5-297COM | 5-297COM |
Mevrouw Nele Lijnen (Open Vld). - In Nederland is men grootschalige fraude met declaratiecodes van huisartsen op het spoor gekomen. Nepartsen en zorginstellingen gebruikten de codes om behandelingen te laten registreren die illegaal zijn of gewoon nooit werden verstrekt. Hierbij werden zelfs codes van reeds overleden dokters gebruikt. Er zou sprake zijn van honderden dossiers. Fraudeurs startten zelfs volledige zorgpraktijken op zonder de correcte toestemming of kwalificatie en bleven onopgemerkt omdat ze een code van een officiële arts gebruikten. Een eerste oplossing zou zijn een beter toezicht uit te oefenen op het gebruik van de codes, bijvoorbeeld via hercontroles.
Graag had ik van de minister vernomen of het, gelet op de verschillen met de Nederlandse gezondheidszorg, in ons land mogelijk is dergelijke fraude te plegen? Indien neen, waarom niet? Graag enige toelichting?
Als het in ons land mogelijk is fraude te plegen met valse declaraties, is het fraudeprobleem bij ons dan ook zo groot? Is er sprake van de creatie van nepartsen en neppraktijken om te frauderen? Graag kreeg ik hierbij enige toelichting?
Hoe wordt er op eventuele fraude gecontroleerd?
Is geweten hoeveel valse declaraties de afgelopen vijf jaar werden gedaan? Kan de minister die cijfers per jaar en per provincie meedelen?
Heeft de minister cijfers over het aantal dossiers en over het aantal personen dat dergelijke fraude heeft gepleegd? Kan ze die cijfers voor de afgelopen vijf jaar opdelen per jaar?
Beschikt de minister over cijfers of over een schatting van de kosten die deze vorm van fraude meebrengt, en kan ze die meedelen?
Neemt dat soort van fraudegevallen toe of neemt het af. Kan de minister dat toelichten?
Welke oplossingen of instrumenten zijn al voorhanden om die fraude op te sporen en tegen te gaan? Welke verdere oplossingen acht de minister wenselijk of haalbaar?
Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen. - Het verschil met de Nederlandse regeling bestaat erin dat in België verschillende instanties op een geïntegreerde manier bij de erkenning en controle betrokken zijn: de FOD Volksgezondheid en de Provinciale Geneeskundige Commissies, de Orde der geneesheren en het RIZIV. Door die gefaseerde en geïntegreerde aanpak wordt het risico op dat type van fraude aanzienlijk verlaagd en haast onmogelijk gemaakt.
De situatie in Nederland en die in België zijn dus niet vergelijkbaar.
Wil een zorgverlener zijn beroep in het kader van de Verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen kunnen uitoefenen, dan heeft hij of zij een actief RIZIV-nummer nodig. Dat wordt door het RIZIV toegekend aan de zorgverlener, in casu de arts, op basis van de informatie die het van de FOD Volksgezondheid ontvangt. De overheidsdienst waarborgt aldus de kwalificatie van een persoon als arts.
De Belgische universiteiten sturen systematisch een lijst van vers gediplomeerde artsen naar FOD Volksgezondheid en een kopie ervan naar de Orde van geneesheren. De FOD Volksgezondheid bezorgt die lijst dan aan de Provinciale Geneeskundige Commissie, die het visum verstrekt, waarna de FOD Volksgezondheid de lijst naar het RIZIV doorstuurt.
Het RIZIV-nummer wordt op vraag van de arts toegekend op basis van de informatie die de FOD Volksgezondheid heeft verstrekt. Op die manier stroomt de informatie rechtstreeks door tussen de instellingen en is het in principe uitgesloten een RIZIV-nummer toe te kennen op basis van een vals Belgisch diploma, tenzij de vervalsing zou gebeuren tijdens het administratief traject bij de universiteiten.
Buitenlandse diploma's worden door de FOD Volksgezondheid gevalideerd: in voorkomend geval kunnen valse diploma's worden opgespoord.
Zodra het RIZIV verneemt dat een arts overleden is, deactiveert het diens RIZIV-nummer.
Daarnaast heeft de FOD Volksgezondheid ook als taak het RIZIV alle informatie in dat verband te bezorgen. Op basis daarvan deactiveert het instituut dan het nummer van de zorgverlener en verwittigt alle verzekeringsinstellingen middels een vertrouwelijk schrijven. Op die manier wordt verhinderd dat het nummer illegaal wordt gebruikt en dat illegaal uitgevoerde of voorgeschreven verstrekkingen worden terugbetaald. Op zijn beurt moet de FOD Volksgezondheid de op basis van valse documenten verkregen erkenningen intrekken.
Onderzoeken in ons land hebben geen groot fraudeprobleem met valse declaraties aan het licht gebracht, zoals in Nederland, waar artsen rechtstreeks een contract met de ziekteverzekeraars sluiten. Er zijn evenmin aanwijzingen van de creatie van nepartsen of neppraktijken.
Het nazicht van de kwalificatie en erkenning van elke zorgverlener, ook die van niet-artsen, vormt een integraal onderdeel van elk nieuw onderzoek. Het RIZIV baseert zich daarvoor op de gegevens die het van de FOD Volksgezondheid ontvangt en die in het RIZIV-kadaster opgenomen worden. De controlediensten hebben geen onderzoekdossiers naar nepartsen op basis van eigen gegevens geopend, omdat de enquêtes zijn toegespitst op de correcte naleving van de reglementering door de zorgverleners.
In bepaalde gevallen wordt het RIZIV niet onmiddellijk op de hoogte gebracht van bijvoorbeeld het overlijden van een arts. Zo kan in theorie fraude worden gepleegd, maar de afgelopen vijf jaar werd geen enkel dergelijk fraudegeval geregistreerd.
In die periode is ook geen enkele valse arts bij het RIZIV aangegeven of ontdekt. Als het RIZIV van het bestaan van een valse arts of van frauduleus gebruik van een RIZIV-nummer op de hoogte zou worden gebracht, geeft het instituut die informatie door aan de Provinciale Geneeskundige Commissie, die in dat geval ook de gerechtelijke overheden verwittigt.
Zoals reeds gezegd, wordt bij het begin van elk onderzoek de kwalificatie en de erkenning van elke zorgverlener, ook die van niet-artsen, nagezien. Dat nazicht vormt een integraal en permanent onderdeel van het onderzoek.