhuizen zonder financiële dwang kunnen gebeuren.

Om al die positieve elementen zullen wij de tekst goedkeuren.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Zoals uitvoerig uiteengezet tijdens het debat van vanochtend, waar jammer genoeg maar twee collega's aanwezig waren, zal de CD&V-fractie zich bij de stemming onthouden.

We vinden het wel uitzonderlijk belangrijk dat er een kaderwet komt inzake experimenten op de menselijke persoon en we zijn ons ook bewust van het nut van de medische vooruitgang voor de volksgezondheid.

We betreuren evenwel dat we niet uitvoerig hebben kunnen discussiëren over de juridische en ethische bezwaren en vooral dat ons land nog steeds weigert aan te sluiten bij een Europese consensus, zoals uitgedrukt in de Conventie van de Raad van Europa, waarin de beschermingsmaatregelen worden geharmoniseerd. Ook vinden we de wettelijke ondersteuning voor de ethische comités op dit ogenblik ontoereikend. Daarvoor bestaat geen kaderwet en geen structurele financiering. Al het werk gebeurt met vrijwilligers die advies moeten uitbrengen over dossiers die door de farmaceutische industrie worden uitgewerkt.

Om al die redenen zal de CD&V-fractie zich onthouden.

Stemming 9

Aanwezig: 64
Voor: 48
Tegen: 0
Onthoudingen: 16

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

-De goedkeuring van het wetsontwerp impliceert dat het wetsvoorstel betreffende het medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (van de heer Ludwig Caluwé c.s., Stuk 3-270) vervalt.

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 140 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 (Stuk 3-611)

Stemming 10

Aanwezig: 64
Voor: 64
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

Regeling van de werkzaamheden

De voorzitter. - Het Bureau stelt voor volgende week deze agenda voor:

Donderdag 6 mei 2004 om 15 uur

Inoverwegingneming van voorstellen.

Mondelinge vragen.

Evocatieprocedure
Wetsontwerp tot beteugeling van bedrog met de kilometerstand van voertuigen; Stuk 3-554/1 tot 3.

Om 16.30 uur: Naamstemming over het afgehandelde wetsontwerp in zijn geheel.

Verslag van het Hof van Cassatie 2003; Stuk 3-453/1.

Activiteitenverslagen 2003 van de hoven van beroep; Stuk 3-454/1 tot 4.

Vragen om uitleg:

-De Senaat is het eens met deze regeling van de werkzaamheden.

Stemmingen

Herziening van artikel 67 van de Grondwet - Voorstel van de heer Armand De Decker c.s. (Stuk 3-639)

Stemming 11

Aanwezig: 64
Voor: 64
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het quorum en de meerderheid, zoals artikel 195, laatste lid, van de Grondwet vereist, zijn bereikt.

-De bepaling is aangenomen.

-Ze zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

-De goedkeuring van het voorstel impliceert dat volgende wetsvoorstellen vervallen:

Eedaflegging van de heer Luc Blondeel, nieuwe griffier

De voorzitter. - De traditie wil dat de griffier bij zijn ambtsaanvaarding de eed aflegt. Dit gebruik, eigen aan de Senaat, vindt zijn verantwoording in het vertrouwen dat de hele assemblee in de nieuwe griffier stelt en in een van de taken waarmee deze belast is, namelijk het waarborgen van de continuïteit van de wetgevende macht.

Op 4 maart jongstleden heeft de Hoge Vergadering de heer Luc Blondeel, die op dat ogenblik directeur van de dienst Verslaggeving was, benoemd tot griffier van de Senaat.

Mijnheer Blondeel, ik nodig u thans uit de grondwettelijke eed af te leggen: "Ik zweer de Grondwet na te leven. Je jure d'observer la Constitution. Ich schwöre die Verfassung zu beachten".

(De heer Luc Blondeel legt de eed af in het Nederlands, het Frans en het Duits.)

Mijnheer Blondeel, ik verleen u akte van uw eedaflegging en bevestig u in uw hoge ambt.

Huldebetoon aan de heer Willy Henrard, secretaris-generaal, aftredend griffier.

De voorzitter. - Waarde collega's, uit mijn eigen naam en uit uw naam breng ik hulde aan onze griffier, de heer Willy Henrard, die ons verlaat na een loopbaan van meer dan vierendertig jaar bij de Belgische Senaat.

De heer Henrard is geboren op de Limburgse linkeroever van de Maas, in een oude stad die aan de Kempen grenst: Lanaken. De talloze jaren arbeid in onze hoofdstad hebben hem nooit zijn afkomst doen vergeten, zijn geboortestreek aan de Maaskant, zijn dierbare provincie Limburg en Nederlands Limburg op de andere oever van de Maas.

Onze secretaris-generaal is immers afkomstig uit een grensstreek, die dan ook wordt bevolkt door grensarbeiders. Dat verklaart wellicht eveneens waarom hij onze beide landstalen zo vlot beheerst en waarom hij zich ingezet heeft voor de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad waarvan hij ook griffier is geworden.

Na de Grieks-Latijnse humaniora aan het Heilig-Hartcollege in Mechelen-aan-de-Maas, vertrekt de heer Henrard naar Leuven, waar hij een licentie handels- en consulaire wetenschappen behaalt. Uiteindelijk wordt de universiteitsstad de thuishaven van deze Limburger, want hij gaat er zich voorgoed vestigen. Overigens woont hij ook vandaag nog in het historische hart van de universiteitsstad aan de oevers van de Dijle.

Na een korte loopbaan bij de Kredietbank treedt de heer Henrard in 1962 in dienst bij het destijds hier tussen de Wetstraat en de Leuvenseweg gelegen ministerie van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel. Het departement was zich toen reeds aan het voorbereiden om de ons vertrouwde buurt te verlaten en naar `Quatre-Bras' te verhuizen. Als jong bestuurssecretaris wordt de heer Henrard opgenomen in de dienst belast met de betrekkingen met de Oostbloklanden, waar hij een bevoorrecht getuige is van de soms pijnlijke ontwikkelingen welke die staten hebben beleefd onder het communistische juk.

Een aantal jaren later keert hij terug naar de Leuvenseweg. In 1969 slaagt hij voor het examen van zowel attaché als vertaler bij de Senaat. In een telefoongesprek met de ambtenaar van de Quaestuur die voor de aanwervingen instaat, vraagt de heer Henrard: `Is dat de moeite waard? Zal de Senaat niet worden afgeschaft?'. Het antwoord heeft hem kennelijk gerustgesteld want hij gaat naar de Taaldienst, waar hij een van de degelijkste medewerkers wordt, zonder nochtans germanist of romanist te zijn.

Naast het werk in het Paleis der Natie zet hij zijn studie voort en slaagt hij voor het examen van kandidaat in de rechten bij de Examencommissie van de Staat voor het universitair onderwijs.

Zeven jaar later gaat hij over naar de Commissiedienst, waar deze al te bescheiden ambtenaar opvalt door zijn inzicht, zijn heldere en beknopte schrijfstijl, zijn ijver en zijn koelbloedigheid in woelige omstandigheden. Zowel de talrijke leden van de Senaat als de opeenvolgende ministers met wie hij samenwerkte, waren niet alleen vol lof over de hartelijkheid van de heer Henrard, maar ook over de gedegen kennis die hij in de loop van de jaren had vergaard in de sociale aangelegenheden. Gedurende talloze jaren immers heeft onze griffier het secretariaat gevoerd van de `sociale' commissies, zodat hij een bevoorrecht getuige was van de ontwikkelingen die ons land op dat stuk heeft gekend. Tevens moet de langdurige, coherente en precieze arbeid worden vermeld die hij heeft verricht in de verenigde commissies belast met het onderzoek van de voorstellen inzake abortus, onder voorzitterschap van de heer Leemans, en vervolgens de onderzoekscommissie `Gladio', onder voorzitterschap van Roger Lallemand.

Waarde collega's,

Gedurende viereneenhalf jaar is de heer griffier Henrard mijn belangrijkste medewerker en gedegen raadgever geweest, maar ook de raadgever van de leden van het Bureau van de Senaat en het hoofd van de hele administratie. Eenieder heeft de kans gekregen zijn persoonlijkheid en zijn door gezond verstand en wijsheid ingegeven adviezen naar waarde te schatten. Al te vaak echter heeft het helse tempo van het politieke bestaan een visie op langere termijn afgeremd. Onze griffier was niet bereid overhaast te werk te gaan en wist geduldig rekening te houden met de tijdsomstandigheden en met de mensen.

Deze hoge ambtenaar met zijn sceptische voorkomen is een Maaslander in hart en nieren. Door de ligging langs de grote rivier heeft deze streek van oudsher vele beproevingen moeten doorstaan, van overstromingen tot invasies. Het heeft de bewoners hartelijk en welwillend, maar ook stoïcijns en vastberaden gemaakt.

Wanneer de politieke actualiteit het vereiste, deinsde hij er niet voor terug af te zien van verlofdagen om termijnen niet in het gedrang te brengen. En wanneer de storm voorbijgeraasd was, genoot hij des te meer van wat hij vertrouwelijk `zijn bos' noemde, een stukje natuur in de Kesselse Bergen die hem herinnerde aan de heideduinen en de dennenbossen van zijn kindertijd, in de Kempen nabij het Maasland. In de rustige eenzaamheid van zijn oase kon hij even het ingewikkelde statuut van de gemeenschapssenatoren of de subtiliteiten van de evocatieprocedure naast zich neerleggen en de zaken wat gaan relativeren.

Soms dacht hij met enige weemoed terug aan de `oude' Senaat, zoals hij die een kwarteeuw lang gediend heeft. In deze assemblee van 184 leden, die voor hun veertigste geen zitting mochten hebben, trachtten de commissies achter gesloten deuren en in alle rust verbeteringen aan onze wetten aan te brengen. Voorts beschikten zij over meer tijd om na te denken dan de huidige commissies, die gebonden zijn aan de onderzoekstermijnen van de evocatieprocedure. Bovendien leken de verslagen toen niet op `Handelingen', maar gaven zij de essentie weer van de besprekingen en van de ratio legis.

`Homo sum: humani nil a me alienum puto': `ik ben mens, en niets menselijks is mij vreemd'. Dit citaat van Terentius past goed bij de heer Willy Henrard.

In soms moeilijke werkomstandigheden kon hij immers het beste van zichzelf geven en bleef hij openstaan voor anderen, ongeacht hun functie, hun overtuiging of hun taal. Daarom huldigt de Senaat een dienaar van de res publica en een modelambtenaar op hoog niveau.

Wij wensen hem een gelukkig pensioen, aangename fietstochten met zijn twee kleinkinderen in het Hageland, en hopelijk ook in het Maasland, waar hij ongetwijfeld gelukkig zal zijn bij het terugzien van de `stille Kempen en de purp'ren hei'.

De voorzitter. - De agenda van deze vergadering is afgewerkt.

De volgende vergadering vindt plaats op donderdag 6 mei 2004 om 15.00 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 17.20 uur.)

Berichten van verhindering

Afwezig met bericht van verhindering: mevrouw Van dermeersch en de heer Coveliers, in het buitenland, de heren Duquesne en Wilmots, wegens andere plichten.

-Voor kennisgeving aangenomen.

Bijlage

Naamstemmingen

Stemming 1

Aanwezig: 64
Voor: 16
Tegen: 46
Onthoudingen: 2

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Anne-Marie Lizin, Erika Thijs, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.

Tegen

Sfia Bouarfa, Christian Brotcorne, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Alain Zenner.

Onthoudingen

Mimount Bousakla, Hugo Vandenberghe.

Stemming 2

Aanwezig: 63
Voor: 51
Tegen: 8
Onthoudingen: 4

Voor

Sfia Bouarfa, Christian Brotcorne, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Stefaan De Clerck, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Erika Thijs, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Marc Van Peel, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Alain Zenner.

Tegen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Michel Delacroix, Francis Detraux, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Onthoudingen

Mimount Bousakla, Sabine de Bethune, Mia De Schamphelaere, Anne-Marie Lizin.

Stemming 3

Aanwezig: 64
Voor: 53
Tegen: 0
Onthoudingen: 11

Voor

Sfia Bouarfa, Christian Brotcorne, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Erika Thijs, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Marc Van Peel, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Alain Zenner.

Onthoudingen

Mimount Bousakla, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Anne-Marie Lizin, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Stemming 4

Aanwezig: 63
Voor: 52
Tegen: 0
Onthoudingen: 11

Voor

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Erika Thijs, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Marc Van Peel, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Alain Zenner.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.

Stemming 5

Aanwezig: 64
Voor: 19
Tegen: 45
Onthoudingen: 0

Voor

Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Clotilde Nyssens, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.

Tegen

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Alain Zenner.

Stemming 6

Aanwezig: 64
Voor: 16
Tegen: 45
Onthoudingen: 3

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.

Tegen

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Alain Zenner.

Onthoudingen

Christian Brotcorne, Clotilde Nyssens, René Thissen.

Stemming 7

Aanwezig: 64
Voor: 16
Tegen: 45
Onthoudingen: 3

Voor

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.

Tegen

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Alain Zenner.

Onthoudingen

Christian Brotcorne, Clotilde Nyssens, René Thissen.

Stemming 8

Aanwezig: 64
Voor: 19
Tegen: 45
Onthoudingen: 0

Voor

Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Clotilde Nyssens, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.

Tegen

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Alain Zenner.

Stemming 9

Aanwezig: 64
Voor: 48
Tegen: 0
Onthoudingen: 16

Voor

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Alain Zenner.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.

Stemming 10

Aanwezig: 64
Voor: 64
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Erika Thijs, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Alain Zenner.

Stemming 11

Aanwezig: 64
Voor: 64
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Erika Thijs, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Alain Zenner.

In overweging genomen voorstellen

Wetsvoorstellen

Artikel 77 van de Grondwet

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 259terdecies van het Gerechtelijk Wetboek (van mevrouw Clotilde Nyssens; Stuk 3-651/1).

-Verzonden naar de Commissie voor de Justitie.

Artikel 81 van de Grondwet

Wetsvoorstel tot aanvulling van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek betreffende de aannemings- en de onderaannemingsovereenkomst (van de heer Stefaan De Clerck; Stuk 3-634/1).

-Verzonden naar de Commissie voor de Justitie.

Wetsvoorstel houdende organisatie van het Nationaal Contactpunt inzake internationaal ethisch ondernemen en tot wijziging van de wet van 31 augustus 1939 op de Nationale Delcrederedienst (van mevrouw Sabine de Bethune; Stuk 3-649/1).

-Verzonden naar de Commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en het Strafwetboek, om gedwongen huwelijken tegen te gaan (van mevrouw Mimount Bousakla en de heer Ludwig Vandenhove; Stuk 3-650/1).

-Verzonden naar de Commissie voor de Justitie.

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 1280 van het Gerechtelijk Wetboek (van mevrouw Clotilde Nyssens; Stuk 3-652/1).

-Verzonden naar de Commissie voor de Justitie.

Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 met het oog op de invoering van een fiscale regeling, "tante-Agaathregeling" genaamd, ten voordele van beginnende ondernemers (van de heer René Thissen; Stuk 3-653/1).

-Verzonden naar de Commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 658 van het Gerechtelijk Wetboek (van mevrouw Clotilde Nyssens; Stuk 3-654/1).

-Verzonden naar de Commissie voor de Justitie.

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 682 van het Gerechtelijk Wetboek en tot invoeging van een artikel 682bis in hetzelfde wetboek betreffende de procedure voor het onderzoek door het Hof van Cassatie van de verzoeken om rechtsbijstand (van mevrouw Clotilde Nyssens; Stuk 3-655/1).

-Verzonden naar de Commissie voor de Justitie.

Vragen om uitleg

Het Bureau heeft volgende vragen om uitleg ontvangen:

-Deze vragen worden naar de plenaire vergadering verzonden.

Evocatie

De Senaat heeft bij boodschap van 23 april 2004 aan de Kamer van volksvertegenwoordigers ter kennis gebracht dat tot evocatie is overgegaan, op die datum, van:

Wetsontwerp betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles (Stuk 3-609/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Niet-evocaties

Bij boodschappen van 24 april 2004 heeft de Senaat aan de Kamer van volksvertegenwoordigers terugbezorgd, met het oog op de bekrachtiging door de Koning, de volgende niet geëvoceerde wetsontwerpen:

Wetsontwerp tot aanpassing van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 op het vlak van het pensioensparen (Stuk 3-605/1).

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 53 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 op het vlak van de restaurantkosten (Stuk 3-606/1).

-Voor kennisgeving aangenomen.

Boodschappen van de Kamer

Bij boodschappen van 22 april 2004 heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers aan de Senaat overgezonden, zoals ze ter vergadering van dezelfde dag werden aangenomen:

Artikel 77 van de Grondwet

Wetsontwerp tot oprichting van een Parlementair Comité belast met de wetsevaluatie (Stuk 3-648/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden.

Artikel 80 van de Grondwet

Wetsontwerp tot omzetting in het Belgisch recht van de richtlijn 2003/48/EG van 3 juni 2003 van de Raad van de Europese Unie betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling en tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de roerende voorheffing (Stuk 3-647/1).

-Het wetsontwerp werd ontvangen op 23 april 2004; de uiterste datum voor evocatie is woensdag 28 april 2004.

Indiening van wetsontwerpen

De Regering heeft volgende wetsontwerpen ingediend:

Wetsontwerp houdende instemming met de volgende Internationale Akten:

gedaan te Brussel op 18 december 2002 (Stuk 3-656/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging.

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Speciale Administratieve Regio Hong Kong van de Volksrepubliek China tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Hong Kong op 10 december 2003 (Stuk 3-660/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging.

Indiening van een ontwerp van bijzondere wet

De Regering heeft volgend ontwerp van bijzondere wet ingediend:

Ontwerp van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, gewijzigd door de bijzondere wetten van 16 juli 1993 en 13 juli 2001 (Stuk 3-659/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden.

Arbitragehof - Arresten

Met toepassing van artikel 113 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Arbitragehof kennis aan de voorzitter van de Senaat van:

-Voor kennisgeving aangenomen.

Arbitragehof - Prejudiciële vragen

Met toepassing van artikel 77 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Arbitragehof aan de voorzitter van de Senaat kennis van:

-Voor kennisgeving aangenomen.

Arbitragehof - Beroepen

Met toepassing van artikel 76 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Arbitragehof kennis aan de voorzitter van de Senaat van:

-Voor kennisgeving aangenomen.

Rechtbank van eerste aanleg

Bij brief van 2 april 2004 heeft de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Gent overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2003 van de Rechtbank van eerste aanleg te Gent, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 25 maart 2004.

Bij brief van 5 april 2004 heeft de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Neufchâteau overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2003 van de Rechtbank van eerste aanleg te Neufchâteau, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 5 april 2004.

Bij brief van 20 april 2004 heeft de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Nijvel overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2003 van de Rechtbank van eerste aanleg te Nijvel, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 23 maart 2004.

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Rechtbank van koophandel

Bij brief van 21 april 2004 heeft de voorzitter van de Rechtbank van koophandel te Charleroi overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag voor 2003 van de Rechtbank van koophandel te Charleroi, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 25 maart 2004.

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Arbeidsrechtbank

Bij brief van 6 april 2004 heeft de voorzitter van de Arbeidsrechtbank te Hasselt overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2003 van de Arbeidsrechtbank te Hasselt, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 25 maart 2004.

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Economische Overheidsbedrijven - De Post

Bij brief van 16 april 2004 heeft de ombudsdienst bij De Post, overeenkomstig artikel 46 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, aan de Senaat overgezonden, het jaarverslag 2003 van de ombudsdienst bij De Post.

-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Handelspraktijken en bescherming van de consument

Bij brief van 21 april 2004 heeft de minister van Leefmilieu, Consumentenzaken en Duurzame Ontwikkeling, overeenkomstig artikel 101, vierde lid, van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, aan de Senaat overgezonden, het jaarverslag 2003 over de werking van de waarschuwingsprocedure.

-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.