5-298COM

5-298COM

Commissie voor de FinanciŽn en voor de Economische Aangelegenheden

Handelingen

WOENSDAG 2 APRIL 2014 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Yves Buysse aan de minister van FinanciŽn, belast met Ambtenarenzaken en aan de staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare Diensten over ęde overgangsexamens voor ambtenaren van de niveaus B en C naar een betrekking van niveau AĽ (nr. 5-4910)

De heer Yves Buysse (VB). - Sinds oktober 2013 is de procedure voor de bevorderingsselectie van ambtenaren van de niveaus B en C naar niveau A blijkbaar gewijzigd. Ambtenaren van de niveaus B en C kunnen voortaan enkel nog deelnemen aan examens die toegang geven tot betrekkingen van het niveau A, indien ze slagen voor drie reeksen testen. In een eerste reeks wordt nagegaan of de betrokkenen kunnen functioneren op niveau A1. Deze eerste reeks wordt afgenomen door Selor en lijkt op die van een generieke screening. De kandidaten die hiervoor geslaagd zijn, moeten vervolgens vier cursussen van ten minste vier studiepunten uit een masterprogramma van een universiteit of hogeschool volgen. Daarna leggen ze vier testen af om te meten of ze de materie ook effectief beheersen. Ronden ze de tweede reeks met succes af, dan volgt de derde reeks, die bestaat uit een vergelijkende selectie van de overgebleven kandidaten en die aansluit bij de functiespecifieke screening.

Vanuit de FOD FinanciŽn wordt me nu gemeld dat er voor deze overgangsexamens een probleem is gerezen, althans voor de Nederlandstalige kandidaten. Daardoor zou voor hen elke bevorderingsmogelijkheid momenteel nagenoeg geblokkeerd zijn. Wie slaagde voor de generieke screening voor niveau A, kan zich sinds begin 2014 inschrijven voor mastercursussen aan hogere onderwijsinstellingen. Voor de Frans- en Duitstaligen gebeurt dat via het Opleidingsinstituut van de Federale Overheid. Het instituut stelt hen een indicatieve lijst met opleidingen ter beschikking en bemiddelt bij de betrokken onderwijsinstellingen. De Nederlandstaligen moeten proberen zich op eigen houtje, zonder enige hulp of bemiddeling van het OFO of van de stafdienst P&O, in te schrijven. In de praktijk blijkt dat voor velen zeer moeilijk te zijn, gelet op de inschrijvingsvoorwaarden die universiteiten en hogescholen hanteren. Slaagt een individuele ambtenaar er toch in zich in te schrijven aan een universiteit of hogeschool, dan moet hij bovendien eerst een dossier samenstellen en ter goedkeuring voorleggen aan de stafdienst P&O, die dan oordeelt of de voorgestelde cursussen geschikt zijn.

Een en ander is blijkbaar het gevolg van de verschillende afspraken die met de vicerectoren van de instellingen van beide gemeenschappen werden gemaakt. Die verschillen leiden er in de praktijk wel toe dat de Nederlandstaligen heel wat minder promotiekansen hebben dan hun Frans- en Duitstalige collega's.

Op het intranet van de FOD FinanciŽn, zo meldt men mij althans, zou bovendien te lezen staan dat een en ander ook het gevolg is van een verschil in visie tussen de FOD Personeel en Organisatie en het OFO. Als dat klopt, dan is dat des te merkwaardiger, want het Opleidingsinstituut een onderdeel is van de FOD P&O, die ressorteert onder de staatssecretaris voor Ambtenarenzaken, die bevoegd is voor alle ambtenaren, ongeacht de taalgroep waartoe ze behoren.

Bevestigt de staatssecretaris dat de Frans- en Duitstaligen van het OFO een indicatieve lijst met opleidingen krijgen en dat het Opleidingsinstituut voor hen bemiddelt bij de betrokken onderwijsinstellingen, maar dat zoiets voor de Nederlandstaligen niet gebeurt? Zo ja, bevestigt de staatssecretaris dat de oorzaak daarvan bij de gemeenschappen ligt? Kan de federale overheid in dat geval geen maatregelen nemen om de nadelen voor de Nederlandstalige ambtenaren weg te werken zodat ze dezelfde promotiekansen krijgen als hun anderstalige collega's?

Klopt het dat de verschillende behandeling van de Nederlandstaligen het gevolg is van een verschil in visie tussen de FOD P&O en het Opleidingsinstituut? Zo ja, hoe verklaart de staatssecretaris dat conflict? Waarom heeft het enkel betrekking op de Nederlandstaligen en niet op de Frans- en Duitstaligen? Wat wordt er gedaan om het probleem zo snel mogelijk op te lossen?

Rijzen deze problemen enkel in de FOD FinanciŽn of ook in andere FOD's?

Kan de staatssecretaris meedelen hoeveel ambtenaren, opgesplitst per taalgroep, sinds de nieuwe regeling van kracht is, een goedgekeurd traject van cursussen aan een universiteit of hogeschool volgen of hebben afgerond?

Worden, in afwachting van een oplossing voor de Nederlandstalige ambtenaren, de inschrijvingen voor Frans- en Duitstalige ambtenaren opgeschort, zodat alle ambtenaren, ongeacht hun taalgroep, gelijktijdig en dus op voet van gelijkheid, met de vereiste cursussen kunnen starten?

De heer Hendrik Bogaert, staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare Diensten. - De verschillende manier van werken aan Nederlandstalige en Franstalige kant is te wijten aan het feit dat onderwijs een gemeenschapsmaterie is. Ik denk niet dat de heer Buysse hiertegen principieel bezwaar heeft.

De contacten met de vicerectoren van de universiteiten uit beide landsdelen resulteerden inderdaad in licht verschillende procedures voor de federale ambtenaren uit de respectieve landsdelen. De Franstalige universiteiten wensten een gecentraliseerde inschrijving via het OFO omdat een uniforme procedure voor dergelijke inschrijvingen bij hen onbestaande is. De Vlaamse universiteiten wensen dit niet vermits in Vlaanderen een uniforme procedure bestaat.

De Franstalige universiteiten stellen inderdaad een indicatieve lijst ter beschikking waaruit ambtenaren een selectie kunnen maken voor de keuze van het verplichte domein, zijnde ťťn cursus van vier studiepunten. In principe komt het OFO in deze procedures niet tussenbeide. Het treedt voor de Franstaligen slechts op als doorgeefluik voor de inschrijving.

Dat neemt niet weg dat zowel aan Nederlandstalige als aan Franstalige kant het OFO soms in individuele dossiers bepaalde zaken heeft verduidelijkt, meestal op vraag van de opleidingsverantwoordelijke. Die verhelderingen hebben betrekking op de keuze van de cursussen door de ambtenaar. Die keuze wordt geŽvalueerd in het licht van het individuele dossier en het voortraject van de individuele ambtenaar. Niet elke cursus op masterniveau is voor iedereen haalbaar. Aan beide zijden van de taalgrens komt het voor dat de universiteiten bepaalde keuzes weigeren.

De verschillende benaderingen zijn dus helemaal niet te wijten aan een verschil in visie tussen de FOD Personeel en Organisatie en het OFO.

Het probleem geldt voor alle FOD's.

Wat het aantal ambtenaren betreft die dit traject volgen, kan ik enkel cijfers geven voor de inschrijvingen via het OFO. In totaal werden bij het OFO op het moment van de afsluiting van de inschrijvingen voor het tweede semester aan de universiteiten 222 geldige inschrijvingen geregistreerd. Onder hen zijn 34 ambtenaren van de FOD FinanciŽn. Hoewel de Franstalige ambtenaren was gevraagd zich via het OFO in te schrijven, hebben sommigen zich toch rechtstreeks ingeschreven, voor zover de betrokken universiteit hiermee instemde. In werkelijkheid ligt het aantal wellicht dus iets hoger.

Aangezien de inschrijvingen pas in oktober vorig jaar zijn gestart, heeft nog geen enkele ambtenaar een traject afgerond. Vanzelfsprekend hebben sommige ambtenaren de voorbije jaren op eigen initiatief een masterdiploma behaald. Indien zij geslaagd zijn voor de eerste proef, kunnen zij rechtstreeks doorstromen naar de derde proef.

Er is dus geen reden om de inschrijvingen op te schorten. Ook de Nederlandstalige ambtenaren zijn ondertussen ingeschreven en gestart met het volgen van cursussen.

(De vergadering wordt gesloten om 15.15 uur.)