5-233COM

5-233COM

Commissie voor de Sociale Aangelegenheden

Handelingen

DINSDAG 18 JUNI 2013 - OCHTENDVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Patrick De Groote aan de minister van Middenstand, KMO's, Zelfstandigen en Landbouw over «de resultaten van de onderzoekscommissie van het Britse Lagerhuis betreffende pesticiden en bestuivende insecten» (nr. 5-3493)

De heer Patrick De Groote (N-VA). - Naar aanleiding van de bijenverdwijnziekte heeft het Britse Lagerhuis een parlementaire onderzoekscommissie opgericht, die intussen haar rapport heeft gepubliceerd dat door het Lagerhuis unaniem werd goedgekeurd. Hierbij een greep uit de twaalf conclusies en elf aanbevelingen van het rapport.

De onderzoekscommissie is het eens met het Department for Environment, Food & Rural Affairs, dat het een goed idee zou zijn de studies die worden ingediend voor de goedkeuring van een pesticide te publiceren. Producenten van pesticiden maken veel studies over de effecten van hun producten op het milieu, maar de resultaten zijn zogezegd om commerciële redenen confidentieel. Dat creëert een gebrek aan transparantie en resulteert in een ongelijkheid tussen de industrie en de academische wereld. Daarom beveelt de commissie aan deze studies openbaar te maken, desnoods nadat academici de commerciële informatie hebben verwijderd.

De onderzoekscommissie besluit dat het niet te verantwoorden valt dat de honingbij als enige indicator geldt bij de risicoanalyse van pesticiden, terwijl er nog duizenden andere soorten bijen, vliegen, muggen, kevers, vlinders enzovoort zijn. Daarom beveelt ze aan dat Europa ook andere insectensoorten aanwijst om in de hele Europese Unie tijdens het goedkeuringsproces van een pesticide als indicator te gelden bij het onderzoek naar de effecten van het pesticide.

Om vertrouwen te kunnen hebben in het Europees goedkeuringssysteem voor actieve stoffen of pesticiden, moet de goedkeuringsmethode voldoende wetenschappelijk, kwaliteitsvol en onafhankelijk zijn. Zo werd bij de hernieuwing van de goedkeuring voor het neonicotinoïde imidacloprid vastgesteld dat de Europese Commissie geen rekening hield met het risico op accumulatie in de bodem dat door EFSA werd gesignaleerd, en dat de aanwijzing van Duitsland als rapporteur-lidstaat een risico op belangenvermenging inhield aangezien het om een Duitse producent ging. Daarom beveelt de Britse onderzoekscommissie aan dat EFSA de bevoegdheid krijgt om onderzoekselementen aan de goedkeuringsproces toe te voegen en dat, om belangenvermenging te vermijden, een lidstaat die de thuisbasis van de producent is, nooit mag instaan voor het rapport.

Heeft de minister of haar administratie kennis genomen van het Britse onderzoeksrapport en in het bijzonder van de conclusies en aanbevelingen? Wat vindt de minister ervan? Is de minister bereid om het onderzoeksrapport en de besluiten en aanbevelingen, of eventuele andere bevindingen, besluiten en aanbevelingen, te bekijken met het oog op de toepassing ervan in België of het formuleren van een gezamenlijk Europees standpunt?

Mevrouw Sabine Laruelle, minister van Middenstand, KMO's, Zelfstandigen en Landbouw. - Mijn administratie heeft inderdaad kennis genomen van het Britse onderzoeksrapport.

Ik vind het meer raadzaam de evaluatierapporten van de studies die producenten indienen voor de goedkeuring van pesticiden, ter beschikking te stellen dan de studies zelf. De studies moeten immers worden bekeken en geëvalueerd in het bestaande wettelijke kader. De studies worden ook onderzocht door de experts van de bevoegde overheden, die daarvoor het best geplaatst zijn.

De huidige wetgeving bepaalt nu al het effect van een pesticide niet alleen op honingbijen, maar ook op hommels en solitaire bijen, die nuttige insecten zijn, moet worden getest. Ze dienen inderdaad als indicator voor de mogelijke effecten van gewasbeschermingsmiddelen op de volledige insectenwereld. Om op bijkomende bestuivende insectensoorten te kunnen testen moet eerst de Europese wetgeving worden aangepast. Als een dergelijke aanpassingsprocedure wordt gestart, dan ben ik bereid ze te steunen.

De huidige evaluatieprocedure voor gewasbeschermingsmiddelen is volgens mij voldoende wetenschappelijk, kwaliteitsvol en onafhankelijk. EFSA maakt een wetenschappelijke evaluatie van het risico en de Europese Commissie evalueert samen met de lidstaten op welke manier ermee wordt omgegaan. In voornoemd geval werd de keuze voor de rapporterende lidstaat gemaakt om het onderhandelingsproces met de firma te vergemakkelijken. Alle lidstaten, de Europese Commissie en EFSA worden bij het evaluatieproces betrokken en de gestrengheid waarmee het gebeurt, sluit volgens mij elke belangenvermenging uit.

Het volledige onderzoeksrapport heeft als voordeel dat het zeer breed gaat en alle aspecten van de landbouw beschouwt. Dat heeft dan weer als nadeel dat niet alle aspecten onder mijn bevoegdheid vallen. Ik heb er geen bezwaar tegen het rapport te laten bespreken op de bestaande overlegfora. Aangezien ondertussen de beslissing voor een gedeeltelijk verbod op neonicotinoïden al is genomen, lijkt het echter niet meer zo dringend te zijn.

Bovendien kunnen mogelijk nog andere oorzaken dan pesticiden de bijensterfte verklaren. Het FAVV heeft in oktober een proefbewakingsprogramma gelanceerd om te proberen de oorzaken te achterhalen voor de afname van het aantal bijenpopulaties. Voor België nemen daaraan 150 imkers deel. De onderzoekers proberen meer bepaald te achterhalen in welke mate een besmetting met de varroamijt, een mijtachtige bijenparasiet, de verhoogde bijensterfte kan verklaren. Andere parasieten, zoals de kleine kastkever, en virussen zullen ook onder de loep worden genomen.

De heer Patrick De Groote (N-VA). - Het klopt dat meerdere factoren tot de bijensterfte kunnen bijdragen, zoals de praktijken van de bijenhouders, migratie, voeding en behandelingen, milieufactoren, klimaatverandering, biologische factoren zoals parasieten, virussen en bacteriën, maar chemische factoren spelen ook een grote rol. Ik dank de minister voor haar bereidheid om wanneer Europa in dit dossier stappen doet, daaraan mee te werken.

De minister zegt dat de studies volledig wetenschappelijk onderbouwd zijn; toch stel ik vast dat het risico op accumulatie in de bodem destijds door de EFSA werd aangebracht, maar dat de Europese Commissie er geen rekening mee hield. Dat is jammer, want doordat die stoffen de bodem vervuilen, zullen de neonicotinoïden op termijn het immuunsysteem van de bijen aantasten.