5-139

5-139

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 6 FEBRUARI 2014 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Bert Anciaux aan de vice-eersteminister en minister van Landsverdediging over «de kosten van een rechtsgang van Defensie wegens een minimaal schadegeval» (nr. 5-1296)

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik ondervraag de minister van Landsverdediging naar aanleiding van een ludieke vredesactie aan zijn kabinet. Volgens eigen berekeningen zou Defensie daarbij voor 233,86 euro schade hebben opgelopen. Defensie vordert dat bedrag terug van een kleine vzw en de minister maakt de zaak daartoe aanhangig bij de Brusselse correctionele rechtbank. Toevallig komt de zaak vandaag voor.

Mijn vraag betreft expliciet niet de lopende rechtszaak. Ik wil dit voorval wel in een context plaatsen, het bekijken vanuit het kostenplaatje, en daarmee misschien ook de onzinnigheid of de kwaadaardigheid van de juridische aanpak belichten.

Welke kosten-batenraming maakte Defensie alvorens die exemplarische schadezaak met een geraamde schade van minder dan 250 euro bij een correctionele rechtbank aanhangig te maken? Op hoeveel worden de uurlonen geraamd van de medewerkers van Defensie die de dossiers klaarmaken, een advocaat aanwijzen en briefen en hierover aan de hiërarchie en de minister rapporteren? Op hoeveel wordt het uurloon van een advocaat geraamd en hoeveel uren kan/mag/moet de raadsman aan dat dossier spenderen? Op hoeveel worden de hieraan verbonden gerechtskosten geraamd? Hoeveel tijd moet de minister en/of zijn woordvoerder of kabinet besteden om vragen hieromtrent in het Parlement, de media, de commissies enzovoort te beantwoorden?

Hoe evalueert de minister de omvang van die kosten in verhouding tot de geraamde schade? Zal de minister ook al die extra kosten aan de totale schadeclaim toevoegen?

Kan de minister begrijpen dat de aanpak van Defensie ofwel als onzinnig ofwel als kwaadaardig ten aanzien van democratische acties en van maatschappelijk betrokken actievoerders wordt beschouwd? Ik heb het gevoel - en daar is het me om te doen - dat er onzinnigheid en kwaadaardigheid mee gemoeid is en dat stoort me ten zeerste.

De heer Pieter De Crem, vice-eersteminister en minister van Landsverdediging. - Op die vraag heb ik al geantwoord in de commissievergadering van 21 januari 2014 en gisteren heb ik op een soortgelijke vraag van de heer Geerts in de Kamercommissie geantwoord. Ik zal enkele belangrijke elementen herhalen.

Op 14 november 2008 betoogt het Forum voor Vredesactie voor mijn kabinet. Daarbij wordt verf aangebracht op de vensterbalkons, op de deurdrempels, op de muren en op de stoep. Op 11 december 2008 heeft de Belgische Staat zich burgerlijke partij gesteld tegen het Forum voor Vredesactie en tegen onbekenden op grond van artikel 534ter van het Strafwetboek wegens het toebrengen van opzettelijke schade aan onroerende goederen die eigendom zijn van de Belgische Staat. Aangezien op dat ogenblik de omvang van de schade nog niet bekend was, werd één euro provisioneel gevorderd.

Ik kan onmogelijk aanvaarden dat schade wordt toegebracht aan onroerende goederen, in dit geval aan een historisch gebouw, eigendom van de Belgische Staat. Na de betoging heb ik onmiddellijk de reiniging laten uitvoeren door militairen. Zodoende bleven de kosten beperkter dan wanneer we een beroep hadden gedaan op een externe firma. Vraagsteller heeft de schade kunnen vaststellen op foto's die in de kranten zijn verschenen.

De tijdsbesteding van de dossierbeheerder wordt niet afzonderlijk bijgehouden, aangezien dat dossier tot zijn gebruikelijke takenpakket voor de dienst Geschillen behoort. De kosten voor de advocaat zullen pas na afloop van het proces bekend zijn.

In verband met het recht op vrije meningsuiting kan ik verzekeren dat al talloze keren voor mijn kabinet is betoogd, dat in Aalter niet alleen de misgangers op bodybags zijn getrakteerd, maar dat ook een stapel bodybags voor mijn woning is aangetroffen. Daarmee heb ik allemaal geen problemen. Wie echter opzettelijk beschadigingen aanricht, weet dat hij de grenzen van de democratische actie overschrijdt en dat hij of zij zich dus kan blootstellen aan vervolgingen.

Tot mijn spijt kan ik niet ingaan op de suggestie van uw collega-volksvertegenwoordiger om een GAS-boete op te leggen zoals hij naar eigen zeggen zou hebben gedaan.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik heb de minister inderdaad in de commissie al een vraag om uitleg over dit onderwerp gesteld. Vandaag heb ik echter een andere klemtoon gelegd, namelijk dat de minister bij de correctionele rechtbank in Brussel een schadeclaim indient die veel meer kost dan de schade die mogelijkerwijs is geleden.

De verf was afwasbaar. Veel schade was er heus niet. Als men bij de minister thuis actie voert, dan verwerp ik dat. Het kabinet is echter niet van hem. Dat is van ons allemaal. Als daar actie wordt gevoerd, dan is dat een uiting van democratie, ook al kunnen de actievoerders verjaagd worden omdat het in de neutrale zone ligt. Een correctioneel geding aanspannen is echter niet correct.

Ooit moest ik als jonge snotneus als gevolg van een actie voor een correctionele rechtbank verschijnen. Ik kreeg opschorting. Het is nooit op mijn strafregister verschenen.

De politieke wereld wordt steeds onverdraagzamer tegenover alle mogelijke actievoerders. Dat is een slechte evolutie.