5-122

5-122

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 7 NOVEMBER 2013 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Johan Verstreken aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken over ęde oorlog in CongoĽ (nr. 5-1158)

De heer Johan Verstreken (CD&V). - De overwinning van het Congolese leger op de rebellenbeweging M23 zou wel eens een keerpunt kunnen betekenen voor de oorlog in de Kivustreek. De berichten over de opkomst van alweer een nieuwe guerrillagroep, met name M18, die verantwoordelijk is voor een nieuwe vluchtelingengolf, bewijzen echter dat de voedingsbodem voor de langdurige conflicten in Congo nog niet is weggenomen.

Door de eenzijdige focus op de rebellenbeweging M23 dreigt het gevaar in slaap gewiegd te worden, waardoor de kansen op een succesvol vredesproces opnieuw bij voorbaat gehypothekeerd worden.

De minister benadrukte dat een blijvende oplossing voor de instabiliteit alleen mogelijk is binnen een regionaal kader. Dat staat ook in de raamovereenkomst van Addis Abeba. Die raamovereenkomst roept Congo op om belangrijke interne hervormingen door te voeren. Ik stel echter vast dat de eerste beleidsmaatregelen van president Kabila traag op gang komen en weinig vertrouwen wekken. Precies die onzekerheid en onduidelijkheid zorgen ervoor dat de rebellengroepen zich niet volledig integreren en ontwapenen. Ze willen immers garanties voor hun eigen overleven en het behoud van hun lokale politieke en economische belangen.

President Kabila kondigde op 23 oktober aan dat een regering van nationale eenheid zal worden gevormd. De vrees bestaat echter dat de aangekondigde volkstelling gebruikt zal worden om de verkiezingen uit te stellen. Zo zou het zogenaamde Kabila-kamp zijn macht kunnen behouden na 2016.

De raamovereenkomst is essentieel voor een duurzame oplossing, maar de vooruitgang is tot op heden beperkt en traag. Hoe evalueert de minister, binnen het kader van die raamovereenkomst de ontwapening en de integratie van de rebellenbewegingen? Hoe evalueert hij het nakomen van de verbintenissen - ook wat de verkiezingen van 2016 betreft - zowel door de Congolese autoriteiten als door de andere ondertekenende staten? Hoe beoordeelt de minister de Belgische strategie bij de uitvoering van de raamovereenkomst, enerzijds, en onze steun aan een versterking van het EU- en VN-beleid inzake deze problematiek, anderzijds?

De heer Didier Reynders, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken. - De overeenkomst van Addis Abeba is een historische kans om de staatshoofden uit de regio samen te brengen om, met de steun van de internationale gemeenschap, de hele regio te stabiliseren. Iedereen weet echter dat het proces lang en moeilijk zal zijn.

De overeenkomst voorziet niet in sancties bij niet-naleving. De moeilijkheid is om een evenwicht tussen de regionale en de nationale verplichtingen te vinden en te handhaven.

Op regionaal niveau is er een technisch comitť van toezicht opgericht. Wat de nationale verplichtingen van de DRC betreft, heeft de Congolese regering een nationaal opvolgingssysteem ingesteld. Het is echter nog te vroeg om te zeggen of dat mechanisme inderdaad efficiŽnt is.

Na het succesvolle militaire offensief van de FARDC, heeft de M23 beslist haar militaire acties te beŽindigen en haar doelstellingen met politieke middelen na te streven.

Die ontwikkeling valt samen met de duidelijke wil van de Congolese regering om de gewapende groepen te ontwapenen die actief zijn in het oosten van Congo. Een en ander leidt ertoe dat de kwestie van de ontwapening en de re-integratie van de leden van gewapende groepen in het leger of in het burgerleven, opnieuw zeer actueel wordt. Op basis van onze ervaring van de voorbije jaren hebben we een vrij duidelijk beeld van wat met een demobilisatieprogramma (DDR) kan worden bereikt. We weten ook dat daarbij beperkingen bestaan, en zelfs "rode lijnen": er mag immers niet te ver worden gegaan inzake de re-integratie van de rebellen in het Congolese leger.

Het verkiezingsproces in de DRC is wel degelijk levendig. Na veel moeilijkheden is een nieuwe CENI opgericht. Die is nu actief, en de rampzalige situatie die voorzitter Abbť Malu Malu heeft geŽrfd, verbetert geleidelijk. CENI zal middelen moeten vinden om de kosten van de organisatie van de verkiezingen te beperken, onder meer met de logistieke steun van de MONUSCO en door een beter beheer. Ik heb daarover in Kinshasa gesproken met voorzitter Malu Malu, en ik heb ook bij de MONUSCO gepleit voor het leveren van logistieke steun bij de organisatie van de volgende verkiezingen, in eerste instantie de lokale en de provinciale verkiezingen.

De CENI heeft een electorale kalender voorbereid. Die kalender voorziet in lokale verkiezingen in december 2014, in provinciale verkiezingen in oktober 2015, en in de verkiezing van de senatoren en de gouverneurs in november-december 2015.

De parlements- en de presidentiŽle verkiezingen zijn gepland voor november 2016.

Van haar kant heeft de Needs Assessment Mission Assistance to the Electoral Process in the DRC, die uitgaat aan de Verenigde Naties, haar rapport afgerond. Momenteel is er noch een begroting, noch een formele aanvraag om de verkiezingen te ondersteunen. Het is echter belangrijk dat het verkiezingsproces vooruitgaat. Het mag immers niet tot een opeenvolging van vertragingen komen die presidentiŽle verkiezingen in 2016 onmogelijk zou maken. Ik zal de kwestie op de voet volgen en binnenkort de voorzitter van de CENI, Malu Malu, ontmoeten te Brussel.

Aanvankelijk werd gevreesd, misschien ook door de heer Verstreken, dat het net afgeronde nationale overleg zou uitmonden in een aanbeveling de Grondwet te herzien. Dat is evenwel niet het geval. De president kan dus geen derde ambtstermijn nastreven. Hij deelt immers zelf de conclusie dat de Grondwet correct moet worden nageleefd en niet hoeft te worden aangepast.

Waakzaamheid blijft echter geboden, want het tijdschema van de verkiezingen moet hoe dan ook worden nageleefd. Bij mijn komende ontmoeting met voorzitter Malu Malu zal ik daarop aandringen.

De heer Johan Verstreken (CD&V). - Het doet me genoegen dat de minister het tijdschema van de verkiezingen wil laten aanhouden. Hij had het eveneens over ontwapening. Een regio als Oost-Congo heeft daar zeker baat bij. Het is eveneens belangrijk het succes van het leger te consolideren door het op een efficiŽnte manier te hervormen. Ook hervormingen van andere overheidsinstellingen kunnen helpen, net als decentralisatie, het beŽindigen van straffeloosheid, het integreren van rebellengroepen en het bestrijden van corruptie. Al die aspecten verdienen aandacht.

Ik hoop dat de minister de politieke situatie in Kinshasa op de voet blijft volgen, evenals de onderhandelingen in Kampala, nu Rwanda geen actieve rol meer speelt in Oost-Congo.