5-2001/4

5-2001/4

Belgische Senaat

ZITTING 2013-2014

19 MAART 2014


Wetsvoorstel betreffende de internering van personen


AMENDEMENTEN


Nr. 128 VAN DE HEER ANCIAUX

Art. 3

De volgende wijzigingen aanbrengen :

1º het 9º vervangen door wat volgt :

« 9º Hoogdringendheid : een omstandigheid die aan de discretionaire beslissing van de interneringskamer van de strafuitvoeringsrechtbank wordt overgelaten en die betrekking heeft op een verzoek tot toekenning, wijziging of intrekking van een uitvoeringsmodaliteit, waarover het beraad onmiddellijk moet plaatsvinden, in het belang van de veiligheid en/of van de maatschappelijke reïntegratie van de geïnterneerde, zonder oproeping noch verschijning van de partijen. »;

2º het 10º vervangen door wat volgt :

« 10º Kabinetsbeslissing : een beslissing van de alleensprekende voorzitter van de interneringskamer van de strafuitvoeringsrechtbank, zonder oproeping noch verschijning van de partijen. »

Verantwoording

Twee versnelde procedures worden in het leven geroepen om snelle beslissingen te kunnen nemen zonder de volledig tegensprekelijke procedures te moeten volgen. De versnelde procedure wordt ingeleid op verzoek van elke belanghebbende.

Tegen deze eenzijdige procedure kan steeds verzet worden aangetekend waarop de tegensprekelijke procedure wordt opgestart met inachtneming van de rechten van alle partijen. Deze versnelde procedures zijn facultatief, maar beogen het nemen van snelle beslissingen die eigenlijk door niemand worden betwist.

De kabinetsbeslissing heeft enkel betrekking op uitgangsvergunningen waarbij zelfs geen hoogdringendheid is vereist, omdat het geen zin heeft de interneringskamer te belasten met de zeer veelvuldig voorkomende verloven en uitgangsvergunningen voor geïnterneerden.

De beschikkingen bij hoogdringendheid hebben betrekking tot alle uitvoeringsmodaliteiten (met inbegrip van verloven en uitgangsvergunningen gecombineerd met andere uitvoeringsmodaliteiten)

Nr. 129 VAN DE HEER ANCIAUX

Art. 19

Dit artikel vervangen door wat volgt :

« De plaatsing is de beslissing van de interneringskamer, al dan niet bij hoogdringendheid, tot aanwijzing van één van de inrichtingen bedoeld in artikelen 3,4º, b), c) en d) waar de internering ten uitvoer zal worden gelegd.

De overplaatsing is de beslissing van de interneringskamer, al dan niet bij hoogdringendheid, tot aanwijzing van één van de inrichtingen bedoeld in artikelen 3,4º, b) en c) waarnaar de geïnterneerde dient te worden overgebracht, uit oogpunt van veiligheid of aangepaste zorg. »

Verantwoording

De alleenzetelende rechter kan niet meer beslissen over een plaatsing of overplaatsing (bij hoogdringendheid). Dit gebeurt door de voltallige interneringskamer, al dan niet bij procedure van hoogdringendheid.

Nr. 130 VAN DE HEER ANCIAUX

Art. 26

In § 2 de woorden « en 10º, » doen vervallen.

Verantwoording

De alleenzetelende rechter kan niet meer beslissen over een invrijheidsstelling op proef (bij hoogdringendheid). Dit gebeurt door de voltallige interneringskamer, al dan niet bij procedure van hoogdringendheid.

Nr. 131 VAN DE HEER ANCIAUX

Art. 54

Dit artikel vervangen door wat volgt :

« § 1. In afwijking van de procedure bepaald bij de artikelen 48 tot 52, kan een uitgangsvergunning ook toegekend worden bij kabinetsbeslissing, overeenkomstig artikel 3, 10º, op verzoek van het openbaar ministerie of van de directeur, bedoeld in artikel 3, 2º of van de hoofdgeneesheer bedoeld in artikel 3, 3º, of van de geïnterneerde, vertegenwoordigd door een advocaat, of van het slachtoffer, zoals bedoeld in artikel 4.

In dit geval blijven de artikelen 36, 37, 38, 39, 40, 44, 45 §§ 1 en 2, 46 en desgevallend 47 van toepassing.

§ 2. Daartoe wordt een schriftelijk verzoek gericht tot de voorzitter van de bevoegde interneringskamer, dat ter griffie van de strafuitvoeringrechtbank in een daartoe speciaal register wordt ingeschreven.

§ 3. De beschikking wordt genomen binnen de vijf werkdagen, zonder oproeping van partijen noch debat, na inschrijving in voormeld register.

De alleensprekende voorzitter van de interneringskamer kan bij gemotiveerde beslissing de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaren niettegenstaande verzet.

De beschikking wordt door griffier aan de procureur des Konings, aan de verzoeker, aan de geïnterneerde en de advocaat en/of aan het slachtoffer voorzien in artikel 4, per faxpost of bij een ter post aangetekende brief ter kennis gebracht binnen de 24 uur na de beschikking.

§ 4. Tegen deze beschikking kan de verzoeker, het openbaar ministerie, de geïnterneerde vertegenwoordigd door een advocaat, binnen vijf werkdagen na de kennisgeving verzet aantekenen.

Het verzet heeft opschortende werking, tenzij de onmiddellijke tenuitvoerlegging werd bevolen.

§ 5. Bij verzet van één of meer partijen wordt de zaak ambtshalve vastgesteld op de eerst nuttige zitting van de interneringskamer, uiterlijk binnen de veertien dagen na de beschikking bij hoogdringendheid.

De procedure verloopt verder overeenkomstig de artikelen 48 § 1, 51, 52 en 53.

§ 6. Indien geen of geen tijdig verzet wordt aangetekend, wordt de beschikking geacht definitief op tegenspraak te zijn gewezen. »

Verantwoording

Dit betreft een procedure om snelle beslissingen te kunnen nemen zonder de volledig tegensprekelijke procedures te moeten volgen.

De kabinetsbeslissing heeft enkel betrekking op uitgangsvergunningen waarbij zelfs geen hoogdringendheid is vereist, omdat het geen zin heeft de interneringskamer te belasten met de zeer veelvuldig voorkomende uitgangsvergunningen voor geïnterneerden. De versnelde procedure wordt ingeleid op verzoek van elke belanghebbende.

Tegen deze eenzijdige procedure kan steeds verzet worden aangetekend waarop de tegensprekelijke procedure wordt opgestart met inachtneming van de rechten van alle partijen. Deze versnelde procedures zijn facultatief, maar beogen het nemen van snelle beslissingen die eigenlijk door niemand worden betwist.

Nr. 132 VAN DE HEER ANCIAUX

Art. 54

Paragraaf  2 vervangen door wat volgt :

« § 2. Een beschikking bij hoogdringendheid, conform artikel 3, 9º, kan enkel genomen worden op verzoek van het openbaar ministerie of van de directeur, bedoeld in artikel 3, 2º, of van de hoofdgeneesheer 3, 3º, of van de geïnterneerde, vertegenwoordigd door een advocaat, of van het slachtoffer, zoals bedoeld in artikel 4.

§ 3. Daartoe wordt een schriftelijk verzoek gericht tot de voorzitter van de bevoegde interneringskamer dat ter griffie van de strafuitvoeringrechtbank in een daartoe speciaal register wordt ingeschreven.

§ 4. De beschikking wordt genomen binnen de vijf werkdagen, zonder oproeping van partijen noch debat, na inschrijving in voormeld register.

De interneringskamer kan bij gemotiveerde beslissing de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaren niettegenstaande verzet.

De beschikking wordt door de griffier aan de procureur des Konings, aan de verzoeker, aan de geïnterneerde en de advocaat en/of aan het slachtoffer voorzien in artikel 4, per faxpost of bij een ter post aangetekende brief ter kennis gebracht worden binnen de 24 uur na de beschikking.

§ 5. Tegen deze beschikking kan de verzoeker, het openbaar ministerie, de geïnterneerde vertegenwoordigd door een advocaat, binnen vijf werkdagen na de kennisgeving verzet aantekenen.

Het verzet heeft opschortende werking, tenzij de onmiddellijke tenuitvoerlegging werd bevolen.

§ 6. Bij verzet van één of meer partijen wordt de zaak ambtshalve vastgesteld op de eerst nuttige zitting van de interneringskamer, uiterlijk binnen de veertien dagen na de beschikking bij hoogdringendheid.

De procedure verloopt verder overeenkomstig de artikelen 48 § 1, 51, 52 en 53 van de wet en een voorlopige invrijheidstelling kan desgevallend omgezet worden in een vrijstelling op proef.

§ 7. Indien geen of geen tijdig verzet wordt aangetekend, wordt de beschikking geacht definitief op tegenspraak te zijn gewezen, met dien verstande dat een voorlopige invrijheidstelling steeds wordt omgezet in een vrijstelling op proef. »

Verantwoording

Dit betreft een procedure om snelle beslissingen te kunnen nemen door de voltallige interneringskamer zonder de volledig tegensprekelijke procedures te moeten volgen. De versnelde procedure wordt ingeleid op verzoek van elke belanghebbende.

De beschikkingen bij hoogdringendheid hebben betrekking op alle uitvoeringsmodaliteiten (met inbegrip van verloven en uitgangsvergunningen gecombineerd met andere uitvoeringsmodaliteiten)

Tegen deze eenzijdige procedure kan steeds verzet worden aangetekend waarop de tegensprekelijke procedure wordt opgestart met inachtneming van de rechten van alle partijen. Deze versnelde procedures zijn facultatief, maar beogen het nemen van snelle beslissingen die eigenlijk door niemand worden betwist.

Nr. 133 VAN DE HEER ANCIAUX

(Subamendement op amendement nr. 76)

Art. 3

Het 4º en 5º doen vervallen.

Verantwoording

Zowat elke spreker op de hoorzittingen is het over eens dat een interneringstraject fundamenteel verschilt van een detentie. Het vereist dus een zekere specialisatie. Bovendien bestaat er zo een duidelijke scheiding tussen beide, internering is immers geen straf. De opzet van dit wetsvoorstel is net om de wet van 21 april 2007 betreffende de internering op dit punt te corrigeren.

Nr. 134 VAN DE HEER ANCIAUX

(Subamendement op amendement nr. 89)

Art. 23

Littera b) doen vervallen.

Verantwoording

Het klopt dat men de personeelsleden van inrichtingen niet overmatig moet belasten met allerlei bijkomende taken. Anderzijds blijken zij in de praktijk vaak een cruciale rol te spelen bij het organiseren van uitgaansvergunningen, aangezien geïnterneerden niet zelden in een sociaal kwetsbare positie zitten. We opteren er dus voor om deze mogelijkheid te behouden.

Nr. 135 VAN DE HEER ANCIAUX

(Subamendement op amendement nr. 108)

Art. 67

Het tweede lid vervangen door wat volgt :

« Met het oog op het nemen van die beslissing laat de strafuitvoeringskamer, zo nodig, een nieuw forensisch psychiatrisch onderzoek uitvoeren dat voldoet aan de vereisten van artikel 5, §§ 2, 3 en 4. »

Verantwoording

Het is niet altijd nodig om een nieuw psychiatrisch rapport te laten opmaken. Vandaag gebeurt dit ook niet en daar zijn geen problemen rond. De interneringskamers zijn meer dan bekwaam om hierover te beslissen. Het zou een grote meerkost betekenen. Het geld dat men hiermee uitspaart kan men beter aanwenden aan een beter deskundigenrapport bij de aanvang van de internering.

Nr. 136 VAN DE HEER ANCIAUX

(Subamendement op amendement nr. 115)

Art. 119

Het 2º doen vervallen.

Verantwoording

Dit wetsvoorstel creëert strafuitvoeringskamers (of interneringskamers) binnen de strafuitvoeringsrechtbanken die gespecialiseerd zijn in de materie. Het is logisch om dit aan hen toe te wijzen.

Bert ANCIAUX.

Nr. 137 VAN DE HEER VASTERSAVENDTS

(Subamendement op amendement nr. 76)

Art. 3

In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :

1) in 2º, b) de woorden « met de minister van Justitie een samenwerkingsakkoord » vervangen door de woorden « die een samenwerkingsovereenkomst, zoals bedoeld in 4º/1 van dit artikel, »;

2) in 4º, d) de woorden « met de minister van Justitie een samenwerkingsakkoord » vervangen door de woorden « die een samenwerkingsovereenkomst, zoals bedoeld in 4º/1 van dit artikel, »;

3) een nieuw 4º/1 invoegen, luidende :

« 4º/1 : samenwerkingsovereenkomst : een overeenkomst die wordt afgesloten tussen één of meerdere instellingen enerzijds en anderzijds de minister van Justitie en de minister bevoegd voor het beleid inzake de zorgverstrekking in deze instellingen waarbij de volgende aspecten worden vastgelegd : het minimum aantal geïnterneerden dat de instelling of instellingen onder de vorm van plaatsing willen opnemen, de profielen voor dewelke een plaatsing kan gebeuren en de te volgen procedure om tot plaatsing over te gaan. »

Verantwoording

Het subamendement beoogt een definitie in te voegen met betrekking tot het samenwerkingsakkoord teneinde te verduidelijken dat dit kan worden afgesloten met één instelling of met meerdere instellingen tegelijkertijd. Op deze wijze wordt tegemoetgekomen aan de netwerkgedachte die op het terrein wordt toegepast en waarbij instellingen samenwerken teneinde het aanbod op elkaar af te stemmen. Tevens lijkt het gepast om bij de samenwerkingsovereenkomsten ook de bevoegde autoriteiten voor de erkenning te betrekken. In casu kunnen dit, afhankelijk van de instelling of de instellingen, ofwel de minister van Volksgezondheid zijn en/of de bevoegde ministers van de deelstatelijke autoriteiten. Deze samenwerkingsovereenkomsten hebben betrekking op de plaatsing. Hierbij wordt het feit in herinnering gebracht dat deze samenwerkingsovereenkomsten inzake de plaatsing geen afbreuk doen aan de mogelijkheden voor de instellingen om geïnterneerden onder het statuut van een invrijheidsstelling op proef op te nemen.

Volgend op de invoering van deze definitie in het nieuwe 4/1, moet de formulering in 2º, b) en 4, d) op dienovereenkomstige wijze worden aangepast.

Nr. 138 VAN DE HEER VASTERSAVENDTS

(Subamendement op amendement nr. 113)

Art. 94

In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :

1º in § 1 de woorden « met de minister van Justitie een samenwerkingsovereenkomst » vervangen door de woorden « die een samenwerkingsovereenkomst, zoals bedoeld in artikel 3, 5º, »;

2º in § 2 de woorden « punt 3, vierde streepje » vervangen door de woorden « 4º, d) ».

Verantwoording

Volgend op de bij subamendement op amendement 76 voorgestelde invoering van een definitie van samenwerkingsovereenkomst, moet het artikel 94 dienovereenkomstig worden aangepast. Het tweede punt van dit amendement betreft een technische verbetering naar de verwijzing van de overeenkomstige bepaling van artikel 3, 4º, waarin de opsomming werd gewijzigd.

Yoeri VASTERSAVENDTS.

Nr. 139 VAN DE REGERING

In artikel 101/1 van het wetsvoorstel betreffende de internering van personen, ingevoegd bij amendement nr 30, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

« in de bepaling onder 2º, worden de woorden « in de justitiehuizen voor de geïnterneerden die vrij op proef zijn, » opgeheven. »

Verantwoording

Het is waar dat de interneringskamers ten aanzien van geïnterneerden zouden dienen te zetelen overal waar deze zich bevinden om hun overbrenging naar de rechtbanken te vermijden. Niettemin, wanneer het gaat om geïnterneerden die op proef vrij zijn en die zich per definitie vrij kunnen bewegen, is het houden van een zitting in justitiehuizen niet te verantwoorden. In die hypothese dienen de kamers te zetelen in de rechtbanken van eerste aanleg die in tegenstelling tot de justitiehuizen beschikken over aangepaste infrastructuur.

La ministre de la Justice,
Annemie TURTELBOOM.

Nr 140 VAN DE HEER VASTERSAVENDTS

(Subamendement op amendement nr. 94)

Art. 35

In het eerste lid de woorden « met de minister van Justitie een samenwerkingsovereenkomst » vervangen door de woorden « die een samenwerkingsovereenkomst, zoals bedoeld in artikel 3, 4º/1, ».

Verantwoording

Volgend op de bij subamendement op amendement 76 voorgestelde invoering van een definitie van samenwerkingsovereenkomst, moet het artikel 35 dienovereenkomstig worden aangepast.

Yoeri VASTERSAVENDTS.

Nr. 141 VAN DE HEER ANCIAUX

(Subamendement op amendement nr. 1)

Art. 5

Het eerste en het tweede lid van het amendement opheffen.

Verantwoording

De huidige bepalingen in het wetsontwerp laten in ieder geval toe dat het deskundigenonderzoek in college of met bijstand van andere gedragswetenschappers plaats vind. Niets belet om dus om een dubbel psychiatrisch-psychologisch rapport af te leveren. Bovendien kan de psychiater onder wiens leiding dit gebeurd er voor kiezen om een andere gedragswetenschapper aan te stellen en is er dus meer ruimte voor flexibiliteit en aanpak op maat.

Het derde lid van het amendement wordt behouden gezien het deskundigenonderzoek moet plaats vinden onder leiding van een deskundige die voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in het KB van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van gezondheidsberoepen. Dit werd door meerdere experts bevestigd tijdens de hoorzitting, alsook in het advies van de Orde van Geneesheren.

Nr. 142 VAN DE HEER ANCIAUX

(Subamendement op amendement nr. 27)

Art. 6

Punten 1º en 2º in dit amendement worden gewijzigd als volgt :

1º in § 1, tweede lid, worden de woorden « of het door de koning opgericht beveiligd klinisch observatiecentrum » toegevoegd na de woorden « psychiatrische afdeling van de gevangenis »;

2º in § 2 worden de woorden « of het door de koning opgericht beveiligd klinisch observatiecentrum » toegevoegd na de woorden « psychiatrische afdeling van de gevangenis ».

Verantwoording

België hinkt enorm achterop op het vlak van de mogelijkheden voor forensische expertise. Elke dag worden er in de reguliere psychiatrie personen opgenomen ter observatie. Voor personen met een veel complexere problematiek omwille van de combinatie van een psychiatrische stoornis met het plegen van een misdrijf bestaat deze mogelijkheid in België niet. Rechters moeten daardoor over het verloop van mensenlevens beslissen op basis van vaak twijfelachtige expertises. Niemand betwist de noodzaak van dit centrum. Met dit amendement voorziet de mogelijkheid van een observatie in zo een gespecialiseerd centrum.

De oprichting van dit centrum zal men gezien de budgettaire krapte pas op een later tijdstip kunnen realiseren. Omwille van deze reden voorziet dit amendement om de psychiatrische afdeling in de gevangenis als observatie mogelijkheid te behouden. In afwachting van een oprichting van een gespecialiseerd klinisch observatie centrum kunnen de bevoegde overheden één van de psychiatrische afdelingen in de gevangenis sterker uitbouwen om er observaties mogelijk te maken.

Bert ANCIAUX.

Nr 143 VAN DE HEER VASTERSAVENDTS

(Subamendement op amendement nr. 32)

Art. 101/2

In het 2º, de woorden « de ene gespecialiseerd in penitentiaire zaken of sociale integratie en de andere een assessor psychiater » vervangen door de woorden « de ene gespecialiseerd in sociale integratie en de andere gespecialiseerd in klinische psychologie ».

Verantwoording

Het specifieke karakter van de interneringskamers rechtvaardigt dat zij over een andere specifieke samenstelling dan de strafuitvoeringskamers beschikken. De aanwezigheid van een assessor-psychiater die niet permanent zetelt, is echter niet aanbevelenswaardig. Er bestaat immers een vaststaand risico dat die assessoren kennis hebben gehad van het dossier van de geïnterneerde in het kader van de procedure, waardoor zij zichzelf zouden moeten wraken. Aan de andere kant veronderstelt dit systeem dat er voldoende assessoren-psychiaters zijn om de goede organisatie van de kamers te waarborgen.

Om die reden moet in plaats van aan de assessor-psychiater de voorkeur worden gegeven aan een assessor in strafuitvoeringszaken gespecialiseerd in klinische psychologie, die de rechtbank een therapeutische verduidelijking zal verschaffen. Die assessor zal over hetzelfde statuut als de andere assessoren in strafuitvoeringszaken beschikken en permanent zetelen.

Nr 144 VAN DE HEER VASTERSAVENDTS

(Subamendement op amendement nr. 144)

Art. 101/4

De woorden « , of de assessoren-psychiaters » doen vervallen.

Verantwoording

Het betreft een wijziging naar aanleiding van de vervanging van de assessor-psychiater door de assessor gespecialiseerd in klinische psychologie. Aangezien laatstgenoemde over hetzelfde statuut als de twee andere categorieën van assessoren in strafuitvoeringszaken (assessoren gespecialiseerd in penitentiaire zaken en assessoren gespecialiseerd in sociale integratie) beschikt, wordt hij beoogd door de terminologie gebruikt in artikel 89 waarin wordt verwezen naar die van assessoren in strafuitvoeringszaken en interneringzaken.

Nr 145 VAN DE HEER VASTERSAVENDTS

(Subamendement op amendement nr. 38)

Art. 103/2

De volgende wijzigingen aanbrengen :

1º de woorden « en assessoren-psychiaters » doen vervallen;

2º de woorden « In artikel 186 van het Gerechtelijk Wetboek wordt het vijfde lid » vervangen door de woorden « In artikel 186 van het Gerechtelijk Wetboek wordt het tiende lid van § 1 ».

Verantwoording

Het betreft een wijziging naar aanleiding van de vervanging van de assessor-psychiater door de assessor gespecialiseerd in klinische psychologie.

Aangezien laatstgenoemde over hetzelfde statuut als de twee andere categorieën van assessoren in strafuitvoeringszaken (assessoren gespecialiseerd in penitentiaire zaken en assessoren gespecialiseerd in sociale integratie) beschikt, wordt hij beoogd door de in artikel 186 van het Gerechtelijk Wetboek gebruikte terminologie.

De tweede wijziging betreft een technische aanpassing naar aanleiding van de wijziging van artikel 186 van het Gerechtelijk Wetboek bij de wet van 1 december 2013.

Nr 146 VAN DE HEER VASTERSAVENDTS

(Subamendement op amendement nr. 39)

Art. 103/3

De woorden « de assessoren-psychiaters » vervangen door de woorden « en de assessoren in strafuitvoeringszaken en interneringszaken gespecialiseerd in klinische psychologie ».

Verantwoording

Het betreft een wijziging naar aanleiding van de vervanging van de assessor-psychiater door de assessor gespecialiseerd in klinische psychologie.

Aangezien laatstgenoemde over hetzelfde statuut als de twee andere categorieën van assessoren in strafuitvoeringszaken (assessoren gespecialiseerd in penitentiaire zaken en assessoren gespecialiseerd in sociale integratie) beschikt, wordt hij eveneens door de Koning benoemd.

Nr 147 VAN DE HEER VASTERSAVENDTS

(Subamendement op amendement nr. 40)

Art. 103/4

Het 2º vervangen als volgt :

« 2º paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid luidende :

Om tot assessor in strafuitvoeringszaken en interneringszaken gespecialiseerd in klinische psychologie te worden benoemd, moet de kandidaat de volgende voorwaarden vervullen :

1º ten minste vijf jaar nuttige beroepservaring hebben waaruit praktische kennis blijkt van de aangelegenheden die verband houden met de klinische psychologie;

2º houder zijn van een diploma van master in de psychologische wetenschappen;

3º Belg zijn;

4º ten minste dertig jaar oud zijn en niet ouder zijn dan vijfenzestig jaar;

5º de burgerlijke en politieke rechten genieten. »

Verantwoording

Het betreft een wijziging naar aanleiding van de vervanging van de assessor-psychiater door de assessor gespecialiseerd in klinische psychologie.

Aangezien laatstgenoemde over hetzelfde statuut als de twee andere categorieën van assessoren in strafuitvoeringszaken (assessoren gespecialiseerd in penitentiaire zaken en assessoren gespecialiseerd in sociale integratie) beschikt, is hij aan dezelfde benoemingsvoorwaarden onderworpen.

Hij zal een nuttige beroepservaring op het stuk van de klinische psychologie moeten kunnen aantonen en houder moeten zijn van een diploma van master in de psychologische wetenschappen.

Nr 148 VAN DE HEER VASTERSAVENDTS

(Subamendement op amendement nr. 46)

Art. 103/10

De woorden « en van de assessoren-psychiaters » doen vervallen.

Verantwoording

Rekening houdend met de vervanging van de assessor-psychiater door een assessor gespecialiseerd in klinische psychologie moet de term « assessor-psychiater » worden geschrapt. De assessor gespecialiseerd in klinische psychologie moet niet uitdrukkelijk worden beoogd in artikel 288 van het Gerechtelijk Wetboek aangezien hij behoort tot een categorie van « assessoren in strafuitvoeringszaken en interneringszaken », net zoals de assessoren gespecialiseerd in sociale integratie en de assessoren gespecialiseerd in penitentiaire zaken.

Nr 149 VAN DE HEER VASTERSAVENDTS

(Subamendement op amendement nr. 48)

Art. 103/12

De volgende wijzigingen aanbrengen :

a) in het 1º de woorden « en van de assessoren-psychiaters » doen vervallen.

b) in de Franse tekst van het 2º de woorden « les assesseurs suppléants en application des peines et d'internement » vervangen door de woorden « les assesseurs suppléants en matière d'application des peines et d'internement ».

Verantwoording

Rekening houdend met de vervanging van de assessor-psychiater door een assessor gespecialiseerd in klinische psychologie in de interneringskamers moeten de woorden « en van de assessoren-psychiaters » worden geschrapt. De assessor gespecialiseerd in klinische psychologie moet niet uitdrukkelijk worden beoogd aangezien hij is opgenomen onder de benaming « assessoren in strafuitvoeringszaken en interneringszaken ».

De tweede wijziging strekt ertoe de terminologie in overeenstemming te brengen.

Nr 150 VAN DE HEER VASTERSAVENDTS

(Subamendement op amendement nr. 49)

Art. 103/13

De volgende wijzigingen aanbrengen :

1º de woorden « of de assessor-psychiater » doen vervallen;

2º in de Franse tekst de woorden « l'assesseur en application des peines et en internement » vervangen door de woorden « l'assesseur en matière d'application des peines et d'internement ».

Verantwoording

Rekening houdend met de vervanging van de assessor-psychiater door een assessor gespecialiseerd in klinische psychologie in de interneringskamers, moet de term « assessor-psychiater » worden geschrapt. De assessor gespecialiseerd in klinische psychologie moet niet uitdrukkelijk worden beoogd aangezien hij is opgenomen onder de benaming « assessoren in strafuitvoeringszaken en interneringszaken ».

De tweede wijziging betreft een terminologische aanpassing.

Nr 151 VAN DE HEER VASTERSAVENDTS

(Subamendement op amendement nr. 50)

Art. 103/14

De woorden « , de assessoren in strafuitvoeringszaken en interneringzaken en van de assessoren-psychiaters » vervangen door de woorden « en de assessoren in strafuitvoeringszaken en interneringszaken ».

Verantwoording

Rekening houdend met de vervanging van de assessor-psychiater door een assessor gespecialiseerd in klinische psychologie in de interneringskamers, moet de term « assessoren-psychiaters » worden geschrapt. De assessor gespecialiseerd in klinische psychologie moet niet uitdrukkelijk worden beoogd aangezien hij is opgenomen onder de benaming « assessoren in strafuitvoeringszaken en interneringszaken ».

Nr 152 VAN DE HEER VASTERSAVENDTS

(Subamendement op amendement nr. 52)

Art. 103/16

Het 1º, vervangen door wat volgt :

« 1º de eerste zin wordt vervangen als volgt : « De verhinderde assessor in strafuitvoeringszaken en interneringszaken wordt vervangen door een plaatsvervangend assessor in strafuitvoeringszaken en interneringszaken. »

Verantwoording

Rekening houdend met de vervanging van de assessor-psychiater door een assessor gespecialiseerd in klinische psychologie in de interneringskamers, moet de term « assessoren-psychiaters » worden geschrapt. De assessor gespecialiseerd in klinische psychologie moet niet uitdrukkelijk worden beoogd aangezien hij is opgenomen onder de benaming « assessoren in strafuitvoeringszaken en interneringszaken ».

Nr. 153 VAN DE HEER VASTERSAVENDTS

(Subamendement op amendement nr. 54)

Art. 103/18

Het 3º doen vervallen.

Verantwoording

Aangezien de interneringskamer niet zal bestaan uit assessoren-psychiaters die niet voltijds als rechters in handelszaken zetelen, moet niet in een vergoeding in de vorm van presentiegelden worden voorzien.

Nr. 154 VAN DE HEER VASTERSAVENDTS

(Subamendement op amendement nr. 56)

Art. 103/20

De volgende wijzigingen aanbrengen :

a) de woorden « en de assesoren-psychiaters » doen vervallen;

b) de woorden « In artikel 410, 1º, van het Gerechtelijk Wetboek » vervangen door de woorden « In artikel 412, § 1, 1º, d) ».

Verantwoording

Rekening houdend met de vervanging van de assessor-psychiater door een assessor gespecialiseerd in klinische psychologie in de interneringskamers, moet de term « assessor-psychiater » worden geschrapt. De assessor gespecialiseerd in klinische psychologie moet niet uitdrukkelijk worden beoogd aangezien hij is opgenomen onder de benaming « assessoren in strafuitvoeringszaken en interneringszaken ».

De tweede wijziging betreft een aanpassing van de nummering. De bestaande formulering van artikel 410 van het Gerechtelijk Wetboek werd immers gewijzigd bij de wet van 15 juli 2013 tot wijziging van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de tucht. De tekst van dat artikel werd overgenomen in het nieuwe artikel 412 van het Gerechtelijk Wetboek. De wet van 15 juli 2013 zal op 1 september 2014 in werking treden.

Nr. 155 VAN DE HEER VASTERSAVENDTS

Art. 120

Dit artikel opheffen.

Verantwoording

Artikel 120 van het wetsvoorstel strekt ertoe een raadsheer bij een hof van beroep die is aangewezen als voorzitter van een commissie tot bescherming van de maatschappij de mogelijkheid te geven om de functie van rechter bij de strafuitvoeringsrechtbanken te vervullen, wat krachtens artikel 259sexies, § 1, 4º, niet mogelijk was. Artikel 259sexies, § 1, 4º, werd gewijzigd bij de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde. Voortaan zullen de raadsheren bij het hof van beroep door de Koning in de strafuitvoeringsrechtbanken kunnen worden aangewezen. De wet van 1 december 2013 zal op 1 april 2014 in werking treden.

Yoeri VASTERSAVENDTS.