5-251COM

5-251COM

Commissie voor de Sociale Aangelegenheden

Handelingen

DINSDAG 22 OKTOBER 2013 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Cindy Franssen aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over ęde terugbetaling van de percutane aortaklepĽ (nr. 5-3912)

Vraag om uitleg van de heer Louis Ide aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over ęde terugbetaling van de percutane aortaklepĽ (nr. 5-4039)

De voorzitster. - Ik stel voor deze vragen om uitleg samen te voegen. (Instemming)

Mevrouw Cindy Franssen (CD&V). - Een percutane aortaklep is een klein instrumentje van amper twee centimeter dat wordt ingebracht via een slagader in de lies en naar het hart wordt geschoven. Het gaat om een kleine medische ingreep en cardiologen noemen het de hartklep van de toekomst. De techniek werd wereldwijd al 50 000 keer toegepast. Ook in BelgiŽ werden er al 1000 mensen mee geholpen.

Deze klep is een oplossing voor hartpatiŽnten voor wie een klassieke openhartoperatie onmogelijk of enorm risicovol is. Ze is echter zeer duur, namelijk zo'n 18 000 euro. Het grootste deel van de kostprijs moet door de patiŽnt zelf worden betaald, aangezien het RIZIV niet voor de methode terugbetaalt. Voor twintig ŗ dertig patiŽnten werden de kosten wel al terugbetaald, aangezien het ging om heel uitzonderlijk gevallen.

Het Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg gaf een negatief advies met betrekking tot de terugbetaling van deze aortakleppen. De zorgsector en de ziekenfondsen benadrukken echter dat deze behandeling levens kan redden en ijveren voor de terugbetaling van de hartklep, maar dan enkel voor mensen die geen openhartoperatie kunnen ondergaan, aangezien de kosten anders te hoog zullen oplopen.

Ik had graag vernomen of de minister zicht heeft op het profiel van de patiŽnten die reeds een percutane aortaklep hebben laten plaatsen. Kan ze een overzicht geven van de gevallen waarbij de behandeling met de percutane aortaklep door het RIZIV uitzonderlijk wel werd terugbetaald? Voor hoeveel procent kwam het RIZIV in deze gevallen tussenbeide? Wat was het zorgprofiel van deze personen? Aan welke criteria moet de medische situatie van de patiŽnten voldoen opdat het RIZIV deze behandeling gedeeltelijk vergoedt?

Overweegt de minister de mogelijkheid om het RIZIV deze behandeling alsnog in bepaalde mate te laten terugbetalen? Zo ja, in welke gevallen zal de behandeling worden terugbetaald en in welke mate?

Uiteraard heb ik er geen bezwaar tegen dat de cijfergegevens me schriftelijk worden bezorgd.

De heer Louis Ide (N-VA). - Ik zal de vraag van de vorige spreker bondig aanvullen.

Allereerst verwijs ik naar het wetenschappelijk voortschrijdend inzicht. In 2008 heeft het Kenniscentrum inderdaad negatief advies uitgebracht, maar in 2011 wijzigde het KCE zijn advies voor patiŽnten die inoperabel zijn wegens anatomische beperkingen.

Naast de vragen van de vorige spreker vraag ik me af of het niet nodig is deze aangelegenheid opnieuw onder de loep te laten nemen door het Kenniscentrum, rekening houdend met de huidige stand van de wetenschap en allerlei internationale voorbeelden, teneinde een nieuw coherent beleid uit te werken met betrekking tot de terugbetaling van percutane aortakleppen.

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen. - Op 12 november 2012 heeft het Verzekeringscomitť van het RIZIV de transkatheter implanteerbare klepstent in aortapositie, de percutane aortaklep, ingeschreven op de limitatieve lijst van innovatieve medische verstrekkingen die het College van geneesheren-directeurs in staat stelt om een financiŽle tegemoetkoming te verlenen in het kader van artikel 25quater van het Bijzonder Solidariteitsfonds (BSF). Dit betekent dus dat de TAVI-klep wel degelijk wordt terugbetaald.

Aortaklepstenose is de meest voorkomende klepafwijking bij patiŽnten ouder dan 65 jaar. De klassieke behandeling is het chirurgisch vervangen van de klep door een prothese, wat heel goede resultaten geeft.

Een kleine en goed afgelijnde groep van patiŽnten komt niet in aanmerking voor een klassieke operatie om anatomische redenen, dus niet wegens bijkomende medische problemen. Voor deze patiŽnten is het plaatsen van een percutane aortaklep raadzaam.

Het BSF komt tegemoet indien op basis van bij de aanvraag gevoegde recente omstandige medische, cardiologische en geriatrische verslagen, opgesteld door een geneesheer-specialist gemachtigd om de geneeskunde uit te oefenen in BelgiŽ, blijkt dat cumulatief beantwoord wordt aan de verschillende inclusiecriteria zonder dat beantwoord wordt aan een of meerdere exclusiecriteria. Ik bezorg de sprekers de lijst van deze criteria. Ze zijn opgesteld volgens de aanbevelingen van het KCE, die het College van geneesheren-directeurs beslist heeft te volgen.

De financiŽle tegemoetkoming van het BSF voor dit implantaat is enkel mogelijk voor het model van stentklep, die specifiek bestudeerd werd in een recente gerandomiseerde studie bij een voldoende groot aantal patiŽnten, waarbij werd aangetoond dat het experimenteel stadium voor dit model voorbij is.

De financiŽle tussenkomst van het BSF bedraagt maximaal 12 000 euro voor de percutane aortaklep en alle toebehoren nodig voor de implantatie ervan.

Het College van geneesheren-directeurs komt per patiŽnt slechts eenmalig tussen in de kosten van een percutane aortaklep. Het College van geneesheren-directeurs, dat uitspraak doet over de aanvragen bij het BSF, heeft nog geen enkele financiŽle tussenkomst voor een percutane aortaklep verleend, want tot op heden beantwoordde geen enkele aanvraag aan de criteria waarvan zonet sprake.

De aanvragen bij het BSF betreffen patiŽnten die nog in staat zijn om een klassieke ingreep te ondergaan of andere gezondheidsproblemen hebben die ertoe leiden dat ze niet aan de aanbevelingen beantwoorden. Het College stelt vast dat de aandoening noch de indicatie zeldzaam zijn: de minst invasieve ingreep is immers altijd te verkiezen, wat ook de te behandelen aandoening mag zijn. Dit is nog meer het geval bij ouderen en zeker als ze andere comorbiditeiten kennen.

Sinds de beslissing van het Verzekeringscomitť om percutane aortakleppen in te schrijven op de limitatieve lijst heeft het College tien aanvragen ontvangen. Het heeft er zes geweigerd die manifest niet aan de criteria voor tussenkomst beantwoordden en heeft voor vier dossiers aan de verzekeringsinstellingen gevraagd om de aanvragen te vervolledigen, aangezien deze niet alle benodigde informatie bevatten. Deze vier aanvragen beantwoordden aan de inclusiecriteria, maar het College was niet in staat na te gaan of de patiŽnten aan de exclusiecriteria voldeden.

Zo bevatte geen enkele aanvraag een geriatrisch rapport. Het College zal de aanvragen opnieuw onderzoeken van zodra het de ontbrekende informatie ontvangt.

Een werkgroep van de Technische Raad voor Implantaten werkt momenteel voorwaarden uit om in een terugbetaling te voorzien van de percutane aortaklep, binnen de nomenclatuur in het kader van een categorie-5-procedure. Het betreft de beperkte klinische toepassingen tijdens de evaluatieperiode van de terugbetaling. Dit gebeurt in overleg met het KCE. Het lijkt dan ook niet nuttig om het KCE een nieuwe studie te laten uitvoeren. Het KCE heeft trouwens, met een interval van een paar jaar, reeds twee uitgebreide studies gewijd aan dit type van aortaklep.

De heer Louis Ide (N-VA). - Hoewel ik vroeg naar een nieuwe studie door het KCE, ben ik me ervan bewust dat dit omslachtig is. Dat de Technische Raad onderzoek doet, voldoet echter aan de kern van mijn vraag. Gelet op de dynamiek in dit dossier, stemt het antwoord van de minister me dan ook tevreden.