5-2238/2

5-2238/2

Belgische Senaat

ZITTING 2013-2014

18 NOVEMBER 2013


HERZIENING VAN DE GRONDWET


Voorstel tot herziening van artikel 162 van de Grondwet


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN DE HEER LAEREMANS

Enig artikel

Dit artikel vervangen als volgt :

« Enig artikel. Artikel 162 van de Grondwet, laatst gewijzigd bij de herziening van de Grondwet van 25 februari 2005, wordt vervangen als volgt :

« Art. 162. De provinciale, bovengemeentelijke en gemeentelijke instellingen worden geregeld bij de regel bedoeld in artikel 134. » »

Verantwoording

De huidige wijzigingen die door de institutionele meerderheid worden aangebracht aan artikel 162 van de Grondwet zijn van die aard dat dit artikel nog altijd heel wat restricties oplegt aan de gewesten wat betreft de inrichting van de instellingen van de ondergeschikte besturen. Zo wordt nog altijd bepaald :

— dat de ondergeschikte besturen aan een zestal beginselen, opgesomd in artikel 162 van de Grondwet, moeten voldoen;

— dat de gewesten daar alleen andere principes aan kunnen toevoegen, al dan niet met een bijzondere meerderheid;

— dat de artikelen 159 en 190 van de Grondwet van toepassing zijn op de verordeningen en voorschriften van de bovengemeentelijke besturen;

— dat een bijzondere wet de voorwaarden bepaalt waarop ondergeschikte besturen elkaar kunnen verstaan of verenigen.

— dat verscheidene ondergeschikte besturen niet samen kunnen beraadslagen.

Met de huidige voorgestelde regeling blijft de federale wetgever de deelstaten dus nog altijd in een bepaald keurslijf dwingen wat betreft de inrichting en werking van de ondergeschikte besturen.

De indiener van dit amendement is van oordeel dat aan het Vlaamse en het Waalse volk een zo groot mogelijke autonomie dient te worden gegeven. Het komt in zijn ogen derhalve het Vlaamse en het Waalse Parlement toe rechtstreeks en in volle soevereiniteit een beslissing te nemen of de ondergeschikte besturen al dan niet aan een of meerdere van de zes in artikel 162 opgesomde beginselen moeten voldoen, of en welke beginselen daar eventueel moeten bijkomen, of een beslissing daarover al dan niet met een bijzondere meerderheid moet worden genomen, of en in hoeverre de artikelen 159 en 190 van de Grondwet toepasselijk moeten zijn, of en welke de voorwaarden moeten zijn waarop de ondergeschikte besturen elkaar kunnen verstaan, zich verenigen of samen beraadslagen. Dat is dan ook de strekking van dit amendement.

Bart LAEREMANS.