5-2169/6 | 5-2169/6 |
27 JUNI 2013
Nr. 6 VAN DE HEER IDE EN MEVROUW SLEURS
Art. 41
Dit artikel vervangen door wat volgt :
« Art. 41. Artikel 71, § 1, van dezelfde samengeordende wetten, vervangen bij de wet van 1 augustus 1985, wordt aangevuld met een lid, luidende :
« De betaling kan enkel worden opgeschort in de volgende gevallen en bij ernstige en eensluidende aanwijzingen van :
— fictieve of fraudeleuze tewerkstelling;
— vervalste documenten in het kader van de reglementering van de gezinsbijslagen;
— foutieve gezinssamenstelling;
— het feit dat het rechtgevend kind niet reglementair in het buitenland verblijft.
De in het vorige lid vermelde opschorting geldt enkel voor het betwiste deel van de gezinsbijslag.
Indien de opschorting het volledige bedrag van de gezinsbijslag betreft, heeft het rechthebbende kind minimaal recht op de gewaarborgde gezinsbijslag.
De betaling kan opgeschort worden tot de verdenking niet meer bestaat en dit maximum gedurende een periode van zes maanden, die één maal hernieuwbaar is. » »
Verantwoording
STRIJD TEGEN DE SOCIALE FRAUDE IN DE SECTOR VAN DE KINDERBIJSLAG.
A) Criteria
1. De RKW zal als regulator via een omzendbrief algemene richtlijnen aan alle kinderbijslaginstellingen geven omtrent de toepassing van de voorziene maatregelen inzake schorsing van de uitbetaling van de kinderbijslag.
2. De richtlijnen zullen de bedoelde fraudegevallen bepalen. Er zullen vier grote categorieën onderscheiden worden, namelijk :
i) fictieve of frauduleuze tewerkstelling :
— opening van het recht op kinderbijslag op basis van een DIMONA die ingediend is door de « werkgever » onder een voorlopig RSZ-nummer (dat wil zeggen vóór de inschrijving bij de RSZ) en die nooit gevolgd werd door een definitieve inschrijving bij de RSZ of door een Dmfa;
— meerdere tegenstrijdigheden wat betreft de identificatie van de werkgever;
— tegenstrijdigheden tussen de Europese formulieren die ingediend zijn door de « werknemer » bij verschillende Belgische sociale zekerheidsinstellingen;
ii) vervalste documenten :
— doorhalingen of gebruik van corrector op het bezorgde document;
— het gaat om (Belgische of buitenlandse) documenten of verklaringen van andere personen dan de actoren van het dossier. Het betreft daarentegen geen documenten met doorhalingen of waarin corrector is gebruikt maar waarop een handtekening van de persoon die het document ingevuld heeft staat;
— in een dergelijke situatie moet de betaalinstelling een nieuw document zonder doorhaling of gebruik van corrector vragen. Zolang de betaalinstelling niet beschikt over het nieuwe document, moet ze de situatie behandelen alsof er geen document zou zijn;
iii) niettegenstaande de vermelding in het Rijksregister verblijven sommige actoren (rechthebbende, bijslagtrekkende of kinderen) niet in België
Het feit dat het kind niet in België verblijft kan op drie manieren vastgesteld worden :
— niettegenstaande de kinderen ingeschreven zijn in het Rijksregister van natuurlijke personen (RNP) en het gezin niets gemeld heeft aan het kinderbijslagfonds, staat in het document ter controle van het schoolbezoek (naar aanleiding van de achttiende verjaardag), dat onderwijs gevolgd werd buiten de Europese Economische Ruimte;
— naar aanleiding van een controle door de RKW;
— een andere Belgische autoriteit (inspectiedienst, politie, juridische autoriteiten enz.) kan dit constateren en de betaalinstelling op de hoogte brengen;
iv) foutieve gezinssamenstelling
Dit kan aan het licht komen doordat :
— de gerechtelijke autoriteiten het fonds op de hoogte brengen van een vaststelling van de politie waaruit blijkt dat de gezinssamenstelling niet overeenstemt met de gegevens in het Rijksregister van natuurlijke personen;
— het Arbeidsauditoraat de RKW informatie verschaft die door de politie verzameld is in het kader van de strijd tegen fictieve verblijfplaatsen;
— een controle ter plaatse plaatsvindt waarbij bewijsmateriaal van een fictieve scheiding van de actoren gevonden wordt.
B) Procedure
De algemene procedureregels zijn :
— mededeling van de feiten aan de RKW alsook van de bewijsstukken;
— enkel schorsing van de uitbetaling van het betwiste deel van de kinderbijslag. Indien de schorsing op het geheel van de kinderbijslag betrekking heeft, moet de uitbetalingsinstelling de mogelijkheid onderzoeken een ander recht hoofdens een andere rechthebbende (andere ouder, broers of zussen, grootouders) te openen in het stelsel van de werknemers of de zelfstandigen. Indien het niet mogelijk is om in één van deze twee stelsels een recht te openen moet de uitbetalingsinstelling het dossier overmaken aan de dienst bevoegd voor de toepassing van de reglementering gewaarborgde gezinsbijslag;
— mededeling aan de sociaal verzekerde van de schorsing met motivering. De sociaal verzekerde kan tegen deze beslissing uiteraard beroep instellen bij de RKW of de arbeidsrechtbank;
— in de mate van het mogelijke het definitieve debet aan de bijslagtrekkende betekenen;
— de feiten ter kennis van de arbeidsauditeur brengen;
— de RKW op de hoogte houden van het verder verloop van het dossier.
C) Omzendbrief criteria en procedure
De omzendbrief die de criteria en de procedure vastlegt zal in juli door het Beheerscomité worden goedgekeurd. Eens goedgekeurd, zal hij overgemaakt worden aan de bevoegde parlementaire commissie. Zowel de criteria als de procedure zullen permanent geëvalueerd worden. De eerste evaluatie zal plaatsvinden in het laatste kwartaal van dit jaar.
| Louis IDE. |
| Elke SLEURS. |