5-111

5-111

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 4 JULI 2013 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Dalila Douifi aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding over ęde oproep van de Europese Commissie om de toekenning van humanitaire visa aan vluchtelingen uit SyriŽ te versoepelenĽ (nr. 5-1095)

Mevrouw Dalila Douifi (sp.a). - In een gezamenlijke verklaring roepen de Europese Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands Beleid, Catherine Ashton, de lidstaten op om soepeler humanitaire visa toe te kennen aan personen die door de oorlog in SyriŽ ontheemd zijn en familieleden hebben die in de EU verblijven.

In de verklaring wordt gesteld dat het in de huidige omstandigheden niet gepast is om luchthaventransitvisa te eisen van Syrische onderdanen. Momenteel eisen nog elf landen uit de Schengenzone, waaronder BelgiŽ, zo een transitvisum.

Het regionaal beschermingsprogramma zal pas tegen het einde van dit jaar operationeel zijn en de UNHCR acht het mogelijk dat er tegen dan bijna drieŽnhalf miljoen mensen uit SyriŽ op de vlucht zijn geslagen voor het geweld en dat tien miljoen SyriŽrs, de helft van de totale bevolking, hulp nodig zal hebben.

De Europese Unie wil de humanitaire bijstand voor de regio optrekken tot 515 miljoen euro, maar de Commissie en mevrouw Ashton vragen nu ook duidelijk aan de lidstaten om meer te doen dan enkel geld te beloven.

Eind april had minister Reynders zich tijdens een interview op Radio 1 al uitgesproken voor een versoepeling van het visumbeleid voor personen uit SyriŽ en voor specifieke groepen zoals vrouwen en kinderen op Europees niveau.

Vluchtelingenwerk Vlaanderen en de UNHCR riepen eerder al op om gebruik te maken van humanitaire visa voor mensen die erkende vluchtelingencrisissen ontvluchten, zodat zij de bescherming kunnen krijgen die ze nodig hebben.

Nu de Europese Commissie eveneens vraagt om humanitaire via uit te reiken aan mensen die al een band met de lidstaat hebben omdat er al leden van hun familie wonen, is mijn vraag aan de staatssecretaris of ze daar gehoor aan zal geven en er een soepeler toekenning van humanitaire visa komt voor vluchtelingen uit SyriŽ van wie er al familieleden in BelgiŽ verblijven.

Mevrouw Maggie De Block, staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding. - Sinds mevrouw Douifi me twee weken geleden dezelfde vraag stelde, is mijn positie niet veranderd.

Ik heb de oproep van de Europese Commissie en mevrouw Ashton ten gunste van de Syrische vluchtelingen gehoord. De dramatische gevolgen van het Syrische conflict voor de burgerbevolking gaan alle lidstaten van de Europese Unie aan. Bijgevolg meen ik, samen met onze minister van Buitenlandse Zaken, dat wij deze oproep gezamenlijk moeten beantwoorden.

Dit zal besproken worden binnen de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken. De volgende bijeenkomst van deze Raad is gepland op 18 en 19 juli in Vilnius, onder het nieuwe Litouwse EU-voorzitterschap. De Syrische situatie staat er op de agenda. Die discussie zal belangrijk zijn omdat, zoals reeds gezegd, de minister van Buitenlandse Zaken en ikzelf, maar ook andere lidstaten, pleiten voor een Europese aanpak.

We hebben trouwens al in een aantal versoepelingen voorzien voor de visumaanvragen door Syrische vluchtelingen. Een versoepeling is geen vrijstelling. Controle moet steeds mogelijk zijn.

Momenteel wordt in de Europese Commissie gedebatteerd over een Regionaal Beschermingsprogramma voor SyriŽ.

Een grote meerderheid van de asielaanvragen, namelijk zowat 95 procent, leidt in ons land tot een erkenning als vluchteling. Hetzelfde gebeurt in andere Europese lidstaten. We doen dus ruim ons deel en sluiten ons overigens aan bij een Europees, geharmoniseerd programma rond de problematiek in SyriŽ.

Mevrouw Dalila Douifi (sp.a). - Ik dank de staatssecretaris voor haar antwoord. Mijn vraag was niet helemaal dezelfde en haar antwoord was wel bijna hetzelfde als vorige keer. Deze vraag komt er naar aanleiding van de uitspraken van de Europese Commissie en van mevrouw Ashton van vorige week. Ze roepen de lidstaten op om de papiermolen voor bepaalde visa te beperken, bijvoorbeeld voor het luchthaventransitvisum. Minister Reynders had daarvoor al een opening gemaakt in de pers, met de verklaring dat hij bereid was dat in overweging te nemen. Ik vroeg mij af wat de staatssecretaris daarover dacht.

Ik begrijp dat onze regering geen beslissing wil nemen onafhankelijk van de andere lidstaten. Een versoepeling inzake het luchthaventransitvisum kan voor wie al familie heeft in een Europese lidstaat betekenen dat er minder papieren moeten worden ingevuld en men sneller te werk kan gaan. Staat dat op de agenda?

Mevrouw Maggie De Block, staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding. - Ik heb gezegd dat wij ons standpunt zullen bepalen en dat wij eigenlijk al meer doen dan sommige andere Europese lidstaten. Wat betreft de visaverplichtingen stellen we ons al soepeler op, maar daar blijft het bij.

Ik begrijp de oproep van mevrouw Ashton. Er is echter een verschil tussen het doen van een oproep en het dragen van de verantwoordelijkheid voor zijn land om binnen Europa een bepaalde stelling in te nemen. We zullen niet overhaast te werk gaan. We zullen ons aansluiten bij het Europese, gestroomlijnde beleid.