5-1833/3 | 5-1833/3 |
9 JULI 2013
I. INLEIDING
De commissie heeft dit voorstel van resolutie besproken tijdens haar vergaderingen van 4 en 18 juni, en 2 en 9 juli 2013.
II. INLEIDENDE UITEENZETTING VAN MEVROUW OLGA ZRIHEN
In Colombia, een land met 43 miljoen inwoners, woedt al meer dan vijftig jaar een intern gewapend conflict tussen gewapende verzetsgroepen, paramilitairen en veiligheidstroepen van de regering. Onlangs kondigde de regering aan dat ze vredesonderhandelingen start met de guerrillabeweging van de FARC (Fuerzas Armadas Revolucionaria de Colombia), wat een hele stap vooruit is. Toch worden de mensenrechten en het internationaal humanitair recht nog steeds geschonden. Sinds de aankondiging van de onderhandelingen, zijn die schendingen zelfs toegenomen in bepaalde gebieden. Die aanhoudende gewapende strijd heeft een diepe humanitaire en sociale crisis veroorzaakt.
Het conflict bedreigt heel wat mensen, vooral in landelijke gebieden (vrouwen, kinderen, vakbondsmensen, boerenleiders enz.) In dit conflict werden 3,5 à 5,5 miljoen mensen ontheemd. De meest fundamentele mensenrechten worden met de voeten getreden (moord, systematische buitengerechtelijke executies, gedwongen verdwijningen, militaire inlijving van minderjarigen enz.) en die schendingen blijven vaak ongestraft.
Colombia blijft een gevaarlijk land voor mensenrechtenactivisten. Zij worden onder druk gezet, bedreigd, geïntimideerd of gearresteerd, vervolgd en voor het gerecht gebracht. Moorden komen ook vaak voor. Volgens Human Rights Watch werden er zevenenveertig mensenrechtenactivisten vermoord in 2009 en zesendertig tussen januari en september 2010. In 2011 werden negenenveertig mensenrechtenactivisten vermoord, mannen en vrouwen, en zes werden het slachtoffer van gedwongen verdwijning.
Hoewel wet 1448 — of de « wet inzake slachtoffers en teruggave van de grond » — in juni 2011 werd aangenomen en een hele vooruitgang betekent op wetgevend vlak omdat de problematiek van landroof wordt erkend, werden in datzelfde jaar achtentwintig mensen vermoord die ijverden voor de teruggave van onrechtmatig toegeëigende gronden.
In 2009 brak een schandaal uit waarbij aan het licht kwam dat de DAS (Departamento administrativo de seguridad), zonder gerechtelijke machtiging, een grote operatie uitvoerde om tegenstanders van de regering Uribe, zowel in Colombia als in de rest van de wereld, te bespioneren en te neutraliseren. Zo zou er een tak van de DAS in Europa zijn opgericht om het Europees rechtssysteem, het Subcomité mensenrechten van het Europees Parlement en het Bureau van het VN-Hoog-Commissariaat voor de Mensenrechten in het oog te houden en in diskrediet te brengen, net als verschillende regeringen, NGO's en Europese en Colombiaanse privépersonen die in Europa wonen. Een aantal slachtoffers hebben in oktober 2010 een klacht ingediend tegen die illegale praktijken, maar er kwam geen enkel officieel onderzoek op Belgisch of Europees niveau.
De wet « gerechtigheid en vrede » van 25 juli 2005 luidt de aanvang in van de demobilisatie van paramilitaire strijders, de eerste stap naar een algemeen vredesproces. Dat wettelijk kader van « demobilisatie » is in werkelijkheid een feitelijke amnestie voor de meer dan 30 000 « gedemobiliseerden » (schatting van de Colombiaanse regering in 2006). Ondanks het « demobilisatieproces » blijven illegaal gewapende strijders actief.
Wij mogen niet onverschillig blijven voor de situatie in Colombia.
III. ALGEMENE BESPREKING
Mevrouw Zrihen wenst vooreerst op te merken dat sinds de indiening van het voorstel van resolutie (op 19 juli 2012) er heel wat tijd verstreken is en de situatie in Colombia is geëvolueerd. Bijgevolg moet het voorstel worden geactualiseerd en er zullen hiertoe amendementen worden ingediend.
Ook mevrouw Matz is van mening dat dit voorstel van resolutie moet geactualiseerd worden. Spreekster kan wel instemmen met de opmerkingen over de schendingen van de mensenrechten in Colombia, maar toch is zij van oordeel dat er te weinig rekening worden gehouden met de — bescheiden — vooruitgang in het land, zoals het akkoord dat eind mei 2013 is gesloten over de landbouwhervorming.
Mevrouw Vermeulen kan het voorstel van resolutie bijtreden wat betreft de verwijzingen naar de mensenrechten en de rechtstaat, maar heeft bedenkingen bij de economische en sociale eisen in de tekst. Zo wordt in punt 10 gevraagd om de Colombiaanse autoriteiten aan te sporen een beleid van economische en plattelandsontwikkeling te voeren dat voorrang geeft aan kleine producenten, maar dat is in feite een debat dat in Colombia zelf moet gevoerd worden.
Verder wijst spreekster op de opvallend negatieve connotatie die gegeven wordt aan de onderhandelingen met het oog op een vrijhandelsakkoord. Wat is het nut te vermelden dat de handelsrelaties in overeenstemming moeten zijn met de bepalingen van het verdrag van Lissabon inzake mensenrechten ? Het verdrag is immers zeer duidelijk over de mensenrechten.
In punt 5 wordt aan de wetgevende macht gevraagd om een strafrechtelijk onderzoek te controleren. Dat is juridisch niet mogelijk.
Dit voorstel van resolutie moet zeker geactualiseerd worden. Uit gesprekken met organisaties uit Colombia, weten we dat er stappen in de goede richting worden gezet.
De heer Mahoux is van oordeel dat de situatie in Colombia weliswaar evolueert, maar de problemen in het land zijn zeker nog niet opgelost.
Volgens de heer De Gucht wordt in dit voorstel van resolutie te weinig rekening gehouden met de significante verbeteringen die de Colombiaanse regering heeft doorgevoerd wat betreft de mensenrechten en de democratie.
Het jaarrapport van de Hoge-Commissaris voor Mensenrechten van de Verenigde Naties dd. 7 januari 2013 (stuk nr. GE. 13-10092) laat aan duidelijkheid weinig te wensen over :
« Colombia is in a position to greatly improve its compliance with its human rights obligations and to become a fully inclusive society that respects the rights of all Colombians. Significant positive signs are visible, including the formal initiation in October of dialogue between the Government and the Revolutionary Armed Forces of Colombia — People's Army (FARC-EP) for the termination of the conflict and the construction of a stable and lasting peace and the commencement of implementation of the 2011 Victims' and Land Restitution Law. ».
Er vinden inderdaad nog steeds mensenrechtenschendingen plaats en deze moeten worden veroordeeld. Wel dient opgemerkt dat deze schendingen niet enkel begaan worden door het regeringsleger, maar bovenal het werk zijn van extreem linkse en extreem rechtse rebellengroeperingen, alsook allerhande milities. Daarom is het lopende vredesproces dan ook cruciaal voor de mensenrechten. Op dit vlak werd en wordt veel vooruitgang geboekt.
Men moet dus oog hebben voor de inspanningen die de Colombiaanse regering levert inzake mensenrechten, die inderdaad soms nog moeten worden vertaald op het terrein.
De vertegenwoordiger van de minister van Buitenlandse Zaken stelt dat zijn departement de toestand van de mensenrechten wereldwijd aandachtig opvolgt, en dus ook in Colombia. Zo is België, in het kader van het Universal Periodic Review van de Mensenrechtenraad, op 23 april jl. is tussengekomen in de bespreking over Colombia.
Spreker sluit zich aan bij de opmerkingen van de commissieleden. Het voorliggende voorstel van resolutie is eerder onevenwichtig omdat het onvoldoende rekening houdt met de Colombiaanse context (het land wordt sinds verschillende decennia zwaar getroffen door een gewapend conflict met de FARC) noch met de laatste ontwikkelingen in het kader van de vredesonderhandelingen die plaats vinden tussen de Colombiaans regime en vertegenwoordigers van de FARC.
Trouwens, de schendingen van de mensenrechten worden niet alleen door de regeringstroepen gepleegd, maar ook door de gewapende bendes.
De laatste jaren heeft de regering onder meer verschillende maatregelen genomen. De aan de gang zijnde onderhandelingen tussen de regering en de vertegenwoordigers van de FARC hebben op 27 mei 2013 geleid tot een belangrijk akkoord over rurale ontwikkelingen en herverdeling van de gronden. Dat akkoord bevat een aantal essentiële punten inzake mensenrechten, verdeling van de gronden en ongelijkheden in het land.
Spreker merkt op dat in de tekst van de resolutie wordt gezegd dat Colombia een van de meest ongelijke landen ter wereld is, evenwel zonder bronvermelding. Waarop steunt de auteur van het voorstel van resolutie deze bewering ?
Het voorstel van resolutie verwijst ook naar de wet 1448 — « de wet inzake slachtoffers en teruggave van grond ». Spreker merkt op dat deze wet in werking is getreden op 1 januari 2012 en dat er ondertussen vooruitgang is geboekt inzake teruggave van grond :
— tussen 2011 en 2012 zijn de herstelvergoedingen aan de slachtoffers toegenomen met 47 %;
— er werden tot op heden meer dan 16 000 vragen voor teruggave van grond ingediend;
— voor 2013 werd de doelstelling van 151 000 nieuwe schadevergoedingen voor de slachtoffers van het conflict, vooropgesteld.
Er is ook vooruitgang te noteren in de strijd tegen geweld op vrouwen. Voornoemde wet 1448 bevat een titel over seksueel geweld tegen vrouwen in het kader van het gewapend conflict. Het probleem is misschien minder te zoeken in de wet, dan wel in het gerechtelijk systeem van Colombia. In de dialoog tussen de regering, het middenveld en internationale gemeenschap, wordt de mogelijkheid geëvalueerd om resolutie 1325 van de VN-Veiligheidsraad inzake « vrouwen, vrede en veiligheid » volledig in praktijk te brengen. De omzetting in het intern recht is voorlopig nog niet volledig.
Het geweld tegen vrouwen was één van de punten die België heeft aangekaart tijdens de Universal Periodic Review van Colombia. Ons land heeft toen een aanbeveling gedaan, die door Colombia aanvaard is over de inwerkingtreding van een globaal en interdisciplinair plan inzake de strijd tegen de het geweld op vrouwen.
De andere punten die België in Genève heeft aangekaart, betreffen de mensenrechtenactivisten en de re-integratie van kindsoldaten. Colombia heeft de Belgische aanbeveling voor een volledig en onpartijdig onderzoek naar het geweld op mensenrechtenactivisten, aanvaard en ook inzake re-integratie van kindsoldaten is ook vooruitgang te merken.
De vertegenwoordiger van de minister preciseert dat het Europees Parlement in december 2012 zijn instemming heeft betuigd met het vrijhandelsakkoord dat werd afgesloten met de EU, nadat het parlement kennis had genomen van de vooruitgang die op het vlak van de mensenrechten gemaakt was in Colombia.
Ten slotte wijst spreker op de dialoog die op 17 juni 2013 plaats vond tussen de EU en Colombia over de mensenrechten. Spreker heeft nog geen volledig verslag ontvangen van deze dialoog, maar heeft wel kennis kunnen nemen van de gemeenschappelijke verklaring opgesteld na afloop van de dialoog. In de verklaring werd gewezen op de vooruitgang die Colombia heeft gemaakt, zoals op het vlak van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht. Er werd ook een technische werkgroep opgericht inzake handelsakkoorden en mensenrechten die moet bijdragen tot de inwerkingstelling van artikel 1 van het handelsverdrag EU-Colombia.
De heer Verstreken verwijst naar gesprekken die hij gevoerd heeft met inwoners van Colombia. Hieruit blijkt inderdaad dat het — weliswaar stap voor stap — beter gaat.
IV. BESPREKING VAN DE AMENDEMENTEN
Alvorens de bespreking van de amendementen aan te vatten, verklaart mevrouw Zrihen dat de volgende amendementen worden ingetrokken door de respectievelijke auteurs : nrs. 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 9, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 21, 23, 25, 26, 27, 29, 31, 34, 35, 37, 39 en 40 (stuk Senaat, nr. 5-1833/2).
Bijgevolg worden alleen de volgende amendementen besproken : nrs. 8, 10, 11, 12, 20, 22, 24, 28, 30, 32, 33, 36, 38, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 54, 55, 56, 57, 58, 59, 60, 61 en 62 (stuk Senaat, nr. 5-1833/2).
Considerans
Mevrouw Zrihen c.s. dient het amendement nr. 10 ten einde de considerans te doen voorafgaan door een nieuw punt, luidende :
« Gelet op de resoluties 1325 (2000), 1820 (2008), 1888 (2009) en 1889 (2009) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties over vrouwen, vrede en veiligheid, betreffende de rol van vrouwen in het vredesproces alsook de problematiek van geweldpleging tegen vrouwen ».
Mevrouw Zrihen legt uit dat in het voorstel van resolutie ook moet verwezen worden naar de situatie van de vrouwen in Colombia en naar het seksueel en ander geweld waarvan zij het slachtoffer zijn in het conflict.
Het amendement nr. 10 wordt aangenomen met 8 stemmen bij 1 onthouding.
Mevrouw Zrihen c.s. dient vervolgens het amendement nr. 46 in om de considerans te doen voorafgaan door een ander nieuw punt, luidende :
« verheugt zich over het vredesproces dat is ingezet door de regering van de heer Juan Manuel SANTOS en de Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia (FARC) door het starten van vredesonderhandelingen sinds 15 oktober 2012 ».
Mevrouw Zrihen merkt op dat de vredesonderhandelingen van start zijn gegaan in oktober 2012, dus na de indiening van het voorstel van resolutie, waardoor er toen nog geen melding van gemaakt kon worden.
Het amendement nr. 46 wordt aangenomen met 8 stemmen bij 1 onthouding.
Punt A
Mevrouw Zrihen c.s dient het amendement nr. 43 in om het punt A te vervangen als volgt :
« stelt vast dat op een aantal punten vooruitgang werd geboekt inzake economisch beleid (economische groei die een stijgende lijn vertoont, opmerkelijke daling van het werkloosheidscijfer en strijd tegen armoede) maar dat de Colombiaanse samenleving nog een te grote ongelijkheid vertoont op het niveau van de inkomens ».
Mevrouw Zrihen legt uit dat in de oorspronkelijke tekst van het punt A vermeld werd dat Colombia derde staat op de wereldranglijst van landen met de grootste sociale ongelijkheid. Dit kon niet gestaafd worden met objectieve gegevens en wordt daarom nu weggelaten. De tekst maakte ook geen melding van de evolutie in het economisch beleid. Toch moeten we blijven wijzen op de grote inkomensongelijkheid tussen de verschillende bevolkingsgroepen.
Het amendement nr. 43 wordt aangenomen met 8 stemmen bij 1 onthouding.
Punt B
Mevrouw Zrihen c.s dient het amendement nr. 44 in om het punt B te vervangen als volgt :
« stelt vast dat de inspanningen van de Colombiaanse regering duidelijk en op een positieve manier toenemen, en dat de verschillende aanbevelingen van het VN-Hoog-Commissariaat voor de Mensenrechten moeten verder worden uitgevoerd en ook werkelijk toegepast ».
Het amendement nr. 44 wordt aangenomen met 7 stemmen bij 2 onthoudingen.
Punt C
Mevrouw Zrihen dient het amendement nr. 45 dat ertoe strekt het punt C als volgt te vervangen :
« erkent de positieve ontwikkelingen, zoals intenser overleg met de inheemse bevolking, de oprichting van de National Protection Unit en de signalen die getuigen van de wil om de mensenrechten werkelijk te doen naleven; benadrukt desalniettemin de noodzaak van een groter respect voor de mensenrechten van alle Colombianen en moedigt de Colombiaanse regering aan om de aanhoudende zware schendingen van de mensenrechten gerechtelijk en systematisch te vervolgen en, in het bijzonder, om concrete maatregelen te treffen inzake standrechtelijke executies, seksuele geweldpleging, gedwongen verdwijningen, en dit ongeacht de identiteit van de daders ».
Mevrouw Zrihen legt uit dat de oprichting van de National Protection Unit een positieve evolutie is die moet vermeld worden. Er moet wel blijvende aandacht zijn voor alle minderheden en de aanhoudende schendingen van de mensenrechten moeten systematisch vervolgd worden.
Het amendement nr. 45 wordt aangenomen met 8 stemmen bij 1 onthouding.
Punt Cbis (nieuw)
Mevrouw Zrihen c.s. dient het amendement nr. 11 in teneinde een punt Cbis in te voegen, luidende :
« wijst op het Colombiaans wettelijk arsenaal inzake de bestrijding van geweldpleging tegen vrouwen — zoals de wetten 248 (1995), 294 (1996), 599 (2000), 882 (2004) en 1257 (2008), alsook de decreten 4463 (2011), 4796 (2001), 4798 (2011) en vooral 4799 (2011) die daarop betrekking hebben ».
Het amendement nr. 11 wordt aangenomen met 8 stemmen bij 1 onthouding.
Punt Dbis (nieuw)
Mevrouw Matz dient het amendement nr. 36 dat ertoe strekt een punt Dbis in te voegen, luidende :
« stelt vast dat op 26 mei 2013 tussen de regering en de FARC een akkoord gesloten is over landbouwhervorming, dat voorziet in de economische en sociale ontwikkeling van het platteland en in het verschaffen van land aan de landbouwers ».
Mevrouw Zrihen legt uit dat dit amendement een actualisering van de tekst beoogt omdat het akkoord over de landbouwhervorming gesloten werd na de indiening van dit voorstel van resolutie.
Het amendement nr. 36 wordt aangenomen met 8 stemmen bij 1 onthouding.
Punt E
Mevrouw Zrihen c.s. dient het amendement nr. 47 in om het punt E te vervangen als volgt :
« neemt kennis van de beslissingen van het Grondwettelijk Hof betreffende de rechten van de interne ontheemden (T-025 van 2004), betreffende het seksueel geweld tegen vrouwen in een gewapend conflict (T-092 van 2008) en betreffende de inheemse bevolking (uitvoering van een nationaal garantieprogramma) ».
Het amendement nr. 47 wordt aangenomen met 7 stemmen bij 2 onthoudingen.
Punt F
Mevrouw Zrihen c.s. dient het amendement nr. 48 in teneinde het punt F als volgt te vervangen :
« maakt zich zorgen over de beperkingen die gelden bij de uitvoering van de demobilisatie van illegale gewapende strijders, stelt vast dat er gewapende criminele bendes opduiken (bandas criminales emergentes — BACRIM) en benadrukt de noodzaak van een doeltreffend optreden tegen de post-demobilisatie groepen die zware schendingen van de mensenrechten begaan, alsook de noodzaak van het recht van de slachtoffers om echt gehoord te worden in gerechtelijke procedures door hen te informeren en beter te beschermen tegen de eventuele represailles ».
Het amendement nr. 48 wordt aangenomen met 7 stemmen bij 2 onthoudingen.
Punt G
Mevrouw Zrihen dient het amendement nr. 49 in dat ertoe strekt het punt G als volgt te vervangen :
« spreekt de wens uit dat het wettelijk kader van de demobilisatie (decreet 128 van 2003, wet 975 van 2005, de zogenoemde « wet gerechtigheid en vrede » evenals de wet 1424 van 2010 en de uitvoeringsdecreten ervan) zou voldoen aan de internationale eisen inzake het recht van slachtoffers op waarheid, rechtvaardigheid en herstelbetalingen ».
Mevrouw Zrihen legt uit dat het oorspronkelijk punt G eerder beschrijvend was, daarom wordt nu een duidelijker tekst voorgesteld.
Het amendement nr. 49 wordt aangenomen met 7 stemmen bij 2 onthoudingen.
Punt H
Mevrouw Zrihen dient het amendement nr. 50 in om het punt H als volgt te vervangen :
« stelt vast dat de hervorming die de bevoegdheid van de militaire rechtbanken uitbreidt en het « wettelijk kader voor de vrede » goedgekeurd in juni 2012, het risico doen lopen op straffeloosheid van sommige leden van het leger en de politie. Maatregelen zijn noodzakelijk om te vermijden dat de onderzoeken betreffende militairen en politieagenten in het kader van de schendingen van de mensenrechten worden ondermijnd ».
Volgens mevrouw Zrihen is dit ook een actualisering van de tekst omdat het « wettelijk kader voor de vrede » ondertussen is goedgekeurd.
Het amendement nr. 50 wordt aangenomen met 7 stemmen bij 2 onthoudingen.
Punt I
De heren De Gucht en Vastersavondts dienen het amendement nr. 20 om het punt I te schrappen.
Volgens de heer De Gucht wordt in punt I een verregaande beschuldiging gemaakt die niet wordt weerhouden door de rapporten van de OHCHR of andere internationale instellingen. Deze stelling is te weinig onderbouwd en dus speculatief.
Het amendement nr. 48 wordt aangenomen met 7 stemmen tegen 1 stem bij 1 onthouding.
Punt K
Mevrouw Zrihen dient het amendement nr. 51 in dat ertoe strekt het punt K als volgt te vervangen :
« neemt kennis van de goedkeuring van de « wet inzake slachtoffers en de teruggave van de grond » en van de oprichting van het agentschap belast met de teruggave en de schadeloosstelling van de slachtoffers die vooruitgang terzake mogelijk hebben gemaakt, maar wijst er evenwel nogmaals op dat door landroof de landbouwbevolking van 6,8 tot 10 miljoen hectaren grond werd beroofd en herinnert aan de gedwongen verhuizing van 3,3 à 5,5 miljoen mensen ».
Mevrouw Zrihen legt uit dat na de goedkeuring van de « wet inzake slachtoffers en de teruggave van de grond » er een agentschap is opgericht dat belast is met de teruggave en de schadeloosstelling van de slachtoffers. Toch blijft de landroof van 6,8 tot 10 miljoen hectaren grond een feit, alsmede de gedwongen verhuizing van miljoenen mensen. Dat moet ook vermeld worden.
Het amendement nr. 51 wordt aangenomen met 7 stemmen bij 2 onthoudingen.
Punt L
Mevrouw Matz dient het amendement nr. 38 om in het punt L (overwegende dat Colombia een belangrijke buitenlandse handelspartner van België is) het woord « belangrijke » te schrappen.
Het amendement nr. 38 wordt aangenomen met 7 stemmen bij 2 onthoudingen.
Punt M
De heren De Gucht en Vastersavondts dienen het amendement nr. 22 om het punt M als volgt te vervangen :
« stelt vast dat het Europees Parlement werkt aan de ratificatie van een vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en Colombia en wijst op de noodzaak van het bestendigen van de duurzame economische groei van Colombia ».
De heer De Gucht onderstreept dat het duurzaam verhogen van de welvaart belangrijk is voor Colombia, om de oorzaken van het ongenoegen bij bepaalde bevolkingsgroepen weg te nemen. Het is bijgevolg cruciaal dat de economische groei aanhoudt en bestendigd wordt. Vrijhandelsverdragen zijn hierbij een belangrijk element en geen obstakel zoals het voorstel van resolutie lijkt aan te geven.
Volgens de heer Hellings is niet het creëren van welvaart het probleem, maar wel de verdeling ervan. De welvaart komt nu immers alleen ten goede aan bepaalde bevolkingsgroepen. Spreker verwijst hierbij naar zijn amendement nr. 62 op punt 12.
Volgens spreker is punt M duidelijk over de nefaste gevolgen van de uitvoering van de handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en Colombia « voor de mensenrechten van de meest kwetsbare bevolkingsgroepen, voor de sociale cohesie en voor het milieu ». De handelsovereenkomst werd door het Europees Parlement geratificeerd in december 2012, met een erg krappe meerderheid, wat veel zegt over de polemische aard van de overeenkomst en de geringe consensus erover.
De tekst van punt M moet dus behouden blijven. Een vrijhandelsakkoord moet bepalingen bevatten met betrekking tot het respect voor de mensenrechten, de sociale en milieurechten.
De heer De Gucht antwoordt dat het doel van een vrijhandelsakkoord precies is om de maatschappij in haar geheel op economisch vlak te versterken. Dergelijke versterking heeft logischerwijze ook gevolgen op sociaal vlak. Het amendement beoogt Colombia te helpen. Het gemiddeld inkomen van de Colombianen is gestegen en de armoede is gedaald. Die vooruitgang komt ten goede aan de hele bevolking. Wij moeten de Colombianen dus zeker niet sturen in hun onderhandelingen.
De dames Zrihen en Matz dienen het amendement nr. 59 in dat er toe strekt het punt M als volgt te vervangen : « gelet op het feit dat het belangrijk is rekening te houden met de politieke, economische, sociale, culturele en milieurechten in het kader van de lopende onderhandelingen over de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en Colombia ».
Volgens mevrouw Zrihen wordt door dit amendement de noodzaak van economische ontwikkeling niet ontkend, maar wordt er ook op gewezen dat die ontwikkeling niet ten alle prijze kan plaatsvinden. In alle akkoorden die de EU sluit, wordt een punt ingevoegd betreffende het respect voor de mensenrechten. Het amendement nr. 59 vindt het juiste evenwicht tussen respect voor de bevolking en economische ontwikkeling.
Mevrouw Douifi is van oordeel dat het amendement nr. 22 perfect te verzoenen is met de doelstelling van het voorstel van resolutie want in punt 12 van het dispositief wordt expliciet gesteld dat de handelsrelaties met Colombia in overeenstemming moeten zijn met internationale bepalingen inzake mensenrechten, arbeidsrecht en milieu.
De heer Hellings is van oordeel dat een vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Colombia negatieve gevolgen kan hebben voor de mensenrechten van de meest kwetsbare bevolkingsgroepen, voor de sociale cohesie en voor het milieu. Colombia is het land met het grootst aantal syndicale afgevaardigden per inwoner ter wereld. Door het amendement nr. 22 wordt ontkend dat de rechten van een aantal actoren, en in het bijzonder syndicale afgevaardigden, in het gedrang kunnen komen.
Mevrouw Douifi is het niet eens met de stelling van de heer Hellings. Het amendement nr. 22 gaat niet voorbij aan de bekommernissen van de syndicale organisaties of aan de bekommernissen inzake mensenrechten. Punt 12 van het dispositief stelt duidelijk dat de relaties tussen de EU en Colombia in overeenstemming moeten zijn met internationale bepalingen inzake mensenrechten, arbeidsrechten en milieu.
De heer De Decker stelt dat sociale vooruitgang logischerwijze voortvloeit uit het voorafgaandelijk creëren van welvaart.
Het amendement nr. 22 wordt aangenomen met 5 tegen 4 stemmen.
Het amendement nr. 59 wordt verworpen met 5 tegen 4 stemmen bij één onthouding.
Punt N
Mevrouw Zrihen c.s. dient het amendement nr. 52 in dat het punt N beoogt te schrappen.
Het amendement nr. 52 wordt aangenomen met 8 stemmen bij 2 onthoudingen.
Dispositief
Punt 1
Mevrouw Zrihen c.s. dient het amendement nr. 53 in om het punt 1 als volgt te vervangen :
« haar steun te betuigen aan het lopende vredesproces en te benadrukken dat het van cruciaal belang is dat de vredesgesprekken slagen om een einde te kunnen maken aan de zware schendingen van de mensenrechten in Colombia ».
Dit amendement beoogt een actualisering van de tekst.
Het amendement nr. 53 wordt aangenomen met 8 stemmen bij 2 onthoudingen.
Punt 2
De heren De Gucht en Vastersavondts dienen het amendement nr. 24 om het punt 2 als volgt te vervangen :
« de Colombiaanse regering verder aan te moedigen om de diverse wettelijke initiatieven te vertalen in het systematisch vervolgen van alle zware mensenrechtenschendingen, ongeacht de daders, en hierbij meer rechten toe te kennen aan de slachtoffers en hen inzage te geven in de lopende onderzoeken ».
Volgens de heer De Gucht moeten de mensenrechtenschendingen, die nog steeds plaatsvinden, worden veroordeeld. Dit geldt zowel voor schendingen door het regeringsleger als door allerhande rebellengroeperingen.
Het amendement nr. 24 wordt aangenomen met 8 stemmen bij 2 onthoudingen.
Punt 2bis (nieuw)
Mevrouw Matz dient het amendement nr. 41 ten einde een punt 2bis in te voegen, luidende :
« alle partijen te herinneren aan de verplichting het internationaal humanitair recht, en in het bijzonder de burgerbevolking, te eerbiedigen ».
Het amendement nr. 41 wordt aangenomen met 8 stemmen bij 2 onthoudingen.
Punt 3
Mevrouw Matz dient het amendement nr. 42 in om het punt 3 te schrappen omdat dit punt overbodig is geworden door de amendementen nrs. 24 en 41.
Het amendement nr. 42 wordt aangenomen met 8 stemmen bij 2 onthoudingen.
Punt 4
Mevrouw Zrihen c.s. dient het amendement nr. 54 om het punt 4 te vervangen als volgt :
« de Colombiaanse regering op te roepen om verder te gaan met de reële en doeltreffende maatregelen die een einde moeten maken aan het ongestraft blijven van misdaden gepleegd door alle betrokkenen in het conflict en om het recht van de slachtoffers op waarheid, rechtvaardigheid en herstelbetalingen in acht te nemen ».
Dit amendement is een aanpassing van de tekst en beoogt de Colombiaanse regering op te roepen verder te gaan met de maatregelen die ondertussen werden goedgekeurd.
Het amendement nr. 54 wordt aangenomen met 9 stemmen bij 1 onthouding.
Punt 5
De dames Zrihen en Matz dienen het amendement nr. 55 in dat ertoe strekt het punt 5 als volgt te vervangen :
« openlijk de illegale activiteiten van de DAS op Belgisch grondgebied te veroordelen, net als die gericht tegen de Europese instellingen, erop toe te zien dat het strafrechtelijk onderzoek en de strafrechtspleging procedure betreffende die feiten onafhankelijk en doeltreffend verlopen en de Colombiaanse regering te verzoeken zo onpartijdig mogelijk het nationale onderzoeksproces voort te zetten in verband met die illegale activiteiten en te beginnen met de aangekondigde hervorming van de veiligheids- en inlichtingendiensten ».
Dit amendement strekt ertoe toe de Colombiaanse regering te verzoeken om ook te beginnen met de hervorming van de veiligheids- en inlichtingendiensten.
Het amendement nr. 55 wordt aangenomen met 8 stemmen bij 2 onthoudingen.
Punt 5bis (nieuw)
Mevrouw Zrihen c.s. dient het amendement nr. 12 in ten einde een punt 5bis in te voegen, luidende :
« de Colombiaanse overheid op te roepen een globaal, rationeel en interdisciplinair actieplan uit te werken en ten uitvoer te leggen inzake de bestrijding van seksueel geweld tegen vrouwen, het nationaal wettelijk arsenaal, alsook de resoluties van de VN-Veiligheidsraad die terzake bestaan, toe te passen om onder andere de toegang tot justitie te waarborgen voor slachtoffers van seksueel geweld, vooral van seksueel geweld gepleegd in het kader van het gewapend conflict ».
Mevrouw Zrihen legt uit dat, aangezien dit voorstel van resolutie volledigheid nastreeft, we de situatie van de vrouwen in Colombia, noch het seksueel en ander geweld waarvan zij het slachtoffer zijn in het binnenlands gewapend conflict dat het land al decennialang teistert, niet terzijde schuiven.
Het amendement nr. 12 wordt aangenomen met 8 stemmen bij 2 onthoudingen.
Punt 6
De heren De Gucht en Vastersavondts dienen het amendement nr. 28 om het punt 6 als volgt te vervangen :
« de Colombiaanse regering aan te moedigen overleg te plegen met het maatschappelijk middenveld en samen te werken aan een structurele aanpak van mensenrechtenschendingen, alsook verdere stappen te zetten voor het invullen van de rechten en vrijheden van de Colombiaanse bevolking in het algemeen en de inheemse bevolking in het bijzonder. Hierbij moet volop ingezet worden in de verdere uitbouw van duurzame economische ontwikkeling van het land waarbij alle rechten en vrijheden van de burgers, de pers en de verenigingen in de praktijk worden gewaarborgd. Tevens moeten de nodige internationale verdragen worden geratificeerd die de rechten en vrijheden uitwerken en invullen ».
Volgens de heer De Gucht strekt dit amendement ertoe ook rekening te houden met de significante verbeteringen inzake mensenrechten en democratie.
De dames Zrihen Matz dienen het amendement nr. 60 in dat ertoe strekt het punt 6 te vervangen als volgt :
« de Colombiaanse regering aan te moedigen overleg te plegen met het maatschappelijk middenveld en om samen te ijveren voor een structurele aanpak van de schendingen van de mensenrechten, en om de noodzakelijke maatregelen te treffen voor de uitvoering van de rechten en vrijheden van de Colombiaanse bevolking in het algemeen en van de inheemse bevolking in het bijzonder. Hierbij dient volop te worden ingezet op de verdere uitbouw van de duurzame economische ontwikkeling van het land en op het blijven waarborgen van alle rechten en alle vrijheden van de burgers, de pers en de verenigingen in de praktijk (IAO -conventies 87 en 98 betreffende de vrijheid van vereniging en het collectief overleg). Ook dienen de internationale verdragen geratificeerd te worden die de rechten en vrijheden bepalen en er uitvoering aan geven (meer bepaald de economische, sociale en culturele rechten en de burger- en politieke rechten). »
Volgens mevrouw Zrihen is het enige verschil tussen het amendement nr. 28 en het amendement nr. 60 dat in het amendement nr. 60 verwijzingen naar de IAO-conventies 87 en 98 betreffende de vrijheid van vereniging en het collectief overleg, zijn opgenomen, evenals naar de economische, sociale en culturele rechten en de burger- en politieke rechten.
Het amendement nr. 28 wordt aangenomen met 5 tegen 4 stemmen bij 1 onthouding.
Het amendement nr. 60 vervalt bijgevolg.
Punt 7
Mevrouw Zrihen c.s. dient het amendement nr. 56 in ten einde het punt 7 als volgt te vervangen :
« bij de Colombiaanse autoriteiten erop aan te dringen de aanbevelingen van het VN-systeem en, in het kader van hun betrekkingen met de Europese Unie, de richtlijnen van de Europese Unie inzake geweld tegen vrouwen uit te voeren (arrest 092 van het Colombiaanse Grondwettelijk Hof en resolutie 1325 inzake de bescherming van vrouwen tegen geweld ».
Het amendement nr. 56 wordt aangenomen met 7 stemmen tegen 1 stem bij 2 onthoudingen.
Punt 8
De heren De Gucht en Vastersavondts dienen het amendement nr. 30 in dat ertoe strekt het punt 8 als volgt te vervangen :
« de Colombiaanse regering aan te moedigen het opgestarte structurele overleg met de inheemse bevolking verder uit te werken en concreet in te vullen, waarbij systematisch voorafgaand overleg met hen moet plaatsvinden over elk besluit dat hen economisch, sociaal en cultureel aanbelangt en dit gebaseerd op concrete protocollen die worden afgesloten met elke etnische gemeenschap teneinde hun rechten en vrijheden te vrijwaren en te beschermen ».
Volgens de heer De Gucht houdt punt 8 geen rekening met de nochtans zeer belangrijke ontwikkelingen wat betreft de rechten van de inheemse bevolking. Spreker verwijst meer specifiek naar het overleg (« high-level process with the indigenous authorities ») dat hieromtrent plaatsvond. Ook de VN verwijzen ernaar in hun jaarverslag van januari jongstleden. Een positieve benadering heeft meer resultaat dan een vingerwijzing. Daarenboven is het amendement concreter dan het bestaande punt 8.
De dames Zrihen en Matz dienen het amendement nr. 61 om het punt 8 als volgt te vervangen :
« de Colombiaanse regering aan te moedigen het structureel overleg dat werd aangevat met de inheemse bevolking voort te zetten en er concrete gestalte aan te geven, met dien verstande dat er systematisch voorafgaand overleg moet plaatsvinden naar aanleiding van iedere beslissing die haar economische, sociale en culturele belangen betreft en dit op basis van concrete protocollen gesloten met iedere etnische gemeenschap teneinde de rechten en vrijheden ervan — met inbegrip van de meest fundamentele rechten (zie IAO-Conventie 169) — te beschermen alsook elke gemeenschap zelf (meer bepaald tegen gedwongen verhuizingen) ».
Mevrouw Zrihen legt uit dat het amendement nr. 61 in feite dezelfde doelstelling heeft als het amendement nr. 30 maar dit vervolledigt door ook te verwijzen naar de meest fundamentele rechten en de IAO-Conventie 169.
Het amendement nr. 30 wordt verworpen met 5 tegen 5 stemmen.
Het amendement nr. 61 wordt verworpen met 5 tegen 5 stemmen.
Punt 9
Mevrouw Zrihen c.s. dient het amendement nr. 8 in om het punt 9 aan te vullen met de woorden :
« en te garanderen dat die toestand zich niet meer voordoet ».
Het amendement nr. 8 wordt aangenomen met 9 stemmen bij 1 onthouding.
Punt 11
Mevrouw Zrihen c.s dient het amendement nr. 57 in dat ertoe strekt het punt 11 als volgt te vervangen :
« erop toe te zien dat het Colombiaanse maatschappelijk middenveld gehoord wordt in het kader van de besprekingen over handelsovereenkomsten en dat de mensen- en vakbondsrechten in acht worden genomen ».
Het amendement nr. 57 wordt aangenomen met 7 stemmen tegen 1 stem bij 2 onthoudingen.
Punt 12
De heer Hellings dient amendement nr. 62 in dat ertoe strekt tussen de woorden « de Europese Unie en Colombia, » en de woorden « in overeenstemming », de woorden « met inbegrip van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en Colombia » in te voegen.
Volgens de heer Hellings benadrukt amendement nr. 62 dat het Europees parlement op 11 december 2012 heeft ingestemd met de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Colombia. Aangezien het dossier binnenkort in de Senaat zal worden ingediend, dient er aan de regering te worden gevraagd erop toe te zien dat de criteria uit het voorstel van resolutie worden nageleefd. De Senaat moet coherent zijn met zichzelf. De regering moet duidelijk aangeven hoe de vrijhandelsovereenkomst een hefboom kan zijn om de in deze resolutie gevraagde resultaten te bereiken. Indien geen waarborgen inzake mensenrechten gegeven kunnen worden, moet de Senaat de Belgische regering vragen deze overeenkomst niet te bekrachtigen en ze dus niet in deze bewoordingen aan de Senaat ter instemming voor te leggen.
De heer De Gucht antwoordt dat vrijhandel de manier is om mondiaal voor meer economische gelijkheid te zorgen. Men moet daarom afstappen van de protectionistische reflex. Zoals reeds aangehaald bij de bespreking van amendement nr. 22 bij punt M, kent Colombia ondanks de moeilijke omstandigheden een aanzienlijke economische groei, een daling van de werkloosheid, een stijging van het gemiddeld inkomen en een daling van de armoede. De vraag rijst dan ook of ons land hen moet uitleggen hoe zij hun vrijhandelsakkoord moeten onderhandelen, gelet op het feit dat wij de laatste jaren eerder een omgekeerde economische groei kennen. Daarenboven staat de Europese Unie op het punt om het handelsakkoord met Peru en Colombia te ratificeren.
De heer Hellings wijst erop dat er in het Europees parlement een debat wordt gevoerd over de vrijhandelsovereenkomst tussen Colombia en de Europese Unie. Er was een erg krappe meerderheid voor deze overeenkomst, wat niet vaak voorkomt. Dit toont aan wat de inzet van die overeenkomst is en hoe groot het potentieel is om de situatie op het terrein in Colombia te veranderen. Die overeenkomst moet aan de criteria beantwoorden die in dit voorstel van resolutie worden vastgesteld.
De heer De Gucht stipt aan dat het vrijhandelsakkoord met Colombia de instemming verkreeg van het Europees parlement. Het is niet goed dit in twijfel te trekken. Dit vrijhandelsakkoord ondersteunt de inkomensstijging, de daling van werkloosheid en van de armoede, en kan dus een gunstig effect hebben.
Mevrouw Zrihen benadrukt dat zowel de economische groei moet worden aangemoedigd als de mensenrechten van de lokale bevolking nageleefd.
De heer De Decker besluit dat de heer Hellings vraagt om in het voorstel van resolutie te verwijzen naar zijn standpunt, dat een weergave is van de ideeën van zijn fractie. Spreker benadrukt dat de Senaat slechts aanbevelingen kan doen aan de regering, die het buitenlands beleid van België voert.
De heer Hellings antwoordt dat de Senaat een hefboom kan zijn op de Colombiaanse regering, die vragende partij is voor de vrijhandelsovereenkomst. Er bestaat een manier om de steun voor die vrijhandelsovereenkomst te onderwerpen aan voorwaarden.
Het amendement nr. 62 wordt verworpen met 4 tegen 2 stemmen bij 4 onthoudingen.
Punt 13
De heren De Gucht en Vastersavondts dienen het amendement nr. 32 dat ertoe strekt het punt 13 als volgt te vervangen :
« op Europees niveau erop aan te dringen om systematisch de situatie van de mensenrechten in het algemeen en de mensenrechtenactivisten in het bijzonder aan te kaarten bij de politieke dialoog tussen de Europese Unie en Colombia ».
De heer De Gucht legt uit dat de handelsovereenkomsten zullen bijdragen tot het versterken van de vrijheden en de rechten van de Colombiaanse bevolking. Minder werkloosheid reduceert armoede en economische groei is de motor en essentiële basis om sociale rechten daadwerkelijk te realiseren.
De heer Hellings stelt vast dat door dit amendement de woorden « in het overleg over de handelsovereenkomsten met Colombia » in de oorspronkelijke tekst van punt 13 worden geschrapt waardoor elke verwijzing naar het feit dat een handelsakkoord voorwaarden omtrent het respect van de mensenrechten kan voorzien, wordt weggelaten.
De heer De Gucht stipt aan dat in de eerste zin reeds verwezen wordt naar de noodzaak om op Europees niveau aan te dringen dat de thematiek van de mensenrechtenactivisten in Colombia een plaats zou krijgen in de politieke dialoog. Dit moet niet herhaald worden. Bovendien is het aangewezen ook de mensenrechten zelf aan te kaarten bij het overleg tussen de EU en Colombia.
Het amendement nr. 32 wordt aangenomen met 8 stemmen bij 1 onthouding.
Punt 14 (nieuw)
De heren De Gucht en Vastersavondts dienen het amendement nr. 33 om het dispositief aan te vullen met een punt 14, luidende :
« bij de Colombiaanse regering aan te dringen om werk te maken van een eenvoudige en transparante procedure die duidelijk aangeeft welk overheidsorgaan instaat voor het opsporen en identificeren van vermiste personen en om de know how van ons Disaster Victim Identification Team aan de Colombiaanse regering aan te bieden wat betreft het opsporen en de identificatie van lichamen ».
Dit amendement strekt ertoe een bijkomende vraag aan de regering te richten. De families en de verenigingen die opkomen voor de vermiste personen in Colombia kunnen dikwijls nergens terecht met hun grieven en de identificatie en het terugvinden van slachtoffers en vermiste personen is cruciaal in hun verwerkingsproces, maar ook voor het land in zijn geheel. Ook de VN rapporteur bepleitte dit eerder. Bovendien meent de heer De Gucht dat de know how en opgedane en internationaal erkende expertise van ons Disaster Victim Identification Team moet aangeboden worden aan de Colombiaanse regering.
Het amendement nr. 33 wordt aangenomen met 8 stemmen bij 1 onthouding.
Punt 15 (nieuw)
Mevrouw Zrihen c.s. dient het amendement nr. 58 in om het dispositief aan te vullen met een punt 15, luidende :
« bij de Colombiaanse regering erop aan te dringen om de financiële middelen voor de National Protection Unit uit te breiden tot de rurale gebieden, alsook bijkomende specifieke beschermingsmaatregelen te treffen voor mensenrechtenactivisten die bedreigd worden, in het bijzonder journalisten, leiders en mensen die actief betrokken zijn bij het proces van landteruggave ».
Het amendement nr. 58 wordt aangenomen met 8 stemmen bij 1 onthouding.
V. STEMMING OVER HET GEHEEL
Het geamendeerde voorstel van resolutie wordt in zijn geheel aangenomen met 8 stemmen bij 1 onthouding.
Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.
| De rapporteur, | De voorzitter, |
| Bert ANCIAUX. | Karl VANLOUWE. |
Tekst aangenomen door de commissie (zie stuk Senaat, nr. 5-1833/4).