5-2470/5 | 5-2470/5 |
27 FEBRUARI 2014
Nr. 4 VAN MEVROUW DETIÈGE C.S.
Art. 38
In § 1, 1º en § 3 telkens de woorden « van de eerste cyclus » doen vervallen.
Verantwoording
Een groot deel van de seksuologen zijn geen houder van een diploma van een gezondheidszorgberoep of een van de andere opleidingen in de eerste cyclus zoals vermeld in het artikel. Dat geldt wel voor hun opleiding in de tweede cyclus. Zo heeft een aantal seksuologen criminologie gestudeerd en nadien seksuologie. Hun eerste cyclus (bachelor) valt onder de faculteit rechten en dus niet onder de vermelde opleidingen. Anderen hebben godsdienstwetenschappen gestudeerd, daarna een schakeljaar en dan seksuologie. Ook zij hebben geen diploma van de eerste cyclus van de genoemde opleidingen. Uiteraard hebben ze allemaal een tweede cyclus doorlopen in de geciteerde opleidingen, namelijk een master seksuologie. Het is dan ook aangewezen de verwijzing naar de eerste cyclus te schrappen in artikel 38.
| Leona DETIÈGE. |
| Dalila DOUIFI. |
| Bert ANCIAUX. |
Nr. 5 VAN MEVROUW SLEURS C.S.
Art. 13
Paragraaf 1 van het voorgestelde artikel 21quatervicies vervangen door wat volgt :
« § 1. Buiten de beoefenaars bedoeld in artikel 2, § 1, mag alleen de houder van een erkenning uitgereikt door de voor de Volksgezondheid bevoegde minister de klinische psychologie uitoefenen. »
Verantwoording
Zie de verantwoording van amendement nr. 6.
Nr. 6 VAN MEVROUW SLEURS C.S.
Art. 14
Het voorgestelde artikel 21quinquiesvicies, § 1, eerste lid, vervangen door wat volgt :
« Buiten de beoefenaars bedoeld in artikel 2, § 1, mag alleen de houder van een erkenning uitgereikt door de voor de Volksgezondheid bevoegde minister de klinische orthopedagogiek uitoefenen. »
Verantwoording
Het wetsontwerp van 30 januari 2014 beoogt de beroepen van klinisch psycholoog en klinisch orthopedagoog te reglementeren binnen het koninklijk besluit nr. 78 (1) ; het worden volwaardige gezondheidszorgberoepen.
Onder uitoefening van de klinische psychologie verstaat het wetsontwerp : « het gebruikelijk verrichten van autonome handelingen die tot doel hebben of worden voorgesteld tot doel te hebben, bij een mens en in een wetenschappelijk onderbouwd klinisch psychologisch referentiekader, de preventie, het onderzoek, het opsporen of het stellen van een psychodiagnose van echt dan wel ingebeeld psychisch of psychosomatisch lijden en die persoon te behandelen of te begeleiden. » (2) Het wetsontwerp bepaalt dat alleen de houder van een erkenning uitgereikt door de voor de Volksgezondheid bevoegde minister de klinische psychologie mag uitoefenen (3) . Om zo'n erkenning te bekomen, moet men houder zijn van een universitair diploma in het domein van de klinische psychologie (4) .
Onwettige uitoefening van de klinische psychologie wordt strafbaar gesteld als onwettige uitoefening van de geneeskunde (5) . Hieruit volgt impliciet maar zeker dat de uitoefening van de klinische psychologie juridisch een onderdeel vormt van de uitoefening van de geneeskunde.
Uitoefening van de geneeskunde is echter in beginsel het monopolie van artsen (6) . Door te bepalen dat de klinische psychologie, zijnde een onderdeel van de geneeskunde, alleen door houders van een erkenning in de klinische psychologie mag worden uitgeoefend kan dit onderdeel van de geneeskunde in de toekomst niet langer worden beoefend door artsen, en in het bijzonder door psychiaters aangezien zij geen houder zijn van een dergelijke erkenning. Dit is wellicht niet de bedoeling geweest van de indieners van het wetsvoorstel dat heeft geleid tot dit wetsontwerp.
Het voorgestelde amendement nr. 5 geeft aan de beoefenaars van de geneeskunde bedoeld in artikel 2, § 1, van koninklijk besluit nr. 78 eveneens de bevoegdheid de klinische psychologie als onderdeel van de geneeskunde uit te oefenen zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheid van de houders van een erkenning in de psychologie om de klinische psychologie op een autonome wijze te beoefenen.
Het voorgestelde amendement nr. 6 beoogt mutatis mutandis hetzelfde wat betreft de uitoefening van de klinische orthopedagogiek.
| Elke SLEURS. |
| Louis IDE. |
| Veerle STASSIJNS. |
(1) Koninklijk besluit nr. 78 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, Belgisch Staatsblad van 14 november 1967, err. Belgisch Staatsblad van 12 juni 1968.
(2) Artikel 13 van het wetsontwerp (nieuw artikel 21quatervicies, § 3, koninklijk besluit nr. 78).
(3) Artikel 13 van het wetsontwerp (nieuw artikel 21quatervicies, § 1, koninklijk besluit nr. 78).
(4) Artikel 13 van het wetsontwerp (nieuw artikel 21 quatervicies, § 2, tweede lid, koninklijk besluit nr. 78).
(5) Artikel 24 van het wetsontwerp (dat artikel 38, § 1, 1° wijzigt).
(6) Artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit nr. 78.