5-123

5-123

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 14 NOVEMBER 2013 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Bert Anciaux aan de minister van Justitie over ęhet succesvolle beleid in Zweden aangaande de daling van het aantal gevangenissen en gedetineerdenĽ (nr. 5-1163)

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Vandaag wordt bekendgemaakt dat in Zweden dit jaar vier gevangenissen worden gesloten omdat sedert 2004 het aantal gevangenen daar systematisch daalt. In 2004 waren er 5722 gedetineerden, in 2012 waren er 4852, een daling dus met 15%. Dat is niet het gevolg van een laks beleid, maar van het feit dat absolute prioriteit gegeven wordt aan re-integratie, preventie en strafvermindering en dat drastisch minder mensen worden opgesloten voor drugsdelicten.

In ons land neemt het aantal gevangenen gestaag toe. In 2004 waren er in BelgiŽ 9249 gevangenen, tegenover 5722 in Zweden, dat ongeveer evenveel inwoners telt, namelijk 9,5 miljoen. Momenteel zijn er in BelgiŽ 11732 gevangenen, een stijging dus met 25%, tegenover een daling met 15% in Zweden.

Als gevolg daarvan kampen we in ons land met overvolle gevangenissen, met onmenselijke, onhoudbare en onduldbare toestanden. In tegenstelling tot Zweden verstrengt BelgiŽ zijn beleid, met meer en langere straffen.

BelgiŽ kent geen officiŽle cijfers voor recidive en wederopsluiting, maar uit een rapport van januari 2012 van het Nationaal Instituut voor criminalistiek en criminologie blijkt dat er meer dan 40% gevallen van recidive zijn in ons land. In BelgiŽ zijn er amper middelen voor re-integratie, er zijn slechts beperkte programma's, afhankelijk van de goodwill van de gevangenisdirecteur. Als antwoord op mijn recente schriftelijke vraag, 5-6496, bevestigde de minister dat het budget voor herstelgerichte aanpak sinds 2010 volledig is stopgezet. Zowat alle experts en ook een aantal gewezen gevangenisdirecteurs beklemtonen keer op keer dat de gedetineerden, wanneer ze de gevangenis verlaten, er slechter aan toe zijn dan wanneer ze werden opgesloten.

Hoe evalueert de minister de aanpak in Zweden, die weliswaar radicaal verschilt van de Belgische, maar duidelijk veel betere effecten sorteert voor de Zweedse samenleving en de gedetineerden?

Waarom lijkt het Belgische beleid inzake strafuitvoering nog steeds geparalyseerd in totaal voorbijgestreefde, onmenselijke en vooral inefficiŽnte concepten, waarvoor ons land trouwens systematisch internationaal wordt veroordeeld en die schril afsteken tegen de indrukwekkend positieve resultaten in Zweden?

Wil de minister mijn al zo vaak geformuleerd voorstel ondersteunen dat moet leiden tot een radicale wijziging van ons penitentiair systeem en een fundamentele ommekeer van het beleid ter zake, door volop te kiezen voor preventie, re-integratie, andere strafmaten en strafsystemen? Zal de minister, in de aanloop naar een volgende legislatuur, de beleidsomgeving, de administratie en de juridische en penitentiaire actoren hierop voorbereiden?

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. - Net als de heer Anciaux ben ik ervan overtuigd dat inzake strafuitvoering Zweden op heel wat vlakken als gidsland mag gelden. Dat is trouwens terug te vinden in de manier waarop ik de strafuitvoering in ons land vorm wil geven.

Ik heb al meermaals beklemtoond dat we het vertrouwen in onze strafuitvoering moeten herstellen door eerst en vooral alle straffen uit te voeren, ook de korte, maar dat hoeft voor mij niet automatisch te gebeuren in de gevangenis. De straf kan even goed worden uitgevoerd via de werkstraf, de elektronische enkelbank of onder bepaalde voorwaarden, zodat we voorkomen dat de betrokkene volledig uit de samenleving wordt getrokken. Die keuze heeft Zweden jaren geleden al gemaakt.

We hebben een achterstand op Zweden, omdat we kampen met overbevolking in onze gevangenissen. Hierdoor hebben we te weinig differentiatie in de infrastructuur van onze gevangenissen en werden bepaalde korte straffen amper uitgevoerd.

Om die achterstand weg te werken, heb ik de voorbije 22 maanden veel ingezet op het wegwerken van de wachtlijsten. De achterstand op het vlak van werkstraffen is gedaald met meer dan 70%. Wat overblijft, is een operationele werkreserve. Daarnaast hebben we een actieve politiek gevoerd om het aanbod aan werkstraffen te vergroten.

Elke straf tussen zes maanden en drie jaar wordt thans uitgevoerd met een elektronische enkelband of in de gevangenissen.

Wat de elektronische enkelbanden betreft, bestaan er twee systemen: de enkelband met spraakherkenning voor de straffen tussen zes en acht maanden, een systeem dat trouwens voor de nog kortere straffen zal worden gehanteerd, en de klassieke enkelband voor de straffen tussen acht maanden en drie jaar. De wachtlijsten van straffen met de elektronische enkelband zijn verminderd met 86%, zodat we onder het niveau van een operationele reserve zitten.

Daarom kunnen we korte straffen veel meer toepassen dan in het verleden en voorkomen we dat iemand van wie de eerste korte straf niet is uitgevoerd, een tweede of derde of zelfs nog volgende korte straf krijgt om uiteindelijk een zwaardere straf opgelegd te krijgen, omdat hij nooit het signaal heeft gekregen dat een misdrijf wordt bestraft. Een werkstraf niet laten uitvoeren, hoe klein ook, is immers een vorm van straffeloosheid. Zo'n differentiatie in de strafuitvoering is humaan, maar effectief en kordaat. Met andere woorden, we hebben massaal geÔnvesteerd in de alternatieve strafuitvoeringsmogelijkheden.

Daarnaast bouwen we volop bijkomende gevangenissen. Het hoeft geen betoog dat in bepaalde gevangenissen de levensomstandigheden te slecht zijn, wat we overigens ook steeds terugvinden in de rapporten van het Europees Comitť voor de preventie van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing, CPT. Die rapporten waren tot twee jaar geleden ook negatief over Zweden. De ervaring leert dus dat het via politiek en beleid mogelijk is de toestand te verbeteren.

De eerste van drie nieuwe gevangenissen werd vorige maand officieel geopend in Marche-en-Famenne. Beveren, Leuze en het Forensisch Psychiatrisch Centrum in Gent zullen de volgende maanden volgen, waardoor we een gepaste opvang zullen hebben voor de geÔnterneerden.

In de gevangenissen zijn ateliers beschikbaar en kunnen we meer werk aantrekken. Daarenboven hebben we daar meer opleidingsmogelijkheden. Er worden dus geen gevangenissen bijgebouwd om te bouwen, maar om gedetineerden bijkomende mogelijkheden te bieden om competenties te verwerven, wat recidive reduceert.

De cijfers inzake recidive situeren ons land tussen Frankrijk en Nederland. Strafdifferentiatie leidt effectief tot lagere recidivecijfers.

Er is ook verwezen naar de re-integratie, waarvoor de gemeenschappen bevoegd zijn, in tegenstelling tot de klassieke strafuitvoering, die tot de bevoegdheden van de federale overheid behoort. De re-integratie zal in de toekomst steeds belangrijker worden en daarom wordt in de gevangenissen al nauw samengewerkt met de gemeenschappen, bijvoorbeeld voor wat de bibliotheken en de opleidingen betreft. Hetzelfde geldt voor de geÔnterneerden. In de gevangenissen zit op het ogenblik een aantal low risk-geÔnterneerden en het is mijn overtuiging dat zij veel sneller zouden moeten kunnen doorstromen naar het klassieke zorgcircuit.

Nauwelijks vier jaar geleden gaf het CPT ook Zweden slechte punten. Vandaag kan dat land vier gevangenissen sluiten. Ik ben ervan overtuigd dat nu ons land ook die omschakeling maakt naar meer strafdifferentiatie, die switch ertoe kan leiden dat straffen effectief worden uitgevoerd, enerzijds, en dat ze kunnen worden uitgevoerd op een wijze die zorgt voor een daling van de recidivegraad en voor een betere re-integratie, anderzijds.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik dank de minister voor haar antwoord, maar ik ben maar gedeeltelijk tevreden over de uitgangspunten die zij vooropstelt.

De eindconclusie van de minister was, dat moet worden ingezet op een meer gedifferentieerde strafuitvoering, zoveel mogelijk toegespitst op het concrete dossier en de concrete noden van de betrokkenen. Daar ben ik het volledig mee eens. Nederland en Groot-BrittanniŽ bewijzen dat een sterk gedifferentieerde strafuitvoering leidt tot lagere recidivecijfers.

Het mag echter niet alleen gaan over straffen en over het uitzitten van die straf. Ik weet dat de minister ook inzet op alternatieven zoals enkelbanden en werkstraffen, maar de overgrote meerderheid van de veroordeelden gaat nog altijd naar de gevangenis.

In onze huidige gevangenissen en binnen het huidige beleid inzake strafuitvoering komt een veroordeelde echter niet beter uit de gevangenis, maar wel slechter. Kleine criminelen, die veroordeeld zijn tot een zogenaamd korte straf van minder dan 6 maanden, komen niet als een beter mens uit de gevangenis. Integendeel, zij verlaten de gevangenis met veel meer problemen en ook ten opzichte van de samenleving zullen zij meer problemen veroorzaken. Ik ben het dus niet eens met de blinde obsessie om elke straf absoluut te willen uitvoeren.

Ik weet dat ik met mijn standpunt tegen de stroom oproei, maar ik blijf ervan overtuigd dat meer gevangenisstraffen niet leiden tot een veiliger samenleving.

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. - Als ik zeg dat alle straffen moeten worden uitgevoerd, dan bedoel ik daarmee een strafuitvoering op maat. Precies daarom is er de voorbije maanden zoveel geÔnvesteerd in de alternatieve strafuitvoering, die ervoor moet zorgen dat niet elke veroordeelde blindelings in de gevangenis wordt gestopt.

Voor kortere straffen kan immers beter worden ingezet op een re-integratie. Uit onderzoek blijkt trouwens dat een veroordeelde met een enkelband het moeilijker heeft dan een gevangene, omdat de eerste zijn eigen leven moet blijven organiseren. Die moeilijkheid is echter net een troef om een re-integratie in de samenleving te laten slagen: de betrokkene wordt immers niet gedurende een periode uit de samenleving gehaald, maar moet blijven functioneren in zijn omgeving. Om die reden moet het beleid verder die weg opgaan.

Mocht ik als minister met een wit blad kunnen beginnen en onbeperkte middelen ter beschikking hebben, dan zou ik er ook voor pleiten om nog meer te investeren in halfopen en open gevangenissen of in kleinere entiteiten.

Ik stuur het beleid stap voor stap bij. In dat kader is ook de bouw van de drie nieuwe gevangenissen belangrijk: daar zullen immers, voor de langgestraften, de levensomstandigheden en de omkadering van dien aard zijn dat re-integratie bevorderd wordt en recidive teruggedrongen.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik pleit niet voor straffeloosheid, maar vind net als de minister dat het differentiŽren van straffen recidive kan beletten. Dat maakt een betere integratie van de gewezen gedetineerden in de samenleving mogelijk. De samenleving zelf denkt daar evenwel anders over en heeft de indruk dat meer gevangenisstraffen de veiligheid vergroten. Het omgekeerde is waar.