5-244COM

5-244COM

Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging

Handelingen

WOENSDAG 10 JULI 2013 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Dalila Douifi aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken over ęeen soepeler visumbeleid voor Syrische vluchtelingenĽ (nr. 5-3541)

Mevrouw Dalila Douifi (sp.a). - Op vrijdag 26 april werd de minister in De Ochtend op Radio 1 geÔnterviewd over een soepeler visumbeleid voor Syrische vluchtelingen. Hij verklaarde toen dat hij dat punt op het EU-niveau heeft aangekaart en dat hij voorstander is van een Europese visie voor specifieke groepen, zoals vrouwen en kinderen. Zolang het niet zonder limieten is, specificeerde hij.

Intussen hebben de Europese Commissie en mevrouw Ashton, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, de lidstaten opgeroepen soepeler te zijn bij het toekennen van humanitaire visa aan kwetsbare groepen vluchtelingen uit SyriŽ en aan SyriŽrs met familieleden die al in een EU-lidstaat verblijven.

Volgens de meest recente cijfers moesten in SyriŽ 4,25 miljoen mensen hun hebben en houden achterlaten op de vlucht voor het aanhoudende geweld. Ruim 1,7 miljoen mensen hebben SyriŽ verlaten. Wanneer het regionaal beschermingsprogramma aan het einde van het jaar operationeel is, zal dat aantal volgens schattingen verdubbeld zijn naar 3,5 miljoen mensen, met nog eens 10 miljoen mensen, de helft van de totale Syrische bevolking, die nood hebben aan hulp. Op het ogenblik wordt het aantal doden op 93 000 geraamd.

Ik was dan ook blij dat de minister zich duidelijk uitsprak voor een soepeler visumbeleid voor vluchtelingen uit SyriŽ, want volgens zijn collega, staatssecretaris De Block, zal ons land zijn positie pas bepalen na overleg met de Europese lidstaten.

Ook ik ben voorstander van een Europees geharmoniseerd beleid, maar ik hoop wel dat de minister me kan bevestigen dat BelgiŽ tijdens de bespreking van de vluchtelingenkwestie in SyriŽ op de komende raadsvergaderingen een voortrekkersrol kan en zal spelen om alle Europese lidstaten ertoe te bewegen positief te reageren op de vraag van UNHCR en de Europese Commissie.

Het is belangrijk dat de buurlanden van SyriŽ met beperkte middelen en fragiele politieke evenwichten niet enkel financieel worden ondersteund, maar dat de EU ze ook ontlast door bepaalde groepen vluchtelingen op te vangen via humanitaire toelating, zoals dat nu al in Duitsland gebeurt. Als ons land dus voorstander is van een geharmoniseerde Europese aanpak, dan hoop ik ook dat de minister en staatssecretaris De Block er tijdens de volgende Europese raadszittingen op hameren dat de geharmoniseerde aanpak daadkrachtig moet zijn. De buurlanden van SyriŽ kunnen de bijkomende vluchtelingenstroom enkel opvangen als Europa hen daar eendrachtig, solidair en actief bij helpt door bepaalde kwetsbare groepen op het EU-grondgebied toe te laten.

De heer Didier Reynders, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken. - Ik heb deze kwestie inderdaad aangekaart op de Raad van ministers van Buitenlandse Zaken van 22 april in Luxemburg. Ik heb gepleit voor een EU-coŲrdinatie inzake het eventueel opnemen van Syrische vluchtelingen. De follow-up en concrete invulling van een dergelijk initiatief liggen bij de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken van de lidstaten. Het punt staat trouwens op de agenda van de vergadering van ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken van 18 juli eerstkomend.

Persoonlijk blijf ik ervoor pleiten prioriteit te geven aan opvang in de buurlanden, die onze steun verdienen voor de steeds zwaardere last van de 1,6 miljoen vluchtelingen. Indien de regio zelf al die mensen niet meer kan opnemen, moet de Europese Unie op een gecoŲrdineerde manier reageren. Dat maakt trouwens deel uit van de alomvattende aanpak van de Syrische crisis die de EDEO en de Commissie hebben voorgesteld.

Vandaag heb ik mevrouw Amos van de Verenigde Naties, belast met humanitaire zaken, gezien. De vluchtelingendruk op de buurlanden neemt fors toe en een andere oplossing dan alleen hulp aan de buurlanden wordt meer en meer noodzakelijk.

In 2013 hebben we een zeer sterke toename van SyriŽrs die in BelgiŽ het statuut van politiek vluchteling hebben gekregen. BelgiŽ doet dus al een inspanning.

Ik zal niet alleen pleiten voor een gecoŲrdineerde oplossing, maar misschien ook voor een initiatief van de Europese Unie. Al ben ik er niet van overtuigd dat een initiatief zoals in Duitsland een goed idee is.

Het heeft geen zin apart, zonder coŲrdinatie, iets te doen, al kan dat misschien wel voor welbepaalde en beperkte groepen. Ik wacht nu het resultaat af van de informele vergadering van de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken op 18 en 19 juli.

Ik blijf zeer pessimistisch over SyriŽ. We zullen lang met zeer veel partners moeten samenwerken in deze burgeroorlog, maar ik zal blijven pleiten niet alleen voor een coŲrdinatie, maar ook voor een echt initiatief van de Europese Unie.

Mevrouw Dalila Douifi (sp.a). - Ook al kan de minister over de situatie in SyriŽ, samen met zowat iedereen, enkel pessimistisch zijn, toch stemt zijn antwoord mij optimistisch - voor zover dat mogelijk is - omdat hij tenminste altijd een standpunt inneemt en een visie heeft. Als hij mij zegt dat hij bij de Europese instanties zal pleiten voor een specifiek initiatief van Europa, dan betekent dat iets en dan vraag ik voorlopig niet naar details.

Dat de opvang misschien niet helemaal hetzelfde moet zijn als in Duitsland, begrijp ik. De Europese Commissie en mevrouw Ashton pleiten er echter specifiek voor de last aan paperassen en documenten te versoepelen. Bij een humanitair visum moet voor de transit door bepaalde Schengenlanden ook een luchthaventransportvisum worden aangevraagd. Elf Europese landen, waaronder BelgiŽ, passen dat systeem nog toe. De Europese Commissie en mevrouw Ashton roepen de lidstaten op de visumformaliteiten voor Syrische vluchtelingen met familieleden in een van de Europese lidstaten te versoepelen. Dat is een afgelijnd en duidelijk initiatief en ik wil de minister dan ook oproepen daarover na te denken.

Enkele dagen geleden heb ik staatssecretaris De Block min of meer dezelfde vraag gesteld. Ze zegt dat we moeten opletten met het overhaast hervestigen of het ongecontroleerd toelaten van vluchtelingen uit SyriŽ. Ik wil er duidelijk op wijzen dat mijn fractie er helemaal niet voor pleit overhaast te werk te gaan, maar als de buurlanden van SyriŽ dezelfde houding hadden aangenomen en bepaalde voorwaarden hadden verbonden aan het toelaten van vluchtelingen op hun grondgebied, dan was de tol aan mensenlevens nog hoger geweest.