5-124

5-124

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 21 NOVEMBER 2013 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer Bert Anciaux aan de minister van Justitie over źde vraag om euthanasie voor een ge´nterneerde╗ (nr. 5-1171)

De heer Bert Anciaux (sp.a). - De manier waarop justitie functioneert, maakt me bijzonder boos. Ik kan me overigens voorstellen dat ook de minister geregeld boos wordt.

Een ge´nterneerde zit al dertig jaar zonder enige vorm van begeleiding of behandeling, zonder enig perspectief in de gevangenis opgesloten. Het gaat om een zieke man die psychisch gestoord. Hij vraagt nu euthanasie en motiveert dat met zijn uitzichtloze situatie.

Als dat niet kan of niet mag, smeekt hij om overgebracht te worden naar een gespecialiseerde instelling in Nederland. Aangezien hem dat nu wordt geweigerd, tracht hij de overbrenging nu voor de rechter af te dwingen.

De rechter in kort geding vroeg op 14 november aan de minister een volledig beeld te geven van de behandeling en de verzorging, alsook van de stappen die zijn gedaan om de man eventueel naar een instelling voor ge´nterneerden in Nederland over te plaatsen.

Een uitspraak in die zaak kan zeer verstrekkende gevolgen hebben, zowel voor de ge´nterneerden als voor de Belgische staat.

Ingaan op de vraag voor euthanasie kan een internationale schokgolf teweegbrengen. Het ondragelijke psychische leed is immers het resultaat van een duurzaam gebrek aan menswaardige behandeling en verzorging. Dat duidt op een persistent gebrek aan politieke wil en aan middelen. Euthanasie door het non-beleid van de overheid dus.

De doodstraf is in BelgiŰ terecht afgeschaft uit humane overwegingen. We gaan nu naar toestanden waarin ze in zekere zin uit humane overwegingen weer zou worden ingevoerd.

Met de overbrenging van de ge´nterneerde naar een gespecialiseerde instelling in Nederland rijst overigens ook een probleem voor de minister. Als ze instemt met het verzoek tot overbrenging, wordt dat een voorbeeld dat vele andere ge´nterneerden in gelijkaardige uitzichtloze situaties zullen navolgen. Een blamage voor de Belgische Justitie, die door haar onvermogen nog maar eens taken moet uitbesteden aan Nederland.

Bevestigt de minister dat de zaak verregaande consequenties heeft? Begrijpt ze dat deze trieste casus een symptomatische uitwas is van een failliet systeem? Zo ja, is ze bereid aan de problematiek de nodige beleidsaandacht te besteden en de middelen vrij te maken om tot een echte en duurzame oplossing te komen? Is de minister bereid om dit bankroet toe te geven en naar analogie met de export van gevangenen naar Tilburg, de zorg voor ge´nterneerden ook aan Nederland uit te besteden, waar men blijkbaar wel in staat is om deze groep mensen op een menswaardige wijze te behandelen en te verzorgen?

De meerderheidspartijen in Nederland, zowel de PvdA als de VVD, hebben intussen formeel laten weten dat ze de idee om Belgische ge´nterneerde psychiatrische patiŰnten op te vangen gunstig gezind zijn. Voor drie Nederlandse gespecialiseerde instellingen dreigt momenteel een sluiting. Zij zouden wat graag zowel Nederlandstalige als Franstalige ge´nterneerden uit BelgiŰ opvangen.

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. - Het is altijd zeer moeilijk om te antwoorden op vragen die over een individueel geval gaan. De minister behoort de privacy te beschermen. Omdat deze zaak zoveel aandacht kreeg in de media, geef ik toch een aantal feiten weer.

Vaak zegt men dat Justitie niet meewil. De feiten zijn dat er voor een overbrenging van een ge´nterneerde een akkoord moet zijn van de Commissie voor de bescherming van de maatschappij, die in alle onafhankelijkheid oordeelt. De Commissie in Antwerpen heeft op 12 maart 2013 gezegd dat dit niet kan en dat is in beroep bevestigd. Als men mij vraagt waarom die persoon niet naar Nederland kan, dan is de reden dat ik geen basis heb om daarover te onderhandelen. Het is dus geen kwestie of ik het wil of niet, ik kan het niet doen.

In zo'n zeer emotionele, zeer moeilijke zaak moet ook ik mij houden aan wetten en regels. Ooit hebben we gewild dat er Commissies voor de bescherming van de maatschappij kwamen met een speciaal statuut. Ze kunnen onafhankelijk beslissen. Als de Commissie zegt dat het juridische onmogelijk is, dan heeft de minister van Justitie zich aan de regels te houden.

Begin volgend jaar gaat ons Forensisch Psychiatrisch Centrum in Gent open. Dat is niet oneindig lang meer. Vanaf volgend jaar zullen we voor de ge´nterneerden met speciale pathologieŰn in de gevangenissen, instellingen hebben waar de mogelijkheid van een gespecialiseerde behandeling zal bestaan. Er wordt gemakkelijk gezegd dat er niets aan gedaan wordt, maar in deze regeerperiode hebben we werkelijk een belangrijke vooruitgang geboekt.

In sommige individuele gevallen - hoe erg ook - moet ook ik mij houden aan de regels van de instanties die we zelf tot stand hebben gebracht. Als we niet meer in de instanties geloven, dan moeten we de instanties aanpakken. Het gaat echter niet op om een bepaalde regel te willen om vervolgens bij een enkel geval dat moeilijk ligt, te zeggen dat we de regel niet meer in acht nemen.

Ook in dossiers die voor iedereen emotioneel zijn, moeten we ons als politicus consequent tonen.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik dank de minister voor haar antwoord. Ik ben het met haar eens dat het een zeer delicate aangelegenheid is. Het ging mij niet over euthanasie, maar over het probleem van de internering.

De Commissie voor de bescherming van de maatschappij in Antwerpen, die weliswaar nogal berucht is, heeft inderdaad die beslissing genomen om niet in te gaan op de vraag naar overbrenging. Die beslissing is ook in beroep bevestigd. Ik ben het er echter niet mee eens dat de overbrenging door die beslissing van de Commissie nu juridisch onmogelijk is. Dat heeft de Commissie voor de bescherming van de maatschappij niet beslist. Ze heeft alleen beslist dat ze niet akkoord gaat met de overbrenging.

Ik ben ervan overtuigd dat de Commissie, wanneer de minister na het kort geding met Nederland een convenant sluit voor een overbrenging, zonder enige twijfel zal zeggen dat ze daarmee akkoord kan gaan.

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. - Als ik een verdrag moet sluiten, dan zijn we een jaar verder en is ons FPC in Gent open. Dat zijn de feiten. Kijk maar hoeveel tijd nodig was om het verdrag voor de overbrenging van gevangenen naar Tilburg rond te krijgen.

Ik wil op een bepaald moment wel kunnen zeggen dat we geen enkele regel en procedure meer moeten volgen, maar ik moet mij nu eenmaal aan de feiten houden. Ik heb het daar moeilijk mee, want ik ben, evenals de heer Anciaux, geraakt door de ernst van deze individuele situatie.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik ben ervan overtuigd dat voor dit dossier op enkele dagen tijd een overeenkomst kan worden gesloten. Ik ben het met de minister eens dat tijdens deze legislatuur vooruitgang is geboekt. Ik besef ook dat de minister eigenlijk het slachtoffer is van een non-beleid in het verleden. Ik moet mij echter tot de minister richten om haar te overtuigen dat we in dit dossier wel degelijk iets kunnen en moeten doen door deze man naar Nederland te laten gaan.