5-2470/2 | 5-2470/2 |
17 FEBRUARI 2014
Nr. 1 VAN DE HEER MAHOUX C.S.
Art. 38
In dit artikel, in § 1, 1º, de woorden « , in het kader van het voltijds onderwijs, » doen vervallen.
Verantwoording
Er bestaat bij de organisaties van de betrokken gezondheidsactoren een brede consensus rond dit wetsontwerp.
De bepaling beantwoordt overigens aan een gezondheidsbehoefte, aangezien een aangepaste opleiding essentieel is.
Die opleiding moet de psychologische aspecten combineren met geneeskundige en maatschappelijke overwegingen.
Zoals de zaken worden voorgesteld in artikel 38 van voorliggend ontwerp, zijn verscheidene interpretaties mogelijk inzake het al dan niet erkennen van het volwassenenonderwijs, wat de toelating tot opleidingen tot psychotherapeut betreft.
De wettekst zou immers alleen het voltijds onderwijs en de hogescholen en universiteiten vermelden.
Het voorgestelde amendement maakt een einde aan de interpretatiemogelijkheid die nadelig kan zijn voor gediplomeerden van instellingen van het volwassenenonderwijs die hoger onderwijs verstrekken.
| Philippe MAHOUX. |
| Cindy FRANSSEN. |
| Jacques BROTCHI. |
| Dalila DOUIFI. |
| André DU BUS DE WARNAFFE. |
| Nele LIJNEN. |
| Fabienne WINCKEL. |
Nr. 2 VAN DE HEER IDE EN MEVROUW SLEURS
Art. 34 tot 50
Deze artikelen schrappen.
Verantwoording
De behandeling van personen met geestelijke gezondheidszorgproblemen dient te worden voorbehouden aan personen met het diploma van master in de klinische psychologie of van geneesheer-specialist in de psychiatrie.
Enkel deze zorgverstrekkers hebben voldoende kennis van de psychologische processen om patiënten op een veilige en correcte manier te behandelen.
Behandelingen toelaten door personen die slecht een basisopleiding psychologie gehad hebben, zal niet bijdragen tot de veiligheid van de patiënt en de kwaliteit van de zorg,
Dit neemt niet weg dat de masters in de klinische psychologie en de geneesheren-specialist in de psychiatrie geen psychotherapeutische technieken kunnen gebruiken in hun behandeling. Net zoals alle zorgverstrekkers beschikken ook zij over de nodige therapeutische vrijheid om de meest geschikte behandeling voor hun patiënt te kiezen,
In het kader van hun beroepsaansprakelijkheid en in het kader van de deontlogische verplichtingen van de zorgverstrekkers zullen deze therapieën uiteraard enkel mogen aangeboden worden indien de betrokken zorgverstrekker over voldoende kennis ervan beschikt.
Omwille van het gevaar voor de patiënt en het feit dat de psychotherapie perfect kan toegepast worden door erkende zorgverstrekkers (de klinisch psycholoog en de psychiater) is er geen nood aan een aparte erkenning van de psychotherapeut.
Bijgevolg dienen de artikelen die handelen over de erkenning van de psychotherapie geschrapt te worden.
Nr. 3 VAN DE HEER IDE EN MEVROUW SLEURS
Art. 13
Het in dit artikel voorgestelde artikel 21quatervicies, § 2, aanvullen als volgt :
« Personen die geen houder zijn van een diploma in het vakgebied van de psychologie, maar die een beroepservaring kunnen voorleggen in de behandeling en/of begeleiding van patiënten met geestelijke gezondheidszorgproblemen, kunnen een individuele aanvraag tot erkenning als klinisch psycholoog indienen.
Naar aanleiding van deze aanvraag beslist de minister die de Volksgezondheid tot zijn bevoegdheden heeft, na advies van de Federale Raad voor de klinische psychologie en de klinische orthopedagogiek, over het bijkomende opleidingstraject dat de aanvrager moet volgen om de erkenning te krijgen.
De inhoud van het individuele opleidingstraject moet van dusdanige aard zijn, dat de aanvrager na het doorlopen ervan een kennis heeft die identiek is aan deze van de in deze wet bedoelde houders van een universitair diploma van klinische psychologie.
De in het derde lid bedoelde aanvraag moet ingediend worden binnen het jaar na het inwerkingtreden van deze wet,
De Koning bepaalt de verdere procedure en modaliteiten voor het indienen van de in het derde lid bedoelde aanvraag. »
Verantwoording
Door de jarenlange verwaarlozing van de ambulante geestelijke gezondheid is er een grote groep van mensen die zonder de nodige opleiding gepoogd hebben om aan een nood bij de patiënten tegemoet te komen.
En hoewel veel van deze mensen dit te goeder trouw gedaan hebben, moeten we vaststellen dat zij hier vaak niet de juiste opleiding voor genoten hebben.
Met dit amendement wordt aan deze grote groep van personen de mogelijkheid geboden om de nodige bijkomende kennis op te doen en om hun werkzaamheden verder te blijven uitvoeren.
Gelet op de zeer brede waaier aan achtergronden is het aangewezen om dit via individuele trajecten te realiseren.
| Louis IDE. |
| Elke SLEURS. |