5-143

5-143

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 27 FÉVRIER 2014 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Questions orales

Question orale de Mme Nele Lijnen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, du Commerce extérieur et des Affaires européennes et au ministre des Entreprises publiques et de la Coopération au développement, chargé des Grandes Villes sur «la discrimination des lesbigays en Ouganda» (no 5-1349)

Mme la présidente. - M. Jean-Pascal Labille, ministre des Entreprises publiques et de la Coopération au développement, chargé des Grandes Villes, répondra.

Mevrouw Nele Lijnen (Open Vld). - De Oegandese president ondertekende deze week de antihomowet, die homoseksuele handelingen zwaar bestraft. Praten over homoseksualiteit zonder ze te veroordelen is vanaf nu strafbaar in Oeganda. Op het herhaaldelijk overtreden van de nieuwe wet staat een levenslange gevangenisstraf. Verklikking van holebi's wordt wettelijk verplicht. Iedereen moet dus aan de uitvoering van de nieuwe antihomowet meewerken. Ondertussen publiceren de lokale tabloids lijsten van Oegandese burgers die als holebi worden voorgesteld, waardoor zij vogelvrij worden verklaard. Ondanks de dialoog die ons land en de EU hebben opgezet met de Oegandese autoriteiten is die uiterst discriminerende wet werkelijkheid geworden.

Ons land kan niet aan de zijlijn blijven staan terwijl een openlijke heksenjacht wordt geopend tegen Oegandese holebi's. Ons land moet een duidelijk signaal geven dat deze wetgeving meer dan een brug te ver is. Ik ben het niet eens met de stelling van sommigen dat niet mag worden geraakt aan de Belgische ontwikkelingshulp aan dat land. Inzake mensenrechten kunnen wij geen compromis sluiten wanneer de fundamenten ervan in vraag worden gesteld. De ontwikkelingshulp niet in vraag stellen zou in grote mate het maatschappelijk draagvlak voor ontwikkelingshulp ondermijnen. We moeten een krachtig signaal sturen aan de beleidsmakers die de discriminatie en zelfs de heksenjacht op holebi's aanmoedigen om de aandacht af te wenden van de echte problemen in Oeganda. Aldus dient de ontwikkelingshulp aan Oeganda onmiddellijk te worden bevroren. Ons land dient tevens het voortouw te nemen in acties inzake bewustmaking ter plaatse, in coördinatie met de EU-partners en met andere landen die onze waarden delen. Binnen onze ambassade te Kampala zouden we een duidelijk bericht kunnen aanbrengen dat we ons verzetten tegen elke vorm van discriminatie, inclusief discriminatie op basis van seksuele geaardheid. We kunnen onze houding voor gelijke rechten en tegen elke vorm van discriminatie ook uitleggen door een klein pamflet te geven bij elke afgifte van een visum. Als alle EU-lidstaten die actie volgen, kan ze enige impact hebben.

Is de minister bereid de ontwikkelingshulp aan de Oegandese overheid te bevriezen? Zo ja, kan hij toelichten over welke bedragen het gaat? Zo neen, waarom niet? Geven wij rechtstreeks of onrechtstreeks steun aan evangelische kerken in Oeganda, die de voortrekkers zijn van die wet? Zo ja, zal ons land die steun schrappen?

Is de minister bereid in EU-verband te werken aan een sensibiliseringsactie ter plaatse, in coördinatie met de EU en andere landen die onze waarden delen, naar aanleiding van de EU-Afrikatop die begin april plaatsvindt? Kan de Heilige Stoel inzake dat thema mogelijk een rol spelen, gelet op het morele prestige ervan in Oeganda? Heeft de minister reeds overleg gehad met die instantie?

De heer Jean-Pascal Labille, minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden. - Ik ben geen voorstander van een onmiddellijke bevriezing van de ontwikkelingshulp aan Oeganda. Die hulp komt immers de bevolking ten goede en moet niet te snel worden gebruikt als een instrument voor politieke sancties. Bovendien wordt dit best in Europees verband besproken. Indien ontwikkelingssamenwerking echter zelf wordt misbruikt of wordt ingezet tegen mensenrechten, zal ik dat uiteraard grondig bekijken. Daarnaast bevat ons huidig Indicatief Samenwerkingsprogramma een zogenaamde "aansporende schijf", een schijf van 10 miljoen die slechts kan worden toegekend indien Oeganda aan een aantal voorwaarden voldoet, onder meer op het vlak van de mensenrechten.

Mensenrechten zijn uiterst belangrijk.

Ik wil dit in overleg met de EU-lidstaten beoordelen. Daarmee kan een belangrijk politiek signaal worden gegeven.

België geeft geen rechtstreekse of onrechtstreekse steun aan evangelische kerken. Er wordt wel een project in de gezondheidssector voorbereid, voor de ondersteuning van sanitaire structuren voor private not-for-profit-organisaties die ook gezondheidsstructuren beheren. Daar zijn confessionele organisaties bij. Dat project is in voorbereiding, maar ik heb het nog niet goedgekeurd. Ik zal het grondig laten screenen.

De tweede vraag van mevrouw Lijnen valt eerder onder de bevoegdheid van de minister van Buitenlandse Zaken. Ik lees zijn antwoord.

België maakt binnen de Europese Unie sinds juni 2013 reeds werk van sensibilisering over dit thema, in het bijzonder in het kader van de EU-richtsnoeren om de rechten van LGBTI's te beschermen en te bevorderen. Net als de ambassades van andere EU-landen kaart de Belgische ambassade in Kampala dit thema al langer op een discrete wijze aan bij onze Oegandese gesprekspartners, zowel bij de overheid als in het middenveld.

We hebben daarbij vastgesteld dat er, tot nu toe, een zeer positieve samenwerking bestond tussen de Oegandese politie en de LGBTI-gemeenschap. Sinds de ondertekening van de wet hebben onze ambassadeur en zijn EU-collega's dit thema meermaals besproken met een reeks hooggeplaatste ambtenaren en politici. In veel gevallen was dat een ontnuchterende ervaring: waar vroeger een zekere openheid bestond, is de dialoog nu bijzonder moeilijk geworden.

Dat is echter niet het geval voor de politiediensten. Zij konden op het hoogste niveau garanties geven dat niemand door de politie zou worden lastiggevallen enkel op basis van zijn of haar seksuele geaardheid en dat de eerdere samenwerking met de LGBTI-gemeenschap gewoon zou worden voortgezet. Het blijft afwachten in welke mate dat engagement in de praktijk wordt nagekomen, maar de EU-posten in Kampala zullen dat nauwlettend in de gaten houden.

Hoewel weinigen hadden verwacht dat president Museveni de wet zou ondertekenen, werd voordien reeds proactief actie ondernomen. Samen met de andere leden van de donorgemeenschap ter plaatse heeft België een strategie ontwikkeld zodat we als groep een antwoord kunnen bieden op potentiële discriminerende acties vanwege de Oegandese autoriteiten. Die strategie zal nu ten uitvoer worden gelegd.

Ter voorbereiding van de top EU-Afrika gaan we uiteraard na welke acties op het niveau van de Europese Unie mogelijk zijn.

De minister van Buitenlandse Zaken werkt momenteel ook aan een verklaring voor de komende sessie van de VN-Mensenrechtenraad in Genève.

Mevrouw Nele Lijnen (Open Vld). - Het antwoord choqueert me. De minister zegt dat hij de ontwikkelingshulp niet wil stopzetten. Er is een verschil tussen budgethulp en de financiering van concrete projecten. Onze buurlanden grijpen wel in. De fundamentele vrijheden van alle mensen in Oeganda staan op het spel. Het gaat wel over mensenrechten!

België zou de Oegandese overheid een sterk signaal sturen, mocht het de budgethulp onmiddellijk schrappen. Ik begrijp echt niet dat de minister dat niet doet.